Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

2022, november

Kogel

Woensdag 30 november, Groningen

 

We dachten een losse flodder af te schieten, bleek het een kogel te zijn. Het ding had een afwijking, het floot om ons heen. Het leek een ongeleid projectiel. Werd de losse flodder een gevaar voor ons? We bleven het ding volgen, het schoot om ons heen. Soms vloog het even weg, dachten we er vanaf te zijn. Maar dan kwam het weer in grote snelheid op ons af. Dat ging zo een tijdje door. We kwamen er niet meer van los.

En toen, opeens, ging de kogel toch door de kerk. Bam! Het was duidelijk: we besloten terug te gaan naar Frankrijk. Deo volente gaan we rond 1 februari terug. Alweer verhuizen, hoor de ik lezer van Dossiermoddergat met verbazing uitroepen. Alles weer inpakken. Ja, weer verhuizen. Cadouin lonkt.

Eigenlijk zouden we niets hoeven in te pakken. We kochten het huis in Frankrijk met inboedel. Al maanden hebben we er in gewoond zonder iets te missen. Maar toch, we willen onze eigen spullen om ons heen, de boeken, schilderijen, de tafel en de stoelen waar we aan zijn gehecht. Door al dat verhuizen van ons zijn we gelukkig enorm afgeslankt. Alleen het hoognodige, het meest dierbare is over, we hebben ons verlost van de ballast.

Waarom verhuizen? We hebben een prima huis in Groningen, waarom halen we ons al dat werk weer op de hals? Het is de rust, de stilte van het huis en zijn omgeving. Het is de geborgenheid die we er voelen.
‘En wat ga je daar doen?’ vraagt een vriend tegen wie ik het vertel. Hij geeft zelf het antwoord: ‘De taoïsten noemen dat het vasten van het hart. Je terugtrekken in jezelf, langzaam versterven.’ In dat vasten kan ik me nog vinden, in dat versterven zeker niet. Wyb heeft plannen om allerlei dingen aan te pakken. Ik idem dito. Ik verheug me op de rust waardoor ik weer een project kan oppakken. Een nieuw fotoboek, zeker. Een roman die al een tijd in mijn la ligt te wachten om opnieuw aangepakt te worden? Misschien.

Gisteren, toen we terugkwamen uit Frankrijk en ergens onder Breda de grens overgingen, wist ik het zeker. We kwamen in een stoet terecht van veel te dure auto’s, de stoet duurde van de grens tot even na Zwolle en zelfs daar bleef het druk. Al die mensen. Drukte. En nog eens drukte. Wyb en ik haken voorlopig af, we trekken ons terug. Tijd voor contemplatie.

Maar je moet natuurlijk nooit te optimistisch zijn. Die kogel door de kerk deed me denken aan een gedicht van C. Buddingh’. Of was het niet van Buddingh’? Het geheugen is zo’n onbetrouwbaar hulpmiddel. Gelukkig is er Google. Ja, het blijkt inderdaad van Buddingh’ te zijn.

 

Verzuchting van de eeuwige underdog

Komt de kogel ooit door de kerk,
krijgen we ‘m weer in ons achterwerk.

C. Buddingh’

Wit

Maandag 28 november, Cadouin

 

Demonstreren is niet moeilijk, als het mag tenminste. Je bent ergens voor of tegen, je verenigt je en dan ga je de straat op. Op spandoeken en borden schrijf je waar je voor of tegen bent. Ik heb het in mijn jonge jaren zelf veel gedaan, te veel, want op een gegeven moment zie je jezelf lopen en denk je: hier loop ik nou voor de zoveelste keer, heeft dit nut? Na het stellen van die vraag kreeg ik er steeds minder zin in, komt bij dat ik een goede baan kreeg. Ja, ja, zo gaat dat.

Ondanks dat demonstreren een eenduidige bezigheid is, zie ik toch een nieuwe internationale tendens. Uit nood geboren, gewoon omdat het aantal autoritaire klootzakken op het wereldtoneel toeneemt en steeds meer klootzak worden. Ik zag het voor het eerst in Rusland, daarna Iran en nu weer China. Er zijn geen spandoeken of borden meer. De demonstrant houdt een leeg A4-tje omhoog. Een ontroerend gebaar, vind ik. Het is bijna een poëtische vorm van sprakeloos zijn. Het is in feite de ultieme manier om duidelijk te maken dat men monddood is. Het is de erkenning van de zwakke positie, de onderdrukking, maar daar toch uiting aan willen geven.

Het is een machteloos gebaar. En toch. Dat simpele A4-tje schijnt levensgevaarlijk te zijn en veel te zeggen. Wie het A4-tje omhoog houdt, wordt al snel opgepakt en afgevoerd. Het A4-tje beschrijft zonder woorden de hele wereld waarin de demonstrant leeft. In een brute wereld is hij of zij de mens zonder stem. Het lege papier is de manier om het te laten weten en er tegen te protesteren.

Ik gebruikte net de woorden poëtische vorm. Ook in de poëzie speelt het wit een essentiële rol. Het wit scheidt de delen van het gedicht, de coupletten. Door dat wit krijt elk couplet zijn eigen zeggingskracht. Het gedicht zelf staat in een zee van wit. Door het wit krijgt de tekst kracht en betekenis. Het wit scheidt het af van die enorme wereld om het gedicht heen, het wit maakt van het gedicht een eiland met eigen betekenis en waarde.

Onderschat het wit niet. Het staat niet voor leegte, het staat voor de stem van hen die geen stem hebben. Het wit legt ook de angst van de machthebber bloot. Zelfs wit, het niets, zien ze als een gevaar dat met brute kracht de nek moet worden omgedraaid. Je bent toch diep gezakt als je het wit als een gevaar ziet. Want wit staat voor onschuld, voor overgave en non-agressie. Wie zich overgeeft zwaait met een witte vlag. Wie met een wit A4-tje zwaait, doet het tegenovergestelde.

Gids

Zondag 27 november, Cadouin

 

Toen Wyb en ik reageerden op een advertentie waarin een beheerdersechtpaar voor een chambres d’hôtes in Saint-Hippolytte-du-Fort werd gevraagd, hadden wij geen idee waar we dat konden vinden. Na enig googlen zagen we dat het aan de voet van de Cevennen lag.
Na diverse gesprekken in Nederland vonden we het, voordat we zouden beslissen, het raadzaam om ook nog zelf te gaan kijken. Rond Kerst reden we de streek en Hippolyte binnen. We waren meteen verkocht. Het dorp was helemaal niet Provence-achtig liefelijk. De Cevennen bleek een ruige streek, enorm uitgestrekt. Hippolyte beschouwde ik altijd als het echte Frankrijk. Het trok niet veel toeristen, maar de mensen die kwamen konden de sfeer van de Cevennen en het dorp meteen waarderen, eigenlijk iedereen herkende de authenticiteit.

