Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Nieuw

Journal

 

Sperrgebiet

Maandag 30 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Het is hier oorlog. Macron kondigde het aan op televisie en hij hield woord. Heel Frankrijk is sperrgebiet. En dat zal nog wel even zo blijven. Een paar dagen geleden liet hij weten dat de oorlogsmaatregelen sowieso met twee weken zijn verlengd. Dat betekent dat we in totaal een maand in isolatie leven. Niemand gelooft dat het bij die twee extra weken zal blijven. Na mondiaal overleg liet Macron per tweet weten dat er grote, nadere maatregelen op de rol staan.

Ik zou niet weten hoe rigoureuzer het hier kan worden. Wij mogen nog maar een uur naar buiten, niet samen, dat is ook streng verboden. We mogen naar buiten voor de supermarkt en de apotheek. De hond uitlaten mag ook, maar we mogen niet verder dan 1 kilometer van ons huis verwijderd zijn. Gelukkig zit je na een kilometer lopen vanaf ons huis midden in de wijnvelden of de heuvels van de Cevennen en daar lopen opmerkelijk weinig gendarmes en andere mensen.

Ze controleren dat uur door middel van een formulier. Voordat je naar buiten gaat moet je daar de tijd van vertrek op schrijven. Dat het gecontroleerd wordt heb ik zelf al aan den lijve ondervonden. En wat ik nooit had verwacht, iedereen houdt zich er aan. De straten en pleinen zijn leeg, alleen voor de Super U staat een rij mensen. Vanmorgen stond Wybrich in die rij en moest een half uur wachten voordat ze naar binnen kon, ook wat dit betreft is het net oorlog.
In de grote steden is er zelfs een avondklok. Na negen uur mag niemand meer buiten lopen. Voor ons is het onmogelijk om naar een grote stad te gaan. We mogen het dorp niet verlaten en het is verboden om met meer dan een mens in een auto te zitten.

We ondergaan het gelaten en toch enigszins blijmoedig. We proberen er het beste van te maken. De rust geeft gelegenheid tot veel lezen en Netflix. Het Nederlandse nieuws volgen we op de voet. De strenge maatregelen in Frankrijk geven ook een gevoel van veiligheid. Of dat terecht is zullen we over een tijdje weten.
Voor onze chambres d’hôtes is de situatie fnuikend. In maart en april geen gasten, geen inkomsten en met mei gaat het dezelfde kant op, veel reserveringen worden geannuleerd. Stevig probleem doemt op. We schijnen van de Franse regering een compensatie kunnen krijgen maar de hoogte van die compensatie staat in geen verhouding tot onze kosten en onze noodzakelijke levensbehoefte. Ook wat dat betreft lijkt het wel oorlog. Dat er sprake is van een noodsituatie is ons inmiddels meer dan duidelijk. Zo benieuwd wanneer we daarvan verlost zijn.

Journal

 

Werkkamer

Zondag 29 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

In de Volkskrant staat een serie die ik met gretigheid lees: schrijvers vertellen over hun werkkamer. Ik hou van werkkamers, een mooie werkkamer is een persoonlijk paradijs. Als het een goede werkkamer is.

Ik heb prachtige werkkamers gehad. Er zijn huizen geweest waar de grootste kamer mijn werkkamer was, aan alle wanden boekenkasten waar ik de mooiste literatuur van de wereld uit kon plukken. Op mijn bureau en voor de boeken de prullaria die ik al mijn hele leven meesleep, dingen waar ik van hou. Zoals het plastic St. Bernard hondje dat ik van mijn ouders kreeg op vakantie in Italië. Op de terug naar Nederland, op een Duitse raststätte liet ik het op de wc staan. Mijn verdriet was zo groot dat we naar twintig kilometer omdraaiden om het op te halen. Het hondje stond keurig op de wc op mij te wachten.

Mijn werkkamers waren baarmoeders. In sommige heb ik met de grootste discipline zitten schrijven, boek na boek. Als ik bezig was bestond er niets anders dan het schrijven, het is het opheffen van de wereld.

Al deze aardse paradijsjes heb ik zelf weer vernietigd omdat ik ergens anders heen ging, mijzelf voor de zoveelste verhuizing stelde. Men verwacht dat het leven vooruitgang is. Een misvatting, zeker als het om mijn werkkamers gaat. Sinds zes jaar heb ik namelijk helemaal geen werkkamer meer. Dit blogje schrijf ik bijvoorbeeld in de salon van onze chambres d’hôtes en in de winter onze huiskamer is. Ik zit op een stoel mijn laptop op schoot. Alle blogjes schrijf ik op deze manier.

Ook in Dwingeloo had ik geen werkkamer, daarvoor was het huis te klein. Ik had een hoek in de kamer naast de boekenkast, dat dan weer wel. Mijn bureau was een oud maar charmant tafeltje dat Erik voor me uit een inboedel redde. Het staat nu in een van de kelders van Les Trois Comtes en mogelijk dat we er wijn, olijfolie en andere streekproducten op willen uitstallen om te verkopen.

Met mijn werkkamers is ook mijn schrijverschap verloren gegaan, al denk ik niet dat er een causaal verband is. Mijn schrijverschap heb ik verloren omdat ik vroeger, rond mijn twintigste een verkeerde keuze heb gemaakt. Verblind door enig succes, verhalen publiceren in Vrij Nederland, koos ik ervoor om kinderboekenschrijver te worden. Het was eigenlijk geen keuze, ik gleed die kant op.

Het was een verkeerd glijden omdat ik het schrijven van kinderboeken geen leven lang heb kunnen volhouden. Op een gegeven moment had ik werkelijk niets meer met kinderboeken. De onbevangenheid van mijn eigen leven ging verloren, mijn eigen kinderen werden ouder en daardoor had ik geen enkele band meer met de kinderwereld. Kinderen gingen allemaal dingen doen die ik zelf als kind nooit heb gedaan, gamen, binnen zitten, op de achterbank naar scholen rijden, prinsjes en prinsesje worden.

Ik zeg de laatste tijd steeds vaker tegen Wyb dat ik weer wil landen. Daarmee zeg ik eigenlijk dat ik weer een werkkamer wil hebben in een huis waar we lange tijd gaan wonen. Het zou mooi zijn als ik een werkkamer kreeg die tot mijn dood meegaat. Maar vermoedelijk is dat teveel gevraagd.

Journal

 

Verboden Vriendin

Zaterdag 28 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Dies springt niet op banken of stoelen. Alleen een of twee keer per dag wil hij even bij mij op schoot zitten, volgens mij ervan overtuigd dat hij nog een pup is.

Aan het eind van onze straat woont een man met een zonnebril, ietwat schuin tegenover de Mairie. Hij draagt deze altijd, overdag en ’s avonds. Het schijnt dat hij hem ook ’s nachts ophoudt. Op zich zou ik niet over die man schrijven, ware het niet dat hij een hond heeft. Hij heeft een prachtige border collie, niet zoals wij een met drie kleuren, hij heeft een zwart witte, echt een prachtige hond. Het is een teefje, niet groot, een schat van een beest. De hond luistert perfect naar de man met de zonnebril.

De lezer zal denken, wat leuk, een fijne speelkameraad voor Dies. Daar zit hem nu juist de kneep. De man met de zonnebril wil niet dat zijn prachtige hond met Dies speelt. Als Wyb thuiskomt en ik vraag haar of er nog iets bijzonders is gebeurd, is de kans groot dat ze zegt: ‘We kwamen de Verboden Vriendin nog tegen.’ Ik weet dan precies wie ze bedoelt. Wij noemen zijn prachtige border collie namelijk de Verboden Vriendin.

Het is jammer dat ze niet met elkaar mogen spelen, ze mogen elkaar niet eens besnuffelen. Want Dies en de Verboden Vriendin zijn namelijk gek op elkaar. Als de Verboden Vriendin Dies ziet, is ze een en al aandacht en verlangen. Maar als de Vriendin aanstalten maakt om naar Dies te gaan, corrigeert hij haar met een snauw. Zo nu en dan, als ze bij toeval dichtbij elkaar zijn, heeft zijn snauw geen effect en begroeten Dies en de Verboden Vriendin elkaar opgetogen.

