Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

2016, november

Hulp-tv

Dinsdag 29 november, Rotterdam

 

Gisteren verscheen in de media opeens het woord hulp-tv en ik besefte eigenlijk voor het eerst dat het een industrie is. Het werd daardoor voor mij een nog irritanter verschijnsel dan ik het al vond.
Afgelopen maandag overkwam het me nog. Ik had behoefte om gewoon even lekker op de bank te hangen. Ik zet Nederland 1 op, beland ik in een programma met mensen die bijna dood zijn en een laatste wens vervullen. Ik zap naar Nederland 2, kom ik bij een programma dat een vader en moeder volgt met een zwaar gehandicapte zoon die ze niet meer thuis kunnen houden. Op Nederland 3 praten ze na over een film van een meisje dat aan anorexia is gestorven en op RTL 4 staan moddervette mensen zich op weegschalen te beklagen dat ze maar niet afvallen. Hulp-tv.

Ik betoog in mijn blogs al vaker, misschien wel te vaak, dat de mens een primitief wezen is. Een flinterdun laagje cultuur zorgt ervoor dat we onszelf niet meer herkennen als die primitieve middeleeuwers die heksen op brandstapels verbrandden. In die tijd trokken mismaakten en andere freaks rond om wat te verdienen aan mensen die zich aan hen wilden vergapen. Er is niets veranderd. Nog steeds vinden we het heerlijk om naar het leed van andere mensen te kijken of te gruwen van hun lelijkheid. Onder dat dunne laagje cultuur zit nog steeds het sadistisch wezen dat er niet voor terugdeinst soortgenoten te vernederen en te kwetsen.

Je zou kunnen zeggen dat we met hulp-tv die nare trek van de homo sapiens hebben vervolmaakt. Onder het mom van helpen, genieten en gruwen we van het leed van anderen. Zo vind ik het altijd knap hoe presentatoren van dat soort programma’s erin gespecialiseerd zijn om tranen te trekken. Als eindelijk de tranen vloeien, kijken de presentatoren heel meelevend, maar onder die meelevenheid zie je ze juichen: wat zullen de kijkers genieten en wat zal dit de kijk- en waarderingscijfers weer omhoog stuwen. Hulp-tv. Emo-tv.

Met verbazing zie ik hoe families hun ruzies op televisie etaleren. Hoe mensen die dik in de stront zitten, door schulden of hopeloze verbouwingen, zonder terughoudendheid hun ellende op straat gooien. En hoe moeders voor hun dochters schaamteloos hun lelijkheid tonen in Hotter than my daughter. Er kan maar één conclusie zijn: mensen zijn knettergek.

Nu bleek gisteren dat deze sneue types ook nog eens zwaar bedreigd worden door deze hulp-industrie. Wie halverwege zou willen afhaken, hangt hel en verdoemenis boven het hoofd. Al die junk-televisie lijkt inmiddels de gewoonste zaak van de wereld. Elke avond is het volop aanwezig, zowel bij de commerciële als de publieke omroep. Gelukkig legde NRC de wetten van deze industrie bloot. Leve de journalistiek.

Toch is het ook wel genieten in dit land. Zo loopt het vissersdorpje Urk te hoop tegen Brexit. 80% van hun visinkomsten komt uit de Engelse wateren. Bij de Brexit verlegt Groot-Brittanië de grenzen van 20 kilometer op zee naar 300 kilometer. Dit betekent het einde van de Urkse visserij. Opmerkelijk is wel dat 90% van Urk faliekant tegen de EU is en altijd anti-Europees stemt. Het verband te zien tussen het een en het ander is niet altijd makkelijk. De PVV zal in Urk wel weer de grootste partij worden. Ik weet ook wel dat dit geen moer met hulp-tv heeft te maken.

Een mooi leven

Maandag 28 november, Lhee

 

Vandaag een Dossiermoddergat Special. De lezer wordt verrast met een dubbel zo groot blog als normaal. Bestaat het gemiddelde blog tussen de 500 en 600 woorden. Dit blog gaat liefst over de 1000 woorden heen en ik heb het niet eens zelf hoeven te schrijven.

De belangrijkste tekst van dit blog kreeg ik toegestuurd van Erik en ook hij heeft het niet geschreven. De tekst komt uit totaal onverwachte hoek, namelijk Marktplaats. Zowel Erik en ik vonden de tekst zo ontroerend goed dat ik besloot de tekst voor iedereen beschikbaar te stellen. Geen idee wie de tekst heeft geschreven, maar het kan niet anders of hier achter schuilt een groot schrijver.

Degene die de tekst schreef biedt een Raleigh Chopper MK2 aan. De titel van de aanbieding luidt: Een mooi leven. Zie hier de integrale tekst van Marktplaats.

‘Terwijl in 1973 op de Nicolaas Beetsschool mijn klasgenootjes hun spreekbeurt hielden over Tout Ankh Amon of over de Tibetaanse dwerghamster hield ik het over de Raleigh Chopper MK2. Logisch, als je een keer met je handen het stuur van deze chopper hebt mogen beroeren dan loop je over van enthousiasme. En dat heeft meester Koelewijn geweten! Nog nooit had hij een klas meegemaakt die 4,5 uur ademloos had toegeluisterd. Die dag kwamen alle voordelen van dit fijne stukje fiets-extravaganza aan bod.

En nu, bijna 45 jaar later, kan ik er nog steeds uren over uitweiden. Neem het schakelmechanisme. Terwijl in de 70-er jaren veel schoolkinderen al dolblij waren met zo’n krakkemikkig drieversnellingspookje op het stuur van hun muisgrijze Batavus zat op de middenconsole van deze chopper dit stukje state-of-the-art technology van Sturmey Archer (zie foto 4). Dit perfect uitgevoerde design zou zelfs vandaag de dag niet detoneren in een door Ermenegildo Zegna aangeklede Maserati Ghibli.

Een ander eyecatcher is het zadel. Met daarop een slimmigheidje van de Raleigh ingenieurs. Kijk maar eens wat er op foto 5 staat. This bicycle is not constructed to carry passengers. Dankzij dat ene regeltje kon je probleemloos al je van jeugdpuistjes en vlassnorren voorziene vriendjes afschepen die letterlijk stonden te bedelen om een stukje achterop te mogen. Een enorme reeks meisjes heeft echter bewezen dat je wel degelijk achter de bestuurder plaats kon nemen. Het mooiste meisje uit het dorp (foto 6) heeft me zelfs eens 3 dagen in een houdgreep gehouden waar zelfs Dennis van der Geest niet zou zijn uitgekomen. Puur en alleen om lekker achterop deze knaloranje chopper te mogen blijven zitten.

Die aantrekkingskracht op het andere geslacht heeft waarschijnlijk alles te maken met het gebruikte materiaal van het frame. Niks metaal. Niks staal. En al helemaal geen roest-aantrekkende-zooi-waarvan-Kwantum-fietsen-vandaag-de-dag-van-worden-gemaakt. Neen, deze fiets is van top tot teen opgebouwd uit een materiaal dat zich het best laat omschrijven als een legering van RVS en babe-magnet. Dankzij deze fiets weet ik hoe Christiano Ronaldo zich moet voelen. Of Harry Styles, de voormalige zanger van One Direction. Maar terwijl een profvoetballer elke dag keihard moet trainen en een boybandlid maandenlang te ingewikkelde danspasjes uit zijn hoofd moet leren, hoef je bij deze fiets alleen maar uit te stralen dat jij de eigenaar bent. Of de eigenaar kent. Ja, zelfs dat is vaak al voldoende voor de nodige vrouwelijke aandacht!

In welke staat de fiets is? Laat ik het zo zeggen, het is makkelijker om een schele eend met een perfect zittend kunstgebit te vinden die in staat is het Wilhelmus achterstevoren te kwaken dan dat je een tweede exemplaar van deze MK2 in deze conditie op de kop tikt. Logisch, mijn vader was vroeger piloot bij de KLM. Elke keer als hij naar Amerika vloog, bracht hij 5-liter potten Turtle Wax voor me mee. Kortom deze fiets is in al die jaren beter verzorgd dan een rijke bejaarde in een Aerdenhoutse 5 sterren zorgresidentie ooit behandeld zal worden.

