Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Nieuw

Journal

 

Crapaud alyte

Dinsdag 20 februari, Cadouin

 

Ik loop met de was achter het huis langs naar de waslijn. Ik loop dan in een soort goot die bij regen het water van de berg opvangt. Toen we hier kwamen wonen dacht ik dat er enorme plassen water naar beneden zouden komen, maar dat is absoluut niet het geval. Er staat, hoe hard het ook regent, nauwelijks water in de goot. Blijkbaar absorbeert de berg het water. De bomen die erop staan zullen de berg wel helpen de boel weer droog te krijgen.

Opeens hoor ik een vreemd geluid van de berg. Een soort seinen lijkt het, alsof iemand morse aan het overseinen is, maar het geluid is zachter, bescheiden, het klinkt zelfs teder. Ik blijf staan en dan hoor ik dat de geluidjes overal vandaag komen. Dan is het weer links van me, dan rechts, soms hoog op de berg, dan weer dichtbij. Ik luister naar een concert. Onze berg maakt muziek.

Dan weet ik weer waar ik het geluid eerder hoorde. Vorig jaar stonden we in de tuin bij onze buurvrouw. Op een gegeven moment hief ze haar vinger, zei ze dat we stil moesten zijn. ‘Hoor je dat?’ Bij onze voeten hoorden we hele zachte geluidjes, een soort morsetekens. Ze wist ons te vertellen dat het geluid van een kleine pad kwam. We zochten op de grond en daar zagen we de mini-mini-padjes zitten. Lieve kleine beestjes die buitengewoon ingehouden geluidjes maken.

Pas nu ik weer in onze goot sta hoor ik ze opnieuw. Het zullen er tientallen zijn die naar elkaar roepen. Ik hang de was op en app de buurvrouw met de vraag hoe die kleine padjes ook alweer heette. Het antwoord komt snel: crapaud alyte. Zo komen we erachter dat het om de vroedmeesterpad gaat, in Nederland ook niet onbekend, maar daar heb ik ze nooit gezien of gehoord. Ik denk dat er in Nederland überhaupt teveel lawaai is om de crapaud alyte te horen.

Mijn buurvrouw vertelt dat ze huizen in de gaten van de stenen muren op onze terrassen en in holle bomen. De vroedmeesterpad maakt niet alleen een teder geluid, hij is ook teder. Heel liefdevol draagt het mannetje de eitjes een tijdlang rond zijn poten om ze te beschermen. Zo klein, en zoveel ouderliefde.

India

Journal

 

James Webb

Maandag 19 februari, Cadouin

 

Facebook heeft blijkbaar door dat ik vaak naar foto’s kijk die de James Webb Telescoop maakt. Ik krijg er steeds vaker foto’s van te zien. Het algoritme van Facebook begrijpt me, en ik geniet er van. Er wordt wat gekankerd op algoritmes, maar ze hebben ook hun nut. Het is toch onvoorstelbaar dat ik, geboren in 1954, kan genieten van de mooiste uitzichten in de ruimte. Wie had ooit in 1954 gedacht dat we in mijn leven onze waarnemingshorizon met 11 miljard lichtjaar zouden verruimen?

En het is geen kattenpis wat we zien. Er is wat spektakel om ons heen. Sterrenspiralen. Geboortekamers van sterrenstelsels, zwarte gaten die de boel opslurpen, het grenst aan het ongelooflijke. De telescoop heeft 10 miljard gekost, maar dan heb je ook wat. Voor wie het uitzicht nog niet heeft ontdekt: ga er eens goed voor zitten en kijk eens van je af. Je hebt geen idee in wat voor werelden je terecht komt.

Maar bij alles wat nu ontdekt wordt, is de heilige graal nog niet gevonden: ander leven in het heelal. Door de James Webb Telescoop realiseer ik mij des te meer wat voor een eenzame positie wij in dat heelal hebben.

Astronomen hebben al duizenden exoplaneten buiten ons zonnestelsel ontdekt, dat zijn planeten die om een andere ster draaien dan de zon. Maar het schijnt dat slechts 12 van die ontdekte planeten zich in de bewoonbare zone van een ster bevinden en een massa hebben die ongeveer gelijk is aan die van de aarde.
Ik ben ervan overtuigd dat er ooit ander leven in het heelal wordt gevonden, voorlopig is het een speld in een veel te grote hooiberg. Ondertussen zijn er giga explosies om ons heen, het een na het ander verschijnt en verdwijnt en de aarde mag daar een paar miljard jaren doorheen draaien en ik mag er een kort mensenleven kennis van nemen. Als de zon dooft is het met ons soort gedaan.

De constatering van Arthur Schopenhauer dat de mens slechts een soort schimmel is, onderschrijf ik steeds meer. In het licht van wat er rondom ons gebeurt, trek ik voorlopig toch maar de conclusie dat de mens werkelijk helemaal niets voorstelt, dat het mazzel is dat het soort hier is ontstaan en dat het over niet al te lange tijd zal worden weggevaagd. Laten we er met volle teugen van genieten zou ik zeggen. Wat we jammer genoeg niet doen, want ondertussen maken we elkaar op grote schaal af, evenals de andere soorten waar we deze planeet mee delen.

India

Journal

 

Petitie

Zondag 18 februari, Cadouin

 

Van verschillende kanten krijg ik via Facebook de vraag of ik een petitie wil ondertekenen ter nagedachtenis aan Alexej Navalny. Sympathiek initiatief, is mijn eerste gedachte.

