Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

2020, oktober

Benen

Woensdag 21 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

Halve vakantie

Dinsdag 20 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

De vriend van Matthieu met een glas wijn.

Op zondag rijden we terug naar Hippolyte om, zoals ik het steeds formuleer, op te ruimen, schoon te maken en langzaam, heel langzaam afscheid te nemen van de plek waar we anderhalf jaar hebben gewoond en twee seizoenen een chambres d’hotes runden. Volgens Wyb hebben we nu vakantie. 1 november gaan we terug naar Nederland en we moeten er nu nog even van genieten. Maar Wyb is een optimist. Mijn glas is altijd half leeg. Dus volgens mij hebben we maar een halve vakantie. Er moet best nog iets gebeuren, komt bij dat we in die veertien dagen nog vier dagen een gast hebben. De boel uit handen laten vallen, echte vakantie dus, is er nog niet bij.

Door die halve vakantie krijgt onze terugreis wel een ander karakter dan anders. Als we bij Beaune zijn zegt Wyb dat Paul en Josien hier ergens een huis hebben. Ik bel Paul met de vraag of ze toevallig in Frankrijk zijn, wat het geval is. Ze blijken een half uurtje van ons vandaag te wonen. We rijden de Route Soleil af en sturen de Bourgogne in. Het is een streek die ik nauwelijks ken. Ik word verrast door de heuvelachtige schoonheid, de kleine dorpjes. Hier en daar koeien, hier en daar wijnvelden. Hobbit land in Frankrijk.

Paul heeft het in het leven beter aangepakt dan ik. Hij heeft iets gedaan wat ik niet kon. Namelijk blijven wonen waar je eenmaal woont. Paul en Josien hebben een prachtig huis in Arnhem. Zij hebben hun energie en financiën niet versnipperd door 24x in hun leven te verhuizen. Het gevolg is dat prachtige huis in Arnhem en hier in de Bourgogne een fantastisch opgeknapte boerderij. Want Paul kan nog iets wat ik niet kan: hij is handig. Al die mooie huizen heeft hij kunnen realiseren omdat hij zijn handen uit de mouwen stak.

We blijven niet lang want we het is zeker nog vijf uur rijden naar Hippolyte. Maar als we in de auto zitten en constateren dat we toch wel een beetje vakantie hebben, besluiten we nog naar Die in de Drome te gaan, de geboorteplaats van Dies. Het is, net als Sauve, een plaatsje met veel hippies en leuke horeca. We hopen er Matthieu tegen te komen, degene bij wie Dies is geboren. Die halen we niet want we zijn alle twee al een paar dagen gammel en verkouden. We hopen niet dat we Covid onder de leden hebben. We nemen een hotel in Lyon en nemen onze temperatuur op. Allebei zitten we iets boven de 37 graden.

De volgende dag zitten we eindelijk op het terras waar we Dies in ontvangst mochten nemen. We hebben ons al zo lang voorgenomen hier een keer heen te gaan. Dies lijkt zich te realiseren dat hij op zijn geboortegrond is. Opgewonden liep hij door de straten van Die op weg naar het terras van Le Café de Lys. Het is goed om hier weer te zijn. We herinneren onze tocht twee jaar geleden om Dies op te halen.

Als we daar zo zitten valt me op dat een man steeds naar Dies zit te kijken. Op een gegeven moment komt hij naar ons toe en zegt dat hij een hond heeft die precies op Dies lijkt. We vertellen hem dat Dies hier is geboren en dat we hem van Matthieu hebben gekregen. Matthieu, die kent hij wel. Zijn hond is namelijk ook afkomstig uit een nestje van de hond van Matthieu, het eerste nestje. Het blijkt dus dat de man een half zusje van Dies heeft.

Na een rondje lopen door het plaatsje gaan we terug naar het café voor de lunch. Als we daar in de zon genieten van onze vakantie komt een vriend van Matthieu langs die erbij was toen wij aan Matthieu lieten weten dat wij wel een van de twee hondjes wilden. Terwijl we samen wijn drinken vertelt hij ons dat Dies eigenlijk uit een nest van acht jonge hondjes komt. Dat waren er veel te veel voor Matthieu die in een klein appartement woont en weinig geld heeft. Vandaar dat een vriend van hem er zes heeft gedood. Dies en een zusje bleven over. Het zusje, zo weet hij ons te vertellen, hoedt nu een schaapskudde in de bergen. Die Dies is een mazzelpik, dat is wel duidelijk. Hij overleeft een genocide en hij hoeft geen schapen te hoeden, beesten waar hij zo bang voor is. Zijn zus is blijkbaar een stuk stoerder.

