Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

2025, juni/juli

Gevonden

Vrijdag 13 juni, Mondim de Basto

Gevonden

Donderdag 12 juni, Mondim de Basto

From the archives. Toevallig gevonden in een map die in een verkeerde map zat. Een foto van Wyb gemaakt tijdens een van de eerste films die ze opnam met Jean-Luc Godard in de jaren vijftig. Kostbaar plaatje. 

Naar wordt vermoed een fresco van Pablo Picasso op een muur in Amarante, Portugal. De titel van dit werk luidt La Parisienne, denkt men. Deze muurschildering is de trots van de stad. 

Hè, hè, eindelijk kom ik weer eens een Che tegen. Zoals het ernaar uitziet raakt Che uit de mode, we zien zijn portret steeds minder. Dit portret vond ik op een stenen vuilcontainer in Amarante, naar ik vermoed al erg oud. We hebben betere afbeeldingen van hem gezien. Wat die bal naast zijn hoofd doet, geen idee. 

Insecten

Woensdag 11 juni, Mondim de Basto

 

Wij zitten deze week in de diepe binnenlanden van Portugal. Deze zin mag letterlijk worden genomen, want om bij ons huisje te komen, misschien is cabine een beter woord, moesten wij eerst een steile afdaling trotseren. Arme nieuwe auto, dacht ik, en ik vroeg me af of hij de weg naar boven wel kon trekken. Maar hij heeft inmiddels dubbel en dwars bewezen dat hij de steile klim prima aankan. Wij moeten die weg af en op omdat ons huisje aan de oever van de rivier de Rio Tamego ligt.

Wyb en ik zijn eerder in Noord Portugal geweest en dat was ons uitstekend bevallen, onder andere door het primitieve karakter. Wyb en ik houden van primitief. Waarom? Geen idee eigenlijk. Als ik een gooi mag doen, we hebben een afkeer van alles wat glad, zogenaamd chique en keurig is. Ik gedij het best in een wat rommelige omgeving.

De laatste keer dat we in Noord Portugal waren was twintig jaar geleden. Dat had onze voelsprieten op alarm moeten zetten. Want door bezoeken aan China weten we inmiddels dat steden binnen acht jaar volledig kunnen transformeren. Voor wie van modernisering en snelheid houdt is een anti-democratisch staatsbestel echt ideaal. De dictator spreekt, en de boel verandert.

Dat is in Portugal natuurlijk niet het geval, maar het is duidelijk dat Portugal een lid is van de EU. Er is hier best veel geld ingestoken zie je. De infrastructuur is inmiddels prima voor wie van glad en keurig houdt. Dat er genoeg geld onder de mensen is, zie je aan de huizen. Primitieve woningen vormen inmiddels een kleine minderheid. Er is de afgelopen jaren wat bijgebouwd.

Waar ik dan wel vrolijk van wordt, de architectuur is zoveel beter dan die in Nederland. Als iemand met geld een huis in Nederland bouwt, wordt het vaak een boerderette of een ander protserig bouwsel in semi-klassieke bouwstijl op een veel te klein stukje grond. Bij veel huizen hier zie je dat een architect aan het werk is geweest. Strakke, witte huizen zijn het, goed in de maat.

Maar nu het onrustbarende. Wij zitten hier midden in de natuur, aan de oever dus van een rivier. Het lijkt net echte natuur, maar pas na een paar dagen hadden we door wat er ontbrak: insecten. Het is een streek, of land?, zonder insecten. We reden van Porto naar hier: geen insect op de voorruit. We laten de ramen en de deur van onze cabine openstaan: geen insect komt binnen. En misschien daarom dat er zo weinig vogels zijn. In de lucht ontbreken roofvogels. Rond ons huisje zie je één keer per dag iets fladderen. Het is bijna een dystopische ervaring.

De vraag is hoe het komt. Misschien ligt de verklaring in een ervaring die wij meemaakten toen wij hier hierheen reden. We reden over een klein weggetje tussen de wijnvelden. Op een gegeven moment kwamen we langs een wijngaard waar een boer zijn druiven aan het sproeien was tegen enge druivenziektes. Hij was juist bezig aan de rand van het weggetje op het moment dat wij daar reden. Even reden we door een wolk van gif, waren we omgeven door Round Up of hoe het spul mag heten. Je zult maar een bij zijn, of een zwarte roodstaart.

Die Europese Unie heeft zijn voordelen, maar zorgt er ook voor dat die boeren nog tien jaar hun gif mogen verspreiden. Inmiddels weten we dat de boerenlobby ijzersterk is, en tot het hart van onze regering en die van de EU is doorgedrongen. Ten strijde!, zou ik zeggen.

Journal d’images

Free Jazz

Maandag 9 juni, Mondim de Basto

 

Hier mijn antwoord op de vierde brief van Rokus. Zijn brief vind je onder mijn brief. Maar misschien is het goed eerst de brief van Rokus te lezen en dan mijn vierde brief, de reactie op die brief.

