Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

2021, april

Oogpunt 16

Klussen

Donderdag 29 april, Groninigen

De oplettende lezer zal het gisteren vast zijn opgevallen: jullie zaten in Zoutelande, maar hoe kan het dan dat het blog van gisteren in Berg en Dal is geschreven? Een vraag met een antwoord. Gisteren zijn we van Zoutelande naar Berg en Dal gereden omdat Wyb een belangrijk gesprek in Nijmegen had.

Wyb is per 1 november als ZZP’er begonnen en dat gaat crescendo. Van september tot maart wordt Wyb opnieuw zakelijk directeur bij Theatergroep Kwatta, dit a.i. (dus ad interim). Van 2004 tot en met 2008 was zij daar de vaste zakelijk directeur. Nu mag ze iemand vervangen die met zwangerschapverlof is. Dit gaat ze drie dagen in de week doen, daarnaast is ze adviseur programmering en marketing voor het theater in Winschoten, dit voor twee dagen in de week. En zo zijn haar dagen weer volop gevuld. Ik vrees dat het, zoals het altijd met dit soort opdrachten gaat, niet bij een 40-urige werkweek zal blijven.

Dat is niet de enige reden dat we met de camperbus in Berg en Dal neerstreken. Vanochtend hadden we een afspraak met Wilma en Ronald van Le Mazelet. Nee, niet in Frankrijk, dit keer in Arnhem. Ze zijn hier voor familiebezoek en om vele dozen wijn af te leveren. Het spreekt voor zich dat wij graag enige dozen wijn van onze voormalige huiswijn van Les Trois Comtes willen afnemen. Gelukkig hebben we een camperbus waar best de nodige dozen inpassen. Vanavond kunnen we proeven of 2020 voor wijn een beter jaar was dan voor ons.

Wijn is niet de enige reden waarom we met hen afspreken. Wilma heeft aan Wyb gevraagd of ze in juli in Frankrijk een tijdje mee wil werken op een buitengewoon fraaie trouwlocatie. Wilma is daar wedding planner en door ziekte hebben ze een personeelsprobleem. Of Wyb daar voor een maand gastvrouw wil zijn. Ze zorgt dan voor de ontvangst van gasten en de verzorging van ontbijt en lunch. Normaal gesproken is het een internationale trouwlocatie. Ook in Les Trois Comtes hadden we vaak gasten die hier voor een bruiloft waren. Dit jaar zullen er door Covid voornamelijk Franse bruiloften zijn. De locatie ligt zo’n vier kilometer van Saint-Hippolyte-du-Fort vandaan. Dus we gaan voor een maand weer even proeven aan ons voormalige Franse leven.

Zoals tegen alle baantjes die mij worden aangeboden, heb ik ook nu gezegd dat ik dat niet ga doen. Ik ga uiteraard graag met Wyb mee, wil best eens naar de bakker rijden of een kop koffie naar een gast brengen. Maar als fotograaf en blogger heb ik het te druk om mij een vakantiebaan te kunnen permitteren.

Voor mij is het vandaag een historische dag. Op deze 29ste april ga ik officieel met pensioen. Nee, nee, zeker niet als blogger.

Oogpunt 15

Zeeland

Woensdag 28 april, Berg en Dal

Een paar blogs geleden schreef ik dat ik in mijn jeugd elke jaar in Zoutelande kwam. Het blijkt dat ik toen een slecht observator was. Het Zoutelande van nu is een totaal ander Zoutelande dan toen. Toen zag ik voornamelijk toeristen en een zee waar ik me niet bij thuis voelde omdat ze zo verschilde met de biotoop waar ik vandaan kwam. Ik was in Zoutelande een kat in een vreemd pakhuis.

Ik heb in mijn jeugd totaal niet de hoge duinen gezien. Het zou me niet verbazen als Zoutelande de hoogste duinen van Nederland heeft. Hier en daar loopt het wandelpad over de toppen en dan heb je een magistraal uitzicht over de zee en het strand. Ik heb toen ook niet de grafische schoonheid van het strand gezien. Niet gek voor een negen-, tienjarige, maar nu vind ik die schoonheid het meest kenmerkende van het strand. En met grafisch bedoel ik de strakke rijen palen die om de honderd, honderdvijftig meter in strak gelid de aanval van de zee op het land staan af te slaan. Een ander grafisch element waar ik dol op ben zijn de strandhuisjes die in rechte lijn onder het duin staan. Sommige in wonderschone kleuren. Maar ook de witte maken indruk met hun strakke strengheid.

Nu zie ik dat het Zeeuwse kust mij veel meer aanstaat dan de Noord-Hollandse. Grote delen van de noordelijke kustlijn zijn verpest door poenerige en proleterige projecten. Oude huisjes en hotels zijn gesloopt. Daarvoor in de plaats zijn architectonische misbaksels neergezet die de schijn van sjiek moeten ophouden. Ze vertegenwoordigen het schoonheidsideaal van de projectontwikkelaar. In Zeeland wonen de mensen veelal in de oorspronkelijk huizen. De dorpen zijn nauwelijks aangetast door mensen zonder smaak. In Zeeland voel je nog het authentiek verband van de dorpen.

En nu, grote schande, moet ik bekennen dat ik nooit geweten heb dat Zoutelanden zo dichtbij Vlissingen ligt, en dat er dorpen als Domburg en WestKapelle in de buurt liggen. Ik wist dat Middelburg bij Zoutelande lag, maar dat Veere zo dichtbij is. Ik had het totaal ergens anders gesitueerd. Ik dacht dat zowel Vlissingen als Veere op Schouwwen-Duivenland lagen. Bij de behandeling van de topografie van de provincie Zeeland op de basisschool moet ik vast ziek zijn geweest.

Al dat slechte observeren in mijn jeugd en die lacune in mijn topografische kennis heb ik in ons vijfdaags verblijf in Zeeland goedgemaakt. Zeeland is enorm in mijn achting gestegen. Zo zelfs dat Wyb en ik ons heilig voornemen om er volgend jaar rond deze tijd terug te komen. In de zomer zal een invasie van toeristen plaatsvinden, in deze tijd is Zoutelande en Zeeland van een paar bevoorrechten die buiten de vakanties eropuit kunnen. Zij kunnen genieten van vrijwel lege stranden.

Oogpunt 14

Strand

Dinsdag 27 april, Zoutelande

Oogpunt 13

De Cirkel

Maandag 26 april, Zoutelande

Transparantie, het is een modewoord in Den Haag. Er mag geen achterkamertjes politiek worden bedreven. Het kabinet moet in openheid zijn besluiten nemen en informatie geven waardoor de tegenmacht zijn werk kan doen. Met dat laatste ben ik het eens, met de roep om transparantie veel minder.

Het is jammer dat politici weinig tijd hebben om te lezen. Want dan zouden ze misschien De Cirkel van David Eggers hebben gelezen. In deze tijden, waar politici de mond vol hebben over openheid en transparantie, is het eigenlijk verplichte kost. David Eggers beschrijft overtuigend waar transparantie toe kan leiden. Hij schept een dystopisch beeld. Stel je een samenleving voor waarin niemand meer een privé heeft, waarin iedereen altijd zichtbaar is en altijd verantwoording moet afleggen. Een samenleving waar iedereen van alles weet over iedereen. Maar dan ook echt alles weet. Eggers laat de vreselijke gevolgen zien van een dergelijk principe.

