Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

2022, augustus

Garagevolk

Maandag 8 augustus, Cadouin

 

Tussen 1921 en 1954 bouwde de metselaar Simon Rodia in zijn achtertuin in Los Angeles, in de wijk Watts, vreemde surrealistische torens. Rodia leidde een teruggetrokken leven. De bouw van deze wonderlijke torens werd hem door de buurt niet in dank afgenomen, zijn buren vonden ze maar horizonvervuiling. Simon Rodia bouwde onverstoorbaar verder aan zijn ‘nutteloze’ torens.
Ik heb nergens kunnen vinden waarom hij het deed. Vond hij het fijn om aan te werken? Wilde hij iets groots nalaten? Wilde hij een daad stellen tegenover die keurige wereld om hem heen? Hij creëerde in ieder geval iets wat nog niet eerder bestond. Misschien deed hij het wel gewoon omdat het kon. The Watts Towers, zoals ze nu worden genoemd, zijn iconisch en zijn voor veel mensen reden om naar Los Angeles af te reizen.

Vorige week las ik over een professionele variant van dit ‘nutteloze’ bouwen. De Duitse kunstenaar Anselm Kiefer kocht in 1992 bij het Franse dorp Barjac een verwilderd en heuvelachtig stuk grond, La Ribaute. Op het terrein stonden restanten van een zijdefabriek, vervallen heteluchtkelders, tunnels, geraamtes van warmwaterbaden.

Kiefer ging op het terrein wonen en besloot van La Ribaute zijn atelier te maken en een kunstwerk. Van betonnen platen bouwde hij torens die ook weer uit elkaar mochten vallen, hij groef nog meer tunnels en onderaardse ruimtes. Ondergronds heeft hij zelfs een grote theater-achtige ruimte gebouwd. Jarenlang werkte hij alleen op La Ribaute dat zo’n negentien voetbalvelden groot is. Pas sinds dit jaar laat hij mondjesmaat mensen toe. Die mensen lopen door een landschap dat de mens nog niet eerder kende. Alles is verval en in metamorfose, alles is ‘nutteloos’.

De meeste extreme variant zag ik gisteren in het programma Zomergasten waar Derk Sauer te gast was. Hij liet een fragment zien uit de documentaire Garage People. In Rusland is garagevolk een begrip. In garages creëren mensen hun eigen wereld, het zijn een soort man caves waar ze kunnen ontsnappen uit de armoede en een deprimerend samenleving. Er staan nauwelijks auto’s in die garages, de aftandse ruimtes zijn plekken waar mensen hun hobby’s uitoefenen of werken aan hun geheime ambities.

De documentaire laat ons een garagemens zien dat zijn lege garage inloopt. Achter in de garage is een luik. Hij opent het en daalt af naar een ruimte daaronder. Ook daar: een lege ruimte. En opnieuw een luik. Wat blijkt, de man heeft een enorm ondergronds gebouw onder zijn garage gebouwd, metalen trappen leiden naar diepere verdiepingen. Hij is er al zijn hele leven mee bezig. Waarom? Simon Rodia bouwde de hemel in, deze man bouwde de donkere aarde in.

Terwijl ik er met bewondering en verwondering naar kijk, realiseer ik me dat Dossiermoddergat eigenlijk eenzelfde soort bouwsel is, maar dan in de vorm van een blog. Eigenlijk is Het Dossier ook een ‘nutteloos’ ding. Het gaat alle kanten op, net als de bouwsels van Watts die opgebouwd zijn met kleurige scherven en ander nutteloos materiaal. Elk jaar wordt Het Dossier groter en groter en dient het geen enkel doel.

 

Boom

Woensdag 3 augustus, Cadouin

 

Wyb en ik hebben inmiddels best veel ervaring met het economische leven in Frankrijk. De algemene indruk daarvan is dat er weliswaar bedrijven zijn, maar dat die het leven van de klant het liefst zo onaangenaam mogelijk maken. Bij veel bedrijven is het de vraag of ze überhaupt iets willen verkopen. Het hebben van een bedrijf lijkt voldoende, waarom zou je dan last moeten hebben van klanten?

