Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Life changing

Maandag 10 december, Lhee

‘Om vreugdevolle redenen verschijnt er tot dinsdag 11 december geen blog,’ stond een paar dagen boven Dossiermoddergat. Jan blogde al enigszins ongerust en nieuwsgierig waar Neef nou in godsnaam was. Laat ik eerlijk zijn: ik spijbelde.
Wyb en ik zaten een paar dagen in een huisje in de Ardennen. En de Ardennen was zoals ik het nooit anders heb meegemaakt, laag hangende donkere lucht, regen en als het regenen stopt het druppelen van het regenwater van de takken en de bomen. Als ik ’s nachts Dies uitliet: donkere stilte.
Ik had die zin met ‘om vreugdevolle redenen’ boven Dossiermoddergat gezet omdat ik ervan overtuigd was dat het met dat internet in de Ardennen wel niets zou worden. Voor de zekerheid dus. Maar eerlijk is eerlijk, we hadden prima internet, zelfs nog sneller dan thuis.  Omdat de zin al op Dossiermoddergat stond, bedacht ik dat ik ook wel een paar dagen kon spijbelen.

Laat ik nog eerlijker zijn. Dit lange weekend was al een paar weken gepland. Wat niet gepland is dat Wyb en ik met een groot project bezig zijn. Op weg naar de Ardennen gingen we langs mensen die met dat grote project annex zijn en bespraken we de mogelijkheden en omstandigheden. De lezer heeft natuurlijk al lang door dat het grote project vooralsnog geheim moet blijven. Ik kan de lezer echter verzekeren dat het voor ons life changing is, de lezer houdt dus nog iets te goed.
In plaats van een weekend helemaal niets doen, werd het een soort studieweekend. We bestudeerden artikelen en cijfers en surften over het internet op zoek naar meer informatie. We hielden de pro’s en contra’s tegen het licht en bedachten hoe we het moesten aanpakken en wat dat voor de rest van onze leven betekende. Het zijn spannende tijden. Alle reden om dit blog te blijven volgen, zo kent ook Dossiermoddergat zijn eigen cliffhangers.

Gisteren wandelden we via een spoorbrug over de Ourthe naar een dorp aan de overkant. Het dorp heette Sy. Mooie naam, vind ik, bijna een mythische naam, doet me aan de Styx denken maar dan nog mooier. Daar troffen we in een dorpscafé een paar Nederlander die elkaar niet kenden. Wat bleek, ze kwamen allemaal uit de buurt van Nijmegen. Toeval dus. Zo kon ik met een vrouw over Bemmel praten en met een ander over Lent. Iedereen in dat café had besloten om Nederland te verlaten en ergens anders een leven op te bouwen. Ze waren daar wisselend enthousiast over.

 

 

 

Gevonden

Maandag 10 december, Verlaine

Om vreugdevolle redenen verschijnt er tot dinsdag 11 december geen blog.

Gevonden

Donderdag 6 december, New York/Lhee

Bloeddruk

Woensdag 5 december, Lhee

Wie regelmatig dit blog leest, weet dat ik weinig over mijn gezondheid blog. Wel komt de dood regelmatig ter sprake, maar dat heeft meer met onze nietigheid in het algemeen te maken. Gezondheid is geen onderwerp omdat ik, groot geluk, er niet over heb te klagen. Ik sta mij er niet op voor, je hebt geluk of niet.
Een keer had ik kortstondige pech. Ik was alleen thuis en aan alles voelde ik dat eindelijk dan die lang verwachte hartinfarct toesloeg. In paniek, erg dom, reed ik met mijn auto naar de huisarts: ik had het benauwd, er was uitstraling naar mijn arm, enorme druk op de borst. Bij de huisarts werd meteen de ambulance gebeld en zo lag ik een paar minuten later aan de monitor in een ambulance.
De ambulancebroeder wist me meteen te vertellen dat het vermoedelijk geen hartinfarct was omdat de lijn die op de monitor daar niet op wees. Na onderzoek in het ziekenhuis bleek ik een ontsteking aan mijn hartzak te hebben, terwijl ik niet eens wist dat ik een hartzak had. Het was een virusontsteking die iedereen kan krijgen.
Grote opluchting. Voor de zekerheid moest ik drie dagen in het ziekenhuis blijven en werd ik binnenstebuiten gekeerd. Mijn bloeddruk bleek te hoog, ik had niet anders verwacht, en mijn cholesterolgehalte eveneens, ook dat vond ik geen verrassing. Om dat te bestrijden slik ik sindsdien dagelijks twee pillen.
Door die pillen besef ik hoe de tijd voortschrijdt. Elke keer krijg ik een portie van 90 pillen mee, maar die portie is opmerkelijk snel op. Ook vandaag was het weer tijd om zo’n portie te bestellen. Met een buitengewoon ingewikkelde app van de apotheek, ik kom makkelijker bij mijn bankgegevens dan bij mijn medische, bestel ik beide soorten pillen.

Twee uur later kijk ik, zoals ik diverse keren op een dag doe, op teletekst. Wat lees ik: ‘De Inspectie Gezondheidszorg roept uit voorzorg het medicijn Valsartan terug, dat gebruikt wordt als bloeddrukverlager. In een van de grondstoffen van de merken Mylan en Teva is een verhoogde waarde van een kankerverwekkende stof aangetroffen.’ Laat ik nu toevallig twee uur geleden Valsartan Teva hebben besteld.
Ik bel de apotheek die ik moet bijpraten. Als ze meer weet komt ze er op terug, laat ze me weten. Vervolgens ga je je vragen stellen: hoe lang zit die kankerverwekkende stof er al in? Hoe kan het dat een middel om je gezondheid te bevorderen kankerverwekkende stof bevat? Moet ik nu stoppen met die pillen of niet? Het antwoord op de laatste vraag krijg ik op een andere site: ‘De inspectie adviseert mensen om vooral niet zelf te stoppen met de medicijnen, maar met vragen naar de apotheek of huisarts te gaan.’ Die inspectie kan me wat. Ik heb nog een stuk of vier pillen liggen en die gaan de vuilnisbak in. Hoop dat ik morgen wel goed advies van de apotheek krijg als ze het nieuws tot zich hebben laten komen. Ondertussen vervloek ik de farmaceutische industrie.  

 

 

Gevonden

Woensdag 5 december, Amsterdam/Lhee

Kermisattractie

Dinsdag 4 december, Lhee

Mijn buurman heeft een Tesla X gekocht, de eerste auto waarbij je een deur niet opentrekt maar open drukt. Hij is er apentrots op en ik mag een eindje met hem meerijden. Het is voor de eerste keer dat ik in een elektrische auto zit, ben benieuwd of ik zelf nog eigenaar word van een elektrische auto. Voorlopig ben ik eigenaar van een Volvo diesel van voor 2015 en die bevalt prima al is hij in Duitsland in een paar binnensteden verboden.
Geluidloos rijden wij weg en rijd ik in de toekomst. Eigenlijk is de Tesla een rijdende computer. Het dashboard computerscherm is groter dan mijn eerste pc, alleen een paar duizend keer geavanceerder. De chauffeur voelt zich in deze auto een piloot. Via het scherm hebben we zicht op de omgeving om ons heen. Mijn buurman wil mij het optrekken van de auto laten ervaren. Volgens hem zal ik er duizelig van worden.

Ik denk dat we naar de snelweg rijden om mij het duizelig worden te laten ervaren. Maar dat is niet nodig, zegt hij, op de Bosrand lukt het ook wel. De Bosrand is het weggetje waar ik aan woon, twee auto’s kunnen elkaar pas passeren als ze beide een stukje in de berm gaan rijden. Ik zie ons hier niet van 0 naar 100 in een paar seconden accelereren. Heb ik toch mis. Mijn buurman geeft gas en ik word in mijn stoel gedrukt. In 1,5 seconde rijd ik 100 op onze Bosrand. Ik denk aan de ree die nu zou kunnen oversteken. Ik vind het zo eng dat ik hem vraag zachter te rijden. Ik ben geheel en al overtuigd van het vermogen van de elektrische auto. ‘Zelfs een Porche heeft het nakijken bij deze auto,’ zegt mijn buurman. Ik geloof hem onmiddellijk.

Na een klein rondje zijn we terug. Een ding moet ik nog zeker zien, laat hij me weten. Hij vraagt er zijn vrouw bij die een speciale app heeft gedownload. Ze drukt op haar mobiel en dan klinkt er een keiharde beat uit de auto. De ramen gaan half op, allemaal vanzelf. Vervolgens slaan de deuren zich als vleugels naar buiten en vindt op de lichten van de auto een lichtshow plaats. De deuren gaan automatisch op en neer, ze dansen op het ritme van de beat.
‘Dit is geen auto,’ zeg ik tegen mijn buren, ‘dit is een kermisattractie.’ Eerst het accelereren waardoor ik g-krachten voel, een auto als een achtbaan en nu deze dansende auto voor me. Zelfs de dansende aap op de kermis is nu geautomatiseerd. Al swingend sluiten zich de deuren weer vanzelf en stopt de beat. De Tesla X lijkt bijna weer op een gewone auto.