Maar er is toch iets wat me weerhoudt. De kern van mijn bedenking: wat voegt mijn handtekening in godsnaam toe aan dit drama? Het is zo evident dat het verachtelijk is wat er is gebeurd, dat het verdrietig is, dat Poetin een ongelooflijke schurk is, dat de moord op Navalny me boos maakt. Maar wat voegt mijn handtekening daar nou aan toe? Daar komt bij dat ik de tekst van de petitie nogal bombastisch vind. Die luidt:

“Ze hebben je vermoord.
Vandaag huilen miljoenen mensen met jouw familie mee en rouwen we ter nagedachtenis aan jou. 
Het is jouw moed die dictators het meest vrezen, jouw moed die mensen inspireert om op te staan tegen tirannie. 
En de prijs die je daarvoor betaald hebt is hoog: eerst vergiftiging, toen gevangenschap en nu de dood. 
De oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten duren voort en de wereld houdt haar hart vast. Jouw nalatenschap zal ons kracht geven in deze donkere tijden. Wij zullen niet zwijgend toekijken terwijl onze democratie langzaam sterft. 
Rust in kracht,
Mensen van over de hele wereld”

Ik begrijp best dat mensen iets willen doen in hun machteloosheid, zich solidair willen verklaren. Maar ik vind het ook zoiets als de Oekraïnse vlag ophangen toen Rusland Oekraïne binnenviel. In vrijwel elke straat hingen vlaggen. Ook weer zo’n sympathiek gebaar. Maar ik vind het ook iets melodramatisch hebben. Wat voegt zo’n vlag nou toe aan de ernst, de verschrikkelijkheid van deze oorlog? Met deze vlag tonen wij onze solidariteit, zal degene zeggen die de vlag ophangt. Mooi, maar in dit communicatiegeval is er eigenlijk alleen een zender en geen ontvanger, want de ontvanger zit in de loopgraaf. Of neem Jaap Scholten en Tommy Wieringa die jeeps en militaire spullen naar Oekraïne brengen, dat is iets, dat vind ik echte solidariteit. Maar daar ben ik dan weer te lui voor.

Ik was vroeger fel tegen het bouwen van kerncentrales en ik heb zelfs nog voor de toegangspoort van een kerncentrale gelegen. Maar een button, toen erg populair, met de tekst Kernenergie nee bedankt, heb ik nooit gedragen. Vermoedelijk heeft het ermee te maken dat ik niet hou van het etaleren van solidariteit als dat feitelijk niets toevoegt aan de kwestie. Ik hou ook niet van vlaggen of symbolische gebaren zoals de rode vlag of de linkse vuist. Ik denk altijd dat mensen een vlag dragen of een button opdoen ter bevestiging, of misschien zelfs tot genoegen, van zichzelf. Kijk mij eens links zijn.

In Den Haag een weg blokkeren tegen de opwarming van de aarde, dat is iets, dat heeft direct effect, dan stap je in de frontlinie van de actie. Dat ik ooit voor die kerncentrale heb gelegen, heb ik ook nooit spijt van gehad, dat betekende werkelijk iets. Dat is toch iets heel anders dan aan mijn comfortabele bureau een handtekening zetten voor Navalny.

In tweede instantie denk ik, natuurlijk ga ik die handtekening zetten. Al was het alleen maar om mijn vrienden een plezier te doen. Maar ja, dat is toch ook eigenlijk te gek. Dat is pleasen om het pleasen. Dat heeft niets met Navalny te maken.

Ik besluit uiteindelijk niet te tekenen. De woorden van de petitie zijn te groot voor mijn handtekening.

 

 

India

Journal

 

Jager

Zatetrdag 17 februari, Cadouin

 

Ik ben een jager. Als je dat zegt, denk je meteen aan het onverzadigd versieren van vrouwen. In die zin ben ik nooit een jager geweest. Integendeel. Ik ben, één keer uitgezonderd, op dit gebied een brave borst geweest. Ik zweer het. En die ene keer heeft er toch maar mooi voor gezorgd dat Wyb en ik nu drieëntwintig jaar bij elkaar zijn.

Toen ik mijn huidige schoonmoeder een van de eerste keren ontmoette, zei ze dat ze van een vriendin had gehoord dat ik als theaterdirecteur altijd in de café’s tegenover De Harmonie zat te womanizen. Ik schoot meteen in de lach. Ik? In café’s? Ik haat café’s. En als ik daar de versierder was geweest, was ik allang geen theaterdirecteur meer in Leeuwarden. ‘Anneke, die vriendin van jou is echt de meest onbetrouwbare informant die je je kunt bedenken. Beloof me dat je, wat ze ook tegen je zegt, nooit zult geloven.’

Nee, ik jaag op punaises en muizen. Ik zal me nader verklaren. In het najaar ging er een plaag door Frankrijk. Iedereen werd overvallen door wantsen, die hier les punaises heten. Het zijn niet de bedwantsen die je ’s nachts aan het jeuken maken. Je hebt er verder geen last van, ze zien er alleen onappetijtelijk uit. Mijn Franse Nicht, die een exemplaar met bewondering kan bekijken, is het daar zeker niet mee eens, ze vindt ze prachtig. Ik daarentegen zie het als prehistorisch monsters in miniatuur. Nog ver voor de dinosaurussen moeten deze wezens op aarde hebben rondgevlogen.

Ze gaan dus niet in je bed zitten, maar wel in de spleten of geheime plekken in je huis, zoals achter boeken en potten en pannen. Het hoogtepunt van de plaag is voorbij, maar nog elke avond dood ik zo’n tien tot vijftien wantsen. Soms dood ik ze niet, zuig ik ze met de stofzuiger op, maar ook daar zal de dood op volgen, neem ik aan. Elke avond als het in huis een beetje warm is, komen ze tevoorschijn. Ik ben een wantsenjager, mijn stofzuiger noem ik mijn geweer. Veel dood ik ook met een papiertje, even knijpen en ik gooi het geheel in de wc. De wants laat zich vrij makkelijk kapot knijpen.

Verder jaag ik momenteel op muizen. In het kastje boven onze aanrecht zit in het plafonnetje een spleet die op de zolder uitkomt. Sinds een paar dagen horen we muizen in het kastje lopen.
Gelukkig heb ik vorig jaar op aandringen van Wyb een muisvriendelijke muizenval gekocht. Dat wil zeggen. Ik hang een blokje kaas aan een soort spiesje in een kooitje. Muis gaat naar kaas. Spies ontgrendelt deur die met een klap dichtvalt. De muis zit opgesloten en ik kan hem vervolgens ver van ons huis loslaten. Gisteren had ik zelfs twee muizen in één klap.