Op het eind van de dag zijn we weer in Saint-Hippolyte-du-Fort. Een goed weerzien.

Nach Hause

Zaterdag 17 oktober, Moddergat

-A’tje onmiddellijk naar beneden komen!
– Waarom?
– Komen, hoor je me niet!

-Jee, wat doe je opgefokt. Wat is er aan de hand?
– Vertel ik je zo, als we er allemaal zijn.
Is er brand of zo?
– Ariane! Opschieten! Waar blijf je!

-Ik was net mijn kleren aan het uithangen. Is er iemand dood of zo?
– Jullie kunnen de koffers weer inpakken. We gaan terug naar huis.
– Wat!?
– Wat is dit voor een flauwe grap?
– We gaan morgen toch varen?
– De mensen in Nederland zijn ontzettend boos omdat we op vakantie zijn gegaan en daarom gaan we terug. Het was inderdaad verkeerd om op vakantie te gaan.
– Maar waarom zijn we dan wel gegaan?
Omdat mama het zo graag wilde, ze had zo’n behoefte aan een verzetje.
– Alex, wat vind ik dat gemeen om mij de schuld te geven.
– Ik zei toch dat we niet moesten gaan.
– Maar toen heb je het aan Mark gevraagd en die zei dat we best konden gaan, dat de mensen wel begrepen dat we keihard hebben gewerkt en behoefte hadden aan vakantie.
– Mark zegt altijd ja, dat weet je ook wel.
– Maar dan zijn we toch politiek gedekt.
– De reacties zijn zo negatief. Natuurlijk had Mark nee moeten zeggen.
– Och, een paar tweetjes op twitter, wat stelt dat voor?
– Niks paar tweetjes. Op elke nieuwszender wordt erover gesproken, de social media staan er bol van.
– Dan kan die Youp van ’t Hek volgende week weer een leuk stukje maken.
– Alexia doe alsjeblieft niet zo flauw. Dit is geen tijd voor grappen. Ik heb oma gebeld en die zegt ook dat we onmiddellijk terug moeten komen, dat we nooit hadden moeten gaan. Zij had dat nooit gedaan.
– O jee, komt je moeder weer om de hoek kijken. Wanneer durf je nou eens zelfstandig te denken?
– Mijn moeder is een wijze vrouw Max, en dat kun je niet van elke vrouw zeggen.
– Suggereer jij nou dat ik niet wijs ben?
– Jij hebt zeker kwaliteiten.
– Wat voor een kwaliteiten dan?
– Jij bent bijvoorbeeld erg goed in pr.
– Ja, was jij dat ook maar. Jij bent niet goed ik pr en ook niet wijs.
– Papa, mama, alsjeblieft, schei nou eens uit met dat bekvechten.
– Precies. Iedereen naar boven en inpakken. Ik heb het toestel al klaar laten zetten.
– Wat zijn we nou voor een losers? Wat moet ik nou tegen me vriendinnen zeggen? Iedereen jaloers dat we lekker gaan varen op de Middellandse Zee, komen we met de staart tussen de benen terug.
– Waarom moeten we altijd naar dat volk luisteren. Wij kunnen toch zelf wel bepalen wat we willen?
– Amalia, je begrijpt er nog niets van. Jij krijgt dadelijk niet voor niets 1,8 miljoen. Voor die 1,8 miljoen moet je wel verstandig zijn
– O god, ik weet echt niet of ik koningin wil worden.
– Dat is voor latere zorg. Allemaal naar boven en inpakken zeg ik. Ik wil niets meer horen. Wir gehen einfach nach Hause.

Bach

Dinsdag 13 oktober, Moddergat

We rijden over de meest saaie snelweg van Europa, ergens tussen Dijon en Luxemburg. Kilometer na kilometer heuvelachtig land zonder bijzondere herkenningspunten. Nergens iets wat markant is. Ik zit achter het stuur, Wyb zoekt muziek op. Opeens klinkt Bach. Wat is het lang geleden dat we naar Bach hebben geluisterd. Zuid-Frankrijk en Bach, ik vind het niet bij elkaar passen. Het is hetzelfde als dat ik ooit een boek van Henk Hofland mee naar Sri Lanka nam. Bach past niet bij de zon. Henk Hofland niet bij de tropen.