Mensen hebben leugens en leugentjes nodig. Mensen hebben behoefte aan roddels en achterklap. Mensen willen hun hart kunnen luchten over die verschrikkelijke Pieter Omtzigt. Natuurlijk is hij een kwelgeest voor degene die hij bestrijdt. Het spreekt voor zich dat ze hun probleem Omtzigt met elkaar bespreken. Overigens: leve Pieter Omtzigt.

Politici die bepleiten dat alles in openbaarheid moet gebeuren zijn naïeve politici. Ze hebben te veel in Kamerbankjes gezeten en te weinig in de modder gestaan. In elke organisatie, hoe open ook, gaan soms de deuren dicht en zijn er geheimen die niemand anders moet weten. Er zijn geheimen die absoluut geheim moeten blijven omdat anders de organisatie in gevaar komt, of omdat onderhandelingen en privacy dat vereisen.

Voor een heleboel zaken heeft het helemaal geen nut om ze met anderen te delen. Dat kan zelfs oneerlijk zijn. Iemand kan het idee krijgen dat hij er iets over te zeggen heeft, of invloed op heeft, terwijl dat helemaal niet het geval is. En dat leidt alleen maar tot frustratie. Er zijn duizend reden om niet open en transparant te zijn. Het sluiten van deuren is vaak erg nuttig. En natuurlijk heeft iedereen die wordt buitengesloten het recht om daar van te balen. Maar het sluiten van deuren en dat balen is onlosmakelijk verbonden met organisaties, zelfs in de politiek.

Oogpunt 12

Het terras

Zondag 25 april, Zoutelande

Ik sluit niet uit dat ik mijn leven heb vergooid, dat ik me met zaken heb beziggehouden die er eigenlijk niet toe doen. Dat ik, terugkijkend, aan het begin van mijn leven een andere richting had moeten kiezen. Ik vermoed dat ik een doodlopend pad heb gelopen en er pas na veertig jaar hard werken achter kom dat dat pad doodlopend is. Een tragisch gegeven. Gerard Tonen, hij heeft hard gewerkt, maar in feite voor niets geleefd. Fait accompli.

Ik kom erachter door die lockdowns. We zitten nu meer dan een jaar, met een kleine pauze, in die lockdowns. De mensen worden er gek van, hebben er geen zin meer in. Dat hebben ze al lang niet meer en weinigen hebben de ballen om zich nog een beetje te gedragen. Die millenials hebben er van begin af aan al genoeg van. Sinds de eerste dagen van de eerste lockdown vieren ze feest. Die Covid? Schijt, ons treft dat griepje niet. Dat ze dat griepje doorgeven aan ouderen en daarmee een dodelijke ziekte. Schijt. Ik hoop zo dat ik in mijn leven nog eens meemaak dat er een virus komt dat juist die millenials treft, dat de zaak wordt omgedraaid. Ik wil niet zeggen dat ik ga feesten, maar ik ga wel met een heleboel ouderen in een park zitten chillen. Afstand houden? Vergeet het. We gaan de hele dag op onze iPhones samen dicht tegen elkaar aan, wij waren verdomme van de Seksuele Revolutie mother fuckers, Ik Vertrek kijken, of Het Mooiste Meisje van de Klas.

Dit terzijde. Waar het me om gaat is die behoefte aan terrassen. Sinds die lockdowns heeft het terras een mythische proportie aangenomen. Pas als we weer op een terras mogen zitten, zijn we weer vrij en gelukkig. Een terras is het hoogste goed, blijkt na dit jaar.
Arme naïeve ik. Ik was mijn hele leven ervan overtuigd dat als er één ding niet gemist kon worden het kunst was, en met name de podiumkunsten. Mensen, ik heb me echt jarenlang een missionaris gevoeld. Ik maakte ook de uren van een missionaris, vol devotie heb ik mij overgegeven aan het theater. Er was maar éen ding waar het werkelijk om ging in mijn leven: kunst.

En wat gebeurt er nu de samenleving al meer dan een jaar op slot zit? Iedereen praat over terrassen, nog niemand heb ik horen smachten naar kunst, laat staan theater. Ja, de theaters zelf, maar die hebben een werkgelegenheidsbelang. De mensen in het land, de gewone Nederlander, om met Rutte te spreken, hebben al een jaar lang het woord theater niet in de mond genomen. Het interesseert ze geen klap dat ze niet naar het theater kunnen. Het terras, daar draait het om.

Mijn leven lang leefde ik in de veronderstelling dat het theater was wat het terras nu is. Dat we geen week, geen maand zonder kunst zouden kunnen. Ik heb er naar geleefd, ik heb me daarom kapot gewerkt, risico’s genomen om de kunst maar te dienen. Wat een foute veronderstelling van me. Mensen vinden maar één ding werkelijk belangrijk: het terras. Was ik maar horecaondernemer geworden, dan had mijn leven werkelijk nut gehad.

Oogpunt 11

Strandwandeling

Zaterdag 24 april, Zoutelande

Zoutelande

Vrijdag 23 april, Zoutelande

Met zo’n camper kom je nog eens ergens. Vanavond schrijft Dossiermoddergat uit Zoutelande. Voor mij niet zomaar een toeristenplaatsje aan de kust. Voor mij is de naam omgeven door nostalgie. Mijn oom Theo en tante Annie gingen met hun dochter Yvonne hier elk jaar op vakantie. Mijn vader had niet veel vrienden. Sterker, hij had maar één vriend, en dat was mijn oom Theo. Als mijn oom en tante daar in een bungalowtent stonden, was het een mooie aanleiding om een dag op en neer vanuit Nijmegen naar Zoutelande te reizen.

Goed mogelijk dat ik hier voor het eerst de zee zag. Wie in Nijmegen woont heeft weinig kans om zee te zien. Er gingen jaren voorbij dat ik geen zee zag. En ik had geen idee wat ik miste. Een jongetje uit Nijmegen komt onbewust in bepaalde opzichten veel tekort. De bossen, de heidevelden, de heuvels van Berg en Dal en de Waal vormden mijn biotoop. De zee was voor mij lang een exotisch fenomeen, ver weg, een fenomeen dat ik slechts een keer per jaar in Zoutelande zag.

Ik was vijftien of zestien toen ik met twee jeugdvrienden liftend door Nederland reisde. Niet lang daarvoor hadden wij de film Easy Rider gezien en de vrijheid die uit die film sprak, dat wilden wij ook. De wereld lag voor ons open. En wij wilden alles van die wereld proeven.

Thiel speelde als rechtgeaarde hippie één nummer op een bamboe dwarsfluit. Ik weet nog precies om welk nummer het ging: House of the Rising Sun, ik heb het zo vaak gehoord. Ik was stinkend jaloers dat hij dat kon en ik niet. Ik had een mondharmonica waar ik maar geen liedje uitkreeg. Toch namen wij die bamboe dwarsfluit en die mondharmonica overal mee naar toe. Een beetje hippie speelde ’s avonds bij een kampvuur op een instrument. Om mijn a-muzikaliteit een beetje te compenseren droeg ik overdag en ’s nachts een gebreid mutsje. Zag er best hippie-achtig uit.

Het eerste doel op onze liftreis werd Zoutelande. Want mijn jeugdvrienden, Thiel en Sjef, vonden mijn oom ook cool. Dat was tenminste een volwassen man waarmee wij konden praten. Bovendien was Sjef verliefd op mijn nichtje. Alle reden om eerst daarheen te gaan. We kregen een lift van Nijmegen naar Roosendaal in een vrachtauto. Het was onze eerste lift. De vrachtwagen denderde maar door zonder één keer te stoppen. Een probleem voor ons: wij moesten zo pissen. Wij zaten in de achterbak en konden geen contact krijgen met de chauffeur. Uiteindelijk hebben we uit nood in de achterbak staan pissen. Gelukkig maakte hij het dekzeil net op de goede plek open toen hij ons bevrijdde.