 

Beste Rokus,

Op de eerste plaats: dank voor je vorige brief. Ik heb ervan genoten en zag opnieuw de waarde in van een briefwisseling. Door onze briefwisseling moest ik er opeens aan denken dat een brief schrijven een beetje te vergelijken is met free jazz. Al improviserend ordening brengen in je gedachten, en het kan alle kanten opgaan. Zoals Johnny van Doorn al uitriep: ‘De geest moet waaien!’
De afgelopen jaren schreef ik voornamelijk blogs van zo’n vijfhonderd woorden, iets wat ik met veel plezier doe, maar het fijne van een brief is dat je je niet aan regels hoeft te houden. Je kunt gewoon net zo lang doorgaan tot je het genoeg vindt, en dat is tegenwoordig een luxe, want alles heeft een format. Wij formatteren onszelf nog eens dood.

Het spijt me dat ik nu pas reageer, maar dat heeft alles met onze vakantie te maken. De afgelopen week trokken we via Noord-Spanje naar Portugal, waar we nu in the middle of nowhere in een huisje zitten, met het accent op je. Je weet dat ons huis in Cadouin al tamelijk afgelegen ligt, hier is het nog een paar graden erger. Om er te komen moesten we met onze auto afdalen in een vallei via een steil weggetje, de vraag is of we ooit weer naar boven komen. Het resultaat is er gelukkig naar. Na een paar maanden Nederland voelt de eenzaamheid hier weldadig aan.

We zaten in Gijón van een ontbijt te genieten toen Wybrich als eerste las dat het kabinet was gevallen. Ik voelde een enorme opluchting, ik hoop zo dat die bedompte grauwsluier die over Nederland hangt nu eindelijk eens wordt weggetrokken. Altijd die focus op een asielcrisis, het is volgens mij een puur politieke obsessie, van een asielcrisis merk ik als gewone Nederlander eigenlijk geen donder. Goed, de boel rond de opvang is ongelooflijk slecht georganiseerd, wat dat betreft hebben al die staatsecretarissen van de VVD er een stevige puinhoop van gemaakt. Het is dat die Wilders er altijd weer over zit te zeuren en de anderen erover zit op te juinen, maar anders was het volgens mij niet eens een onderwerp. De rest van de dag waren Wybrich en ik in lichtelijke feeststemming. Op het einde van de dag zag ik een foto van kinderen die tegen een bal trapten met de beeltenis van ex-minister Marjolein ‘ik ben het beleid’ Faber. Wat zou ik daar ook eens graag hard tegenaan willen trappen.

Tot zover wat inleidende alinea’s, nu wordt het tijd om eens echt aan de brief te beginnen. Sinds jouw brief voel ik me namelijk verplicht om nog terug te komen over het woord intimiderend, dat ik in mijn vorige brief gebruikte. Toen ik het opschreef, vreesde ik al dat je het ook negatief zou kunnen opvatten. Het tegendeel is echter het geval. Ik gebruikte het juist om mijn bewondering voor jou te tonen. Jij hebt iets wat mij ontbreekt, en soms ervaar ik dat best wel als een gebrek: daadkracht. Jij pakt zoveel aan, en zoveel door, ik steek daar bleekjes tegen af. Ik zie jou met vrolijk gemoed de mensheid tegemoet treden, en niet alleen treden, maar ook nog eens helpen en doceren. Ik neem daarentegen in toenemende mate een onmaatschappelijke houding aan.

Ik zag dat iemand op LinkedIn jou beschreef als een golden retriever en ik vond dat wel een goede typering. Nou zijn golden retrievers wat braaf, en sommige exemplaren zelfs sloom, iets wat jij totaal niet bent. Dus in die zin klopt de typering niet, maar golden retrievers zijn bovenal vriendelijke honden, honden die van mensen houden, trouw, aardig en opgewekt.
Mensen hebben mij ook wel eens als hond getypeerd. Maar die typering was van geheel andere aard. In het verleden hebben diverse mensen mij een pitbull genoemd, een bijter, fanatiek, op het agressieve af. Ik vond het vervelend om te horen, maar ze hadden, vond ik toen al, best gelijk, zeker nu met terugwerkende kracht. Ik moet bekennen dat ik er ook wel een beetje trots op was. Ik denk dat het veel te maken had met iets waar ik dadelijk nog op terugkom.

