Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

2021, april

De ochtenden

Dinsdag 13 april, Groningen

Wyb en ik liggen vanochtend op bed. Om acht uur gaat de wekker. Ik druk hem weg uit. Met zo’n iPhone kun je twee keer de wekker zetten. Ik weet dat we over een half uur weer worden gewaarschuwd. We doezelen gewoon verder.
Als om half negen inderdaad het alarm opnieuw afgaat, druk ik het irritante geluid weer weg. Lui bijven we liggen.
‘Eigenlijk is dit ongekende luxe,’ zeg ik tegen Wyb. ‘Besef je dat wel.’
‘Zeker,’ zegt ze slaperig.
We blijven gewoon nog even liggen.

Twee jaar lang was dat in Frankrijk wel anders. Wyb en ik hadden een militaire operatie opgezet. Dat moest wel, anders zouden we het niet redden. We deden in die chambree d’hôtel namelijk alles zelf. Van strijken tot pleeën schoonmaken, van de administratie tot de marketing.
Om zeven uur ging de wekker. We stonden meteen naast ons bed. Tot half een ’s middags wisten we precies wat we van minuut tot minuut zouden doen. Ik had een kwartier om me te wassen. Daarna bracht ik het bestek en de borden naar de veranda voor het ontbijt. Vervolgens liep ik naar de bakker. Daarna fruit klaarmaken. Spullen klaarzetten voor het ontbijt. Gasten kwamen naar beneden. Eitjes maken. Serveren. Praatje maken met gasten. Gasten vertrekken. Gasten vragen advies. Even koffie drinken samen, vaak ook met gasten. Daarna kamers schoonmaken. Afwas doen. Dan eindelijk lunch. Even rust.

Voor Frankrijk was het niet anders. Als theaterdirecteur was het geen uitzondering als ik ’s nachts, na een voorstelling, om 00.00 uur thuiskwam. Natuurlijk moet ik dan nog even zitten, even Barend & Van Dorp zien, een borrel om te ontspannen. Ik ging zo tussen 01.00 uur en 02.00 naar bed. Rond zeven uur ging de wekker. De kinderen moesten naar school. Bovendien wilde ik altijd als een van de eerste op het werk zijn. Dat heette arbeidsethos. Vaak sliep ik vier, vijf uur per nacht. Dat was geen probleem. Ik had weinig slaap nodig.

Op zich heb ik nog steeds weinig slaap nodig. Maar ik kan het mij nu permitteren om lang te slapen. Ik kan zelfs langer op bed blijven liggen. Wat heerlijk. Er is geen enkele reden om voor half negen op te staan. Het is een ongekende luxe, waar ik graag gebruik van maak.
Werk is voor de dommen, dat vond ik ook al toen ik werkte. Dat wil zeggen: werk waar je zelf eigenlijk geen zin in hebt, waartoe je wordt gedwongen omdat je nou eenmaal geld moet verdienen. Als men mij een bescheiden basissalaris had gegeven, dan had ik nooit het werk gedaan wat ik in mijn leven heb gedaan. Maar ik zou ongelooflijk productiever zijn geweest.

 

De dag zal komen. En men zal zeggen
dat hij honderd gedichten naliet.
En ik zal de dagen tellen waarop
ik geen gedichten schreef.

Ik zal de nota’s tellen.
Ik zal de notulen verzamelen.
Ik zal de aantekeningen ordenen.
Ik zal de memo’s categoriseren.

De dag zal komen. En ik zal weten:
honderden gedichten bleven ongeschreven.
De spijt ligt zinloos verspreid
in mappen, ordners en aktetassen.

Oogpunt 03

Journal

 

Whisky

Zondag 11 april, Groninigen

Twee weken geleden sliep Anne met een vriend een paar dagen in Moddergat. De eerste avond liet ze Charlie uit, haar Franse bulldog die ze gered heeft uit de handen van een dierenbeul. De volgende dag belde ze me op.
‘Geer, wat is het eng om ’s avonds laat je hond in Moddergat uit te laten.’

Ik weet precies wat ze bedoelt. Als je het huis uitstapt, is er nog niets aan de hand. Maar als je de dijkweg omhoog loopt, waarop vroeger de reddingsboten over de dijk werden getrokken, kom je langzaam in een donkere wereld terecht. Hoe hoger je gaat, hoe sinister de wereld. Het dorp ligt verlaten onder je. Over de dijk hoor je steeds harder het rollen van de golven. De wind begint steeds harder te blazen. Je lijkt de wereld uit te lopen. .