Pas nadat wij er waren gaan wonen, bleek de plek nog een cadeau voor ons in petto te hebben. Hippolyte bleek namelijk niet ver van Montpellier te liggen, een stad die ik daarvoor niet kende. Het bleek een prachtstad te zijn. Ze is zo’n beetje de oudste universiteitsstad van Europa en draagt daar nog alle sporen van. De universiteit is er nog steeds en de studenten zijn in grote getale aanwezig en in het centrum van Montpellier staan nog steeds de oude huizen in het oorspronkelijke stratenplan opgesteld, het is een stad vol sfeer: levendig, vrolijk, mooi.

Toen wij begin dit jaar ons huis in Cadouin kochten, wisten we wel iets van de Dordogne. We waren er meerdere keren op vakantie geweest en bovendien wonen onze Nichten daar. Het was dus niet geheel en al onbekend voor ons. En evenals Hippolyte blijkt ook Cadouin een cadeau voor ons te hebben. Niet al te ver van de eenzame landelijkheid van Cadouin (wat een genot) ligt Bordeaux, een stad waar Wyb en ik ooit één middag zijn geweest en waarvan we al meteen zeiden dat het ons een topstad leek.

Nadat we drie dagen over onze planken vloer hadden gekropen, vonden we dat we een beloning verdienden. Bovendien moest de olie intrekken en mochten we de vloer een etmaal niet belopen. Allemaal goede redenen om naar Bordeaux af te reizen en te checken of onze eerste indruk, jaren geleden, klopte.

En die bleek uitstekend te kloppen, Jezus, wat een leuke stad, en vooral, wat een mooie stad, wat een allure. Ik vind het heerlijk om naast die landelijke eenzaamheid een stad te weten waar je Het Grote Leven even kunt snuiven. Voor mij is het een waar Fotografie Paradijs.

Wyb en ik beginnen dan meteen te fantaseren. Misschien kunnen we hier voor een tijdje een studio huren, door de week in Bordeaux wonen, in het weekend naar Cadouin. Wyb voegt dan meteen de daad bij het woord en gaat kijken of ze hier zou kunnen werken. Blijkt geen probleem te zijn. Zo worden er gidsen gevraagd om met toeristen de rijke wijngaarden van Bordeaux te bezoeken. Een andere organisatie vraagt gidsen om met toeristen sightyseeënd door Bordeaux te fietsen. Wyb lijkt het geweldig. Mij ook. Een studio heb je voor zevenhonderd, achthonderd euro. Het hele weekend krijg ik mijn lievelingslied van Louis Davids maar niet uit mijn hoofd: Mensch durf te leven!

 

Klus

Donderdag 24 november, Cadouin

 

Deze dagen zijn we in Frankrijk bezig met iets waar ik ontzettend de pest aan heb: klussen. Soms hoor ik wel eens iemand zeggen: ‘Ik ga morgen lekker klussen.’ Lekker? Geen idee wat de woorden lekker en klussen met elkaar hebben te maken. Het is jaren geleden dat ik iets heb geklust, en ook die keer bracht de overtuiging dat klussen en ik net zomin bij elkaar passen als de woorden lekker en klussen.

Ooit besloot ik al mijn gereedschap weg te doen opdat ik nooit meer in de verleiding zou komen iets te doen. Jarenlang, ondanks vele verhuizingen, kreeg ik het voor elkaar om niet te klussen. Wat wel betekende dat jarenlang, en ook nu nog, een peertje in plaats van een smaakvolle lamp onze slaapkamer verlicht.

Wyb en ik zijn deze dagen bezig met het schuren en oliën van onze slaapkamervloer, de vloer in de gang en van de logeerkamer. Het gevolg is dat de inboedel van die kamers midden in onze woonkamer annex keuken staat. Al twee nachten slapen we pontificaal in onze woonkamer in ons eigen bed. Overal waar ik kijk troep: matrassen, lampen, kasten, nachtkastjes.

Het is Dies verboden om bij ons op bed te slapen, dat neemt niet weg dat ik elke ochtend wakker word met een hond naast me. Dat komt omdat we samen in een kamer moeten slapen omdat de rest van het huis is afgesloten door de werkzaamheden. De smiecht weet elke nacht op ons bed te sluipen en zich elke nacht met ons mens te wanen.

Overdag kruipen Wyb en ik over vloeren. Met een schuurmachine verwijderen we het bovenste laagje van de vurenhouten vloer, daarna schoonmaken, stofzuigen en is het de bedoeling dat we de vloer oliën. Omdat wij er geen verstand van hebben, dachten we dit karweitje wel in één dag te klaren. Foutje. Zo’n schuurmachine is een weerbarstig ding, het wil zich alle kanten uit vreten. Na een paar minuten het ding in bedwang houden, gutst het zweet van mijn lijf en laten mijn spieren weten dat ze niet zijn gediend van dit werk, of ik gek ben geworden.

Ja, ik ben gek geworden omdat we dachten dit klusje wel zelf te kunnen klaren, vooral omdat er met klusjesmannen in Frankrijk nauwelijks sluitende afspraken zijn te maken. Het is zelfs de vraag of er überhaupt klusjesmannen in Frankrijk zijn. Je kunt ze wel bellen, ze nemen zowaar soms de telefoon op, maar aan afspraken komen ze nooit toe, wel aan toezeggingen om binnenkort eens langs te komen om te kijken wat het werk nou precies inhoudt. Ons huis wordt echter nooit bereikt.

Laat maar. Dachten wij. We doen het zelf wel. Het is nu al de tweede dag dat ik vieze handen heb, geen tijd om te lezen of te fotograferen. Morgen volgt er nog een derde dag. De logeerkamer is nu helemaal klaar. En verdomd, al zeggen we het zelf, het er prima uit. Nou moeten we het niet te hoog in de bol krijgen want dadelijk raken we er nog van overtuigd dat wij best wel kunnen klussen. En ik vrees dat zo’n overtuiging zeker tot nog meer klussen leidt.

Gebukt onder het klussen. Voor wie denkt, waarom neem je nou geen groot schuurapparaat. Zo’n groot ding is veel te zwaar, die krijgen we de berg niet op. Met dat kleintje gaat het prima, al krijg je er wel een hernia van.

Stap

Dinsdag 22 november, Cadouin

 

Groningen, Cadouin, een grotere tegenstelling is niet mogelijk.
In Groningen wonen een ongelooflijke hoeveelheid jonge mensen. Als ik door de stad loop ben ik als 67-jarige een bezienswaardigheid. In de Groninger straten zie je weinig anderen van die leeftijd. Het gros is rond de twintig, als je tegen de dertig loopt, verlaat je blijkbaar de stad.