Wyb is mijn jachtopziener. Als ik met mijn wantsengeweer kom, rent ze vaak naar voren om de wants diervriendelijk buiten te zetten. Gezien hun massale aanwezigheid heb ik die consideratie niet meer. Muizen moet ik van haar meteen na het dichtklappen van het deurtje naar buiten zetten. Anders is het zo zielig. Ik doe het braaf, ik ben een jager van niets. Daar is mijn schoonmoeder nu ook wel van overtuigd.

India

Journal

 

Cold turkey

Vrijdag 16 februari, Cadouin

 

Zoals de een de neiging heeft om te veel alcohol te drinken, of te veel te roken, of verslaafd te zijn aan sex, zo heb ik de neiging over-enthousiast voor iets te kunnen worden. Enerzijds heeft me dat best mooie banen opgeleverd, anderzijds heeft het ervoor gezorgd dat ik het altijd druk had en dat ik me ledig heb gehouden met de meest onzinnige projecten.
Zo heb ik samen met een collega/vriend een jaar lang aan een muziektheaterstuk geschreven over Elvis Presley. Wij waren er van overtuigd dat het een groot succes zou worden. ‘Dit is ons pensioen,’ zeiden we altijd als we er even doorheen zaten. Het stuk ligt kant en klaar op de plank. Tot nu toe is er niets mee gedaan en ik sluit niet uit dat dit zo blijft. Sinds een paar jaar kick ik cold turkey af van enthousiasme. En dat is niet makkelijk.

Ik loop met Henk in december door een somber bos in Norg en dan zegt hij tegen mij: ‘Wist je dat ik de Minister van Nutteloze Zaken ben.’
Tsja, dan heb je mij.
‘Zullen we dan een schaduwkabinet samenstellen? Want ik ben namelijk de Minister ter bevordering van Onveiligheid.’ En zo riep ik nog een aantal andere ministeries in het leven, zoals het Ministerie ter Bevordering van de Vertraging en het Ministerie ter Bevordering van Lanterfanten.

Waarop Henk mij schrijft: ‘Amice, overigens ben ik van mening dat een Ministerie ter Bevordering van het Lanterfanten wellicht iets te hoog gegrepen is. De agendering is uitstekend en noodzakelijk, maar ik zat zelf te denken aan een Staatssecretariaat bij het Ministerie van Nutteloze Zaken. Wat denkt?’

En ik schrijf terug: ‘Amice, goede opmerking. Ik denk dat je gelijk hebt. Al vind ik dan wel dat je veel macht naar je toetrekt, dan wil ik op mijn Ministerie ter bevordering van de Onveiligheid toch ook een staatsecretaris.’ En zo ouwehoeren we nog een tijdje door.

Maar dan komen we op het idee alvast de site schaduwkabinet.nl vast te leggen. Henk meldt dat die site al is geclaimd door derden en stelt voor een schaduwkabinet in ballingschap op te richten.
En dan grijpt mijn imaginaire coach in. ‘Blogger, stop? Heb je het zelf door? Je wordt te enthousiast.’ En na zijn waarschuwing zie ik mezelf al hele dagen quasi leuke stukjes voor onze website zitten schrijven. Alarmbellen schellen nu op het allerhoogste geluidsniveau.

Ik schrijf aan Henk: ‘Meen je dat nou serieus? Ik vind het grappig om met de gedachte te spelen. Maar om echt te doen? Je weet niet waar je aan begint. Man, als je dat goed wilt doen kost het zoveel werk. Bovendien wat is het profiel? En kunnen we dat wel? Zijn we leuk genoeg? Alleen al het inrichten van een website, kost het nodige. Het bijhouden, ik zie het bij Dossiermoddergat, best veel werk. Het creëren van de content, oef. Als je het goed wilt doen, moet je elke dag leveren. Hoeveel mensen werken er bij De Speld? Of gaat het niet op De Speld lijken? Is een schaduwkabinet.nl ook leuk als er niet meer wordt geformeerd. Nu is het voor ons spielerei, dadelijk wordt het misschien werk, wil je dat? Ik stel maar een paar vragen.’

En even later: ‘Weet je, ik zou er zo enthousiast over kunnen worden. Maar dat is erg gevaarlijk, weet ik inmiddels door veel schades en schandes wijzer geworden. Voordat je het weet zitten we er zo diep in dat jij niet meer met je busje Bruce Springsteen achterna kan en ik het weer als vanouds druk krijg. Laten we er genoegen in scheppen dat jij de minister van nutteloze zaken bent en ik de minister van onveiligheid, we vormen gewoon een schaduwkabinet in het geheim.,

Mijn coach roept mij even apart. ‘Het gaat goed kerel. Zie je dat je op de goede weg bent? Je gaat het leren.’ Trots loop ik terug naar mijn bureau.

India

Het huis van het weekdier

 

 

 

De nivellering

De woestijn nadert, tergend snel. Het zand
vreet door. Het huis, de boom, het beest verbrandt.
Het water trekt zich terug uit woord en daad.
Tegen droge vlaktes is geen mens bestand.

Journal

 

Modder

Donderdag 15 februari, Cadouin

 

De zon schijnt, eindelijk, en het is zowaar gestopt met regenen. De rivier in onze vallei stroomt nog steeds, maar het meer is inmiddels verdwenen. Ik schrijf wel rivier, maar eigenlijk is het een brede beek met diverse vertakkingen. Het is opmerkelijk hoe veel water er van het ene op het andere moment doorheen kan gaan stromen, de bergen lopen leeg.. Zo snel als het komt, gaat het ook weer weg. Een paar dagen geen regen en je hebt geen idee dat hier ooit beken stroomden en op het einde van de vallei een meer lag.

Wyb en ik voelen ons als koeien die na de winter voor het eerst weer in de wei mogen. Niet dat we steeds in een stal hebben gestaan, maar een paar dagen regen zorgt er voor dat we onze dagelijkse wandeling beperken tot een rondje om de vallei, en dat is een verrekt klein rondje voor ons doen.