Omdat we beiden in hetzelfde kleine dorp wonen, komen we elkaar regelmatig tegen. De man met de zonnebril loopt erbij alsof hij een groot existentieel dichter is. Zonnebril op, pet op, hond aan zijn voeten. We komen elkaar zeker een keer in de twee dagen tegen. Hij heeft een hond, ik heb een hond, dan zou je denken dat dit reden is voor een praatje. Niks daarvan. De man met de zonnebril heeft mij zelfs nog nooit gegroet. Onverstoorbaar loopt hij langs me heen, ik groet hem altijd ostentatief, tot nu toe zonder enig effect.

Geen idee waarom hij het bestaan van Wyb, Dies en mij negeert. Ik zie hem soms best vrolijk met mensen oplopen. Niet vaak, maar het is bewezen dat hij aardig tegen andere mensen kan zijn. Niet tegen ons. Omdat wij buitenlanders zijn? Wij in een groot huis wonen? Misschien juist omdat wij een hond hebben. In het begin liep Dies wel eens enthousiast naar de Verboden Vriendin. Wij zagen meteen dat de man met de zonnebril dat vreselijk vond. Hij commandeerde de hond chagrijnig naar zich toe. Dies snapte er niets van, zo’n leuk hond en ze mag niet met hem spelen. Wij snapten er ook niets van.

Als we aan de andere kant van het dorp zijn, waar we vaak door de wijnvelden wandelen en balletjes gooien voor Dies met de balletjesarm, hij is inmiddels de snelste hond van Frankrijk, zie ik in de verte de man met de zonnebril aankomen. Als hij ziet dat Dies en ik daar wandelen en hij misschien langs ons moet lopen, slaat hij meteen een andere weg in om ons te mijden.

Dies kent de man met de zonnebril en de Verboden Vriendin inmiddels goed. Als hij even contact met zijn Vriendin kan maken zal hij het niet laten. Als hij de man met de zonnebril eens zonder hond ziet lopen, kijkt hij verbaasd in het rond. Ondanks dat hij niet met haar mag spelen, is de Verboden Vriendin toch een vaste waarde in het leven van Dies. En de man met de zonnebril een vaste waarde in mijn leven.

Het museum van de vergleden tijd

 

Pofbroek

Vrijdag 27 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Bij deze start ik een nieuwe rubriek in Dossiermoddergat: het museum van de vergleden tijd. In deze rubriek schrijf ik over een foto uit mijn oude fotodoos. Geen foto’s die ik onlangs heb gemaakt, ik bedoel vergeelde foto’s of bijna vergeelde foto’s. Enige jaren geleden begon ik het idee onder de kop Oude doos, daarvoor schreef ik één verhaal, ook te lezen en te zien in het museum, het is het eerste museumstuk. Hopelijk is dit idee een langer leven beschoren.

Ik open het museum met een foto uit mijn vroegste jeugd: ik voer de eendjes in het Kronenburgpark, een park dat bekend werd door een lied van mijn oude jeugdvriend Frank Boeijen. Ik ben verknocht aan het park. Als kind wandelden mijn moeder en mijn opa en oma er vaak heen. Ze woonden op de Weurtseweg en van daaruit heb je een mooi wandelingetje langs de Nijmeegse Waalhaven naar het Kronenburgpark.
Voor het laatste stukje moet je onder de Hezelpoort door, voor mij vroeger een magische tunnel met veel echo. Lekker schreeuwen en de schreeuw herhaalde zich hol. Als je door die donkere, ietwat gevaarlijke tunnel kwam, zag je al snel het Kronenburgpark. Bij binnenkomst stond een haringtent, op het bankje daarbij zaten de alcoholisten te drinken, vaak luidruchtig. Ik was altijd blij als we ze voorbij waren.
De foto is in mijn leven iconisch. Ik kan mij niet voorstellen dat ik dat blonde engeltje ben op de foto in die malle kleren. Voor mij en na mij heeft er volgens mij nooit meer een kind in die rare pofbroeken gelopen. Hij is maar heel even in de mode geweest en uitgerekend in die periode was ik kind. Die witte schoentjes waren in die tijd erg kek. Mijn moeder was apetrots dat ik ze had, vertelde ze later.

Ik denk dat deze foto de lievelingsfoto van mijn moeder was. Ik sta er, ik ben nu aan het gissen hoor, precies op zoals ze me graag zag in die tijd. Een net, mooi jongetje, ‘een plaatje’. Helemaal in het wit, onschuldiger krijg je het niet.

Ik kan me niet voorstellen dat ik het ben met dat blonde krullende haar. Heb ik dat ooit gehad? Ik heb er alleen een herinnering aan door foto’s. Ik heb het van mijn vader schijnt. Hij had als kind ook dat blonde haar. Die blondheid verloren we toen we vier, vijf jaar oud waren. De krullen bleven.

Hoe oud zal ik op de foto zijn, twee, drie jaar? Ik geloof dat de foto, die onderdeel is van een kleine serie, is gemaakt door mijn vader die een Agfa click camera had, zo’n vierkante box waar hij best vaak mee fotografeerde waardoor ik nog veel jeugdfoto’s heb. De camera ligt nu ergens bij ons op zolder in Saint-Hippolyte.

De foto is sinds ik mij de foto bewust ben beschadigd. Er loopt een blauwe lijn van mijn heup naar het water, net alsof ik aan het vissen ben. Het is een kras van een balpen, een van mijn vroegste krassen. Zal mijn moeder niet leuk hebben gevonden.

Dertig jaar later ging mijn moeder in een flat op de Veemarkt wonen, het is het plein voor het Kronenburgpark. In die tijd wandelden we met Anne en Esmee door het park. Ik maakte op mijn beurt foto’s van de kinderen. Eendjes voeren, een favoriete bezigheid van elk kind en een geliefd onderwerp voor familiefotografie.

Journal

 

Troosttelevisie

Donderdag 26 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Zeg niet dat in quarantaine zitten saai is, er gebeuren de meest wonderlijke dingen. Ondanks dat ik overspoeld wordt met allerlei mogelijkheden tot culturele consumptie, Netflix, Idfa, Vimeo, Youtube, de wereld is groot en lekker, heeft de Nederlandse televisie Troosttelevisie uitgevonden. Geëntameerd door De Wereld Draait Door en Paul Haenen kunnen we weer kijken naar afleveringen van oude programma’s als Wedden Dat en het Simplistisch Verbond, elke smaak krijgt zijn deel.

In de euforie van Troosttelevisie heeft een gek bedacht dat het ook leuk zou zijn om de uitzending van de Elfstedentocht van 1985 integraal uit te zenden. Niks aan de hand zou je denken. Echt een ding om over te slaan. Eindeloos schaatsende mannetjes, het lege Friesland, je weet wie de winnaar is, voor niemand interessant. Vergissing mijnerzijds, mijn vrouw vindt het prachtig. Bij het horen van deze keuze werd Wyb helemaal opgewonden.

En terwijl ik dit schrijf hoor ik op de achtergrond de stem van Evert ten Napel die de uitzending waarin vrijwel niets is te zien -de helikopter kan niet de lucht in wegens laaghangende bewolking, motorrijders op het ijs waren nog onbekend- vol probeert te praten. In totaal gaat dit non-spektakel vier of vijf uur duren. We zijn nu pas in Stavoren.

Tot overmaat van ramp zenden ze ook nog eens het journaal van die tijd uit. Zowaar komt Thatcher langs en een bezoek van Bouterse aan Brazilië om te kijken of er economische samenwerking mogelijk is. 35 jaar laten weten we dat daar niets van is gekomen, zoals we dat toen al vermoedden.

Wie had ooit in 1985 gedacht dat mijn lieve vrouw in 2020 in onze huiskamer in Zuid-Frankrijk naar de Elfstedentocht uit dat jaar zou gaan zitten kijken. Het corona virus heeft inderdaad grote gevolgen. Dit alles is het gevolg van het gegeven dat ik een vrouw ben getrouwd uit een schaatsfamilie. Zo gauw de temperatuur het vriespunt nadert, wordt de familie bevangen door koorts.