Of er nog nadelen aan de fiets zitten? Nee.. Ja. Nou.. n.. .Ja. Er zit één nadeeltje aan. Als je op deze fiets rijdt dan realiseer je je wat vrijheid is. En dan bedoel ik echte vrijheid. De vrijheid die Dennis Hopper en Peter Fonda in de film Easy Rider beleefden. Hierdoor bestaat er een grote kans dat de nieuwe eigenaar van deze fiets op latere leeftijd lid zal worden van een motorclub a la de Hells Angels, No Surrender, Bandidos of Satudarah. Maar laten we eerlijk zijn; hoe erg is dat nou eigenlijk? Hoe vervelend is het om met een 50 kg lichtere en 40 jaar jongere vriendin op een Harley Davidson rond te toeren over ’s herenwegen. Het is in ieder geval beter dan ’s ochtends in de file te staan in je Daihatsu Pipo of Nissan Joke met op de bijrijdersstoel een brooddoos met door moeder de vrouw gesmeerde bammetjes. Dus ja, zeg het maar; is dat een nadeel of toch nog een extra voordeel?

Enfin, als je inmiddels 55 jaar oud bent dan wordt het natuurlijk wel een beetje sneu om op deze fiets te gaan cruisen langs de hot spots in town. Tenminste, dat vindt mijn vrouw. En aangezien ik geen zonen heb, wordt het tijd om iemand anders blij te maken met deze Raleigh. De waarde? Tja, als het om emotionele waarde zou gaan dan zou het vakje hiernaast (waarin je je bod moet plaatsen) drie keer zo lang moeten zijn. Heb daarom besloten om te kijken wat ervoor geboden wordt.

Maar voordat je dat doet, bedenk dan goed dat je niet alleen op een fantastisch vervoersmiddel biedt. Je doet een bod op iets wat eigenlijk niet in geld uit te drukken is. Je biedt op een mooi leven voor je zoon. En het leuke is dat echt ie-de-reen kan zien wat jou dat waard is. Dus ga niet bellen of mailen om te vragen wat deze Raleigh Chopper MK2 moet kosten. Laat de hele wereld zien dat jij niet van dat benauwde bent. Dat jij wars bent van die calvinistische Hollandse zuinigheid. Trek een keer die grote broek aan. Maak een statement!’

Aldus de aanbieding op Markplaats. Als je ziet om welke fiets het gaat, is deze tekst beslist geen verkooppraatje. Voor de hele advertentie ga naar: http://www.marktplaats.nl/a/fietsen-en-brommers/fietsen-jongens/m1110947555-een-mooi-leven.html?c=9b26ed2a557deff636f4f8b9c5b7a618

Barman

Zaterdag 26 november, Lhee

 

Het is me in mijn studententijd niet zo heel vaak overkomen. Maar de keren dat het gebeurde, kan ik me nog goed herinneren. Het feest was leuk, de drank smaakte prima, de gesprekken waren goed en het werd later en later. Als je naar huis ging, zag je de eerste mensen naar hun werk gaan. In de straten hing een licht dat je alleen op dat uur kunt zien. Het is  het licht dat voorzichtig de dag aankondigt.

Gisteravond was het voor het eerst in dertig jaar weer zover. Het is dat het herfst is, de dagen lang zijn, hierdoor zagen we het geen licht worden. Als het zomer was geweest had ik eindelijk het eerste licht weer eens gezien.
De avond begon in de Rotterdamse schouwburg na een mooie hermetische voorstelling van NTGent, gebaseerd op het boek Sneeuw van Orhan Pamuk. Het is zo’n voorstelling die toneelliefhebbers prachtig vinden, maar waar het grote publiek bij in slaap zou vallen. Dat neemt niet weg dat ik hem prachtig vond.

Na de voorstelling is het meteen gezellig. Veel bekenden, de hele toneeljury waar Wyb in zit is er. De een haalt drank, dan de ander weer. Tijdens de gesprekken kijk ik met een half oog naar een dertig meter lang en vier meter hoog videoscherm waar haarscherp de mooiste beelden op worden geprojecteerd. Ik drink nooit veel. Meestal voel ik al snel dat ik genoeg heb. Er kan dan gewoon niet meer bij. Gisteravond is dat anders. De drank smaakt uitstekend en valt prima.

Tegen een uur ’s nachts worden Wyb en ik met wat bekenden als laatste uit de schouwburg gezet. Met Anneke, een medejurylid, lopen we naar het Parkhotel. Ook zij slaapt er. In het Parkhotel is het rond de bar nog erg druk. Met z’n drieën vinden we drie krukken aan de bar. Het is voor het eerst sinds jaren dat ik aan een bar hang.

We bestellen wijn en die wijn smaakt ook hier erg goed. Opnieuw bestellen we het ene na het andere glas.
‘De laatste ronde,’ laat de barman na anderhalf uur weten.
Iedereen bestelt nog een glas. Als mensen dat op hebben, druppelen ze naar hun kamer toe. Wij niet. Wij nemen het toneelbestel door en lossen voor een avond alle problemen op, als ze maar naar ons zouden luisteren.
Voordat we het in de gaten hebben, zitten wij alleen met z’n drieën aan de bar.
‘Kunnen we niet nog één keer een glas bestellen?’ vragen we aan de barman.
Dat kan. Iedereen is toch al wel. De barman is de beroerdste niet. Terwijl wij echt het laatste glas opdrinken, poleert de barman de glazen

‘Ik moet nu echt gaan, hoor,’ zegt de barman. ‘Ik moet nog een half uur met de fiets naar huis.’
‘Heb je kinderen?’
Hij heeft er twee.
‘Ga dan snel naar huis, man.’
Wij praten door over het theater, de voorstelling van vanavond. Prima voorstelling, mooie voorstelling. Het is als met voetballiefhebbers, je moet wat verstand van voetbal hebben om ervan te kunnen genieten.
‘Kijk eens,’ zegt de barman, de jas inmiddels aan. Voor ons zet hij nog eens drie wijnglazen en een potje pinda’s.
‘Te gek. Wat aardig. Zet maar op kamer 3107,’ zeg ik.
‘Nee, hoor. Dit rondje is voor mijn rekening.’
Wij roepen hem uit tot barman van het jaar en prijzen zijn buitengewone klankvriendelijkheid als hij de deur uitloopt.
Zo zitten wij opnieuw deze avond als allerlaatste in een gebouw. En de mazzel is dat onze glazen opnieuw zijn gevuld. Achter de bar staan trouwens tientallen flessen met het heerlijkste spul. Na het legen van de glazen zouden we er zo van kunnen snoepen. Jammer genoeg zijn we te eerlijk.

Het gevolg is dat we ergens tegen vier uur onze kamer opzoeken. Het hotel is in diepe rust. Eenmaal op de kamer slaapt Wyb al voordat ze zich van haar kleren heeft ontdaan. Verdomme, weer geen blog geschreven, was volgens mij mijn laatste gedachte voordat ook ik mijn dronkemansslaap ga slapen.

Kleur

Donderdag 24 november, Rotterdam

 

Dan zit je thuis in je huiskamer en dan kom je een plaatje tegen van een blanke massa die twee zwarte mannen heeft opgehangen. Hé, dat is leuk, denk je dan. Ik zal het gezicht van Sylvana Simons eens in de Story gaan zoeken. Na het doorbladeren van een paar nummers kom je inderdaad fotootjes van Sylvana tegen. Je pakt een schaartje en de Pritt lijmstift uit de la en knipt twee keer het gezicht van Sylvana uit. Je smeert de achterkant van haar gezicht in met lijm en plakt de gezichten op de hoofden van de gelynchte zwarten. Tevreden kijk je naar het resultaat. Net of het een originele foto is. Je scant het geheel en zet het vervolgens op Facebook.

En dat doe je dan blijkbaar omdat je er van overtuigd bent dat de blanke man superieur is aan mensen die zwart zijn. Wat zou zo’n man denken terwijl hij daar aan het knippen en plakken is? Het vergt enige tijd om zoiets voor elkaar te krijgen. Dan kan het toch bijna niet anders dat je op een gegeven moment denkt: wat ben ik eigenlijk een ongelooflijke sufkloot. Als je jezelf zo bezig ziet, moet je jezelf toch een enorme eikel vinden. Je stopt natuurlijk meteen met die onzin. Nee, deze lullo gaat gewoon door.

