Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

2015, juni

Hitteplan

Dinsdag 30 juni 2015, Lhee

 

Zucht. Het wordt warm. Er zal sprake zijn van een hittegolf. Mij hoor je nooit zeuren over het weer. Regen, sneeuw, storm, bewolkt weer, het maakt mij niet uit. Alleen hitte, daar heb ik een hekel aan.

Alhoewel. Wat is hitte? De lezer die wel eens in Rajasthan in India is geweest, weet werkelijk wat hitte is. Ooit verleidde Wyb Esmee en mij mee naar Rajasthan te gaan. Volgens haar was het daar bloedheet maar niet in de zomer want dan was er gelukkig een moesson. Maar wat bleek? Er was al vier jaar geen moesson geweest. Het land was verbrand en wij verbrandden mee. Als je met een tuktuk door de woestijn reed, vormde het zand één grote straalkachel. Niet om uit te houden.

De zon is daar de vijand van de mens. Het menselijk lichaam is niet gemaakt voor zulke hitte. Het ging fout toen Esmee en ik een bord spaghetti namen. Evenals het lichaam kan ook spaghetti niet tegen hitte. Vooral niet als het te lang in die hitte staat.
De drie dagen daarna lagen Esmee en ik volkomen uitgeteld op bed. Alles wat in ons lichaam zat, inclusief organen, zocht een uitgang. Het spoot uit al onze lichaamsgaten. Het is dat Wyb ons in leven hield, anders hadden Esmee en ik daar in die hotelkamer in de oude stad van Jaipur het leven gelaten.

Maar ook Wyb bleef het ongeluk niet bespaard. Toen wij eindelijk beter waren, zochten we de verkoeling van een zwembad. Aangekomen in het zwembad zaten dertig Indiase mannen sprakeloos te kijken naar Esmee en Wyb, wat ik me goed kan voorstellen.
Het staren was zo indringend dat Esmee en Wyb niet hun bikini durfden aan te trekken. Het staren ging maar door. Uiteindelijk trokken zij de stoute schoenen aan en gingen zij zich omkleden. In volle schoonheid kwamen zij uit hun kleedhokjes. Het staren werd nu zo intens dat de ogen van de mannen er bijna uitvielen.

En nu snel het water in, dachten beide dames. Esmee dook sierlijk het water in. Wyb rende haar achterna. Maar net iets te hard. Ze gleed uit en haar duik eindigde niet in het water maar op de harde grond. Nog nooit hadden dertig Indiase mannen zoveel lol.

Een lang verhaal om uiteindelijk bij mijn punt te komen. Vanochtend, bij het lezen van de krant, moest ik eerst hard lachen om daarna chagrijnig te worden. In de krant las ik dat dit land een Nationaal Hitteplan kent. Nadat we dus een protocol voor aangespoelde walvissen hebben geschreven, zijn we een Nationaal Hitteplan gaan schrijven.

Opnieuw het bewijs dat we een sneu land zijn, dat we bezig zijn hoogopgeleide mensen aan het werk te houden met zinloos werk. De ambtenarij creëert zijn eigen uitwassen. Wat moet je als ambtenaar in godsnaam doen als alles al tien keer is gedaan en Nederland al volkomen gaaf en afgerond is? Ja, dan schrijf je een Nationaal Hitteplan. Waarvoor? Nou, zeker vier dagen per jaar is de temperatuur boven de 30 graden. Levensgevaarlijke situatie. Zo’n situatie schreeuwt om een Nationaal Hitteplan.

De ambtenaren die zich over deze eervolle taak hebben gebogen, zijn met fantastisch originele aanbevelingen gekomen. Dossiermoddergat is nooit beroerd om die aanbevelingen aan zijn lezers door te geven. Zeker nu een hittegolf voor de deur staat.

De redactie van Dossiermoddergat vraagt u indringend onderstaande aanbevelingen uit het Nationaal Hitteplan op te volgen.
– veel water drinken
– vooral de schaduw opzoeken
– tussen 12 en 16 uur niet lichamelijk actief zijn in de zon
– goed het huis ventileren

Wat zouden wij in godsnaam moeten zonder onze zorgzame overheid?

De Dom

Zondag 28 juni 2015, Lhee

 

In de OBA, de Openbare Bibliotheek Amsterdam, waar ik momenteel ook werk, zit ik op de achtste verdieping. Het is een verdieping die volgens de lift niet bestaat. De lift gaat tot de zevende. Wie naar de achtste wil, heeft een speciale sleutel nodig. Sinds een paar maanden ben ik in het bezit van die sleutel.

Veel liftgebruikers kijken enigszins argwanend als ik de sleutel gebruik.
‘Waarom doet u dat?’ vroegen al diverse mensen.
‘Kent u het verhaal van Abeltje, dat verhaal van Annie M.G. Schmidt?’
De meesten kennen het.
‘Abeltje vloog met zijn lift het gebouw uit. Dat gaat nu ook gebeuren.’

De meeste liftgebruikers vragen niets en zijn hogelijk verbaasd als ze naar de zevende verdieping met me nog een verdieping hoger gaan. ‘Directiekantoor en theatertechniek,’ zegt de lift voordat hij opengaat.
Er is trouwens ook nog een negende verdieping, maar daarvoor moet je een andere lift gebruiken. Hoe hoger je komt, hoe mooier het uitzicht. In totaal komen er 1,7 miljoenen mensen, alleen al in de Centrale Bibliotheek. Een deel van die mensen komt voor het uitzicht. Ze reizen naar de zevende waar een restaurant van La Place is gevestigd en van daar ligt Amsterdam aan je voeten.

Het is een fantastisch gezicht. Ik kan getuigen dat Schiphol een druk vliegveld is. Wanneer ik ook naar buiten kijkt, altijd zie ik wel een vliegtuig dat aan het dalen is. Langzaam zakt het naar beneden totdat het achter de flats in de verte is verdwenen.

‘Ik weet zeker dat ik de Dom van Utrecht zie,’ zegt Martin opeens tijdens een vergadering die op zijn kamer plaatsvindt.
‘Dat kan niet. Hoe ver ligt Utrecht hier hemelsbreed vandaan?’
‘Vijfendertig kilometer, denk ik.’
‘Waar zie je hem dan?’
‘Zie je daar het Ajax Station?’
Dat is niet te missen.
‘Als je van daaruit naar links kijkt, tussen die twee flats in, zie je de Dom liggen.’
We kijken met een aantal mensen, maar kunnen geen Dom onderscheiden.
‘Ik ben gek op Utrecht, het geeft een goed gevoel dat ik van hieruit de Dom kan zien.’
Ik kijk nog eens, maar met de beste wil van de wereld zie ik de Dom niet.

‘Weet je, ik neem mijn vogelkijker wel mee,’ beloofde ik hem, ‘dan weten we het zeker.’
Het is wel een gedoe om met een vogelkijker in een trein opstap te gaan. Vrijdag was het zover. Zorgvuldig leg ik het kostbare ding op treinbanken neer en let goed op of niet een of andere lomperik er tegenaan stoot.
’s Ochtends is Martin er niet. Hij heeft een afspraak buiten de deur. Maar ik stel vast de kijker op. Ik probeer de Dom te vinden, maar zie niets. De dag is ook veel te heiig. Ik kan niet eens over de Amsterdamse gemeentegrens kijken. Ik zie wel dat mijn telescoop een prima hulpmiddel voor een voyeur is. Geen slaapkamerraam is veilig voor mijn kijker. Op ver afgelopen flats zie ik mannen aan het werk.