Eenmaal bovenop de dijk, nadat je het monument voorbij bent dat daar staat ter nagedachtenis van alle visser die omkwamen in de vliegende storm van 1883, ligt voor je een zwart gat. Ver weg draait de vuurtoren van Schiermonnikoog zijn rondjes. Op het wad knipperen wat lichtjes. Verder is alles donker. Je hebt het idee dat elk moment Poseidon uit de zee kan oprijzen en je meeneemt de diepte in. Ook goed mogelijk dat nu een UFO neerdaalt en je ontvoert naar een ver planetaire stelsel. Anne vertelde dat ze bang was omgedraaid en snel naar huis was gelopen. Ook ik sta daar nooit lang. Wie geconfronteerd wordt met de wildernis, voelt al snel de primitieve angst van de voorouders.

Wyb en ik liepen gisteren met een glas whisky de dijk op richting het zwarte gat. De wind was deze avond een storm. De haren van Dies waaiden alle kanten op. Zo nu en dan hagelde het. Dat nam niet weg dat wij voor de laatste keer nog op het bankje boven op de dijk wilden zitten. Genietend van die whisky. Het is de laatste nacht dat wij in Moddergat slapen. Vandaag sluiten wij zeventien jaar Moddergat af. Op onze eerste avond zaten we er met een glas champagne, wij hadden wat te vieren. Whisky past beter bij een afscheid.

Met moeite houden wij ons staande op de dijk. Zonder maan is het nog donkerder dan anders. En dan horen we beneden ons, aan de kant van het wad stemmen. Gelukkig zijn we met z’n tweeën, anders was ik snel teruggelopen. De stemmen komen dichterbij. Poseidon met hulptroepen?
Het hekje wordt geopend door een man en een vrouw die ook een hond uitlaten. Feest voor Dies. Het is voor de eerste keer dat ik zo ’s avonds op de dijk mensen tegenkom. Als we met z’n vieren naar beneden lopen, komen we nog twee mensen met twee honden tegen. Ongekend.

Het is wel een van de redenen waarom we afscheid van Moddergat nemen. Overdag is het tegenwoordig zo druk dat de auto’s dubbel geparkeerd staan. Zelfs ’s nachts ben je niet meer alleen op de dijk. Al wandelend drinken we onze whisky. Dit keer geen bankje. Waar kan een mens in alle eenzaamheid nog een beetje weemoedig zitten zijn?

Gewist

Zaterdag 10 april, Moddergat

 

Gewist

Wij hebben hier gewoond, niemand die het weet.
Wij spraken hier met mensen – alles vergeten.
Wij bewerkten de grond onder dat nieuwe huis.
De straat is breder, de bomen zijn kleiner.

Het standbeeld: verdwenen.
Het uitzicht: gewist.

Oogpunt 03

Oogpunt 01

Shangri-La

Vrijdag 9 april, Groningen

Vrijwel elke dag maak ik wel een foto. Soms één. Meestal meerdere. Als ik reis kunnen het er tientallen zijn. En dat zal best wel eens honderden per dag zijn geweest. Ik bewerk de foto’s zo snel mogelijk in Lightroom. De foto’s die in die periode het meest relevant zijn, zet ik op Dossiermoddergat.

Door het tempo waarin ik foto’s maak, vergeet ik ook wel eens foto’s. Voordat je het weet, ben je een maand verder in je leven en zijn er andere dingen waar je mee bezig bent.
Door die lockdown is de frequentie van fotograferen aanzienlijk afgenomen. Ik blader dan door mijn mappen in Lightroom heen en kom foto’s tegen waarvan ik soms het bestaan ben vergeten en soms denk ik bij een foto dat het zonde is dat ik hem nooit aan Dossiermoddergat heb toegevoegd.

Zie hier boven zo’n foto. Gemaakt in een groot klooster in het westen van China in de stad Shangri-La, oftewel Jiantang. Shangri-La is ook de naam van een arrondissement in China. De hoofdplaats van het arrondissement is Jiantang, een plaats dus die ook vaak Shangri-La wordt genoemd.

Zonde dat zoveel foto’s ergens verborgen zitten in mijn computer. Vandaar dat ik maar een nieuwe rubriek begin: Uit het archief.