Vanmorgen lagen Wybrich en ik op bed en ik vertelde haar dat iemand jou typeerde als een golden retriever. ‘Lieve schat, stel dat ik een hond was, wat voor een ras zou ik dan zijn?’ ‘Een berner sennen,’ zei ze na enig nadenken. Ik was er in eerste instantie door verrast, daar was ik zelf nooit op gekomen, en het is nogal een overgang van pitbull naar berner sennen. Maar na de verrassing kon ik er wel in meegaan. Ik moet, denk ik, inderdaad constateren dat ik van een pitbull getransformeerd ben in een berner sennen, een vriendelijk beest, een echte erfhond, een hond die het liefst buiten om zich heen ligt te kijken en in zichzelf een heel eigen leven leidt en daar geen andere honden of mensen voor nodig heeft. Een geharde hond ook. In weer en wind, zelfs als het sneeuwt, blijft hij buiten liggen -als maar niemand hem of zijn erf stoort.

In jouw brief beleid je jouw liefde voor ‘de rijke schare aan kennissen, familie, vrienden en vriendinnen aan wie ik mij verbonden heb’. Als ik dat lees, is er opnieuw bewondering. Ik heb geen rijke schare, eerder een schamele schare, al is het wel een schare die ik zeer lief heb. Maar toch, zoals een berner sennen weinigen nodig heeft, zo is het ook met mij. Ik benijd jouw enthousiaste overgave aan mensen, ik kan dat gewoon niet. Mensen zijn me al snel te veel.

Niet voor niets heb ik mij, als ik het me goed herinner, in vorige brieven een misantroop genoemd. Het verbaast me dan ook niet dat jij je ‘een trouwe discipel en volger van Rutger Bregman’ noemt. En ook daarin weer de tegenstelling tussen ons. Ik ben er vast van overtuigd dat de meeste mensen helemaal niet deugen. Ik heb zijn boek tot driekwart gelezen en vond dat ik toen wel genoeg pogingen had gelezen om zijn stelling te onderbouwen. Ik zou tegen Bregman willen zeggen: ‘Lees de NRC van vandaag, zaterdag 7 juni 2025, zoals ik dat heb gedaan. Nooit las ik een krant waarin de treurnis van de huidige stand van zaken van de mensheid zo duidelijk wordt geëtaleerd. Wie die krant leest, kan bijna niet anders dan het failliet van de mens uitspreken, wat een erbarmelijk zootje. Om het te illustreren zou ik een lange lijst van ellende kunnen noemen. Ik kan het ook bij één woord laten: Gaza. De Tweede Wereldoorlog in een notendop: het ausradieren van een volk. O, cynisme, uitgerekend het slachtoffer van die Tweede Wereldoorlog is getransformeerd tot dader.

Jij schrijft: ‘Ik heb er geen tijd voor. Ten prooi vallen aan nimmer aflatende depressies en mij als een somberman door dit leven begeven.’ Daar treffen we elkaar. Ik vind de mens dan wel een hopeloze diersoort, dat wil niet zeggen dat ik er somber van word. Ik kijk wel uit. Ik wil best een misantroop zijn, maar dan wel een vrolijke misantroop. Ook ik heb geen zin om als een somberman door het leven te gaan. Op het erf waar ik als berner sennen lig, moet er wel worden genoten, gelachen en gedronken. Wat mij betreft is er geen relatie tussen het somberen over de wereld en somber zijn, helemaal niet. Ik vind het leven zelfs prachtig, met verbaasde ogen loop ik door de wereld en geniet van de schoonheid. Dat ik daarbij denk: jammer dat de mens is, zoals hij is, hindert mij eigenlijk niet in de mateloze bewondering voor deze planeet en dat ik daar even deel van mag uitmaken. Mocht je je ooit bekeren tot de misantropie -wat ik, als ik jou was, zeker niet zou doen- opgewektheid en blijmoedigheid gaan best samen met een sombere mensvisie, is mijn ervaring.

Even iets heel anders, de MAVO. Het doet mij veel deugd te lezen dat ook jij een MAVO-klant ben, geef me de hand. De MAVO heeft mij veel gebracht, zelfs mijn vrouw. Dat zit zo. Jaren nadat ik de MAVO had afgerond met een onvervalst pretpakket en veel kronkelwegen, werd ik toch directeur van een groot theater. Het was in de tijd dat een theaterdirecteur nog geen HR-manager tot zijn beschikking had en dat soort zaken alleen moest doen. Na het lezen van vele cv’s en diverse aanstellingen kwam ik erachter dat de MAVO een prima selectiemiddel is. Ik merkte dat mensen die eerst de MAVO en daarna HAVO, VWO, HBO- of universitaire opleiding hadden gedaan, buitengewoon goede medewerkers waren. Het verloop van hun onderwijscarrière getuigde van doorzettingsvermogen en werklust. Bij sollicitatieprocedures haalde ik mensen met een dergelijke cv er meteen uit en dat heeft me veel plezier gebracht, ik kan het iedereen zeer aanraden. Een van de mensen die ik op die manier aannam, was Wybrich, iets wat zoals je weet veel voor mijn leven heeft betekend.

