Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Beeldblog

Maandag 23 oktober, Lhee

Toch nog even drie keer Moddergat. Op het witte huis azen we al jaren. Als dat vrijkomt, gaan we het zeker kopen. Het is het laatste huis aan de oostelijke rand van Peasens. Het ligt onder aan de dijk, boomgaard in de achtertuin. Voor kijkt het drie kilometer ver uit op Oosternijkerk.

Zondag 22 oktober, Moddergat

Sinds lang weer eens een rondje door Moddergat gelopen. Moddergat ligt van alles ver weg en heeft zo zijn eigen economie. Waar verdienen mensen hun geld mee in een krimpgebied? Gelukkig ligt Moddergat aan het wad. Een iemand verdient daar zijn brood mee en heeft voor de gasten de schoenen voor het wadlopen al klaar staan. Voor elke maat is er een paar.

Wie onder aan de dijk loopt, aan de kant van het dorp, dus niet aan de kant van het wad, kijkt tegen de achterkant van de huizen. Zelfs van die achterkant wordt gebruikt gemaakt. Op de middelste foto een uitstalling van kleine cadeautjes. Links van de uitstalling een soort vogelkooitje. Het geld voor de cadeautjes kan door het gaatje worden gegooid, belandt het meteen in de schuur. Mooie manier om het niet te laten jatten.

En dan is er natuurlijk de bouwsector. De huizen van Moddergat zijn vaak oud, bewoond geweest door mensen die er hun hele leven hebben gewoond. Het opknappen van de woningen is vaak noodzaak. Gelukkig is daarvoor een aantrekkelijke subsidie beschikbaar.

O ja, toevallig staat Villa Kakelbont wel in Moddergat.

Zaterdag 21 oktober, Moddergat

Eergisteren moesten we sneller naar een voorstelling dan gedacht. Haast. Wat moeten we aantrekken? Wyb weet het wel, dat leuke zwarte jurkje dat ze vorige maand in Groningen heeft gekocht. Het is net in de was geweest dus het moet nog even gestreken. Al vele malen is het in dit blog verteld: Wyb en ik zijn beiden ontzettend onhandig. Wyb legt het jurkje op de strijkplank en gaat het snel even strijken. Ze vergeet naar de temperatuur van de strijkbout te kijken. Tegen zoveel hitte kan de stof van dat leuke jurkje niet op, het verbrandt al bij de eerste aanraking. Wyb en ik memoreren even de prijs van het jurkje. Zonde geld.

We hebben nog steeds haast. Daarom leg ik  vlug mijn overhemd op de strijkplank. Ik pak de strijkbout. Stom. Absoluut niet bij nagedacht dat onder de bout nog de zwarte restanten van het jurkje zitten. Een deel van het jurkje versmelt met mijn blauwe overhemd. Wyb en ik memoreren even de prijs van het overhemd. Zonde geld.

Omdat het een echt leuk jurkje was, reizen we vandaag naar Groningen om het opnieuw te kopen. Geluk bij een ongeluk, het zwarte jurkje blijkt in het groen nog leuker te zijn. De ontzettende aardige mevrouw van de winkel blijkt op vakantie te zijn. We komen aan de praat met een andere ontzettend aardige mevrouw. Zij blijkt de ontwerpster van dat mooie jurkje te zijn en alle andere kledingstukken die er hangen. Foto van de ontwerpster. Ze heet Earn, haar winkel heet Womanbyearn.

Vrijdag 20 oktober, Moddergat

De bladeren vallen. Op de bovenste foto heb ik, vermoed ik, de laatste zonnestralen van 2017 gevangen. Daarna kwamen de wolken en de regens en werd het weer somber zoals op de foto daaronder. De foto’s zijn een uur na elkaar genomen. In één uur werd het van zomer herfst.

Beide foto’s zijn door het raam genomen. De bovenste foto had ik al een paar dagen in mijn hoofd. Punt was dat er maar twee bladeren op het dakraam lagen. Door de toegenomen wind kwamen er vandaag een paar bij. Genoeg om de foto te maken. Bijkomend geluk dat de lucht nog steeds blauw was.

De onderste foto is modderig. Pas nu, nu ik de foto voor Dossiermoddergat klaarmaakte, zag ik dat de foto geschoten is met 32.000 iso. Vroeger kocht ik  fotorolletjes van 100 en 400 iso, kwam 32.000 iso niet eens in mijn hoofd op. Voor wie niet weet waar iso is voor staat, het getal geeft de lichtgevoeligheid aan van vroeger het fotorolletje en nu de sensor.

Voor de goede orde. Deze foto’s zijn niet in Moddergat genomen. Ik heb ze vanochtend in Lhee genomen voordat we naar Moddergat vertrokken. De foto’s laten ook zien dat we nodig de ramen moeten wassen.