Zoals ik al eerder schreef hebben we een enorme naaldboom in onze tuin. Een echt mooi exemplaar. Zijn takken strekken zich majestueus uit. Hij is zo’n twaalf, dertien meter hoog en niets wijst erop dat hij met groeien gaat stoppen. Het vervelende is dat door zijn takken de elektriciteits- en telefoonkabel loopt, hij staat namelijk pal tegen zo’n karakteristieke, Franse stenen elektriciteitspaal. Diverse mensen hebben ons al gewaarschuwd dat dit eigenlijk niet mag en dat de burgemeester de bevoegdheid heeft in zo’n situatie in te grijpen. De rekening komt dan naar ons. Komt bij: hij neemt erg veel van ons uitzicht weg. Vandaar dat Wyb en ik besloten hem te laten verwijderen, ondanks dat we er niet van houden bomen een kopje kleiner te maken.

Maar waar vind je iemand die zo’n boom een beetje gecontroleerd kan demonteren? Onze tuinman laat weten dat hij daar niet de kennis en het materiaal voor heeft. Hier in de Dordogne staan zoveel bomen dat er best mensen zijn die dat wel kunnen.
Wat is de Franse vertaling van kappen? Zelfs Wyb weet het niet. Gelukkig is er Google die me vertelt dat dit abattage d’arbres is. Ik steun sowieso in mijn huidige leven op Google. De zoekmachine geeft mij drie namen van mensen in de buurt die zo’n boom aankunnen.

Ik besluit Mickael te bellen. Hij woont in Siorac-en-Pèrigord, mooi dichtbij. Tot mijn verrassing neemt hij meteen op. De meeste bedrijven en eenpitters krijg je pas te pakken na zeven keer bellen. Ik vertel wat wij graag zouden willen. 
‘Geen probleem,’ is zijn antwoord. ‘Ik wil wel eerst even komen kijken.’
‘Dat kan. Wanneer zou u kunnen?’
‘Nu,’ zegt de man.
‘Geen probleem. Wij zijn thuis.’ Ik val van mijn stoel. Ik heb nog nooit een Franse ondernemer ontmoet die kordaat is. Hij is echt de eerste.

Twintig minuten later staat Mickael voor de deur. Hij bekijkt de situatie en zegt dat hij voor het kappen en wegvoeren van het hout ongeveer een halve dag nodig heeft. Hij noemt een prijs. Mooie prijs, weet ik inmiddels na enige onderzoek op Google.
‘Wanneer zou u het kunnen doen?’ vraag ik.
‘Vanmiddag.’
Nu gaat zelfs een Franse ondernemer voor mij te snel. ‘Vanmiddag hebben we al een andere afspraak.’
‘Morgen dan?’
‘Prima.’

En zo staat Mickael een dag later op een ladderwagen de boom van zijn takken te ontdoen. Daarna wordt de stam meter voor meter kleiner gemaakt. Als Mickael klaar is, lijkt onze tuin 1,5 zo groot en is ons uitzicht drie zo groot geworden. Bovendien heeft Mickael mijn vertrouwen in de Franse ondernemer een enorme positieve injectie gegeven. Goede ondernemers, ze bestaan hier dus wel.

 

Doorstromen

Dinsdag 2 augustus, Cadouin

 

Er zijn in Nederland wat gouden horloges uitgedeeld als waardering voor mensen die vijfentwintig jaar in dienst waren. Ik heb een paar keer de uitreiking van die dingen mogen meemaken en de bijhorende toespraken mogen aanhoren. De jubilaris kreeg een gouden horloge, zelf was hij een gouden medewerker, aldus de sprekers. Hypocrisie kent geen grenzen. Want eigenlijk wilde de feestspreker zeggen: ‘Man, alsjeblieft, zoek nou eens een andere baan, we zijn zo op je uitgekeken.’