Aan zo’n MAVO begin, hangt nog iets anders, heb ik gemerkt. Het is eigenlijk een beroerde start voor iemand, je voelt je toch altijd de slechtste leerling van de klas. Zo heb ik gemerkt dat de start voor een gymnasiumleerling een plezier voor het leven is. Let maar eens op. Als je een gymnasiast leert kennen, weet je binnen een uur dat hij het gymnasium heeft gedaan, al is het veertig jaar na dato. Een MAVO leerling hoor je nooit over zijn start, die kijkt wel uit. Met een MAVO is geen eer in te leggen. Maar zijn of haar start brengt iets anders mee: compensatie, vechtlust, bovenmatig laten zien dat je het wel kunt. Terugkijkend denk ik dat mijn pitbull-gedrag daar mee heeft te maken. Ik zou ze eens laten zien dat ik het wel kon. Kinderachtig, kun je zeggen, maar een handicap, een beperking, een achterstand, kan je ook veel brengen.

Dat laatste heb ik ten volle leren beseffen toen ik De glanzende kiemcel las, een essaybundel van Simon Vestdijk over poëzie. Daarin toont hij zo mooi aan dat de beperking van het sonnet, die, zoals je wel weet, uit veertien regels bestaat, verdeeld over vier strofen, en een streng rijmschema, ook een pre is. Het lijkt een harnas voor de dichter, maar Vestdijk laat zien dat al die beperkingen juist een inspiratiebron zijn. Door het rijmschema kom je weer op nieuwe gedachte, het rijmschema wordt een eigen kracht die de dichter in vrije verzen moet ontberen.

De gymnasiast voelde zich vanaf zijn start superieur. De wereld lag ogenschijnlijk aan zijn voeten. Het kwam hem aanwaaien. Veel mensen met zo’n fantastische start heb ik toch zien vastlopen in hun talrijke mogelijkheden. Wij MAVO-klanten kunnen ons dat niet permitteren, wij hebben iets in te halen, te bewijzen.

Daarom Rokus, de klap op de vuurpijl in jouw brief, was het woord roemdenken. Man, wat een vondst, wat een prachtig woord. Alle jongetjes en meisjes hebben aan roemdenken gedaan, vermoed ik. Elk mens denkt zich groter dan hij is, ik heb daar ook veel plezier van gehad. Ook ik was een groot roemdenker, ik bulkte van de ambitie. Ik zou een groot schrijver worden, een belangrijke cultuurpaus, een groot dichter, ik ben het allemaal een klein beetje geworden, maar aan die beetjes heb ik toch verrekte veel plezier beleefd. Dank voor het woord. Als ik in mijn tweede leven in mijn puberteit een visitekaartje laat maken, dan zal ik er opzetten: Gerard Tonen, roemdenker.

Rokus, zijn jullie van 18 t/m 22 juni in jullie chateau? Zo ja, dan kom ik graag langs met mijn dochter met wie ik dan in Cadouin ben. Wybrich vliegt voor een paar dagen terug naar Den Haag om te werken en Anne logeert dan bij me. Ik heb haar verteld over jullie, jullie prachtige kasteel en jullie ‘met outsider kunst, boeken en prullaria volgestouwde zolder’ en ze wil het heel graag eens met eigen ogen zien, vertelde ze me. Mochten jullie te druk zijn met een tsunami van mensen, wat ik mij goed kan voorstellen rond deze tijd, laat het weten, dan gaan we gewoon iets anders doen.

 

Hartelijke groet,
ton correspondant,
Gérard.

 

PS 1 Goed om te horen dat ook jij gehecht bent aan Charles Bukowski. Sinds mijn puberteit beschouw ik hem als een goede vriend.

PS 2 Het huis van het weekdier is nu in druk. Ik hoop je de bundel snel te kunnen overhandigen. Hij zal in het najaar officieel verschijnen. Laat ik eindigen met nog een teaser.

 

__

Gewoon, zoals de merel
op de punt van het dak.

Over de grootte van het land.
Over de moeders die komen en gaan.
Over de monden van de jongen.
Over de vluchten, hoogte, afstand.
Over pleisterplaatsen.
Over het plezier van het water.
Over de dingen die verdwenen.
Over het nest, de heggen en het dak.

En dan naar een andere punt vliegen,
gewoon zoals de merel.

Zingen.
Avond na avond.

 

 

Flophouse

30 mei 2025

 

Beste Gerard,

Het heeft weer even geduurd. Ik moest mij over van alles heen zetten. Zo moest ik jouw brief wel tien keer lezen. Ik bleef meteen hangen aan het woord intimiderend, en dat vanuit het idee dat ik wellicht iets onwelgevalligs had geschreven.