’s Avonds zaten we bij een kampvuur en Thiel floot House of the Rising Sun. Met mijn oom hadden we een goed gesprek. Het bezoek was precies wat wij ons er van hadden voorgesteld. Die nacht werd het noodweer. Bliksem en striemende regen teisterden de camping. De plassen stegen en zochten hun weg de tenten in. Met ontblote bovenlijven gingen we naar buiten en groeven om diverse tenten greppeltjes om het leed enigszins te verzachten. Zie nou wel dat het leven niet saai was, wij voelden ons helden.

De volgende dag bleek het toch niet zo’n succesvolle actie. We werden gewekt omdat iemand voor onze tent stond te schreeuwen. Het bleek de campingeigenaar te zijn. Hoe wij het in ons hoofd hadden gehaald om de hele camping om te spitten. We moesten binnen een uur de camping verlaten, anders zou hij ons eigenhandig verwijderen. Mijn oom deed op zijn kenmerkende charmerende wijze nog een goed woordje voor ons. Het mocht niet baten. Binnen een uur hadden wij onze spullen ingepakt en stonden we buiten de camping. Ons maakte het niet uit. De wereld was groot, overal lonkte het avontuur.

Ik weet zeker dat we vanavond op een andere camping staan. Hier zijn überhaupt geen tenten te bekennen. Zo gauw ik de naam Zoutelande hoor, zie ik mezelf met een gebreid mutsje aan een kampvuur zitten. Om met de dichter Jan Greshoff te spreken: Maar ’t kan verkeren.

Oogpunt 10

Groningen studentenstad 05

Galerie

Donderdag 22 april, Groningen

Vandaag werd ik gepolst of ik lid wil worden van een commissie podiumkunsten om aanvragen te beoordelen. Ik hoefde gelukkig geen moment na te denken of ik dat wel of niet ga doen. Terug in Nederland besloot ik dat ik nooit meer in een bestuur, raad van toezicht of commissie ga zitten. Hoe eervol ook, ik ga het niet doen. Ik vond dat ik meer dan genoeg op gebied van podiumkunsten heb gedaan. Zo’n beetje mijn hele leven heb ik andere mensen gefaciliteerd, heb ik ervoor gezorgd dat anderen hun kunstje konden doen. Ik heb dat in allerlei functies en hoedanigheden gedaan. Ik heb in besturen gezeten, ik ben directeur geweest van de meest uiteenlopende organisaties, ik heb in denktanks gezeten, in commissie, heb in diverse raden van toezicht gezeten en ook nog eens in de Raad voor Cultuur. Het is mooi geweest. Vanaf nu wil ik alleen maar dingen doen, die ik zelf leuk en nuttig vind. Nu het kan, vanaf volgende maand heb ik pensioen, ben ik zelf aan de beurt.

Eerlijk gezegd wilde ik vooral zelf dingen gaan maken. Veel foto’s, een paar boeken. Toch ben ik sinds enige tijd weer aan het organiseren. Niet op het gebied van podiumkunsten, wel op het gebied van fotografie. Samen met Marc ben ik aan het kijken of we een galerie voor fotografie in Groningen kunnen opzetten. Laat duidelijk zijn: wij doen dit niet uit commerciële overwegingen. Zoals alles waar mijn hart naar uit gaat, is ook hier geen droog brood mee te verdienen. Dat hoeft ook niet, want overheid en pensioenfondsen voorzien mij van financiële ondersteuning.

Marc ken ik vanaf 1985 of daaromtrent. Ik was hoofd marketing van de stadsschouwburg en De Oosterpoort in Groningen en Marc was dienstweigeraar en zocht een plek om vervangende dienst te doen. Bij zijn sollicitatie stootte hij een kop koffie over mij heen. Het pleit voor de sollicitatiecommissie, bestaande uit Pim (directeur) en ik dat we hem dat niet aanrekenden. We vermoedden talent en namen hem aan. Een goede keuze want hij bleef zich verder zijn hele leven nuttig maken voor de podiumkunsten. Al had ik daar in het allereerste begin nog wel twijfel over. De eerste dag dat hij bij ons ging werken, kwam hij niet, zoals afgesproken, om negen uur ’s ochtends opdraven, maar kwam hij pas tegen een uur of twee aanzetten. Benne (vormgever op de afdeling) en ik hadden afgesproken dat we niets zouden zeggen, we zouden doen alsof er niets aan de hand was, mocht hij komen opdagen. Aldus geschiedde. Marc heeft mij onlangs laten weten dat dit een perfecte les was. Hij heeft zich nog nooit zo rot gevoeld. Hij voelde zich door ons zwijgen ontzettend schuldig. Nadien was hij altijd prima op tijd, ondanks dat hij soms nogal een ruig leven leidde. Dit terzijde.

Net als ik dreef hij de afgelopen jaren af van het theater en begon hij zich steeds meer voor fotografie te interesseren. Terug in Groningen hebben we elkaar weer snel gevonden. Ben benieuwd of het gaat lukken. In Nederland heerst een enorme ruimtenood, niet alleen op het gebied van woningen, ook van galerieën. Het is zeker geen gelopen race. Wordt vervolgd.

Oogpunt 09

Zingen

Woensdag 21 april, Groningen

 

Gewoon, zoals de merel
op de punt van het dak.

Over de grootte van het land.
Over de moeders die komen en gaan.
Over de monden van de jongen.
Over de vluchten, hoogte, afstand.
Over pleisterplaatsen.
Over het plezier van het water.
Over de dingen die verdwenen.
Over het nest, de heggen en het dak.

En dan naar een andere punt vliegen,
gewoon zoals de merel.

Zingen.
Avond na avond.

Oogpunt 08

Field labs

Dinsdag 20 april, Groningen

Ik ben best een succesvol actievoerder. Die parkeergarage bij de Piersonstraat in Nijmegen is er door onze acties in 1981 mooi niet gekomen – vraag niet ten koste van wat. Vanmorgen onderteken ik een petitie tegen die field lab van radio 538 in Breda waar 10.000 mensen zouden komen (400 meter van het ziekenhuis) en wat gebeurt: drie uur na mijn ondertekening wordt het evenement afgeblazen. Zie nou wel dat actievoeren zin heeft.

Ik wil in Dossiermoddergat toch wel even het fenomeen field lab vastleggen. Laten we beginnen met de keuze van het woord field lab. Welke aansteller heeft die term verzonnen voor wat experimenten? Het is in ieder geval iemand die het slechtste voor heeft met de Nederlandse taal. Ik zou graag eens een hartig woordje met hem willen praten. We geven gewoon de schuld aan Hugo de Jonge, die krijgt toch de schuld van alles.

Voor wie het nog niet weet wat field labs zijn, de organisatie die ervoor verantwoordelijk is, formuleert het op haar site als volgt: ‘Het doel van Fieldlab Evenementen is om gevalideerde bouwstenen te ontwikkelen als bewijslast van de veilige en betrouwbare aanpak, in co-creatie met bedrijven, overheden, wetenschap, belangenorganisaties en publiek.’ Helder lijkt me. Ook de schrijver van deze tekst heeft het slechtste voor met de Nederlandse taal. Nog iemand met wie ik een hartig woordje moet spreken.