We besluiten een lange wandeling te maken. Ik hou van wandelen, maar niet echt van lange wandelingen. Na anderhalf uur vind ik het wel welletjes. We besluiten naar Molières te wandelen, 5,5 kilometer heen en 5,5 kilometer terug. Lekker veel heuveltjes want dan hebben we ook weer onze cardio-oefeningen gedaan.

Ons lentegevoel blijkt toch iets te optimistisch. Het eerste deel van de wandeling gaat nog over een verharde weg. Daarna komen de heuvels en de zandpaden. Sommige paden blijken de afgelopen dagen beken te zijn geweest, het is één grote moddertroep. De pech is dat de zolen van mijn wandelschoenen zijn versleten. Ik lijk een schaatser, dan glijdt mijn been naar rechts, dan weer naar links. Sowieso merk ik dat mijn stabiliteit in de loop van de jaren is afgenomen. Wortels, stenen, ik moet opletten dat ik niet over ze uitglij of mijn voet verstap.

Naarmate we Molières naderen worden de heuvels hoger, de paden drassiger. Ik ben zo blij als we eindelijk zijn gearriveerd en even op het terras van het plaatselijk café kunnen zitten dat uiteraard is gesloten. Alles is hier in de Dordogne voor de lunch gesloten. Even tijd om mijn schoenen uit te doen. Broek en schoenen: alles onder een dikke laag modder.

‘Zullen we terug een ander weggetje nemen? Anders wordt het zo saai,’ zegt Wyb
‘En die weg is beter dan de paden hierheen?’ vraag ik. Daar heb ik namelijk enorme behoefte aan.
‘Ik heb geen idee. We zien wel. Het zal vast niet erger worden.’
Het eerlijke antwoord was geweest: ‘Nee, het wordt juist veel erger.’
Dit is geen wandelen meer maar glibberen.
En toen kwamen we bij die boom die het onlangs heeft begeven en over de weg ligt. We lopen op een hol pad, dus als we diep bukken kunnen we er onderdoor kruipen. Het pad is modderig en ligt op een steile helling. Ik ga als eerste. Ik doe mijn rugzak af, anders kom ik er niet onderdoor.

Ik buk me dieper en dieper en dan voel ik mijn rechtervoet wegglijden. Ik verlies mijn evenwicht. Probeer de boel te redden door mijn rechterhand in de modder te zetten. Het glijden gaat door en dan kantel ik om. Het lijkt Kamp van Koningsbrugge, zo’n afpeiger en afblaf programma voor de te stoere man en vrouw. Ik rol als een varken door de modder. Mijn broek plakt. Dan kruip je daar als 69-jarige door de modder onder een dikke boom.

‘Het zal vast niet erger worden.’ Wel dus. Even later glijden mijn voeten onder een steil pad opnieuw onder mij uit. Goed voornemen: nooit meer lange wandelingen na een periode van regen. Wyb, die achter me liep, heeft zich prima vermaakt.

India

Journal

 

Mismoedig

Woensdag 14 februari, Cadouin

 

Daar zit je dan als Nederlander in ruste in de Dordogne. Een zee van tijd. Nooit meer functioneringsgesprekken, geen vergaderingen meer over de hoogte van decorkosten in het budget van Macbeth. En nooit meer onderhandelen met acteurs die vinden dat ze zo’n bijzondere positie hebben dat ze niet meer onder de CAO vallen (en dat zijn er best veel). Hoe heette die acteur ook alweer die tijdens een onderhandeling mij toebeet: ‘Weet je wel wie ik ben.’ Mijn persoonlijke bevrijding is een feit. De Dordogne is een veilige schuilplaats.

Het gevolg van die zee van tijd is wel dat ik het gefriemel in het vaderland op de voet kan volgen. En langzaam kom ik tot de conclusie dat je misschien toch beter functioneringsgesprekken kunt voeren. Die functioneringsgesprekken leidden zo heerlijk af van het gefriemel, al had ik er de pest aan. Door al dat kijken naar het politiek gefriemel ben ik inmiddels tamelijk mismoedig. Voor wie dat woord niet kent, woorden die er aan raken zijn : bedrukt, depressief, droef, mistroostig, moedeloos, neerslachtig. Jammer dat er tegenwoordig zoveel taalkneuzen rondlopen, het proeven van taal is een genot op zich.

Omdat ik mijn woede nergens ander kwijt kan, doe ik het maar hier. Wat zijn dat voor een minkukels die Wilders nu 49 zetels in de peilingen geven? Zijn jullie nou helemaal van de pot gerukt. Wat heeft die man tijdens de formatie nou gepresteerd. Mensen die hij tot vriend moest maken heeft hij geschoffeerd en het formatieproces heeft hij kapot getwitterd.

Ik raad al die potentiële kiezers aan eens te googelen naar het gedrag van een junk. Een ding staat in dat gedrag centraal: onbetrouwbaarheid. Wat een junk ook zegt, je kunt hem nooit geloven. En Wilders is een junk, een onvervalste twitter-addict. Zonder hulp zal hij zich nooit van die verslaving kunnen bevrijden. En zoals de cocaïnesnuiver schuldig is aan de drugshandel, zo is de potentiële kiezer op Wilders schuldig aan zijn twitter verslaving.

Op papier zegt hij dat hij de media gaat beschermen. Een paar dagen later twittert hij dat hij de NPO gaat afschaffen. De NPO genoemd als NPO’66. Alles in de man is kwaadaardigheid, en onbetrouwbaarheid. En wat doet een groot deel van de kiezers: ze geven hem steun, wat minstens even kwaadaardig is, dat is willens en wetens een land mollen.

Ook de afgelopen maanden heb ik het weer moeten aanhoren: de kiezer heeft gesproken en de kiezer heeft altijd gelijk. Wat een onzin. De kiezer is zijn stem niet waard, de kiezer is de democratie niet waard, de kiezer is een kleuter met een pistool. Dat wil zeggen: een groot deel ervan.

