Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Dies

Fotomodel

Zaterdag 17 november, Lhee

Toen wij Dies gingen halen zei Matthieu al dat hij weinig met de pups had gewandeld. De eerste week merkten wij dat. Als we tot de Bospub waren gelopen, dat zo’n honderdvijftig meter van ons vandaan ligt, wilde hij al terug. Het liefst wilde hij gewoon thuis een beetje etteren.
Met een beetje dwang liepen we al snel verder dan de Bospub en ontdekte Dies voorzichtig wat een bos is. Een bos is leuk, daar was hij al snel achter. In een bos kun je keihard rennen en kom je andere honden tegen. We liepen ons eerste rondje. Hij week nauwelijks van onze zijde.
Inmiddels lopen we grotere rondjes. Van zijn oorspronkelijke terughoudendheid is niets meer over. Dies is, net als wij, een liefhebber van het bos. Hij houdt ons goed in de gaten, met zijn schaapsherdersbloed zit het wel goed, maar hij durft steeds verder van ons weg te gaan. Gelukkig luistert hij goed naar zijn naam.
Hij boft want tot nu toe kent hij het bos alleen droog. Dat zal de aankomende tijd anders worden. Als hij nat is, ziet hij er niet uit. Zijn haar piekt alle kanten op en dan zie je dat hij beslist geen dikke labrador is. Vandaag was het helemaal boffen. Opnieuw een stralende herfstdag. Het bos in volle pracht. En, feestdag voor Dies, hij gaat samen met ons beiden wandelen. Dat is nog veel leuker dan alleen met mij of alleen met Wyb.
In een ven haalt hij behoedzaam zijn eerste natte poten. Omzichtig haalt hij een stok uit het water die we dertig centimeter van de kant er in hebben gegooid. We gooien de stok iets verder en dan haalt hij al brutaler zijn natte poten.
Zie hier onder wat foto’s van Dies. Het moge duidelijk zijn: deze hond is een fotomodel. Hier gaat zijn baasje nog veel geld mee verdienen.

Schaamte

Zaterdag 3 november, Lhee

Als je een hond hebt, moet je wel tegen een stootje kunnen. Soms kom je voor situaties te staan die je liever niet wilt meemaken. Toen wij onze vorige hond, Dickens, uit het asiel haalden, was hij totaal onopgevoed. Hij had zelfs een criminele inborst. Dickens, ras labrador, had maar één ding in zijn hoofd: eten. En daarvoor deed hij alles.
Eens in de week kneep hij er tussenuit en ging hij op rooftocht. In de tweede week hebben wij hem zelfs uit een slagerij op de Geitenkamp moeten halen waar hij aan de worsten was begonnen. Je gaat door de grond. We stamelden dat hij net uit het asiel was en wij net met de opvoeding waren begonnen. De slager kon er wel om lachen. Dickens was de eerste winkeldief die na zijn misdaad een stukje worst kreeg.
Anders was dat met de vissers. Eens in de zoveel tijd, als we met hem liepen te wandelen, luisterde hij niet meer naar zijn naam en rende hij keihard de Paasberg af. Hij wist precies waar hij mensen kon beroven. Zo hebben we hem een paar keer bij een visvijver moeten ophalen. Hij wist dat vissers met brood vissen en een voor een ging hij ze langs om hen van dat brood te beroven. En dan moesten wij zeggen dat het onze hond was en dat het ons zeer speet. Vissers zijn uit ander hout gesneden dan slagers.

Zelfde schaamtemoment maken we vandaag met Dies mee. Dies is gek op kinderen, zelfs iets te gek. Hij vindt ze de ultieme speelmaatjes. We lopen door het bos en in de verte komt een grote groep mensen aangelopen. Vermoedelijk een familie die een familiedag hier in Dwingeloo organiseert, gebeurt vaker.
Goede oefening voor Dies om bij ons te blijven en niet naar die groep te gaan. Iets te ambitieus gedacht van ons. Dies is niet zomaar te houden, zeker als er kinderen bij zijn. Het kindje ziet Dies eerder dan wij. Weg is hij, blij dat hij kan spelen. Hij rent op het meisje af, dat duidelijk geen honden is gewend. Het meisje begint heel hard te schreeuwen. Dat is leuk, denkt Dies. Deze manier van spelen ken ik nog niet en begint hoog tegen haar op te springen. Het meisje gilt nog harder. Paniek. De vader van het meisje gooit Dies van het meisje af. Gelukkig krijgen we Dies dan te pakken.
Grote bewondering voor Wyb. Ze verdedigt Dies door dik en dun. Dat het nog maar een pup is, dat hij het nog moet leren. ‘Dan moet je hem niet loslaten,’ zegt de vader die heel redelijk blijft. ‘Maar dit is een honden losloop gebied,’ probeert Wyb nog.
Ik ben van het laffere soort, sta wat achteraf toe te kijken. Schaamte. Ook opgelucht dat Dies het meisje niet in zijn spel met zijn scherpe tandjes in het gezicht heeft gebeten. Eén ding is zeker, het meisje wordt nooit meer een hondenliefhebber.