Maar nu we door een regenachtig landschap rijden past Bach perfect. We lijken hem opnieuw te ontdekken. We genieten van de partita’s. Wyb zoekt voor mij de partita’s van Yehudi Menuhin op. Het is een kale, rauwe manier van spelen. Hiervoor luisterden we naar een lyrische versie, maar die vind ik niks. Bach vind ik het mooist als hij eenvoudig en streng wordt gespeeld. De versie van Menuhin had ik ooit op plaat en en zijn interpretatie is in mijn hoofd gaan zitten.

‘Als je een stuk van Bach hebt gehoord, heb je ze eigenlijk allemaal wel gehoord,’ zegt Wyb.
‘He? Wat ben je nou aan het vloeken in de kerk?’ zeg ik en ik kijk haar aan. 
‘Grapje.’
‘Sick joke.’
‘Ik zal het goedmaken,’ zegt ze even later. ‘Een mooie zondag begint met Bach en eindigt met Lubach.’
We lachen wat af op zo’n eindeloze tocht van Zuid-Frankrijk naar de rand van Nederland.

En als we zo rijden mijmer je wat af. En ik moet denken aan de manier waarop ik heb kennisgemaakt met klassieke muziek. Ik zat op de lagere school (nu basisschool) in Hatert. Een wijk die balanceerde tussen een volkswijk en een wijk voor de lagere middenklasse. Het hoofd van de school was meneer van Oosterhout, hij gaf ook les aan de zesde klas ( nu groep acht) waarin ik zat. Het gezicht van meneer van Oosterhout had wel iets weg van de kop van een bulldog. Hij was een man waar je niet mee kon spotten. Iedereen had respect voor hem.

Toen ik in die zesde klas zat kwam hij op het idee om ’s avonds klassieke muziek te gaan draaien en hij zou er dan iets bij vertellen. Ouders waren ook welkom. En zo kwam het dat wij een keer in de maand met een stuk of tien mensen om een pick-upje zaten geschaard waarvan ik wist dat je die bij de V&D kon kopen. 
Meneer van Oosterhout had een koffertje met platen meegenomen. Nam er soms liefdevol een uit, vertelde iets over de componist, de tijd waarin hij leefde, wat hij zoal had gecomponeerd en legde dan plechtig de plaat op het pick-upje. Soms gaf hij ons een opdracht mee. ‘Luister hier nou eens goed naar met je ogen dicht en dan moet je je voorstellen wat de componist met deze muziek wilde verbeelden.’ Later leerde ik dat je je bij muziek helemaal niets hoeft te verbeelden. Muziek is wat het is, muziek. Muziek is zichzelf genoeg.

Maar goed, alle lof voor meneer van Oosterhout. Door hem leerde ik Mozart, Beethoven en Mendelssohn kennen. Of hij Bach heeft gedraaid kan ik me niet meer herinneren. Zijn er nog onderwijzers (tegenwoordig leraren) die ’s avonds in hun vrije tijd klassieke muziek voor hun leerlingen en ouders gaan draaien? Ik hoop van wel.

 

Regenbogen

Maandag 12 oktober, Moddergat

Daar trekt over de heuvels en door het grote bos. De lange stoet de bergen in van het circus Jeroen Bosch en we praten en we zingen en we lachen allemaal want daar achter de hoge bergen ligt het land van Maas en Waal. En precies bij die woorden rijden we over de grens van Belgie en Nederland en zijn we terug in Nederland. Perfecte timing, het zou geregisseerd kunnen zijn. Met oer-Nederlands lied maken wij onze rentree.

Toen we wegreden uit Saint-Hippolyte-du-Fort was het 24 graden met zon, aangekomen in Moddergat was het 8 graden met regen. Dan weet je dat je weer thuis bent. De hele tocht door werden wij begeleid door regenbogen. Ik denk dat we er wel een stuk of tien hebben gezien. Laten we het beschouwen als een gunstig omen. We hadden veel regen onderweg, de regen kletterde soms ongenadig op de auto, zo hard dat we vaart moesten minderen, maar daarna was er steeds weer een regenboog.