In het centrum racet een leger thuisbezorgers op snelle fietsen en scootertjes. Ik heb slechts één keer een ongeluk gezien, een wonder, want de bezorgers trekken met hoge snelheid door de massa studenten die elke dag door het centrum trekt.
Overal is herrie, getoeter, sirenes, het geschreeuw van de sirenes doet me vaak aan Londen en New York denken, ook daar de hele dag door het gehuil van sirenes.

In Cadouin wonen geen jongen mensen. Ik heb er in ieder geval nog geen gezien. Eigenlijk zijn er twee Cadouins. Een is het Cadouin in de toeristentijd, het andere is het Cadouin buiten de toeristentijd. In Saint-Hippolyte-du-Fort viel het me al op, de toeristentijd duurt in feite heel kort, zes, acht weken en dan gaat alles weer back to normal. Toen ik zelf nog toerist was, dacht ik dat de toeristentijd het normale Frankrijk was. Fout. Het is een korte opleving van drukte, meer niet.

Wyb en ik verblijven momenteel in het Cadouin van buiten de toeristentijd. En het moet gezegd, het is nog veel rustiger dan ik dacht. Veel meer huizen dan ik vermoedde zijn vakantiehuizen. De meeste huizen hebben dan ook dag en nacht hun luiken dicht en wachtten in volle overgave op hun eigenaren die ergens in Parijs, Engeland of Nederland zich de benen onder hun lijf lopen.
Wij lopen door een verlaten dorp. De plaatselijke pizzeria is alleen nog op vrijdag, zaterdag en zondag open. De andere restaurants zijn dicht. Als we bezoek zouden krijgen, moeten we kilometers rijden om een restaurant te vinden waar we samen kunnen eten.

Belangrijke vraag voor ons: blijven we genieten van beide werelden of gaan we kiezen? Meer en meer neigen we naar het eenzame Cadouin. Het lijkt alsof ik in Groningen word omringd door mensen, ik moet moeite doen om ze te ontlopen, maar contact heb ik nauwelijks. Of ik nou door de bossen van Cadouin loop of door het centrum van Groningen, qua contact maakt het niet veel uit. Oké, soms ga ik met Henk of iemand anders een glas bier drinken, maar dat ga ik hier ook wel krijgen.

De vraag is of ik tegen de eenzaamheid kan. Al mijn leven lang flirt ik met het kluizenaarschap. Ik hoef nog maar één stap te zetten, namelijk van Groningen naar Cadouin verhuizen en het kluizenaarschap is een feit. En zoals het er nu naar uitziet, gaan we die stap maken. Ik hou van het alleen zijn, dat wil zeggen, alleen met Wyb zijn, en de stilte, in Nederland een zeldzaam goed. Ik beken meteen dat ik hem ook eng vind. Elke keer dat we hier waren voelden we ons in de hemel, maar is dat ook nog als we hier een jaar, twee jaar, drie jaar wonen?

Inpakken

Vrijdag 18 november, Groningen

 

Ik ben inmiddels kampioen inpakken. Morgen gaan we weer richting Cadouin en in mijn hoofd zit blijkbaar een lijstje wat ik dan moet meenemen. Voor Wyb geldt hetzelfde, in razend tempo pakken we de spullen bij elkaar. We zijn een ingespeeld team, Wyb zorgt voor de officiële papieren, ik zorg ervoor dat ons computerpark meegaat en de sleutels. Blindelings kunnen we de kleren uit de kast grissen, hoeveel stuks, het zit allemaal in ons hoofd.

‘Word je er niet gek van om weer naar het zuiden te gaan?’ vraagt Esmee als ik haar aan de lijn heb. Nee, eigenlijk helemaal niet. Wij zijn het reizen helemaal niet als verloren dagen. Ik, maar ook Wyb, vind het heerlijk om lange afstanden te rijden. Voor mij is het een soort meditatie. Het verstand op nul, de blik op oneindig, ondertussen jagen onder ons de kilometers weg. Twee uur rijden, wisselen van bestuurder, na nog een keer twee uur rijden, wisselen en Dies uitlaten.

Voor ons is zo’n autorit een prima gelegenheid om naar muziek te luisteren en in alle rust met elkaar te praten. De afgelopen tijd was druk. Wyb was voortdurend aan het werk, ik had afspraken die met Rues de France hadden te maken. Zo ging ik eergisteren eindelijk weer eens naar Nijmegen. Wat heerlijk om via de spoorbrug Nijmegen in te rijden. Het ontroerde me. Net als je de spoorbrug over ben, kun je de flat van mijn moeder aan de Veemarkt zien, jarenlang woonde ze daar. Wat hebben we daar gelukkige jaren meegemaakt.

Vorig jaar en begin dit jaar had Wyb een opdracht in Nijmegen, was ze interim zakelijk leider van Kwatta, dat zo’n honderd meter van het huis van Jan en Connie ligt. Hierdoor kwamen we opeens vaak in Nijmegen. Die periode heeft mijn band met Nijmegen weer helemaal aangehaald. De stad is als een oude jas voor me. Ik had hem even onder in de kast gelegd, er eigenlijk niet meer aan gedacht. Maar toen we er vaker kwamen, haalde ik hem uit de mottenballen en zag ik dat het een jas is die me eigenlijk heerlijk past. Aan de stad hangen zoveel herinneringen en beelden, ze zijn diep in mij gegrift.

De reden dat we nu naar de Dordogne gaan, is een praktische. In de slaapkamer, de gang en de logeerkamer ligt nog een onbewerkte vurenhouten vloer. De aankomende dagen willen we die in de olie zetten opdat hij minder slijt en hem beter kunnen schoonmaken.

Andere reden is dat het herfst is. We hebben het huis inmiddels in alle seizoenen meegemaakt, behalve de herfst. We willen ervaren hoe het huis dan voelt. De weersverwachting belooft ons een maximale herfstervaring. De regen zal met bakken over ons heen worden gestort.

 

Passanten

Donderdag 17 november, Groningen

 

Ik zit met een vriend voor zijn open haard, we praten over van alles en nog wat. In tegenstelling tot mijzelf is mijn vriend, die nog niet zo lang geleden de 70 heeft aangetikt, nog steeds actief in de culturele sector, voornamelijk als bestuurder, soms als adviseur. ‘Hij is enigszins geïrriteerd omdat hij in een kwestie, ondanks zijn lange ervaring in de sector, niet serieus werd genomen. Hij begrijpt niet dat anciënniteit zo weinig wordt gewaardeerd. Hij heeft toch niet voor niets al die ervaringen opgebouwd, bepleit hij.

Misschien omdat ik langer met mijn poten in de managementmodder heb gestaan, weet ik al lang dat anciënniteit geen pré is. Integendeel misschien wel. Anciënniteit kan mensen wantrouwig maken, heb ik gemerkt. Oud, of ouder zijn, kan mensen in onze samenleving achterdochtig maken. Wat doet die ouwe vent nog hier? Het geloof in alles wat jong is, is daarentegen groot. De dynamiek, het aanpassingsvermogen ligt bij degenen die jong zijn. Volgens mij zijn het ingesleten gedachten in Nederland.