Ik geef meteen toe, ik maak mijn wereld altijd mooier dan hij in werkelijkheid is. En als het moet, dan doe ik dat tegen beter weten in. In dat opzicht ben ik een trouwe discipel en volger van Rutger Bregman. De meest mensen deugen. Het kan zijn dat ook hij de wereld mooier voorspiegelt dat hij in werkelijkheid is, maar wat heb ik eraan om te geloven dat het niet zo is? Ik heb er geen tijd voor. Ten prooi vallen aan nimmer aflatende depressies en mij als een somberman door dit leven begeven, komt mij voor als een weinig aanlokkelijke status quo.

Natuurlijk, ik had graag tien verschillende levens in dit ene leven geleid, ik heb daartoe ook noeste pogingen gedaan, vooral in mijn late adolescentie en penopauze, maar had ik dat volgehouden, dan had ik nooit en te nimmer aanspraak kunnen maken op de rijke schare aan kennissen, familie, vrienden en vriendinnen aan wie ik mij verbonden heb. Ik had op zeker meer stuk gemaakt dan mij lief is en was. En zij zijn mij lief, zoals ik ook jou liefheb, omdat je het besluit hebt genomen om een briefwisseling te starten met een voor jou relatief onbekende penvriend.

Aldus nam ik mij voor het mij toebedeelde vertrouwen niet te beschamen en mijn beloftes waar te maken. Want dat is uiteindelijk het mooiste compliment dat je kunt krijgen. Dat je veel hebt waargemaakt van wat je beloofd hebt. Ook in de wetenschap dat het soms ook niet gelukt is. Zoals gezegd, ik heb geen tijd om bij heel veel stil te staan.

Wellicht ligt het antwoord besloten in mijn gezin van herkomst. Er waren gelukkige tijden, maar ook veel en nogal overheersende tijden waarin er sprake was van emotionele verwaarlozing en die blijven helaas het langste in je geheugen hangen. Ergens onderweg naar volwassenheid heb ik bedacht dat het loont om sec in het moment te leven en mij niet te bekommeren om wat geweest is en wat nog gaat komen. Vooral dat laatste is ongewis. Wat vandaag waar is, is morgen totale onzin.

Dat alles neem niet weg Gerard, dat ik heb gesmuld van jouw brief. Want diep, diep in mijn kern, hang ik eenzelfde mens- en wereldbeeld aan. Maar ik heb een gerede angst om mij daaraan over te geven. Jij schrijft frank en vrij, open en eerlijk over datgene waar je spijt van hebt. Over het gekrioel van mensen. Je hebt het met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geheel bij het rechte eind.

In mijn functie als straatwerker in Amsterdam hadden mensen het plan opgevat om hun solidariteit met dakloze mensen te betuigen door een nacht in een slaapzak op de Dam te gaan liggen. Ik gruwelde van die gedachte. Ik vond het veel te riskant. En dan niet alleen omdat je op zeker beroofd gaat worden van die luttele en schamele bezittingen die je nog hebt, maar het kan ook verslavend zijn. Het gegeven dat je geen enkele verplichting meer hebt, aan wie dan ook.

Ik heb de levens van Charles Bukowski, Herman Brood, Ramses Shaffy, Mickey Rourke en bijvoorbeeld Ernest Heminway geromantiseerd en na weer een stressvolle dag in mijn gezin van herkomst, droomde ik voor het slapengaan van een groots en meeslepend leven, gelardeerd met veel liefdesverdriet, drank, drugs en deviantie. Het liefst in de schijnwerpers. Soms zette ik dan mijn koptelefoon aan mijn oren, en luisterde naar het nummer Maggie May, op die prachtige langspeler van Rod Stewart en the Faces, Every Picture Tells a Story. Dan stelde ik mij voor dat het niet Rod was die op dat podium stond, maar ik. En dan kon ik de daaropvolgende dag weer aan.

Misschien ligt daarin de reden besloten (en een met een herexamen Wiskunde afgesloten MAVO-4 diploma), dat ik een gemankeerd schrijver ben geworden. Een kasteelheer die op zijn met outsider kunst, boeken en prullaria volgestouwde zolder, de droom koestert als een bestsellerauteur dit tijdelijke met het eeuwige te verwisselen. En bij bevestiging van die status, toch verwoede pogingen doet om het tegendeel te bewijzen. Uiteindelijk kan ik niet meer dan positieve verhalen schrijven over de mensen die ik in mijn arbeidzame hart heb gesloten, de zogenaamde psychiatrische patiënten. In werkelijkheid, de spiegels van onze samenleving, want wat mensen meemaken is altijd waar.

Uit het veld geslagen. Dat geeft in enige mate aan hoe ik mij voelde toen ik het manuscript van mijn boek, de Holenman van Amsterdam-Noord, naar een uitgever had gestuurd.

Ik ontving een pittige reflectie.

Quote
Dag Rokus,
Vanmiddag een paar uurtjes met en via jouw verhalen kennis kunnen maken met jouw binnen- en buitenwereld. Was extra geïnteresseerd in je verhalen, omdat we overlappende werkervaringen en -plekken hebben gehad. Herkenbaar. Aanstekelijk enthousiasme. Maar binnen mijn uitgeverijtje past dit niet.