En opnieuw is het zo’n boze witte man. Ik schreef het al eerder: kon ik de kleur van mijn kinderen maar aannemen. Voordat je het weet, word ik ook nog eens voor een boze witte man aangezien en dat is toch het laatste wat je wilt. Die witte mannen ontpoppen zich steeds meer als een stelletje gefrustreerde mafkezen. Je krijgt op deze manier een hekel aan je eigen kleur. Het vervelende is dat je niet van kleur kunt wisselen. Ik hoop zo dat binnenkort een middel wordt uitgevonden dat je met een paar streken van een kwast een andere kleur kunt aannemen.

De mafkezen zitten tegenwoordig overal. Het lijkt wel of de witte man door een of ander hersenvirus is bevangen. In Amerika gaan ze met hun gestrekte rechterarm omhoog staan zwaaien, ook al zo’n vervelende gewoonte van witte mannen die gefrustreerd zijn. Dat die armbeweging alles heeft te maken met tientallen miljoenen doden maakt ze geen bliksem uit. Dat hersenvirus schijnt alle denkende hersencellen te doden, evenals andere geestelijke vermogens als empathie en mededogen.

In Engeland is gisteren zo’n gek gelukkig levenslang achter de tralies gestopt. Deze boze witte man vermoordde de 41-jarige Britse politica Jo Cox omdat ze begaan was met vluchtelingen en tegen Brexit was. De lafbek schoot Cox, moeder van twee kleine kinderen, neer en stak daarna met eenmes op haar in. De man werd ‘gedreven door haat’, lees ik in een rechtbankverslag.
Opnieuw zorgt zo’n boze witte man ervoor dat je je voor je eigen blankheid gaat schamen, je wilt toch op geen enkele manier geassocieerd worden met zo’n witte gek. Ik hoop zo dat er snel ergens een anti-virus tegen deze hersenaandoening wordt gevonden. De ontdekker van dat virus kan wat mij betreft meteen de Nobelprijs voor de Vrede 2017 krijgen.

Voortekens

Dinsdag 22 november, Lhee

 

Voortekens, metafysische ervaringen, ik geloof er niet zo in. Mijn opvatting is dat het leven een chaos is en dat er zoveel onvoorspelbare en absurde dingen op deze aardkloot gebeuren dat toeval overal aanwezig is. En wij, nietige mensen, zijn dan o zo blij er zogenaamd systeem in te herkennen.

Chaos? Dat valt toch wel mee? Gelukkig hebben we die chaos inderdaad verstopt onder een laagje beschaving en wat maatschappelijk spelregels. Maar moet je eens kijken als die meteoriet ter grootte van de Chicxulubmeteoriet op aarde ploft, het internet uitvalt of weer eens gekken als A. Hilter en Pol Pot aan de macht komen. Weg beschaving en maatschappelijke spelregels, alsof ze nooit hebben bestaan. En dan heb ik het nog niet gehad over de willekeur van de dood en zo. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Chaos, totale chaos, en laten we blij zijn dat we die chaos in de huidige tijd een beetje hebben bedwongen -maar er hoeft maar dit te gebeuren of we voelen hem in alle heftigheid aan den lijve.

Dit geheel terzijde want ik wil het eigenlijk hebben over twee zinnen die ik afgelopen vrijdag in Het Dossier schreef. Zo kwam ik namelijk op die voortekens. Op 18 november opende ik het blog met: ‘Er hangt verandering in de lucht. Ik ruik het.’ Ik had het goed geroken want dit weekend werd ik gebeld of ik zin had in een nieuwe klus. Het telefoontje kwam op het goede moment want daar had ik inderdaad zin in.

In Rotterdam bouwt men een nieuwe podiumorganisatie. Het is de bedoeling dat daar twee theatergezelschappen en de schouwburg opgaan in een nieuw bedrijf, Theater Rotterdam geheten. Zo’n verandering gaat nooit zomaar, vandaar de vraag of ik ondersteuning kan verlenen bij een van die theatergezelschappen, het binnenkort voormalige Ro Theater. Onder de functienaam Artistiek Coördinator is het de bedoeling dat ik meehelp het gezelschap naar de nieuwe constellatie te brengen. Het is voor de eerste keer dat ik me met de titel Artistiek Coördinator mag tooien.

Vanaf morgen is het gedaan met mijn rust. Mijn kinderen noemden mij keer op keer een pensionado, ik zelf sprak liever van een winterslaap. De winter is voorbij, ik kruip weer uit mijn Drentse hol en stroop de mouwen op. De Nederlandse Spoorwegen kunnen me weer als klant begroeten.

Zie nou wel dat ik een zwerver ben. Ik ben in Gelderland actief geweest, in Groningen, Friesland, Brabant, Overijssel, Limburg, Utrecht, Drenthe, Noord-Holland en daar kan ik Zuid-Holland nu aan toevoegen.

Wandelen

Zondag 20 november, Berlijn

 

De enige manier om goed te kijken, om echt alles te zien, is wandelen. Met de auto zie je niets. Landschappen schieten voorbij, grote indrukken razen voorbij. Het is heerlijk om auto te rijden, de ideale manier om je gedachten te verzetten. In een auto hoef je niet na te denken omdat je niets ziet.
Met de fiets heb je de illusie dat je de dingen wel ziet. Die illusie heb je omdat je bijna op wandelsnelheid zit. Dat neemt niet weg dat je niet op wandelsnelheid zit. Ook fietsen gaat niet samen met goed kijken. Goed kijken impliceert dat je soms bij de dingen stilstaat en op je in laat werken. Op de fiets kun je niet stilstaan.

Ik weet dit door het fotograferen. Als ik in de auto zit, valt mij niets specifiek op, zie ik nooit iets om te fotograferen. Op de fiets evenmin. Pas als ik wandel zie ik sommige dingen zo goed dat ik ze wil fotograferen. Een goede fotograaf moet het van zijn benen hebben. Een man of vrouw die harder gaat dan een wandelaar wordt nooit een fotograaf.

Aan het begin van de dag twijfelen Wyb en ik wat we doen. Fietsen of wandelen? We neigen naar fietsen, maar het is best koud als we ’s ochtends onze appartement verlaten en door de straten op zoek gaan naar fietsen die we kunnen huren. Daarom besluiten we na ons ontbijt toch te gaan wandelen. Goede zet, blijkt vandaag. Zelden zoveel gezien.

Een belangrijk hulpmiddel daarbij zijn de boekjes die we van elke stad meenemen. De boekjes hebben lullige titels. Het boekje over Berlijn bijvoorbeeld heet 100% Berlijn. Het boekje over Londen 100% Londen en zo kun je nog wel even doorgaan. Dat neemt niet weg dat het prima boekjes zijn om een stad te ontdekken. Vooral omdat ze allemaal een stuk of zes, zeven wandelingen bevatten.

Wyb en ik hebben al zoveel van die wandelingen gemaakt dat we weten dat ze de moeite waard zijn. Door zo’n klein rotboekje komen we op plekken waar we anders nooit zouden komen. Op de gebruikelijke toeristische plekken komt een toerist wel. Bijzondere plekken waar een inwoner zo van geniet zijn vaak moeilijker te vinden. Ook in deze stad is 100% Berlijn weer een prima hulpmiddel. Gisteren liepen we 14 kilometer, vandaag 13 kilometer. Ik vind het zo lekker om door een stad te zwerven. Ik wandel heel wat door bossen heen, maar het wandelen door een stad vind ik vele malen leuker. Met dat wandelen leggen we Berlijn open. En met de kilometer worden Wyb en ik enthousiaster over deze stad. Ik zou er best een tijd willen wonen.

We lopen door diverse buurten, ieder met zijn eigen karakter. We lopen door Kreuzberg, het volkse Berlijn, arm, levendig. Mitte, waar de grandeur na die Wende weer helemaal terug is en waar Checkpoint Charlie verworden is tot pretpark. Daarna verkennen we Prenzlauer Berg, een voorbeeld van gentrification. Ooit was het een van de armste en dichtbevolkte wijken van Berlijn. Tijdens de DDR-tijd werd dit deel zwaar verwaarloosd. Na die Wende gebruikten kunstenaars en andere ‘alternatieven’ de grijze huurkazernes als een toevluchtsoord. Nu is de wijk, waarin ons appartement ligt, een van de spannendste en meest geliefde wijken van de stad om in te wonen. Het is de ideale plek voor mensen die in een grote stad willen wonen en er van genieten. Zo zie je maar weer: het kan verkeren, 100%.