Zo reed mijn schoonvader in 1963 als wedstrijdrijder mee in wat een van de zwaarste Tochten ooit was. De tragiek is dat hij de Tocht als een van de weinigen uitreed en toch geen Elfstedenkruis kreeg. Als wedstrijdrijder had hij 2 uur na de winnaar binnen moeten komen. Dat is hem niet gelukt, na een helse tocht kwam hij pas tegen elf uur ’s avonds binnen. Een monsterprestatie die niet werd beloond. De jaren daarna beheerste dit tragisch gegeven de familie.

Mijn schoonvader en de Elfstedentocht was, ondanks zijn grote liefde daarvoor, niet echt een gelukkige relatie. In 1985 kon hij niet meedoen omdat hij met een heleboel andere Elfstedenrijders in Polen was om de alternatieve Elfstedentocht te rijden. Omdat de Tocht pas op het laatste moment werd afgekondigd, konden ze niet op tijd terug zijn.Deze mythische familiefeiten zijn er mede de oorzaak van dat Wyb nu de hele dag op de bank naar slow, very slow televisie zit te kijken. De term troosttelevisie is goed gekozen, Wyb geniet mateloos. Vandaag zijn haar gedachte zeker niet bij quarantaine, corona en andere ellende. Even is ze terug in 1985 en bestaat de wereld alleen uit schaatsen.

Journal

 

Lichtpuntjes

Woensdag 25 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

In quarantaine zijn maakt lui. Normaal gesproken hebben we gasten en springen we om zeven uur uit ons bed. Wyb eerst Dies uitlaten, ik naar de bakker, dan het ontbijt klaarmaken. We hebben geen gasten. De aankomende maand hebben we helemaal geen gasten. We hebben klusjes, maar de meeste klusjes zijn gedaan. Daarom blijven we gewoon wat langer op bed liggen. Ondanks dat niets ons roept, voelt het toch als spijbelen. In bed lezen we het eerste deel van de krant, checken onze social media.

Op Facebook staat een interview met een oud-collega uit De Harmonie. Nou ja, ‘oud’ kan een verkeerde associatie oproepen. Ze is niet oud en toen ze in De Harmonie kwam werken was ze nog piepjong. Zo jong dat ze zich nog enigszins verstopte onder de overweldigende aanwezigheid van al die mannen en vrouwen die er al jaren werkten.
Nu behoort zij tot die mannen en vrouwen die er al jaren werkten. Op een prachtige, stevige, duidelijke en authentieke manier vertelt ze in een interview over wat de consequenties zijn om een theater zo plotseling te moeten sluiten.
Ze somt de functies op die ze inmiddels heeft. Ze is inmiddels coördinator van het kassasysteem, de website en de databeheer. Ze geeft een deskundig beeld van de crisis waarin het theater is beland, ze heeft haar werk in de vingers.

Ik vertel het omdat het twee dingen in mij losmaakte. Het is toch prachtig om te zien hoe mensen kunnen groeien. Bleu binnenkomen en uitgroeien tot medewerkster van formaat. Het maakt me weemoedig, het geeft weer dat we allen ouder en ouder worden. Zij zit volop in de hectiek, ik leid een redelijk ontspannen bestaan in Zuid-Frankrijk, weg van de hectiek waar ik vroeger zo gek op was.
Voor het eerst dat ik iets voel dat lijkt op terugverlangen naar het theater. Er is een persconferentie van de premier, meteen daarna moet het theater sluiten. Van dat soort momenten kon ik mateloos genieten. Ik hield van crisis en de hectiek die eruit voortkwam. Iedereen keihard aan het werk om de crisis te bezweren. Door het verhaal van mijn oud-collega voel ik weer hoe het was, de drukte, de spanning van het wel of niet lukken. Het zijn spannende tijden voor het theater.

Ook voor ons trouwens. Maar we kunnen zo weinig doen om onze crisis te bezweren. We zitten vast in ons huis en we wat we ook doen, gasten zullen er niet komen, en daarmee geen inkomsten. Gelukkig zien we, als we in bed liggen, ook de mededeling dat er voor kleine bedrijven, zogenaamd micro-interprise, zoals wij zijn, de Franse overheid een kleine, maar zeer welkome compensatie heeft. Eind maart kunnen we het aanvragen. Het eerste lichtpuntje.

Tweede lichtpuntje. Door de lockdown zijn er in de Gard, het departement waar wij wonen, niet meer patiënten bijgekomen, er zijn ook niet meer doden, de statistische lijn is hier nu flat, ik bedoel vlak.

Journal

 

Staatsman

Dinsdag 24 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Je moet je genoegens uit kleine dingen halen in tijden van isolatie. Zo heb ik gekeken naar zowel de toespraak van Rutte als Macron waarin ze op televisie maatregelen aankondigden om het corona virus te beteugelen.

De toespraak van Rutte werd buitengewoon goed ontvangen. Diverse media riepen hem meteen uit tot staatsman en de lof vloog hem om de oren. Zelf vond ik het nogal een sukkelige toespraak. Hij zat stijf met zijn handen op het bureau, de kunst van het voorlezen is hem, evenals voor onze koning, niet gegeven. Wie instrueert die mannen toch dat ze tussen een punt en een hoofdletter onnatuurlijk moeten pauzeren. Het geeft hun performance zoiets onnatuurlijks.
De ambiance waarin Rutte zijn geroemde toespraak voorlas leek nog het meest op de huiskamer van mijn opa en oma, inmiddels lang geleden overleden. Een houten lambrisering, vergeelde foto’s, een rijtje cd’s, wat slordige stapeltjes boeken. Kneuterig Hollands, pas perfect bij het land, maar om hem nou meteen de status van staatsman te geven. Ik las zelfs ergens de term vader des vaderlands. Toe maar.

Ik raad iedereen aan ook even naar de televisietoespraak van Macron te kijken. Dat is andere koek. Links van hem fier de Franse vlag, achter hem een deur met grandeur, overdadig beschilderd met bladgoud. Kwam Rutte over als iemand die zeilt in de mist, het schip van Macron weet precies welke kant het op moest, geen gelaveer, recht voor uit, dit is het doel, daar gaan we heen. Oorlog aan het virus.
Interessant is ook om de ondertiteling van de foto van Macron te lezen. Dat soort woorden heb ik nog nooit uit de mond van Rutte gehoord. Aandacht voor cultuur en educatie in deze tijd? Niet de moeite waard om aandacht aan te besteden, dat zijn zaken van ondergeschikt belang. De toespraak van Macron duurde dan ook 10 minuten langer dan die van Rutte.

En nog steeds zit dat verschil in de aanpak tussen Nederland en Frankrijk. Gisteren keek ik naar de persconferentie waarin het kabinet ‘aangescherpte maatregelen’ afkondigde. De woorden advies en aanbeveling vielen opmerkelijk vaak. Stapje voor stapje wordt het in Nederland strenger. Waar Nederland naar toe gaat, en weken overdoet, is hier al een meer dan een week een fait accompli: volledige lockdown. Geen gelul, geen compromissen of gemarchandeer. Macron kondigde het zonder twijfelen en met gezag af. Dit is de situatie, de situatie is ernstig en daar nemen wij nu de volgende besluiten over. Duidelijkheid boven alles.

Mag je in Nederland nog winkelen, over het strand wandelen en met z’n allen het bos ingaan. Hier zit iedereen gewoon binnen. We mogen alleen nog naar de supermarkt en apotheek. Iedereen heeft een formulier bij zich waarin staat waar hij woont en waarom hij buiten is. Je mag maximaal één kilometer van je huis af zijn. Politie en gendarme rijden controlerend door de straten.

Ik volg met belangstelling welke aanpak het meest succesvolle is. Rutte noemt zijn aanpak ‘intelligente lockdown’, Macron sprak gewoon over lockdown. Welke aanpak zal het meest effectief zijn? De voorzichtige, terughoudende aanpak van Rutte, of de recht toe recht aan duidelijkheid van Macron. We zullen het zien.