Op het eind van de middag heb ik een afspraak met Martin. De zon heeft ervoor gezorgd dat het inmiddels een heldere dag is met prima zicht. Martin kijkt, tuurt, en dan volgt een juichkreet.
‘Kijk, daar staat hij. Kijk zelf maar.’
De kijker is gericht en het is overduidelijk. Midden in beeld staat, onmiskenbaar, de Dom van Utrecht. Hoever kun je met zo’n kijker eigenlijk kijken?

Wie goed kan kijken, heeft altijd iets om over te schrijven, heeft Flaubert geschreven. Zo’n kijker is een prima hulpmiddel om nog beter kunnen kijken.

Railtender

Zaterdag 27 juni 2015, Lhee

 

Ik ga treinen in en uit. Dat doe ik zo vaak dat ik niet eens meer merk dat ik het doe. Het is als fietsen of schakelen in een auto. Je doet het zonder nadenken.
Ik merk ook dat de treinreizen steeds korter duren. Dat komt omdat ik in feite niet aan het reizen ben. Ik zit, meer niet. Of ik nou thuis op de bank of in een trein een krant lees, het maakt niet uit als je je in jezelf opsluit.

Er zijn twee zaken die me uit dit automatisme halen. Op de eerste en veruit de irritantste plaats is dat bij vertragingen. Een trein die niet op tijd rijdt, kan me zomaar een uur meer reistijd bezorgen. Maar daar wil ik het vandaag niet over hebben, daar mopper ik al genoeg over.

De tweede doorbreking van het automatisme is een buitengewoon prettige. Het is het omroepen van de railtenders, de jongens en meisjes die met koffie en Luikse wafels langskomen. Iedere railtender laat sowieso met een vrolijke boodschap weten dat hij in de trein aanwezig is. Daarnaast is de railtender de enige in de trein die wel eens een grap maakt. Om een paar voorbeelden te geven:

‘In deze trein is railtender service aanwezig. Vandaag is er in de aanbieding: koffie met een Luikse wafel voor f5,25. (Pauze) Trouwens, ik heb nog maar één Luikse wafel.’

Omroep van een railtender: ‘Dit is uw steward. Welkom aan boord van dit toestel.’

Railtender om 08.05 uur ’s morgens: ‘Dames en Heren, als ik zo bij u langs kom kunt u terecht voor koffie, thee, gekoelde frisdranken, diverse alcoholische dranken, …”
Tja, je moet er rond deze tijd maar trek in hebben!’

De railtender over de intercom: ‘Dames en heren, de koffie is op!’

‘Dames en Heren, welkom in deze volle intercity naar Amsterdam. Aan boord van deze trein is een railtender aanwezig die bij u langskomt. Wilt u daarom zo vriendelijk zijn om koffers, tassen en rondslingerende ledematen uit het gangpad te verwijderen?’
(klik) Een andere stem: “Frans, hier is de hoofdconducteur. Vanwege de drukte lijkt het me nuttiger als je op je plaats blijf. Je komt er toch niet door.’

Bij zulke boodschappen kijkt de treinreiziger altijd vrolijk op en wordt er hardop gelachen. Zulke boodschappen vormen een welkome afwisseling binnen de troosteloze en incompetente bedrijfscultuur van de NS.

Maar nu mijn schrik. Gisteren vroeg ik aan de railtender of ze ook voor het omroepen speciale instructies krijgen. ‘Wordt aan jullie gevraagd om dat zo vrolijk mogelijk te doen?’ wilde ik graag weten.
De jongen haalde een briefje uit zijn zak. ‘Kijk, dit is ons hulpmiddel. Verder doen we het gewoon zelf. Maar vanaf volgende week mogen we het niet meer doen. De NS heeft bepaald dat één iemand op de trein nog mag omroepen. Wij mogen dat niet meer.’

Ik laat de railtender weten dat ik zeker een boze brief naar de NS-directie zal sturen. Niet dat ze er iets meedoen, de NS-directie heeft nog nooit iets gedaan met wensen van zijn reizigers, maar ik zal ze zeker laten weten dat ik het met hun beslissing niet eens ben. Ik vertel de railtender dat ik een groot fan ben van hun aanwezigheid en de manier waarop ze omroepen. Met deze mededeling maak ik de railtender zichtbaar gelukkig.

We stoppen ons gesprek als we aankomen in Zwolle omdat ik moet overstappen. De railtender stapt ook uit. Hij neemt de trein naar Utrecht. En als ik naar mijn volgende trein ren -natuurlijk kwam mijn trein in Zwolle weer te laat aan-, wordt ik nog bozer op de NS-directie. Dus nooit meer vrolijke mededelingen in trein. De NS-directie weet werkelijk alles wat kwaliteit heeft kapot te maken.

Stem

Dinsdag 23 juni 2015, Zandvoort

 

Tsja, we stemmen. Eens in de zoveel jaar mogen we meedoen met de democratie. Eigenlijk is het niet meer dan het verzamelen van data. Die data gooi je op een hoop en daar komt dan een winnaar uit. Democratie is een heilig goed, zegt men. Velen gaven er hun leven voor.

Anderen laat het totaal onverschillig. Ik heb een paar vrienden die volop meedraaien in het maatschappelijk leven, zelfs overheidsfuncties bekleden. Maar stemmen? Ho maar. Ze hebben er geen enkele fiducie in.
Kan ik me ook wel voorstellen. Je zult maar op de PvdA hebben gestemd. Keer op keer krijg je het tegendeel van waar je eigenlijk op hebt gestemd. Je zou de PvdA daarmee de sloper van de democratie kunnen noemen. Die Samsom verspreidt als het ware cynisme.

Neem vandaag. Op het journaal wordt de voormalig actievoerder geïnterviewd over het terugdraaien van de gaswinning in Groningen. Zo droeg hij een T-shirt met allerlei actiekreten erop, zo droeg hij een stropdas. Niemand ontsnapt aan de spindoctor, zelfs Hans Spekman ziet er tegenwoordig toonbaarder uit. Jammer eigenlijk. Dat was toch een curiositeit.
Samsom: ‘We moeten dus misschien wel meer gas van andere landen betrekken.’
Interviewer: ‘Van Rusland dus. We moeten ons dus afhankelijker van Rusland maken?’
Samsom hoeft niet na te denken. Deze vraag is met de spindoctors doorgesproken. Hij lag zo voor de hand.
In een split second zegt hij: ‘Van andere landen betrekken dus.’
Zo. De angel is weer uit het onderwerp gehaald. Want natuurlijk maken we ons afhankelijker van Rusland. Er wordt nu gewerkt aan een grote pijpleiding door de Oostzee. Dan hoeft die pijpleiding niet door de Oekraïne. De Oostzee levert veel minder gedonder op dan dat opstandige buurland.

