Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Vurrukkulluk

Maandag 22 oktober, Oude Willem/Lhee

Elke week krijgen we er een kilo hond bij. We hebben Dies nu drie weken en hij is drie kilo aangekomen. Socialisatie is in ons huis momenteel het meest gebruikte woord. We weten dat een hond in deze periode het meest makkelijk socialiseert. Alles wat hij nu leert, verleert hij nooit meer. Maar het is niet makkelijk dat socialiseren.
Hij kan al op commando zitten. Hij gaat liggen op het commando af. En bij het woordje non, een erfenis van zijn Franse afkomst, weet hij dat hij iets doet wat niet mag. Hij weet best wat het commando ‘kom voor’ betekent, het vervelende is dat hij dat alleen binnen weet en buiten als hij zin heeft. Ik verlang naar de tijd dat hij volledig onder appèl staat. Dat maakt het leven een stuk makkelijker. We zijn op weg, zal ik maar zeggen.
Eigenlijk hebben we helemaal geen klagen over Dies. Hij houdt van mensen en kinderen in het bijzonder. Als hij ergens kinderstemmen hoort, moet hij erheen. Kinderen zijn, meer nog dan honden, de ideale speelgenootjes. Dat weet hij omdat ons buurmeisje Mirre elke dag langskomt om hem een kwartiertje af te matten.
Op andere honden is hij ook gek. We wonen op een goede plek want veel mensen komen op het idee om hun hond hier in het bos te laten rennen. Eigenlijk op elk wandelinkje komen we mensen met een hond tegen. Grote honden, kleine honden. Dies vindt ze allemaal even leuk. Al weet hij inmiddels dat je honden met respect moet behandelen. Eerst moet je ze voorzichtig, enigszins omzichtig benaderen, daarna toon je respect door een beetje nederig te doen en ze over hun neus te likken en als de andere hond dan gaat kwispelen, weet je dat je een potje kunt breken en kan het spelen beginnen. Een hond leert snel.
Dies is geen kinderachtig hondje dat bibberend in een hoek gaat zitten. Als er gespeeld mag worden, wordt er ook voluit gespeeld. We waren zaterdag bij Bertus en Henriette waar hij Chiva ontmoette, een vriendin om van te dromen, een van het wilde, maar buitengewoon leuke soort. Jammer dat ze niet in de buurt woont, want dat zou het leven van Dies helemaal gelukkig maken. Eindeloos rond bosjes rennen. Elkaar omgooien. Elkaar een beetje in de bek happen. De ideale vrouw, vond Dies. Het leven is vurrukkulluk. Zo goed dat Remco Campert dat woord heeft uitgevonden. Dies lust er pap van.

Beeldblog

Zondag 21 oktober, Almere/Lhee

Zaterdag 20 oktober, Lhee

Bocht

Met graafmachines, drilboren,
pikhouwelen, een kleine schep en
vervolgens een kwast van marterhaar
probeer ik het verleden bloot te leggen.

Ik moet terug naar wat eens was.
Hier ergens liggen de woorden begraven,
verloren terwijl ik uit de bocht vloog,
iets met cijfers, regels en subsidie.

Ik schreef protocollen, veel notulen,
heel veel notulen, en beleidsnota’s
waar sommigen echt in geloofden,
althans, dat zeiden ze met overtuiging.

Ik was een meester in aanvragen van geld,
in het optellen van de winst en het verlies.
Rekenmeester, decision maker, enzovoort
zoals het anderen en de overheid beliefde.

Nu zit ik op mijn knieën. Schraap modder,
aai het zand en stof weg. De contouren
komen te voorschijn van woorden die
ik lang geleden ben verloren in een bocht.

Beeldblog

Zaterdag 20 oktober, Amsterdam/Lhee

3x ADE, Amserdam Dance Event. Je kunt er niet omheen in Amsterdam.

Rauw

Vrijdag 19 oktober, Lhee

Ik ken de etymologische herkomst van het woord rouw niet. Maar ik weet vrijwel zeker dat het voortkomt uit het woord rauw. Eerst was er rauw. Iemand ging dood en dat voelde rauw. Rauw is een open wond. Rauw blijft schrijnen. Rauw is een onaangename, zelfs gemene oneffenheid.
‘Hoe gaat het?’ vroeg een van de eerste mensen aan een vrouw wiens man overleden was.
‘Rauw,’ antwoordde ze. ‘Erg rauw.’

De tijd schreed voort. Na zoveel generaties mens vroeg een vrouw aan een man wiens vrouw overleden was hoe het met hem ging.
Het ging zo slecht met hem dat hij zei: ‘Ik ben in rauw. Het voelt niet alleen rauw. Ik ben in de rauw.’
Mooi gezegd, dacht de vrouw. Zijn rauwe gevoel is zo rauw dat hij er in zit, ontsnappen is niet mogelijk, hij is er totaal door omgeven, hij zit gevangen in rauw. De uitdrukking ‘in de rauw’ vond iedereen zo sterk dat meer mensen het gingen gebruiken. Het simpele antwoord ‘rauw’ voldeed niet meer. Voortaan gebruikte iedereen de uitdrukking ‘in de rauw’ zijn.

De tijd schreed verder voort en de uitdrukking weekte zich los van het woord rauw. Lang geleden, het schrift was nauwelijks uitgevonden, dacht niemand aan het woord rauw als iemand zei ‘ik ben in de rauw’ en iemand, een sjamaan of een monnik, maakte ooit een spellingsfout en schreef in plaats van rauw het woord rouw op.
Iemand die de tekst las vond het een briljante fout. Het woord rauw en het begrip rouw hadden zo weinig meer met elkaar te maken: natuurlijk moest je rouw schrijven en niet rauw. En aldus geschiedde en deed niet alleen het begrip rouw opgang, maar ook het woord rouw.
Het mooie is dat iedereen die het woord rouw gebruikt toch ook altijd, diep in zich, de associatie legt met rauw. Waardoor de woorden rouw en rauw onlosmakelijk met elkaar verbonden blijven.

Beeldblog

Vrijdag 19 oktober, Almere/Duivendrecht/Lhee

Gijs

Donderdag 18 oktober, Lhee

Gijs is dood. Kleine mededeling, groot verdriet.
De afgelopen maanden ging het al niet goed met Gijs. Net voordat we op vakantie gingen at hij nauwelijks meer. Met injecties van de dierenarts en dwangvoeding knapte hij op. Tegen Jan en Connie die op hem pasten tijdens onze vakantie zei ik dat, mocht het nodig zijn, ze Gijs maar moesten laten inslapen. Dat was gelukkig niet nodig. Eenmaal terug van vakantie leek hij alweer een beetje op de oude Gijs. De trotse, sterke kater zoals we hem hadden leren kennen, de Koning van Lhee.

Wij waren goede vrienden van Gijs, maar zijn beste vriend was het landschap van Lhee, het gebied rond ons huis. Gijs kende het als zijn broekzak. Uren kon hij in het weiland naast ons huis zitten. Elke muis die langskwam, was er geweest. Geen bosje was hem onbekend. Soms zaten we in de Bospub iets te eten, zagen we Gijs langs lopen. Geen vogel, geen knaagdier was voor hem veilig. Afgelopen zomer kwam hij nog met drie jonge haasjes thuis.
Ik heb Gijs in Dossiermoddergat regelmatig een seriemoordenaar genoemd. Dat was hij onmiskenbaar, maar wel een lieve. Elke avond lag hij op de buik van Wyb die op de bank tv lag te kijken. Ik was te onrustig voor hem. Ik stond regelmatig op om wijn en gin tonic in te schenken, blogs te schrijven en meer van die dingen.