Ik moet wel zeggen dat ik me prima voel bij de aanpak hier in Frankrijk. Je weet waar je aan toe bent, er valt niet te marchanderen, het voelt veilig. Ik weet dat anderen door roekeloos gedrag niet schuldig zijn aan de dood van medemensen. Dat vind ik een prettig idee. Maar de uiteindelijke beoordeling kent maar één criterium: welke methode is het meest effectief, weet het snelst het virus eronder te krijgen.

Journal

 

Besluit

Maandag 23 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vandaag geen blog. Ik heb geen zin om een blog te schrijven. Als ik er een schrijf ga ik weer over dat corona virus schrijven dat langzamerhand van naam verandert, Covid-19. Waar zou ik anders over moeten schrijven? Ik ben in quarantaine, ik maak niks mee. We werken in de tuin, ik schrijf wat zakelijke brieven, ik download houseparty zodat ik met een heleboel mensen live kan chatten met elkaar in beeld. Het is de moeite niet waard om te vermelden.

’s Middags wandelen we via de voie verte, een oude spoorlijn die wordt omgetoverd tot fietspad. Het stuk rond Saint-Hippolyte is klaar. Op het einde, het punt waar het fietspad nog niet klaar is, slaan we rechtsaf en lopen langs een grote schaapskooi de wijnvelden in.
Voor ons loopt een schaapskudde. Niet dat we de kudde zien, we horen het tingelen van de bellen. Hier zou ik wel over kunnen schrijven, denk ik. Voordat je het weet, ben je een hele dag bezig met het schrijven van een blog. Wat een onzin, voor wie? Ik besluit vandaag echt geen blog te schrijven. Ze kunnen me wat. Ik ben het aan niemand verplicht, waarom heb ik deze dwangneurose? Het is geldingsdrang, aanwezig willen zijn, of zoiets, iets wat niet noodzakelijk is, aangeleerd gedrag waar je niet vanaf komt.

Al wandelend door de wijnvelden hebben Wyb en ik een gesprek dat zeker niet geschikt is voor een blog. De lezers van Dossiermoddergat hoeven niet alles te weten. Ze weten al te veel, denk ik wel eens. Ziel en zaligheid. Met wat voor een nut? Ik krijg er niets voor terug, doe het voor de kat zijn kut. Liefdadigheid zonder dat ik de warmte voel van het goed doen.
Ondertussen zitten we hier in Frankrijk, opgesloten, verdienen niets. Ik denk aan een blog, ik zou aan verdien opportunitties moeten denken, aan escape, reddingsboeien, een verrassende wending waardoor alles ten goede keert, een deo ex machina. Waar vind je zoiets? Niet door blogjes te schrijven, ze leiden af van het echte leven. Het zijn kleine wanhoopdaadjes. Wie creëert nu zijn eigen media? Veel energie in niets verdienen.

We lopen langs onze concullega’s, mede Nederlanders. Ze staan er hetzelfde voor als wij. Een groot huis, geen gasten. Isolatie. We hebben een gesprek buiten hun poort. We houden geen 1,5 meter afstand maar 2 meter. Iets wat die verrekte Nederlanders dit weekend niet konden opbrengen waardoor die verrekte crisis nog erger wordt en nog langer gaat duren. Daar zou ik over kunnen schrijven, maar daar heeft iedereen al over geschreven en Arjan Lubach ging er ook over en dat was vrij effectief vond ik. Mijn besluit staat vast. Vandaag schrijf ik geen blog.

Journal

 

Parkeerterrein

Zondag 22 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Als je bij ons de deur uitgaat en richting de rivier loopt, zie je na honderd meter rechts een langgerekte straat. Het is de koudste straat van het dorp, hoorde ik ooit iemand zeggen. Zelfs midden in de zomer komt er geen zon en in de winter giert de wind er doorheen.

Ik laat de straat rechts liggen en kom langs de Mairie, het gemeentehuis, een veel te groot gemeentehuis voor dit dorp, het staat symbool voor de vergane glorie. Na de Mairie is er rechts weer een straat. Op het uur waar ik hier loop is het een donkere straat, een straat waar ik in mijn kindertijd bang voor was. Het is een straat waar zomaar iemand te voorschijn kan springen om je te beroven. Het is jammer dat mensen ouder worden en zelfs de angst verdwijnt. Als je maar vaak genoeg door donkere bossen en straten loopt slijt met de fantasie de angst.

Als je die straat uitloopt ligt aan de linkerhand een groot kaal terrein met zwarte gravel. Al weet ik niet of gravel ook zwart kan zijn, het gruis lijkt in ieder geval op gravel. Meestal, ook ’s nachts, is het een parkeerterrein, een veel te groot parkeerterrein voor dit dorp. Aan de rand is er nog licht, hoe verder je het terrein oploopt, hoe donkerder het wordt. Zo laat heeft het een sinistere uitstraling. Soms zitten, diep in de avond, jongeren in hun auto’s te blowen, alleen de punten van de joints lichten op.

Een paar keer per jaar is het terrein omgetoverd tot een groot jeu de boules terrein. Over het hele parkeerterrein zijn banen gecreëerd en doet het halve dorp mee met een tournee. Daarnaast zijn is het terrein twee keer per jaar een kermisterrein. Over het terrein verspreidt zijn er een stuk of zes attracties, een schiettentje, een kleine tent met botsauto’s, een boksbal, dat soort dingen, daar tussendoor scharrelen een paar gezinnen, nog nooit zo’n kwijnende kermis gezien. Er zijn uren dat het aantal bezoekers op een hand is te tellen.

Elke avond of nacht, het is maar hoe je het uur rond twaalf uur wilt noemen, is deze parkeerplaats het doel van mijn wandeling. Aan de randen van het parkeerterrein liggen vieze stukjes gras waar Dies zijn behoefte kan doen zonder dat ik zijn stront in een zakje hoef op te pakken. Ik heb altijd zo’n zakje bij me en mocht hij zijn behoefte op straat doen, dan ruim ik het zeker op. Gelukkig is hij nu zo getraind dat hij dat nooit doet.

Gisteren liep ik het terrein weer tegen half twaalf op. In het dorp is het doodstil, geen mens te zien. De lockdown is hier compleet, iedereen die zich er aan houdt. Dies zoekt al snel de smalle strook gras op. Aan de andere kant van het parkeerterrein komt een auto aanrijden. Hij komt met grote snelheid mijn kant op. Ik sta midden in het grote licht van de auto. Dichterbij zie ik dat het gendarmes zijn.
Het raampje van de auto gaat open. Wat ik hier zo laat nog doe. Gelukkig komt op dat moment Dies achter een auto vandaan. Die vraag is beantwoord. Waar ik woon. Of ik mijn attest ook bij me heb. Ik laat het papier zien. ‘Dadelijk wel meteen terug naar huis, hè?’ We wensen elkaar goedenacht.

En zo is de situatie hier totaal anders dan in Nederland, waar steden, stranden en bossen nog volop gevuld zijn met mensen die allerlei sociale dingen met elkaar doen. Ik doe Dies aan de riem en loop door lege, donkere straten in een Margrait-achtig licht naar huis.

Journal

 

Pap

Zaterdag 21 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

– 2020 wordt een jaar dat ieder van ons een leven lang zal herinneren, iedereen heeft zijn eigen ervaringen en beleeft het op een andere manier. Maar ik hoop en verwacht dat een gevoel van saamhorigheid en trots ons dwars door deze moeilijke tijd zal blijven verbinden.

– Pfff, zo dat zit erop. Hoe vonden jullie het?
– Ik vond het echt heel knap gedaan, Alex. Je hebt helemaal niet gehakkeld, geen enkel woord verkeerd uitgesproken
– Het ging beter dan bij de troonredes, hè?
– Het komt ook door die baard, lieverd, dat weet ik zeker. Er zit nu echt een koning.
– En wat ik zei? Was dat ook goed?
– Ik denk dat de mensen erg dankbaar zijn voor je woorden. Je hebt echt niemand vergeten.
– Fijn, dus ik heb het goed gedaan?
– Echt lieverd.