Maar gisteren had ik voor het eerst in zestig jaar het gevoel dat mijn stem er toch toe heeft gedaan. Bij de provinciale verkiezingen besloot ik voor het eerst in mijn leven Groen Links te stemmen. Doorslaggevende reden was dat geen enkele grote partij de banken heeft aangepakt. De keer daarvoor stemde ik, net als de keren daarvoor, op D’66. Maar die Pechtold doet net iets te enthousiast mee met de neo-liberale politiek van dit kabinet. Ook met zijn zelfgenoegzaamheid gaat de man net iets te veel over de schreef. Vandaar mijn stem op Groen Links.

En niet voor niks blijkt. De huidige coalitie, maar ook de drie gedogers, D’66, ChristenUnie en SGP, hebben geen meerderheid meer in de Eerste Kamer (oeps, foutje van Wouter Bos. Ff niet aan gedacht dat je in de Eerste Kamer ook een meerderheid moet hebben). Voor veel is men nu dus afhankelijk van Groen Links en daar had ik natuurlijk niet voor niets op gestemd. Ontpopt Jesse Klaver zich tot een tweede Samsom?

Groen Links wordt uitgenodigd om mee te praten over de belastinghervormingen. Onderdeel van die hervormingen is het onzalige plan om de BTW te verhogen. Weg theaters. Weg circussen, weg kermissen, weg kleermaker en fietsenmaker. Zo’n aderlating zullen ze niet overleven. Voor de coalitie en zijn gedogers was dat geen probleem. Pechtold zou weer trots als een pauw voor de microfoons verklaren dat zonder hem deze belastinghervorming er nooit was doorgekomen.

Maar gelukkig doet Jesse Klaver precies waarom ik op hem heb gestemd. Hij zegt: ‘Verhoging van de btw is een botte maatregel met veel ongewenste effecten. Die maakt het openbaar vervoer, medicijnen, cultuur en arbeidsintensieve diensten zoals kleermaker, fietsenmaker en schoenmaker veel duurder.’ Weg plan van de bloedbroeders Rutte en Samsom om de btw te verhogen.

Groen Links is niet buitenissig gegroeid, maar genoeg dus om die onzalige btw-plannen van tafel te krijgen. Voor het eerst in mijn leven dus dat gevoel dat mijn stem ertoe heeft gedaan.

Volgende keer maar weer Groen Links stemmen. Want daarnaast, zo verklaart Klaver, wil hij een miljard extra belastinginkomsten verwerven door belastingontwijking door bedrijven aan te pakken en directeuren-grootaandeelhouders eerlijker, dus meer, te belasten.
Hè, hè, eindelijk een politicus die mij niet dwingt om cynisch te worden.

PvdA

Zondag 21 juni 2015, Lhee

 

Ja, eens was ik lid van de PvdA. Misschien daarom dat ik me nog druk over die partij kan maken. Het is als de katholiek die al lang geen katholiek meer is maar zich nog wel drukmaakt over de katholieke kerk. Zo’n PvdA hoort bij je verleden en het is altijd moeilijk afscheid nemen van het verleden.

Alhoewel. Het gaat me steeds makkelijker af. Gewoon de krant lezen en het gebeurt vanzelf. Tussen oude liefde en afkeer loopt een dunne scheidslijn. Leo stuurt me vandaag onderstaand PvdA-affiche toe. Dat doet hij niet zomaar. Hij weet van mijn oude liefde en mijn ambivalente verhouding daartoe. Het PvdA-affiche stamt uit het verleden. Maar als we kijken naar het hoofd dat er op staat, dan weten we dat het geen oud verleden is. Het is recent verleden. 2012. Met dit affiche ging de PvdA de vorige verkiezingen in.

Dan kijken we naar de boodschap: ‘Geen hogere BTW’. Duidelijk. En logisch. Goede boodschap. Voor veel mensen waarschijnlijk een reden om PvdA te stemmen.
Als we deze week de krant lezen, komen we te weten dat BTW-verhoging onderdeel is van de nieuwe belastingplannen van de regering. Wie zit er in de regering? Retorische vraag. Hoe zou het toch komen dat de Nederlandse kiezer geen enkel vertrouwen meer heeft in politici? Retorische vraag. Hoe komt het toch dat van de PvdA electoraal niets meer over is? Retorische vraag.

En daar bleef het deze week niet bij. Er komt een nieuwe wet op de natuurbescherming. Onderdeel daarvan: er komt geen verbod op de plezierjacht. Sterker: er komen minder regels voor jagers. Voor veel kiezers was het vermoedelijk een geruststelling dat de PvdA in zijn verkiezingsprogramma had staan dat de plezierjacht verboden moest worden.

Nog zo eentje? Ooit riep een van de voormannen van sociaal-democratie de republiek uit. Sociaal-democratie en koningshuis, dat waren twee begrippen die je niet echt met elkaar verbond. Al moet gezegd dat menig Nederlandse premier van PvdA-huize de Oranjes heeft gered. Maar toch. De ideeën van Troelstra en het koningshuis, het behoort tot de rijke geschiedenis van de Nederlandse sociaal-democratie.

Wie afgelopen week de krant las, heeft deze twee berichten kunnen lezen:
‘Minister-president Rutte heeft excuus aangeboden voor zijn ‘te stellige’ bewering dat de verbouwing van paleis Huis ten Bosch 35 miljoen euro kost. Niet alleen is dat bedrag inmiddels opgelopen tot 41,5 miljoen, ook komt daar nog 17,5 miljoen bij. Niet alleen de woonvleugel en technische installaties moeten worden vernieuwd, ook het middendeel met representatieve ruimten en de Haagse vleugel. Daardoor bedragen de totale verbouwingskosten 59 miljoen euro.’

Het andere bericht luidde: ‘Op verzoek van de Kamer heeft het kabinet ook laten uitzoeken of het haalbaar is dat koning Willem-Alexander, koningin Màxima en prinses Beatrix belasting gaan betalen. ‘De kortste samenvatting is: dat wordt te ingewikkeld’, zei Rutte over zo’n ‘brutering’.

Beide regeringsfeiten komen tot stand met de PvdA in de regering. De PvdA behoort tot mijn verleden en voor een verleden houd je altijd een zwak, zeggen ze. Maar met mijn verhuizing twee maanden geleden heb ik gemerkt dat je echt oud verleden soms gewoon in de vuilniscontainer moet storten.

Beleidsnota’s

Vrijdag 19 juni 2015, Lhee

 

‘Hé, Blogger, gaat niet echt lekker, hè? Het tempo is eruit. Er wordt opmerkelijk weinig geblogd? Beetje uit vorm?’ Ik denk niet dat het klopt. Ik geef wel toe dat Dossiermoddergat momenteel een beetje het kind van de rekening is. Maar niet omdat ik uit vorm ben.

Eerlijk gezegd heb ik me de afgelopen dagen een ons geschreven (zeer ouderwetse uitdrukking). Dat is ook de reden waarom Het Dossier de dupe is. Als ik van Lhee naar Amsterdam en terug heb gereisd en tot ’s avonds laat heb zitten schrijven, ontbreekt me de kracht om tegen 00.00 uur nog achter de laptop te kruipen en er een blog uit te persen.

Ik schrijf namelijk aan waar ik een groot deel van mijn leven heb vergooid: notities, nota’s, beleidsstukken. Toen Wolter ooit wegging bij De Harmonie gaven we hem het verzameld werk van al zijn beroepsmatige schrijfsels. Het waren, als ik het me goed herinner, drie kloeke delen.