 

Gevonden

Maandag 4 december, Den Haag/Lhee

High five

Maandag 3 december, Lhee

Elk tijdperk heeft een beeld dat het tijdperk samenvat, typeert, een beeld dat voor die tijd een iconische betekenis krijgt. Voor de jaren zestig is dat de foto op de hoes van Woodstock, mensen die op een festivalterrein liggen te slapen en te luisteren. Daar middenin een jongen en een meisje die elkaar omhelzen, een warme deken om hen heen geslagen, op de achtergrond een vlieger in de vorm van een vlinder op een stok. Voor de Vietnamoorlog is dat het meisje dat slachtoffer is van een napalmoorlog en naakt wegvlucht. Voor de jaren zeventig zijn dat de foto’s van de rellen rond de kroning van Beatrix: geen woning, geen kroning.  Zo zou ik door kunnen gaan. Voor het begin van dit millennium zijn het de vliegtuigen die het World Trade Centre in New York binnen vliegen of het instorten van de torens.

Afgelopen weekend zag ik een beeld dat karakteristiek kan worden voor deze tijd. Al is het geen foto- maar filmbeeld. Of dat hindert weet ik niet. De Netflix-series vervangen in toenemende mate het boek, de foto wordt verdrongen door het bewegend beeld. Het beeld waar ik op doel zag ik afgelopen vrijdag. Het nieuws maakt melding van de start van de G20 in Argentinië. De wereldleiders ontmoeten elkaar en de camera is getuige van de begroeting van Poetin en de Saoedische kroonprins Bin Salman.
Ze zijn oprecht verheugd elkaar te zien en doen een high five. Ze kijken elkaar daarbij schalks aan. Hun blik zegt: ha brother, partner in crime, wij weten samen wel dat we de boel bedonderen en wij weten ook dat we met dat bedonderen wegkomen. Op de achtergrond staat Trump stuurs en ietwat eenzaam voor zich uit te staren.
Drie zogenaamd ‘sterke mannen’, een populair mensentype in het huidig tijdsgewricht. Blijkbaar laat de massa toe dat we worden geleid door ‘sterke mannen’. In Hongarije hebben we Orbán, in Turkije Erdogan en ook in Brazilië is zo’n mannetjesputter tot president gekozen. Hun stemvee verkiest onverzoenlijkheid boven redelijkheid, domme duidelijkheid boven de nuance, hardheid boven menselijkheid. Veel mensen zijn er van overtuigd dat het met de ‘sterke man’ wel goedkomt met een land.

De geschiedenis leert hoe het afloopt met ‘sterke mannen.’ Meestal eindigt het met onderdrukking, bloedbaden, vluchtelingenstromen en genocide. Waarna een periode van rouw, bezinning en herdenken volgt. Totdat de tijd de kennis van de geschiedenis weer uitwist. Leert de mens van de geschiedenis? De mens leert helemaal niets van de geschiedenis. Als het er op aankomt heeft de mens geen geheugen en geen geweten, ideale voedingsbodem voor de ‘sterke man’. In triomf kunnen ze elkaar voor het oog van de camera een high five geven.  

Gevonden

Maandag 3 december, Almere/Lhee

Wolf

Zondag 2 december, Lhee

Een sombere herfstdag. Wybrich en ik besluiten een wandeling te maken door een natuurgebied waarvan ik de naam nu niet noem. Waarom wordt dadelijk duidelijk. Het druilt en als er een paar druppeltjes vallen, is er geen mens in de natuur te zien. Altijd een prima reden om wel de natuur in te gaan. We lopen door een woud van jeneverbessen wat ons een prehistorisch gevoel geeft. Grote kans dat hier tussen nu en duizenden jaren geleden niet zoveel is veranderd. Het natuurgebied ligt tussen heel veel leegte: kale akkkers, vergeten bosjes, uitgestrekte heidevelden.
‘Hé,’ zegt Wyb op een gegeven moment, ‘moet je hier zien wat een groot spoor.’
Scherp gezien. Dat zijn inderdaad enorme afdrukken.
‘Ze zijn nog vers,’ zeg ik.
‘Zou best van een wolf kunnen zijn.’
We volgen het spoor. Het is geen grote hond, of de hond moet alleen hebben gelopen, want nergens zijn voetstappen te zien. We besluiten foto’s van het spoor te maken. De eerste foto’s mislukken omdat Dies te enthousiast is en de pootafdrukken wist.

We lopen verder in een donker bos. Je zult maar wolf zijn en alleen door deze eenzaamheid moeten dwalen. Dies vind ik door zijn spitse snuit op een vos lijken, het grootste deel van zijn vacht komt overeen met de kleuren van de vos, prima schutkleuren dus. Maar het uiteinde van zijn staart en zijn poten zijn een ramp als het om schutkleuren gaat. Het uiteinde wordt steeds meer een witte pluim. Vrolijk en opzichtig zwiept het wit op en neer. Alsof hij een vlaggetje aan de staart heeft gemaakt en voortdurend zegt: hier ben ik. Zijn poten zijn eveneens spierwit.
Na de wandeling gaan we in het kader van de opvoeding van Dies naar een horecagelegenheid. Wij aan een tafeltje zitten en hij rustig eronder blijven liggen, dat kan een hond niet zomaar.

Eenmaal thuis googlen we op wolvenspoor en wolf. We vergelijken de foto’s die we maakten met de foto’s op google. Het is duidelijk dat we dicht bij een wolf zijn geweest. Het is altijd mooi als je zo dicht bij de wilde natuur komt. Zeker omdat die in Nederland eigenlijk nauwelijks bestaat. We leven in het antropoceen: de mens heeft alles naar zijn hand gezet. Mooi als je dan even proeft aan iets wilds dat moeite doet zich aan dat antropoceen te ontworstelen.

’s Avonds voor de televisie zegt Wyb die de iPad in haar handen heeft: ‘Ik zie hier een vacature voor wildbeheerders in een natuurreservaat in Zuid-Afrika. Ze vragen een echtpaar. Zou je dat zien zitten?’
Wyb heeft de smaak blijkbaar te pakken. Een wolf? Oké. The big five wil ik best wel zien in veertien dagen op een goed georganiseerde safari, maar volledig leven in de jungle? Ik moet er niet aan denken.

 

Shinen

Zaterdag 1 december, Lhee

– Hai, met Max!

– Alex?

– Alex?

– Waarom zeg je niks?
– Je belt me wakker.
– Oh, sorry. Ik vergeet de Nederlandse tijd hier. Hoe gaat het?
– Hmm.
– Wat hmm?
– Gaat wel.
– Je klinkt niet echt blij.
– Moet dat dan?
– Nee, maar ik had twee dagen niet gebeld. Het is hier zo druk. Dus ik dacht dat je het wel fijn vond als ik even belde.
– Ja, je zult het wel druk hebben.
– Och, joh, ik ontmoet zoveel mensen hier.
– Ik zag die foto in de  krant. Je stond in het midden te stralen.
– Wat goed, hè? Naast Mark. Schuin achter Trump.
– En je had geen tijd om mij te bellen?
– Sorry, maar Poetin wilde nog iets met me drinken. Hij is toch erg geïnteresseerd in het micro-krediet.
– En jij gelooft dat?
– Hoezo?
– Hij is in jouw geïnteresseerd. Dat micro-krediet kan hem geen bal schelen, dat weet ik zeker.
– Ik vind niet dat je leuk klinkt.
– Vind je het gek. Ik ben hier maar domme openingen aan het verrichten en zogenaamd interessante werkbezoeken aan het afleggen en jij staat daar tussen die wereldleider te shinen. Hoe denk je dat dat voor me is?
– Ja, sorry, Alex, maar ik ben nu eenmaal uitgenodigd…
– En ik niet, nee. Dat klopt. Fijn, hoor.
– Ben je jaloers?
– Nee, helemaal niet jaloers. Waarom zou ik. Hier in de krant stond dat jij en Mark wel een stelletje leken.
– Och, Alex, hou nou op. Mark… Weet je wat Mark ’s avonds doet?
– Hoe moet ik dat weten? Dat weet jij natuurlijk wel.
– Hij belt de hele avond met zijn moeder. Mammie voor, Mammie na.
– Gelukkig voor jou zijn er nog genoeg andere interessante mannen.
– Ik vind het helemaal niet leuk dat je zo doet. Je weet ook wel dat ik hier voor de goede zaak ben.
– Ja, jij wel. Ik heb blijkbaar geen goede zaak. Domme Henkie, kan in Nederland blijven. Vrouwtje gaat staan stralen.
– Oh, wat ben jij jaloers. Vind ik een beetje erg dom, Alex. Vind ik helemaal niet leuk.
– Ik ook niet.
– En nu wil ik dat je er over ophoudt. Begrepen. Hoe is met de A’tjes.
– Met Amalia is geen land te bezeilen. Ze wil nog steeds geen koningin worden. Ze zegt nu dat ze naar de kunstacademie wil. Ze wil textielkunstenares worden.
– Weet je wat het probleem is, Alex?
– Dat ze geen koningin wil worden.
– Nee, ze gaat te vaak naar je moeder. Al die artistieke dingen, die heeft ze allemaal van jouw moeder. Ze moet maar een minder naar je moeder. Als ik terug ben zal ik eens goed met haar praten.
– Ze zegt dat Alexia het maar moet doen. Die heeft ook de looks, zegt ze.
– Wat een onzin. Looks doen er helemaal niet toe, dat weet zij, dat weet jij. Je moet wat strenger zijn, jij. Jij laat haar maar praten.
– Oké. Leuk dat je belde. Maar het is nu vier uur in de nacht. Ik wil weer gaan slapen.
– Textielkunstenares… Ongelooflijk. Nou, krijg ik nog een kusje van je. Ga maar lekker slapen.
– Wat ga jij doen?
– Poetin heeft me voor een diner uitgenodigd, samen met kroonprins Mohammed bin Salman.
– Gezellig.
– Ze hebben me laten weten dat ze substantieel iets willen bijdragen aan het micro-krediet.
– Die twee kunnen het goed vinden samen zag ik op het nieuws. High Fiveje met elkaar.
– Doe nou niet zo kinderachtig, schatje. Ga nou maar lekker slapen. Kusje. Ik moet me nog omkleden dus ik heb wat haast. Hou je nog van me?
– Heel veel.
– Nou, hier heb je een dikke kus. En vergeet niet de groetjes te doen aan de kinderen. Welterusten, lieve Alex.
– Ja, welterusten. Doe de groeten aan Vladimir.