– En wat vond jij ervan Alexia?

– Alexia, ik vroeg je wat. Zit niet steeds op dat ding te turen.
– Wat?
– Wat vond jij ervan?
– Waarvan?
– Hoe ik het deed net op televisie.
– Die toespraak?
– Ja, die toespraak.
– Saai. Ontzettend saai.
– Nou bedankt.
– Jij kunt zo slecht voorlezen. Je doet alsof je tegen de mensen praat, maar je bent gewoon aan het voorlezen.
– Alexia, ik vind niet dat je zo vervelend tegen papa moet zijn.
– Hij vroeg toch wat ik ervan vond. Nou dan zeg ik dat.

– En jij Amalia?

– Amalia, leg die laptop eens weg. Ik vroeg je wat.
– Ik ben net zo lekker aan het gamen. Wat vroeg je dan?
– Hoe jij die toespraak vond.
– Sorry pap, maar ik vond hem tamelijk boring. Jij kunt zo slecht voorlezen. En weet je, je zei niets nieuws. Alles wat je zei wisten we al.
– Maar ik heb iedereen toch een hart onder de riem gestoken?
– Ik vond het zo’n peptalk. Zo’n doorzichtige peptalk.
– Jezus, ik kan ook nooit wat goed doen.
– Je vroeg wat ik ervan vond. Nou dit dus.

– En jij Ariane, heb jij nog een mening?
– Waarover? Ik ben bezig met mijn huiswerk, dat zie je toch.
– Wat vond jij van mijn toespraak?
– Sorry pap, ik heb wel iets beters te doen, hoor. Ik heb zoveel huiswerk.
– Heb je niet gekeken?
– Wel even.
– En dan kijk je het niet even uit?
– Wel even, zeg ik toch. Je moet het niet altijd over je werk hebben. Lekker belangrijk, hoor.
– Max, ben ik nou gek of die kinderen?
– Pubers, lieverd. Kom maar even lekker bij me zitten.
– Het is toch niet leuk hoe ze doen.
– Pubers, schat.
– Max, niet steeds in mijn baard kroelen. Daar krijg ik zo’n jeuk van. Zet de televisie eens aan.

– Zie nou wel, Kysia Hekstra vond de toespraak heel goed, menselijk, empathisch.
– Ja, pardon hoor pap, maar die Kysia Hekstra is een believer. Die vindt alles goed van ons. Als jij me doodslaat, vindt ze dat nog een koninklijke daad. Dat moet ook wel, anders wordt ze ontslagen.
– Jij moet je brutale mond houden Alexia.
– Max, stop nou eens met die baard. Ik ga even Mammie bellen, hoor. Ben zo benieuwd wat zij ervan vond.

Journal

 

Vervelen

Vrijdag 20 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Wyb voor de slagerskraam.

Wyb in de rij voor de Super U.

We zitten nu bijna een week in quarantaine. We gaan alleen ’s ochtends de deur uit voor de bakker en ’s middags voor de Super U. Ik neem de bakker voor mijn rekening, Wyb de Super U. Daarnaast laten we Dies uit, meestal met z’n tweeën, ondanks dat dit eigenlijk niet mag. We mogen niet met z’n tweeën over straat. Onze wandeling gaat echter over een paadje langs een rivier, niemand die ons ziet, niemand die we tegenkomen.

Alleen het laatste stuk moeten we over het marktplein terug lopen. Twee gendarmes busjes staan daar mensen te controleren. Wyb en ik sluipen er langs. We worden niet opgemerkt omdat ze in zware discussie zijn met een man die zijn papieren niet bij zich heeft. Een doodzonde. Officieel mag je ook maar twintig minuten buiten zijn. Ik weet niet of er überhaupt iemand naar buiten gaat want het dorp is de laatste dagen uitgestorven. Behalve bij de Super U moet je in de rij staan.

Vanmorgen ging de markt wel door, vond ik opmerkelijk. Maar het was een gedecimeerde markt. Er staan een paar kramen. Mensen houden eerbiedig afstand van elkaar. De marktkooplui hebben plastic handschoenen aan

Steeds weer krijgen we de vraag of wij ons niet vervelen. Het eenduidige antwoord daarop is: absoluut niet. Wij kunnen ons zelf prima vermaken. Sterker, ik heb het idee dat ik tijd tekort kom, de dag zou langer moeten zijn. ’s Ochtends werken we in de tuin, doen wat klusjes in huis. Dat worden er steeds minder want alle plees zijn gepoetst, de was gewassen en gestreken. Tijd te over zou je denken.

Gelukkig heb ik als enig kind al vroeg geleerd me zelf uitstekend te vermaken. Als dat tenminste iets met enig kind te maken heeft want Wyb kan het ook uitstekend.
Van Anne kreeg ik de volgende link vandaag toegestuurd https://cinetree.nl/, een site vol arthouse films.
Van Kees kreeg ik deze link https://www.idfa.nl/nl/collectie/documentaires?page=1&filters%5BtvPrice%5D=Gratis Gratis documentaires van de Idfa.
En dan hebben we het nog niet over het onvolprezen Netflix.
Thuis het Rijksmuseum bezoeken? Geen probleem, zie https://www.rijksmuseum.nl.
Wat een genot dat je dat allemaal thuis op op de bank kunt consumeren.
’s Avonds is er analoge televisie, De Wereld Draait Door, Op1 en niet te vergeten de vele persconferenties.

En dan hebben we het nog niet gehad over de stapel boeken die in de kamer ligt te wachten, Dossiermodderdag dat elke dag aandacht verdient. De cursus Lightroom die ik volg, de Franse taal die ik onder de knie moet zien te krijgen. Ga zo maar door. Wat mij betreft mag die quarantaine nog wel even duren. Hoeven we tenminste niet te wandelen, Zuid-Frankrijk verder te verkennen en nog even naar Barcelona te rijden.

Journal

 

Creditcard

Donderdag 19 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Dossiermoddergat wordt steeds meer een Dossiercorona. Niet gek, want het virus is inmiddels opgerukt tot ons dorp. Er zijn schijnen volgens de kruidenier op de hoek tientallen patiënten te zijn. Of het klopt weet ik, maar het is duidelijk dat de inwoners van Saint-Hippolyte-du-Fort duidelijk geïmponeerd zijn, iedereen blijft keurig binnen.

Dit wordt het saaiste blogje ooit in Dossiermoddergat geschreven. Toch is dit het meest essentiële blogje. Als we over vijf of tien jaar dit blog herlezen, zal de toekomstige lezer zeggen: verdomd, er waren dus mensen die ervoor gewaarschuwd hebben.

Er razen namelijk twee virussen over de wereld. Over het ene virus, het corona virus worden kranten vol geschreven en talk shows volgeluld. Het andere virus verstopt zich alsnog op pagina 17 van de Volkskrant. Het is niet uit te sluiten dat dit virus ooit de impact van het corona virus zal overvleugelen. Het is het virus van de kop in het zand of: we zien wel waar het schip strandt. Niemand durft zich er aan te branden.

We vinden het de gewoonste zaak van de wereld dat Wopke Hoekstra zegt ‘we hebben diepe zakken’ en tientallen miljarden hulp aan ondernemers toezegt. De Verenigde Staten staat op het punt om met een injectie van 1,2 biljoen de coronacrisis te bestrijden. Geld, dat niet bestaat, wordt toegevoegd aan de schuldenberg die al op deze wereld bestaat. Het tweede, nog onzichtbare virus, is het virus van het lenen, steeds meer schulden maken, zonder dat daar enige dekking tegenover staat. Het virus is een tijdbom.

En dan te bedenken dat aan het hoofd van het economisch meest belangrijke land, een land waar alle standaarden aan zijn gerelateerd, een gek staat. Tegen CBS zei de gek: ‘Ik ben de koning van de schuld. Ik ben geweldig goed met schulden. Niemand begrijpt schulden beter dan ik. Ik heb er mijn fortuin aan te denken.’ Die laatste zin is pikant. Veel mensen zijn er van overtuigd dat Trumps fortuin niets anders is dan een berg schuld. Waardoor het citaat helemaal klopt.