Ooit hadden we in onze chambres d’hôtes in de Cevennen een gast die ongelooflijk zat af te geven op de Nederlandse overheid. Hij wist niet hoe snel hij moest emigreren, hij had het helemaal gehad. De man bleek een voormalige boer te zijn met in zijn manege een kudde paarden. Hij had een auto die vele malen groter was dan zijn ego en gaf aan de schaapjes meer dan op het drogen te hebben. En maar klagen en zeuren. Zijn enige hoop was Wilders. Een groot deel van de Nederlandse kiezer is een rancuneuze en verwende aap. Het algemeen belang? Bestaat niet. Er is alleen het eigen belang.

O ja, nu weet ik weer wie die acteur was. Ik zie hem nog regelmatig op televisie.

India

Journal

 

Mossen

Maandag 12 februari, Cadouin

 

Ons huis is een kameleon. Zo kijken we uit op een zonovergoten weide in een vallei, zo kijken we uit op een rivier, of liever, een snel stromende delta, water dat ongeorganiseerd een weg omlaag zoekt. Sinds drie dagen is het weer zover. Terwijl wij diep in slaap waren, is het gebeurd. Ik doe de luiken open en kijk op de stroom van een smalle rivier, onderbroken door meertjes, stukken waar het water zo gauw geen weg kan vinden.

Ik troost mij steeds met de herinnering aan vorig jaar. We verhuisden naar hier en kwamen in een soort paradijselijke toestand terecht. De eerste drie weken volop zon en wij lunchten elke dag beneden in de tuin. Daar is dit jaar geen sprake van. Iedereen klaagt steen en been, sinds jaren is de winter niet zo nat geweest. We hebben pas drie dagen buiten kunnen lunchen. Werklui klagen dat ze werk moeten laten liggen omdat het te nat is.

Wyb en ik kijken erg uit naar volgend week. Dan ontsnappen we hopelijk aan deze regens. Die overigens niet zijn te vergelijken met de verpletterende somberheid waar we de laatste drie weken in Nederland mee te maken kregen in Norg. Die weken herinner ik me als één zompige, grijze dag. Maar toch. De zwarte lucht ontbreekt hier in de Dordogne, maar de lucht is wel grijs. Om de zoveel dagen komt de zon zowaar tevoorschijn, vergeleken met Norg zijn we er best op vooruitgegaan. Maar nogmaals: maar toch, echt jofel is het niet.

Komt bij dat Wyb het weer hier in de Dordogne steeds vergelijkt met het weer in Saint-Hippolyte-du-Fort. En dat schrijnt een beetje. Daar is het al een maand lente. Weliswaar koude nachten, maar hele dagen zon en rond de twintig graden. Daar zouden wij nu voor tekenen. Wyb ging zowaar naar huizen in die omgeving kijken. Ik zei dat ze dat niet hoefde te doen want ik ging echt niet nog eens verhuizen. Nou ja, nooit. Ik ken mezelf. Als het om harde principes gaat ben ik tamelijk rekkelijk. Neemt niet weg dat er geen haar op mijn hoofd is die eraan denkt. Ik ben inmiddels buitengewoon gehecht aan onze berg en de wispelturige vallei.

Over volgende week gesproken, daar lonkt dus de escape. Wij gaan dan met een tussenstop richting Valencia, waar we een appartement voor een week hebben gehuurd. Daarna gaan we richting Andalusië, waar we drie kwartier boven Malaga voor twee weken een huis hebben gehuurd, de tweede week daarvan komen de moeder en de zus van Wyb ons vergezellen. Tussen Valencia en Andalusië zijn er nog wat tussenstoppen. Misschien zien we een mooie plek waar we volgende winter langer kunnen blijven. Spanje wordt zonniger en zonniger en misschien kunnen we daar een graantje van meepikken. We houden steeds minder van donkere luchten.

Het enige wat profiteert van deze natte dagen zijn de mossen. Het vocht doet ze zichtbaar goed. Ze worden groener en groener en hun levenslust knalt van de muren en bomen af.

 

India

Journal

 

Lanterfanten

Zondag 11 februari, Cadouin

 

Lanterfanten, ik heb het woord nooit gebruikt en ik heb het in mijn leven nooit gedaan. Toch denk ik dat ik er talent voor heb. Het is toch een raar iets gepensioneerd zijn. Zo zit je midden in drukte en verplichtingen, zo zit je in helemaal niets meer. Er waren tijden dat mijn agenda propvol was. Zeker overdag, vaak ook ’s avonds. Nu heb ik één afspraak in de week, namelijk op vrijdag 11 uur met mijn Franse leraar. En ik vind dat ontslagen zijn van verplichtingen heerlijk.

Nou is dat laatste nog iets anders dan lanterfanten. Door mijn beroepsdeformatie heb ik er toch voor gezorgd dat ik altijd iets te doen heb. ’s Ochtends lees ik eerst de kranten, daarna studeer ik Frans en schrijf ik een blogje, wat trouwens ook ’s middags kan na het uitlaten van de hond. Met dat uitlaten sla ik twee vliegen in één klap. Dies is uit en ik krijg mijn dagelijkse beweging. Het lijf moet fit blijven. Ik wandel zeker langer dan een uur waardoor ik hoop mijn tienduizend stappen te halen. Na het uitlaten is er het lezen van boeken. Dag gevuld, ’s avonds is er de televisie.

Ik geef toe dat dit met lanterfanten weinig te maken heeft. Maar ik moet ook toegeven dat het lanterfanten er steeds meer insluipt. Omdat er geen verplichtingen zijn, ontbreekt elke dwang. ’s Ochtends nog even langer blijven liggen dan de beoogde acht uur is eigenlijk al regel geworden. Een Franse les overslaan? Waarom niet? Een blogje meer of minder, och, moet kunnen. Aangezien deze productiviteit pro deo is, kan ik er ook wel eens de hand mee lichten, denk ik dan.

Zoals vanmorgen ook. Het bed wilde me niet loslaten, eenmaal op vind ik het heerlijk om rond te keutelen. Pas tegen elf uur ga ik naar mijn werkkamer, die overigens onze werkkamer is en tevens dient als eetkamer. Steeds meer proef ik het genot van het lanterfanten.