 

 

Gevonden

Zaterdag 1 december, New York/Lhee

Virus

Vrijdag 30 november, Lhee

Er is iets raars aan de hand in onze familie. Momenteel ben ik druk bezig met de opvoeding van een hond, wat geen kattenpis is. Het is nog veel meer werk dan ik had verwacht, komt vermoedelijk ook omdat Dies een kruising is tussen diverse heftige rassen, zoals de border collie en de australische herdershond. Voor wie, zoals ik, labradors gewend is, is Dies een stevige kluif. Hij heeft energie voor een stuk of drie labradors.
Enig resultaat van de opvoeding is gelukkig best al zichtbaar. Vandaag was hij bijna een perfecte hond. Ik tel mijn zegeningen, morgen kan het anders zijn. Vind ik dat erg al dat werk? Helemaal niet. ‘Toch vind ik het nog steeds leuk dat we geen labrador hebben genomen. Dit is zo anders,’ zei Wyb vandaag nog. Ik ben het helemaal met haar eens.

Het rare is dat niet alleen ik druk bezig ben met een hond, ook mijn beide dochters zijn er op het ogenblik druk mee. Esmee krijgt, naast Hugo de labrador die ze al heeft, morgen een labrador van tien jaar erbij. Het is een blinde geleide hond die met pensioen gaat. Vorige week was hij op proefbezoek, morgen gaat Mica, zoals hij heet, definitief bij hen wonen. De huidige eigenaar van Mica krijgt dan een nieuwe blinde geleide hond. Ik neem aan dat Esmee een stuk minder werk heeft aan Mica dan ik aan Dies. Een hulphond van tien jaar lijkt me een makkie.
Anne gaf zich drie weken geleden via een app op om honden in Amsterdam uit te laten. Sindsdien is ze in contact met de eigenaar van een franse buldog die in Brazilië woont. Zijn hond, Charlie, is nog in Nederland en woont bij zijn ex-vrouw die niks met honden heeft. Pas over drie maanden verhuist Charlie naar Brazilië. Anne heeft de hond een paar keer uitgelaten, leerde zowel de man als de vrouw iets beter kennen en heeft Charlie nu een week in huis genomen. Ze heeft inmiddels haar hart verpand aan het permanent snurkende beestje.

Dit alles betekent dat mijn familie, en ik heb het voor de afwisseling nu over de familie van mijn vaderskant, al drie generaties druk in de weer is met honden. Mijn opa werkte bij de politie en had een politiehond onder zich. Een hond die gewoon bij mijn opa en oma thuis woonde, ik heb er een vage herinnering aan. Ik weet nog dat het een bouvier was, zo’n hond waar je bij voorbaat diep respect voor hebt. Of mijn opa hem vaak voor politiewerk moest inzetten, geen idee.

Toch mooi dat er in onze familie een soort hondenvirus rondwaart. Ik ben met honden opgevoed, weliswaar van die zeikerige poedeltjes, maar toch. Anne en Esmee zijn met honden opgevoed en dat heeft voor het virus zeker vruchten afgeworpen. Of mijn opa met honden is opgevoed weet ik niet. Zo ja, dan zijn de Tonen’s misschien al vier generaties met honden in de weer.

Gevonden

Vrijdag 30 november, Lissabon/Utrecht/Lhee

No Risk

Donderdag 29 november, Lhee

Als theaterdirecteur was ik altijd tegen het geven van kortingen op voorstellingen. Mijn standpunt was dat theater geen ramsjproduct is. Het is een volwaardig, kwalitatief product dat duur is om te maken en daardoor zijn prijs waard is. Waarom zou je er dan korting op geven?
Natuurlijk zijn er marketingargumenten om het toch te doen, maar er is een doorslaggevend argument waarom je dat niet moet doen: als je het publiek went aan kortingen, dan kom je er namelijk niet meer vanaf. Het publiek zal op den duur altijd wachten totdat het een korting krijgt aangeboden. Wat fnuikend is want een van de grote marketinginstrumenten van het theater is de abonnementverkoop. Mensen zijn gewend om ver voordat een voorstelling plaatsvindt al kaarten te kopen. Al is het feit dat dit instrument inmiddels stevig is aangetast en in sommige steden, vooral de  grote, nauwelijks nog bestaat.

Mijn gevecht tegen de kortingen heb ik verloren. Vooral door producenten van grote musicals als Joop van den Ende. In toenemende mate zat er niemand meer in zijn zalen die de normale ticketprijs betaalde. Leden van de ANWB, werkers in de zorg, vroegbestellers, overal doken kortingsmogelijkheden op. Op de korte termijn werkt een korting prima, op de langere termijn veroorzaakt het erosie. Het publiek stelt steeds langer de beslissing uit om een kaartje te kopen. Gevolg dat in die tussentijd zich nieuwe verleidingen aanbieden en mensen sowieso niet gaan.

In deze neerwaartse spiraal wordt door het Luxor Theater een nieuwe stap gezet. Daar bieden ze voor drie grote producties No Risk Tickets aan. Iemand koopt een kaartje voor de voorstelling en als die haar niet goed vindt, krijg hij in de pauze zijn geld terug als hij in honderd woorden beschrijft waarom je haar niet goed vindt. Niet alleen uit marketingoogpunt is dit killing, maar ook voor iedereen die risico bij deze voorstelling loopt. Elke producent maakt wel eens een mindere productie. Zowel de producent als het publiek loopt risico, wat misschien wel de charme van theater is. Maar wie nu productioneel een zeperd heeft, krijgt misschien wel een niet te betalen rekening gepresenteerd.

De marketingschade is sowieso groot, vind ik. Met deze No Risk actie laat je het publiek al naar het theater gaan met het idee dat de voorstelling misschien niet goed is. Terwijl je als theater een feestelijk gevoel dient te creëren, een lekker avondje uit, wordt de belangrijkste boodschap dat het helemaal pet kan zijn en dat je halverwege de avond weer naar huis moet. Je geeft een enorme negatieve connotatie aan een avondje theater. Ik vrees dat dit de dood in de pot is, het theater op zijn laatste benen.

Want de angel in deze kwestie zit in de zin die ik zojuist schreef: ‘Elke producent maakt wel eens een mindere productie.’ Was maar waar. Ik zie in toenemende mate snel in elkaar geflanste producties in het theater verschijnen. Voorstellingen die te snel en te goedkoop zijn gemaakt. Na de voorstelling geeft het publiek wel zijn plichtmatige ovatie maar je voelt dat de avond toch teleurstelde. Als iets de erosie van het publiek bevordert zijn het beroerde, rammelende voorstellingen.

Ik merk het zelf ook. Waarom zou ik naar het theater gaan als ik ’s avonds op de bank met Netflix eenzelfde soort ervaring kan krijgen? Het is goedkoper, ik kan plassen wanneer ik wil, ik heb geen buurvrouw die voortdurend snoepjes van krakende papiertjes ontdoet en ik hoef de deur niet uit.
De No Risk actie is een soort overgave, vrees ik. Het theater weet dat er veel beroerde producties worden gemaakt, het publiek weet dat, de enige oplossing is een wanhoopsdaad. Om het publiek toch te verleiden mag iedereen zijn geld terugkrijgen. Weg gezonde basis voor een theatercultuur waarin publiek, producenten en theaters elkaar onvoorwaardelijk kunnen vertrouwen.