Bij die Field Lab bijeenkomsten zijn in totaal 232.000 mensen welkom. Hier betaalt onze overheid 925.000.000 voor. Dit wil zeggen dat er een subsidie van €4.000 per persoon plaatsvindt. Geld speelt voor dit demissionaire kabinet geen rol meer. Welk gek heeft hiertoe besloten? Vast weer die Hugo de Jonge.

Als alles een beetje meezit, is 1 juli iedereen ingeënt, aldus de Jonge. Dat wil zeggen dat we over tweeënhalve maand van die Covid zijn verlost, dat iedereen zich weer vrij kan bewegen, zoals in sommige andere landen al het geval is. Goed, Hugo de Jonge zei het, dus laten we er nog een maandje bijtellen. Dan is iedereen over drieënhalve maand zeker immuun voor het huidige Covid. Waarom zijn we dan met experimenten bezig om te kijken hoe we dadelijk weer veilig open kunnen? Nog even een paar maandjes wachten en we hadden een miljard euro op zak kunnen houden.

Over die waarom vraag. Natuurlijk zijn deze field labs helemaal geen experimenten om te kijken hoe we dadelijk weer veilig open kunnen. Deze field labs worden georganiseerd om belangenorganisaties enigszins tegemoet te komen. Het is een zoethoudertje. Wie een beetje lekker lobbyt krijgt altijd iets toegeworpen. En de overheid wil met die field labs laten zien dat ze heus over de toekomst nadenkt en dat ze de beroerdste niet is. Field lab is een ander woord voor window dressing. Hele dure window dressing.

 

Oogpunt 07

Oceanen en woestijnen

Zondag 18 april, Berg en Dal

En nu hebben we dus een camperbus. Geen camper. Niet zo’n groot wit ding. Dat vinden wij burgerlijk. Wij hebben namelijk dromen bij zo’n camperbus, voor ons is het vooral een ding om avonturen te beleven. Grote reizen te maken, aan de rand van oceanen staan, door woestijnen rijden. Al zal het van dat laatste vermoedelijk niet komen omdat ik bang ben voor woestijnen. Ik heb een grote angst om te verdwalen.

Wyb en ik zijn tussen half februari en half april nu al vier keer met de bus op stap geweest. Ik spreek nu nadrukkelijk van bus. Dit laat onverlet dat je, voordat je het weet, in de campercultuur zit. Nu ik dit schrijf zitten we op een keurige camping aan de Zevenheuvelenweg, de hel voor elke Vierdaagseloper. Als ik naar buiten kijk, zie ik een rij campers en caravans staan, alle wit. En voor al die witte dingen zitten keurige mensen op keurige campingstoelen aan keurige campertafeltjes. En laat ik eerlijk zijn, bij ons is het niet anders. Al is onze camperbus dus niet wit maar blauw. Ik heb geen idee hoe andere mensen daar tegenaan kijken. Ik vind het in ieder geval fijn dat onze camperbus niet wit is. Geeft toch het gevoel dat we net even anders zijn. Ik zie die mensen in die witte dingen nog niet aan de rand van oceanen staan en door woestijnen trekken.

Eerst hadden we een huisje aan de oceaan, nou ja, aan de Waddenzee. Nu een camperbus. Een tweede huis of een camperbus, wat is het verschil? Het verschil is het avontuur. We zijn vier keer weg geweest en elke keer hadden we een ander uitzicht, een ander landschap, andere ontmoetingen. Het uitzicht in ons tweede huisje was zeventien jaar hetzelfde: een groene dijk, soms met schapen.

Een ander enorm groot voordeel is dat je met een camperbus altijd ander buren hebt. Goede buren zijn zeldzaam. Als je een goede buur hebt, moet je hem koesteren. Net zo als vrienden, zelfs verre vrienden. Het gevaar van een huisje is dat je rotburen krijgt, buren die zeuren, of buren die je huiselijke aura gaan aantasten. Het liefst wil je dan je huisje oppakken en verplaatsen naar een plek waar leuke buren zijn. Met een huisje zonder wielen kan dat niet. Met een camperbus wel.

Ander verschil: een camperbus ontzorgt. Met een huisje denk je altijd: de tuin moet nog worden gedaan, de schuur moet vernieuwd, de buitenboel dient geverfd, de kozijnen zijn op, en veel meer van dit soort zorgdingen. Met een camperbus heb je geen last van schuren, kozijnen en buitenboel. Het mooie: elke dag kun je een andere tuin hebben zonder er in te hoeven werken.

Pak je bed op en wandel kun je met een huisje niet zeggen. Slecht weer, zo’n huisje blijft staan. Met zo’n camperbus begin je gewoon een zoektocht naar het mooie weer.

Lost and found 04

Roots

Vrijdag 16 april, Berg en Dal

Het lijkt wel of ik deze dagen een soort back to the roots arrangement heb geboekt. Gisteren begon het al met het terugkijken van Andere Tijden, dat woensdag geheel was gewijd aan het verzet rond de Piersonstraat in 1981. Ik zat aan het beeld gekluisterd om te kijken of ik nog in beeld was. Helaas. Er liepen zoveel mensen rond.

Wat mij als eerste opviel waren de buitengewoon slechte televisiebeelden. Het waren zulke beroerde kleuren en het beeld had zo’n slechte resolutie. De rellen kregen daardoor een soort ouderwets karakter, zoals ik in mijn jeugd terugkeek naar filmbeelden uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Al dat verzet, heel dat gevecht dat we gevoerd hebben, het leek extra passé door die primitieve televisiekwaliteit.

Het voelde sowieso ontzettend passé omdat ik in die tijd dacht dat we met iets erg belangrijks bezig waren. Het breed gedragen protest, er waren avonden dat er vijftien-, twintigduizend mensen op de been waren, zou een voorbode zijn waar wij, linkse voorhoede, zo op hoopte. Ook hier is een helaas op zijn plaats. Het was geen voorbode, het was veeleer het einde van de jaren zeventig waarin Nederland even een beetje rood kleurde. Nijmegen werd nog wel een Havana aan de Waal. Nederland maakte zich op voor het neoliberalisme. Nijmegen was een links eilandje omgeven door een neoliberale oceaan.

Alle lof trouwens voor de Nijmeegse politie. In beeld was een onvervalste houwdegen die de acties van de marechaussee had geleid. Hij was de aanvoerder van het leger-geweld en de militaire acties. De man blaakte van trots. Je merkte dat hij inmiddels aan al zijn familieleden heeft verteld dat hij zo graag die kraker van het dak had geschoten toen die een molotovcocktail naar een tank gooide. Juridisch, liet hij weten, had hij daartoe het recht gehad. Nadat de strijd voorbij was, liet de Nijmeegse politie weten dat ze nooit meer met die marechaussee wilde samenwerken en veroordeelde ze het overheidsgeweld. En wat er ook allemaal is gebeurd: die parkeergarage is er toch maar mooi niet gekomen.

Zo begon mijn arrangement met een documentaire. En vandaag dan de tocht naar mijn oude biotoop. Wyb en ik staan, als ik dit schrijf, op een camping in Berg en Dal aan de Zevenheuvelenweg. Het is denk ik een jaar geleden dat ik in Nijmegen was. Nog nooit ben ik zo lang niet in Nijmegen geweest.
Morgen wordt het arrangement vervolgd met een familiebezoek aan Jan en Connie. Zondag staat een wandeling naar de Duivelsberg op het programma. Wat een genot om weer in deze biotoop rond te lopen. Vandaag bedacht ik dat het een voorrecht was om als kind in Nijmegen op te groeien. Waar is de omgeving rond een stad gevarieerder dan hier?