Huis

Vrijdag 18 november, Berlijn

 

Er hangt verandering in de lucht. Ik ruik het. Een jaar lang was er een status quo, binnenkort gaat het veranderen. Wat, weet ik nog niet. De verandering kan van alle kanten komen.

De eerste tekenen waren er al. Eergisteren kregen we een huis aangeboden, nou ja, aangeboden, een aanbieding tot huren, in Havelte. Waarom ga je nou in godsnaam verhuizen als je op zo’n mooie plek woont, hoor ik de lezer zeggen. Goede vraag. Het antwoord daarop is dat het ons huis niet is. Een brief van de eigenaar en we moeten er binnen drie maanden uit. Afspraak is afspraak.

Op zich kunnen Wyb en ik daar prima mee leven. Mocht die brief komen, dan vinden we op korte termijn heus wel een ander huis. Dat neemt niet weg dat je niet echt kunt wortelen. Ergens blijft toch knagen dat we ooit (binnenkort?) weg moeten. Dat is niet leuk. Vandaar dat we af en toe van die oprispingen hebben en om ons heen kijken.

Kwam er opeens een leuk huis in Havelte te voorschijn. Eergisteren hebben we gekeken, maar het idee dat huis (waar werkelijk niets mis mee is) in te leveren voor ons huidige huis in de rimboe van Drenthe maakte ons meteen verdrietig. We kunnen in Lhee dan niet echt wortelen, maar we doen het wel. Ik geniet elke dag van dat maffe, eigenlijk te kleine huis met de te grote tuin aan de rand van een van de mooiste natuurgebieden van Nederland. We hebben dus de makelaar maar gebeld dat we lekker blijven wonen waar we wonen.

Vandaag was er in ieder geval verandering. De herfstige bossen van Drenthe ruilen we voor een paar dagen in voor Berlijn. Zes uur treinen en we stappen uit op Berlin Hauptbahnhof. Wel met enige vertraging want we hebben in Bad Bentheim, het gat waar de trein de Duitse grens passeert, twintig minuten extra moeten wachten omdat het personeel recht op een pauze had. Honderden mensen zaten in de trein te wachten tot het personeel zijn eten op had. Lijkt me niet prettig eten.
Verder hebben we niets te klagen want we hebben een prachtig appartement in een oude Oost-Duitse huurkazerne vlakbij de Volksbühne.

Misschien ruik ik die mogelijke verandering omdat ik het boek af heb waar ik het laatste anderhalve jaar aan heb gewerkt. Ik lees het voor de zekerheid nog éénmaal en dan is het volgens mij rijp om naar een uitgever te sturen. En dan? Tamelijke leegte, denk ik. Je creëert met zo’n boek toch een aparte wereld waar je voor een belangrijk deel in gaat leven. Nog 390 bladzijden lezen en ik moet afscheid van die wereld nemen. De titel: De Plagen. Goed onthouden die titel.

Ik kan in een nieuwe wereld duiken. De contouren van die wereld doemen al op. Het basisidee is er. Maar het kan zo zijn dat ik heel andere dingen ga doen. Komt bij dat de fotografie een steeds grotere rol in mijn leven gaat spelen. Het vecht een beetje met elkaar dat schrijven en dat fotograferen. Daar komt bij dat allerlei nieuwe klussen naar me lonken. Wordt vervolgd. Maar eerst Berlijn.

Huid en haar

Donderdag 17 november, Lhee

Als om ons heen, diep in de nacht, de mensen
slapen, is het tijd voor onze verste wensen.
Wij kruipen bij elkaar met huid en haar,
zo, klein bijeen, betasten wij de grenzen.

Rolkoffertje

Woensdag 16 november, Lhee

 

Vorige week ging ik met Wyb en Wolter voor een bliksembezoek naar Lugano. Dat betekent vliegen naar Milaan en met de auto, fly en drive, naar Lugano. Ik bezit niet zo heel veel, ik bezit steeds minder. Het zal met leeftijd hebben te maken, maar ik heb een toenemende behoefte me te bevrijden van ballast.

Dat neemt niet weg dat ik aan een aantal dingen zeer ben gehecht, zoals mijn laptop, mijn fototoestel en zo zijn er nog wel wat zaken. Op dat lijstje mag mijn rolkoffertje zeker niet ontbreken. Ik trek en draag het al jaren met mij mee. Hij leeft uit zijn koffer vind ik een mooie uitdrukking. Ik heb jaren uit mijn rolkoffertje geleefd.
Ik sleepte het ding van Heerlen naar Den Bosch en terug, van Den Bosch naar Meppel en terug en naar allerlei mogelijk buitenlandse bestemmingen. Inmiddels realiseer ik me dat ik gewoon een zwerver ben. Droeg een zwerver vroeger een knapzak, ik ben een moderne, luxe zwerver en heb de knapzak verruild voor het rolkoffertje.

In mijn hoofd zit een lijstje gestanst wat ik in zo’n rolkoffer moet meenemen. Maak mij midden in de nacht wakker en binnen vijf minuten heb ik het rolkoffertje zo gevuld dat ik een paar dagen kan overleven. Als je zo’n ding jaren achter je aan trekt, bouw je er toch een band mee op. Dus ik was best gek op mijn rolkoffertje.

Tot vorige week op het vliegveld van Milaan. We staan in een lange rij om langs de beveiliging te gaan. ‘Kun jij dat boek in je koffertje nemen?’ vraagt Wyb. Geen probleem en ik open snel mijn koffertje.
En toen gebeurde er iets wat ik van mijn rolkoffertje niet ben gewend: hij ging niet meer dicht. Zat er iets in de weg? Niets. Was het slot enigszins verbogen? Ik kon niets ontdekken.
Inmiddels liep de rij verder en moest ik hem onder mijn arm nemen om aan te sluiten. Dat herhaalde zich diverse keren. Wyb denkt dan dat ik te onhandig ben om het op te lossen, waar ze best gelijk in zou kunnen hebben. Die begon zich er dus ook mee te bemoeien. Gelukkig lukte het haar ook niet.

De rij liep gestaag verder. Steeds moest ik het koffertje, dat maar niet dicht wilde, onder mijn arm meenemen om verderop een nieuwe poging te doen om het te sluiten. De beveiliging naderde. Ook andere mensen in de rij begonnen zich ermee te bemoeien. Mannen die van zichzelf vinden dat ze handig zijn, kwamen met handige tips, probeerden het zelf. Niets. Dat verrekte ding liet me gewoon in de steek. Zelfs bij de beveiliging ging hij niet dicht.

Pas toen ik voor het boarden naar de wc ging, kreeg Wyb hem dicht. Opluchting bij ons drieën. Ze had trouwens geen idee hoe het haar was gelukt. Hoe neem je een koffertje dat niet dicht gaat mee het vliegtuig in? Het probleem was opgelost.

Dacht ik. Veilig thuis haalde ik voor de honderdduizendste keer mijn spullen uit het rolkoffertje en wilde hem sluiten om op zolder te zetten. Opnieuw weigerde het ding. Ik pakte het teder aan, gebruikte grof geweld, maar het koffertje had er blijkbaar helemaal genoeg van. Ook Wyb kreeg hem niet meer dicht. Mijn trouwe reisgezel was daarmee een onbetrouwbaar sujet geworden. Tijd om afscheid te nemen.
Zo kwam het dat ik hem vandaag in de vuilnisbak voor het plastic heb gegooid. Hij paste er net in. Voordat ik hem erin gooide, heb ik hem toch nog even bedankt voor al die jaren trouwe dienst. Morgen ga ik een nieuwe kopen. Ik zal zijn vertrouwde geratel op de stoep zeker missen. Dat nieuwe rolkoffertje zal best anders klinken.

Herfst

Dinsdag 15 november, Lhee

 

Eindelijk is de herfst begonnen. Dat de bladeren bruin en rood kleuren is voor mij nog geen herfst. Ik krijg pas het herfstgevoel waar ik zo van hou als het overdag een beetje donker blijft en het af en toe miezert of gewoon hard regent. Een lekkere herfststorm geeft extra cachet aan dat gevoel. Het is weer waar de meeste mensen de pest aan hebben. Ik niet. Ik vind de wereld er intiemer door worden.