Lost and found 3

Donderdag 8 april, Groningen

Ghost Writer

Woensdag 7 april, Groningen

Laat ik eerlijk zijn, mijn prioriteit ligt momenteel niet bij Dossiermoddergat. De trouwe lezer heeft dat al lang opgemerkt. Ik ben met een project bezig dat nogal intensief is. Ik werk er dagelijks aan en als ik daarmee klaar ben, heb ik eigenlijk niet de puf om een blog te schrijven of met fotografie bezig te zijn.

Wat is er aan de hand? Toen ik terug kwam van Frankrijk, had ik het idee om een kleinschalig bedrijf te beginnen. De kern van dat bedrijfje: het schrijven van een biografie op bestelling. Daarvoor heb ik de domeinnaam www.uwleveneenverhaal.nl vastgelegd. Ik had het vermoeden dat er best mensen zijn die voor hun nageslacht, of om wat voor reden dan ook, hun levensverhaal willen vastleggen. Zo zullen er ook kinderen zijn die graag willen dat het levensverhaal van hun ouders wordt vastgelegd. Hoe vaak hoor je niet: ‘ik kan er wel een boek over schrijven’ of ‘ik ga het allemaal nog eens opschrijven.’

Opmerkelijk hoe weinig dat daadwerkelijk gebeurt. Ik begrijp wel waarom. Een boek schrijven is geen sinecure, een boek schrijven vereist zitvlees en vooral veel zweet en soms tranen. Nou heb ik toevallig wel enige ervaring met het schrijven van boeken. Dus ik dacht: tegen betaling wil ik dat boek wel voor anderen schrijven. Het leek me nuttig en ook nog eens leuk.

Ik vertelde het idee tegen diverse mensen en daar werd eigenlijk altijd enthousiast en verrassend op gereageerd. Hoe vaak wordt een leven nou vastgelegd? Ja, er zijn wat beroemde lieden die een biografie krijgen, of hun memoires noteren. Maar wat weet je nou van je opa, of je overgrootvader? Er is misschien een vage herinnering, een bijzondere anekdote. Het lot van de meeste mensen is echter ten onder te gaan in de grote vergetelheid. Met mijn idee kun je je daaraan onttrekken.

Er was één iemand die wel erg enthousiast was. Hij had daarvoor ook een goede reden, waarover ik uit discretie overwegingen natuurlijk niets ga zeggen. Er was zelfs een dwingende reden, en hij gaf me meteen een opdracht om zijn levensverhaal te schrijven. Zodoende ben ik nu een soort ghost writer. In de ik-vorm schrijf ik nu het verhaal van deze meneer. Voor mezelf vond ik het wel een mooie pilot, is dit nou wel of niet een goed idee?

Nu ik bezig ben, kan ik zeggen dat het een leuk idee is. Ik duik de diepte van een ander leven in. Het is geen makkelijk idee. Want voor alle informatie voor dit boek ben ik afhankelijk van deze meneer. Normaal schrijf ik fictie en de inhoud daarvoor peur ik uit mijzelf. Mijn idee, merk ik, vereist erg veel research, die ik voornamelijk doe in de vorm van interviews.

Het is mij wel duidelijk dat dit geen verdienmodel is. De research, maar ook zeker het schrijven en de besprekingen met de meneer, kosten mij erg veel tijd. Veel meer tijd dan ik had verwacht. In deze biografie, die vermoedelijk maar door een paar mensen wordt gelezen, heb ik inmiddels ongelooflijk veel uren zitten. Het honorarium dat ik er voor vraag, staat in geen verhouding voor de inzet. Als ik een honorarium ga vragen dat daarmee wel in verhouding staat, kunnen mensen het niet meer betalen. Ik maak deze autobiografie met plezier af, maar mijn bedrijf zal zeker geen vervolg krijgen. Ik verheug me om me weer volop op mijn eigen projecten te kunnen richten. Dat al Dossiermoddergat ook zeker ten goede komen.

 

Nette mensen

Zondag 4 april, Dwingeloo

We staan dit weekend met de camperbus op een beladen plek. Vanuit onze camper hebben we direct uitzicht op ons oude huis in Dwingeloo. Via een omtrekkende beweging zijn we voor een weekend opnieuw buren van onze oude buren. Oude buren die we inmiddels best onze vrienden kunnen noemen. Voor hun hond, Franka, een berner sennen, zijn we zelfs beste vrienden.