Gevonden

Donderdag 29 november, Lhee

Nijmegen

Woensdag 28 november, Nijmegen

Twee weken geleden had ik een vergadering in de juridische faculteit van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarna had ik een afspraak met Jan. Vandaag had ik eenzelfde soort vergadering op dezelfde plaats. Ik rij via de Oranjesingel over de Heyendaalseweg naar de Montesorrilaan waar de faculteit is gevestigd. Op de Heyendaalseweg, net de rotonde voorbij die de kruising vormt met de Groenewoudse weg, realiseer ik me waar ik twee weken geleden geen moment aan heb gedacht: hier, in dat verzorgingshuis, is mijn moeder overleden.

Ik rij zachter, gelukkig rijden er geen auto’s achter me. Ik overdenk wat voor een ellende we in die flat hebben meegemaakt. Mijn moeder die soms keihard op de gang riep dat ik haar moest meenemen, dat ik haar moest bevrijden. In een van die kamers, ik weet niet eens meer in welke precies, het was op de tweede of derde verdieping, begeleidden we haar naar de bevrijdende dood. Zachtjes fluisterden we dat ze dood mocht gaan, dat ze er niet tegen hoefde te vechten, dat ze een enorme goede moeder was geweest, dat we ontzettend veel van haar hielden.

De juridische faculteit zit in het Grotiusgebouw op de campus van de universiteit, een prachtig gebouw, ontworpen door Benthem Crouwel Architects. Voor wie ooit in de buurt is: zeker even binnen gaan kijken, zo transparant en mijn architectenvriend zou zeggen ‘zo mooi in de maat’. Als ik naar binnen ga zie ik de officiële naam staan Faculteit der  Rechtsgeleerdheid. Ben ik hier om rechten te gaan studeren? Zeker niet. Gewoon theaterzaken, as usually.

Omdat ik vandaag geen afspraak met Jan heb, rij ik over de St. Annastraat terug naar huis, is mijn voornemen. Als ik er heen rij, kom ik langs het Radboud Ziekenhuis en ik herinner me hoe vaak ik daar door die draaideur ben gelopen om mijn vader op te zoeken die daar van de zoveelste operatie lag te herstellen. Ik voel nog de spanning als ik hem bezocht. Hoe zou het met hem gaan, zou hij eindelijk beter worden?
En dan realiseer ik me, om het nog dramatischer te maken, dat mijn vader een paar honderd meter verderop in het moratorium heeft gelegen. Goed beschouwd heeft de dood van mijn ouders zich op een paar honderd meter van elkaar afgespeeld, al zaten er decennia tussen.

Ik rij terug over de St. Annastraat en kom op de kruising met de Fransestraat. De rellen rond de Piersongarage schieten me te binnen. Op deze kruising vonden de laatste rellen plaats. Het NOS Journaal meldde dat er nog één brandhaard was, namelijk op de St. Annastraat. Er waren beelden te zien van de kruising. Het klopte wat het Journaal meldde. Wij waren zojuist een willekeurig huis ingevlucht en onder ons veegde de ME met groot materieel de St. Annastraat schoon.

Als ik door deze stad rij, schiet mijn leven voorbij.  

Gevonden

Woensdag 28 november, Amsterdam/New York/Lhee

Geluk

Dinsdag 27 november, Lhee

 

 

Klein geluk is geen geluk, schreef
Remco Campert, jong en onbezonnen.

Zowel de wijzen als de gekken
weten dat groot geluk niet bestaat.

Groot geluk is waan.
Rook in rook gehuld.

Klein geluk kun je vasthouden.
Handle with care, zegt de verpakking.

Kleinood. Twee hondenogen.
Een hand op een rug. This side up!

Plotseling samen hetzelfde zeggen.
Een eigen wereld in je hoofd.

Gijs

Dinsdag 27 november, Hindeloopen/Lhee

Zo benieuwd welke letter ze zijn vergeten. De r in het midden of de n aan het einde. Toch mooi dat ze in Hindeloopen op deze manier Gijs herdenken.

Gevonden

Dinsdag 27 november, Utrecht/Lhee

Schoonheid

Maandag 26 november, Lhee

De partij der proleten, de VVD, wil ons doen geloven dat kunst luxe is. Dat doen ze omdat bepaalde kunstuitingen geld kosten, tenminste, als we die in Nederland willen kunnen zien. En voor de boekhouders van de VVD is alle subsidie die niet naar het bedrijfsleven gaat, onderwerp van discussie.
Natuurlijk is kunst geen luxe. In welke menselijke samenleving dan ook, op welk continent, in welke cultuur, altijd heeft de homo sapiens kunst gemaakt, heeft hij de behoefte gehad zich uit te drukken. Zelfs onder de meest erbarmelijke omstandigheden, bijvoorbeeld in de concentratiekampen, werd er kunst gemaakt, van cabaret, toneel tot muziek. Waarom? Fascinerende vraag.

Op de allereerste plaats denk ik dat het vertellen van verhalen een levensbehoefte is van de mens. De wereld is chaos, willekeur en dreiging. Verhalen geven het leven samenhang, overzicht, er is een begin, een midden, een einde. Door verhalen lijkt ons leven logisch.
Toen ik vorige week bij Jan en Connie was, vertelde Connie over het boek ‘De code van de ziel’ geschreven door de psycholoog James Hillman. Ze liep naar boven om het te halen en attendeerde mij op een passage die over kunst gaat.
Hillman haalt daarin Thomas van Aquino aan die schreef: ‘Schoonheid zet beweging stil.’ Schoonheid geneest psychologische malaise. Hillman fulmineert tegen de psychologie die verstrikt is geraakt in methodes en therapieën maar de kern van ons zijn, de ziel van de individuele mens, verwaarloost. Zo vindt hij het een schrijnend gemis dat schoonheid in de psychologie eigenlijk geen rol speelt. Terwijl schoonheid van alle menselijke uitingen het dichtst bij onze ziel staat, er misschien wel een uiting van is. En hij wijst op de helende werking die van kunst uitgaat. Kunst biedt troost, afleiding, reflectie, vermaak, verwondering, bewondering. Het is integraal onderdeel van ons leven. In plaats van het luxe te zien, zouden we het moeten herwaarderen, gebruiken.

Kunst, kunst, schei toch een uit over kunst, elitaire aap, hoor ik mensen denken. Op de een of andere manier irriteert kunst altijd, mensen voelen zich dan al snel buiten gesloten, ‘daar heb ik geen verstand van’. Dat neemt niet weg dat in Nederland 2,35 miljoen mensen een abonnement op Netflix hebben en avond en avond zitten te bingewatchen, dat zo’n 30  miljoen mensen per jaar een museum bezoeken, dat zo’n 13 miljoen mensen per jaar een theater bezoeken en nog eens 36 miljoen mensen naar de film gaan. En dan heb ik het alleen nog maar over bezoekers en niet over het aantal mensen dat het zelf kunst beoefent, professioneel of als amateur.
Hoezo kunst luxe? Alleen de cijfers laten al zien dat kunst een onlosmakelijk deel van ons leven is. Al die mensen gaan natuurlijk niet voor niets. Ze vinden daar vermoedelijk iets waar Hillman op wijst: een vorm van heling, genezing, troost, tegenwicht tegen de verschrikkelijke werkelijkheid.

Gevonden

Maandag 26 november, Groningen/Lhee

Vloedlijn

Zondag 25 november, Ameland

Als Nijmeegs jongetje had ik nooit kunnen denken dat ik ooit twee kleinkinderen op Ameland zou krijgen. Ameland was een ander land, ver weg, en over kleinkinderen heb ik in mijn hele jeugd überhaupt nooit nagedacht. Zoiets komt later en vermoedelijk nooit. Kleinkinderen is voor oude mensen en dingen die voorbij gaan.
Maar ’t kan verkeren. Ameland is een eiland in Nederland, aan de overkant van het wad bij Moddergat. Drie kwartier varen als het vloed is, een uur, of langer, bij eb. Ameland doe je even. Naar dat verre land uit mijn jeugd gaan we nu wel een stuk of zes, zeven keer per jaar, zoals vandaag. En kleinkinderen horen inmiddels bij mijn leven als ademen.

Het heeft nadelen, kind en kleinkinderen op Ameland. Het is niet makkelijk om ze even te zien. Er zit altijd een plas water tussen en een boot die je erheen moet varen. Toch vind ik de nadelen niet tegen de voordelen opwegen.
Neem dat water. Elke overtocht is het prachtig om het wad te zien. Zon of grauw weer, het maakt niet uit. Altijd is er die overweldigende schoonheid. Vaak gaan we zelfs maar één middag erheen maar bij terugkomst heb je toch het idee dat je een beetje vakantie hebt gehad. Vooral omdat een bezoekje aan de familie ook altijd betekent dat we een strandwandeling maken en gaan lunchen in een strandtent.  
Ik vind Ameland zeker niet het mooiste eiland. Als ik het voor het kiezen had gehad, hadden ze nu op Vlieland of Terschelling gewoond. Maar ja, je kunt niet alles hebben.