Mooi woord trouwens. De dikke Van Dale is er wat summier over, hij geeft als verklaring: ‘zijn tijd verbeuzelen, synoniemen leeglopen, straatslijpen.’ Dat levert mij meteen drie andere mooie woorden op: verbeuzelen, leeglopen en straatslijpen. Dat laatste woord is nieuw voor me, maar ik begrijp het meteen.

Op de site van het Meertens Instituut lees ik nog over lanterfanten: ‘Ook andere benamingen verwijzen naar het werkeloos door de straten dwalen. Een straatslijper, vroeger ook wel zerkenslijper genaamd, loopt zo vaak door de straat heen en weer dat de stenen er glad en geslepen van zijn worden. De lanterfant of lanterfanter trok oorspronkelijk bedelend door het land: het woord gaat terug op de samenstelling land-trouwandt, waarin trouwant een Frans leenwoord is dat ‘bedelaar, vagebond’ betekende en verwant is met trawant ‘bediende, handlanger’. Synonieme benamingen waren rondloper, kaailoper (‘kadeloper’) en schansloper (schans was de naam voor de stadswal).’

Van Dale stelt als laatste nog de vraag: ‘hoe kun je het toch uithouden, zo de hele dag te lanterfanten?’ Een beetje een domme vraag, alsof dat moeilijk is. Probeer het eens, zou ik zeggen, het is heerlijk.

Misschien toch ook maar het Ministerie van Lanterfanten toevoegen aan mijn schaduwkabinet.

 

India

Journal

 

Scheut

Zaterdag 10 februari, Cadouin

 

Ik heb Franse les. Met mijn leraar praat ik over een boek dat hij heeft vertaald en dat ik, als manuscript, momenteel lees. Het is geschreven door Robert Badinter. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar hier in Frankrijk is hij een van de bekendste politici, een homo universalis pur sang. Hij was minister van justitie, advocaat, professor, essayist, politicus en schrijver. Het boek dat ik lees heeft als titel Idiss, het is de naam van zijn grootmoeder wiens leven hij beschrijft.

Idiss is Joods en woonde in een sjtetl aan de westgrens van het Russisch keizerrijk. Zoals zo vaak in de Joodse geschiedenis moest zij vluchten en kwam uiteindelijk in Parijs te wonen. Ik ben nu op eenderde van het boek, maar ik vrees dat deze Joodse geschiedenis eindigt zoals zoveel Joodse geschiedenissen: in een concentratiekamp.

Ik vind het een sympathiek boek, lees het met plezier. Mijn Franse leraar vertelt dat hij het naar diverse uitgeverijen heeft gestuurd maar overal nul op het rekest kreeg. Hij vertelt mij dat hij een paar keer contact met Robert Badinter heeft gehad, wat hij een grote eer vond.

Als mijn Franse les is afgelopen ga ik naar buiten waar de man van mijn Franse leraar in de tuin werkt. Hij vertelt me dat Dries van Agt is overleden. Het nieuws bezorgt me toch een schokje, Dries van Agt is zo verweven met mijn verleden als toeschouwer van het politieke spel. Wie Dries van Agt zegt, zegt toch ook Joop den Uyl. En als aanhanger van de laatste heb ik die Van Agt toch vaak vervloekt.

Als we zo in de tuin aan het praten zijn, komt mijn Franse leraar naar buiten. ‘Je raadt het nooit,’ zegt hij. ‘We hadden het net toch over Robert Badinter? Zojuist is bekend geworden dat hij is overleden, 95 jaar oud.’ Dan vertelt zijn man dat Van Agt ook is overleden. Twee ministers van justitie, ze zullen elkaar hebben gekend.

’s Avonds kijk ik naar Op 1 waar Dries van Agt wordt herdacht. Een mooi programma, een stuk van het verleden dat ik heb meegemaakt wordt opgediept met beelden en mooie anekdotes. Ik moet het toegeven, Dries van Agt wordt voor mij hierdoor een stuk sympathieker. Jammer dat ik dat, door de politieke bril die ik toen op had, nu pas op waarde kan schatten. Door de oude televisiebeelden kan ik genieten van zijn taal. Hebben Van Agt en Gerard Reve elkaar eigenlijk gekend? Is mij niet bekend. Maar de taal van Van Agt is onvervalst Reviaans, zowel stilistisch als in zijn ironiserende werking.

Ondertussen krijg ik app’jes van Henk die vertelt dat hij bij een voorstelling van Joost Oomen is geweest in De Oosterpoort over Johnny van Doorn. Hij schrijft: ‘En hij jutte het publiek écht op zodat ‘een magistrale stralende zon…’ uiteindelijk dwars door de zaal bulderde. Henk en ik zijn beide fan van het werk van Johnny van Doorn. Ik app hem terug dat het spijt dat ik er niet bij ben geweest en dat zijn app’je mij een scheut van heimwee bezorgt. Waarna hij terug appt: ‘In die scheut van heimwee ligt wellicht een onverwacht blog verscholen.’

India

Journal d’images

 

Baas en hond

Vrijdag 9 februari, Cadouin

Baas en hond groeien steeds meer naar elkaar toe. Op een gegeven moment gaan ze zelfs op elkaar lijken.

Journal

 

Aanleiding

Donderdag 8 februari, Cadouin

 

Och, Omtzigt. Onhandige man, weifelende man, introverte man. Dat terugtrekken van hem was een schoolvoorbeeld van onhandigheid. Je vraagt je af of die man spindoctors om zich heen heeft. Wie helpt die man om zonder kleerscheuren door de politieke arena te lopen?

Maar ik begrijp hem wel, die Omtzigt. Hij is verdwaald. Wie had nou gedacht dat die Dilan Yesilgöz de deur naar die Wilders zou openzetten? Zitten ze daar gevangen in een fuik (de kiezer heeft gesproken!) aan een tafel met lelijke bloemstukken.