In de zomer lijkt het net alsof er geen weer is. Er is nauwelijks verschil tussen binnen en buiten, de wereld is in de zomermaanden veel groter. Nu sluit de wereld zich. Mensen worden gedwongen binnen te blijven.
Herfst is de tijd van de relativering. De lente en de zomer zijn te uitbundig, te zorgeloos, alles lijkt mogelijk. Pas in de herfst raken we er van doordrongen dat er zoiets als natuur bestaat die, als we ons daar niet tegen beschermen, gevaar voor ons betekent.

Ik denk dat mensen door de herfst beter nadenken. We worden gedwongen binnen te zitten, het rustiger aan te doen. Voor mij is het in ieder geval een seizoen voor mijmeren en bezinning. Door de herfst schrijf ik altijd beter. Buiten zijn er geen verlokkingen, zelfs Wyb heeft niet de neiging om lange wandelingen te maken. De blik kan naar binnen gericht.

Tot nu toe vond ik de herfst veel te mooi, soms leek het wel zomer. Gisteren was ik in Amsterdam en kon ik pas voor de eerste keer van de herfst genieten. Beroerde motregen. Mensen duiken in hun kragen, volop paraplu’s. Dat levert een mooi straatbeeld op. De zomer is voor het straatbeeld funest. Mensen met spillebeentjes in korte broeken, hemdjes die onflatteus om lijven fladderen, deinende vetkwabben. Alles wat lelijk is, wordt in de herfst verpakt.

De natuur heeft er ook zin in. De eikenbomen hebben in onze tuin een nieuw tapijt gelegd. Bomen tonen hun kaalheid, de eekhoorns laten zich weer zien, net zo als de paddestoelen -herfst is een tijd voor sprookjes. Ook aan de maan merk je dat hij gek is op de herfst, nog nooit in mijn leven kroop hij zo dicht naar de aarde.

Lyrisch stukje over de herfst. Gijs is het hier helemaal niet mee eens. In de zomer is hij altijd buiten, zien we hem nauwelijks. Nu weet hij niet hoe snel hij binnen moet komen. Jammer voor hem dat hij niet weet wat een kattenbak is. Als het regent en hij zijn behoefte moet doen staat hij minuten te dralen of hij wel of niet naar buiten zal gaan.
Verder verslaapt hij de herfst, en de winter. Gijs bestaat eigenlijk maar de helft van zijn leven, in de lente en de zomer leeft hij, in de herfst en winter slaapt hij. Hij weet niet wat hij mist.

Witte mannen

Zondag 13 november, Lhee

 

Ik vind dat we binnenkort met alle witte mannen bij elkaar moeten komen. Het wordt tijd om eens van man tot man met elkaar te praten. Ik schaam me inmiddels dood om een witte man te zijn. Soms zou ik willen dat ik de kleur van mijn dochters kon aannemen.

Er zijn een paar witte mannen die het echt voor me verpesten. Witte man is inmiddels synoniem met boos. Ik ben weliswaar wit, maar helemaal niet boos. Ik vind dat we in een fantastische maatschappij leven, elke generatie voor ons, ongeacht in welk tijdperk en in welk land, had gewild dat ze in een samenleving als de onze hadden gewoond.

Witte mannen zijn boos. Waarom? Geen idee. Als je een boze witte man aan het woord laat, valt je vooral op hoe slecht ze formuleren. Het hakkelt en het stottert, het eh en ah’t maar zinnige argumenten hoor ik niet. Ik hoor wat gepruttel uit de onderbuik. ‘Er wordt niet naar ons geluisterd.’ ‘Die elite doet maar.’ ‘Dat zit zich daar in Den Haag te verrijken.’ Sluit je aan bij een politieke partij, vakbond of anderszins en zit niet in een of ander losers café elkaar de stront in te praten, denk ik dan.

In mijn jeugd begonnen we te zeggen dat de mensen mondig moesten worden. De afgelopen decennia hebben ze daar, schijnt, hard in het onderwijs aan gewerkt. En inderdaad, uit sommige monden komt heel wat. Niemand houdt zijn mond nog dicht. Wat dat betreft is iedereen mondig geworden. Jammer dat onze pedagogen vergeten zijn erbij te vertellen dat bij goed mondig zijn ook kwaliteit hoort. Kwaliteit van argumenten, kwaliteit van spreken, kwaliteit van luisteren en zo zou ik nog wel even door kunnen gaan.

Elite. Interessant fenomeen. Het schijnt heel erg te zijn als je tot de elite behoort. Ik hoorde Jan Roos (matrozenpetje) met groot dédain het woord ‘deskundige’ uitspreken. Als iets heel erg is, dan is het wel dat je deskundig bent. God, wat hou ik van deskundigen, wat hou ik van mensen die ergens verstand van hebben, ergens over nadenken en op basis van kennis met elkaar in redelijkheid discussiëren.

Ik denk dat ik ook tot die elite behoor want ik hecht waarde aan deskundigen, aan waarheid, ik ben bereid over veel zaken na te denken, op zaken te bestuderen, ik wil niet discrimineren, heb respect voor buitenlanders en vluchtelingen, ik heb de pest aan alles wat riekt naar nationalisme en bekrompenheid en stem links-liberaal. Ik begrijp steeds meer dat deze optelsom betekent dat je tot de elite behoort. Als dat zo is, ben ik er trots op om tot de elite te behoren.

In NRC stelt Rosanne Hertzberger voor om voortaan de hashtag #proudtebeelite te gebruiken. Goed idee. Alles beter dan de hashtag #bozewitteman.
Maar goed, ik ben er dus voor om binnenkort met alle witte mannen bij elkaar te komen en die boze witte mannen te laten weten dat ze de boel niet moeten verpesten en dat ze nooit meer het adjectief (moeilijk woord, ja, ik behoor tot de elite!) boos voor witte man mogen gebruiken. Dan zorgen ze er tenminste niet voor dat niet boze witte mannen zich schamen witte man te zijn. #Proudtobeelite.

Zwemdiploma A

Zaterdag 12 november, Lhee

 

Stel je het onvoorstelbare voor (contradictio in terminis) dat na jouw geboorte geen kinderen meer werden geboren. De tijd zou dan, vermoed ik, veel minder aanwezig zijn.
Als je gezond bent merk je aan je eigen lijf en denken nauwelijks dat de tijd verstrijkt. Ik geloof niet dat mijn denken sinds mijn jeugd erg is veranderd. Dat komt waarschijnlijk ook omdat de verandering in je eigen denken zo geleidelijk gaat dat je het niet merkt. En dat lijf, och, als alles het blijft doen, is het niet zo belangrijk

Ik ervaar de tijd het meest door mensen die na mij werden geboren. Nieuwe mensen vormen voor mij de meetlatten in de tijd. Ik was zeventien jaar toen ik Lies leerde kennen. Niet zo lang daarna werd het eerste nichtje van Lies geboren, Janneke. Met veel plezier zag ik haar opgroeien en voor het eerst kreeg ik door haar het besef hoe kort een jeugd eigenlijk duurt. In december wordt Janneke 44 jaar en is ze een vrouw met al wat ouder wordende kinderen.

Of neem Judith. In de periode dat Wyb en ik onze liefde naar buiten durfden te brengen werd Esther geboren. Ze was het eerste familielid van Wybs kant dat ik zag. Dit jaar werd Esther 16 jaar. Kinderen worden veel te snel oud. Op zich niet erg, maar daardoor ervaar ik mijn eigen leeftijd des te meer.

En dan heb ik het nog niet over mijn eigen kinderen. Voordat je het weet, ben je vader van jonge vrouwen. De herinnering aan mijn eerste blik op Anne kan ik me nog zo levendig voorstellen, voor mij is het gisteren gebeurd. In werkelijkheid is het 29 jaar geleden en leidt ze een geheel zelfstandig leven in Amsterdam.

Ik kom erop omdat ik vandaag naar Malu ben gaan kijken die opging voor haar zwemdiploma A. Malu, de dochter van mijn dochter, ik kan niet anders aan haar denken dat ze nog heel, heel erg jong is. Dat is ze ook. Maar toch al zes jaar. Ik zie haar vol zelfvertrouwen en zelfbewust langs het zwembad staan en alle opdrachten uitvoeren. Jammer dat je het zwemdiploma A niet cum laude kunt halen.
Zo ga je kijken naar het halen van het zwemdiploma A van je dochters. Zo sta je te kijken naar het halen van het zwemdiploma A van je kleindochter. De tijd maalt door.