Gijs hield van rust. Dat was de reden dat hij wegliep bij zijn vorige baas, de eigenaar van de camping tegenover ons. De eigenaar had een hond genomen. Gijs haatte honden, onrustige beesten die blaffen en te veel willen spelen. Hij had op de een of andere manier door dat het bij Wyb en mij goed toeven was, rustige, bedachtzame mensen. Hij adopteerde ons. Hij drong zich op uitermate charmante en geraffineerde wijze naar binnen.
Wij brachten hem regelmatig terug naar zijn oude baas. Die hield hem dan een paar dagen binnen. Tevergeefs. Gijs wist precies waar hij graag wilde zijn. Een jaar later ging zijn vorige baas verhuizen. Ze vroeg retorisch wat ze met hem moest doen. Natuurlijk was dat logisch: Gijs zou bij ons blijven, maar vooral in zijn landschap, zijn territorium, zijn biotoop. Gijs was een met zijn territorium. En met haar verhuizing werd Gijs officieel onze kat. Opeens hadden wij een kat, waar ik, dacht ik, allergisch voor was en die wij nooit hadden gewild.

Nam niet weg dat Gijs met ons vergroeide. Gijs hield eerder van ons dan wij van hem. Maar dat haalde wij snel in. Gijs werd onlosmakelijk met ons verbonden. Hij kende onze gewoontes, wij kenden de zijnen. Soms zelfs gaf hij ons de eer om bij ons in bed te komen slapen. Wij konden niet meer zonder Gijs, de grootste kat die ik ooit heb gezien. Wij kenden elk plekje in het landschap waar hij mogelijk kon liggen. Gijs verhuisde van plekje naar plekje, altijd weer had hij een nieuw favoriet plekje.
Het laatste plekje was een deprimerend plekje onder dennenbomen in onze houtwal. Het is zo’n plekje dat katten uitkiezen om in eenzaamheid te sterven. Zo zijn katten: solitair tot in de dood. Gelukkig zag Wyb gisteren waar dat plekje was en haalde hem weer naar binnen.

Vanochtend was het duidelijk dat Gijs zou sterven. Mager, kon niet meer op zijn poten staan, hij jammerde, vond geen rust, kwijl uit zijn bek. We maakten een afspraak met de dierenarts. Kwart over zes zou het gebeuren.
Ik had een afspraak in Zwolle. Nadat ik terugkwam trof ik een totaal ontredderde Gijs. Stervend. Ik belde Wyb en de dierenarts. Hij moest eerder inslapen, dit was echt ondraaglijk lijden. We konden om twee uur terecht. We wikkelden hem in zijn dekentje, zijn eiland, waar hij dagen en nachten op had doorgebracht. Zijn eiland lag midden in onze woonkamer. Gijs was letterlijk de centrale figuur in ons huis geworden.

Gijs spinde zoals hij nog nooit had gespind. Hij leek in zijn lijf een motortje te hebben. Spinnen kan ook kreunen zijn. Wij aaiden hem en hij begon steeds harder te spinnen. Op de tafel bij de dierenarts was één spuitje niet genoeg. De Koning van Lhee neemt niet zomaar afscheid. Onder onze liefdevolle handen verstijfde hij uiteindelijk. We rouwen om hem. We hebben hem in zijn landschap, achter in de tuin, bij de vijver waar hij vaak uit dronk, waar hij vaak zat te mijmeren en menige vogel ving, begraven. We zullen hem ontzettend missen. Wij hielden van Gijs.
Het hoofdstuk Gijs wordt in Dossiermoddergat bij deze gesloten. Zo jammer.

 

 

Gijs

Donderdag 18 oktober, Lhee

Boven. We brengen Gijs naar de dierenarts. Zijn laatste minuut in het huis waar hij zo graag was.
Onder. Het graf van Gijs.

Eiken

Dinsdag 16 oktober, Lhee

Op het platteland wonen heeft voordelen. Zo ken ik hier buiten mijn buren niemand. Dat brengt een heerlijke rust met zich mee. Vroeger woonde ik in de stad waar ik werkte en dat betekende altijd dat je werd opgeslokt. Zelfs als je boodschappen deed bij Albert Heijn. Hier in Dwingeloo kan ik twee bekenden tegenkomen. Maar ik kom ze hoogstens twee keer per maand tegen. De kassières zijn mijn beste kennissen in Dwingeloo.
Ander voordeel is dat ik maar naar buiten hoef te lopen en de hond kan plassen en  poepen waar hij wil. Het tuinhekje uit en hij kan al gaan zitten. Poepzakjes? Daar lachen ze hier om. De honden hebben hier een heideveld van tientallen vierkanten kilometers ter beschikking.
Nog een voordeel: je kunt hier de sterren zien en de overvliegende vliegtuigen. ’s Nachts is het muisstil. Hoe anders dan toen wij in pretpark ’s-Hertogenbosch woonden. Elk weekend een feest op De Parade, elke nacht lallende mensen. Ik heb hier nog nooit iemand horen lallen.
Laatste voordeel: ik kan zo naar buiten lopen en in mijn tuin een boom uitkiezen om te plassen. Bomen genoeg. Niemand die me ziet.

Ik begin daarover omdat er aan het buiten wonen ook nadelen zitten. Een zo’n nadeel is dat er overal bomen groeien, ook om ons huis. Om ons huis staan een stuk of zes eiken, robuust waken ze over ons huis, lijkt het. Het vervelende is echter dat bomen wortels hebben.
There’s a world going on underground, zingt Tom Waits. En die wortels groeien langzaam. En ze zijn ijzersterk. Dringen zich door alles heen. Ook onze riolering.
De afgelopen jaren hebben we wel acht keer de ontstoppingsdienst moeten bellen. Vanaf vandaag is er geen ontstoppen meer mogelijk. De eiken hebben vermoedelijk onze riolering totaal tot stoppen gebracht. Het water loopt niet meer weg. Als ik de wc doortrek, komt de drek er in de douche weer uit.
Morgen gaan ze een deel van het tuinpad open breken. Kijken of ze de plek van de verstopping kunnen vinden. Tot die tijd moet ik buiten plassen. Morgenvroeg maar kijken of de Bospub open is om te kijken of ik daar kan poepen. Het is behelpen als je tergend langzaam wordt belaagd door bomen. Onze vuilafvoer hebben ze nu toe stoppen gebracht. Kan goed dat het een stille wraak is op de vervuiling die wij mensen veroorzaken. Gelijk hebben ze. Opstand der natuur. Het begon in Lhee.

Beeldblog

Dinsdag 16 oktober, Diever

Handeltjes.

Hakken

Maandag 15 oktober, Lhee

Ver weg, in het zuiden van Nederland, ligt mijn tante te sterven. Ik schrijf niet ‘een tante’, ik schrijf ‘mijn tante’. Het woord tante klinkt sowieso enigszins afstandelijk. Een tante, oké, een tante, je hebt ze in alle soorten. Ik ook. Ik heb tantes die ik niet ken, of nauwelijks ken. Toevallig, of niet toevallig, ken ik deze tante heel erg goed. Het is dan ook mijn tante.

Mijn tante is in de 80. Een mooie leeftijd. Daar komt bij dat ze al jaren leed aan Alzheimer, ook in haar geval is de dood meer een bevrijding dan een verdriet. Zou je denken. Maar dat is niet zo. Mijn tante is voor mij namelijk omhangen met herinneringen. Een belangrijk deel van mijn jeugd is met haar verbonden. Vele weekenden bracht ons gezin en haar gezin gezamenlijk door. We kampeerden samen, gingen bij elkaar logeren. Mijn ouders hadden één zoon, mijn tante en haar man hadden één dochter. Twee kleine gezinnen die elkaar vaak opzochten en feestdagen samen doorbrachten. Het huis van mijn tante kan ik uittekenen. Evenals de manier waarop ze praatte. Mijn tante kwam oorspronkelijk uit Duitsland. Ze trouwden met de broer van mijn moeder en het verhaal wil dat ze het eerste anderhalf jaar nauwelijks sprak. Na die anderhalf sprak ze perfect Nederlands. Dat neemt niet weg dat ze sommige Nederlandse woorden zo mooi uitsprak, daar kon geen Nederlander tegenop. Zo mooi nadrukkelijk, zo mooi accentloos.