Donderdag 19 oktober, Lhee

Opeens zag ik deze achteloos weggegooide bh op bed liggen en bedacht dat we kuddedieren zijn. Dat kun je aan de fotografie zien. Wanneer pakken we ons fototoestel? Bij een mooie zonsondergang, wolken die mooi worden beschenen, lekker eten en uiteraard richten we de camera veel op onszelf. Voor een achteloos weggegooide bh heeft niemand belangstelling. Ik ook niet. Ik zag nu pas wat voor een mooi landschap zo’n bed met een bh is. Ik moet minder kuddekijken, meer de achteloze dingen zien. Ik denk dat daar ook zoveel schoonheid in zit. Ik zie ze alleen veel te weinig. Uiteraard volgt hieruit een voornemen.

Woensdag 18 oktober, Lhee

De Blogger in de tuin. Gebeurt eigenlijk nauwelijks. Behalve dan dat maaien. Dom achter zo’n ding aanlopen vind ik wel weer leuk. Of nou ja, leuk. Ik denk dan: nuttig, ik beweeg. Voor de rest hoeft er weinig in de tuin te gebeuren. Hier en daar eens wat mos wegsteken, snoeien, takken afzagen, schoffelen. Maar dat werk is voor Wyb. ‘Ik wil er best wonen,’ zei ik toen we moesten besluiten om in Lhee te gaan wonen. ‘Maar ik ga niet in die tuin werken. Je weet dat ik daar niet van hou. Dat gazon wil ik wel maaien.’ Het komt er op neer dat ik toch de meeste tijd in de tuin werk. Als ik het hele gazon heb gemaaid, heb ik in totaal vijf kilometer gelopen en is het anderhalf uur later. Dat rechtvaardigt weer een paar dagen niet bewegen. Drie weken geleden dacht ik dat ik voor het laatst in 2017 het gazon had gemaaid. Door het mooie weer blijft het gras maar groeien, er komt geen einde aan. Ik neem aan dat dit laatste beurt van 2017 is. Ik hoop van niet, want dan blijft het nog zomeren in de herfst.

Dinsdag 17 oktober, Lhee

Ik heb een afspraak in Amsterdam. Zoals altijd maak ik die in De Pont. Lekker makkelijk. Je loopt het Centraal Station  uit en met het pontje ben je al snel aan de overkant. Daarna loop ik naar de Raadhuisstraat om een boodschap voor Wyb op te halen. Op zo’n wandelingetje kan ik me erg verheugen. Ik loop eigenlijk nooit meer zonder fototoestel door een stad. De wandeling geeft me de mogelijkheid om een paar foto’s te maken.

Ik dacht dat ik een kleine boodschap moest doen, een paar flesjes ophalen. Het blijkt een bijzonder grote boodschap te zijn. Twee plastic tassen worden gevuld met een tiental zware flessen. Einde van mijn wandeling. Ik had gehoopt wat langer van de stad te kunnen genieten, met zo’n vracht zoek ik snel de trein op. Terug naar het platteland.

Maandag 16 oktober, Lhee

Ik kan niet erg lang op mijn kont zitten. Na een half uurtje werken of lezen heb ik de behoefte om te bewegen. Even iets inschenken, een rondje lopen door de tuin -vaak vind ik mij terug voor de tuindeur, met mijn ellebogen leunend op een van de raamlatjes turend in de tuin. Al bij al heb ik daar al heel wat tijd gestaan. Wonderlijk gegeven: zo’n tuin verveelt nooit. In onze tuin zitten trouwens de meeste vogels van het Dwingelderveld. Bij wandelingen komen we zo weinig vogels tegen. In de tuin zijn er altijd veel te zien.

Een enkeling zal zich afvragen wie nou eigenlijk dit beeldblog maakt. Staat opeens de fotograaf zelf op de foto. Och, de moderne techniek. Met een statief en een zelfontspanner kun je zo’n foto natuurlijk makkelijk maken. Het is mijn eerste selfie waarbij ik me op de rug fotograaf, mijmerend voor een tuindeur.

Zondag 15 oktober, Lhee

Feest: zomer in de herfst. Wat wil je nog meer? Om het feest te vieren vandaag niet een, niet twee maar drie foto’s. Wyb en ik maken een lange wandeling over het Dwingelderveld. Een dag met hard licht, lage zon, dat vraagt om zwart-wit foto’s.