Gisteren overleed Leonard Cohen. Al mijn hele leven luister ik naar zijn muziek, hij is onderdeel van het thuis dat ik op deze aarde heb gecreëerd. ‘Leonard Cohen werd 82 jaar,’ hoor ik de nieuwslezer zeggen. 82 jaar, een leeftijd waarvan ik al mijn hele leven van overtuigd ben dat ik die niet haal, dan heb ik nog maar 20 jaar te leven. ‘De tijd raakt steeds meer op,’ hoorde ik gisteren ook iemand zeggen. En zo is het.

Bubbel

Donderdag 10 november, Lhee

 

Stel dat mijn telefoonmaatschappij, in dit geval Vodafone, besluit dat bepaalde telefoontjes niet interessant voor me zijn en die gewoon niet doorverbindt. Ook bellers waarvan ze weten dat ik maar kort contact met ze heb, verbinden ze niet door. De wereld zou te klein zijn. Toch gebeurt het ons elke dag. Niet bij die telefoonmaatschappij, wel bij Facebook, waar inmiddels vrijwel iedereen gebruik van maakt.

Ik leef in mijn eigen Facebook bubbel. Facebook creëert voor mij een wereld waarvan ze denken dat ik die het prettigst vind. Het Amerikaanse bedrijf heeft daar baat bij omdat ik dan langer op Facebook blijf hangen en ze daardoor meer advertenties aan mij kwijt kunnen.

Het blijkt nu zelfs dat Facebook gebruikers in hetzelfde land in parallelle werelden kunnen leven. De een krijgt de meest vreselijke dingen over Hillary Clinton te lezen, de ander hoe geweldig ze wel niet is. Een substantieel deel van de mensen haalt zijn nieuwsvoorziening louter van Facebook. Dom natuurlijk, maar mensen zijn dom. Dat betekent niet dat je die domheid moet voeden, zeker niet als dat, zoals in de Verenigde Staten is gebeurd, het land totaal kan verdelen. Uiteraard is niet alleen Facebook schuldig aan die polarisatie, maar het bedrijf draagt er stevig toe bij.

Al surfende en likende zijn wij verworden tot big data en heeft Facebook aan onze naam algoritmes gehangen. Met die algoritmische reeksen houden ze ons gevangen in onze eigen bubbel. Laat me uw algoritme zien en ik zal zeggen wie u bent.

Sinds ik lid van Facebook ben, voer ik een gevechtje met Mark Zuckerberg. Dat gevechtje voer ik via de knop op Facebook links op de Facebook startpagina ‘Nieuwsoverzicht’. Er zijn twee standen mogelijk bij die knop, de lezer moet het maar eens proberen: ‘Topverslagen’ en ‘Meest recent’. Die verrekte Zuckerberg zet die knop steeds op ‘Topverslagen’. Dat doet hij omdat hij denkt dat ik mij dan het prettigst voel in mijn Facebook bubbel. Zelf zet ik hem elke keer als ik inlog op ‘Meest recent’, want dan krijg ik, hoop ik, de laatste post te zien van mijn Facebook vrienden.
Overigens, wat is een Facebook vriend? Ik vrees dat Facebook mijn vrienden in categorieën indeelt. De ene vriend verschijnt in ‘Topverslagen’, de andere niet. Omdat ik hem of haar minder heb geliked?

Ik denk dat Facebook te groot is om in handen van één persoon te laten. Natuurlijk heeft Mark Zuckerberg een fantastisch medium gebouwd, waarvan ook hij niet kon vermoeden dat het zo dominant zou worden. Ik zou het daarom niet gek vinden als we er gewoon een nutsvoorziening van maken en het in handen stellen van een overheid, of een groep van overheden, net zoals onze water-, gas- en elektriciteitsvoorziening, democratisch gecontroleerd.

Ja, ja, ik weet ook wel dat je overheden niet kunt vertrouwen. Voordat je het weet, gaan ze je ook manipuleren. Maar op die overheden hebben we indirect toch meer invloed dan die Mark Zuckerberg.

Mark, als je dit leest, laat mijn knop nou gewoon op ‘Meest recent’ staan, alsjeblieft, ik word er een beetje flauw van om jou steeds te moeten corrigeren.

De dood in de zon

Maandag 7 november, Lhee

 

Dood is wreed als dood. Hij laat je afscheid van mensen nemen waar je geen afscheid van wil nemen. Maar de dood is ook wreed omdat het mensen vervormd. Zo heb ik mijn moeder zien veranderen in een vrolijke, levenslustige, slimme vrouw in iemand die angstig en terneergeslagen was, iemand die niet meer wist hoe de telefoon werkte, iemand die niet eens wist waar ze was. In plaats van dat mijn moeder mijn moeder was, werd ik de vader van mijn moeder. Onze rollen draaiden zich om.
Pas nu, jaren na haar dood, komt het oude beeld van mijn moeder weer terug. Ik wilde helemaal niet de vader van mijn moeder zijn. Mijn hele leven was ik zoon geweest en dat wilde ik vooral zo houden.

Hetzelfde heb ik met Matthijs. Als ik nu aan Matthijs denk, zie ik hem op zijn ziekbed liggen. Ik ging regelmatig bij hem op bezoek en zag hem steeds magerder worden. Eerst ontving hij me nog in de woonkamer, later verhuisde hij naar de slaapkamer en lukte het hem steeds moeilijker om uit zijn bed te komen. Matthijs in bed, dat is het beeld dat de dood me heeft opgedrongen. Zo wil ik Matthijs helemaal niet zien, want jarenlang heb ik me Matthijs helemaal niet in een bed kunnen voorstellen.

Matthijs was altijd aan het werk, leefde van het ene in het andere project, regisseerde de ene na de ander voorstelling. Ik heb nooit iemand ontmoet die harder werkte dan Matthijs. Matthijs zat of in een repetitielokaal, of aan een vergadertafel, hield ergens een lezing of was op weg van de ene na de andere vergadering. De dood heeft dit beeld bezoedeld. Het zal wel weer een paar jaar duren voordat de echte Matthijs, bevrijd van de dood, in mijn hoofd weer terugkomt.

Soms zag ik er erg tegenop om bij Matthijs op bezoek te gaan. Ik wist dat hij er weer slechter uit zou zien, dat het weer slechter met hem ging. Als ik eenmaal bij hem op bezoek was, dan waren de gesprekken als vanouds: wikken en wegen over theater, over mensen waar hij zich verantwoordelijk voor voelde, het uitwisselen van ideeën. Dit alles tot aan mijn laatste bezoek toe.

Het was een komen en gaan aan zijn bed. Matthijs hield ervan om met mensen te praten, mensen te coachen, toneelvader te zijn, te filosoferen over ons bestaan, de politiek, de maatschappij. Iemand die hem ook soms bezocht was Marcel Osterop, een jonge theatermaker die aan Het Zuidelijk Toneel was verbonden.

Marcel heeft nu een band en heeft een nummer gemaakt naar aanleiding van zijn bezoeken aan Matthijs. Ik kreeg vandaag de volgende email van Marcel:

Hoi Gerard,
Dit is het nummer “De Dood in de Zon”. Ik schreef de tekst tijdens een Orde van de Dag in Utrecht, naar aanleiding van een van mijn laatste bezoeken aan Matthijs bij hem thuis in Zaltbommel. Ik mocht daar, samen met Bregtje, een paar keer op bezoek komen. Het was toen zomer, en hij lag boven in bed. Het waren mooie, positieve gesprekken, zoals iedereen die indertijd had die bij hem op bezoek ging. Hij was scherp en helder in zijn adviezen naar iedereen (dus ook naar mij) toe. Er was geen reden meer om je niet direct te vertellen hoe hij vond dat je het moest aanpakken. Dat maakte de ontmoetingen tot iets ontzettend wezenlijks.

Naast het absurde feit dat je met iemand praat die weet dat hij er over drie maanden niet meer is. Het positieve van de gesprekken, en de helderheid ervan, en tegelijkertijd het absurde van de situatie (wij stapten weer in onze auto, en reden de zomerse wereld in waarin het leven doorging, terwijl Matthijs daar boven in bed bleef liggen); daar schreef ik een liedtekst over.