Deze dagen heb ik regelmatig contact met mijn nicht. Ze maakt nu hetzelfde proces door als ik met mijn moeder heb doorgemaakt. De dood als bevrijding, en toch met moeite afscheid kunnen nemen. Omdat je weet dat het afscheid definitief is, onomkeerbaar. Nog regelmatig heb ik bijvoorbeeld de behoefte om mijn moeder te bellen. We hebben zo lang niets meer van elkaar gehoord.
Gelukkig hebben Wyb en ik drie maanden geleden mijn tante nog opgezocht. Mijn nicht probeerde me voor een teleurstelling te behoeden. Ze praatte nauwelijks meer, herinnerde zich nauwelijks iets meer, was afwezig. Het schijnt dat zich die dag een wonder voltrok. Ik kwam binnen en ze herkende mij meteen, wist mijn naam, en vertelde mij meteen dat ik haar lievelingsneef was. Die had ik in mijn zak. Wij namen bewust afscheid van elkaar. Dat wil zeggen: ik wist dat ik haar nooit meer zou zien.

Nu ligt mijn tante te vechten dat ze dood mag. Mijn nicht heeft het moeilijk. Welke beslissingen neem je wanneer? Niemand die het antwoord weet. Het enige waar ik haar mee kan helpen is een uitdrukking uit de oude doos. Niet zomaar een oude doos, het is de doos van mijn oma. Als iemand het moeilijk had, zei ze steevast: hakken tegen de kont. Mijn nicht herkent de uitspraak van mijn oma. Zodoende is mijn oma zelfs nog decennia naar haar overlijden een steun voor ons. Natuurlijk: hakken tegen de kont.

 

 

Beeldblog

Zondag 14 oktober, Dwingeloo

Koekeloeren

Zaterdag 13 oktober, Lhee

Laat ik dat blog I amsterdam van eergisteren eens naar de Volkskrant sturen, dacht ik. Stort ik me ook eens in het publieke debat. Tot nu toe moest ik niets van ingezonden brieven hebben. Het is toch het domein van mopperende oude mannen die weten hoe het beter moet. Maar ik vond die kwestie van I amsterdam toch wel de moeite waard. Bovendien word ik over twee maanden 64, hoor dus bij de traditionele doelgroep ingezonden brieven schrijver.
Ik verstuurde de tekst laat, ietwat aangeschoten. Liet wat zinnen weg, zoals de opmerking: ‘Die grauwe straten in Oost-Berlijn waren achteraf gezien best lekker rustig.’ Ik zie ook wel dat dit een overdetop gerardtonen-zin is.
De volgende dag liet de Volkskrant me al weten dat ze de tekst wilden plaatsen. Vandaag zag ik dat ze hem tot Brief van de dag hebben gebombardeerd, plus mooi tekeningetje erbij. Ik besloot de tekst op Facebook te zetten, als ik dan toch bezig ben moet ik maar all the way.

Toen gebeurde iets waar ik het eigenlijk over wil hebben. Er kwamen reacties, natuurlijk op Facebook. Een aantal reactie kreeg ik echter via de mail. Dat is wonderlijk. Je schrijft iets op Facebook. Elke gebruiker kan direct reageren, lekker makkelijk. Een aantal Facebook vrienden besloot mij via mail instemming of kritische opmerkingen te sturen. Het waren mannen die zelf nooit iets op Facebook zetten. Al jarenlang heb ik nooit iets van ze gezien. Blijkt dat ze toch mee koekeloeren (wat een antiek woord, raakt vast uitgestorven), voyeurs dus.

Inmiddels ken ik deze mensen, ontmoet ze regelmatig. Het zijn meestal mensen van mijn leeftijd of iets ouder. Ze hebben de pest aan Facebook en social media in het algemeen. Ze zijn als de dood dat hun privacy eraan gaat. Terwijl ik denk: wie is nou werkelijk in je geïnteresseerd? Het gaat om mensen, net als mijzelf, die halverwege hun leven met internet kregen te maken. Met wantrouwen zagen ze de opkomst van alle communicatiemogelijkheden die internet met zich meebracht. Hun reactie: mijn hele privé gaat er zo aan. Ze zijn als de dood dat er een foto van ze op internet verschijnt. Reacties laten ze achterwege: stel dat iemand er misbruik van maakt en je weet nooit wat die tech bedrijven ermee doen. Opmerkelijk dat ze zich bij voorbaat laten muilkorven. Angst regeert de mens.
Ik kan hierbij de grappige kanttekening maken dat de meesten een iPhone hebben. Dus de illusie dat niemand iets van ze weet moet ik ze hierbij ontnemen. Door die iPhone weet in ieder geval één tech bedrijf alles van je.
Mocht iemand onder de vijftig dit blog lezen: ik schrijf over een uitstervend soort mens. Over twintig jaar leeft er niemand meer die bang is dat een fotootje van hem op internet verschijnt. Geniet nog even van deze grijze bangeriken, ze zijn een curiosum dat, net zoals de dodo en de velociraptor, totaal zal uitsterven. Ze vormen de laatste stuiptrekking van het analoge tijdperk.

Gejut

Zaterdag 13 oktober, Lhee

Beeldblog

Zaterdag 13 september, Lhee

Vuur

Vrijdag 12 oktober, Lhee

‘Ik ben onderweg, hoor.’
Dit is een zin die ik vrijwel elke dag hoor. Wyb belt vanuit de auto en kondigt aan dat ze met werk klaar is en naar huis komt. Voor mij een teken dat ik het eten kan gaan maken.
Terwijl ik met een makreelsalade bezig ben, belt Wyb nog een keer.
‘Hebben we nog hout?’ vraagt ze.
Ik vertel haar dat we geen hout meer hebben.
‘Dan ga ik een paar zakken halen. Steken we vanavond het vuur aan.’
‘Het is hartstikke warm in huis, dan gaan we de kachel toch niet aan doen.’
‘Ik bedoel dat we lekker buiten kunnen zitten. We steken de kachel buiten aan.’
‘O ja,’ zeg ik zuinigjes. Het is 12 oktober, denk ik. Wie gaat er nu nog buiten zitten. Maar ik weet dat Wyb een buitenmens is die het liefst midden op de steppe in Afrika rond een kampvuur zit. Ik ben meer een binnenmens die achter een bureau zit.

Neemt niet weg dat we een paar uur later voor onze pizza-oven buiten zitten en het vuur loeit. Niks 12 oktober, de avond voelt als een zwoele zomeravond. Er is nog niets van die vochtige, ietwat kille herfstavonden te merken die ik vorige week toch echt heb gevoeld.
12 oktober. Er zou nu een herfststorm op ons huisje in Moddergat moeten beuken. We zouden over zompige bospaden moeten lopen als we Dies uitlaten. Niets van dat alles. Het bos is kurkdroog. Heerlijk. Ik laat het toch niet na om te genieten van de opwarming van de aarde.

Ver weg roept de uil. Het gekke is dat ik hem altijd goed hoor en Wyb niet. Dat is raar omdat ik best een slecht gehoor heb. Ik hoor vaak de dingen niet die Wyb wel hoort. Zo hebben we beiden lagen in ons gehoor die zijn aangetast.
Het vuur knappert. In de bosjes hoor ik gescharrel. Best kans dat het de egel is die we ooit gewond in Meppel op straat hebben gevonden en meenamen. Ik heb hem al een paar keer rond ons huis zien scharrelen.
Boven ons in de heldere avondlucht, duizenden en duizenden sterren, vliegt het ene na het andere vliegtuig. Op PlaneFinder zien we vliegtuigen van Parijs naar Beijing vliegen, van Stockholm naar Londen. Als knipperende lichtjes vliegen ze over. Slechts af en toe horen we het zacht gebrom van een van die vele vliegtuigen. Goed beschouwd wonen wij pal onder een vliegtuigsnelweg.