Terug van de wandeling pak ik sinds lang Het boek der rusteloosheid van Fernando Pessoa. Zoals zoveel boeken kreeg ik het ooit van Matthijs. Het is een boek waaraan je nipt. Als je meer dan vier pagina’s leest, ben je stomdronken en uitgeput. Het boek vraagt erom dat je het voorzichtig tot je neemt. In het boek lees ik de volgende passage. Laat de woorden tot je doordringen en je hebt voor een dag al genoeg gelezen. Ik lees het op pagina 143. In totaal heeft het boek 649 pagina’s. Ik denk dat ik over dit boek nog mijn hele leven doe, gesteld dat ik nog vijftien jaar heb te leven. Matthijs heeft een monument voor me achtergelaten.

‘Voor ons, eeuwige wandelaars door onszelf, bestaat alleen het landschap dat wijzelf zijn. Wij bezitten niets, omdat wij niet eens onszelf bezitten. Wij hebben niets, omdat wij niets zijn. Welke handen moet ik uitstrekken naar welk heelal? Het heelal is niet van mij: ik bén het.’

Pessoa houdt niet van reizen. Zijn hele leven reisde hij alleen door zichzelf. Even verderop lees ik: ‘Wat kan China mij bieden dat mijn ziel mij niet al zou hebben gegeven? En als mijn ziel het mij niet kan geven, hoe kan China het mij dan geven, terwijl ik China toch met mijn ziel zou zien, als ik het zag? Ik zou rijkdom kunnen zoeken in de Oriënt, maar geen rijkdom van de ziel, want de rijkdom van mijn ziel ben ikzelf, en ik ben waar ik ben, met of zonder Oriënt.’

Zaterdag 14 oktober, Lhee

2x Gijs. Op de foto’s ziet hij er patent uit. Toch moesten we hem eergisteren bij de dierenarts achterlaten. Hij had iets met of in zijn bek. Voortdurend zat hij raar te kauwen, kwijlde, en was lusteloos. Aan het begin van de avond moesten we Gijs bij de dierenarts achterlaten. Een avond en nacht zonder Gijs is erg kaal. De volgende dag  bracht de dierenarts hem onder narcose en nam ze wat foto’s van zijn bek. Zo te zien niets aan de hand. Hij blijkt wel last van suiker te hebben. Eenmaal weer thuis kon hij nauwelijks op zijn poten staan, zo dizzy was hij.

Dringend advies: hij mag de eerste 24 uur niet naar buiten. Makkelijker gezegd dan gedaan. Gijs is een vrijbuiter, hij weet niet eens wat een kattenbak is. Uren en uren zat hij voor het raam te miauwen. Ik zette hem op een snel gekochte kattenbak, maar zoiets belachelijks had hij nog nooit gezien. De wereld is zijn plee, niet zo’n klein bakje met wat kunstmatige korrels erin. Uiteindelijk lieten we hem toch naar buiten. Binnen een half uur was hij terug en is sindsdien erg aanhankelijk. Van enige klachten is niets meer te merken. Wij zijn €210 armer. Volgende week moet hij terug om nog eens naar zijn suiker te kijken. Wyb en ik zijn tot de conclusie gekomen dat Gijs gewoon een aansteller is. Hij moet maar fotomodel worden om zelf dat geld terug te verdienen.

Vrijdag 13 oktober, Lhee

Begin deze week liep ik door de Tweede Walstraat in Nijmegen en kwam ik een deur tegen met stickers en afgescheurde affiches. Ik nam bovenstaande foto omdat de zin Beauty is in the Street natuurlijk mooi bij mijn foto’s past. Ik post elke dag tenminste één foto op Instagram en deze zou er, als een soort statement, mooi bij passen.

Thuis zette ik de foto in Lightroom en zag ik pas goed wat er op stond. De foto zette mij voor een ethisch dilemma. Het motto Beauty is in the Street heeft op de sticker een andere betekenis dan ik had gehoopt. Wie goed kijkt, ziet brandende agenten, agenten die aan molotov cocktails proberen te ontsnappen. Hier wordt gewoon geweld verheerlijkt. Ik had het enigszins kunnen weten omdat daarboven het anarchisme teken staat. Nou heb ik tamelijk goed het anarchisme bestudeerd en ik weet dat anarchisme heel vaak niet voor geweld staat. Daar staat tegenover dat er een stroming is die wordt bevolkt door een soort wilde beesten. Deze sticker is vermoedelijk een van hun uitingen. Hun beauty in the street is totaal niet mijn beauty in the street. Mijn beauty in the street is juist het humanisme, de kwetsbaarheid en de eenzaamheid van mensen in de straat.

Ethische vraag: ga ik deze foto wel of niet gebruiken voor Instagram? Wie ziet nu die brandende agenten, de meeste mensen zullen niet verder kijken dan het motto Beauty is in the Street, waar het mij om is te doen. Wie mij kent, weet het antwoord. Natuurlijk ga ik deze foto niet gebruiken. Ik wil niets te maken hebben met mensen die schoonheid in geweld zien.