Ten noorden van de stad stroomt de machtige Waal. Boven de Waal de Betuwe. Onder de Waal de Ooijpolder. Ten oosten van Nijmegen de Ubbergse Heuvelrug. Ten zuiden de Hatertse Vennen en de Limburgse bossen. Wat heb ik er in mijn jeugd van genoten. Deze dagen dus een sentimental journey.

Oogpunt 06

Excuses

Donderdag 15 april, Groningen

We zijn er een uur voordat de anderen komen. We willen nog even in ons huisje zitten. Afgelopen weekend hebben we het keurig opgeruimd en gepoetst. Het is zelden zo netjes geweest. Misschien dat het daarom niet als een echt afscheid voelt. Het echte afscheid was afgelopen weekend toen wij er voor het laatst twee nachten waren. Op die dagen voelden we het afscheid diep.

We halen de vouwfiets uit de schuur die we uit Frankrijk hebben meegenomen en hier hebben gestald. In de schuur vinden we nog een fietstas van Connie. Gisteren liet ze weten dat ze die afgelopen zomer had laten liggen. Na deze kleine handelingen is alles klaar voor de officiële overdracht. Het huisje staat er puik bij.

Dan rest ons nog één ding: afscheid van mijn moeder. We beklimmen de dijk, want daar, op de top van de dijk, hebben we haar uitgestrooid in de letters M I E P. Het was haar nadrukkelijke wens. Ik was tegen, want mijn moeder was helemaal geen vrouw van dijken, zee en gure stormen en striemende regen. Mijn moeder was een vrouw van de bossen en huizen met lekkere centrale verwarming in een huis dat vooral in Nijmegen moest staan.

Ik heb het haar nog uit het hoofd proberen te praten. ‘Maar je hebt toch niks met Friesland of Moddergat? Je bent er maar één keer geweest en toen lag je te slapen naast me in de auto.’
‘En toch wil ik in Moddergat worden uitgestrooid.’
‘Ma, het kan daar ongelooflijk hard stormen. In de winter is het daar zo koud. Ik wil het je niet aan doen.’
‘En toch wil ik in Moddergat worden uitgestrooid.’
‘Het is toch veel logischer dat ik je uitstrooi in de Hatertse Vennen of in de Ooijpolder. Daar heb je je hele leven geleefd. Friesland is niet jouw thuis.’
‘Gerard, ik wil in Moddergat op de dijk worden uitgestrooid. Ik ben daar toch duidelijk in.’
‘Dan heb je altijd uitzicht op zee, op een moddervlakte. Jij hoort bij de Waal of de Duivelsberg. Waarom wil je dan in Moddergat worden uitgestrooid?’
‘Omdat ik dan altijd dicht bij jullie ben. Jullie zijn daar vaak en als jullie daar zijn denken jullie aan mij. Dan blijf ik in jullie gedachte.’
Mijn argumenten waren op. Ze had helemaal gelijk. En zoals ze het zich had voorgesteld, zo is het ook gegaan. Ik kan de dijk niet beklimmen of ik moet aan haar denken.

Op de dijk bied ik haar mijn excuses aan. ‘Sorry, Ma, dat we hier nu weggaan. Een leven is lang en er kan van alles gebeuren. Soms verlaat je zelfs de plekken die je ooit het meest lief waren.’
Wyb en ik beloven haar dat we snel zullen terugkomen, dat we regelmatig zullen terugkomen. Ik raak het gras aan dat mede door haar as is gegroeid. Dat weten we, want een jaar na het uitstrooien van de as stonden de letters M I E P duidelijk in het gras te lezen. Waar de as had gelegen, was het gras hoger.

Ik weet eigenlijk wel zeker dat mijn moeder mijn excuses aanvaardt. Mijn moeder steunde mij in alles en had begrip voor alles wat ik deed. Mijn moeder was de enige mens op aarde bij wie ik geen kwaad kon doen. Ik zeg dat ik verschrikkelijk veel van haar heb gehouden.

We lopen terug naar het huisje. We zijn nog niet gearriveerd of de makelaar en de kopers van ons huisje arriveren voor de overdrachtsinspectie. Daarna rijden we achter elkaar aan naar de notaris in Dokkum en tekenen de aktes.
Huisje Moddergat is definitief niet meer van ons.

Oogpunt 05

Mono

Woensdag 14 april, Groningen

Ik ben een ongeschoold blogger. Ik weet überhaupt niet of er scholen zijn waar je kunt leren bloggen. Dat zal vast wel want onderwijsinstellingen verzinnen tegenwoordig de meest vreemd studierichtingen. Zo was ik ook ongeschoold theaterdirecteur. Toen ik begon had je er nog geen opleidingen voor, alle theaterdirecteuren waren autodidacten. Wyb behoorde bij de eersten die Kunst en Kunstbeleid studeerden. Zij heeft er wel voor doorgeleerd.

Dit alles wil niet zeggen dat ik geen diploma’s heb. Zo ben ik wel gediplomeerd leraar nederlands en geschiedenis. Het was vermoedelijk een enorme investering om mij zo ver te brengen. Daar is wat maatschappelijk geld mee verloren gegaan, ik heb het slechts drie maanden gedaan. Daarna lonkte de cultuur.
Wat velen niet weten, want daar heb ik al helemaal nooit iets meegedaan, is dat ik gediplomeerd reclamemaker ben. Anderhalf jaar lang reisde ik van Groningen naar Utrecht waar ik een opleiding bij Stichting Reclame & Marketing deed. De opleiding was volledig gericht op reclame. Mijn NIMA A diploma had ik al op zak.

Ik kijk graag naar reclames. Als ik een advertentie, spotje of affiche zie, kijk ik altijd even hoe ze in elkaar zitten, wat ze willen communiceren. Het zal een opleidingsdeformatie zijn. Dat deed ik zeker toen ik bovenstaand affiche zag. MONO. Mono? Ik heb meer met stereo. Groningen staat vol met deze affiches, misschien andere steden ook wel.

Wat wil dit affiche nou communiceren? Het merk Mono? Is het een merk? Wat zegt het affiche? Ongestoord onderweg. Ja, dat is volgens mij een algemeen streven: wie wil nou gestoord onderweg? Daar hoef je geen reclame voor te maken. Daaronder staat ‘Kom veilig thuis’. Ja, duh, alweer zo’n ding dat iedereen wil. Wie wil nou onveilig naar huis? Voor die boodschap hoef je ook geen campagne te voeren.

Wie is de afzender van dit affiche? Staat er niet op. Het komt zelden voor dat de zender van een boodschap niet wil weten wie hij is. Daarom maar eens gegoogeld op het woord mono. En dan vind ik: ‘De verkeersveiligheidscampagnes van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en zijn partners worden gevoerd onder de koepel ‘Kom veilig Thuis’. Via dit online platform kun je verschillende campagnewebsites bezoeken zoals MONO, BOB, Snelheid en Fietsverlichting.’

Mijn verwachting komt uit. Hier zit een organisatie achter die geld te veel heeft. En zoals te verwachten subsidiegeld. Wie zou geld uit eigen zak in zo’n campagne willen steken? Daar is geen particulier of onderneming voor te vinden. Alleen als het niet je eigen geld is, durf je zoiets te verzinnen.