 

Misc

Vrijdag 12 oktober, Lhee

Dies

Vrijdag 12 oktober, Lhee

Dit is dus het beeld tegenwoordig als ik achter mijn bureau zit te werken en naar beneden kijk. Trouwe hond, die Dies. Volledig vertrouwen, dat is duidelijk.

I

Donderdag 11 oktober, Lhee

City marketing is een bedroevende bezigheid. Al die stadjes en steden die hun uiterste best doen om hun volstrekte niksigheid onder een hoop poeha en zogenaamde vrolijkheid te verdoezelen. Al dat gemeenschapsgeld dat in de sloot wordt gegooid. Het is een maatschappelijke kwaad.
Er is één city marketing actie die ik briljant vind en waar ik vele malen van heb genoten. Ik bedoel het uitvinden van de slogan I amsterdam. Die twee woorden hebben zoveel zeggingskracht. Amsterdam is een sfeer, een gemoedstoestand, een manier van leven, een manier van denken. En yes I Amsterdam.
Nog briljanter was het om deze twee woorden meer dan manshoog, 23 meter breed, 5x in de stad te zetten. Hoeveel plezier mensen daarvan hebben kun je vooral zien voor het Rijksmuseum. Mensen laten zich voor, op en in de letters uitgebreid fotograferen. Als straatfotograaf heb ik er menig mooie foto aan te danken.

Maar I amsterdam mag niet meer van de linkse partij waar ik op heb gestemd. Femke Roosma, de fractievoorzitster van Groen Links zegt hierover: “I amsterdam staat voor het individualisme, terwijl wij in deze stad solidair en divers willen zijn. Bovendien reduceert deze slogan de stad tot een achtergrondje bij een marketingverhaal.” Waarom willen mijn linkse geestverwanten het altijd saai, saaier, saaist hebben? I amsterdam. En waarom zou I dan niet voor solidair en divers zijn? Is er geen I bij solidariteit en diversiteit? Altijd dat supercorrecte denken van mijn geestverwanten. Je zou een hekel aan ze krijgen. Is er iets leuks in de stad waar je op kunt klauteren en mooie foto’s maken, mag het weer niet. De betutteling, dat je dit als argument durft te gebruiken. Dan moet je toch heel diep in een tunnelvisie vastzitten.

Het treurige is dat Amsterdam hiermee een van de meest succesvolle city marketing acties ever weggooit. Met een beetje goede wil kun je zeggen dat de actie mede verantwoordelijk is voor de toeristenstroom die de afgelopen tien jaar tot stand is gekomen. Ik voorspel: haal de woorden weg en de stroom blijf groeien. Volgend voorstel van Groen Links: gooi het Rijksmuseum en het Van Goghmuseum dicht. Waarom zoveel aandacht voor voornamelijk mannelijke individuele kunstenaars. Nergens voor nodig. Die grauwe straten in Oost-Berlijn waren achteraf gezien best lekker rustig.
Wat me het meest dwars zit is de weerzin tegen het woordje I. Als Groen Links al over het woordje I valt, heb ik waarschijnlijk toch op de verkeerde partij gestemd.

 

Dies

Donderdag 11 oktober, Lhee

Beeldblog

Donderdag 11 oktober, Lhee

Liefde.

Vat

Woensdag 10 oktober, Lhee

Ik ben een vat vol vooroordelen. Ben ik altijd geweest. Als ik iemand zie, of iets hoor, heb ik meteen een mening. In mijn hoofd zitten allemaal laatjes en kastjes en daar stop ik die mening dan in. Het erge is dat die mening vaak helemaal niet gebaseerd is op ervaring, studie of gedrag. Mijn mening is een ding dat zich meteen in mij nestelt. Het beroerde is ook dat ik die mening vrijwel nooit hoef bij te stellen. Mijn vooroordeel wordt opmerkelijk vaak een oordeel.

Er zijn mensen die zeggen dat ik mensen meer een kans moet geven. Misschien hebben ze wel ongelijk want laatst las ik in een artikel dat mensen bij sollicitaties binnen een minuut een mening over iemand hebben en dat die mening opmerkelijk vaak klopt. Mijn vat vol vooroordelen is misschien gewoon een overlevingsmechanisme. Snel oordelen om zo je weg door het leven heen te laveren.

Het komt ook voor dat ik met zo’n vooroordeel een hekel aan mijzelf heb. Zo werd gisteren de nieuw politiek leider van D’66 geïntroduceerd, Rob Jetten. Intuïtief voelde ik meteen weerstand tegen de man. Of liever: mannetje. In mijn hoofd vormde zich onmiddellijk de woorden: wat een mannetje. Mannen die hun haar zo perfect hebben zitten, van die perfecte kleren hebben en alleen maar perfecte en correcte praatjes voortbrengen: ik wantrouw ze meteen. Perfecte mensen bestaan namelijk niet, waarom doe je je dan zo voor. Rob presenteert zich als een mens zonder scheuren en rafels en daarmee, weet ik, is het een valse presentatie. Tweede gedachte: wat een kwijlebabbel.

Gelukkig zag ik ook wat beelden uit zijn eerste politieke jaren en toen zag ik dat hij nog niet perfect was. Vond ik hem meteen een stuk sympathieker. Bovendien realiseerde ik me dat mijn vat vol vooroordelen weer veel te snel werkte. Ik had nog nooit van hem gehoord, nooit eerder gezien, ik zie hem op televisie en meteen stop ik hem in een laatje.

Ik heb daarom besloten hem het voor(oor)deel van de twijfel te geven. Kan best zijn dat die perfectie voortkomt uit onzekerheid. Iemand die aan zo’n functie begint, wil zich natuurlijk optimaal presenteren. Alleen echte mensen weten dat dit geen zin heeft. Er zijn alleen weinig echte mensen.

Beeldblog

Woensdag 10 oktober, Lhee

Herfstnacht aan de Bosrand.

Dies

Dinsdag 9 oktober, Lhee

Sinds wij onze vriend hebben, is de opvoeding begonnen. Voor een jonge hond is de wereld een oneindige poel van mogelijkheden. Hij weet dan nog niet dat die mogelijkheden wel eens botsen met onze belangen. Het is niet leuk dat mijn elektriciteitssnoeren worden doorgebeten en het vloerkleed moet ook heel blijven. Heeft hij eigenlijk allemaal snel geleerd. De snoeren liggen nog steeds waar ze altijd lagen, de schoenen kunnen gewoon in de kamer blijven staan. Bijzonder, want er liggen nogal wat snoeren en schoenen bij ons in de kamer. Ons huis is geen schoolvoorbeeld van Hollandse keurigheid en properheid. Met het vloerkleed heeft onze vriend wat meer moeite. Hij kauwt er niet meer op, maar hij vindt het heerlijk zich op te rollen in het kleedje naast mijn bureau.

De eerste dagen gedroeg de spruit zich als een timide en hulpeloze baby. Inmiddels weet hij dat we een veilig huis voor hem zijn en is zijn zelfvertrouwen enorm toegenomen. Dies is in een week uitgegroeid van baby tot peuter, die aan alles en nog wat wil zitten. Wat ik wil zeggen: nogal bewerkelijk.

In de week die we hem nu hebben, is hij naar de eerste puppycursus geweest. Ik weet niet of dat veel nut heeft. Er was een oefening dat hij naar zijn naam leerde luisteren. Onnodig voor Dies want dat doet hij als sinds dag twee perfect. En hij kan ook al op commando zitten en liggen. Over het aan de riem lopen hebben we ook geen klagen. Op de bovenste foto is te zien dat hij zich op de hondenschool tamelijk verveelde. Geen aandacht voor de juf, veel aandacht voor mij.