Donderdag 12 oktober, Lhee

In Amsterdam kwam ik een oude bekende tegen. Twee jaar geleden fotografeerde ik haar toen ze net op het elektriciteitskastje was gezet. Ik was haar eerlijk gezegd vergeten. Opeens viel ze me weer op. Inmiddels is ze afgebladderd en verweerd, een versleten meisje. Met moeite is nog het woord laughter te lezen.

De zin Day withhout laughter is goed van toepassing op deze dag waarop het lichaam van Anne Faber werd gevonden. Een 25-jarige vrouw die bijna twee weken vermist was. Haar vermissing hield heel Nederland in zijn greep. Vandaag werd haar stoffelijk overschot gevonden en werd het definitief duidelijk dat ze is vermoord.

Woensdag 11 oktober, Lhee

We hebben een regeerakkoord. En dat hebben we geweten. Om ons te overtuigen hadden de coalitiepartners hun monden vol van de gewone, normale Nederlanders. Nu heb ik nog nooit iemand ontmoet die zichzelf afficheerde als gewone, normale Nederlander. Ben ik een gewone, normale Nederlander? Ik gruwel van het idee dat ik misschien wel die gewone, normale Nederlander ben. In mijn hoofd ben ik toch echt een ongewone, abnormale Nederlander, ben daar zelf trots op, zo zie ik mezelf namelijk het liefst. Ik sluit niet uit dat ik desalniettemin toch ook een gewone, normale Nederlander ben. Als dat zo is dan is dit een portret van een gewone, normale Nederlander.

De gewone, normale Nederlander is nu zo populair dat ik voorstel het portret van de koning dat overal in overheidsgebouwen en rechtbanken hangt te vervangen door een portret van de gewone, normale Nederlander. Ik heb er geen bezwaar tegen als men daarvoor bovenstaand portret gebruikt.

Dinsdag 10 oktober, Lhee

Als Anne op bezoek is, verandert onze huiskamer al snel in het redactielokaal van Yourdailylive.nl, haar lifestyle blog. Via twitter, whatsapp, facebook en gewone telefonie is er voortdurend contact met ik weet niet wie. Druk leven zo’n lifestyle blog bijhouden. Voor vertrouwelijke gesprekken moet ze af en toe naar buiten.

Gijs vindt het prima, wat extra drukte in huis. Ik heb zo het vermoeden dat hij Wyb en mij buitengewoon saai vindt. Enige afwisseling is altijd welkom, kan hij wat liefde kwijt.

Maandag 9 oktober, Lhee

Ik heb een afspraak in De Vereeniging in Nijmegen. Zoals zo vaak ben ik veel te vroeg en daarom maak ik een sentimental journey door Nijmegen. Het is lang geleden dat ik terug ben gegaan naar de plek waar ik ben geboren, de Broerdijk. Om precies te zijn: Broerdijk 84. Het is de deur met die drie raampjes boven elkaar. Het gaat dan niet om het hele huis. Was maar waar. Het gaat enkel en alleen om de zolderverdieping. We schrijven de jaren ’50, woningnood. Onder ons woonden opa en oma van Lunteren die de zolderverdieping aan ons onderverhuurden. Ik heb hier tot mijn vijfde jaar gewoond. Ik kan die zolderverdieping tot in detail beschrijven.

Ik ben geboren achter het rechtse raam van de bovenste rij ramen. De eerste jaren sliep ik daar met mijn vader en moeder op een kamer. Aan de muur hing een zwart-wit tekening van een hertje. Mijn bed stond links van het bed van mijn ouders. Ik heb er de beste herinneringen aan.

Voor het eerst fotografeer ik de achterkant van het huis. Achter de tweede raampartij van links was onze woonkamer. Als het sneeuwde deed mijn moeder het raam open en haalde ze de sneeuw van het dak. In een plastic bak mocht ik dan met de sneeuw spelen. Op de grond lag een Perzisch tapijt waar ik met mijn Matchboxjes hele busroutes uitzette en die ik trouw, keurig op tijd, reed. Zo zou ik door kunnen gaan met herinneringen.

Mijn moeder hield me een jaar langer thuis van de kleuterschool dan nu gepermitteerd is. Ze vond het veel te gezellig om me al op mijn vierde te laten gaan. Ik was haar zo dankbaar. Op mijn vijfde moest ik dan eindelijk naar de kleuterschool. Ik vond het daar zo vreselijk dat ik al op de eerste dag terug naar huis vluchtte. Daarna heb ik nog vele jaren met tegenzin op scholen moeten doorbrengen.

Alle rechten voorbehouden © Gerard Tonen 2017