Vandaag hebben we een bijzondere tocht omdat Dies voor het eerst meegaat. Goed voor zijn socialisatie. Even zie je alles door de ogen van Dies. Heel veel mensen die een boot oplopen. Onder de loopplank het modderige water, een grote zaal waar mensen aan tafeltjes zitten en heen en weer lopen. De stampende motoren van de boot. Je moet er als jonge hond allemaal aan wennen.
De beloning is groot. Aan de overkant is de kennismaking met Hugo, de hond van Esmee en Arjan. Eindelijk een hond die ook eindeloos door kan gaan. En er is kennismaking met een nieuw fenomeen, een fenomeen waar een hond uit de Drôme totaal geen weet van had: de zee, het strand. Platte leegte met zand en nog meer water, geen berg of boom te bekennen. En, het mooiste van alles, honden die langs de vloedlijn spelen.  

Dies

Zondag 25 november, Ameland

Kiek

Zondag 25 november, Lhee

Sommige foto’s wil je niet maken, maar moet je maken.

Tafel

Zaterdag 24 november, Hindeloopen

Een paar maanden geleden gingen Wyb en ik naar een paar fonteinen kijken die in de elf Friese steden zijn neergezet in het kader van Leeuwarden Europese Culturele Hoofdstad 2018. Zo kwamen we in Hindeloopen terecht. Een plaatsje waar ik graag kom, Anton Pieck zal hier vast veel inspiratie hebben opgedaan, Nederland op zijn pittoreskst. Maar ook vergane glorie, een plaatsje dat ooit lag aan die onstuimige Zuiderzee.
De Zuiderzee heet nu IJsselmeer, en niet voor niets. Het is een getemd beest. Als je langs de vloedlijn loopt -mag het die naam nog wel hebben?- zie je de impotente golfjes van wat eens een grillige binnenzee was. We zagen een fontein met allure maar die zijn allure verloor omdat het opgesloten zat in een woonwijkje. Het was hierdoor gehannes op de vierkante centimeter. Jammer, maar misschien een goede metafoor voor Hindeloopen zelf.

Maar daar wil ik het allemaal niet over hebben. We liepen door het stadje dat nu leeft van het toerisme. In een van de smalle straatjes zat de antiek winkel waar we de tafel zagen staan. Wyb is al een paar jaar op zoek naar een mooie ronde tafel voor op haar kantoor en daar stond hij. De winkel was gesloten, gelukkig kwamen net de eigenaren thuis die ons wel even binnen wilden laten.
Een kwartier later was de tafel van ons. Wat niet wil zeggen dat we klaar waren in de winkel want een van de eigenaren houdt van praten en vindt zelf dat hij erg grappig is. Elk verhaal eindigde met een kwinkslag. We spraken af dat de tafel gewoon in de winkel zou blijven staan en dat we hem met een busje een keer kwamen ophalen.

Vandaag was die keer aangebroken. In een grote Mercedes bus reden we weer richting Hindeloopen. Naast ons op de bank zit Dies die, we zijn naast een tafel ook een hond rijker, altijd in is voor avontuur.
Voordat we de tafel ophalen, lopen we weer op de dijk. Dies is gek op avontuur en schapenpoep. Ik vrees dat we na Dickens opnieuw een hond hebben die van poep houdt. De golfjes van het IJsselmeer zijn weer even machteloos als de vorige keer. Dies, geboren in de bergen van de Drôme, vindt ze desalniettemin nog steeds te hoog.

We manoeuvreren de bus door het smalle straatje. De eigenaar is blij ons te zien en blijkt opnieuw een vat vol verhalen en humor. Voorzichtig laden we de tafel in. Ze is nog steeds even mooi. Misschien moeten we hem toch maar in onze huiskamer zetten.
Uiteindelijk rijden we hem toch naar Ogterop en vindt ze een plaatsje in het theater, gelukkig blijft ze wel ons eigendom. We stappen over van de Mercedes in de Volvo, voor Dies inmiddels een vertrouwd onderkomen. Volgens mij ziet hij de Volvo als een grote rijdende bench, speciaal voor hem aangeschaft, inclusief het personeel dat voor in de bench zit.

 

Gevonden

Zaterdag 24 november, Hindeloopen

Vinkenoog

Vrijdag 23 november, Nijmegen/Lhee

Als je bij Jan en Connie binnenkomt, sta je in de gang. Aan de linkerwand van die gang hangen allemaal ingelijste speciaal gedrukte gedichten. Leonard Nolens hangt er, Slauerhoff, Bloem natuurlijk.
Een verzameling maakt zichzelf groter. Connie laat een gedicht zien dat ze van iemand heeft gekregen, gekocht op een veiling. Uit een koker komt, op vergeeld papier, een gedicht van Simon Vinkenoog tevoorschijn. Wie kent Simon Vinkenoog nog? Lees dit gedicht en je leert Simon Vinkenoog kennen. Zijn twee bakstenen dikke Verzameld Werk bestaat vooral uit dit soort erupties van woorden.
Ik vind het erg karakteristiek voor die tijd, 1978. Als ik het gedicht lees, hoor ik de dreinende stem van Simon Vinkenoog. Mooi dat die tijd zomaar uit die koker komt, het is het laatste jaar dat ik mij student mocht noemen. Als ik het gedicht lees, valt me op hoe weinig er in Nederland is veranderd. Alleen die dienstplicht is gelukkig geregeld, de rest kan in deze tijd geschreven zijn.
Het gedicht is op een groot langwerpig papier gedrukt in rood, wit en zwarte inkt. Ik neem het integraal over, inclusief spellingfouten. Spring teug in de tijd. 1978.

 

NEDERLAND NEDERLAND NEDERLAND NEDERLAND NL

Nederland!
Het huilen staat me soms nader dan het lachen!
Nederland, waarom laat je je regeren door angstige kleuters?
Nederland, waar zijn je helden van vroeger gebleven?
Nederland, heb je werkelijk je ziel aan de duivel verpacht?
Draait dan werkelijk alles om geld?
Waarom staat er nooit nieuws in je kranten,
waarom alleen maar de moorden, en ongelukken,
de oorlogen, en loonsverhogingen, het weer en
wie er gewonnen of verloren heeft?
Nederland, wie ben je? Ben ik niet Nederland?
Nederland, waar is je ondernemingsgeest?
Waarom kwamen de ketters hierheen vluchten?
Nederland, tot wie wend ik me?
Kun je nog luisteren? Nederland!
Nederland, is dan alles alleen maar verpakkings-
industrie van kunststoffen voor kunsteten, met
kunstbloemen voor kunstmensen?

Nederland, de wereld is zo groot en er is nog zoveel
te doen,                   waarom doen we het niet?
Hebben we dan niets geleerd, jij en ik, van honderden
jaren oorlog, voor nog tienduizenden jaren vrede?

Nederland, wanneer gaan we de angst uitroeien,
en de twijfel, de wanhoop en de ontreddering –
hebben we niet genoeg te doen,
en staan we niet alleen van zessen klaar?

Nederland, waarom gaan je misverstanden
nergens over,
waarom houd je je bezig met bijzaken,
waarom zorg je niet voor onbehuisden?

Nederland, waarom maak je geen eind aan de
woningnood?
Nederland, waarom laat je je regeren door een
schandaal?
Nederland, wanneer wordt je jeugd wakker
om te zeggen: dit nemen we niet langer,
dit hoeven we niet te nemen,
hier willen we een einde aan maken!
Nederland, wanneer steek je de brand in je papieren
en de handen uit je mouwen?
Nederland, de woningnood is een groter probleem
dan ik alleen aankan, maar ik alleen zou er in één
jaar een einde aan kunnen maken.
Nederland, waarom doen we het niet?
Waarom geven we geen woningen aan de ratten
van Kattenburg, aan de velen die zo graag willen
trouwen en kinderen krijgen, en die nog
kanker kanker kanker bij de vorigen moeten
inwonen?

Nederland, wanneer worden we volwassen?
Nederland, waarom speelt toch iedereen zo graag
vereniginkje , en jij wordt voorzitter, en ik secretaris,
en jij penningmeester en we praten maar en we
praten maar en we praten en we praten –

Nederland! Duizenden mensen staat in de kou,
duizenden mensen leggen hun moede hoofd niet
onder hun eigen dak te rusten.
Nederland! Er zijn tienduizenden jongens en meisjes
die niet alleen willen slapen,
duizenden ongeborenen die om liefde smeken!

Nederland, leer leven! Laat leven! Leef!
Laat je niet leven, Nederland,
laat je niet leiden, maar leid en leef:
maak je los van het verleden,
scheur je los van banden en bondgenootschappen –
in een volgende oorlog (als die komt, en die komt
toch lekker niet)
Nederland, waarom stuur je generaals niet met
pensioen, die de vorige oorlog nog moeten ‘winnen’?
Nederland, waarom schaf je de dienstplicht niet af,
Nederland, waarom wil je zo graag nog
soldaatje spelen?
Nederland, doe toch niet zo gek –
dacht je werkelijk dat je vijanden had,
die je pijn willen doen? Nederland
woef woef woef woef huilen de politiehonden
op de Westermarkt waar Descartes van de rede
sprak, en van het zoeken naar waarheid.