De columns vormen een eenheid, maar het Holenman-boek is een wel erg gevarieerde fruitmand. Zowel studieboek, pamflet, ‘opa vertelt’ als oproep tot humanisering van de GGZ. Zelfs met een stevige redactie valt daar moeilijk een diamant uit te slijpen, die ook ‘vermarktbaar’ is. Dat alles doet natuurlijk niet af aan het hartverwarmende relaas, je betrokkenheid met deze doelgroep, die zo verbonden is met je eigen geschiedenis.

Jouw wens tot volledigheid lijkt me in je nadeel te werken. We snappen zo wel dat je een bijzonder mens bent.
Unquote

Gek genoeg zijn ‘opa vertelt’ en die laatste zin het langste in mijn hoofd blijven hangen. Het voelde aanvankelijk als een dolksteek. Ik weet nog steeds niet hoe ik die zin moet lezen. Marie-Anne maande mij de klemtoon toch vooral op het woord ‘wel’ te leggen. Daar houd ik mij aan vast. Alles wat de uitgever daarvoor benoemt, daar kan ik mee leven en hij heeft in zekere zin gelijk. Een fruitmand. Goedbeschouwd heb ik het geschreven omdat ik wil dat er iets op tafel ligt wat uit mijn hoofd en handen is voortgekomen. Een genot wat jij al vele malen hebt mogen proeven.

‘Het huis van het weekdier’. Wat een fenomenale titel, voor een bundel die ik graag t.z.t. ontvang. ‘Het blote oog’ is een prachtige teaser, vergeef mij deze Amerikaanse terminologie, en steekhoudend voor alles wat je daarvoor in je brief beschreven hebt. Weltschmerz in optima forma.

Ik houd mij voor nu nog even vast aan de geschriften van Amerikaanse ervaringsdeskundigen die tegen alle mainstream GGZ-bewegingen in, nieuwe en alternatieve methoden bedenken om complexe psychische problematiek het hoofd te bieden. Het zijn geen diagnoses, maar toch veel en veelzijdige variaties op ons ‘mens zijn’. In dat opzicht moeten we concluderen dat iedereen toch vooral knettergek is en concludeer ik dat ons beider innerlijk opmerkelijk veel gelijkenis vertoont. Leg de klemtoon bij het lezen van deze zin op het woord ‘iedereen’. Dat leest anders.

Ik wil je een van mijn favoriete gedichten van Charles Bukowksi niet onthouden. Het heet Flophouse en beschrijft het verblijf in een nachtopvang voor dakloze mensen. Met alle wil in de wereld kun je daar niets romantisch uit oplezen. Geen gedicht wat je dag gaat maken en toch uitzonderlijk mooi.

 

Flophouse

you haven’t lived

until you’ve been in a

flophouse

with nothing but one

light bulb

and 56 men

squeezed together

on cots

with everybody

snoring

at once

and some of those

snores

so

deep and

gross and

unbelievable-

dark

snotty

gross

subhuman

wheezings

from hell

itself.

your mind

almost breaks

under those

death-like

sounds

and the

intermingling

odors:

hard

unwashed socks

pissed and

shitted 

underwear

and over it all

slowly circulating

air

much like that

emanating from 

uncovered
garbage

cans.

and those

bodies

in the dark

fat and

thin

and

bent

some

legless

armless

some 

mindless

and worst of

all:

the total

absence of

hope

it shrouds

them

covers them

totally.

it’s not

bearable.

you get

up

go out

walk the 

streets

up and 

down

sidewalks

past buildings

around the 

corner

and back

up

the same

street

thinking

those men

were all

children

once

what has happened

to

them?

and what has

happened

to

me?

it’s dark

and cold

out

here.

Charles Bukowski

 

Dank je wel voor je bemoedigende woorden Gerard, na het ontvangen van die lastige maar ware woorden van de uitgever. Ik heb mij er overheen gezet. Getuige deze nieuwe brief.

De vakantiegangers zijn aangekomen in ons Chateau. Tijd om mensen een mooie tijd te geven.

Ik kijk tussen alle hospitality door uit naar een nieuwe brief.

 

Uw vrind, uw roemdenker, Rokus

 

PS 1 Onze briefwisseling is gegroeid naar 976 volgers. Mag ik zo vrij zijn om de 1000ste volger een exemplaar van jouw nieuwe bundel te beloven?

PS 2 Bij deze een opbeurend bericht om mee af te sluiten.

Journal d’images

 

Gevonden

Dinsdag 10 juni, Mondim de Basto

Een nijlpaard.

De duivel.

Elvis.