Meestal zit hij tegenover die Mona Keizer. Neemt hij voor zijn verjaardag een Twentse krentenwegge mee, gaat die Mona het brood aansnijden en vraagt ze of die journalisten ook een stukje willen. Opdringerige vrouw, ordinair ook. Een echte Hollandse. En dan die Volendamse tongval. Jammer genoeg niet weg te branden uit de Nederlandse politiek. Ze is zo blond dat het hem irriteert. Als ze aan het praten zijn, schemert er aan de overkant van de tafel altijd een witte vlek. Je zult haar man zijn.

Dan zit naast haar die Caroline van der Plas. Ja, wat moet je daar nu over zeggen. In haar hoofd heeft ze maar twee dingen: koeien en varkens. Zelfs als een losgeslagen boer parlementariërs staat te bedreigen voor brandende autobanden en asbest op een snelweg, dan verdedigt ze zo’n boer nog. Een vrouw zonder stijl.
En dom. Een paar dagen geleden hadden ze een discussie over een tekort in de zorgsector. ‘Och, Pieter, het tekort is maar een miljoen,’ had ze gezegd. ‘Daar komen we heus wel uit.’ ‘Caroline,’ had hij minzaam gezegd, ‘je vergist je, het tekort is een miljard. Een miljoen schrijf je met zes nullen en een miljard met negen nullen. Hier staat negen nullen achter de 1.’ ‘Even tellen,’ had ze gezegd, ‘ja, ik geloof toch dat je gelijk hebt.’ En daar moet je dan mee formeren. ‘Ik geloof dat je toch gelijkt hebt.’ Wanhopig kon hij ervan worden.

En ja, dan de roverhoofdman aan deze formatietafel. Wilders. Every inch een intrigant. Een Twitter-addict, vilein tot op het bot. Jarenlang gif spuiten met die tweetjes van hem. In het parlement heeft hij hem zoveel mogelijk proberen te vermijden, en nu is hij gedwongen met die man aan een tafel te zitten. Hij heeft zijn NSC opgericht om Nederland weer integer, transparant te maken, een goed bestuur te geven. Alsof dat ooit gaat lukken met die man die er genoegen in schept om anderen te schofferen en geen middel schuwt. Hij heeft voor deze formatie een ijskast uitgevonden waarin hij al zijn infame ideeën stopt. Tot nader order. Alsof hij niet weet waar die Wilders op uit is. Katholieke gluiperd, dat vergeet je niet zomaar.

En dan die Yesilgöz, hysterisch type. Als hij ooit premier zou worden, maar daar moet hij niet aan denken, dan wist hij het wel: functie elders. De reden dat ze hier allen met weerzin zitten is die Yesilgöz. Wie zegt nou dat je die Wilders niet meer uitsluit? Dan is er toch een steekje los bij je. De manier waarop ze lacht, nooit gemeend. Als hij thuis is hebben zijn vrouw en hij het altijd over Het Secreet. Soms heeft hij er zo spijt van dat hij die NSC toch heeft opgericht.

Zelfs als ze het over rechtstatelijkheid hebben, betrapt hij zich erop dat steeds diezelfde vraag door het hoofd spookt: hoe kom ik hier op een redelijke manier weg? Een aanleiding, er moet een goede aanleiding zijn, en als die zich voordoet dan is hij zeker weg.

India

Journal

 

Reality tv

Woensdag 7 februari, Cadouin

 

Tegen half acht ’s avonds komt het nieuws dat de formatiepoging is mislukt. Omtzigt houdt het voor gezien. Zo’n avond kan voor mij niet meer stuk. Dat wordt genieten. TV-programma’s worden omgegooid, parlementair verslaggevers gaan duiden en later die avond zullen enkele hoofdrolspelers in beeld komen. Hier kan geen B&B vol liefde of Married at the first sight tegenop. Zo’n tv-avondje is voor mij gemaakt.

Laat er geen misverstand over bestaan: ik geniet enorm dat het alweer mislukt is om een kabinet te bakken waar rechts zijn vingers bij aflikt. Al die hoofdrolspelers van deze formatie, die altijd verontwaardigd op hoge poten de anderen terecht wijzen dat ze niet doortastend zijn: mislukt. Dat rechtse kabinet lag voor het opscheppen, het zou een fluitje van een cent zijn, de kiezer had gesproken.

En dan staat Plasterk weer te zwaaien met zijn handjes. Altijd als ik hem zie denk ik dat Plasterk in wezen een onzekere man is. Met zijn handen wil hij de luisteraar afleiden van zijn woorden. Zijn gezicht trekt hij in de meest onmogelijke plooien, nog een afleidingsmethode. Ga lekker in alle rust weer het laboratorium in. Zo jammer voor hem dat hij door politieke ambitie wordt gedreven. Hij maakt het zichzelf zo moeilijk. Ik heb altijd een beetje medelijden met hem.

Vreemd eigenlijk dat er zo weinig aandacht is besteed aan het feit dat juist een PvdA’er een rechts kabinet moet smeden. Stel je voor dat een PVV’er formateur werd van een links kabinet. Rechts zou er gehakt van maken. Niemand uit eigen geleding kunnen vinden? Wat een teken van interne non-kwaliteit.

Ik geniet gisteravond van de pogingen om ieder ander de schuld te geven van deze mislukte formatie. Drie hoofdrolspelers laten zich niet zien, samen met hun spindoctors twitteren ze hun vingertoppen blauw. Onvoorstelbaar. Verbazingwekkend. Totaal onverwacht, zijn de kernwoorden. Ik lees: paniek, paniek.

Prima uitvinding dat Twitter (tegenwoordig X). Impulscommunicatie. X is een van de reden dat deze formatiepoging is mislukt. Die Wilders is totaal geconditioneerd op het grijpen naar zijn mobieltje om er weer eens een lekkere vette tweet tegenaan te gooien. Elke keer als hij op de verzendknop drukt, zie je het onderling vertrouwen afnemen. Je wilt vriendje met iemand worden en dan noem je hem een katholieke gluiperd. Ook al is het waar, dan is het nog wel dom.