Zondag 28 oktober, Moddergat

Dies voor het eerst op het wad. Modder is erg leuk, water is eng.

Zaterdag 27 oktober, Moddergat

Je zult maar in de zomer in Die in de Drôme geboren zijn en dan moeten verhuizen naar Nederland. Ze brengen je naar Dwingeloo, een gat in Drenthe. Niks heuvels, bergen. Plat land vol bomen. Overal waar je kijkt: bomen. Het weer is een stuk slechter. Maar nog niet heel slecht. De Drôme was zon, het goede leven. In Dwingeloo is het frisser, maar in ieder geval nog droog. Het bos heeft water nodig, hoor je om je heen.
En dan brengen ze je voor het eerst naar Moddergat. Moddergat heeft niets met de Drôme te maken. Weg zon, heldere lucht. Moddergat is donkere lucht, wind en regen, voor het eerst echt regen. Gelukkig hou je van een douche, vind je het niet erg om nat te worden. Maar jezus, Moddergat heeft echt niets met de Drôme te maken. Beland je zomaar in een andere wereld. Weg zomer. Moddergat noemen ze de herfst. En het maffe is, die leegte, die platheid, al dat water. Het bevalt prima. Een dijk waar je op kunt rennen, geur van water, vis en schapen. De wind op je kop. Slagregens.

Vrijdag 12 oktober, Lhee

Dit is dus het beeld tegenwoordig als ik achter mijn bureau zit te werken en naar beneden kijk. Trouwe hond, die Dies. Volledig vertrouwen, dat is duidelijk.

Donderdag 11 oktober, Lhee

Dinsdag 9 oktober, Lhee

Sinds wij onze vriend hebben, is de opvoeding begonnen. Voor een jonge hond is de wereld een oneindige poel van mogelijkheden. Hij weet dan nog niet dat die mogelijkheden wel eens botsen met onze belangen. Het is niet leuk dat mijn elektriciteitssnoeren worden doorgebeten en het vloerkleed moet ook heel blijven. Heeft hij eigenlijk allemaal snel geleerd. De snoeren liggen nog steeds waar ze altijd lagen, de schoenen kunnen gewoon in de kamer blijven staan. Bijzonder, want er liggen nogal wat snoeren en schoenen bij ons in de kamer. Ons huis is geen schoolvoorbeeld van Hollandse keurigheid en properheid. Met het vloerkleed heeft onze vriend wat meer moeite. Hij kauwt er niet meer op, maar hij vindt het heerlijk zich op te rollen in het kleedje naast mijn bureau.

De eerste dagen gedroeg de spruit zich als een timide en hulpeloze baby. Inmiddels weet hij dat we een veilig huis voor hem zijn en is zijn zelfvertrouwen enorm toegenomen. Dies is in een week uitgegroeid van baby tot peuter, die aan alles en nog wat wil zitten. Wat ik wil zeggen: nogal bewerkelijk.

In de week die we hem nu hebben, is hij naar de eerste puppycursus geweest. Ik weet niet of dat veel nut heeft. Er was een oefening dat hij naar zijn naam leerde luisteren. Onnodig voor Dies want dat doet hij als sinds dag twee perfect. En hij kan ook al op commando zitten en liggen. Over het aan de riem lopen hebben we ook geen klagen. Op de onderste foto is te zien dat hij zich op de hondenschool tamelijk verveelde. Geen aandacht voor de juf, veel aandacht voor mij.

Grote uitkomst is de bench. Meneer heeft namelijk gekke vijf minuutjes die kunnen uitlopen tot een uur. Hij doet me dan aan een kind denken dat over zijn vermoeidheid heen gaat en zich steeds drukker gaat gedragen. Gelukkig is er dan de bench. Dat heeft zielig kijken tot gevolg. Maar opvoeden en altijd empathisch zijn gaan nou eenmaal niet samen.