Wat mij intrigeerde was het zinsdeel ‘en zijn partners’. Welke partners zouden dat zijn? Op de hele website was daar niets over te vinden. Ze zullen er misschien wel zijn, maar ze treden in ieder gaven niet graag op de voorgrond. Het is flauw om te zeggen: maar iemand heeft geld van jou en mij met bakken in de sloot gegooid.

Maar dat mono? Wat is nou dat Mono? Daarover lees ik: ‘Met een smartphone in je hand kan je niet veilig een auto besturen of fietsen. Je reageert dan een stuk trager op gevaarlijke situaties. Rij zonder afleiding, rij Mono.’ Mono, een reclamevondst waarvoor je eerst een paar open deuren moet intrappen om vervolgens een ongelooflijke omweg te maken.

Oogpunt 04

De ochtenden

Dinsdag 13 april, Groningen

Wyb en ik liggen vanochtend op bed. Om acht uur gaat de wekker. Ik druk hem uit. Met zo’n iPhone kun je twee keer de wekker zetten. Ik weet dat we over een half uur weer worden gewaarschuwd. We doezelen gewoon verder.
Als om half negen inderdaad het alarm opnieuw afgaat, druk ik het irritante geluid weer weg. Lui blijven we liggen.
‘Eigenlijk is dit ongekende luxe,’ zeg ik tegen Wyb. ‘Besef je dat wel.’
‘Zeker,’ zegt ze slaperig.
We blijven gewoon nog even liggen.

Twee jaar lang was dat in Frankrijk wel anders. Wyb en ik hadden een militaire operatie opgezet. Dat moest wel, anders zouden we het niet redden. We deden in die chambres d’hôtes namelijk alles zelf. Van strijken tot wc’s schoonmaken, van de administratie tot de marketing.
Om zeven uur ging de wekker. We stonden meteen naast ons bed. Tot half een ’s middags wisten we precies wat we van minuut tot minuut zouden doen. Ik had een kwartier om me te wassen. Daarna bracht ik het bestek en de borden naar de veranda voor het ontbijt. Vervolgens liep ik naar de bakker. Daarna fruit klaarmaken. Spullen klaarzetten voor het ontbijt. Gasten kwamen naar beneden. Eitjes maken. Serveren. Praatje maken met gasten. Gasten vertrekken. Gasten vragen advies. Even koffie drinken samen, vaak ook met gasten. Daarna kamers schoonmaken. Afwas doen. Dan eindelijk lunch. Even rust.

Vóór Frankrijk was het niet anders. Als theaterdirecteur was het geen uitzondering als ik ’s nachts, na een voorstelling, om 00.00 uur thuiskwam. Natuurlijk moet ik dan nog even zitten, even Barend & Van Dorp kijken, wat drank om te ontspannen. Ik ging zo tussen 01.00 uur en 02.00 naar bed. Rond zeven uur ging de wekker. De kinderen moesten naar school. Bovendien wilde ik altijd als een van de eerste op het werk zijn. Dat heette arbeidsethos. Vaak sliep ik vier, vijf uur per nacht. Dat was geen probleem. Ik had weinig slaap nodig.

Op zich heb ik nog steeds weinig slaap nodig. Maar ik kan het mij nu permitteren om lang te slapen. Ik kan zelfs langer op bed blijven liggen. Wat heerlijk. Er is geen enkele reden om voor half negen op te staan. Het is een ongekende luxe, waar ik graag gebruik van maak.
Werk is voor de dommen, dat vond ik ook al toen ik werkte. Dat wil zeggen: werk waar je zelf eigenlijk geen zin in hebt, waartoe je wordt gedwongen omdat je nou eenmaal geld moet verdienen. Als men mij een bescheiden basissalaris had gegeven, dan had ik nooit het werk gedaan wat ik in mijn leven heb gedaan. Maar ik zou ongelooflijk productiever zijn geweest.

 

De dag zal komen. En men zal zeggen
dat hij honderd gedichten naliet.
En ik zal de dagen tellen waarop
ik geen gedichten schreef.

Ik zal de nota’s tellen.
Ik zal de notulen verzamelen.
Ik zal de aantekeningen ordenen.
Ik zal de memo’s categoriseren.

De dag zal komen. En ik zal weten:
honderden gedichten bleven ongeschreven.
De spijt ligt zinloos verspreid
in mappen, ordners en aktetassen.

Oogpunt 03

Journal

 

Whisky

Zondag 11 april, Groninigen

Twee weken geleden sliep Anne met een vriend een paar dagen in Moddergat. De eerste avond liet ze Charlie uit, haar Franse bulldog die ze gered heeft uit de handen van een dierenbeul. De volgende dag belde ze me op.
‘Geer, wat is het eng om ’s avonds laat je hond in Moddergat uit te laten.’

Ik weet precies wat ze bedoelt. Als je het huis uitstapt, is er nog niets aan de hand. Maar als je de dijkweg omhoog loopt, waarop vroeger de reddingsboten over de dijk werden getrokken, kom je langzaam in een donkere wereld terecht. Hoe hoger je gaat, hoe sinister de wereld. Het dorp ligt verlaten onder je. Over de dijk hoor je steeds harder het rollen van de golven. De wind begint steeds harder te blazen. Je lijkt de wereld uit te lopen. .

Eenmaal bovenop de dijk, nadat je het monument voorbij bent dat daar staat ter nagedachtenis van alle visser die omkwamen in de vliegende storm van 1883, ligt voor je een zwart gat. Ver weg draait de vuurtoren van Schiermonnikoog zijn rondjes. Op het wad knipperen wat lichtjes. Verder is alles donker. Je hebt het idee dat elk moment Poseidon uit de zee kan oprijzen en je meeneemt de diepte in. Ook goed mogelijk dat nu een UFO neerdaalt en je ontvoert naar een ver planetaire stelsel. Anne vertelde dat ze bang was omgedraaid en snel naar huis was gelopen. Ook ik sta daar nooit lang. Wie geconfronteerd wordt met de wildernis, voelt al snel de primitieve angst van de voorouders.

Wyb en ik liepen gisteren met een glas whisky de dijk op richting het zwarte gat. De wind was deze avond een storm. De haren van Dies waaiden alle kanten op. Zo nu en dan hagelde het. Dat nam niet weg dat wij voor de laatste keer nog op het bankje boven op de dijk wilden zitten. Genietend van die whisky. Het is de laatste nacht dat wij in Moddergat slapen. Vandaag sluiten wij zeventien jaar Moddergat af. Op onze eerste avond zaten we er met een glas champagne, wij hadden wat te vieren. Whisky past beter bij een afscheid.

Met moeite houden wij ons staande op de dijk. Zonder maan is het nog donkerder dan anders. En dan horen we beneden ons, aan de kant van het wad stemmen. Gelukkig zijn we met z’n tweeën, anders was ik snel teruggelopen. De stemmen komen dichterbij. Poseidon met hulptroepen?
Het hekje wordt geopend door een man en een vrouw die ook een hond uitlaten. Feest voor Dies. Het is voor de eerste keer dat ik zo ’s avonds op de dijk mensen tegenkom. Als we met z’n vieren naar beneden lopen, komen we nog twee mensen met twee honden tegen. Ongekend.

Het is wel een van de redenen waarom we afscheid van Moddergat nemen. Overdag is het tegenwoordig zo druk dat de auto’s dubbel geparkeerd staan. Zelfs ’s nachts ben je niet meer alleen op de dijk. Al wandelend drinken we onze whisky. Dit keer geen bankje. Waar kan een mens in alle eenzaamheid nog een beetje weemoedig zitten zijn?