Dat ergens lang blijven werken niets over de kwaliteit zegt, bewijst vandaag onze minister-president. Hij is 4311 dagen minister-president en daarmee de langst zittende premier. Naarmate hij blijft zitten, neemt de waardering af -en dat is niet gek. Mensen, zowel in een bedrijf als zeker in de politiek, zijn op een gegeven moment op je uitgekeken. Een mens is in onze moderne maatschappij is ook een soort product. En ook een mens heeft een product-liftcycle. Er is een tijd van komen, maar zeker ook van gaan.

Mark Rutte schermt dan altijd met het gegeven dat 2,2 miljoen mensen VVD hebben gestemd, waarvan 1,3 miljoen specifiek op hem. Hij realiseert zich blijkbaar niet dat 11 miljoen mensen niet op de VVD hebben gestemd, laat staan specifiek op hem. En ook in de VVD hoor je steeds meer het gemopper over een partijleider die veel lacht, maar bij grote problemen afwezig is en vies is van visie. Meer en meer mensen zijn hem gewoon moe.

Ik ken het probleem van mensen die te lang op een functie blijven zitten maar al te goed uit mijn beroepspraktijk. Komt vermoedelijk omdat ik vaak aan de randen van Nederland werkte. Waarom zou je, als je in Friesland woont en in het mooiste theater van die provincie werkt, in godsnaam gaan verkassen? Veel Friezen zijn sowieso niet uit Friesland weg te branden en hoeveel keus heb je nou in Friesland als je al in het meest prestigieuze theater van Friesland werkt? Het gevolg is merkbaar, mensen blijven eindeloos zitten. Het is een bedrijfsprobleem, maar ook een maatschappelijk probleem: hoe doorbreek je deze vorm van verkalking?

Iemand die lang zit, heeft het zelf niet door. Die denkt: och, ik heb mij wel bewezen, zich niet realiserend dat je steeds meer meubilair wordt en dat mensen best eens met iemand anders zouden willen werken. Vers bloed, frisse blik, nieuwe ideeën.
Voor mensen die langer op een functie zitten, dreigt al snel vermoeidheid, cynisme, blasé zijn, conservatisme, plat treden van paden, ongeïnspireerdheid, en zo zou ik nog even kunnen doorgaan. Er zijn weinigen die daaraan ontsnappen, al beweert de langzitter zelf altijd het tegendeel.

Een paar weken geleden schreef het Dagblad van het Noorden er een verhaal over. De krant constateerde dat Leeuwarden inmiddels wat goede ideeën en nieuwe initiatieven betreft Groningen voorbij is gestreefd. De oorzaak: medewerkers in de culturele sector in Groningen blijven te lang zitten, er is dringend behoefte aan nieuwe impulsen. En zo is het. Het culturele leven in de stad verstart. Ik kan me totaal andere tijden herinneren.

De Zomergast van afgelopen zondag, Sandra Phlippen, hoofdeconoom van de ABN Amro, vertelde dat ze elke vijf jaar uit zichzelf ontslag neemt en dan een half jaar zichzelf leegmaakt om te bedenken wat ze dan weer wil gaan doen. Een modelwerknemer, vind ik. Maar ook een luxepaardje, je moet het je maar kunnen permitteren. 
Zelf hield ik periodes van zeven, acht jaar aan. Vijf jaar vind ik vroeg om ergens weg te gaan, maar na zes, zeven jaar, begon ik te voelen dat mijn tijd erop zat. Ik wilde zelf iets anders, en wist dat het voor het bedrijf goed zou zijn.

Doorstromen mensen, gewoon lekker doorstromen. Durf afscheid te nemen. Voor alle partijen, vooral voor jezelf, een verademing.