Ik hoop niet dat iemand voor mij hetzelfde verzint, maar mocht dat gebeuren, dan zal zichtbaar worden dat ik in mijn leven wel een Winkler Prins Encyclopedie aan beroepsmatige woorden heb geproduceerd.
Ik heb geen al te hoge pet op van beleidsnota’s. Met het schrijven ervan wordt wat leven verkwist. Meestal zou je de opgeschreven woorden beter meteen kunnen verkreukelen en in de prullenmand gooien. Er liggen wat woorden te rotten in bureauladen van de bureaucraten. Wie in Nederland de lucht opsnuift, ruikt die putlucht uit de laden komen.

Nou moeten we niet alle beleidsnota’s over een kam scheren. Er zijn er die nut hebben, die doel treffen. Ik denk dat ik in mijn hele leven er drie of vier van dat soort heb geschreven. Ik hoop dat ik afgelopen week met zo’n schrijfsel bezig ben geweest. Maar dat weet je nooit. Zo’n beleidsnota is altijd afhankelijk van of hij wel of niet op het goede moment wordt geschreven.

En dan is vandaag ook nog ons familieweekend begonnen. De familie Marrenga, dus de familie van Wybrich van moederskant, is deze dagen in Dwingeloo bijeen. Het gebeurt niet vaak dat zoveel familie binnen een straal van een kilometer van ons huis is verenigd. Beleidsnota’s en familiebezoek hebben één ding gemeen: ze zijn niet bepaald een stimulans om ’s avonds nog eens lekker te gaan bloggen.

Belangrijke dag morgen voor me. Dan moet ik mijn titel als jeu de boules familiekampioen verdedigen. Dus vroeg naar bed om fris te zijn.

Stankaanvallen

Dinsdag 16 juni 2015, Lhee

 

Als ik overstap in Lelystad moet ik naar de wc. De wc ziet er uit zoals de gemiddelde trein-wc: toiletpapier op de grond, badend in de pis, stinkende pot, al dagen niet schoongemaakt. Op de muur lees ik het woordje kunst. Maar dat slechts bij de eerste oogopslag. In feite staat er: kut ns. Zelfde letters, totaal andere betekenis.

Kut ns. Dat kan ik beamen. ‘Waarom zit je die NS toch zo vaak af te zeiken,’ vroeg laatst iemand aan me. ‘Ik heb nooit problemen met de trein.’ Ik weet niet op welk traject die iemand rijdt. Vorige week ben ik drie keer met de trein op en neer geweest en geen trein reed op tijd.
Er lagen geen bladeren op de rails, het vroor niet, de zon scheen, maar het lukt de NS niet om op tijd te rijden. De directie houdt zich in Limburg bezig met het bespioneren van mogelijke concurrentie. Gelukkig moest de president-directeur hier voor aftreden. Beetje verkeerde focus, meneer Timo Huges. Het wordt tijd dat een president-directeur zich bezig gaat houden met het op tijd laten rijden van treinen. Vorige week miste ik twee keer een overstap waardoor ik veel te laat aankwam. Ik begrijp best waarom mensen kut ns op de wand schrijven.

De NS mag dan niet jofel zijn, ik kwam er vandaag achter dat voor de passagiers hetzelfde geldt. Lang geleden schreef ik een verhaal over een man die zich elke vrijdagavond volstopte met Franse uiensoep en spruitjes. De volgende dag ging hij naar drukke winkels en had dan het satanische genoegen om ongelooflijk vieze stinkscheten te laten. Het winkelend publiek week dan in walging uiteen en verliet geïrriteerd het plaats delict.

Vandaag ben ik slachtoffer van zo’n iemand. Ik zit naast een dikke meneer die op een Samsung tablet een film bekijkt. Tegenover mij zit een andere man op een e-reader een boek te lezen. De hoes van de e-reader hangt er in rafels bij. Aan de andere kant van het gangpad zit een meneer wat voor zich uit te staren. Tegenover hem zit een net meisje met een enorme koptelefoon op. Het is weer eens overvol in de trein.

Als we een kwartiertje zo bij elkaar zitten, dringt de stank mijn neus binnen. Iemand van ons heeft een enorme geniepige scheet gelaten. De lucht hangt zwaar in de coupé. Het lijkt alsof ik de enige ben die het ruikt. De man met de e-reader leest gewoon door. De meneer aan de andere kant van het gangpad blijft voor zich uitstaren en het meisje met de enorme koptelefoon is volgens mij sowieso in een andere wereld. Alleen de man met de Samsung tablet gaat enigszins verzitten.

Slechts heel langzaam trekt de stank weg. Het is wat om in de scheetlucht van een vreemde te moeten zitten. De dader weet echter van geen ophouden. Na de eerste stankgolf volgt er een tweede en ook nog een derde en vierde. Hier is iemand ongeneerd bezig ons te vergassen of in ieder geval te tarten. Zal ik opstaan en vragen wie deze wreedheid begaat? Zo jammer dat ik een nette opvoeding heb gehad. Evenals de anderen blijf ik onverstoord op mijn iPhone de krant lezen. Uiteindelijk onderga ik, evenals de anderen, gelaten de stankaanvallen. We zijn een keurig volkje.

P

Zondag 14 juni 2015, Lhee

 

Gistermiddag overleed Drs. P. Ik heb hem één keer een brief geschreven. Ik las namelijk het volgende gedicht van hem.

 

Theater

Men leeft maar eenmaal, zegt een theorie
Die naar de hoogste graad van juistheid streeft
Maar die in het theater blijkt te falen –
Een wereld waar men duizend malen leeft

Er zijn geen grenzen aan de fantasie
Zodra men dat gordijn geopend heeft
En wij in deze wereld rond gaan dwalen
Een wereld waar men duizend malen leeft

Het is een soort vibratie-energie
Die in ons doordringt en die ons omgeeft
In dramakelders, tenten, schouwburgzalen…
Een wereld waar men duizend malen leeft

’t Is tastbaar echt, en bovendien magie
Het is –ik kan dit niet genoeg herhalen-
Een wereld waar men duizend malen leeft

H.H. Polzer

 

Vooral de zin: ‘Een wereld waar men duizend malen leeft.’, vond ik prachtig en in de brief vroeg ik hem of ik de zin mocht gebruiken voor de huisstijl voor het nieuwe theater in Leeuwarden. Ergens in de archieven van De Harmonie moet nog zijn brief liggen waarin hij daarvoor toestemming gaf. Vanaf de opening van het nieuwe theater prijkte de zin onder elke brief. Jammer dat mijn opvolger de zin, met de huisstijl, meteen overboord gooide.

In dit blog wil ik Drs. P vooral herdenken met een gedicht dat hij zelf schreef. Meer dan ooit is het vandaag, de dag na zijn dood, van toepassing.

 

Troostvogel

Wanneer je soms iets naars beleeft
Je niet mag uitgaan door de regen
Of slaande ruzie hebt gekregen
Met iemand waar je veel om geeft

Als speelgoed door een mankement
Niet meer zo leuk is als tevoren
Je kwartje ergens is verloren
Kortom, als je verdrietig bent

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort het, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

Zolang er kinderen bestaan
Is hij ze altijd komen troosten
In Doesburg of in ’t Verre Oosten
Of waar hij ook naar toe moest gaan

De vogel is in al die tijd
Nog nooit beschreven of geschilderd
Is hij beeldschoon of erg verwilderd?
Daarover heerst onzekerheid

In elk geval, hij meent het goed
Hoewel door alles wat hij doet
Je kans hebt dat je noodgedwongen
Een tijdje op hem wachten moet

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort hem, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

Aldus getekend: Drs. P. Pseudoniem voor H.H. Polzer. Hij werd 95 jaar.