Grote uitkomst is de bench. Meneer heeft namelijk gekke vijf minuutjes die kunnen uitlopen tot een uur. Hij doet me dan aan een kind denken dat over zijn vermoeidheid heen gaat en zich steeds drukker gaat gedragen. Gelukkig is er dan de bench. Dat heeft zielig kijken tot gevolg. Maar opvoeden en altijd empathisch zijn gaan nou eenmaal niet samen.

Gedoe

Maandag 8 oktober, Lhee

– Mark?
– …
– Mark? Ben jij dat?
– Ja mams.
– Wat ben je laat.
– Och, gedoe.
– Wat voor een gedoe?
– Gewoon gedoe.
– Je hebt toch niet in een of andere kroeg zitten hangen?
– Was maar waar.
– Je klinkt zo somber. Zo ken ik je niet. Zeg dan wat er is. Je weet dat je alles tegen me kunt zeggen.
– Och, die dividendbelasting.
– Zitten ze daar nog steeds over te zeuren? Ik vind het zo goed dat je dat zo ferm hebt doorgedrukt. Die linkse mensen zijn altijd zo conservatief. Jij weet heus wat goed is voor het land. Hou je poot stijf.
– Het gaat niet door.
– Heb je ze gelijk gegeven?
– Unilever blijft toch in Londen.
– Maar meneer Paul Polman heeft toch gezegd…
– Meneer Paul Polman heeft zijn aandeelhouders niet in de hand. De Britten gaan niet akkoord.
– Nou moet je niet met de tv-gids gaan gooien, die kan er ook niks aan doen.
– Ik sta te kijk voor het hele land.
– Och, iedereen weet dat jij uiteindelijk het beste voor hebt met het land, jongen. En dat commissariaat bij Unilever na je premierschap? Gaat dat nou ook niet door?
– Paul zei dat dat geen probleem was. Zou hij zeker regelen. Wiedergutmachung noemde hij het.
– Dat is dan toch weer sympathiek van hem. Ga nou maar lekker slapen. Je moet morgen vroeg weer op. Ik heb nog twee zacht gekookte eitjes voor je gemaakt. Staan op de aanrecht. De toastje liggen ernaast

– Hé, krijgt je moeder geen nachtzoen?
– Sorry mams.
– Elke staatsman komt ooit voor hete vuren te staan.
– Als ik u niet had, mams.
– Lekker slapen jongen. Morgen is er weer een dag. Paul Polman zorgt er heus wel voor dat je goed terecht komt. Droom maar lekker.

 

Beeldblog

Maandag 8 oktober, Lhee

Liefde tussen baas en hond.
Foto past zo in een reclamefolder van het Zwitserleven Gevoel.

Idee

Zondag 7 oktober, Lhee

Ideeën, ze zijn er zomaar. Je ziet iets: en meteen heb je een idee. Ik zou wel eens willen weten wat er dan in die hersens gebeurt. Tsjak, tsjak, tsjak, een snelle associatie? Een ondoorgrondelijke verbinding? Het is toch een klein wondertje. Eerst is er niets. Opeens is er een idee. Als je het idee verwezenlijkt is er iets nieuws.

Wyb en ik lopen over Unseen, volgens mij het grootste fotofestival van Nederland. Er zijn galeries uit heel de wereld. Hollanders als we zijn vragen we ons af hoe die galeries het bekostigen. Uit elk werelddeel zijn meerdere galeries aanwezig. Kan er met die foto’s zoveel verdiend worden dat een reis gerechtvaardigd is? Of is het een hobby van rijke mensen? In ieder geval genieten Wyb en ik van de enorme beeldenrijkdom.
In een van de paviljoens is een giga boekenmarkt. Alweer zijn hier uit de hele wereld uitgevers verzameld die hun boeken laten zien. De meeste zijn ongelooflijk prachtig uitgegeven, kunstwerken op zich.

Bij een van de vele stand, het is uitermate moeilijk om door de bomen het bos te zien, zegt Wyb: ‘Hé, kijk, dit is een boekje voor jou.’ Verdomd. Schot in de roos. Het is een boek dat tekst en foto combineert. Op zich een eenvoudig boekje, een sympathiek boekje, een slim boekje. Het concept ga ik hier niet vertellen, voordat je het weet zijn er kapers op de kust. Ik heb meteen ideeën hoe ik het concept kan invullen.
Deze dagen waren Jan en Connie op bezoek. Een mooie gelegenheid om het idee bij hen aan te kaarten. Het eerste onderwerp van mijn boek is Jan, had ik bedacht. Zowel Jan als Connie is meteen enthousiast. Werk aan de winkel. Het resultaat zal op Dossiermoddergat zichtbaar worden.
Als ik het boek(je) heb gekocht, komt er fotograaf naar mij en de verkoopster toe. Of ik op een canapé plaats wil nemen en mij met de verkoopster en het door mij gekochte boek wil laten fotograferen. Hij wil dan ook enkele quotes van me waarom ik juist dit boek heb gekocht. Geen probleem. Ben altijd in voor een mooi kunstproject.

Dies

Zaterdag 6 oktober, Lhee

Als een hond een paar jaar is, heb je geen idee meer van de eerste maanden. De eerste maanden is toch zo’n beetje hetzelfde als een kind hebben. Hij moet weten dat elektriciteitssnoeren geen speelgoed zijn, dat je met scherpe tandjes niet zomaar in een arm kunt bijten en dat een vloerkleed niet om op te eten is. Best lastige dingen om allemaal te weten.
Daarnaast zijn er een baasje en een vrouwtje die allerlei dingen willen leren. Dat je op commando moet gaan zitten, zelfs liggen. Dat je niet aan een riem mag trekken, ondanks dat het vrouwtje soms erg langzaam loopt.
Daarnaast zijn er zoveel dingen die de moeite waard zijn. De buurhonden bijvoorbeeld, die acht keer zo groot zijn als jezelf. Al die mensen die je in een bos tegenkomt en allemaal even aardig zijn en waar je dan toch niet mee weg mag lopen. Een hond zou veel meer zijn eigen zin moeten kunnen volgen, vindt de hond zelf.
Een hond weet heus wel wat hij moet bestuderen. Bijvoorbeeld hoe stoer de buurhond poept in de tuin van de baas en de vrouw. Zelf zit hij altijd wat slap te poepen alsof hij elk moment kan omvallen. Bij de buurthond is dat anders. Die schijt zijn drol zelfbewust uit zijn lijf. Zo wil de hond het later zelf ook gaan doen. Het is een kwestie van goed kijken. Over een tijdje zal hij zelf ook zo zitten.

Beeldblog

Zaterdag 6 oktober, Die/Lhee

Nog even twee beelden uit Die, gemaakt tijdens ons zeer korte bezoek daar afgelopen weekend.
La réalité est une fraction de rêve. De realiteit is een fractie van een droom.

Dies

Vrijdag 5 oktober, Lhee

Een vredig tafereel. Een zonnige woonkamer. Een vrouw met op de leuning van haar stoel een kat. Een hond ligt op een kussen.
Een probleempje. De hond kent het concept kat niet. Is een kat een mislukte hond? Is een kat een tot leven gewekte knuffel? De kat ziet eruit als een beest waar je ontzettend veel plezier mee kunt hebben.
De kat kent het concept hond als geen ander. Hij is al eens uit het huis verjaagd door een hond die niet ophield met blaffen. Soms wordt hij zelfs opgejaagd door honden uit de buurt, moest hij een boom inklimmen.
Even nadat deze foto is gemaakt, breekt de oorlog uit. De hond besluit met de kat te gaan spelen. Eindelijk kan de kat al zijn haat voor honden uitleven op een zwak exemplaar van het soort. De kat en de hond vechten als kat en hond. Nee. Vechten is een fout woord. Er is één aanvaller: de kat. Er is één slachtoffer: de hond. De kat blaast en slaat. De hond jankt als een varken en duikt ineen.
Goed dat er nog een foto is van de eens vredige woonkamer.