Zaterdagmiddag om 13 uur zaten onze bezittingen in de verhuiswagen en konden de jongens wegrijden voor een volgende klus in Zuid-Frankrijk in de buurt van Nice. We zagen dat onze bezittingen nu nog meer zijn geslonken. Hoe ouder we worden, hoe minder bezit. De verhuizers schatten in dat we zo’n 17 kuub eigendom hebben. Als het aan de verhuiswagen had gelegen hadden we veel meer kunnen meenemen.

Les Trois Comtes lieten we ontzield achter. De sfeer in het huis was toch mede door onze spullen gekomen bleek. Het huis staat per 1 november te koop en of de volgende bestemming een chambres d’hotes is, is de vraag. Het kan ook zomaar 10 jaar leegstaan, zoals het huis tegenover ons. Daar staat 750 vierkanten meter al tien jaar leeg en langzaam te verkrotten. Wat moet iemand met zo’n groot pand, slecht geïsoleerd, voor een groot deels zelfs helemaal niet verwarmd. Het optimaal maken zal een vermogen kosten.

Er waren geen tranen toen we Les Trois Comtes en het dorp verlieten. Dat was ook niet nodig want we komen er aankomende zondag, of daaromtrent, weer terug. Het afscheid doen wij heel traag, we gaan het niet hard af te sluiten, we proberen er langzaam uit te glijden in de hoop dat we op die manier de tranen zo langzaam vloeien dat we ze niet voelen. De laatste twee weken gaan het huis nog opruimen, schoonmaken en van deze en gene afscheid nemen. Pas dan ligt Zuid-Frankrijk echt achter ons. Een ding is zeker: we zullen er vaak terug komen.

Veerkracht

Vrijdag 9 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

Zoals bekend zal zijn trekt het hoofdkantoor van Dossiermoddergat zich terug uit Frankrijk om zich opnieuw in Nederland te vestigen. Vestigingsplaats: Groningen. In verband met deze verhuizing zal Dossiermoddergat een paar dagen niet verschijnen. Nog even en de verhuiswagen rijdt voor en zullen de werkzaamheden van de redactie dusdanig verstoord zijn dat werken aan Dossiermoddergat onmogelijk is.


Met pijn in het hart verlaten we ons mooie kantoor in Saint-Hippolyte-du-Fort. Jammer dat de aandeelhouders van Dossiermoddergat hiertoe hebben besloten. Wij zullen ons Franse kantoor en het Franse leven erg missen. Het is niet anders. Gelukkig dat de redactie een talent heeft voor veerkracht. Op naar Groningen voor nieuwe avonturen. Uiteraard worden die weer vastgelegd in uw lievelingsmedium.

Zwerfhond

Donderdag 8 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

Menselijk gedoe.

Het is zover. Vandaag hebben we onze laatste gasten vaarwel gezegd. Ze kwamen uit de Alpen en waren drie dagen bij ons omdat hun zoon hier in Hippolyte gaat samenwonen met een meisje dat hier vandaan komt. Voor deze gelegenheid hebben we zelfs hun hond toegelaten, een Australische herder, had Dies ook nog iets aan het afscheid.

Het is niet helemaal waar dat ze onze laatste gasten waren want als we terugkomen uit Nederland komt Damian nog vier nachten bij ons overnachten. Damain komt ook uit de Alpen en is hier een bedrijf aan het opzetten. Een homeopathisch bedrijf dat gaat produceren voor de Amerikaanse markt. Al sinds mei is hij een paar dagen per week onze gast en door hem hebben we dit jaar de enige Amerikaan in huis gehad, zijn zakenpartner uit Los Angeles. Wat een verschil met vorig jaar toen we heel de wereld in huis hadden en we zelfs een week een Amerikaanse familie bij ons woonde.

De gasten waren nog niet weg of de gang vulde zich met een uit een elkaar gehaald bed. Dozen met daarop: breekbaar en dierbaar. Of: keuken, kookboeken. Wij hebben inmiddels een gespecialiseerde bibliotheek. Wyb zeult vele dozen kookboeken met zich mee en van alle boeken die ik ooit had resteren voornamelijk de dichtbundels. Dit alles verpakt in wijndozen. Met de laatste twee zinnen hebben we tevens onze belangrijke liefhebberijen genoemd.