Drs P, Veerpont

Bos

Zaterdag 13 juni 2015, Lhee

 

Even iets heel anders. Wouter Bos.
In de Volkskrant lees ik een interview met de econoom Sweder van Wijnbergen. Hij krijgt de vraag voorgelegd of het herstel van de economie aan dit kabinet is te danken. Hij antwoordt daarop: ‘Je zou kunnen zeggen dat het kabinet de zaak niet van de rails heeft laten lopen. We zijn geen Griekenland geworden. Dijsselbloem en eigenlijk ook al zijn voorganger De Jager hebben budgettair weer orde op zaken gesteld, nadat Wouter Bos een megatekort op de begroting van 6 procent van het bbp had achtergelaten.’
Bos? 6 procent? Ik denk dat ik die Bos steeds beter door krijg.

Met het imago van Bos heeft het altijd wel goed gezeten. Hij heeft een innemende glimlach en zijn lekkere kontje is vele malen geroemd. Het is zo’n man die weinig fout kan doen, lijkt het. Maar een begrotingstekort van 6 procent achterlaten? Dat is niet fijn.

Ik schrijf erover omdat ik die Bos steeds meer begin te wantrouwen. We zijn nu al een paar jaar aan het etteren in Nederland over het feit dat het kabinet geen meerderheid in de Eerste Kamer heeft. Dat heeft wat ellende en tijdverlies betekent. Ik heb nooit begrepen dat de formateurs, waaronder Wouter Bos, zich niet hebben gerealiseerd dat dit een groot probleem zou worden. Zelfs ik, ver weg van het Haagse, realiseerde me meteen dat dit hommeles zou betekenen.

Nog zo’n fout tijden de kabinetsformatie. Het was het idee van Bos om in het regeerakkoord nou eens niet te werken met het sluiten van compromissen, zo kenmerkend voor Nederland. Hij bedacht dat zowel de VVD als de PvdA hun volledige verkiezingspunten moesten kunnen binnenhalen. Dit leidde er onder andere toe dat dit kabinet een onvervalst VVD stempel kreeg. Keer op keer moest de PvdA standpunten verdedigen die haaks op het partijprogramma en sociaal-democratisch denken staan. Het gevolg is dat de Partij van de Arbeid dramatisch is uitgedund, in feite een nietig politiek partijtje is geworden. Van zo’n voorman moet je het maar hebben.

Wat Wouter Bos betreft gingen mijn ogen open toen hij voor het eerst over de hypotheekaftrek begon, midden in de verkiezingsstrijd. Ik wist niet wat ik hoorde. Zonder een alternatief te geven, begon hij de hypotheekaftrek ter discussie te stellen. Ik ben er van overtuigd dat deze discussie het land een paar jaar economisch gezien invalide heeft gemaakt. Hij injecteerde daarmee een onzekerheid die jarenlang verlammend heeft gewerkt. Het was de eerste dreun voor de PvdA, zeker omdat hij niet met een concrete oplossing kwam.

Het is met Wouter Bos als met Tony Blair. Het zijn slimme, neo-liberale jongens zonder gevoel voor sociaal-democratie. Mede, of waarschijnlijk juist door Bos, gingen we marktje spelen. Met allerlei privatiseringen deed de PvdA net alsof de NS een marktpartij is, dat de gezondheidszorg een markt is. Samen met de VVD heeft de PvdA allerlei wezenlijke overheidstaken op afstand gezet. Het gevolg: onzekerheid, een puinhoop en allerlei lieden en instellingen die bovenmatig aan ons belastinggeld verdienen.

Een ding moet je Bos meegeven. Hij heeft politieke duidelijkheid gecreëerd. Voor het onvervalste sociaal-democratische geluid moet je bij de SP zijn. Voor het proleten liberalisme bij de VVD en het enigszins sociaal liberalisme bij D’66. De PvdA heeft zichzelf daarmee overbodig gemaakt.

Hangmat

Vrijdag 12 juni 2015, Lhee

 

Dit is zo’n dag die andere dagen uitwist. Eindelijk eens niet vroeg opstaan en kijken of je de trein wel haalt. Dat weet je in Drenthe nooit want er zijn hier twee zeer vertragende factoren. 1. De boeren op hun tractoren. 2. De babyboom generatie die vroeger tot de protestgeneratie behoorde en nu in hun auto’s steeds langzamer beginnen te rijden. Het is wat, hoor, zo’n generatie die degenereert. In Drenthe heb je daar extra last van omdat de generatie na al dat gedans om ’t Lieverdje en vrije sex bij de NVSH zich met hun campers en in hun 2e huisjes steeds meer in de bossen terugtrekt.

Het was een dag die niet kapot kon. Zowel Wyb als ik geen verplichtingen. Dat moet ergens eind jaren negentig van de vorige eeuw zijn geweest dat dit voor het laatst gebeurde. Nou ja, geen verplichtingen. Om half negen zat ik al in de wachtkamer van de dokter om mijn bloeddruk te meten en mijn bloed te laten prikken op cholesterol en zo. Die dokter zegt maar steeds dat ik het rustiger aan moet doen. Ik begrijp nu pas waarom ik nooit naar de dokter ging.
Daarna gingen we in vliegende vaart naar de notaris in Meppel om onze nalatenschap goed te regelen. Tip van de redactie van Dossiermoddergat: herlees af en toe je testament. Het leven raast door en voordat je het weet is je testament verouderd.

Vervolgens naar huis waar de zon en de hangmat wachten. De hangmat hebben we opnieuw geïnstalleerd. Ik moet nu aan nieuwe takken hangen en het is de vraag of die het houden. Voorzichtig kruip ik met mijn iPad in het paarse geval.
Hij houdt. En zo lig ik heerlijk te wiegen in de hangmat. Ik kijk door de bladeren van de kastanje naar een strak blauwe hemel. Ik neem het doktersadvies meteen serieus. Natuurlijk kan ik ook helemaal niets doen, het ganse raderwerk stilleggen, een beetje liggen mijmeren. De wind speelt met de bladeren. De vogels fluiten dat het een lieve lust is.

Er gebeuren opmerkelijke dingen als je thuis bent. Zo staat er opeens een fiets voor het huis. Opmerkelijk, want wie komt er nou op een fiets bij ons? De dichtstbijzijnde vriend woont hier toch altijd nog zo’n zestig kilometer vandaan.
Het blijkt het vrouwtje van Gijs te zijn. Ze is twee weken geleden verhuisd van ons buurtje naar het dorp en haar dochter had gevraagd waarom ze Pluis niet had meegenomen. De werkelijke naam van Gijs is namelijk Pluis, maar dat wisten wij ook niet.