Zaterdag 6 oktober, Lhee

Als een hond een paar jaar is, heb je geen idee meer van de eerste maanden. De eerste maanden is toch zo’n beetje hetzelfde als een kind hebben. Hij moet weten dat elektriciteitssnoeren geen speelgoed zijn, dat je met scherpe tandjes niet zomaar in een arm kunt bijten en dat een vloerkleed niet om op te eten is. Best lastige dingen om allemaal te weten.
Daarnaast zijn er een baasje en een vrouwtje die allerlei dingen willen leren. Dat je op commando moet gaan zitten, zelfs liggen. Dat je niet aan een riem mag trekken, ondanks dat het vrouwtje soms erg langzaam loopt.
Daarnaast zijn er zoveel dingen die de moeite waard zijn. De buurhonden bijvoorbeeld, die acht keer zo groot zijn als jezelf. Al die mensen die je in een bos tegenkomt en allemaal even aardig zijn en waar je dan toch niet mee weg mag lopen. Een hond zou veel meer zijn eigen zin moeten kunnen volgen, vindt de hond zelf.
Een hond weet heus wel wat hij moet bestuderen. Bijvoorbeeld hoe stoer de buurhond poept in de tuin van de baas en de vrouw. Zelf zit hij altijd wat slap te poepen alsof hij elk moment kan omvallen. Bij de buurthond is dat anders. Die schijt zijn drol zelfbewust uit zijn lijf. Zo wil de hond het later zelf ook gaan doen. Het is een kwestie van goed kijken. Over een tijdje zal hij zelf ook zo zitten.

Vrijdag 5 oktober, Lhee

Een vredig tafereel. Een zonnige woonkamer. Een vrouw met op de leuning van haar stoel een kat. Een hond ligt op een kussen.
Een probleempje. De hond kent het concept kat niet. Is een kat een mislukte hond? Is een kat een tot leven gewekte knuffel? De kat ziet eruit als een beest waar je ontzettend veel plezier mee kunt hebben.
De kat kent het concept hond als geen ander. Hij is al eens uit het huis verjaagd door een hond die niet ophield met blaffen. Soms wordt hij zelfs opgejaagd door honden uit de buurt, moest hij een boom inklimmen.
Even nadat deze foto is gemaakt, breekt de oorlog uit. De hond besluit met de kat te gaan spelen. Eindelijk kan de kat al zijn haat voor honden uitleven op een zwak exemplaar van het soort. De kat en de hond vechten als kat en hond. Nee. Vechten is een fout woord. Er is één aanvaller: de kat. Er is één slachtoffer: de hond. De kat blaast en slaat. De hond jankt als een varken en duikt ineen.
Goed dat er nog een foto is van de eens vredige woonkamer.

Dinsdag 2 oktober, Colmar

Ik geef toe dat het een naïef idee was. Op zondag naar Die 1130 kilometer, op maandag terug naar Lhee, weer 1130 kilometer, klusje om Dies te halen in twee dagen geklaard.
Die zondag hebben we gehaald. Niet in de tien uur die er op de navigatie stonden. De Fransen hebben de onhebbelijke gewoonte om na de vakantieperiode alle snelwegen op te breken. Zo is het onmogelijk om op normale wijze de grens Luxemburg, Frankrijk over te steken. Via sluipwegen is het alleen na lang zoeken mogelijk om Frankrijk te bereiken.
De Belgen hebben die Franse gewoonte overgenomen. Toeristen weg: meteen de boel opbreken. Die snelweg door de Ardennen is in feite een eenbaansweg geworden. Een baan is afgezet, werkzaamheden staat erbij. Maar van enige activiteit is niets zichtbaar. We sukkelen met 80 kilometer achter een vrachtwagen aan.

De terugweg is andere koek. Dies is onze speciale vracht. De vorige eigenaar laat weten dat Dies nog nooit in een auto heeft gezeten. Laat staan 1130 kilometer afgelegd. Het ergste wat ons kan overkomen is dat hij last heeft van wagenziekte. Een hond van ons kan niet aan wagenziekte lijden want een groot deel van zijn leven moet hij in een auto doorbrengen.
Dies is, wat autorijden betreft, de ideale hond. Na een paar kilometer valt hij in slaap en blijft dat vervolgens twee uur. Na die twee uur stoppen we en laten we hem uitgebreid uit. Moe valt hij dan weer in slaap. Dit ritme houden we 1130 kilometer vol.
Logisch dat je dat niet in één dag kunt doen. De eerste dag rijden we zo’n 600 kilometer tot Colmar in de Elzas. De tweede dag duiken we Duitsland in. Als ze daar een snelweg repareren weten ze dat je maar een klein stukje hoeft af te zetten. De tweede dag houden we het ritme vast en komt Dies als illegaal vreemdeling om 16 uur in Lhee aan. Verrassing: bos. Heeft hij ook nog nooit gezien. Feest!