Beeldblog

Donderdag 4 oktober, Elzas/Lhee

Oorlog en vrede

Donderdag 4 oktober, Lhee

Als ik aan een boek begin, lees ik het altijd uit. Ook al vind ik het niet echt boeiend. Een tamelijk Calvinistische manier van lezen. Het is een oude gewoonte die er maar niet uit wil. Tot vandaag.

Een paar maanden geleden las ik in een interview van een Nederlandse schrijfster dat ze was gaan schrijven na het lezen van Oorlog en Vrede van Leo Tolstoj. Op elke bladzijde had ze een grote waarheid gelezen. Dat inspireerde haar zo.

Oorlog en Vrede staat al jaren op mijn lijstje om te lezen. Maar ja, meer dan 1400 bladzijden, daar begin je niet zomaar aan. Nu de Nederlandse schrijfster mij zoveel beloofde, besloot ik het boek te kopen en eindelijk te lezen. Een jaar geleden las ik Anna Karenina, voor wie het niet weet, en steeds minder mensen weten dat, ook van Tolstoj. Na een moeilijk start las ik het boek toch met tamelijk veel plezier uit. Al snapte ik nou ook weer niet hoe het zo iconisch was geworden. Goed, het werd in 1877 gepubliceerd en zal toen revolutionair zijn geweest. Al zagen sommige critici in die tijd het boek ook al als een romantisch niemendalletje. Het romantische verhaal begon me in ieder geval naar mate ik vorderde steeds meer te boeien.

Nu dus Oorlog en Vrede gekocht. Het is een van de zeldzame keren dat ik een boek niet uitlees. Ik ben nu op bladzijde 572 en heb nog zo’n kleine 900 pagina’s te gaan. Ik zie al die boeken die moeten wachten door mij geworstel door die 900 pagina’s. De biografie bijvoorbeeld over Remco Campert die ik met veel plezier lees als afleiding voor Oorlog en Vrede. Eigenlijk veel en veel liever lees dan dat Oorlog en Vrede.
Vandaag besluit ik het boek definitief niet uit te lezen. Op geen enkele pagina heb ik een grote waarheid gelezen. Het verhaal is breed uitgesponnen, springt van de hak op de tak. Veel pagina’s over de vrijmetselarij, veel gezapigheid, weinig oorlog. Ik snap niet hoe die Nederlandse schrijfster tot haar uitspraak kwam. Ik zie het als een mislukte Netflix serie uit de 19e eeuw. Ik besef dat die eeuw een ander ritme had, mensen nog alle tijd hadden. Ik heb die tijd niet. Belachelijk natuurlijk dat ik zo’n grote titel diskwalificeer. Toch kan ik niet anders. Er is voor mij geen doorkomen meer aan.

Gijs

Woensdag 3 oktober, Lhee

Hebben ze godverdomme een hond aangeschaft. Een hond…
Iedereen lachen, allemaal blij. Niemand die iets aan mij heeft gevraagd.

Beeldblog

Dinsdag 2 oktober, Elzas

Dies

Dinsdag 2 oktober, Colmar

Ik geef toe dat het een naïef idee was. Op zondag naar Die 1130 kilometer, op maandag terug naar Lhee, weer 1130 kilometer, klusje om Dies te halen in twee dagen geklaard.
Die zondag hebben we gehaald. Niet in de tien uur die er op de navigatie stonden. De Fransen hebben de onhebbelijke gewoonte om na de vakantieperiode alle snelwegen op te breken. Zo is het onmogelijk om op normale wijze de grens Luxemburg, Frankrijk over te steken. Via sluipwegen is het alleen na lang zoeken mogelijk om Frankrijk te bereiken.
De Belgen hebben die Franse gewoonte overgenomen. Toeristen weg: meteen de boel opbreken. Die snelweg door de Ardennen is in feite een eenbaansweg geworden. Een baan is afgezet, werkzaamheden staat erbij. Maar van enige activiteit is niets zichtbaar. We sukkelen met 80 kilometer achter een vrachtwagen aan.

De terugweg is andere koek. Dies is onze speciale vracht. De vorige eigenaar laat weten dat Dies nog nooit in een auto heeft gezeten. Laat staan 1130 kilometer afgelegd. Het ergste wat ons kan overkomen is dat hij last heeft van wagenziekte. Een hond van ons kan niet aan wagenziekte lijden want een groot deel van zijn leven moet hij in een auto doorbrengen.
Dies is, wat autorijden betreft, de ideale hond. Na een paar kilometer valt hij in slaap en blijft dat vervolgens twee uur. Na die twee uur stoppen we en laten we hem uitgebreid uit. Moe valt hij dan weer in slaap. Dit ritme houden we 1130 kilometer vol.
Logisch dat je dat niet in één dag kunt doen. De eerste dag rijden we zo’n 600 kilometer tot Colmar in de Elzas. De tweede dag duiken we Duitsland in. Als ze daar een snelweg repareren weten ze dat je maar een klein stukje hoeft af te zetten. De tweede dag houden we het ritme vast en komt Dies als illegaal vreemdeling om 16 uur in Lhee aan. Verrassing: bos. Heeft hij ook nog nooit gezien. Feest!

Op de foto Dies tijdens een van onze tussenstops.

Dies

Maandag 1 oktober, Die

Tijd: maandag 1 oktober, 11 uur. Plaats: Die, Café de Lys. Dit is de afspraak die we met Matthieu maakten om Dies aan ons over te dragen. Wij zitten er al om 10.30 uur. Om 11 uur: geen Matthieu. 11.10 uur besluit Wyb naar hem te bellen. Ze krijgt geen gehoor.
Komt hij toch niet opdagen? Hebben we 1130 kilometer voor niets gereden? Alles is mogelijk. We putten enigszins hoop door onze ervaring gisteravond. We kwamen tegen half negen ’s avonds aan in Die en hadden enorme trek. Er waren nog een paar restaurants open maar die lieten ons weten dat we te laat waren, de keuken was al gesloten. Gelukkig kwamen we in een van de vele steegjes een Thais eettentje tegen, gespecialiseerd in meeneem voedsel. De eigenaar liet ons weten dat we aan de overkant van de steeg de Thaise hap wel konden opeten.
Zo belandden we in een soort huiskamer. De eigenaar bleek een Rus te zijn, het praktische werk werd gedaan door twee Zuid-Amerikaanse jongens, de een kwam uit Chili, de ander uit Argentinië. Ze vroegen wat we kwamen doen. We legden uit dat we een hond kwamen ophalen.
‘O, dan zijn jullie die mensen uit Holland. Matthieu heeft er ons over verteld. Ja, Matthieu is zo’n zachtmoedig mens.’ Gisteravond sterkte deze ontmoeting onze hoop dat we niet voor niets waren gekomen.

Vanochtend, toen we van de bakker naar Café de Lys liepen, kwamen we een oude bekende tegen, een van de zwervers die aanwezig was toen we besloten Dies te nemen. ‘Ah! De Hollanders,’ begroette hij ons.
‘We hopen dat Matthieu komt,’ zei Wyb.
‘Zeker wel. Jullie hebben ervoor betaald.’
Nou ja, betaald. 50 euro, dat hield niet over.