In mijn geval lag die twijfel over het ouder worden ook erg bij mijzelf. Zo rond midden vijftig zag ik mijzelf zitten tussen al die aanstormende talenten. Om mij heen stürm und drang, in mij de scepsis. Vind je het gek. Bedacht zo’n jonge, overmoedige maker weer een plan dat ik in mijn leven al vijf keer voorbij had zien komen en elke keer had zien sneven. Moest ik daar iets van zeggen? Natuurlijk heb ik dat diverse keren gedaan, maar dan zag ik de vermoeidheid in de vergadering sluipen: daar heb je die ouwe lul weer.

Juist omdat je veel ervaring hebt, word je sceptischer, cynischer. En laten we niet vergeten: blasé. Een voorstelling die ik op oudere leeftijd zag, kwam toch in het licht te staan van al de voorstellingen die ik daarvoor heb gezien. Wat een nieuwe generatie als spectaculair zag, als heel bijzonder, vond ik vaak wijn in oude zakken. Moest ik daar iets over zeggen? Ik liet het vaak achterwege, blijft dat ik het oude zakken vond. Ook al zeg je er niets van, het communiceert niet lekker.

Dat is een van redenen dat ik na mijn pensioen geen werkzaamheden of bestuursfuncties in de podiumkunsten meer wilde. Ik wist het gewoon te goed, vond ik. En ik weet dat veel weten een handicap kan zijn. Onbevangenheid is een groot goed. Kennis kan niet alleen jezelf in de weg zitten maar zeker ook volgende generaties die hun eigen weg in de wereld willen vinden. Iedere generatie wil zijn eigen succes veroveren en heeft recht op zijn eigen fouten.

Naarmate ik ouder werd, voelde ik de tijd door mijn vingers wegsijpelen. De schone ogen die ik ooit had vervuilden door alles wat ik had gezien en meegemaakt, waardoor het werkelijk zicht op de tijd vervormde. Je bril wordt ouder, je ogen idem dito, en dan is er de veranderende werkelijkheid, ze corresponderen steeds minder met elkaar. Ik heb gemerkt dat je zelfs een vreemde van jezelf kan worden.

‘Wij zijn allen passanten,’ zeg ik tegen mijn vriend.
‘Zo is het,’ beaamt hij.

 

Gideon

Dinsdag 15 november, Groningen

 

Wanneer je je zoon Gideon noemt, vraag je als ouders toch om problemen. Gideon is een Hebreeuwse naam die verband houdt met het werkwoord vellen. Gideon betekent dus ‘de veller’, ‘de vernietiger’, aldus Google. Het is de goden verzoeken als je je zoon Gideon noemt. Ik vind het ook raar om te doen: je weet dat die naam geassocieerd wordt met ellende. Het is vermoedelijk niet voor niets dat er vrijwel geen Gideons meer zijn.

Gideon van Meijeren doet me altijd denken aan die ene jongen bij ons op school die in de pauze altijd alleen stond en als enige op school altijd keurig een pak droeg. Het was de tijd van flower power en revolutie en dat mannetje stond daar maar eigenwijs te wezen en lid te zijn van de JOVD. Hij was de verpersoonlijking van alles waar wij een hekel aan hadden. En het ergste was dat die jongen genoot van zijn positie. Hoe meer hekel we aan hem kregen, hoe gelukkiger hij leek.

Gideon van Meijeren is in zijn eigen complottheorieën gaan leven. Er is voor hem een belangrijke taak weggelegd. De overheid is een dictatuur en het is zijn Grote Opdracht om aan die dictatuur te knagen en te knagen in de hoop dat die verschrikkelijke overheid, geleid door het kartel (het lukt me nauwelijks om dit woord te typen, ik vind het zo’n kinderachtig woord) om zal vallen opdat hij eindelijk zijn tribunalen kan oprichten. Oh, wat zal hij ze straffen. Vermoedelijk heeft hij de plekken van de kampen al in zijn Bosatlasje ingetekend.

Het kan best zijn dat zijn ouders ook al op die alt-right forums zaten. Aan de naam Gideon is natuurlijk ook het begrip Gideonsbende gelieerd. Dat is een kleine groep vastberaden strijders die een groot leger verslaat. Met een beetje pech ziet Van Meijeren zich als lid van zo’n leger en hadden papa en mama de stille hoop dat hij ooit tot die gideonsbende zou gaan behoren, je weet het niet.

Het uiterlijk van Gideon gaat steeds meer naar die knaagtaak staan. Ik heb voor dit blogje nog eens naar foto’s van hem zitten kijken en dan zie dat hij zomaar een typetje van Van Kooten & De Bie zou kunnen zijn. Hij lijkt soms frappant veel op De Vieze Man, maar dan met een stropdas en keurig geknipte haartjes. Van Kooten heeft voor deze gelegenheid een gebitje in gedaan met van die kleine knaagtandjes. En dat typetje maar knagen en knagen.
Marcel van Roosmalen noemde hem een reptiel, ik zie in Gideon toch veel meer een konijntje. Ik vind hem namelijk best aandoenlijk. Ventje speelt fascistje. Hij is in de slipstream van die Baudet in de Kamer gekomen. Wie had dat ooit gedacht, Gideon kamerlid! En daar geniet het ventje nu met volle teugen van. Eindelijk hoeft hij niet alleen maar achter zijn computer die alt-right sites te lezen en alt-right te twitteren, nu kan hij echt iets betekenen. Tegen de verdunning van onze cultuur, tegen het ka… ka… kar…, nee, het lukt me niet, mijn vingers weigeren.
Al die jongens die hem in de pauze pestten, hij zal ze krijgen. Oh, wat verlangt hij naar die tribunalen. En hij is zo blij met zijn naam Gideon. De naam zegt precies wie hij is.

PS Overigens kreeg die jongen met dat pak, dat JOVD-lid, een decennium later het tij mee en stonden wij met onze flower power en revolutie als outsider te kijken hoe de anderen in de pauze speelden op de aandelen- en cryptomarkten. We moeten oppassen, want voordat je het weet krijgt die Gideon het tij mee.

Jazz

Zondag 13 november, Groningen

 

Het was 1979, of 1980, Lies en ik reden in onze Opel Kadet naar Groningen. Ik was nog nooit in Groningen geweest, maar ik wist wel dat daar de Jazzmarathon was. Goede reden om naar het Noorden af te reizen. In de auto lagen matjes en slaapzakken want die nacht zouden we in onze Kadet (aanschafprijs 400 gulden) op een parkeerterrein in de buurt van De Oosterpoort slapen.