Als ze de tuin inloopt, ziet ze Pluis al liggen. Ooit, toen we erachter kwamen waar Gijs eigenlijk thuishoorde, brachten we hem in een mandje terug. Maar na twee dagen liep hij alweer door onze tuin.
Zijn vrouwtje vertelt dat ze hem ooit eens heeft opgehaald toen wij niet thuis waren. Dat dachten we al, want in de herfst liet Gijs zich een paar dagen niet zien. ‘Hij zal wel terug zijn naar zijn vrouwtje,’ zei Wyb. ‘Misschien heeft ze hem gewoon wel opgehaald.’ Dat blijkt inderdaad het geval te zijn geweest.

Ze heeft hem een paar dagen binnengehouden. Maar als Pluis/Gijs ergens niet tegen kan, dan is het binnen zitten. Dat kan hij ook niet omdat hij het verrekt om op de kattenbak te gaan. Uiteindelijk heeft ze hem buitengezet nadat hij op haar bed had gepoept.
Eenmaal buiten rende hij meteen terug naar ons. Onze tuin is het huis van Gijs. Als het koud en nat wordt, is ons huis zijn schuilplaats. Gijs heeft ons geadopteerd. Niet om wat we zijn, maar om wat we hebben. Namelijk een tuin die hem zeer bevalt. Ander pré voor ons is dat wij, in tegenstelling tot zijn vrouwtje, geen hond hebben. Gijs heeft een bloedhekel aan honden.

We spreken af dat Gijs bij ons blijft. Of liever: in zijn tuin mag blijven. Wij zullen de verzorging nu ook legaal op ons nemen. We spreken een bezoekregeling af. Ik geloof niet dat het voor Gijs een hartverscheurend afscheid is als zijn vrouwtje na een kop koffie weer op de fietst stapt.
Als zijn vrouwtje weg is, zoek ik de hangmat weer op. Nadat ik er zo’n half uurtje in heb liggen slapen, schrik ik wakker omdat de hangmat vijftig centimeter naar beneden zakt. Voor de zekerheid kruip ik eruit. Ik vertrouw die takken toch niet.

Last

Donderdag 11 juni 2015, Lhee

 

Mijn vader en ik hadden een wonderlijke relatie. Wij woonden in hetzelfde huis, hadden geen hekel aan elkaar, maar hadden opmerkelijk weinig met elkaar. Ik kan me niet herinneren dat we ooit een goed gesprek hebben gevoerd. Wij verschilden als zwart en wit, als water en vuur.
Ik heb er geen trauma of hard feelings aan over gehouden. Nergens voor nodig, want ik heb het, vermoedelijk net als mijn vader, altijd als gegeven beschouwd. Met de een kun je nou eenmaal beter opschieten dan met de ander. Met de een voer je goede gesprekken, met de ander wil een gesprek naar niet vlotten.

Nergens kwam de tegenstelling van ons beter tot uiting als in de muziek. Ik hield van de Stones, draaide Ten Years After en Bob Dylan. Mijn vader hield van Heintje, Vicky Leandros en James Last. Die laatste is dus afgelopen week overleden. Hij heeft meer dan honderd miljoen albums verkocht. Hij heeft in totaal tweehonderd gouden en zeventien platina platen in ontvangst kunnen nemen.

Mijn vader was allergisch voor mijn muziek, ik voor zijn muziek, maar mijn vader beheerde de knoppen van de geluidsinstallatie. Ik vind dan ook dat ik ben opgegroeid in een soort geluidsdiaree.
Ik durf te beweren dat die James Last ervoor heeft gezorgd dat ik mijn vertrouwen in de mensheid heb verloren. Als zoveel mensen van die laffe muziek hielden, dan was het slecht gesteld met de mensen.
Ik kon me, en kan me nog steeds niet, voorstellen wat mijn vader zag in die volstrekt karakterloze sound. Ik moest altijd aan glijmiddel denken als mijn vader naar Last op klompen of Trumpet A Gogo luisterde.

Meteen toen ik het huis uitging, heb ik die James Last van mijn harde schijf gewist. Nooit dook hij ook maar één keer op in mijn gedachte. Ik was er van overtuigd dat hij lang geleden, ongeveer gelijk met mijn vader, dus begin jaren tachtig, was overleden. Maar wat blijkt, die man heeft het tot 2015 volgehouden. Waar maar weer eens uit blijkt dat god niet rechtvaardig is.

Door het nieuws van zijn dood kwam mijn jeugd opeens weer tot leven. Mijn vader die op de bank naar James Last luistert, ik die geërgerd probeer die muziek niet te horen. Maar zoveel gekwijl, dat lukt gewoon niet. Ik vlucht naar mijn kamertje en zet de jankende gitaren van Ten Years After op. Keihard. Onder aan de trap roept mijn vader of het niet wat zachter kan, dat ik aan de buren moet denken. Dan maar Dylan opgezet. Die zingt dat de tijden zullen veranderen. Er is een korte tijd geweest dat ik dat geloofde, maar die tijd is al lang voorbij.

Seriemoordenaar

Zondag 7 juni 2015, Lhee

 

Wij geven onderdak aan een seriemoordenaar. Het zou best kunnen dat de moordenaar aan wie wij onderdak verlenen het grootste aantal moorden ooit op zijn geweten heeft. Ik ken verder geen moordenaars, maar ik kan me niet voorstellen dat andere moordenaars met evenveel gemak doden als onze moordenaar.

Elke keer schrik ik weer van zijn medogenloosheid en wreedheid. Hij schrikt er niet voor terug om zijn slachtoffers totaal uiteen te rijten en in stukken en brokken achter te laten en er nooit meer naar om te kijken.
Voordat hij zijn slachtoffers doodt, speelt hij wrede spelletjes. Hij grijpt zijn doelwitten in de kraag en martelt ze langzaam dood.

Soms is hij ook heel snel. Een flitsende uithaal en dan slaat hij toe. Met één klap slaat hij het slachtoffer dood. Onze huisgenoot doodt niet met een bepaald doel. Hij doodt omdat hij het lekker vindt. Hij geniet, zo lijkt het, van het uitschakelen van anderen.

Wyb en ik schamen ons soms dood dat we hem hebben opgevangen. We hadden er echt geen idee van dat we met een seriemoordenaar hadden te maken. In eerste instantie presenteerde hij zich als een zacht en liefdevol iemand. Pas later zagen we waar hij toe in staat is. Eigenlijk heeft hij het gemunt op alles wat leeft.

In de buurt kennen ze hem inmiddels goed. Als hij buitenkomt, gaat er een siddering van angst door Lhee. Men waarschuwt elkaar, men stelt permanente bewaking in, dat neemt niet weg dat onze huisgenoot regelmatig onbarmhartig toeslaat.
Hier in Lhee heeft men een bloedhekel aan hem. Hij wordt uitgejouwd en uitgescholden, maar het maakt hem allemaal niets uit. Onverstoorbaar en vaak met minachtig kijkt hij naar iedereen die hem uitdaagt. Van dit subtiele spel heb ik een filmopname gemaakt. De opname, zie hieronder, geeft een goed beeld hoe laconiek de seriemoordenaar is en hoe woedend de buurtbewoners zijn.