Lello & Irmão

Zondag 8 juni, Mondim de Basto

 

Wyb en ik wandelen door Porto en zien in de verte, in een winkelstraat, een lange rij mensen staan. Wij vragen ons af wat er aan de hand is. Kaartverkoop voor een popconcert? Een of andere TikTok-hype? Als we dichterbij komen geloven we onze ogen niet: men staat in de rij voor een boekhandel. In Nederland vind je nauwelijks nog boekhandels, laat staan dat er een rij voor staat.

Wyb loopt naar de suppoost om te vragen welk sensationeel boek uit is waardoor zoveel mensen in de rij staan. Nog meer verbazing, er is geen nieuwe bestseller uit, de mensen willen gewoon de boekhandel vanbinnen zien. Sterker: ze betalen tien euro om naar binnen te mogen. De run op die boekhandel is zo groot dat je kaarten van tevoren moet bestellen en dan krijg je te horen hoe laat je naar binnen mag. Wie een boek koopt, krijgt zijn tientje terug. Wie geen boek koopt, is zijn tientje kwijt.

Eenmaal in ons hotel kom ik al googlend achter het geheim van de boekhandel. Lonely Planet noemde boekhandel Lello & Irmão de op één na mooiste boekhandel ter wereld. De winkel heeft een prachtige neogotische gevel met daarop twee door José Bielman geschilderde figuren, ze stellen de wetenschap en de kunst voor. Het prachtige interieur is ontworpen door Xavier Esteves.

Ik vermoed dat de oorzaak van de run op deze boekhandel toch met iets anders heeft te maken. Het gerucht gaat namelijk dat J.K. Rowling hier geïnspireerd werd om Harry Potter te schrijven. Zij woonde begin jaren negentig in Porto, waar ze als lerares Engels werkte. In haar vrije tijd dronk ze vaak koffie op de tweede verdieping van deze boekhandel. Er schijnen inderdaad grote overeenkomsten te zijn tussen de trap in de boekhandel van Lello en die van Zweinstein.

Als we de volgende dag weer langslopen, staat er opnieuw een rij. Met jaloezie kijk ik ernaar. Hadden we in Nederland maar een boekhandel waar mensen voor in de rij staan.
De mooiste boekhandel van de wereld blijkt zich trouwens in Buenos Aires in Argentinië te bevinden, de naam: El Alteneo Grand Splendid, gebouwd in 1919. Maar of er rijen voor de deur staan, betwijfel ik. Jammer genoeg heeft J.K. Rowlings niet in Buenos Aires gewoond.

Rij voor Lello & Irmão.

Lello & Irmão.

 

 

 

Faalhaas

Woensdag 4 juni, Cabo Verde

 

Wij zaten ’s ochtends in een koffiehuis in Gijón toen Wyb zei: ‘Wilders stapt op, het kabinet gaat vallen.’ Ik had het al zo lang verwacht, maar nu kwam het toch totaal onverwacht. Die hele mogelijke kabinetscrisis, ik had er de afgelopen dagen geen moment meer aan gedacht. Toch vreemd, grote gebeurtenis in Nederland, en wij zitten in Noord-Spanje, in een Spaanse havenstad. Als ik in Nederland was geweest, had ik de val intensief gevolgd, was het enorm belangrijk voor me geweest. En nu ga ik dadelijk gewoon een fototentoonstelling bekijken en wandelen over het oude havenhoofd van Gijón.

Maar de afstand tot de val van het kabinet vervalt als we in de auto zitten. We rijden vandaag van Gijón naar een camping in de buurt van Ponteverda het uiterste westelijke puntje van Spanje. Daardoor hebben we de hele dag de radio aan en horen we live de interviews met Van der Plas, (boos), Van Vroonhoven (onbegrijpelijk) en Yesilgöz (een grote gemiste kans, hadden we eindelijk een rechts kabinet). Ik krijg diverse appjes, Peter schrijft: ‘Ooit noemde Wilders Rutte een faalhaas, nou is hij het zelf.’

Ik ben in lichtelijke feeststemming. Eindelijk zijn we af van dat bedompte kabinet dat een grauwsluier over Nederland legde. Iedereen op de radio is het er over eens: niets, helemaal niets hebben ze voor elkaar gekregen. Ze waren alleen met zichzelf bezig, crisis na crisis over de samenwerking, werkelijk over alles hadden ze conflicten. Ze roddelden over elkaar, ze verzonden smerige appjes en maakten elkaar zwart aan de tafels van de talkshows.

Onze premier -nou ja, onze premier, eigenlijk is Schoof de premier van niemand-, laat pas laat in de middag iets van zich horen als hij tijdens een ultrakorte persconferentie laat weten dat het kabinet is gevallen. Als eerste mag Floor Bremer van RTL vragen stellen, het valt me op dat ze steeds beter wordt. Daarna mag, ik ben haar naam vergeten, de dame van de NOS een paar vragen aan de premier in zijn laatste uur stellen. Het zijn obligate vragen die zelfs ik kan beantwoorden. De kwaliteit van de parlementaire verslaggeving van de NOS holt achteruit.