Hoogtepunt van het festival was het optreden van Lionel Hampton, de grote zaal van De Oosterpoot stond op zijn kop. Naast mij swingde een grote reus met zijn vrouw, vele koppen groter dan ik. Hij vroeg waar we vandaan kwamen en ik vertelde hem dat we uit Nijmegen kwamen. 
‘En waar slapen jullie dan?’
Ik vertelde hem dat we in de auto zouden slapen.
‘Maar jullie kunnen ook bij ons thuis slapen, hoor.’
Zo kwam het dat we achter hem aanreden naar Roden of Norg, precies weet ik het niet meer. Ze woonden in een rijtjeshuis. In hun woonkamer stond een enorme collectie jazzplaten. Verder kan ik me niet veel van het bezoek herinneren. Wel dat Lies ’s ochtends naar de badkamer ging en dat de reus daar naakt in een badje lag te weken.

Door dat uitstapje naar Groningen was ik diep onder de indruk van De Oosterpoort en de Jazzmarathon. Dat was een andere schaal dan de lullige activiteiten in De Lindenberg waar ik in die tijd werkte. Als ik daar ooit nog eens zou kunnen werken. En verdomd, aldus geschiedde, in 1983 werd ik er hoofd marketing.

Gisteren, 43 jaar later, zit ik in dezelfde zaal te luisteren naar Joshua Redman. In diezelfde zaal heb ik, na acht jaar in De Oosterpoort te hebben gewerkt en vele Jazzmarathon mede te hebben georganiseerd, heel wat jazzconcerten meegemaakt. Maar het concert van Joshua Redman is het mooiste wat ik in al die jaren heb gehoord.

Gelukkig begon het concert van Redman om 17 uur, een beetje rare tijd omdat dergelijke acts, geheide hoogtepunten, meestal een festival afsluiten. Na een glas wijn konden we daardoor meteen gaan genieten van dat hoogtepunt. Euforisch verlieten we na een dik uur de zaal.

En zo kwam het dat ik opeens, sinds jaren, in een festival belandde, Rockit genaamd. Ik hou totaal niet van festivals, voor mij is het synoniem met hangen, wachten, dringen, drukte en met mensen praten waar je geen zin in hebt. Gisteravond was het niet anders. Daar kwam bij een enorme emmer regelrechte klote muziek. Mijn oren waren weldadig gevuld met Joshua Redman en een stel nitwittin, voor wie de volumeknop belangrijker is dan goed spelen, deden hun uiterste best zijn muziek te verdrijven. Is ze mooi niet gelukt. Er werd bevestigd wat ik al wist: mijd festivals.

 

Homo lupus ad lupum est

Vrijdag 11 november, Groningen

 

Ik heb de wolf op Dossiermoddergat nog zo gewaarschuwd: kom niet naar Nederland. Niet omdat ik dat niet zou willen, ik ben gek op wolven, maar Nederland is gewoon een rotland voor wolven, zoals Nederland voor alles wat een beetje afwijkt een rotland is.

De Nederlander heeft de geestelijke ruimte niet om de wolf te ontvangen. Hij heeft een ingeteerde geest waar alle speelruimte uit is geperst. Oorzaak: structurele verwendheid. Van alles wat een beetje moeilijk en lastig is wordt een ongekend drama gemaakt. Nederland is de prinses op de erwt, elk bobbeltje wordt een berg.

Er zijn in Nederland drie wolvenparen, daarnaast is de aanwezigheid van elf wolven vastgesteld die door Nederland zwierven, maar mogelijk ook weer zijn verdwenen. Laten we zeggen dat er rond de elf wolven hun domicilie in Nederland hebben. Over die elf arme beesten praten liefst veertien organisaties in het Landelijk Overleg Wolf (LOW). En maar lullen en nota’s schrijven, het is onze manier om vermeende problemen te bezweren.

Maar gelukkig heeft Nederland al lang geleden het definitieve wapen gevonden om de wolf de nekslag te geven: de snelweg. In de loop van de jaren hebben we overal, van noord naar zuid en oost naar west, snelwegen aangelegd, wolven die deze hordes kunnen nemen, behoren tot de slimste van hun soort. Ik vraag me af welke wolf hier een natuurlijke dood gaat sterven, het kan niet anders of uiteindelijk zal elke wolf sterven op het asfalt. Een paar hebben daar al hun laatste adem uitgeblazen.

Ander probleempje waar de wolf mee te maken krijgt is aaien. Beesten zijn alleen leuk als je ze kunt aaien. Zelfs de wolf wordt onderworpen aan die aaidrang. Zo is er een wolf op de Veluwe die nauwelijks nog bang is voor mensen. Onbegrijpelijk, maar waar. De wolf komt gevaarlijk dicht bij mensen omdat hij is gevoerd. Vermoedelijk omdat mensen foto’s van hem wilden maken. En wat denk je? Deze wolf wordt een probleemwolf genoemd. Voor mensen ligt het probleem altijd bij de ander, geen mens is zelf het probleem.

Het Landelijk Overleg Wolf heeft daar nu een oplossing voor gevonden. Ze willen de probleemwolf, eigenlijk de aardigste wolf tussen zijn soortgenoten, met paintballen weer schuw maken. Lekker bont en blauw schieten en dan leert dat beest tenminste de ware aard van de mens kennen. Ik heb de wolf al eerder aangeraden: komt nooit dichtbij de mens. Om met Flaubert te spreken: ‘Er is geen mens die deugt’.

Natuurlijk doodt een wolf, dat is zijn rol in de natuur. Wolven doden in Nederland gemiddeld per jaar zo’n tweehonderd schapen, waarvoor de eigenaren tot 2023 financieel worden gecompenseerd. Daarna moeten ze maatregelen hebben genomen om de wolf te weren, zoals het aanschaffen van wolfwerende hekken of wolfwerende honden. 
Vandaag lees ik in de krant dat Drentse boeren eisen dat de wolf uit Nederland verdwijnt. Och, och, och, rupsje nooit genoeg wil altijd in alles zijn zin krijgen en zijn eigenbelang is de maat der dingen.

Als ik moet kiezen tussen de Drentse boer en de wolf, nou dan wist ik het wel. Laat het Landelijk Overleg Wolf zich daar maar eens over buigen. Homo lupus ad lupum est, de mens is voor de wolf een wolf.

Kleur

Donderdag 10 november, Groningen

 

Aan de overkant, recht tegenover ons huis, is een huis van Vindicat. In het monumentale pand wonen tien studenten, allen dus lid van Vindicat. Wie lid wordt van de vereniging krijgt een kamer in een van haar huizen.

Wat is je eerste associatie als ik over Vindicat-leden schrijf? Ik vermoed iets in de trant van: dat zal daar wel een puinhoop zijn, die zullen wel stevig de beest uithangen. Dat was tenminste mijn eerste associatie toen ik hoorde dat Vindicat-leden onze overburen werden.