Vale gieren

Zaterdag 6 juni 2015, Lhee

 

Ik heb vandaag iets gedaan wat ik liever niet doe. Ik knip klimop weg, zaag takken van een appelboom die voortdurend tegen de televisieschotel aan schuren en haal graspolletjes tussen tegels weg. Ik word omringd door mensen met groene vingers, maar zelf moet ik er niets van hebben, dat werken in de tuin.
Gelukkig hebben we in Moddergat een buitengewoon klein tuintje. We hebben het erop uitgekozen. Het uitzicht in dat tuintje is daarentegen enorm. Als we in dat tuintje zitten, kijken we toch al gauw twee tot drie kilometer weg. Het is een landgoed dat je niet hoeft te onderhouden.

Als ik wat tuinvuil naar de auto breng, kom ik Henk tegen, de Henk Postma van de foto’s op deze site. Van hem hoor ik voor het eerst dat een groep van vijfentwintig vale gieren Friesland heeft aangedaan. Henk is ook een fanatiek vogelaar, dus hij weet dat ik Wyb en ik in dit onderwerp zijn geïnteresseerd.
‘Ben je wezen kijken?’ vraag ik.
‘Nee joh, veel te druk.’
Dat begrijp ik maar al te goed. Als een bijzondere vogelsoort in Nederland neerstrijkt, dan ontstaat er een waar spektakel. Zelf ben ik eens in zo’n circus beland toen in het Lauwersmeer een rosse franjepoot was neergestreken. Tientallen vogelaars met enorme camera’s blokkeren dan de wegen. Zelfs de ornithologie kent zijn hooligans.

Na de wolf nu dus de vale gieren op bezoek in Nederland. Ze vliegen vermoedelijk deze kant op omdat er door Europese regelgeving ook in Spanje, Portugal en Frankrijk vrijwel geen kadavers meer liggen. Arme vale gieren. En dan beland je dus in Nederland.
Wat een enorme shock moet dat voor de beesten zijn geweest. Op zoek naar kadavers komen ze uitgerekend in Nederland terecht. De afgelopen honderd jaar heeft hier niemand ooit nog een kadaver gezien. De dood bestaat niet in Nederland. Als een dier het aflegt, weten we niet hoe snel we de resten moeten laten verdwijnen.

We hebben daar in Nederland een speciaal bedrijf voor, Rendac. Volgens de site van Rendac staat het bedrijf voor het volgende: ‘De activiteiten van Rendac bestaan uit het ophalen, verwerken en (laten) vernietigen van dierlijk restmateriaal en kadavers op een zodanige manier dat veilige, bruikbare en duurzame bio-brandstoffen ontstaan.
De dierlijke restmaterialen en kadavers die Rendac ophaalt en verwerkt, vallen volgens de Europese destructiewetgeving in de categorie 1 of 2-materiaal. Dit is dierlijk restmateriaal dat uit ethische/maatschappelijke overwegingen of uit het oogpunt van volksgezondheid dienen te worden vernietigd.’

Rendac is de vijand van de vale gier, alleen weet de vale gier dat niet. De dood is Nederland een product dat gereguleerd wordt door de destructiewetgeving. Ik zelf ben voor kadavers. Het zou een goede zaak zijn als de gemiddelde Nederlander zo nu en dan een kadaver tegenkwam. Het zien van een kadaver relativeert de zelfgenoegzaamheid en het idee dat alles gaaf en afgerond is.

Arme vale gieren, dan zweef je boven dit aangeharkte land waar de dood is uitgebannen. Evenals de wolf hebben ook de vale gieren besloten ons land zo snel mogelijk te verlaten. Een land waarin zelfs honden nauwelijks worden getolereerd, is voor vale gieren en wolven een hel.
Dringend advies van Dossiermoddergat aan vale gieren: blijf hier zo ver mogelijk vandaan. De groep van vijfentwintig gieren heeft het nog even in Drenthe geprobeerd. Maar zelfs daar, waar het laatste stukje rimboe van Nederland is te vinden, was voor hen niets te halen.

Cadeau

Vrijdag 5 juni 2015, Lhee

 

Ik zit tegenwoordig elke dag op de achtste verdieping van een groot gebouw in Amsterdam. Onder mij staan honderdduizenden boeken. Ik heb nog nooit op zoveel boeken gezeten. Je voelt dat ze er zijn. Al die verbeelding, die mooie woorden, die prachtige verhalen. Zoveel concentratie van schoonheid. Sommige schijnen daar zelfs ziek van te kunnen worden, het syndroom van Stendhal heet dat.

Soms sta ik voor het raam en ligt Amsterdam aan mijn voeten. Het ene vliegtuig na het andere verschijnt boven Amsterdam en landt op Schiphol. Ze voeren hordes toeristen aan. Het lijkt wel alsof een stad nooit vol raakt. Alhoewel. In Kathmandu heb ik ooit in een straat gestaan waar het zo druk was dat niemand meer voor of achteruit kon.

Regelmatig duik ik van de achtste verdieping Amsterdam in. Er zijn een paar steden die ik door en door heb leren kennen, waar ik, als ik over straat liep, gegarandeerd bekenden tegenkwam. Eerst was er natuurlijk Nijmegen. Op elke straathoek een herinnering. Daarna Groningen. Vervolgens dook ik Leeuwarden in, Arnhem, Eindhoven, Tilburg, Den Bosch, Heerlen, Meppel. In al die steden ken ik de weg en wist ik wie aan welk touwtje trekt, ook al was menig touwtje totaal versleten.

Nu duik ik dus Amsterdam in. Ik zit opeens met de meest onverwachte lieden aan tafel. Deze dagen besef ik weer dat het leven een avontuur is. Een goede bekende van me zei vorige week dat zijn motto is: eerst doen, dan denken. Het is mij uit het hart gegrepen. Ik ken een heleboel mensen die zich suf denken en geen fuck doen. Pas als je doet beweeg je en komen de avonturen op je pad.

Zo vliegen er deze dagen zomaar ceo’s uit California naar me toe. Ik heb ook nog nooit zoveel gegeten met hoogleraren als dit jaar. Soms zou ik zelfs willen dat ik er minder tegenkwam. Want door al die nieuwe avonturen, al dat duiken in een stad, heb ik verdomme bijna geen tijd meer voor dit blog.
Oké, af en toe een fotootje maken en op een site zetten, dat kunnen we allemaal, maar elke dag zo’n blog uitbraken, dat is andere koek. Ik kan het ook niet meer, blijkt deze weken. Door al die avonturen val ik tegen twaalf uur uitgeput in bed. Het hartzakje functioneert weer als vanouds. Het oude ritme is hervat. Al zeggen doktoren dat het onverstandig is.

Vandaag trouwens geen duiken, geen stad. Vandaag lijkt de tijd stil te staan omdat er concentratie is. Op de verjaardag van Wyb gaf ik haar asl cadeau een kookcursus bij de Librije. Vandaag was het zover. Voor Wyb. En voor mij. Dat laatste is belachelijk want ik ben net zo onhandig met koken als het repareren van auto’s, ook al pak ik de laatste tijd toch regelmatig een pan en een pollepel.

Met een ongerust gevoel liep ik vanmorgen in Zwolle de Librije binnen. Wat had ik nou te zoeken in de eredivisie van het koken? Gelukkig begonnen we met een wijnproeverij. Dat spoelde de ongerustheid gelukkig weg.
Een uur later stonden we achter het fornuis tong en chocoladetaartjes te fabriceren. Bij het zien van de recepten kwam dat paniekgevoel weer even opzetten, maar gelukkig nam Wyb meteen de leiding. Ik kan prima aardbeien, prei en komkommer snijden. In moeilijke situaties stel ik me graag dienstbaar op.