Franka was nog geen half jaar toen we in Dwingeloo gingen wonen. Omdat het in de Bospub, waar zijn baasje en vrouwtje eigenaar van zijn, vaak erg druk is, kwam hij regelmatig bij ons langs om wat rust te hebben. En zo werden we steeds betere vrienden. We maakten met hem lange wandelingen, steeds meer beschouwde hij ons erf ook als zijn erf. Vaak lag hij op het eind van de weg, schuin voor de Bospub, op de uitkijk of wij thuis kwamen. Als we aan kwamen rijden, schommelde zijn dikke lijf blij onze kant uit.

En die vriendschap en blijheid is nooit meer verdwenen. Het is nu maanden geleden dat we Franka zagen. Als we op vrijdag richting Bospub lopen en hij ziet ons, rent hij, zo goed en zo kwaad als hij dat kan, jankend naar ons toe. Sinds vrijdag is Franka mijn schaduw geworden. Hij houdt voor onze camper de wacht. Als we ergens heengaan, loopt hij opgewonden achter ons aan. Er gaat niets boven een hondenvriendschap.

Maakt het ons verdrietig dat we hier nu op een camping staan en niet meer in dat pittoreske huisje wonen? We hebben daar zo’n goede tijd gehad. We hadden daar zulke goede buren. Eerlijk gezegd maakt het mij niet verdrietig. Ik ben er in Dwingeloo achtergekomen dat ik toch vooral een stadsmens ben, ik ben niet echt van het platteland. Ik zou er best kunnen wonen, maar ik prefereer de stad.

Ik kom er ook steeds meer achter dat ik het fijner vind om door een stad te wandelen dan door een bos. Een bos is toch tamelijk eenduidig: er staan heel veel bomen die er al heel lang staan. Een stad zit vol leven, altijd beweging, altijd verandering. Dat wil niet zeggen dat ik niet ontzettend graag in de natuur ben. Daar ben ik heel graag, maar om er nou totaal te moeten wonen? Nee. Na vijf jaar was ik wel uitgekeken op het weiland voor ons huis en die prachtige bostuin achter ons huis.

Van die bostuin is trouwens weinig meer over. Het huis is eindelijk weer bewoond en de bewoner is vermoedelijk een buitengewoon nette man. De prachtige Drentse schuur die enigszins vervallen was, wat wij zo mooi vonden, is afgebroken. Hetzelfde geldt voor de vervallen paardenschuur op het eind van de tuin. De tuin zelf is strak geknipt en geschoren. Zo jammer dat er

Pasen

Zaterdag 3 april, Dwingeloo

Het kan bijna niet anders of God zal binnenkort Zijn Zoon voor de tweede keer in de geschiedenis naar de aarde sturen om aan het kruis te sterven. Ik heb gehoord dat ze alleen nog zoeken naar iemand die onbevlekt kan ontvangen. Wat ik ook heb vernomen is dat Jezus nu niet voor alle mensen zal sterven. Alle mensen schijnt God te hebben opgegeven. Sinds de laatste marketinginzichten gaat ook de hemel segmenteren. Vandaar dat Jezus dit keer alleen voor de lidmaten van de gristelijke kerken aan het kruis wordt genageld.

‘Jezus,’ zei God, ‘onze believers maken er een soepzooitje van, pak je spullen maar vast. Zo gauw we een Maria hebben gevonden, ga jij weer naar beneden.’
‘Moet dat nou?’ vroeg Jezus nukkig.
‘Natuurlijk, wij willen toch niet geassocieerd worden met die gelovigen van ons.’
Jezus mompelde dat hij er totaal geen zin in had. Dat kruis voelde zo onaangenaam en wat was er nou mis met die gelovigen? Het werden er sowieso steeds minder. Met een beetje geluk loste het probleem zichzelf op.
‘Hoe moet dat nou als ik ooit dood ga?’ zei God geïrriteerd. ‘Hoe kun jij mij nou opvolgen, het lijkt wel of je stront in je ogen heb.’

En God zette de dingen eens op een rijtje. ‘Neem de afgelopen weken. Mag ik even voor je opsommen? Onze gelovigen houden zich niet aan de Covid-regels, zonder gêne gaan ze met z’n zeshonderden in de kerk zitten, mijn kerk. Onze gelovigen trappen journalisten in elkaar die daar verslag van doen. Op scholen laten onze gelovigen kinderen onder dwang uit de kast komen. In Oost-Europa brengen de christelijke partijen de rechtsstaat om zeep en nekken ze de vrije journalistiek. En het wordt van kwaad tot erger. Laatst nog, die paus, is dat katholieke instituut weer tegen het inzegenen van homo’s die zich in de echt willen verbinden. Het is om te janken. Waarom zijn juist mijn grootste fans een stelletje intolerante aartsconservatieve etterballen?’