Wyb en ik hebben onze intrek in een van de kamers genomen. Ons appartement, dat voornamelijk als slaapkamer dienst deed, is inmiddels totaal onttakeld. Het stomme is, nu we weggaan voel je ook weer de schoonheid en het bijzondere van het huis. De afgelopen twee jaar keken we vanuit ons appartement uit op de prachtige heuvels van de Cevennen alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Verdomme, over drie weken moeten we dat definitief missen en ruilen we het ruige heuvellandschap in voor het vlakke Hogeland van Groningen. Rare benaming Hogeland want een vlakker land in de Europese laagvlakte bestaat niet.

Wij leven nu tussen dozen, ingepakte schilderijen en gedemonteerde meubelen. Wyb en ik zijn nu twintig jaar samen. Het is onze zevende verhuizing: 2x Arnhem, 1x Den Bosch, 1x Meppel, 1x Dwingeloo, 1x Saint-Hippolyte-du-Fort. Nu dus Groningen. En dan reken ik onze pied-à-terre uitstapjes naar Heerlen, Amsterdam en Rotterdam nog niet mee. Gelukkig gaan we nu landen in Groningen, zou ik willen zeggen. Maar ik moet er aan toevoegen dat je het met ons nooit weet. Wyb is een border collie, ik ben een zwerfhond. Ik ben benieuwd of we ons nu eindelijk kunnen beheersen. Zou wel fijn zijn.

Q

Woensdag 7 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

Street art Sauve.

Ik heb niet zo’n hoge pet op van de mens in het algemeen. Mens in het algemeen? Wie is dat? Ikzelf idem? Ik vrees van wel. De mens klooit maar wat aan. Maar sommigen gaan alle grenzen te buiten. Het fijne van internet is dat dit medium dat zo helder laat zien. Lees lezersreacties onder serieuze en genuanceerde artikelen en het wordt je koud om het hart. Twitter, het riool van de mensheid, is ook zo’n plek waar je de krankzinnigheid van de mens goed kunt waarnemen. Geen hoge pet op? De mens is knettergek.

Zo waart een nieuw waanbeeld over de wereld: QAnon. Kern van dit waandenkbeeld: een mondiale elite is uit op een wereldregering en maakt zich schuldig aan satanisch ritueel kindermisbruik. Trump is de held in deze complottheorie. Hij strijdt in het geheim tegen de deep state die de elite ondersteunt en het is wachten, in QAnon taal, op De Storm. Dan maken mensen rond Trump, waaronder hoge militairen, korte metten met de elite.

Een of andere gek die hierin gelooft? Nee, het is intussen een serieuze beweging. Op de verkiezingsbijeenkomsten van Trump zwaaien mensen met de letter Q. Zelfs Nederland blijft er niet van verschoond.
QAnon-aanhangers hier geloven dat hoge Nederlandse ambtenaren en het koningshuis betrokken zijn bij een wijdverbreid netwerk waarin kinderen worden verhandeld voor misbruik en dat de media dit verzwijgen.

Q zou een uitwerking zijn van de wilde internetgeruchten rond ‘Pizzagate’. Dat was de samenzweringstheorie over Hillary Clinton die samen met haar campagneleider John Podesta een pedofielennetwerk zou runnen vanuit een geheime kelder van een pizzeria in Washington, D.C. Het trieste resultaat van deze theorie: een gewapend man bestormt de pizzeria om ‘de kinderen te bevrijden’. Uiteindelijk merkt hij dat de pizzeria geen kelder heeft.

De mens is gek op waandenkbeelden. Sommige van die ideeën gaan zelfs eeuwen mee. Zo zijn er mensen die geloven dat tweeduizend jaar geleden een door god gezonden man op aarde kwam om te lijden voor de zonden van de mens. Hiervoor stierf hij op wrede wijze aan het kruis. Drie dagen daarna was hij weer springlevend, herrezen uit de dood. Het is dezelfde man die wijn en vissen kon vermenigvuldigen en over water heen lopen. Later kreeg hij miljoenen volgelingen en eeuwen later zijn zij de trouwste kiezers van Trump, de held van QAnon. Het is om gek van te worden.

Dagje uit

Dinsdag 6 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

Uzès

Fanfare-corps

Maandag 5 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ruik het proza.