Hoe dan ook, op het einde van de middag resulteerde het uren fröbelen in voedsel waar je een moord voor doet. Bij elk gerecht nog een goed glas wijn en de mens kent het opperste geluk.
Pas aan het einde van de dag realiseerde ik me dat ik ook nog wel eens op de achtste verdieping van een groot gebouw achter een bureau zit en dat er een stad bestaat die Amsterdam heet. Ik denk dat ik Wyb volgend jaar op haar verjaardag hetzelfde cadeau geef.

Donderdag 5 juni 2015, Lhee

 

De hoogspringer, wereldrecord

 

Dan wordt het stil in het stadion.
De linkervoet. De rechtervoet.

De neus zit op de juiste plaats.
De linkervoet. De rechtervoet.

De lucht houdt op te bewegen.
De neus: de juiste plaats.

Nog nooit zat het lichaam zo goed.
De benen bewegen en de armen.

De mens wordt paard. Hij snuift
en briest. De flanken trillen.

De neus. De linkervoet. De rechtervoet.
Het stadion is stil. Check.

En hoog in de lucht hangt de lat,
het hoogste doel van de mens.

En dan de drift. Op deze manier
liep iemand van Marathon naar Athene.

Elke beweging is versneden op de juiste
plaats. Elke stap is op de goede plek.

De mens ziet zichzelf gaan. Kon hij zo
maar doorrennen van Marathon naar Athene

en terug. Zo voelt het juiste gevoel:
zo schokt men naar een hoogtepunt.

Dit is de man die een berg beklimt
zonder zijn voeten neer te zetten.

De vogel staat in zijn hemd. De man
wordt een vlek, gespannen tegen de lucht.

Zijn beeld gaat van werelddeel tot
werelddeel en wordt nooit vergeten.

Zo hangt hij daar nog altijd. Hommage.
Maar zijn lichaam ging verder en viel

zoals iedereen verder valt. Eerst
waren er nog kussens en de vreugde.

Later veranderde het. Toen kwam de vraag:
waar zijn mijn benen? En later: de neus?

Alles verging zoals alles vergaat
in vragen. Lager, lager.

Naar het nu schijnt is zelfs het springen
hem vergaan. De lucht hield op te bewegen.

Men doet wat men moet doen. De vlucht
vond plaats en is uitvoerig vastgelegd.

Driften, paarden, alles wordt opnieuw
versneden. Ieder zijn taak, hoog, laag.

Reisje

Maandag 1 juni 2015, Amsterdam

 

Ik had een raar weekend. Ik ben met zo’n 40 mensen in een gele antieke bus door het noorden van Nederland gereden. Het is een weekend waar ik zelf nooit voor zou kiezen. Ik hou niet van groepsreisjes. Ik hou sowieso niet van grote groepen. Het lijkt me heel erg om met een groepsreis naar het verre buitenland te moeten. Moet je opeens gezellig doen, praten met mensen, je aanpassen aan het ritme van andere mensen, samen eten. Een nachtmerrie.

Maar waarom dan met 40 mensen door het noorden gaan rijden? Het volgende is het geval. Wyb is lid van de Rotary, ook al zo’n fenomeen waar ik puistjes van krijg. Maar goed, Wyb vindt het een leuke club en vermaakt zich er. Daar ga ik dan natuurlijk niet over zeuren. Ik ben zelf 11 jaar lid geweest van de Rotary, beschouwde het als een onderdeel van mijn werk. Maar ik heb een fles champagne opengetrokken toen ik me kon afmelden. Ik vond het een groepsreis die te lang duurde.

In de club van Wyb hebben ze de gewoonte dat een keer per jaar een lid een zogenaamde rootsreis organiseert. Dat wil zeggen dat het Rotary-lid de andere clubleden meeneemt naar een stad of streek uit zijn verleden. Dit keer had Wyb zich opgegeven, samen met Hermien die in Kruisweg op Het Hoge Land in Groningen is geboren en getogen. Een combinatiereis dus.

Opeens reden die 40 Rotarians door onze biotoop. We reden eerst langs het huis waar Wyb is geboren, daarna gingen we lunchen in de garnalenfabriek in Moddergat, liepen door het dorp om vervolgens bij Anneke in de tuin thee te drinken. ’s Avonds zaten die 40 lieden zomaar in onze Waard van Ternaard. Voor de tweede keer in ons leven was de Waard speciaal voor ons gereserveerd. De eerste keer was bij ons huwelijk toen we daar met het hele gezelschap zijn gaan eten. Zowel toen als nu was het eten voortreffelijk.

Nu zit ik in dit blog wel te mopperen, maar dit is geheel ten onrechte. Er gebeurt iets vreemd met me als ik in een bus met mensen op reis ga. Ik stap er met tegenzin in, maar vervolgens regenereer ik tot schooljongen die op schoolreisje gaat. Ook al neem ik me voor het niet te doen, op een gegeven moment kom in de ouwehoer modus. Niemand vermoedt dan dat ik niets van groepsreizen moet hebben. Ik zelf ook niet.

Mijn principes ten spijt vind ik het zelfs opeens reuze tof en ontpop ik me tot een buitengewoon sociaal en gezellig iemand. Deze dagen stonden Wim en ik, Wim is de man van Hermien, volledig ten dienste van onze vrouwen. In de uitnodiging waren wij al aangekondigd als soepdraaiers en broodjessmeerders en die rol hebben we met verve vervuld. Op het eind van de dag lalden we de bus in. Ouwejongenskrentenbrood.

We sliepen in een hotel in Dokkum, de bus parkeerden we bij de sportvelden. Nooit doen in Dokkum want de volgende dag waren die klojo’s uit Dokkum op onze antieke bus geklommen, hadden ze het noodluik geforceerd en genoten van de flessen Berenburg en eten dat nog in de bus aanwezig was.

Nadat de politie procesverbaal had opgemaakt vervolgden we onze tocht door ons leefgebied. We deden ’t Ailand aan, onze favoriete plek in de haven van Lauwersoog. Vervolgens trokken we het Groninger land in waar we in Hornhuizen de oude vuurtoren beklommen, onderdeel van een kerktoren en konden we uitkijken over het wijde Groninger land met in de verte het wad. Daarna was de lunch in een soort Tolhuistuin-achtige omgeving. De hipster verspreidt zich over het land.

Op het einde van de lunch dingde ik zelfs naar het voorzitterschap van Innerwheel, zeg maar de sneue pendant van de Rotaryclub. De vrouwen en mannen van hebben zich onder de naam Innerwheel verenigd en doen dan hun partners een beetje na.
Jammer genoeg heeft Wim zich als voorzitter voor het leven uitgeroepen en laat hij geen enkele concurrentie toe. Hij is zo’n beetje de Sepp Blatter van Innerwheel. Mogelijk dat ik een schaduw Innerwheel ga oprichten. En zo klojooden we het weekend door. Pas op zondagavond realiseerde ik me weer dat ik van zulke reisjes eigenlijk niets moet hebben.

Alle rechten voorbehouden © Gerard Tonen 2015