Zeg Nederland, weet je eigenlijk wel waarover ik het
heb,
zeg Nederland, heb je je geweten nog behouden –
en doe je er iets aan,
of heb je je ziel verpand aan ’t gemak, je natje en je
droogje en de koninklijke nutteloze goudgele
papierbedrukte miljoenen?
Nederland, je kunt alle noden lenigen,
Nederland, er bestaan geen problemen –
ze kunnen alle uit de wereld geholpen worden,
Nederland, maak je nuttig, Nederland –

de wereld wacht op bevrijding.
Nederland, ga vóór,
Nederland, tegen wie praat ik eigenlijk?
Nederland, weet je wel wie ik ben?
Nederland, wie ben je, en waar?
Nederland, ik houd zo van je.

(Voor Allen Ginsberg, omdat ik ook zo van de
Verenigde Staten van Amerika houd)

 

Simon Vinkenoog
druk Frans de Jong Amsterdam aug. ‘78

 

Gevonden

Vrijdag 23 november, Nijmegen/Lhee

Tuinhuis

Donderdag 22 november, Nijmegen

Veertig jaar lang liep ik elke paaszaterdag met het mannelijk deel van mijn familie naar Lent, een dorpje dat over de Waal lag en nu is ingelijfd door Nijmegen. Deze familietraditie was misschien ooit het laatste mannelijke bolwerk van Nederland. Vrouwelijke familieleden mochten beslist niet meelopen. Uit protest hielden de dames ooit een alternatieve Paastocht maar dat werd nooit een familietraditie, het bleef bij één keer. Waardoor duidelijk was waarom alleen mannelijke familieleden mochten meelopen. Voor een Paastocht heb je doorzettingsvermogen nodig. Om het een en ander te relativeren. Het mannelijk deel van de familie bestond uit vier personen en de tocht was niet langer dan 6 kilometer.

Na veertig jaar bestaat de familietraditie niet meer. Een deel van de familie werd zo krakkemikkig dat die 6 kilometer niet meer werd gehaald. De laatste keer, 8 jaar geleden?, deden we het met de auto, een surrogaat dat niet echt beviel. Einde familietraditie. Dit betekende dat ik nog minder in Nijmegen kwam, laat staan in Lent.
Vandaag kwam daar na lange tijd verandering in. Ik maak met Jan, mijn oom, een biografisch boek waarin tekst en foto zijn gecombineerd. Lent mag daarin zeker niet ontbreken. En Lent wil zeggen het boerderijtje waar Toon nu alleen woont. Al die veertig jaar was het ons uiteindelijke reisdoel. Vroeger woonde hij er met zijn ouders en zus. De meeste jaren dat we er heen liepen alleen met zijn zus. In de loop van de jaren werd het steeds rustiger in huis. Een ding bleef altijd constant: de onberispelijkheid van zijn tuin. Aan de ene kant van het tuinpad de moestuin, aan de andere kant het gazon met het tuinhuis.

Jan en ik rijden over de Waalbrug naar Lent. Ik schrik me te pletter. Lent? Lent bestaat niet meer. Waar ooit een paar honderd mensen woonde, leven nu duizenden, er is een nieuwe stad uit de grond gestampt. Het landschap waar we altijd zingend doorheen liepen is totaal op de schop gegaan en is voor een deel een arm van de Waal geworden. Daar ligt mijn verleden aan diggelen. Alle vertrouwde beelden in mijn hoofd moet ik bijstellen.
De grootste schok komt als we de Vossenpels inrijden. Het boerderijtje dat ooit vrij uitkeek op Betuwse boomgaarden is omgeven door bouwactiviteit. Ik feliciteer Toon omdat zijn huis vermoedelijk twee tot drie ton meer waard is. Maar Toon geeft aan dat hij daar niets aan heeft. Hij wil het uitzicht en de boomgaarden terug.

Toon is ook niet meer de oude. Een paar geleden kreeg hij een hersenbloeding. Hij genas er wonderwel van maar het praten gaat niet meer zo goed, soms kan ik hem niet verstaan. De moestuin ligt er kaal en koud bij. Het tuinhuis is vervallen, de deur gaat met moeite open. De inkt van het sigarenkistje, waarin wij ooit onze namen en het jaartal schreven, was het 1979?, is door de tijd uitgewist. Ik neem foto’s van het huisje waarin wij ooit onze glaasjes jonge jenever dronken, onderdeel van onze familietraditie. We nemen afscheid van Toon. Grote kans dat het ons laatste afscheid is. Ik kijk nog een keer naar het tuinhuisje waarvan ik ooit droomde dat het mijn schrijfhuisje werd. Ondertussen rijden betonwagens af en aan.

Gevonden

Donderdag 22 november, Nijmegen

Patiencen

Woensdag 21 november, Lhee

Ik lees in de Volkskrant een artikel over het beleid rond gehandicapten. Sinds het kabinet van VVD en PvdA de sociale werkplaatsen sloten (ja, je leest het goed, de PvdA), is het een puinhoop van jewelste. Gehandicapten moesten onder het minimumloon gaan werken (ja, je leest het goed, maatregel genomen onder verantwoordelijkheid van de PvdA) en het beleid werd van de Rijksoverheid naar gemeentes overgeheveld. Als dat gebeurt, dan weet je het eigenlijk al: dat wordt een puinhoop. Aldus de geschiede want veel gehandicapten zitten nu werkloos thuis.
Van alle organisaties waar ik mee te maken heb gehad, zijn gemeentes verreweg het meest beroerd. Buiten dat veel gemeentes te klein zijn om goed beleid rond jeugdzorg, mantelzorg en gehandicapten te organiseren, zijn de meeste gemeentes gewoon vermolmde organisaties. Mensen zitten er te lang, zijn ingesnoerd door procedures en protocollen en zijn over het algemeen doodsbang om fouten te maken.
Daar komt bij dat rotte appelen in de organisaties er niet uitgewipt kunnen worden. Een buitengewoon goede rechtspositie zorgt ervoor dat een ambtenaar nauwelijks kan worden afgerekend op slecht presteren. Het is ook geen gewoonte dat slecht functionerende ambtenaren stevig worden aangesproken. Meestal krijgt de slecht functionerende ambtenaar een functie met minder verantwoordelijkheid of vindt er een bypass operatie plaats, worden andere ambtenaren om hem heen gezet.
Het woord bypass is in deze goed gekozen want een van reden dat gemeentelijke organisaties zo beroerd functioneren heeft met vervetting te maken. Ik heb een heilig geloof in magere organisaties waar iedereen hard moet werken. Mijn ervaring is dat mensen dan het gelukkigst zijn. Laat mensen een beetje lanterfanten op het werk en de sfeer verkankert.

In Breda ligt het stadskantoor naast het Chassé Theater. Ik moest daar op een vrijdagmiddag zijn en zag het volgende beeld. Als je van het parkeerterrein naar het Chassé loopt, kom je langs de kantoren van het stadskantoor. En ik weet dat ik nu een cliché ga vertellen. Maar zoals het cliché wil: alle clichés ook waar. Ik liep langs de ramen en zag werkelijk op alle computerschermen ambtenaren aan het patiencen. Het leek wel alsof er een groot patience toernooi plaatsvond. Het was in de tijd dat ik nog geen mobiel op de zak had om het vast te leggen, anders was ik zeker nog eens langs de ramen gelopen.

Ik raad aan iedereen er op te letten. Als de Rijksoverheid weer eens taken overhevelt naar gemeentes -ik geloof dat dit in beleidstermen deregulering heet-, dan weet je vrijwel zeker dat het fout loopt. Ik gebruik het woordje vrijwel omdat er best wel eens een uitzondering zal zijn, alleen ken ik die niet.
De Rijksoverheid stoot trouwens niet voor niets zaken af, dat is een andere wet. Meestal doen ze dit als er iets moet worden bezuinigd. Dus de gemeentes krijgen dan een taak die ze niet aan kunnen en ze moeten het doen voor minder geld. Waarna, als na een paar jaren de puinhoop te groot is, de hele boel weer wordt gecentraliseerd. Zo houden wij onszelf bezig in Nederland, reorganiseren, reguleren en dereguleren, zit net zo in ons bloed als het Sinterklaasfeest. Jammer genoeg gaat daar niemand de straat voor op.

Gevonden

Woensdag 21 november, Rotterdam/Lissabon/Lhee

Engelengeduld

Dinsdag 20 november, Lhee

Als je me nou vraagt waar ik het liefst zou wonen, dan is dat toch Amsterdam. Klinkt gek voor iemand die midden in de jungle woont en het daar best naar zijn zin heeft. Maar als ik vrijelijk zou kunnen kiezen wist ik het wel. Amsterdammers klagen nogal over toeristische drukte en zo maar dat vind ik onzin. Is hetzelfde als ik zou klagen over de vele bomen die in Dwingeloo staan.
Een van de redenen om graag in Amsterdam te wonen vindt nu plaats, het IDFA festival, een festival voor documentaire films. Het lijkt me heerlijk om ’s avonds naar het Eye te fietsen en een van de honderden films van het IDFA festival te zien. Gelukkig is er een selectie van de films op televisie te zien. Maar toch. Vanaf de bank naar een documentaire kijken is anders dan dat je eerst met de pont naar Noord moet en de film in het Eye ziet.