Eergisteren hadden we alle tien Vindicat-leden bij ons thuis op bezoek en ik kan zeggen dat de gordijnen nog hangen, er is niet met stoelen of vazen gegooid en er zelfs niemand dronken geworden. Bij ons in de huiskamer zaten tien keurige jongens, waarvan er negen bedrijfskunde studeren en een bouwkunde omdat hij projectontwikkelaar wil worden.

Zijn ze ook keurig? Vast niet altijd want een van hen liep met krukken. Drie weken geleden is hij in het huis stomdronken van de trap gedonderd. Een tijd lang heeft hij onder aan de trap gelegen, niemand die de val had gehoord. Hij kan zich er zelf niets van herinneren omdat zijn hoofd vermoedelijk een van de traptrede heeft geraakt. Uiteindelijk kwam hij weer bij bewustzijn en is hij naar zijn kamer gekropen. De volgende dag bleek dat hij zijn been op meerdere plekken had gebroken.

Sinds twaalf jaar bestaat de traditie dat onze overburen een keer per jaar bij ons op visite komen of dat wij bij hen op visite gaan. Het is een traditie die door Kees en Annemiek is gestart. Bij een zo’n bijeenkomst kwam zelfs eens een journalist van Trouw op bezoek om van deze bijzondere uitwisseling verslag te doen. Het resulteerde in een artikel met een grote foto, gemaakt in de keuken bij onze onderburen.

Tijdens de bijeenkomst eergisteren heb ik ze verteld dat ik ze wel erg braaf vind dit jaar. We hebben echt nooit meer overlast van ze. Het eerste jaar dat wij hier woonden was er nog wel eens kabaal als er een huisfeest werd gegeven. Nu Corona voorbij is trekken ze keurig naar de stad. Als ze ’s nachts laat thuis komen, laten ze ons gewoon slapen.

Met z’n tienen hebben ze een hond, Hein geheten, een groot uitgevallen labrador. Uit eigen observatie weet ik dat Hein niets te kort komt. Er is een streng schema wie Hein wanneer uitlaat. Wie verzaakt, moet hem een week lang extra uitlaten. Alleen hondenliefhebbers mogen in het huis wonen, wie niet voor Hein wil zorgen, komt er niet in.

Hein vindt het heerlijk om daar met de jongens te wonen. In de vakantie, als iedereen weg is, gaat hij naar een van de ouders. Hij schijnt zich dan kapot te vervelen. Als hij na de vakantie terug mag naar zijn tien bazen, is hij ongelooflijk blij. Eindelijk weer reuring en zuipende studenten om hem heen, dat is wat hij gewend is, waar hij van houdt.

Elk jaar komen er twee nieuwe studenten in huis wonen en twee oudere studenten zwaaien af. Dit al 65 jaar lang, volgend jaar wordt dat jubileum gevierd. Dan verenigen alle oud-bewoners zich voor een copieus diner, inclusief een goed glas alcohol. Elk jaar komen de twee nieuwe studenten zich braaf aan ons voorstellen. Dit jaar is er in dit witte bolwerk zelfs een gekleurde student komen wonen. Als ouders van gekleurde kinderen, ook Annemiek en Kees hebben twee geadopteerde kinderen, hebben we hem van harte welkom geheten. Eindelijk eens wat kleur in de buurt.

 

Oorlogsglas

Woensdag 9 november, Groningen

 

Als ik in mijn woonkamer sta, met mijn gezicht naar de voorkant van het huis, dan zit in het rechter onderraam een ander soort glas dan in de andere ramen. In dat raam zit wat in mijn jeugd oorlogsglas werd genoemd. Het is bobbelig glas, als je er doorheen kijkt is in de buitenwereld niets meer recht, alles gaat een beetje kreuken.

Ik hoor het de keurige Nederlander al zeggen: ‘Och, wat vervelend. Er moet maar snel nieuw glas in zodat je alles weer gewoon ziet.’ Hoe kan het toch dat de keurige Nederlander en ik altijd een andere mening hebben? Is het mijn afkeer van steriliteit en overdreven netheid? Ik ben namelijk gek op dat glas.

Als ik door dat raam kijk, moet ik meteen aan het huis van mijn oma op de Weurtseweg in Nijmegen denken. In mijn herinnering hadden in dat huis alle ramen oorlogsglas. Tot mijn vroegste herinneringen hoort het beeld dat ik samen met mijn oma voor die ramen zat. Zij heeft een boterham met jam voor me gemaakt, gesneden in kleine behapbare stukjes. We tellen de auto’s die langskomen, we tellen hoeveel witte en hoeveel een andere kleur hebben. 
In die tijd vond ik dat oorlogsglas al fascinerend. Bij ons thuis was het glas strak, je zag er de wereld door zoals die was. Bij mijn oma werd het een vervormde wereld, een soort sprookjeswereld.

Nu ik dit blog schrijf, vraag ik mij opeens af of de term oorlogsglas wel bestaat. Het kan best dat het een begrip is dat alleen in onze familie bestond. Gelukkig zit ik achter mijn laptop, dus het woord oorlogsglas is snel gegoogeld. En ik lees: ‘Vroeger kon glas niet in een effen plaat getrokken worden, deze genaamd oorlogsglas of mondgeblazenglas. Daardoor ontstonden lichte onregelmatigheden die we nu zo karakteristiek vinden voor monumentale panden, woningen museums en kerken.’ Het woord bestaat dus inderdaad. Jammer dat onze familie niet de uitvinder van dit mooie woord is.

Ik zie het oorlogsglas in ons raam als een authentiek detail net als de versieringen op onze monumentale trap. Binnen afzienbare jaren zal oorlogsglas nog meer tot het verleden behoren. Ook ons raam wordt bedreigd. De offerte voor nieuwe ramen is al gemaakt. De verduurzaming vereist driedubbel glas. Dat oorlogsglas, wat toch al erg dun is, laat de kou van harte binnen. Vroeger moesten de bewoners nog maar eens extra kolen in de kachel gooien om het warm te krijgen.

Ik geef ons oorlogsglas nog drie jaar. Dat is namelijk de wachttijd voordat de boel vernieuwd kan worden. De operatie naar verduurzaming is op stoom. Voor ons oorlogsglas is het uitstel van executie. Ik moet niet vergeten er vaak doorheen te kijken.

PS. Eigenlijk zou je dat driedubbele glas ook oorlogsglas kunnen noemen. We voeren een oorlog tegen de opwarming van de aarde. En met het isoleren van het huis bevechten ook een beetje Poetin. Met deze verduurzaming reduceren we de opbrengst waarmee hij oorlog voert. Misschien is het een idee om hier en daar driedubbel glas te maken dat op dezelfde manier bobbelt als het originele oorlogsglas.