Op de foto Dies tijdens een van onze tussenstops.

Maandag 1 oktober, Die

Tijd: maandag 1 oktober, 11 uur. Plaats: Die, Café de Lys. Dit is de afspraak die we met Matthieu maakten om Dies aan ons over te dragen. Wij zitten er al om 10.30 uur. Om 11 uur: geen Matthieu. 11.10 uur besluit Wyb naar hem te bellen. Ze krijgt geen gehoor.
Komt hij toch niet opdagen? Hebben we 1130 kilometer voor niets gereden? Alles is mogelijk. We putten enigszins hoop door onze ervaring gisteravond. We kwamen tegen half negen ’s avonds aan in Die en hadden enorme trek. Er waren nog een paar restaurants open maar die lieten ons weten dat we te laat waren, de keuken was al gesloten. Gelukkig kwamen we in een van de vele steegjes een Thais eettentje tegen, gespecialiseerd in meeneem voedsel. De eigenaar liet ons weten dat we aan de overkant van de steeg de Thaise hap wel konden opeten.
Zo belandden we in een soort huiskamer. De eigenaar bleek een Rus te zijn, het praktische werk werd gedaan door twee Zuid-Amerikaanse jongens, de een kwam uit Chili, de ander uit Argentinië. Ze vroegen wat we kwamen doen. We legden uit dat we een hond kwamen ophalen.
‘O, dan zijn jullie die mensen uit Holland. Matthieu heeft er ons over verteld. Ja, Matthieu is zo’n zachtmoedig mens.’ Gisteravond sterkte deze ontmoeting onze hoop dat we niet voor niets waren gekomen.

Vanochtend, toen we van de bakker naar Café de Lys liepen, kwamen we een oude bekende tegen, een van de zwervers die aanwezig was toen we besloten Dies te nemen. ‘Ah! De Hollanders,’ begroette hij ons.
‘We hopen dat Matthieu komt,’ zei Wyb.
‘Zeker wel. Jullie hebben ervoor betaald.’
Nou ja, betaald. 50 euro, dat hield niet over.

Om kwart over elf kwam Matthieu op zijn fiets aangereden, Dies in een rugzak voor op zijn buik. Grote kans dat we jaren en jaren samen zullen leven met het beestje dat daar op zijn buik bungelt.
Wyb schrikt van de omvang van Dies. Het halsbandje dat we voor hem hebben gekocht blijkt te krap. Ik had het wel verwacht zo’n formaat, al is hij nog duidelijk een baby hond.
We blijven nog even met Matthieu op het terras van Café de Lys zitten. Maar Matthieu is geen prater en zijn vriend, die we vanochtend tegenkwamen en nu ook bij hem is, ook al niet. Ik trouwens ook niet, want dat Frans van mij blijft ten enenmale ontoereikend. Wyb doet haar uiterste best een gesprek op gang te brengen.
We hadden graag nog eens de moeder van Dies en zijn zusje gezien. De moeder blijkt geblesseerd, daarom heeft hij haar thuisgelaten. Hij maakt zich een beetje ongerust. Zijn vriend vertelt nog dat de zus van Dies groter is dan Dies. Wat mij betreft gaan we zo snel mogelijk terug naar Nederland, er moeten nog heel wat kilometers worden afgelegd.
We geven Matthieu nog eens 50 euro. Kan hij misschien met de moeder naar de dierenarts Als cadeautje hebben we nog een paar pakjes kauwstaafjes voor moeder en zus meegenomen. Matthieu neemt Dies nog één keer op schoot. Daarna laat Dies zich gelaten in onze handen stoppen. Au revoir. Et maintenant aux Pays-Bas. Dies zal die Franse taal wel missen.