‘Ja, nu U het zegt,’ zei Jezus.
‘Lieve schat, je gaat nog één keer naar beneden, je laat je nog één keer voor onze aanhang aan het kruis jassen. Dan krijgen die gasten daar beneden nog één keer de kans om opnieuw te beginnen. Mochten ze het dan opnieuw verpesten, lossen we het op een andere manier op. Dan gooi ik er wel een zwart gat tegenaan.’

Aldus de informatie die Dossiermoddergat over deze kwestie ontving. De redactie verzoekt u dan ook uit te kijken naar een gezin op een ezel. Zo gauw we die zien, weten we dat er over 33 jaar weer iemand aan het kruis hangt. Wel spannend, kunnen we kijken of die gelovigen zich laten helpen.

‘En al die mensen die niet geloven, kan ik die niet redden?’ vraagt Jezus die een veel humanere inborst heeft dan zijn vader.
‘Die moeten zich maar op de een of andere manier bijverzekeren. Zo niet: de hel. Laten we het vooral transparant houden, zoals we dat altijd hebben gedaan.

Anne

Donderdag 1 april, Groningen

Goed, er is een lockdown, een avondklok, een advies om maar één bezoeker thuis te mogen ontvangen. En zo zijn er meer maatregelen en adviezen. Maar je kunt ook overdrijven, dit laatste heeft betrekking op mijzelf. Sinds we in december in lockdown gingen, heb ik nauwelijks nog mensen gezien, heb ik eigenlijk niet meer gereisd. Al die maatregelen zorgen ervoor dat ik sinds december fysiek introvert ben.

Anne (dochter) heb ik sinds kerstmis niet meer gezien. Esmee (dochter) heb ik in januari nog gezien. Afgelopen weekend wilden Wyb en ik naar Ameland om de familie te zien. Helaas was Joris ziek, met alle gevaren van dien. Natuurlijk gingen we niet. We moeten dat maar snel goedmaken.
Zo heb ik ook de grote behoefte Anne eindelijk weer eens te zien. We maken een afspraak op woensdag om met z’n drieën in Bloemendaal een strandwandeling te maken.

Op dinsdag wil ik met Anne afspreken hoe laat we elkaar gaan zien, en waar we elkaar gaan zien. Ik krijg haar niet te pakken. Dat is raar, want Anne is van de afspraken. Die wil altijd precies weten of een afspraak doorgaat en hoe laat. Daar komt bij dat ik Anne weliswaar al lange tijd niet heb gezien, maar dat we elkaar vrijwel dagelijks spreken. Soms zelfs meerdere keren per dag. En nu hoor ik niets van haar. Ik begin me zelfs ongerust te maken.

Ook de volgende dag, de dag van de afspraak, kan ik haar niet bereiken. Pas tegen half tien belt ze eindelijk op met de beginvraag waarom ik haar zo dringend wil spreken.
Ik: ‘We moeten toch afspreken waar we elkaar en hoe laat we elkaar gaan zien?’
Anne: ‘Hoezo? Gaan we elkaar dan zien?’
Ik: ‘Jezus, het is woensdag. We hebben vandaag afgesproken.’
Anne: ‘Om naar Bloemendaal te gaan?’
Ik: ‘Natuurlijk. Ben je het vergeten?’
Anne: ‘Geer, dat is volgende week.’
Ik: ‘Hoe kom je daar nou bij?’
Anne: ‘Ik heb het zelfs met whats app naar je bevestigd, kijk maar.’

Ik zoek het in whats app op. Verdomme. Ze heeft gelijk. Toen wij de afspraak maakten, schreef ze: ‘Woensdag 7 april kan ik.’
An laat weten dat ze ook helemaal niet kan omdat ze aan het werk is. En dat wist ze al op het moment dat wij de afspraak maakten.
Teleurstelling dus. Anne zien. Uitgebreide lunch aangeschaft. Daarna naar de broer van Wyb die in Bloemendaal met zijn kinderen op een kasteel past. Had een mooie dag samen kunnen zijn. Jammer

Wyb en ik besluiten toch te gaan. We hebben zin in de zee en in die lunch. Daarna bezoeken we Anne-Wytze nog in zijn kasteel. Helaas, nog steeds Anne niet gezien.

Oogpunt

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2021