In februari hadden wij een Nederlands echtpaar op bezoek. Ze bleven zeven dagen en waren hier omdat ze een huis in Saint-Hippolyte-du-Fort wilden kopen, vlak bij ons om de hoek. De afspraak met de notaris was al gemaakt. Aan het eind van die week sloop de twijfel bij hen binnen en besloten ze van de koop af te zien. Ze hadden te veel bedenkingen bij het huis gekregen.

Ze vroegen ons of we goed wilden kijken of er huizen vrijkwamen. Ze bleven geïnteresseerd om hier te gaan wonen. Op een dag belden ze op met de vraag hoe het me ons ging en of we al een huis voor hen wisten. Ze belden op op het moment dat wij Dies uitlieten en voor een huis stonden waarvan we inderdaad niet lang daarvoor gehoord hadden dat het te koop was gekomen. Het was een huis dat Wyb en ik niet kunnen betalen. Als dat wel het geval was, hadden we het zeker overwogen.

Ik vertelde hem dat hij net op het goede moment belde en vertelde hem over het huis. Of ik wat foto’s wilde maken. Zoals meestal had ik mijn fototoestel bij me. Een dag later stuurde ik de foto’s op met een beschrijving van de ligging en waarom Wyb en ik er zo van gecharmeerd waren.
‘Als we niet in een lockdown zaten zou ik onmiddellijk komen.’
Even later kregen we weer een telefoontje, hij had de makelaar gesproken en die ging erachteraan. Zo gauw de lockdown afgelopen was, kwamen ze naar toe.

Aldus geschiedde. Het komt er op neer dat ze het huis hebben gekocht. Morgen is het definitief van hen. Deze dagen slapen ze nog bij ons om het een en ander te regelen. Donderdag rijdt de vrachtwagen voor met al hun spullen.

Toeval bestaat. Zij komen, wij gaan. Wij hebben het nu zo geregeld dat hun verhuiswagen onze spullen naar Groningen brengt. Onze levens hebben elkaar gekruist en we hebben elkaar daarbij stevig kunnen helpen. Zaterdag rijdt de verhuiswagen bij ons huis voor om onze spullen in te laden. Op woensdag 14 oktober gaat hij ze in Groningen afleveren. Aankomende zondag proberen Wyb en ik weer in één streep naar Nederland te reizen. Het spreekt voor zich dat wij graag onze spullen in Groningen zelf willen ontvangen. Op zondag 18 oktober gaan we dan weer terug naar Frankrijk om het huis schoon en opgeruimd achter te laten en langzaam afscheid te nemen. Wij zullen Saint-Hippolyte-du-Fort zeker niet zonder tranen verlaten. Op 1 november wonen we dan in Groningen.

Het nakend einde hier levert veel ambivalente gevoelens op. We moeten erkennen dat Saint-Hippolyte ons thuis is geworden. Jan Beuving stuurt me in een mail een gedicht van Vasalis toe dat ons gemoed goed weergeeft.

 

Fanfare-corps

De lucht scheen blinkend door de blaren,
bleek en volmaakt als glas geslepen.
Met vaste man’lijke gebaren
werden de horens aangegrepen,
en luidkeels, zonder enig schromen
spoot de muziek tussen de bomen;
heldhaftig, trots. Een onverbloemde
voor elk verstaanbare muziek,
die aan het ademloos publiek
ieder gevoel met name noemde.

En even plots werd dit geklater
gedempt, twee koop’ren kelen weenden…
– over het donkergroene water
gleden twee smalle witte eenden
geluidloos als een droombeeld voort –
De horens, smekend en gesmoord
schenen hen dringend iets te vragen,
hen volgend met haast mens’lijk klagen.

Een warm en onverwacht verdriet,
eerbied voor de gewoonste dingen,
neiging om hardop mee te zingen,
en dan te huilen om dit lied,
ontstond in mijn verwend gemoed.
Ik voelde me bedroefd en goed.

Vasalis

Ma

Zondag 4 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

Ma? Mama…

Ik ben vijfenzestig. En zo nu en dan
zeg ik: Ma? Mama… dan wil ik zo graag
met mijn moeder praten

Ma? Mama… ik zei het zo vaak,
het was zo vertrouwd
en altijd was er dan haar stem

En ook nu, als ik zeg
Ma? Mama… ben ik overtuigd
dat ik haar stem weer hoor.

Helaas. Sind heel lang
is er niets dan stilte.
Ma? Mama…

Rust

Donderdag 1 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

Avignon

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2020