Ik ga het je nu laten duizelen. Hou je vast. Even wat cijfers.
Bij de crisis in 2008 was de totale schuld op de wereld 180 biljoen dollar, dat is 180 met 12 nullen. Inmiddels is de totale schuld 255 biljoen dollar. Dat is drie keer de geldwaarde van alle goederen en diensten die in een bepaalde tijd in de wereld worden geproduceerd en geleverd.
Wie denkt dat overheden en bedrijven vet op de botten hebben: forget it. Ze baden in schuld. De schuld van de VS is nu 103 procent van het bruto binnenlands product (bbp), in 2049 zal dat bij ongewijzigd beleid zijn gestegen tot 149 procent.

De schuld van Italië is nu 132 procent van het bbp. Door de coronacrises zal het mogelijk kunnen oplopen tot 150%. De ellende waar Italië in zal belanden als de rente gaat stijgen staat in geen enkele verhouding tot de ellende die we met Griekenland hebben beleefd. De problemen zullen zo groot zijn dat het niet uitgesloten is dat dit het einde van de Eurozone is.

Als mensheid denken we een creditcard te hebben met onbeperkt limiet. Hoe je het wendt of keert, een keer zal de schuld moeten worden afgelost. Wie gaat dat doen? Wie kan dat doen?
O ja, nog één cijfer. De total bedrijfsschuld in de wereld bedraagt nu 75 biljoen dollar. 19 biljoen daarvan zit bij zombiebedrijven die bij de minste tegenslag omvallen.

Voor wie zich geen zorgen maakt over de schuldenberg is het makkelijk geld uitdelen. Om beeld te krijgen van de hoogte van de berg. In stapeltjes van 1 dollar is het voldoende om 71 keer tot de maan te reiken.
Laten we onszelf sterkte wensen.

(De gegevens uit dit blog zijn ontleend uit een artikel in de Volkskrant van 19 maart 2020, geschreven door Peter de Waard.)

Journal

 

51

Woensdag 18 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Wyb op illegale verblijfplaats met formulier dat toestemming geeft om het huis te verlaten voor de supermarkt en het uitlaten van Dies.

Gisteravond viel ik in slaap naast een 50-jarige vrouw, ’s ochtends werd ik wakker naast een 51-jarige. Wyb is jarig. Feest! Nou ja feest, Wyb houdt niet van haar verjaardag. Elk jaar dat erbij komt is haar een doorn in het hart. Ze vindt ouder worden geen reden om te vieren. Ik ben het met haar eens.

Toch laten we haar verjaardag nooit ongemerkt passeren. Dat zit hem al in de voorpret. Zo half februari zeg ik om de paar dagen dat ze binnenkort jarig is en of ze al zenuwachtig is en of benieuwd is wat ze krijgt. Ze vindt het verschrikkelijke vragen, zeg dat ze er niet over wil praten. Dat is dus mijn voorpret.

Dit jaar komt de verjaardag van Wyb angstvallig dicht bij ongemerkt passeren. Het begint al met het ellendige feit dat ik geen cadeau heb. Dat heeft enigszins te maken met het feit dat Wyb geen cadeaus hoeft, al heb ik me daar nooit aan gehouden. Het heeft veel meer te maken met de ellende dat ik niet weet waar ik een mooi cadeau vandaan moet halen. De supermarkt en de bakker zijn de enige winkels die open zijn, en de kruidenier om de hoek.
‘Maar dan had je toch iets online kunnen bestellen,’ spreekt Anne mij door de telefoon bestraffend toe.
Verdorie oprecht niet aan gedacht. Bovendien een Nederlandse opmerking. Anne leeft nog enigszins in vrijheid, de lockdown in Frankrijk zorgt ervoor dat er niets meer wordt bezorgd. Daar zullen ze in Nederland nog aan moeten wennen als Rutte de lockdown uiteindelijk toch invoert.

Wyb is gek op picknicken. Ook dat is hier verboden want om te picknicken moet je samen de deur uit, naar een mooi plekje rijden en een stuk wandelen. We besluiten het toch te doen. Het is in feite het oprekken van onze quarantaine, zo praten we het voor ons zelf goed. We stappen de deur uit, onze auto staat meteen voor de deur en als we de straat uitrijden zijn we in de heuvels van de Cevennen. We komen niemand tegen, we kunnen niemand besmetten en niemand besmet ons.

Zo rijden we volledig illegaal naar een mooi plekje twintig kilometer verderop en kunnen we een land in lockdown bekijken. In de dorpen loopt niemand, de katten hebben de macht overgenomen, overal flaneren katten door de straten. Winkels zijn dicht, geen horecagelegenheid is open, precies zoals Macron het wil. In Lasalle zien we een lijkwagen staan. De begrafenisondernemers beleven natuurlijk gouden tijden.

Op een open plek in het bos, mijlenver van welk huis dan ook, picknicken we en plegen diverse telefoontjes. Waar we ook zijn, de communicatie met de wereld gaat altijd door. We richten onze gezichten naar de zon, die heerlijke lentezon. Ik doe mijn poloshirt uit, toch niemand in de buurt. Mijn lijf heeft zon nodig.

Op de terugweg belt het ziekenhuis van Nîmes. Mijn afspraak eind april wordt gecanceld, zo ook de operatie eind mei. Eerst moet de corona crisis en de beperkingen voorbij zijn, pas dan maken ze een nieuwe afspraak. Betekent dat ik nog een tijdje door moet lopen met die ellendige fistel.

Eind van de middag loop ik naar de bakker voor een mielefeuille en een tarte citron. 51 jaar! Feest. We weten zeker dat vanavond niemand langskomt om toch nog even te feliciteren, aldus beschikte Macron.

Journal

 

Lockdown

Dinsdag 17 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Eergisteren waren er nog gemeentelijke verkiezingen, zo ook in Corconne. Niks sociale onthouding.

Gisteren was het precies een jaar geleden dat we in Frankrijk kwamen wonen. Gisteravond sprak Macron het Franse volk toe, een uur na Rutte. In die toespraak, die vier tikkeltjes harder was dan die van Rutte, legde hij ons een soort huisarrest op, quarantaine in rampentaal. Een lockdown van heel Frankrijk.
Vanaf vandaag 12 uur mogen wij niet meer de deur uit. Als we Dies willen uitlaten moeten we een formulier downloaden en dat meenemen, hetzelfde geldt voor boodschappen doen. Ik zeg ‘als we Dies willen uitlaten’ maar dat is eigenlijk fout. Alleen Wyb of ik mag de deur uit. Dies zal het zonder ons gezamenlijk gezelschap moeten stellen.

Waarvoor waren we een jaar geleden ook weer naar Frankrijk vertrokken? We wilden elkaar meer zien, wilden meer persoonlijke vrijheid, hadden behoefte om eens keer iets anders te doen dan werken in het theater, verder trokken de zon en het Franse leven ons.

Dat elkaar meer zien, is bij deze quarantaine volledig gelukt. We zien niemand anders meer dan elkaar. We hebben voor onszelf een soort heerlijke cocon gecreëerd, maar we hadden gehoopt dat ‘elkaar meer zien’ samen te doen met gasten die we zouden ontvangen. Helaas heeft Macron uitgevaardigd dat er niet gereisd mag worden in Frankrijk, niet in het binnenland maar ook niet van het buitenland naar Frankrijk. In principe mogen we als chambres d’hôtes nog gasten ontvangen, het is tenslotte een particulier huis, helaas is er niemand die onze gast kan zijn. De mensen moeten thuisblijven, hun dorp of stad mogen ze niet verlaten. Er is zelfs een verbod op verjaardagsfeestjes en andere familieaangelegenheden. Volgens Macron is het oorlog en vechten we tegen een onzichtbare vijand.