Gewist

Zaterdag 10 april, Moddergat

 

Gewist

Wij hebben hier gewoond, niemand die het weet.
Wij spraken hier met mensen – alles vergeten.
Wij bewerkten de grond onder dat nieuwe huis.
De straat is breder, de bomen zijn kleiner.

Het standbeeld: verdwenen.
Het uitzicht: gewist.

Oogpunt 01

Shangri-La

Vrijdag 9 april, Groningen

Vrijwel elke dag maak ik wel een foto. Soms één. Meestal meerdere. Als ik reis kunnen het er tientallen zijn. En dat zal best wel eens honderden per dag zijn geweest. Ik bewerk de foto’s zo snel mogelijk in Lightroom. De foto’s die in die periode het meest relevant zijn, zet ik op Dossiermoddergat.

Door het tempo waarin ik foto’s maak, vergeet ik ook wel eens foto’s. Voordat je het weet, ben je een maand verder in je leven en zijn er andere dingen waar je mee bezig bent.
Door die lockdown is de frequentie van fotograferen aanzienlijk afgenomen. Ik blader dan door mijn mappen in Lightroom heen en kom foto’s tegen waarvan ik soms het bestaan ben vergeten en soms denk ik bij een foto dat het zonde is dat ik hem nooit aan Dossiermoddergat heb toegevoegd.

Zie hier boven zo’n foto. Gemaakt in een groot klooster in het westen van China in de stad Shangri-La, oftewel Jiantang. Shangri-La is ook de naam van een arrondissement in China. De hoofdplaats van het arrondissement is Jiantang, een plaats dus die ook vaak Shangri-La wordt genoemd.

Zonde dat zoveel foto’s ergens verborgen zitten in mijn computer. Vandaar dat ik maar een nieuwe rubriek begin: Uit het archief.

Lost and found 3

Donderdag 8 april, Groningen

Ghost Writer

Woensdag 7 april, Groningen

Laat ik eerlijk zijn, mijn prioriteit ligt momenteel niet bij Dossiermoddergat. De trouwe lezer heeft dat al lang opgemerkt. Ik ben met een project bezig dat nogal intensief is. Ik werk er dagelijks aan en als ik daarmee klaar ben, heb ik eigenlijk niet de puf om een blog te schrijven of met fotografie bezig te zijn.

Wat is er aan de hand? Toen ik terug kwam van Frankrijk, had ik het idee om een kleinschalig bedrijf te beginnen. De kern van dat bedrijfje: het schrijven van een biografie op bestelling. Daarvoor heb ik de domeinnaam www.uwleveneenverhaal.nl vastgelegd. Ik had het vermoeden dat er best mensen zijn die voor hun nageslacht, of om wat voor reden dan ook, hun levensverhaal willen vastleggen. Zo zullen er ook kinderen zijn die graag willen dat het levensverhaal van hun ouders wordt vastgelegd. Hoe vaak hoor je niet: ‘ik kan er wel een boek over schrijven’ of ‘ik ga het allemaal nog eens opschrijven.’

Opmerkelijk hoe weinig dat daadwerkelijk gebeurt. Ik begrijp wel waarom. Een boek schrijven is geen sinecure, een boek schrijven vereist zitvlees en vooral veel zweet en soms tranen. Nou heb ik toevallig wel enige ervaring met het schrijven van boeken. Dus ik dacht: tegen betaling wil ik dat boek wel voor anderen schrijven. Het leek me nuttig en ook nog eens leuk.

Ik vertelde het idee tegen diverse mensen en daar werd eigenlijk altijd enthousiast en verrassend op gereageerd. Hoe vaak wordt een leven nou vastgelegd? Ja, er zijn wat beroemde lieden die een biografie krijgen, of hun memoires noteren. Maar wat weet je nou van je opa, of je overgrootvader? Er is misschien een vage herinnering, een bijzondere anekdote. Het lot van de meeste mensen is echter ten onder te gaan in de grote vergetelheid. Met mijn idee kun je je daaraan onttrekken.

Er was één iemand die wel erg enthousiast was. Hij had daarvoor ook een goede reden, waarover ik uit discretie overwegingen natuurlijk niets ga zeggen. Er was zelfs een dwingende reden, en hij gaf me meteen een opdracht om zijn levensverhaal te schrijven. Zodoende ben ik nu een soort ghost writer. In de ik-vorm schrijf ik nu het verhaal van deze meneer. Voor mezelf vond ik het wel een mooie pilot, is dit nou wel of niet een goed idee?

Nu ik bezig ben, kan ik zeggen dat het een leuk idee is. Ik duik de diepte van een ander leven in. Het is geen makkelijk idee. Want voor alle informatie voor dit boek ben ik afhankelijk van deze meneer. Normaal schrijf ik fictie en de inhoud daarvoor peur ik uit mijzelf. Mijn idee, merk ik, vereist erg veel research, die ik voornamelijk doe in de vorm van interviews.

Het is mij wel duidelijk dat dit geen verdienmodel is. De research, maar ook zeker het schrijven en de besprekingen met de meneer, kosten mij erg veel tijd. Veel meer tijd dan ik had verwacht. In deze biografie, die vermoedelijk maar door een paar mensen wordt gelezen, heb ik inmiddels ongelooflijk veel uren zitten. Het honorarium dat ik er voor vraag, staat in geen verhouding voor de inzet. Als ik een honorarium ga vragen dat daarmee wel in verhouding staat, kunnen mensen het niet meer betalen. Ik maak deze autobiografie met plezier af, maar mijn bedrijf zal zeker geen vervolg krijgen. Ik verheug me om me weer volop op mijn eigen projecten te kunnen richten. Dat al Dossiermoddergat ook zeker ten goede komen.

 

Nette mensen

Zondag 4 april, Dwingeloo

We staan dit weekend met de camperbus op een beladen plek. Vanuit onze camper hebben we direct uitzicht op ons oude huis in Dwingeloo. Via een omtrekkende beweging zijn we voor een weekend opnieuw buren van onze oude buren. Oude buren die we inmiddels best onze vrienden kunnen noemen. Voor hun hond, Franka, een berner sennen, zijn we zelfs beste vrienden.

Franka was nog geen half jaar toen we in Dwingeloo gingen wonen. Omdat het in de Bospub, waar zijn baasje en vrouwtje eigenaar van zijn, vaak erg druk is, kwam hij regelmatig bij ons langs om wat rust te hebben. En zo werden we steeds betere vrienden. We maakten met hem lange wandelingen, steeds meer beschouwde hij ons erf ook als zijn erf. Vaak lag hij op het eind van de weg, schuin voor de Bospub, op de uitkijk of wij thuis kwamen. Als we aan kwamen rijden, schommelde zijn dikke lijf blij onze kant uit.

En die vriendschap en blijheid is nooit meer verdwenen. Het is nu maanden geleden dat we Franka zagen. Als we op vrijdag richting Bospub lopen en hij ziet ons, rent hij, zo goed en zo kwaad als hij dat kan, jankend naar ons toe. Sinds vrijdag is Franka mijn schaduw geworden. Hij houdt voor onze camper de wacht. Als we ergens heengaan, loopt hij opgewonden achter ons aan. Er gaat niets boven een hondenvriendschap.

Maakt het ons verdrietig dat we hier nu op een camping staan en niet meer in dat pittoreske huisje wonen? We hebben daar zo’n goede tijd gehad. We hadden daar zulke goede buren. Eerlijk gezegd maakt het mij niet verdrietig. Ik ben er in Dwingeloo achtergekomen dat ik toch vooral een stadsmens ben, ik ben niet echt van het platteland. Ik zou er best kunnen wonen, maar ik prefereer de stad.