Lamme eend

Dinsdag 8 november, Groningen

 

Laten we vandaag ons hart vasthouden. Het kan zomaar zijn dat de wereld er morgen anders uitziet. Op het moment dat ik dit schrijf gaan miljoenen Amerikanen naar de stembus om voor nieuwe vertegenwoordigers in het Huis van Afgevaardigden te stemmen en een derde deel van de Senaat. Daarnaast zijn er verkiezingen voor gouverneurs en plaatselijke bestuurders. De kans is groot dat de Republikeinse partij in beide huizen een meerderheid krijgt, in ieder geval in een van de huizen. Als dat zo is, zit Joe Biden als lamme eend in het Witte Huis. Alles wat hij voorstelt zal worden weggestemd. Arm land.

Wie een goed beeld wil krijgen van deze bedreiging moet maar eens naar de driedelige serie God, Jesus, Trump! kijken die Thijs van den Brink maakte over de Republikeinse achterban. Ik schrok ervan. Je denkt toch altijd dat er in Amerika, ondanks veel gekkies en wappies, toch voornamelijk weldenkende mensen leven die uiteindelijk het beste met het land voor hebben. Vergeet het. Een substantieel deel van de Amerikanen is christelijk fundamentalistisch en identificeert zich fanatiek met de agenda, onverzoenlijkheid en leugens van Trump. Een diepe haat tegen alles wat Democratische Partij is, is hun drijfveer.

De overheid stopt gif in de groente, veel aanhangers hebben zich bewapend alsof elk moment de burgeroorlog kan uitbreken, compleet met wapens om pantserwagens en tanks op te blazen. Complottheorieën beheersen het denken van de mensen, bestormers van Het Capitool zijn vol trots dat ze erbij waren. Liefst 68% van de Republikeinse kiezers gelooft nog in de verkiezingsfraude die Trump zijn presidentschap zou hebben gekost. Het vertrouwen in de overheid is nul. Veel mensen hebben zich dan ook teruggetrokken in de bergen en zijn daar volkomen zelfvoorzienend, bewapend om de overheid te weerstaan.

Mochten de verwachtingen bewaarheid worden, dan is het leed niet te overzien. De escalatie van tegenstellingen zal een nieuwe fase ingaan. Er zal de aankomende twee jaar zeker niet geregeerd worden. De progressieve agenda van Biden zal voor een groot deel worden teruggedraaid. Voor de steun aan Oekraïne valt te vrezen. Niet alleen Biden zal lam zijn, maar ook de verhouding met Europa.
Het armzalig verdeelde Europa, dat zo opmerkelijk weinig betekent voor de Oekraïne, zal voor de keuze komen te staan of ze het gat dat de VS zal laten vallen overneemt. Ik denk niet dat de reus op lemen voeten tot een besluit zal komen, zoals het tot geen enkel groot besluit komt. De discussie zal verzanden in verdeeldheid, duikgedrag, eigenbelang en lafheid. Als inwoner van Europa moet je wel heel erg je best doen om pro-Europa te zijn.

 

Covid

Maandag 7 november, Groningen

 

Covid? Och ja, Covid. In mijn vorige blog schreef ik dat ik vooruit leef. Covid is daar een voorbeeld van, het is een woord uit een tijdperk dat inmiddels is gepasseerd. Het lijkt al lang geleden, ondanks dat Wyb en ik afgelopen juli Covid hebben gehad. Maar inmiddels leven we weer alsof er geen Covid bestaat: we kussen, omhelzen, geven volop handen. Ik heb me zelfs niet laten vaccineren, eerst omdat ik nog niet zo lang Covid heb gehad, nu omdat in mijn hoofd de noodzaak niet meer bestaat.

Zo was de situatie vóór dit weekend. Afgelopen vrijdag waren we op bezoek bij Mieke en Willem om Rues de France te brengen. En dat bezoek bracht me toch weer volledig terug in het Covid-tijdperk. Willem heeft namelijk Covid gehad, en hoe. Heel anders dan Wyb en ik die met hoge koorts in ons eigen bed lagen uit te zieken, heeft Willem op de IC gelegen. Hij heeft die Covid beker volledig moeten leegdrinken, en het bleek inderdaad een gifbeker te zijn.

Niet lang nadat hij van de IC kwam, gingen we bij hem op bezoek in het ziekenhuis. We schrokken erg. Willem is een beer van een vent, maar bij ons aan tafel in een rolstoel zat een man die zojuist knock-out was geslagen. Hij kon zijn armen niet optillen, kwam moeilijk uit zijn woorden en was doodop. De Willem die we afgelopen vrijdag zien is gelukkig stevig opgeknapt, maar zoals hij zelf zegt, is hij zeker niet de oude meer.

We weten niet precies meer waar Mieke en Willem wonen, we lopen door de straat waar het ergens moet zijn. We herkennen hun huis aan de tuin, het is een echte Willem-tuin. Willem is namelijk een begenadigd tuinman, maar hij heeft de kracht niet meer om in de tuin te werken. In ons huis hangen diverse door Willem gemaakte schilderijen. Wyb en ik zijn liefhebbers van zijn werk, maar sinds zijn gedwongen bezoek aan het ziekenhuis heeft hij geen kwast meer aangeraakt. ‘Misschien dat het er nog wel een van komt,’ zegt hij. Wij hopen het van harte.

Willem is niet de enige dit weekend die ons terugbrengt naar het Covid-tijdperk. Op zondag zijn we op een verjaardagsfeestje en ontmoeten we voor het eerst de schoonvader van het nichtje. Hij blijkt getogen in Hatert, dus dat schept meteen een band. Als we een tijdje aan het praten zijn, verontschuldigt hij zich dat hij zo aan het hijgen is. 
En dan vertelt hij zijn Covid-verhaal. Hij heeft nog maar een kwart van zijn longinhoud. Hij heeft zojuist acht weken in het ziekenhuis gelegen om te revalideren. Het revalideren heeft wel geleid tot acceptatie maar niet bepaald tot fysieke vooruitgang. Zijn leven is totaal veranderd, hij kan waarschijnlijk nooit meer doen wat hij voor Covid kon. Covid gaat voor hem überhaupt niet voorbij, long-Covid heeft hem in de greep.

Shit. Een teken? Door dit weekend staat Covid weer bij me op de kaart. Ik heb misschien toch ietwat te naïef geleefd ten aanzien van het virus. Voordat je het weet, verlies je je kracht. Deze week toch maar een prik halen.