Frank van Kasteren (Orde van de Dag) zette het op muziek.

Inmiddels hebben Frank en ik een band opgericht. “Altstad”, en hebben we een cd uitgebracht, “De Aap”. We hebben het nummer opgenomen met de band in de studio. Het is nummer 5 op de cd.

Groetjes van Marcel

nb. Frank van Kasteren componeert, is bandleider en gitarist en zingt tweede stem, ik schrijf en ben de zanger, Ralf Pouw is bassist en heeft de cd geproduceerd en gemixt, en zingt derde stem, Joost Wesseling doet de drums, Wilko Sterke de toetsen en saxofoon

Recht

Zondag 6 november, Lhee

 

Steeds vaker hoor je politici op rechters mopperen. Dat is een goed teken. Dat betekent dat rechters hun werk goed doen. Politici richten zich op de waan van de dag en waaien met elk populistisch windje mee dat langs komt. De rechter is er om kwesties in alle rust en wijsheid aan de wet te toetsen, te wikken en te wegen en vervolgens daarover een oordeel te vellen.

Hoe belangrijk die trias politica is, werd afgelopen week in Groot-Brittanië weer zichtbaar. Met grote tevredenheid nam ik kennis van het oordeel van de rechter dat de Engelse regering niet zonder raadpleging en goedkeuring van het parlement de Brexit kan regelen. Hij deed daarmee recht aan de parlementaire democratie.

Die van de potgerukte referenda zorgen ervoor dat er in feite twee politieke systemen naast elkaar bestaan. We hebben een parlementaire democratie en daarnaast vindt besluitvorming plaats via referenda. Dat die twee systemen met elkaar in botsing komen, bleek bij zowel het Brexit-referendum als het referendum over het akkoord met de Oekraïne. In beide gevallen heeft het parlement een andere mening dan de uitspraak van ‘het volk’. Niet gek, want een parlementariër hebben we gekozen om na te denken, de kiezer hoeft slechts te schreeuwen. Een Brexit was nooit door het Hoger- en Lagerhuis gekomen.

Hetzelfde geldt voor Nederland. Een ruime parlementaire meerderheid stemde voor het Europese akkoord met de Oekraïne. Door allerlei politieke fratsen is het nu mogelijk om over een bepaalde kwestie een raadgevend referendum te houden. Als iemand 300.000 handtekeningen weet te verzamelen, vindt zo’n referendum plaats.

Let op: raadgevend. Onze politici beloofden echter, standvastig als ze zijn, dat ze de uitslag van het referendum zouden volgen. Waarom? Bang om ondemocratisch gevonden te worden? Dat slechts iets meer dan 30% van het electoraat kwam opdagen, schijnt daarbij geen rol te spelen.
Het gevolg is dat door deze kronkel de parlementaire democratie buitenspel wordt gezet en dat onze premier via geitenpaadjes een uitweg uit de penibele situatie moet zien te vinden. Eigen schuld, dikke bult, want hij was een van de eerste die riep dat hij de uitslag van het referendum zou respecteren.

Met het besluit om de uitslag te volgen, is mijn stem -gegeven bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer- in feite weggegooid. Ik heb namelijk bewust op een pro-Europese partij gestemd om in dit soort kwesties het juiste standpunt in te nemen.

Het mooie is dat de rechter in Engeland nu dus heeft gezegd dat bij de besluitvorming rond de Brexit het parlement niet mag worden gepasseerd. Leve de rechter die daarmee de parlementaire democratie weer in ere herstelt en de status geeft die het verdient.

Ik heb geen idee of iemand in Nederland ooit een rechtsgang heeft overwogen als het om het Oekraïne akkoord gaat. Een gek met een matrozenpetje verzamelt 300.000 handtekeningen. Mensen met verstand bleven bij het referendum thuis. Ik ook. Ik laat me toch niet provoceren door een gek met een matrozenpetje die het referendum organiseerde om de bestaande politiek een beetje te jennen. Ik heb niet voor niets volksvertegenwoordigers gekozen.

Van de kleine minderheid die ging stemmen, liet een kleine meerderheid weten tegen het akkoord met de Oekraïne te zijn. Gevolg: parlementaire democratie buiten spel gezet. Nou ja, parlementaire democratie zet zichzelf buiten spel. Maar moeten wij, kiezers, dat pikken? Wat met al die mensen die bewust op een pro-Europese partij hebben gestemd, wat een meerderheid was? Ik hoop zo dat iemand in Nederland hetzelfde initiatief neemt als in Engeland en de regering dwingt te respecteren dat het standpunt van het parlement prevaleert boven de uitslag van een referendum.

Generatie

Vrijdag 4 november, Lhee

 

Och, mijn generatie. Als het om het digitale leven gaat, heb je er niks aan. Ze treuren volgens mij nog steeds om het verdwijnen van de bakelieten telefoon. Die draad aan het toestel, ze kunnen niet zonder.
Ze hebben geen idee wat voor een plezier ze missen. Als het over internet gaat, de social media, dan horen ze alleen de negatieve dingen. Een tablet durven ze niet aan te raken want dat vinden ze eng, stel dat er iets fout gaat, stel dat ze iets prijsgeven van hun persoonlijk leven. Alsof ze zo’n interessant leven hebben op de bank voor de televisie. Die generatie van mij is een ingezakt zootje, uitgeblust, afgeschreven. Maar dat afschrijven komt voornamelijk omdat ze zichzelf hebben laten wegzetten, wat heb je aan een generatie die huiverig en afkeer heeft van de meest simpele digitale technieken.

Ik vind het wel jammer want als ze een beetje flinker waren geweest, had ik meer plezier met ze kunnen hebben. Nu moet ik het voornamelijk van een jongere generatie hebben. Wat lastig is, want die jongere generatie heeft natuurlijk meteen door dat ik toch al een aardige ouwe lul ben. Wat weet ik nou van hiphop of rap? Niks. Party’s, lifestyle? Ik moet afhaken.

Neem de nieuwste ontdekking van me, Instagram. Een social network waarmee je foto’s kunt delen. Je hoeft niet lang te zoeken of je komt de meest interessante fotografen tegen. Met een druk op de knop ‘volg’ krijg je voortaan alle foto’s van ze binnen, plus de verhalen die erbij horen. Zo maken bijvoorbeeld de Magnum fotografen, het absolute topbureau als het om persfotografie gaat, volop gebruik van Instagram.

Het aardige van Instagram in vergelijking met Facebook is dat de wereld opeens veel groter wordt. Sinds drie weken ben ik actief op Instagram en post ik elke dag twee foto’s. Als ik ze op Facebook zou zetten, krijg ik likes van mijn Facebookvrienden. Nu krijg ik reacties uit de hele wereld.

Toen ik drie weken geleden begon had ik 17 volgers. Vandaag haalde ik mijn 75ste volger binnen. Helemaal niets, want sommigen hebben honderdduizenden volgers. Die volgers die ik heb komen uit Italië, Letland, Duitsland, Amerika, India, Engeland, Rusland en een Arabisch land. Dat zijn nog maar mijn volgers. Per foto krijg ik reacties uit de hele wereld. Wat een genot, wat een fantastisch podium heb ik er opeens bij.

Ik geloof niet dat er tussen mijn volgers generatiegenoten zitten. Die emailen en daar hebben ze hun handen al vol aan, heb ik iemand eens horen zeggen. Mijn generatiegenoten zitten weer de hele avond op de bank naar lineaire televisie te kijken. Niks mis mee, maar ze weten niet wat ze missen. ‘Ik kan het er allemaal niet bij hebben.’ Hoe vaak ik dat wel niet heb gehoord. Hou toch je mond, je hebt het niet eens geprobeerd. Je laat de wereld aan je voorbij gaan. Die babyboomers kwam het in eerste instantie allemaal aanwaaien. Nu zie je dat ze ergens een cruciale afslag hebben gemist. Jammer voor ze. Misschien is het wel het lot van alle generaties.