We wilden meer persoonlijke vrijheid. Nou, dat lijkt me voor dit ogenblik volledig mislukt. Onze bewegingsvrijheid is gereduceerd tot nul. Alleen de weg naar de supermarkt is nog legaal. Alles buiten ons huis is verboden gebied. Wyb had het ondeugende idee om vanochtend nog diep de Cevennen in te rijden en daar te gaan picknicken. Gezien de oorlogstoon en onze behoefte aan solidariteit met de Fransen hebben we er van afgezien.

De behoefte aan iets anders doen is daarentegen totaal gelukt. We zijn al langer dan een jaar niet in het theater geweest. We zijn begonnen met zes maanden hard werken. Daarna kwam het najaar en beheerste mijn ziek-zijn ons leven en in het voorjaar beheerst het corona virus ons leven. Hoeveel variatie wil een mens in mijn leven. Voor het eerst in ons leven leven we in crisistijd, toch ook een bijzondere ervaring.

Verder trokken dus de zon en het Franse leven ons. Van zowel het eerste als het tweede hebben we een heerlijk portie gehad. Tenminste, in de zomer. In de winter schijnt ook regelmatig de zon maar zijn het toch vooral de koude nachten die bijblijven.
Het Franse leven is curieus. De wijnen zijn overheerlijk, het eten idem, geen kwaad woord over het Franse leven. Ik kan mij goed voorstellen dat Macron die stevige toon gebruikte. Tot nu toe werden alle dwingende adviezen om het virus op afstand te houden met voeten getreden. Mensen kusten elkaar nog volop, de terrassen zaten hutje mutje. We merkten niets van sociale onthouding. Vanaf nu dat anders zijn, denk ik. Macron zet 100.000 militairen in en alle gendarmes om de discipline af te dwingen. Wie zonder reden en formulier buiten loopt krijgt €135 boete.

Voor het eerst dat ik tijdens een oorlog gevangen zit. Over de gevangenis niets dan lof, nog nooit zo’n grote cel gehad. De tuin en het zwembad erbij mogen er ook wezen. Je hoort ons niet klagen. Vanaf onze bank, tussen de Netflix-series door, volgen we de gebeurtenissen op het medisch slagveld in Nederland en Frankrijk op de voet.

Journal

 

Tijdperk

Maandag 16 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Toch weer die corona crisis
We lopen een moeras in en ik hoop dat er een paadje is dat ons er veilig door kan leiden. Ben er niet zeker van, volgens mij niemand. We zitten in een ongekende crisis die het maatschappelijk en economische leven stil legt. Vliegtuigmaatschappijen vliegen niet meer, winkels zijn dicht, grenzen die sinds lang open waren sluiten. Volgens mij is zo’n noodstop nooit eerder in de geschiedenis voorgekomen.

Stel dat die noodstop wordt opgeheven, kunnen we dan gewoon doorgaan waarmee we gestopt zijn? Niemand die het weet. Anne, mijn dochter, is journaliste, ZZP’er en ze heeft momenteel geen opdrachten meer, dus ook geen inkomsten. Esmee, mijn andere dochter, heeft op Ameland met haar man een restaurant en een discotheek, beide zaken zijn door de maatregelen gedwongen gesloten. Ook zij hebben geen inkomsten meer.

En dan wijzelf. Onze chambres d’hôtes mag ik principe doorgaan omdat het een particulier huis is. Helaas hebben Wyb en ik dit grote huis nu helemaal voor ons alleen. De aankomende anderhalve maand verwachten wij geen gasten. Niet omdat het niet mag, maar omdat mensen niet meer mogen reizen en niet meer durven. Het dringend advies van de Franse regering: blijf zoveel mogelijk binnen. Een totale lock down schijnt op handen te zijn. De weinige reserveringen die we in april hadden zijn vandaag geannuleerd waardoor ook wij zonder inkomsten zitten.

Ik had Jan gisteren aan de lijn. We spraken over de gevolgen van de crisis. ‘Het is het einde van een tijdperk,’ zei Jan, ‘ik denk dat de wereld er hierna anders uit zal zien’ Misschien heeft hij gelijk. Afhankelijk van wat er de aankomende maanden gebeurt.
Ik denk aan de 1,2 miljoen ZZP’ers die we hebben. Met onmiddellijke ingang, volledig onverwachts, vier weken geleden hadden we de huidige situatie nog niet vermoed, zitten zij zonder inkomsten. Sommigen hebben een buffer, de meesten niet. Hoe gaan zij, of anders gezegd, hoe gaan wij dit oplossen?

De minister van Economische Zaken, Wiebes, schijnt voorlopig niet van zins te zijn daar iets aan te doen. Letterlijk zei hij: ‘Voor veel ZZP’ers betekent dit teruglopende inkomsten. ZZP’ers wilde zelf geen vast dienstverband. Deze mensen hebben bewust dat risico genomen.’
Met financiële ondersteuning van miljoenen aan Shell, Schiphol, KLM en ga zomaar door heeft de man geen moeite. De ploeterende ZZP’er moet het zelf maar uitzoeken. In de hoop zijn historisch besef en zijn verantwoordelijkheidsgevoel wat op te vijzelen, heb ik op Facebook bij een column over hem in NRC het volgende gepost:

‘Al die ZZP’ers zijn een gevolg van decennialang liberaal beleid waarin overheidsdiensten werden verzelfstandigd, tot het bot werd bezuinigd, privatisering en outsourcing regel werden, semi-publieke instellingen gedwongen werden bedrijfje te spelen, gesubsidieerde instellingen uitgeknepen, en bedrijven beseften dat ze goede arbeidsvoorwaarden aan hun laars konden lappen. Meneer Wiebes beseft blijkbaar niet dat hij mede de oorzaak is van het fenomeen ZZP’er en de ramp die hen nu boven het hoofd hangt.’

Ik weet niet of er zich na deze crisis een nieuw tijdperk aandient. Veel mensen hadden in de oorlog het idee dat na de oorlog alles anders zou worden. Na de oorlog herstelde de oude orde zich weer opmerkelijk snel. Hetzelfde zal nu gebeuren, vrees ik. Daar zorgen mensen als Wiebes en zijn liberale vrienden wel voor.

Journal

 

Onthouding

Zondag 15 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Een paar weken geleden bedacht ik dat ik, in het licht van de geschiedenis, een lucky boy ben. Uitgerekend de jaren in de 65 jaar die ik nu leef waren de de meest comfortabele en humane sinds de homo sapiens leerden praten. Ben ik ook nog eens geboren in een van de landen waar dat comfortabele en humane het meest voelbaar is. In mijn leven heb ik nooit oorlog meegemaakt. Armoede heb ik niet gekend, integendeel. Ik ben opgevoed vol liefde. In mijn land heerst geen willekeur en vervolging. Ik heb nooit voor mijn leven moeten vrezen. Nooit heeft iemand het in de geschiedenis van de mensheid het beter gehad dan ik.

Nu, na 65 jaar en 3 maanden, maak ik voor het eerst een serieuze crisis mee. Een paar weken geleden schreef ik al dat Corvid-19 steeds dichterbij kwam. Het had zich al in Noord-Italië en Barcelona gevestigd. In de afgelopen weken nam het ook bezit van Frankrijk en Nederland. De ernst van het virus werd steeds meer zichtbaar en voelbaar. De dichtstbijzijnde grote besmettingshaard hier zijn de buitenwijken van Montpellier. In ons departement, de Gard, dat erg groot is, zijn er 15 besmette personen. Het virus is nu zo’n beetje mijn buurman geworden. Het gaat snel in onze geglobaliseerde wereld.

Sinds gisteravond heeft Macron aangekondigd dat ik me moet houden aan iets waar ik me mijn hele leven nog niet aan heb gehouden: sociale onthouding. In drukke tijden, en daarvan heb ik er veel gehad, verlangde ik vaak naar sociale onthouding. Ik wilde dan wegvluchten naar Moddergat of in een baantje als taxichauffeur op Ameland. Het is er nooit van gekomen en nu is er een verplichte sociale onthouding en verlang ik weer naar een orgie van sociale contacten. Het is ook nooit goed.