Delivery Service

Zaterdag 5 november, Groningen

 

Och, het verleden. Het wordt al snel opgeslagen in mijn kwab ‘Voorbij en afgedaan’. Ik moet bekennen dat ik meer vooruit kijk dan achteruit, al zal de regelmatige lezer van Dossiermoddergat dat niet meteen beamen. Naar ons gevoel leven Wyb en ik meer vooruit dan achteruit. Het heden is, hoe slecht, en hoe on-Taoïstisch, meer een te nemen hobbel dan iets om van te genieten. Het volgende project is belangrijker dan wat geweest is.

Gisteren ervoeren wij iets totaal anders. Het leuke van het uitbrengen van een fotoboek is dat je weer eens in contact komt met vrienden die je te veel hebt verwaarloosd. Op deze vrijdag hadden Wyb en ik een soort Meppeldag.
Voor Rues de France had ik opmerkelijk veel bestellingen uit Meppel. Omdat wij een eetafspraak met Tjaart en Suze hadden, besloten we er een Meppeldag van te maken, dat wil zeggen dat we deze dag een delivery service organiseerden voor alle mensen die het boek hebben besteld. Wij moesten toch in Meppel zijn, en daardoor konden we de bestellers mooi €11 verzendkosten besparen.

Het was lange tijd geleden dat we in Meppel waren. Als je ergens intensief hebt gewerkt, is het altijd lastig om terug te keren. Je wilt je opvolgers niet voor de voeten lopen, weg is weg en wij zijn allen slechts passanten. Deze dag besloten we dat soort gevoelens aan onze laars te lappen en besloten we ongegeneerd te genieten van Meppel.

Het eerste adres waar we Rues de France afleverden was het al raak. Niet alleen de geadresseerde troffen we daar, maar ook nog een paar andere lieden uit het rijke serviceclub leven van Meppel. Zij stelden ons meteen op de hoogte wie vanavond bij wie ging eten. Wij aten dus bij Tjaart en Suze, bij hun buren zaten nog wat oude bekende, hun buur is sowieso een oude bekende. Dat Meppel niet groot is, bleek vandaag. We hopten van adres tot adres en gaandeweg werden we op de hoogte gesteld van de actuele issues en roddels van het stadje.

Iedereen maakt zich druk over de toekomst van de Grote Kerk die midden op de markt staat nadat de geloofsgemeenschap haar handen ervan af heeft getrokken. Zij, je kent ze wel, heeft een verhouding met die. En puntje, puntje, puntje gaat scheiden van puntje, puntje, puntje. Tot ons genoegen herleefden oude tijden. We liepen zelfs langs Schouwburg Ogterop, die overigens geen schouwburg meer mag heten, een cruciale marketing fout, mag ik wel zeggen. Door het weglaten van dat woord denk je bij de naam Ogterop toch eerder aan een buurthuis dan een schouwburg.

We lopen er eerst langs, na wat dralen besluiten we toch naar binnen te gaan. Dies is dolenthousiast, hij herinnert zich dat hij hier in zijn jeugd veel kwam. Ook bij ons duikelden de herinneringen over elkaar.
Als we door de stad lopen beleeft Wyb al lopende een soort een staande receptie. Verrassing bij velen haar weer te zien, vaak gevolgd door de vriendelijke vraag wanneer ze weer terugkomt.

Moe en voldaan eindigen we onze tournee aan de eettafel van Tjaart en Suze. Wijn, spijs combinatie: uitstekend. Op het einde van de avond geef ik bij de buren, die dan ook klaar zijn met eten, een afsluitend optreden met Dies.

 

Monkey business

Woensdag 2 november, Groningen

 

Ik waag mij nu aan een onderwerp waar ik eigenlijk niet over durf te schrijven. Reden: ik heb er de ballen verstand van. Maar het is wel een onderwerp dat mijn huidige manier van leven bepaalt, en waar ik in grote mate van afhankelijk ben. Ik bedoel: pensioen.

Ik vind dat het Nederlandse pensioenstelsel niet genoeg bewierookt kan worden. Het is toch fantastisch dat we met z’n allen een spaarsysteem hebben opgezet opdat ik op mijn 67ste een vrij man ben, kan doen en laten wat ik wil. Freedom at last!

Deze dagen vergadert politiek Den Haag weer over dat pensioenstelsel en ik moet zeggen dat mij dat verontrust. De hele boel gaat namelijk op de schop, en van die schop en die schepper heb ik niet bepaald een hoge pet op.

De essentie van de verandering is dat ons pensioen meer van beleggingen dan van rente afhankelijk wordt en dat het pensioen wordt geïndividualiseerd. Nu is er een grote pot geld dat al decennia lang op dezelfde manier wordt verdeeld. Dadelijk wordt die pot opgeknipt en krijgt iedereen die aan pensioen doet zijn eigen potje. Alleen dat al klinkt mij erg VVD-achtig in de oren. Met z’n allen voor ons eige. Wie verdeelt de pot? Hoe wordt er gerekend? Kan zo’n grote operatie wel goed gaan? Het wordt de grootste financiële operatie ooit. Vragen, vragen, vragen.

De afgelopen jaren was het beroerde dat de rente nihil was en de aandelen alsmaar stegen. De regels die rond de pensioenpot zijn afgesproken zorgden ervoor dat de pensioenen niet geïndexeerd konden worden. Volgens velen had dat wel gekund, maar de regels weerhielden dat omdat die regels een eigen leven zijn gaan leiden zoals regels altijd een eigen leven gaan leiden.

Daarom besloten vakbeweging, werkgevers en overheid tot een stelselwijziging. De pensioenen worden minder afhankelijk van de rentestand maar gaan mee bewegen met de aandelenkoersen. En daar zit mijn grote angst. Aandelen? Dat is monkey business. Zie een experiment dat ooit werd uitgevoerd. Wie is een betere belegger: de mens of een chimpansee? Wat bleek, de chimpansee won het van de professionele belegger. Waarom? Omdat beleggen gokken is. Mannen die beleggen hullen zich in keurige pakken om autoriteit uit te stralen, maar als het puntje bij het paaltje komt, is het gewoon zwarte maandag, is er een krach voordat iemand dat ook maar had vermoed.

Nu wil het toeval dat het lange tijd prima ging met die aandelen. Ik weet inmiddels dat mensen daar aan wennen, het is al jaren zo, dus het zal altijd wel zo blijven. Probeer mensen maar eens duidelijke te maken dat de hypotheekrente ooit op 11% stond. 
Met die aandelen is het natuurlijk niet anders. Ik heb in mijn leven spectaculaire duikelingen meegemaakt. Nu staan de aandelen zo rond 650 punten, maar ik heb toch echt meegemaakt dat de boel ver onder de 300 punten duikelde. En wat gebeurt er dan met onze pensioenen? Pensioenen afhankelijk maken van aandelen is gokken met de bestaanszekerheid van mensen. Waarom een degelijk stelsel totaal op de kop zetten terwijl met wijzigingen van regels de nadelen die aan dat systeem kleven mogelijk zijn op te lossen.

 

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2022