Adoptie

Donderdag 3 november, Lhee

 

Gisteren geen blog, vandaag, bijna, geen blog. Komt omdat ik een blog over adoptie wil schrijven. Maar laat ik eerlijk zijn, ik kom er niet uit. Ik wil het blog schrijven omdat de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) aan het kabinet heeft geadviseerd met adoptie te stoppen. Als adoptievader ga je dan meteen rechtop zitten. Wat is dat nou? Had ik Anne en Esmee niet moeten adopteren?

Ik wil een blog schrijven dat de kern over adoptie raakt, maar inmiddels vind ik het onderwerp te gecompliceerd om er een blog van vijfhonderd woorden over te schrijven. Vroeger had ik een vlammend betoog over adoptie kunnen schrijven, geloofde ik in de voordelen die het voor de adoptiefkinderen en de adoptie-ouders had. Tegenwoordig twijfel ik daar aan. Inmiddels is er grote ervaring met adoptie en die is vaak verre van positief.

Ik lees: ‘De RSJ constateert dat adoptie veel voordelen biedt voor het individuele kind, maar vindt dat aan het stelsel in zijn geheel te veel onoplosbare risico’s kleven.’ De RSJ merkt op dat de wens van westerse ouder om buitenlandse kinderen te adopteren en de financiële belangen die ermee zijn gemoeid een ‘vraaggestuurde markt’ is. Die markt handelt in kinderen zonder gezin, volgens een RSJ ‘een zeer kwetsbaar product’. Waarmee zelfs adoptie wordt geformuleerd in de taal van het HEAO-liberalisme. Maar ze constateren toch een kernprobleem. Adoptie kan ook mensenhandel zijn en dat moet koste wat kost bestreden en vermeden worden. Het is de vraag of dat mogelijk is. Controle over adoptie-organisaties in het buitenland is vrijwel onmogelijk.

Ik heb Esmee aan de lijn die ook over het advies heeft gehoord. Ze is heel boos. ‘Dus die mensen willen liever dat ik bedelend door de straten van Colombo had gezworven, ze vinden het beter dat ik niet zo’n leuk en goed leven in Nederland heb.’
Anne vindt adoptie even gecompliceerd als ik. Vooral omdat veel adoptiefkinderen, liefst 25% met professionele hulpverleners in aanraking komt. Mede door de vele adoptie vrienden van Anne ben ik gaan inzien dat heel veel kinderen problemen hebben. ‘Eigenlijk hebben alle adoptiekinderen wel een rugzakje,’ zegt Anne. Ze moet er trouwens niet aan denken dat ze in Sri Lanka was opgegroeid. Zowel Anne als Esmee hebben weinig met Sri Lanka, Anne meer dan Esmee.
Over het argument dat kinderen moeten opgroeien in hun eigen cultuur hebben ze een duidelijk standpunt: als je een dag (Esmee) of veertien dagen (Anne) bent en je gaat naar een ander land dan is dat andere land je eigen cultuur. De liefde voor een land, of liefde voor een cultuur, krijg je niet van nature mee, dat is iets wat groeit.

In een artikel dat er ook over gaat, lees ik dat het met 80 tot 90 procent van de geadopteerde kinderen op latere leeftijd uiteindelijk behoorlijk goed gaat. Dat is weer het goede nieuws. Waar ik me zeer grote zorgen over zou maken als ik weer voor de beslissing stond om te adopteren, is die verrekte verharde samenleving waar we nu in leven. Is het nog verantwoord om twee bruine kinderen naar dit land te halen?

Het wonderlijke is dat zowel Anne als Esmee zeggen dat ze van discriminatie niets merken. Ze zijn daar heel stellig in. ‘Hoe kan het dan dat andere gekleurde mensen daar wel over klagen?’ vraag ik aan ze. Beiden geven eigenlijk hetzelfde antwoord: ‘dat komt omdat wij zo Nederlands zijn. Onze vrienden zien ons helemaal niet als bruin, voor niemand waar we mee te maken hebben is het een issue. Dat andere bruine mensen dat misschien wel hebben, komt omdat ze een andere culturele achtergrond hebben.’

Ik heb geen eenduidig antwoord of ik opnieuw zou adopteren. Het geluk twee kinderen te hebben is ongekend groot. Ondanks dat het bij ons ook niet altijd van het leien dakje ging, hebben Anne en Esmee ons een groot geluk gebracht. Andersom geldt hetzelfde.

Maar los van onze eigen ervaringen zou ik echt niet weten of ik het weer zou doen. De adoptie-organisaties in het buitenland zijn anders geworden, veel commerciëler. In Sri Lanka was dat dertig jaar geleden tamelijk goed geregeld, was mijn indruk. Na vijf decennia ervaring met adoptie is duidelijk dat adoptie voor veel kinderen helemaal niet zo’n goede oplossing is. Ik denk dat Anne en Esmee daar een gunstige uitzondering op zijn. En dan dit land. Word ik ook niet vrolijk van. Al zeggen Anne en Esmee gelukkig dat ze er totaal geen last van hebben.

Zo kwam er uiteindelijk toch nog een blog, zij het tobbend en hakkelend.

Wekker

Woensdag 2 november, Lhee

 

Het fijnste uur van de dag is het uur voordat je opstaat. Tenminste, als je driekwartier voordat de wekker gaat wakker wordt, wat bij mij vaak het geval is.
Tegenwoordig heb ik de luxe dat ik de wekker om acht uur kan laten afgaan. Jarenlang was dat anders. Soms ging het ding al om kwart voor zes af en liep ik om half negen door Amsterdam.
Vanochtend werd ik weer om kwart over zeven wakker, geen idee waarom. Ik hoef mijn hand maar naar mijn telefoon te reiken die op het nachtkastje naast mijn bed ligt. Nou ja, nachtkastje. Het is een mand waarin mijn onderbroeken en T-shirts zitten. Op de kubus-achtige mand ligt mijn telefoon en een stevige zaklamp. Ik druk op de knop en zie dat het kwart over zeven is.

Heerlijk. Vooral omdat ik weet dat ik nog even kan slapen. Het duurt meestal niet lang of ik zit alweer in een andere wereld. Ik zeg ‘andere wereld’ omdat ik tegen de ochtend opeens bewuste dromen krijg. De hele nacht kan ik doorslapen zonder dat iets mijn geest beroerd. ’s Nachts ben ik mij van geen droom bewust. In het laatste uur van de nacht is dat anders. Ik beleef dan de spannendste avonturen.

Vaak wordt ik dan weer tegen half acht wakker. Onrustige slaap, denk je dan misschien. Zo ervaar ik dat niet. Het kwartiertje dat ik weer in een andere wereld ben geweest, heeft ontzettend lang geduurd. In mijn beleving was dat kwartiertje meer dan alle slaapuren daarvoor.

Het wonderlijke is dat ik van het resterende half uurtje opnieuw slapende kan genieten. Ik val vrijwel meteen weer in slaap. Opnieuw die dromen. Soms pak ik zelfs de droom op die ik in de slaap van kwart over zeven ben begonnen. Dromen als vervolgverhalen, het bestaat.

Die slaap duurt vaak tot een paar minuten voor acht. Ik kijk weer op de klok en tot mijn grote plezier zie ik dat ik nog acht of vier of drie minuten kan blijven liggen. Met naast mij het heerlijke warme lijf van Wyb (ik hoop niet dat De Censor weer eens toeslaat, als het om lijven gaat, is ze streng) geniet ik dat ik nog steeds niet op hoef te staan.

De tijd lijkt in dat laatste uur voordat ik op moet staan langzaam te verlopen. Ook die laatste minuten duren veel langer dan minuten normaal gesproken duren. Als de wekker dan uiteindelijk gaat, moet ik toegeven dat ik, vroeger niet, tegenwoordig wel, onaangenaam verrast kan zijn. Waarom laat dat apparaat me gewoon nog niet even genieten?

Een paar jaar geleden had ik al naast mijn bed gestaan en was ik kwiek naar beneden gelopen voor het scheren en de douche. Tegenwoordig, ik voel me er schuldig over, smokkel ik wel eens een paar minuutjes. Nog even, heel even blijven liggen. Genieten van het bed. Ik smokkel twee, drie minuten, dan overheerst mijn calvinistische ik en sta ik naast het bed. Beneden wacht Gijs al voor de achterdeur, eerst blij om mij te zien, dan blij omdat hij na een lange nacht naar buiten kan.

Alle rechten voorbehouden © Gerard Tonen 2015