Neemt niet weg dat ik vandaag voor een documentaire over Bellingcat de bank heb opgezocht. Deze film wilde ik zeker zien, ik volg met belangstelling de verrichtingen en de ontwikkelingen van Bellingcat.
Voor wie niet weet wat het is, Bellingcat wordt gevormd door een aantal losse individuen die graag achter een computer zitten. Het gaat om mensen die tijd over hebben omdat ze werkeloos zijn, gepensioneerd, zeer gedreven zijn om de waarheid boven tafel te krijgen of gewoon fulltime nerd zijn. Ze hebben zich gespecialiseerd in het online rechercheren. Door allerlei data die wij online achterlaten met elkaar te combineren, lossen zij zaken op die officiële instanties als de politie niet voor elkaar krijgen.
Ze hadden eerder dan de politie bewezen dat MH17 was neergeschoten door een Russische bukraket. Een politiefunctionaris geeft in de documentaire toe dat de Bellingcat het voorbeeld voor de politie was om ook zo te werken. Onlangs achterhaalde Bellingcat nog de ware identiteit van de Russische spionnen die de ex-spion Skripal hadden vergiftigd. En zo laat de documentaire tal van andere zaken zien.

Het werk van de mensen van Bellingcat is niet spectaculair. In die zin dat het geen James Bond werk is. Mensen zitten thuis achter hun laptop of PC en volgen met engelengeduld digitale sporen. Ik vind het zo’n prachtig initiatief omdat het niet is geïnitieerd door een overheid of een of andere instantie. Hier hebben individuen zich verenigd die officiële lezingen van overheden wantrouwen en werk laten liggen waar journalisten geen tijd voor hebben. Mijn oude anarchistenhart, dat trouwens al lang niet meer klopt, zou bijna weer tot leven komen. Mensen verenigen zich van onderaf om de leugens van machthebbers te ontmaskeren. Bellingcat zijn de bevechters van het fake news, de leugens van de Poetins en de Trumps.

Gevonden

Dinsdag 20 november, Amsterdam/Lhee

Boeg

Dinsdag 20 november, Rotterdam/Lhee

Zwarte Piet

Maandag 19 november, Lhee

Een paar dagen geleden durfde ik nog niet over de Zwarte Piet kwestie te schrijven. Ik stond er te ambivalent in. Mijn hele leven heb ik zo genoten van de Sint en zijn zwarte knecht. De herinneringen aan de Sinterklaasavonden op de Weurtseweg horen tot de mooiste die ik heb. En eerlijk: Zwarte Piet heb ik nog nooit geassocieerd met zwarte mensen of een eventueel koloniaal verleden. De Sint en Zwarte Piet zijn voor mij sprookjesfiguren, vergelijkbaar met Sneeuwwitje en de zeven dwergen.
Zoals de meesten weten heb ik twee bruine kinderen. In de zomer kunnen ze ook nog eens zwart als roet zijn. Ook zij zijn grote Sinterklaas aanhangers. Nog nooit hebben ze zich door Zwarte Piet gekrenkt of gediscrimineerd gevoeld, wat zit die anti-Zwarte Piet beweging nou te zeuren.
Een paar jaar geleden liep Anne door Albert Heijn. ‘Hé,’ riep een meisje van vier opeens, ‘Kijk, een Zwarte Pietje.’ en ze wees op Anne. De vader geneerde zich enorm, corrigeerde het meisje en verontschuldigde zich tegenover Anne. Anne moest er juist hard om lachen, vond het grappig dat ze midden in de zomer opeens als Zwarte Piet werd gezien. Het is maar hoe je in de dingen staat, dacht ik.
Tegelijkertijd besefte ik dat Anne en Esmee qua culturele achtergrond natuurlijk gewoon twee keurig opgevoede Nederlandse middle class kinderen zijn. En dat je met je bruine huid anders tegenover de dingen staat als je uit een andere cultuur bent gekomen en in de slachtoffer rol zit of hebt gezeten. Maar ja, om nu op het Sinterklaasfeest zelf te gaan protesteren tijdens een kinderfeest, ik vond het overdone, ook al gebeurde dat keurig.

Sinds gisteren denk ik daar anders over. Ik zag filmpjes van mensen die zich tegen de anti-Zwarte Pieten demonstranten richtten en schrok me te pletter. Het blijkt dat de Zwarte Piet die ik altijd zo sympathiek vond wordt omringd door volstrekt foute vrienden, die ook nog eens een knokploeg hebben gevormd. Dat die Zwarte Piet inderdaad een katalysator van racisme is geworden. Nu het zover is gekomen zweer ik Zwarte Piet meteen af. Weg ermee. Als deze sprookjesfiguur zoveel racisme oproept: afschaffen. Roetveeg Piet, helemaal goed. Waar zitten we over te zeuren.
Grote schaamte over wat ik zie. Tegen een vrouw die mee protesteert richten zich de spreekoren: ‘hoer van de zwarten. Hoer van de zwarten.’ Een andere vrouw die filmt wordt intimiderend ingesloten. Er worden eieren gegooid. De meest beschamende dingen geroepen. De politie kijkt toe, grijpt niet in. Ook wel begrijpelijk, het is een kinderfeest. Ja, een kinderfeest. Een lid van de knokploeg zegt dat hij het doet voor zijn kinderen, een ander houdt zelfs triomfantelijk zijn kind omhoog. Is er iemand die hen duidelijk kan maken dat ze het slechtste voorbeeld geven wat je aan een kind kunt geven: intolerant zijn, agressief, respectloos, het totaal ontbreken van empathie, een hufter zijn. En dat allemaal voor een sprookjesfiguur dat zogenaamd symbool staat voor de Nederlandse cultuur. Het sop is de kool niet waard. Weg met die Zwarte Piet.

Gevonden

maandag 19 november, New York/Lhee

Gehaktmolens

Zondag 18 november, Moddergat

Ik hoorde gisteren dat het de bedoeling is dat de Noordzee voor 25% wordt vol gezet met windmolens. Molens in zee wekken de minste weerstand, is een van de argumenten. Probleem is dat niemand die dingen in de achtertuin wil. Begrijpelijk, want als je wilt zien hoe windmolens een landschap kunnen verpesten, moet je naar Noord-Duitsland. Als je die dingen in zee zet, staan ze netjes uit zicht. Over wat je niet ziet, hoef je je niet druk te maken, is de overtuiging van velen.

Niet voor niets hoor je steeds meer het woord Antropoceen. Vroegere geologische tijdperken waren bijvoorbeeld het Mioceen en het Pleistoceen. Die namen geven de geologische veranderingen van de aarde aan, die altijd werden veroorzaakt door natuurlijke oorzaken, zoals ijstijden en inslagen van meteorieten. Veel wetenschappers duiden het huidige tijdperk aan als het Antropoceen. Het wordt zo genoemd omdat de grote veranderingen van de aarde niet meer door natuurlijke oorzaak maar door menselijke oorzaak plaatsvindt, het klimaat, de atmosfeer, het leven van de natuur om ons heen, verandert door de mens rigoureus. Dat antro komt van anthropos, het oude Griekse woord voor mens. Wij herscheppen de aarde, zou je kunnen zeggen. Nou ja, herscheppen. Misschien is herscheppen een ander woord voor vernietigen.

Die windmolens dus. Wij hebben er geen last van. Maar andere wezens wel. Je zult maar een brandgans zijn die elk jaar van Siberië naar Moddergat vliegt en terug. De tocht die je aflegt ligt al duizenden jaren vast. Het is een rechte streep (zo stel ik me dat voor) op tweehonderd meter hoogte. En daarmee is het woud van windmolens, dat nu al wordt gebouwd, een soort gehaktmolen. De brandgans denkt echt niet, laat ik eens even lekker om die molens heen slalommen.
Ik kom erop omdat we vandaag weer even in Moddergat waren. Vroeger was het karakteristieke geluid van ons dorp het roepen van de scholeksters, het gakken van de overvliegende ganzen. Het is nu stil in het dorp, zoals het overal in Friesland stil is geworden. Het aantal vogels is gedecimeerd, een ramp in slow motion. Vrijwel niemand die het ziet. Want wie gaat er nou naar Moddergat, daar is echt geen fuck te beleven. Waar Wyb en ik overigens heel blij mee zijn.

