Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Fiets

 

Met sommige foto’s ben je vergroeid omdat je de foto zo lang kent, zo vaak hebt gezien. Dit is zo’n foto. Het is een gelukkig foto. Als ik deze foto zie, weet ik dat het een mooie dag was, dat ik mij gelukkig voelde. Dat zie je ook wel aan de glimlach op mijn gezicht.

Op de foto show ik mijn nieuwe fiets. Ik heb hem met Sinterklaas gekregen. We vierden Sinterklaas altijd bij mijn opa en oma op de Weurtseweg met de hele familie. Ik zal zeven, acht jaar zijn geweest. Kleurenfoto’s bestonden toen nog niet, maar ik weet dat de fiets rood en wit was. Het was een fijn ding, dat lekker makkelijk fietste.

De foto is genomen op het erf van Tante Mies. Zij woonde een paar straten van ons vandaan op de St. Jacobslaan. Ik zeg het eigenlijk fout: ik zeg ‘zij woonde’, maar zij woonde er met een heel gezin. Achter mij staat een van haar dochters. Toen de foto werd gemaakt, heette zij nog Marijke. Later, in haar puberteit, veranderde zij haar naam in Mariska, aan die naam heb ik nooit kunnen wennen.

Soms mocht ik bij Tante Mies logeren. Ik sliep dan samen met Marijke in een bed. Als enig kind vond ik dat heerlijk. Ik denk dat bij een van die logeerpartijen mijn erotisch ontwaken is begonnen.

Mariska trouwde later met een Spanjaard en woonde een tijdje in Spanje. Samen hadden ze ook nog een café in Nijmegen, bij de Waag. Hij was een aardige man, maar ten aanzien van hem voelde ik altijd een soort jaloezie. Mariska hoorde eigenlijk bij mij en niet bij hem.

Tante Mies had ook een man, Ome Geert. Ome Geert lag altijd op de bank, een flesje Grolsch binnen handbereik. Hij leefde binnen het vrolijke gezin op die bank zijn eigen leven. Ome Geert was er wel, lag altijd op die bank, maar hij speelt in geen enkele herinnering van mij een rol.

Op de foto is ook een volière te zien. Dat was een hobby van Ome Geert, hij hield kanaries. Zoals ik het nu nog heerlijk vind om naar vogels te kijken, vond ik dat toen ook al. Er hingen diverse nestkastjes in de volière waarin je kale vogeltjes om eten zag vragen.

De hond die Marijke vasthoudt, heette, geloof ik, Loesje. Het was een blafferige en felle terriër met stug haar.

In de boom helemaal rechts, een appel- of perenboom groeide een kruisbeeld. Iemand had daar ooit een kruisbeeld aan opgehangen en langzaam groeide er steeds meer schors om het kruisbeeld. Het beeldje was helemaal vergroeid met de boom.

Het huis van Tante Mies is al lang afgebroken, het is opgeofferd voor een parkeerterrein bij een grote Albert Heyn. Huis weg, volière weg, bomen weg. Zo word je verleden gesloopt, omgeploegd, geplaveid.

Alle rechten voorbehouden © Gerard Tonen 2015