Hek

Maandag 1 augustus, Cadouin

 

We zijn nu twee maanden in Frankrijk en laat ik bekennen dat ik zo lui ben als een beer in winterslaap. Het goede leven heeft me volledig in de greep. Dat wil zeggen: uitslapen, rustig ontbijten, alle kranten lezen, een boek lezen, boodschappen doen, een middagdutje en ’s avonds lekker eten en eventueel wat voor de televisie hangen. Ik leid een onbeschoft makkelijk leventje, wie had ooit gedacht dat ik deze staat zou bereiken.

Voor een deel word ik daartoe gedwongen omdat we inmiddels in onze derde canicule (hittegolf) zitten. In de loop van de dag neemt de hitte je in een drukkende greep. Vooral op het eind van de middag, zo rond vier, vijf uur, hangt de hitte in alle hoeken en gaten en ontkomt niemand meer. Het beste is dan even helemaal niets te doen. Gewoon liggen. Knock-out. Wat ik overigens helemaal niet erg vind. Ik geef mij graag gewonnen. Groot voordeel van de Dordogne vergeleken met de Cevennen: ’s avonds wint de koelte weer. Wat een genot.

Dit alles neemt niet weg dat er vandaag werk aan de winkel is. En dan bedoel ik: serieus werk. Onze tuin is zo’n vijftig meter breed en zes meter diep en loopt direct over in de tuin van onze buurvrouw, waar we enorm mee hebben geboft, waardoor het lijkt alsof we een enorme lange tuin hebben. Aan dit optisch bedrog gaan we vandaag een einde maken want Dies loopt de boel te verpesten. Hij weet precies dat hij in onze tuin moet blijven. Hij lijkt een keurige hond. Alleen als hij de kat van onze buurvrouw ziet dan is hij alle keurigheid vergeten. Als een gek raast hij achter het lieve beestje aan en is hij pas tevreden als Chatchat, zoals ze heet, hoog in een boom zit. Erg irritant.

Vandaar dat we met de buurvrouw hebben besloten een hek tussen onze twee percelen te plaatsen. In onze beider tuinen staan al mooie authentiek houten hekken met kastanjelatten. We besluiten het daarom ook als erfafscheiding te gebruiken. Ideaal hek. Eén keer plaatsen, daarna hoef je er nooit meer naar om te kijken.
Die laatste zin kenmerkt trouwens onze hele tuin. Er staan grote bomen in, zoals een catalpa die ons in deze warme tijden van schaduw voorziet, twee hoge cipressen, een notenboom, een vijgenboom, een perssikkenboom, het lijkt bij ons wel een voedselbos, en een enorme dennenboom waar we vanaf willen. Daarnaast grote struiken als de vlinderstruik, een reuze rozemarijnstruik en een reuze kamperfoelie, en een grote hoeveelheid hibiscussen.  Daartussendoor is er wat gras. Het fijne van die tuin: je hoeft er geen donder aan te doen. We laten alles lekker groeien. Alleen het gras moet vier keer per jaar worden gemaaid, voor het laatst in mei want daarna stopt de hitte de groei van het gras.

We staan vroeg op. Onze buurvrouw weet echt wat werken is. Ze verbouwt in haar eentje haar huis, van ruïne tot een huis dat iedereen wil hebben. Van haar enorme kluskracht maken we graag gebruik.
Van Nederlandse vrienden heeft ze een apparaat geleend dat onmisbaar blijkt. Zo heeft ze een superzware huls van hen gekregen die je als een condoom over een paal kunt laten vallen. Slechte vergelijking want een condoom associeer je niet met een ijzeren huls van vijftig kilo. In ieder geval zwicht de paal onder de zwaarte en gaat, klap na klap, steeds dieper de grond in. Goed gereedschap is alles, dat blijkt wel weer. Eén ochtend en de palen staan in de grond, het hek is uitgerold en aan de palen vastgemaakt. Dies is gekooid.
Jezus Christus, wat is het nu warm.

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2022