Over een paar maanden moeten we weer vertrouwen op de kiezer. Ik hoor de onderbuiken nu al rommelen. Zal er iets gaan veranderen? De volgende rechtse illusie is, vrees ik, nu al in een prenataal stadium: Coenradie. Zou me niets verbazen als zij door JA21 gelanceerd wordt. Fortuyn, Baudet, Van der Plas, Omtzigt, de onderbuiken zullen vast behoefte hebben aan een nieuwe hype.

Ondertussen rijden wij langs de Picos Europa, zien we rechts van ons regelmatig de Golf van Biskaje liggen. Dan krijgen we bijna een ongeluk omdat een rode Fiat de snelweg opkomt en meteen naar de linker weghelft schiet terwijl wij daar toch rijden. Ik heb de tegenwoordigheid van geest om te toeteren zodat de Fiat-gek ziet dat ik hem bijna midscheeps ram. Beiden maken we op het allerlaatste moment een manoeuvre zodat we een botsing voorkomen. Ik ben benieuwd of de Nederlandse politiek er volgende verkiezingen eindelijk ook eens zonder kleerscheuren afkomt.

Later op de dag zie ik op een foto kinderen voetballen met een bal met het gezicht van Faber erop. Ik wil ook zo’n bal, en dan lekker hard trappen.

Journal d’images

Plonsen

Maandag 2 juni, Gijon

 

Het zou een plonsdag worden. ‘We gaan plonsen,’ wanneer hoor je dat nou in Nederland? Je gaat zwemmen of een duik nemen – maar plonsen? Een steen plonst in het water, maar wij dus ook. Als wij bij mijn Franse Nichten zijn, dan gaan we meestal plonsen. Zij zijn in het bezit van een zwembad, en dat is een noodzaak om te kunnen plonsen. Laat ik de betekenis van het woord verduidelijken.

Wij doen een spelletje met onze Nichten, bijvoorbeeld Toc. Bijvoorbeeld, is onzin, het enige spel dat we doen is Toc. En dat doen we best fanatiek, als het tegenzit kan iemand best gaan zitten balen. Vooral als het maar niet lukt om op het bord te komen.
Tijdens zo’n spelletje kan iemand opeens zeggen: ‘Ik heb het warm, zullen we even lekker plonsen?’ ‘Lekker,’ zeggen de anderen dan, en wij doen onze kleren uit en rennen in ons nakie naar het zwembad.

Naakt? Ja, mijn Franse Nichten zijn fanatieke naturisten en ook De Blogger en De Censor zijn van een beetje naturisme niet vies. Lang geleden, toen de kinderen nog jong waren, gingen Lies en ik eigenlijk altijd bloot kamperen.
Goed, kleren uit, we springen in het water. Even kopje onder, springen een paar keer omhoog, doen een paar slagen, of niet. Als je er maar in bent gegaan. Het is de beste remedie tegen de Frans hitte. Badhanddoeken om en we gaan verder met Toccen.’

Maar gisteren hadden we opeens geen zin in Toccen. En geheel in tegenstelling tot onze verwachting was het geen plonsweer. Wolken hadden ’s ochtendsvroeg al de zon verdreven. Het was gelukkig niet koud zodat we toch heerlijk op het terras konden zitten. We vonden het gewoon lekker om te zitten. Niks Toccen, niks plonsen.

En met dat zitten kwamen de gesprekken. Bloot zwemmen, prima. Maar wanneer geeft een mens zich nou echt bloot? Daarvoor moet je elkaar goed kennen, elkaar vertrouwen. En al die voorwaarden waren aanwezig. Dus in plaats van plonsen, legden we onze ziel en zaligheid op tafel. Elk mens denkt veel meer dan hij naar buiten brengt, dat bleek gistermiddag wel. Het is fijn om in ieder geval tegen een paar mensen wél je ziel en zaligheid te vertellen.

Daar kwam bij dat de wijn prima smaakte. Mijn Franse Nichten zijn gelukkig altijd in het bezit van goede wijn. Nee, wij profiteren niet alleen, wij nemen zelf ook goede wijn mee. Zo prima dat De Censor vrijwel niet meer instaat was om te censureren en De Blogger om te bloggen. Niet alleen de wijn viel prima, eigenlijk viel alles op zijn plaats.

Ander groot voordeel van mijn Franse Nichten, ze kunnen koken als de besten. Zo kwam de brander, de grote pan en alle ingrediënten op tafel en componeerden mijn Franse Nichten een perfecte paella. We aten de vingers erbij op. Uiteindelijk raapte iedereen zijn ziel en zaligheid weer bij elkaar en enigszins wankel namen we afscheid van elkaar. ‘Maar volgende keer gaan we weer plonsen, hoor,’ zei ik met dubbele tong.

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2025