Zondag 30 september, Die

Het is afgelopen 29 juli. We zijn op vakantie in Frankrijk met Esmee en de kinderen. Wyb en ik zitten in een café in Die, in de Drôme, Café de Lys. Opeens schiet een zwarte hond het café in en komt aan de voeten van Wybrich liggen. Hij laat zich uitgebreid aaien. Na een paar minuten rent hij het café uit en gaat bij een zwerver zitten die tegenover het café tegen een gevel aanzit. Overduidelijk dat dit zijn baas is.
Even later komt een andere man aanlopen met een hond. Hij draagt een doek waarin, zo te zien, jonge hondjes zitten. Hij gaat bij de zwerver zitten. Nieuwsgierig naar wat hij precies in de doek heeft, ga ik kijken. Er blijken inderdaad twee jonge hondjes in te liggen, een bruine en een zwarte. Ondanks mijn slechte Frans, of eigenlijk totaal gebrek aan de Franse taal, begrijp ik toch dat de hondjes één dag oud zijn en dat de zwarte hond de vader van de hondjes is.
Ik loop terug naar Wyb en vertel haar hoe ongelooflijk lief die hondjes in die doek liggen. We bekijken het tafereel, zien hoe steady de honden zijn. We kijken elkaar aan. Al langer sluimert de wens om weer een hond te nemen. We overwegen. Zowel de moeder als de vader ziet er prachtig uit.
‘Zullen we eens proberen of we een van de hondjes kunnen krijgen?’
Ik krijg er opeens ontzettend zin om weer een hond te hebben. Het grootste gedeelte van mijn leven had ik een hond.
‘Als jij wil, je weet dat ik het wil. Voor jou heeft het de grootste consequentie. Jij bent vaker thuis dan ik.’
Ik aarzel. Het kost een deel van onze vrijheid. Willen we dat? We dubben.
‘We doen het,’ zeg ik. Een impuls.

Gelukkig kan Wyb uitstekend Frans. Ze loopt naar buiten en overlegt met de eigenaar. Als ze terugkomt, weten we dat er nog één hondje vrij is, de bruine, een reu. We overleggen opnieuw. Weten we zeker dat we willen?
We lopen samen naar buiten en laten de eigenaar weten dat we graag willen. We wisselen telefoonnummers uit en overleggen dat we het hondje dan begin oktober komen ophalen. Hoeveel hij voor het hondje wil hebben? Niets. Het belangrijkste is dat hij een goed thuis krijgt. Dat kunnen we garanderen. Desalniettemin geven we hem 50 euro, een bijdrage voor het onderhoud. De hele zwerversgroep geven we nog een rondje.
Ik maak foto’s van de moeder en haar kinderen. Betekent dit nou dat we een hond hebben? Hoe betrouwbaar is de baas die Matthieu blijkt te heten. Misschien ziet hij dit wel als een goed verdienmodel. Dit neemt niet weg dat wij inmiddels vast besloten zijn om begin oktober naar Die af te reizen.
Diezelfde dag nog besluiten we het hondje Dies te noemen. Naar de plaats waar hij is geboren en omdat het, als je alle honden optelt die Wyb en ik samen en afzonderlijk hebben gehad, onze tiende hond is. Tien, dix. Krachtige naam, vinden we. Mooi simpel en helder.

Na een maand bellen we op. Matthieu neemt de telefoon aan en weet meteen wie we zijn. Natuurlijk is het hondje voor ons, hij verwacht ons inderdaad begin oktober. Hij groeit voorspoedig op, alles is prima.

Zaterdag 29 september, Lhee

Na zes dagen rust is Dossiermoddergat weer heropend. Dit keer met een nieuwe rubriek: Dies. Wie is Dies? Wat is Dies? Dies is een hond. Nu negen weken oud en Dies wordt onze hond. Morgen gaan we hem uit Frankrijk halen.
Rare naam Dies? Ongewone naam, maar wij vinden hem mooi en krachtig voor een hond, een naam als een fluitje: Dies. Hoe we op de naam komen? Dies komt uit Die, een plaatsje in de Drôme. Dat is één reden. Andere reden is dat Dies onze tiende hond wordt, Dix dus. Niet dat we samen tien honden hebben gehad, maar wel als je alle honden die we hebben gehad, afzonderlijk en samen, optelt. Nog een reden dus. En een andere reden is dat al mijn honden een naam met een D hebben gehad. Niet dat ik dat opzettelijk heb gedaan, maar vanaf nu wel. Door, Dobber, Does, Dickens, nu dus Dies. In de rubriek Dies ben ik van plan verslag te doen van het jonge leven, maar misschien ook wel het oude leven van Dies. Deo volente, natuurlijk. Er van uitgaande dat een hond 15 jaar kan worden, hoop ik dat ik Dies tot mijn 78ste kan hebben. Vreselijke gedachte. Niet dat hebben van Dies, wel de gedachte dat ik over 15 jaar 78 ben. Belachelijk gewoon. De tijd is mijn vijand. Enfin, Dies. Wij zijn er klaar voor, morgenvroeg naar Die.

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2018