Om kwart over elf kwam Matthieu op zijn fiets aangereden, Dies in een rugzak voor op zijn buik. Grote kans dat we jaren en jaren samen zullen leven met het beestje dat daar op zijn buik bungelt.
Wyb schrikt van de omvang van Dies. Het halsbandje dat we voor hem hebben gekocht blijkt te krap. Ik had het wel verwacht zo’n formaat, al is hij nog duidelijk een baby hond.
We blijven nog even met Matthieu op het terras van Café de Lys zitten. Maar Matthieu is geen prater en zijn vriend, die we vanochtend tegenkwamen en nu ook bij hem is, ook al niet. Ik trouwens ook niet, want dat Frans van mij blijft ten enenmale ontoereikend. Wyb doet haar uiterste best een gesprek op gang te brengen.
We hadden graag nog eens de moeder van Dies en zijn zusje gezien. De moeder blijkt geblesseerd, daarom heeft hij haar thuisgelaten. Hij maakt zich een beetje ongerust. Zijn vriend vertelt nog dat de zus van Dies groter is dan Dies. Wat mij betreft gaan we zo snel mogelijk terug naar Nederland, er moeten nog heel wat kilometers worden afgelegd.
We geven Matthieu nog eens 50 euro. Kan hij misschien met de moeder naar de dierenarts Als cadeautje hebben we nog een paar pakjes kauwstaafjes voor moeder en zus meegenomen. Matthieu neemt Dies nog één keer op schoot. Daarna laat Dies zich gelaten in onze handen stoppen. Au revoir. Et maintenant aux Pays-Bas. Dies zal die Franse taal wel missen.

Beeldblog

Zondag 30 september, Die

La réalité est une fraction de rêve. De realiteit is maar een fractie van een droom.

Dies

Zondag 30 september, Die

Het is afgelopen 29 juli. We zijn op vakantie in Frankrijk met Esmee en de kinderen. Wyb en ik zitten in een café in Die, in de Drôme, Café de Lys. Opeens schiet een zwarte hond het café in en komt aan de voeten van Wybrich liggen. Hij laat zich uitgebreid aaien. Na een paar minuten rent hij het café uit en gaat bij een zwerver zitten die tegenover het café tegen een gevel aanzit. Overduidelijk dat dit zijn baas is.
Even later komt een andere man aanlopen met een hond. Hij draagt een doek waarin, zo te zien, jonge hondjes zitten. Hij gaat bij de zwerver zitten. Nieuwsgierig naar wat hij precies in de doek heeft, ga ik kijken. Er blijken inderdaad twee jonge hondjes in te liggen, een bruine en een zwarte. Ondanks mijn slechte Frans, of eigenlijk totaal gebrek aan de Franse taal, begrijp ik toch dat de hondjes één dag oud zijn en dat de zwarte hond de vader van de hondjes is.
Ik loop terug naar Wyb en vertel haar hoe ongelooflijk lief die hondjes in die doek liggen. We bekijken het tafereel, zien hoe steady de honden zijn. We kijken elkaar aan. Al langer sluimert de wens om weer een hond te nemen. We overwegen. Zowel de moeder als de vader ziet er prachtig uit.
‘Zullen we eens proberen of we een van de hondjes kunnen krijgen?’
Ik krijg er opeens ontzettend zin om weer een hond te hebben. Het grootste gedeelte van mijn leven had ik een hond.
‘Als jij wil, je weet dat ik het wil. Voor jou heeft het de grootste consequentie. Jij bent vaker thuis dan ik.’
Ik aarzel. Het kost een deel van onze vrijheid. Willen we dat? We dubben.
‘We doen het,’ zeg ik. Een impuls.

Gelukkig kan Wyb uitstekend Frans. Ze loopt naar buiten en overlegt met de eigenaar. Als ze terugkomt, weten we dat er nog één hondje vrij is, de bruine, een reu. We overleggen opnieuw. Weten we zeker dat we willen?
We lopen samen naar buiten en laten de eigenaar weten dat we graag willen. We wisselen telefoonnummers uit en overleggen dat we het hondje dan begin oktober komen ophalen. Hoeveel hij voor het hondje wil hebben? Niets. Het belangrijkste is dat hij een goed thuis krijgt. Dat kunnen we garanderen. Desalniettemin geven we hem 50 euro, een bijdrage voor het onderhoud. De hele zwerversgroep geven we nog een rondje.
Ik maak foto’s van de moeder en haar kinderen. Betekent dit nou dat we een hond hebben? Hoe betrouwbaar is de baas die Matthieu blijkt te heten. Misschien ziet hij dit wel als een goed verdienmodel. Dit neemt niet weg dat wij inmiddels vast besloten zijn om begin oktober naar Die af te reizen.
Diezelfde dag nog besluiten we het hondje Dies te noemen. Naar de plaats waar hij is geboren en omdat het, als je alle honden optelt die Wyb en ik samen en afzonderlijk hebben gehad, onze tiende hond is. Tien, dix. Krachtige naam, vinden we. Mooi simpel en helder.

Na een maand bellen we op. Matthieu neemt de telefoon aan en weet meteen wie we zijn. Natuurlijk is het hondje voor ons, hij verwacht ons inderdaad begin oktober. Hij groeit voorspoedig op, alles is prima.

Beeldblog

Zaterdag 29 september, Afsluitdijk

Ja, ook het Beeldblog gaat weer door. Na zes dagen miste ik de rubriek. Ik merkte dat ik slechter ging kijken en minder scherp aan het leven was. In Dossiermoddergat niet meer alleen de rubriek Beeldblog. Ook de andere rubrieken, net als vroeger, zijn weer geopend. Er valt binnenkort dus weer veel te genieten in Dossiermoddergat.
Verder wil ik iedereen bedanken die vond dat ik door moest gaan met Dossiermoddergat, de reacties waren echt overweldigend. Dank daarvoor, ook dit was een enorme stimulans om door te gaan.

Deze foto heeft trouwens een naam: Discarded hero. Afgedankte held.

Dies

Zaterdag 29 september, Lhee

Na zes dagen rust is Dossiermoddergat weer heropend. Dit keer met een nieuwe rubriek: Dies. Wie is Dies? Wat is Dies? Dies is een hond. Nu negen weken oud en Dies wordt onze hond. Morgen gaan we hem uit Frankrijk halen.
Rare naam Dies? Ongewone naam, maar wij vinden hem mooi en krachtig voor een hond, een naam als een fluitje: Dies. Hoe we op de naam komen? Dies komt uit Die, een plaatsje in de Drôme. Dat is één reden. Andere reden is dat Dies onze tiende hond wordt, Dix dus. Niet dat we samen tien honden hebben gehad, maar wel als je alle honden die we hebben gehad, afzonderlijk en samen, optelt. Nog een reden dus. En een andere reden is dat al mijn honden een naam met een D hebben gehad. Niet dat ik dat opzettelijk heb gedaan, maar vanaf nu wel. Door, Dobber, Does, Dickens, nu dus Dies. In de rubriek Dies ben ik van plan verslag te doen van het jonge leven, maar misschien ook wel het oude leven van Dies. Deo volente, natuurlijk. Er van uitgaande dat een hond 15 jaar kan worden, hoop ik dat ik Dies tot mijn 78ste kan hebben. Vreselijke gedachte. Niet dat hebben van Dies, wel de gedachte dat ik over 15 jaar 78 ben. Belachelijk gewoon. De tijd is mijn vijand. Enfin, Dies. Wij zijn er klaar voor, morgenvroeg naar Die.

Zondag 23 september, Amsterdam/Lhee

Het zit erop. Een jaar geleden nam ik mij voor om elke dag een foto op Dossiermoddergat te plaatsen. Het project noemde ik Beeldblog. Aldus geschiedde. De foto’s had ik rond de dag dat ik ze plaatste op straat of rond mijn huis gevonden. Het was een goed jaar want ik was in Colombia, in New York, in Frankrijk, in Lissabon, en uiteraard in Amsterdam, Lhee en Moddergat. Plaatsen waar je, als je goed rondkijkt, mooie foto’s tegenkomt.