Ik kom er ook steeds meer achter dat ik het fijner vind om door een stad te wandelen dan door een bos. Een bos is toch tamelijk eenduidig: er staan heel veel bomen die er al heel lang staan. Een stad zit vol leven, altijd beweging, altijd verandering. Dat wil niet zeggen dat ik niet ontzettend graag in de natuur ben. Daar ben ik heel graag, maar om er nou totaal te moeten wonen? Nee. Na vijf jaar was ik wel uitgekeken op het weiland voor ons huis en die prachtige bostuin achter ons huis.

Van die bostuin is trouwens weinig meer over. Het huis is eindelijk weer bewoond en de bewoner is vermoedelijk een buitengewoon nette man. De prachtige Drentse schuur die enigszins vervallen was, wat wij zo mooi vonden, is afgebroken. Hetzelfde geldt voor de vervallen paardenschuur op het eind van de tuin. De tuin zelf is strak geknipt en geschoren. Zo jammer dat er

Pasen

Zaterdag 3 april, Dwingeloo

Het kan bijna niet anders of God zal binnenkort Zijn Zoon voor de tweede keer in de geschiedenis naar de aarde sturen om aan het kruis te sterven. Ik heb gehoord dat ze alleen nog zoeken naar iemand die onbevlekt kan ontvangen. Wat ik ook heb vernomen is dat Jezus nu niet voor alle mensen zal sterven. Alle mensen schijnt God te hebben opgegeven. Sinds de laatste marketinginzichten gaat ook de hemel segmenteren. Vandaar dat Jezus dit keer alleen voor de lidmaten van de gristelijke kerken aan het kruis wordt genageld.

‘Jezus,’ zei God, ‘onze believers maken er een soepzooitje van, pak je spullen maar vast. Zo gauw we een Maria hebben gevonden, ga jij weer naar beneden.’
‘Moet dat nou?’ vroeg Jezus nukkig.
‘Natuurlijk, wij willen toch niet geassocieerd worden met die gelovigen van ons.’
Jezus mompelde dat hij er totaal geen zin in had. Dat kruis voelde zo onaangenaam en wat was er nou mis met die gelovigen? Het werden er sowieso steeds minder. Met een beetje geluk loste het probleem zichzelf op.
‘Hoe moet dat nou als ik ooit dood ga?’ zei God geïrriteerd. ‘Hoe kun jij mij nou opvolgen, het lijkt wel of je stront in je ogen heb.’

En God zette de dingen eens op een rijtje. ‘Neem de afgelopen weken. Mag ik even voor je opsommen? Onze gelovigen houden zich niet aan de Covid-regels, zonder gêne gaan ze met z’n zeshonderden in de kerk zitten, mijn kerk. Onze gelovigen trappen journalisten in elkaar die daar verslag van doen. Op scholen laten onze gelovigen kinderen onder dwang uit de kast komen. In Oost-Europa brengen de christelijke partijen de rechtsstaat om zeep en nekken ze de vrije journalistiek. En het wordt van kwaad tot erger. Laatst nog, die paus, is dat katholieke instituut weer tegen het inzegenen van homo’s die zich in de echt willen verbinden. Het is om te janken. Waarom zijn juist mijn grootste fans een stelletje intolerante aartsconservatieve etterballen?’

‘Ja, nu U het zegt,’ zei Jezus.
‘Lieve schat, je gaat nog één keer naar beneden, je laat je nog één keer voor onze aanhang aan het kruis jassen. Dan krijgen die gasten daar beneden nog één keer de kans om opnieuw te beginnen. Mochten ze het dan opnieuw verpesten, lossen we het op een andere manier op. Dan gooi ik er wel een zwart gat tegenaan.’

Aldus de informatie die Dossiermoddergat over deze kwestie ontving. De redactie verzoekt u dan ook uit te kijken naar een gezin op een ezel. Zo gauw we die zien, weten we dat er over 33 jaar weer iemand aan het kruis hangt. Wel spannend, kunnen we kijken of die gelovigen zich laten helpen.

‘En al die mensen die niet geloven, kan ik die niet redden?’ vraagt Jezus die een veel humanere inborst heeft dan zijn vader.
‘Die moeten zich maar op de een of andere manier bijverzekeren. Zo niet: de hel. Laten we het vooral transparant houden, zoals we dat altijd hebben gedaan.

Anne

Donderdag 1 april, Groningen

Goed, er is een lockdown, een avondklok, een advies om maar één bezoeker thuis te mogen ontvangen. En zo zijn er meer maatregelen en adviezen. Maar je kunt ook overdrijven, dit laatste heeft betrekking op mijzelf. Sinds we in december in lockdown gingen, heb ik nauwelijks nog mensen gezien, heb ik eigenlijk niet meer gereisd. Al die maatregelen zorgen ervoor dat ik sinds december fysiek introvert ben.

Anne (dochter) heb ik sinds kerstmis niet meer gezien. Esmee (dochter) heb ik in januari nog gezien. Afgelopen weekend wilden Wyb en ik naar Ameland om de familie te zien. Helaas was Joris ziek, met alle gevaren van dien. Natuurlijk gingen we niet. We moeten dat maar snel goedmaken.
Zo heb ik ook de grote behoefte Anne eindelijk weer eens te zien. We maken een afspraak op woensdag om met z’n drieën in Bloemendaal een strandwandeling te maken.

Op dinsdag wil ik met Anne afspreken hoe laat we elkaar gaan zien, en waar we elkaar gaan zien. Ik krijg haar niet te pakken. Dat is raar, want Anne is van de afspraken. Die wil altijd precies weten of een afspraak doorgaat en hoe laat. Daar komt bij dat ik Anne weliswaar al lange tijd niet heb gezien, maar dat we elkaar vrijwel dagelijks spreken. Soms zelfs meerdere keren per dag. En nu hoor ik niets van haar. Ik begin me zelfs ongerust te maken.

Ook de volgende dag, de dag van de afspraak, kan ik haar niet bereiken. Pas tegen half tien belt ze eindelijk op met de beginvraag waarom ik haar zo dringend wil spreken.
Ik: ‘We moeten toch afspreken waar we elkaar en hoe laat we elkaar gaan zien?’
Anne: ‘Hoezo? Gaan we elkaar dan zien?’
Ik: ‘Jezus, het is woensdag. We hebben vandaag afgesproken.’
Anne: ‘Om naar Bloemendaal te gaan?’
Ik: ‘Natuurlijk. Ben je het vergeten?’
Anne: ‘Geer, dat is volgende week.’
Ik: ‘Hoe kom je daar nou bij?’
Anne: ‘Ik heb het zelfs met whats app naar je bevestigd, kijk maar.’

Ik zoek het in whats app op. Verdomme. Ze heeft gelijk. Toen wij de afspraak maakten, schreef ze: ‘Woensdag 7 april kan ik.’
An laat weten dat ze ook helemaal niet kan omdat ze aan het werk is. En dat wist ze al op het moment dat wij de afspraak maakten.
Teleurstelling dus. Anne zien. Uitgebreide lunch aangeschaft. Daarna naar de broer van Wyb die in Bloemendaal met zijn kinderen op een kasteel past. Had een mooie dag samen kunnen zijn. Jammer

Wyb en ik besluiten toch te gaan. We hebben zin in de zee en in die lunch. Daarna bezoeken we Anne-Wytze nog in zijn kasteel. Helaas, nog steeds Anne niet gezien.

Oogpunt

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2021