Opdat ik mij daadwerkelijk aan de sociale onthouding ga houden heeft Macron geordonneerd dat alle scholen, cafés, restaurants en winkels dichtgaan. Alleen supermarkten en apotheken blijven open. Hij raadt af te reizen en niet bij anderen op bezoek te gaan. De afgelopen tijd heb ik in Dossiermoddergat al diverse keren geconstateerd dat de Fransen zich matig aan alle adviezen houden om het virus niet te krijgen. Zo zag ik bij ontmoetingen dat mensen nog volop aan het kussen waren. Macron zag hetzelfde als ik en kondigt nu dus de sociale onthouding aan.

Chambres d’hôtes mogen in principe openblijven omdat het particuliere huizen betreft. Vannacht hadden we nog vier gasten maar ik vrees dat het voorlopig onze laatste zijn. Frankrijk komt tot stilstand, zo heb ik vanochtend het onmogelijk gezien.

Elke ochtend tegen kwart over zeven, half acht, loop ik de honderdvijftig meter naar onze bakker. In die honderdvijftig meter kom ik langs twee cafés waar elke ochtend de eerste mannen aan de wijn en het bier zitten. We wonen hier nu een jaar en elke dag was het raak. Toen Macron gisteren zijn missive de deur uit deed was ik er vast van overtuigd dat het hem niet zou lukken om de cafés dicht te krijgen. Maar verdomd, voor het eerst vandaag zag ik twee dichte cafés en als dat hier in Frankrijk het geval is, dan weet je dat het serious business is, dat de eerste echte wereldcrisis in mijn leven een feit is.

Journal

 

Dikke Ik

Zaterdag 14 mei, Saint-Hippolyte-du-Fort

‘Och, wij zijn een nuchter volkje.’ Ik heb het twee weken geleden toen we in Nederland waren diverse keren horen zeggen. Bij wie het uitspreekt hoor je in de stem even een vrolijk huppeltje. Nuchter, het woord drukt een bescheiden superioriteit uit. De rest van de wereld is emotioneel, irrationeel, sommige landen zijn zelfs lichtelijke hysterisch, maar wij zijn nuchter. Maxima zei ooit eens dat de Nederlandse volksaard niet bestaat. Foute inschatting: wij zijn bovenal nuchter. Wij laten ons niet gek maken.

Het fijne voor vrijwel iedereen die in Nederland woont, is dat hij nog nooit iets heeft meegemaakt. De alleroudsten hebben nog een tikje oorlog meegekregen. De rest is opgegroeid in weelde en heeft alle ruimte gekregen om luxueus te zeuren. Op die manier is het niet moeilijk om nuchter te zijn. Nu ik dit opschrijf, bedenk ik dat nuchter misschien ook wel een vorm van luiheid is. Wie nuchter is kan zonder te veel nadenken alles onverschillig naast zich neerleggen. ‘Wij zijn tenslotte nuchter, laat die anderen maar kletsen.’ Kunnen we vervolgens weer de tuin met de bladblazer van bladeren ontdoen.

Maar de tijden zijn veranderd. We worden zowaar bedreigd. Voor het eerst voelt het nuchtere land iets van existentiële angst. En dan is alles anders. Vermoedelijk komt dan pas de ware volksaard naar boven. Wat gaat de nuchtere mens als eerste doen: hamsteren, hebben, hebben, hebben, denken aan ik, ik, ik.
Anne stuurde me bovenstaande foto. Het is de Albert Heijn in de Spaarnerdammerstraat. Het is een zelfportret van Nederland. Lege schappen. Ik, Ik, Ik en de rest kan stikken. De nuchtere dikke Ik laat zijn ware gezicht zien.

Pikant detail. Wat gaan we als eerste hamsteren? Geen lekkere kazen, geen mooie wijnen. Pleepapier. Stel je een leven zonder wc-papier voor? Dat is toch lijden. Ik kan het weten want in mijn jeugd heb ik vaak mijn kont met krantenpapier moeten afvegen en dat is geen pretje voor wie de bladblazer en de verwarmde autostoel in de nieuwe SUV als levensstandaard heeft.

De situatie rond Covid-19 hier in Frankrijk is ongeveer vergelijkbaar met Nederland. We staan aan het begin van een stevige epidemie. De supermarkten zijn hier nog allemaal mooi gevuld. Van hamsteren geen spoor. De reactie van de Fransen is nogal nuchter op deze pandemie. Wyb en ik deden gisteren boodschappen in de plaatselijke Super U. Er valt ons iets raar op. Hier geen winkelwagentjes met bergen wc-papier. De meeste wagentjes zijn gevuld met zakken voer voor de hond en de kat. De zorgen van de Fransman gaan blijkbaar op de allereerste plaats uit naar hun huisdier. Gekke Fransen.

Journal

 

Excuses

Donderdag 12 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

– Au, verdomme.
– Alex?
– Ja?
– Wat was dat?
– Hoe vaak heb ik nou wel niet gezegd dat je je pumps in de kast moet zetten. Altijd liggen die dingen midden in de kamer.
– En dan zullen we het maar niet over jouw onderbroeken hebben.
– Wanneer ben je nou eens klaar in die badkamer? Ik moet mijn baard nog bijtrimmen.
– Je klinkt vandaag niet gezellig, lieverd.
– Vind je het gek? Ik heb zo de pest aan staatsbezoeken. En dan die hitte hier.
– Niet te veel mopperen, lieverd. We worden er goed voor betaald.
– Moest er nog bijkomen van niet. Ik heb je pumps in de kast gegooid.
– …
– Max?
– Ja?
– Ben je nou klaar?
– Je wilt toch een knappe vrouw.
– Je doet toch niet weer dat gekke hoedje op hoop ik.
– Welk hoedje?
– Die bruine halve helm. Vond ik echt geen gezicht.
– Wat ben je weer heerlijk positief.
– …
– Alex, jij kunt.
– Weet jij waar mijn baardtrimmer ligt?
– Oh ja, wat ik je nog wilde vragen. Wat zei je nou eigenlijk toen je het over excuses had?
– Dat weer ik nog precies. Ik heb er zo lang met Mark over gehad.
– Wat zie je dan?
– Waar is verdorie mijn baardtrimmer?
– Kijk eens in het kastje naast de spiegel.
– Ja. Je bent geweldig.
– Maar wat zei je nou?
– Dat je geweldig bent.
– Nee, ik bedoel over die excuses.
– Voor de geweldsontsporingen van Nederlandse zijde in die jaren wil ik hier nu, in navolging van eerdere uitspraken van mijn regering,       mijn spijt uitspreken en excuses overbrengen.
– Dan heb je dus eigenlijk niet je excuses aangeboden.
– Heb je het woordje excuses niet gehoord. Waar ligt nou weer mijn deo?
– In hetzelfde kastje. Kijk nou eerst eens goed voordat je iets vraagt. Je hebt je excuses gemaakt voor geweldontsporing, voor de excessen. Maar niet voor al die jaren koloniale onderdrukking en niet voor die oorlogshandelingen na de Tweede Wereldoorlog.
– Max, jij werkt zeker bij de Verenigde Naties? Ga daar lekker een beetje zitten zeuren. Je hebt toch zelf gezien dat Woko Jidodo blij was met die excuses.
– Joko Widodo.
– Zo getrimd en al. Zie ik er een beetje representatief uit.
– Je hebt een vlek op je broek. Kom eens, ik heb vlekkenwater bij me. Wie heeft die formulering bedacht.
– Wat denk je? Mark natuurlijk.
– En jij was het ermee eens.
– Max, ik kon excuses maken, daar was mama blij mee en ik ook.
– Ik snap echt niet dat Joko daar tevreden mee was.
– Och, die denkt ook, al dat Nederlandse gedoe, dat is zo lang geleden. Kijk nou, een hele vieze natte plek. Nou lijkt het net of ik bij het plassen heb staan nadruppelen.
– Loop even mee naar de badkamer, dan föhn ik het droog. En dan moeten we echt gaan hoor. We gaan dadelijk naar traditionele Javaanse dans kijken.
– Nee, toch.