Ik eindig met twee foto’s. Als eerste een foto van het jongetje. Gisteren in Amsterdam gevonden. Wyb en ik kochten een ijsje. Terwijl de ijsmevrouw onze ijsjes klaarmaakte, zag ik dit jongetje buiten voor dat superijsje staan. Ik kies deze foto omdat het me doet denken aan een van mijn lievelingsgedichten. Het is van J.C. van Schagen en gaat zo:

 

kinderen kinderen

kinderen uit alle deuren

het is de ijsman

 

Het is een gedichtje van niks. Toch hou ik ervan. Het drukt voor mij de opwinding uit die je soms kunt voelen als je iets moois of fijns overkomt. Het heeft met puurheid te maken, met naïviteit, het gewone, het doodgewone. Het gedicht geeft een eenvoudig beeld, maar ook een scherp beeld. Het is bijna een foto, gemaakt op ‘the decisive moment’, zoals de grote fotograaf Henri Cartier-Bresson het uitdrukte, dat ene moment dat precies goed is, waarop alle dingen in het beeld samenvallen. Ik nam diverse foto’s van het jongetje, alleen deze was goed.

De tweede foto is van een hond achter het raam, ook gisteren gevonden. Ik identificeer me met de hond. Achter glas kijk ik naar het gedoe van de mensen: vol verwachting, hopend dat er iets gebeurt, dat de baas thuiskomt en met hem stokken gaat gooien. Maar voorlopig zit hij daar achter glas, op afstand, kijkend naar het gekrioel van mensen.

Hoe ik verder ga, weet ik niet. Het kan zijn dat ik door ga met het Beeldblog. Misschien begin ik aan een ander project. Wie er benieuwd naar is, moet zo nu en dan maar even op Dossiermoddergat kijken. Misschien dat ik dan met iets nieuws bezig ben.

In ieder geval ga ik door met fotograferen. Wie dat wil volgen kan het best dagelijks naar www.gerardtonen.com kijken of mij volgen op Instagram: https://www.instagram.com/gerardtonen/.

 

 

Zaterdag 22 september, Amsterdam

Vrijdag 21 september, Lhee

Donkere luchten wisselen blauwe luchten af. De donkere luchten zijn vandaag wel heel donker. Af en toe heeft een regenboog het lef zich te laten zien. Herfst. Bij elke windvlaag vindt er een salvo van eikels plaats. ’s Nachts bekogelen de eiken ons kleine huisje. Wie een eikel van grote hoogte op zijn hoofd heeft gehad, weet dat het best onaangename dingen zijn, eikels. Ze gunnen me zelfs geen slaap. Hun salvo’s gaan dag en nacht door. Hoop zo dat hun munitie binnenkort op is.

Donderdag 20 september, Den Haag

Woensdag 19 september, Scheveningen

Dinsdag 18 september, Den Haag

Maandag 17 september, Lhee

Volstrekt atypische foto’s voor me. Als er bij mij geen mensen opstaan vind ik het al snel niet bij me passen. Ik ben graag in de natuur, maar fotografisch vind ik natuur niet zo interessant. Vandaag toch maar eens het bos ingetrokken.

Zondag 16 september, New York/Lhee

3x New York, stad waar ik nooit genoeg van krijg.

Zaterdag 15 september, New York/Lhee

2x America. 2x Trump.

Vrijdag 14 september, New York/Lhee

2x New York. 2x hond.

Donderdag 13 september, Amsterdam

Afspraak in Amsterdam. Ik heb geen tijd om door de stad te zwerven. Wel om een rondje Centraal Station te doen.

Woensdag 12 september, Amsterdam

Dinsdag 11 september, New York/Lhee

9/11

Maandag 10 september, Amsterdam/Lhee

Ik slenter wat door Amsterdam en kom liefst drie belangwekkende boodschappen tegen.

Zondag 9 september, Lhee

Gijs is al een tijd niet op de foto geweest. Niet vreemd, want elke keer als ik mijn fototoestel pak, probeert hij zich te verbergen. Dit keer is het hem niet helemaal gelukt.

Zaterdag 8 september, Lissabon/Lhee

Nog eens 3x streetart uit Lissabon.

Vrijdag 7 september, Amsterdam/Lhee

Deze tekst, mooie tekst, staat onder de brug als je van het Centraal Station in Amsterdam met je fiets naar de Singel rijdt. Ik fotografeer de tekst even voordat ik met Anne ga lunchen. Op de terugweg rijd ik met grote vaart onder het viaduct door. Op het eind moet je rechtsaf slaan, daarna een brug op met een bochel en dan ben je eigenlijk al bij het Centraal Station. Maar het regent keihard. Ik vlieg de helling af, leve OV-fiets. Op het eind ga je dan rechtsaf, waarna je de brug met de bochel op rijd. In die rechter bocht neemt een vrouw de binnenbocht. Dat kan niet, want ik kom er aangereden, in vliegende vaart. Ik probeer haar te ontwijken. Ga volop op de rem staan. Ik voel mijn achterwiel wegdraaien en in een glijdende slow motion beweging, zo lijkt het, lig ik even later op de grond. Fiets schiet weg. Mijn schoen is uit. Ik weet zeker dat mijn broek gescheurd is, mijn jas kapot, mijn computer verbrijzeld omdat ik op mijn rug op mijn rugtas  val.
Ik sta op. Niets gebroken, geen kneuzingen. Niets is kapot, mijn broek niet, mijn jas niet, mijn computer niet. Ik ben nog nooit zo gaaf gevallen. Geen idee waar ik dat aan te danken heb. Is het mijn val-ervaring als voetbalkeeper, lang, heel lang geleden? Vele mensen snellen op mijn toe. Ze maken zich zorgen over een man op leeftijd die onderuit ging. Ik kan ze geruststellen: niets aan de hand.

Donderdag 6 september, Lhee

Vanaf vandaag was dat eens. Heerlijke zomeravonden in wat vermoedelijk de mooiste zomer van mijn leven was. Ik heb het dan over het weer. Mooiere zomers kan ik mij niet herinneren. Of misschien ligt het aan mijn beleving. Vroeger betekenden zomers sowieso niets voor me. Vandaag de eerste smerige regendag, de temperatuur daalt. Weg mooie zomer.

Woensdag 5 september, Amsterdam

2x honden in Amsterdam

Dinsdag 4 september, Lissabon/Amsterdam/Lhee

2x liefde.

Maandag 3 september, Amsterdam/Lhee

Zondag 2 september, Lissabon/Lhee

Ik ontwikkel nog wat foto’s uit Lissabon en kom twee foto’s van mijzelf tegen. Ik heb bijna, op 23 september is dat het geval, 365 dagen foto’s in dit fotoblog geplaatst. Alle foto’s die te zien waren, heb ik zelf genomen. Eén dag van die 365 dagen mogen er, vind ik, foto’s van iemand anders zijn te zien, namelijk van Wyb. Van maker word ik onderwerp.

Zaterdag 1 september, Lhee

Toen ik voor het eerst ons huis en de tuin zag, schrok ik. De omvang van de tuin is gigantisch, wat voor mij synoniem is met werk waar ik helemaal niet op zit te wachten. Met handen in de grond wroeten? Bah. Elke minuut besteedt aan een tuin is een verloren minuut. Ik weet dat er mensen zijn die er anders over denken. Wat ik onbegrijpelijk vind.
Het moet gezegd, ondanks de enorme omvang, valt het werk erg mee. Eigenlijk is onze tuin onderdeel van het bos. In de perken staan planten, struiken en bomen die ook in het bos staan. Ze kunnen tegen een stootje en groeien hun eigen weg. Een paar uur per jaar snoeit Wyb de excessen weg.
Denk niet dat ik helemaal niks doe. Ik ben er voor het maaien. Ik beschouw het maar als een bezoekje aan de sportschool, wordt het maaien opeens nuttiger. Gelukkig hadden we dit jaar een enorme warme zomer en wilde er niets groeien. Ik heb nauwelijks hoeven maaien. Alleen daarom ben ik al voor warme zomers.
Even een voetnootje. Die kat zit er heel stoer bij, maar steekt geen poot uit.

Vrijdag 31 augustus, Lissabon/Lhee

In een restaurant in Lissabon hing zomaar, prominent op een verder lege muur, een tekst van mijn Amerikaanse vriend Charles Bukowski. De tekst is een bevestiging van onze vriendschap.

Alle rechten voorbehouden © Gerard Tonen 2018