Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

2021, juli

Journal

 

Kluizenaar

Zaterdag 17 juli, Saint-Felix-de-Pallières

Vroeger, in de tijd dat ik het druk had, wilde ik graag kluizenaar worden. Ik heb het ook vaak uitgesproken in een blog. Laatst herinnerde iemand mij er nog aan: ‘Maar jij wilde toch kluizenaar worden of taxichauffeur op Ameland?’ Klopt, dat laatste was mijn liefste wens. Als kluizenaar verdien je niks, als taxichauffeur krijg je nog eens een fooitje.

Ik heb wat lopen zeuren over dat kluizenaarschap. Ik vermoed nu dat ik het altijd bij het verkeerde eind heb gehad. Ik vrees dat ik er niet echt voor gebouwd ben. Dat weet ik omdat ik sinds tweeënhalve week een echte kluizenaar ben. Ik woon hoog op een berg met uitzicht op andere bergen waar niemand woont. Het dichtstbijzijnde dorp is zes kilometer rijden. Als kluizenaar zit ik veel op een terras met uitzicht op dezelfde bomen. Nou ja, dat is het dan.

Daar komt bij dat hier nauwelijks digitale communicatie mogelijk is. Om dit blogje op Dossiermoddergat te krijgen moet ik vijftien kilometer met de auto naar Sauve en het daar op een terrasje uploaden. Zelfs met mijn telefoon kan ik nauwelijks contact met de bewoonde wereld krijgen. Meestal heb ik 3G met 1 streepje. Soms -waarom? geen idee- is het 4G met 1 streepje. Dan ben ik als een kind zo blij omdat ik dan zelfs even op Facebook kan kijken of mijn mail kan checken. Ik scheld wat af op die Fransen die volstrekt niet geïnteresseerd zijn in een gezonde digitale wereld.

Misschien kan ik wel kluizenaar zijn, maar dan wel met alle digitale mogelijkheden. Door zo’n blogje te schrijven heb ik het idee dat ik nog enigszins bij de wereld hoor. Alleen maar zitten en nadenken en af en toe iets met een pen op papier zetten, diepe bewondering voor alle kluizenaars in het verleden die dat konden. Je zult toch in een grot kluizenaar zijn geweest, zoals er zoveel waren. Wat een dom leven. Dat mag dan bijdragen aan de verdieping van je spirituele of religieuze beleving -dan maar geen verdieping.

Een ding is zeker: ik ben dan geen kluizenaar, ik ben gewoon een junk. Zonder computer met verbinding kan ik niet, wil ik niet. Ik heb nu zelfs last van afkickverschijnselen. Ondanks mijn evenwichtig gemoed ben ik hier af en toe ronduit chagrijnig. Ik weet zeker dat ik weer de opgeruimde en vrolijke man zal zijn als ik zo’n fijne internetverbinding heb. 4G, 5G, ik heb er wat voor over.

Oogpunt 60

Journal

 

Zwijnen

Vrijdag 16 juli, Saint-Felix-de-Pallière

Wij leven hier in Frankrijk in een buurt waar verspreid over een groot gebied 170 mensen wonen en 350 zwijnen. Zwijnen zijn een plaag in de Cevennen, hoor ik van iedereen. Ondanks dat ik hier veel wandel, heb ik nog nooit een zwijn gezien. Wat niet helemaal waar is. Eergisteren ging ik in Saint-Hippolyte-du-Fort brood halen. Op de weg daarnaartoe lag een jong zwijntje midden op de weg. Dood, aangereden.

Dieren en Fransen, het is geen gelukkig combinatie. Overal hangen bordjes chasse gardee, pas op hier wordt gejaagd. Er wordt wat afgeknald. Vogels vangen ze ook graag. Lijm op stokken, grote klapnetten, zonder mededogen doen ze hun werk. Frankrijk is gevaarlijk gebied voor trekvogels.

Op ons landgoed schijnt een groot mannetjes zwijn te lopen, een beer. Zoals zwijnen gewoon zijn, wroeten ze wat af in de bodem. Hier en daar zie je sporen van een culinair zwijnenfeestje. Om ze een beetje uit de tuinen van het landgoed te houden is schrikdraad gehangen. Gevolg is dat de tuinen nog steeds onaangetast zijn. Grass is here like diamonds, liet de properiétaire mij weten.

Omdat ze er niet gerust op is, de beer een voortdurende bedreiging vindt, heeft ze bij het huis van Thierry, die hier ook woont, een zwijnenval laten zetten. In de grote ijzeren kooi legt ze wat maiskolven. Wanneer de gulzige beer toehapt, valt een deur voor de kooi. Omdat ik het een ongelijke strijd vind, neem ik mij voor om ’s nachts de kooi dicht te doen zodat het zwijn er niet in kan.

Alweer zo’n goed voornemen van mij dat ik niet in een werkelijke daad omzet. Met dodelijk gevolg. De volgende dag zit het zwijn inderdaad in de val. Er wordt een jager gebeld die hem een dodelijke schot geeft en het zwijn verwerkt tot zwijnenvlees.

De ochtend waarop dit gebeurt besluit Thierry dat het wespennest dat op het zandpad naast ons huis zit, en waar eveneens niemand last van heeft, geruimd moet worden. Stel dat een van onze gasten wordt gestoken. Met zijn autootje rijdt hij op en neer over het nest dat boven de grond uit diverse gaatjes bestaat. Als hij met zijn werk klaar is, is er geen wesp meer te bekennen.

Tot mijn vreugde vliegen na een paar uur de eerste wespen weer over de grond, de eerste gaatjes zijn alweer open. Gaandeweg de dag draait de kolonie weer op volle toeren. Ik heb goede hoop dat Thierry niks in de gaten heeft. IJdele hoop. Later op de dag zie ik hem en een vriend met een spuitbus over de grond spuiten. Sindsdien geen wesp meer gezien.

Oogpunt 59

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2021