Het zal in 1995 of 1996 zijn geweest. Een of andere ambtenaar hield bij de Rotary, waar ik toen nog lid van was (mijn excuus daarvoor), een praatje over de nieuwe vogelrichtlijnen van de Europese Unie om vogels beter te beschermen. Grote verontwaardiging in de club: Friesland werd door de EU op slot gezet. Ondernemen werd op deze manier onmogelijk, Friesland werd van de vogels in plaats van de mensen.
Wie er uiteindelijk voor heeft gezorgd dat die vogelbeschermingsmaatregelen niet werden uitgevoerd, geen idee. Het bleek double speak te zien. In plaats van bescherming heeft er genocide op de vogels plaatsgevonden. En die genocide wordt nog erger, daar zorgen de nieuwe gehaktmolens wel voor, die inmiddels een hoogte van tweehonderd meter bereiken en wieken van honderden meters lang hebben. Het Antropoceen krijgt steeds meer vorm.

Gevonden

Zondag 18 november, Rotterdam/Lhee

Boeg

Zondag 18 november, Rotterdam/Lhee

Fotomodel

Zaterdag 17 november, Lhee

Toen wij Dies gingen halen zei Matthieu al dat hij weinig met de pups had gewandeld. De eerste week merkten wij dat. Als we tot de Bospub waren gelopen, dat zo’n honderdvijftig meter van ons vandaan ligt, wilde hij al terug. Het liefst wilde hij gewoon thuis een beetje etteren.
Met een beetje dwang liepen we al snel verder dan de Bospub en ontdekte Dies voorzichtig wat een bos is. Een bos is leuk, daar was hij al snel achter. In een bos kun je keihard rennen en kom je andere honden tegen. We liepen ons eerste rondje. Hij week nauwelijks van onze zijde.
Inmiddels lopen we grotere rondjes. Van zijn oorspronkelijke terughoudendheid is niets meer over. Dies is, net als wij, een liefhebber van het bos. Hij houdt ons goed in de gaten, met zijn schaapsherdersbloed zit het wel goed, maar hij durft steeds verder van ons weg te gaan. Gelukkig luistert hij goed naar zijn naam.
Hij boft want tot nu toe kent hij het bos alleen droog. Dat zal de aankomende tijd anders worden. Als hij nat is, ziet hij er niet uit. Zijn haar piekt alle kanten op en dan zie je dat hij beslist geen dikke labrador is. Vandaag was het helemaal boffen. Opnieuw een stralende herfstdag. Het bos in volle pracht. En, feestdag voor Dies, hij gaat samen met ons beiden wandelen. Dat is nog veel leuker dan alleen met mij of alleen met Wyb.
In een ven haalt hij behoedzaam zijn eerste natte poten. Omzichtig haalt hij een stok uit het water die we dertig centimeter van de kant er in hebben gegooid. We gooien de stok iets verder en dan haalt hij al brutaler zijn natte poten.
Zie hier onder wat foto’s van Dies. Het moge duidelijk zijn: deze hond is een fotomodel. Hier gaat zijn baasje nog veel geld mee verdienen.

Gevonden

Zaterdag 17 november, Lhee

Zwerven

Vrijdag 16 november, Lhee

Gisteren schreef ik over Nijmegen: ‘de stad waar Jan zo van houdt en ik van hield’. Ik schreef het gedachteloos op. Bij het herlezen schrok ik er enigszins van. Ik ben geboren en getogen in Nijmegen en heb er tot mijn 27ste gewoond. En ik weet dat ik lang verknocht was aan de stad en er met evenveel liefde over sprak als Jan er over schrijft.
Op mijn 27ste verhuisde ik naar Groningen en sneed daarmee mijn wortels met Nijmegen door, merkte ik later. Ik ging trouwens niet voor niets weg uit de stad. De stad benauwde me, al die sociale contacten die ik had en die me verstikte, wilde ik graag achter me laten, op weg naar nieuw avontuur.

Voordat ik eergisteren een vergadering in Nijmegen had, ging ik eerst even langs bij José en Tino, zo’n beetje mijn oudste vrienden. Zij wonen al meer dan dertig jaar in Nijmegen, in Brakkenstein, in hetzelfde huis. Tino is daar eindredacteur van de wijkkrant, voorzitter van de schaakclub en meer van dit soort zaken. Ze leiden een leven dat diametraal tegenover mijn leven staat. Jammer genoeg zijn ze nog nooit in Dwingeloo geweest. Tino is slecht ter been en naar Drenthe komen is voor hen een grote reis.
Ik ben er van overtuigd dat ik overal kan wonen. Zet me in willekeurig welke plaats of dorp in Nederland neer en ik zal er prettig gaan wonen. Moet ik wel bij aantekenen dat ik dan de mogelijkheid wil blijven houden om veel te reizen, regelmatig naar Amsterdam te gaan, Nijmegen te bezoeken, naar andere steden te gaan. Voor mij is Nederland één grote stad.

Neemt niet weg dat ik weet wat ik mis als ik Jan en Tino over Nijmegen en Brakkenstein hoor praten. Als zij later in een bejaardenhuis wonen, wat overigens niemand meer doet, kunnen zij met andere bewoners over die en die praten en herinneringen ophalen over wat er allemaal in de stad is gebeurd en dat vroeger alles beter was. Zou ik me op kunnen verheugen, beetje ouwe beppen. Neem Jan, die oer-Nijmegenaar wordt genoemd. Ik heb deze eretitel al lang geleden verspeeld. De kans is groot dat ik een van de eerste nieuwe Nederlanders ben, namelijk iemand die overal en nergens heeft gewoond, kriskras door Nederland reist en zich overal thuis voelt. Zou leuk zijn als ze mij oer-Nederlander gingen noemen.

In totaal ben ik nu 24x verhuisd. Zelfs de hoeveelheid bezittingen heb ik aangepast aan een eventuele nieuwe verhuizing. Ik ben een nomade in eigen land. Voel me net zo thuis in Leeuwarden, Rotterdam, Amsterdam, ’s-Hertogenbosch als in Nijmegen. Een makelaar in Den Bosch noemde Wyb en mij ooit luxe-zwervers. Maar waar je nou het gelukkigst van wordt, wortelen of zwerven? Ik moet er niet aan denken dat ik mijn hele leven in Nijmegen had gewoond, zoals Tino er niet aan moet denken dat hij 24x had moeten verhuizen.

 

Gevonden

Vrijdag 17 november, Nijmegen/Lhee

Oer-Nijmegenaar

Donderdag 15 november, Nijmegen

Op de fototentoonstelling Unseen in Amsterdam kocht ik een boekje van de Hoxton Mini Press. De titel: I’ve lived in East London for 86,5 years. In het boekje wordt de tekst  van Joseph Markovitch en de foto’s van Martin Usborne gecombineerd en er ontstaat een schets van het leven van Joseph, een vederlichte biografie. Ik ben erg gecharmeerd van de opzet en bedacht meteen dat ik ook zoiets zou willen maken.

Ik wist eigenlijk meteen met wie ik dat wilde, namelijk met Jan, mijn oom en collega blogger. Eergisteren beschreef de plaatselijke krant hem als een ‘broze oer-Nijmegenaar’. Dat oer klopt zeker. Mijn oom is vergroeid met Nijmegen. Hij schrijft er met liefde over en heeft een prachtig gedicht over Nijmegen geschreven dat zelfs een plaats in het stadhuis kreeg. Dat broos klopt ook, mijn oom is niet gezegend met een blakende gezondheid.
Zoals Jan vergroeid is met Nijmegen, zo ben ik vergroeid met hem. Met mijn moeder scheelde hij als nakomelingetje 19 jaar. Met mij negen jaar waardoor hij mij, als enig kind, toch een broer-gevoel heeft gegeven.

Mijn idee over dat boekje valt bij Jan meteen in goede aarde. Samen een schets maken van zijn leven, daar voelt hij wel voor. Zo kwam het dat wij vandaag eerst naar zijn geboortehuis reden op de Weurtseweg. In het eens statige pand bleken nu zes studenten te wonen. Het pand zou in Harlem, New York, niet misstaan. Het ziet er zwaar afgeleefd uit.
Een paar huizen verderop staat voor mij het huis aller huizen. Toen Jan een jaar of vier was, is hij verhuisd naar Weurtseweg 85 en ook ik ben in dat huis voor een belangrijk deel opgegroeid. Het was een huis met een geheimzinnige zolder, kamers zonder ramen, veel logeerkamers. Nu staan we het aan de buitenkant te bekijken. Hopen iets van het verleden terug te vinden, maar dat is lastig omdat de kruidenierswinkel daaronder verdwenen is, mijn opa en oma al lang zijn overleden en in de buurt yuppen flats de oude volkswijk steeds meer verdringen.

Het huis van mijn opa en oma lag een steenworp van de Waalhaven. De kop van de haven was een geliefd wandeldoel. Maar het gras en de paardenbloemen zijn vervangen door lelijke kantoorpanden, inmiddels alweer vervallen, en een nepkraan die nostalgie moet uitstralen. Ook hier overheersen yuppen flats het beeld. Nijmegen vernieuwt, zal het in beleidsnota’s heten. Maar ons verleden is gesloopt, dat is duidelijk. Hindert niet, als het maar een mooi boekje oplevert. Al keuvelend en fotograferend lopen we door de stad waar Jan zo van houdt en ik van hield, op zoek naar de restanten van ons leven. A sentimental journey.