Het meest medelijden heb ik met Caroline van de Plas. Parlementariër is het enige baantje dat je kunt krijgen bij bewezen ongeschiktheid. De afgelopen weken liep ze steeds sloffend langs de camera’s zonder dat ze iets wilde zeggen. Snap ik wel. Ze wil natuurlijk zo snel mogelijk naar de rookpaal buiten bij de ingang. Even lekker een paar hijsjes nemen. Bovendien wordt er over financiën gesproken. Och financiën, er wordt toch alleen maar naar de kosten gekeken. Dan liever een sigaretje. Daarna, thuis, een glaasje gratis bier, zoals altijd.

De enige die uitgebreid op tv verschijnt is Omtzigt. Is hij nu wel of niet opgestapt? Hij heeft er veel woorden voor nodig. Wikken, wegen. Uiteindelijk begrijp ik dat hij best verder wil praten met ‘partijen’. Maar door die kluns van Plasterk, die een paar mailtjes over financiën voor hem achterliet, beschouwt hij deze formatie als mislukt.

Ik heb me ook weer heerlijk geërgerd aan de parlementair verslaggevers Thomas van Groningen (Op1) en Elodie Verweij-Sauter (RTL). Beiden de nieuwste lichting parlementair duiders, altijd de verkeerde vragen stellen, geen interesse in de inhoud. Beiden zien de politiek als spelletje. Ik zelf gisteravond trouwens ook. Top-tv. Ik verheug me nu al op de volgende mislukte poging. Reality tv avant la lettre.

India

Journal d’images

 

De grijze dagen

Dinsdag 6 februari, Cadouin

India

Journal

 

Blessure

Maandag 5 februari, Cadouin

 

We kregen Dies in de zomer van 2018 van een zwerver. We hadden geen idee dat hij een border collie was. We wisten wel dat er border collie bloed in zat, want van zijn ouders zagen we eerst de vader. Hij rende een café binnen en ging meteen pleasend aan de voeten van Wyb liggen. Hij vond het heerlijk om geaaid te worden. Maar opeens stond hij weer op en rende hij het café uit naar een zwerver die tegenover het café tegen een muur zat te drinken.

Even later kwam er een andere zwerver aan die een theedoek droeg met iets kostbaars. Hij deed er zo voorzichtig mee. Er bleken twee puppy’s in te zitten. Hij had ook een hond bij zich, een mooie hond, een bruine. Puppy’s hebben een magneetwerking op Wyb en mij. We gingen meteen een praatje maken. De hondjes bleken één dag oud te zijn. De twee honden die erbij waren, bleken de moeder en de vader te zijn.

Wyb en ik zagen meteen dat die ouders goede honden waren. Vriendelijk, stabiel, trouw. Op die middag besloten Wyb en ik in een split second dat we weer een hond wilden en vroegen de zwerver of hij de hondjes al kwijt was. Een had hij al aan iemand beloofd, de bruine beloofde hij die middag aan ons. Met een glas wijn bezegelden wij de belofte.

De plaats van handeling was het plaatsje Die in de Drôme (Frankrijk). Wij woonden in die tijd nog in Nederland en de afspraak over het hondje betekende dat wij negen weken later opnieuw van Dwingeloo naar Die moesten rijden, 1300 kilometer heen. En 1300 kilometer terug.
Eerst kregen we geen contact meer met Matthieu, zoals de zwerver heette. We hadden zijn telefoonnummer gekregen, maar hij nam niet op. Via het café maakten we uiteindelijk voor 1 oktober om elf uur een afspraak, we zouden elkaar zien op het terras van het café. Zelfs om elf uur die eerste oktober was het de vraag of wij een hond hadden. Om elf uur: geen Matthieu. Pas tegen kwart voor twaalf kwam hij aanlopen, het kopje van een pup stak uit zijn rugzak.

Wij gingen naar huis in de vaste overtuiging dat we een straathond hadden. Een border collie was zwart-wit, wisten wij, en zijn moeder was bruin. Eigenlijk was ik blij dat het geen volbloed border collie was. Ik had verhalen gehoord van hun niet te verzadigen energie.

Het drong pas tot ons door dat Dies een border collie was toen we thuis in Dwingeloo het bos uitliepen en, surprise, surprise, ons exact hetzelfde hondje als Dies tegemoet liep. Wij vroegen of ze hun hondje ook uit Frankrijk hadden gehaald, mogelijk dat er daar meer van dit soort hondjes rondliepen. De mensen moesten lachen toen wij zeiden dat Dies een straathond was. ‘Hoe komen jullie daar nou bij. Ik kan jullie verzekeren dat jullie een volbloed border collie hebben. Border collies zijn niet alleen maar zwart-wit, jullie hebben, net als wij, een tricolor. Hier in Drenthe zit een fokker die erin is gespecialiseerd. Onze hond heeft een chique stamboom, die van jullie niet, maar geloof ons, jullie hebben echt een border collie.’

Toen ben ik maar eens wat boekjes over border collies gaan lezen. Die bruine moeder bleek inderdaad een tricolor te zijn. Uit alles bleek, het karakter, het gedrag, de bewegingen, dat we inderdaad een border collie hadden. Ik las ook dat border collies nogal blessure gevoelig zijn. Ook dat kwam uit. Door zijn fanatisme, zijn geren door velden en bossen is Dies regelmatig geblesseerd. Zijn rechter poot blijkt zijn zwakke plek te zijn.

Dat komt vooral omdat hij, als hij naar een stok rent, met zijn voorpoten een soort sliding maakt. In die sliding tilt hij met zijn voorpoten de stok op om hem zo in de bek te nemen. Eens in de zoveel maanden zitten we dan met een hond die mank loopt. Vervelend, want dat betekent dat we minder ver met hem kunnen lopen. Die tienduizend stappen per dag kunnen we dan vergeten. Dies zelf vindt het ook verschrikkelijk, waar moet je als border collie nou met je energie heen als je bent geblesseerd?

India

Journal d’images

 

Slapen in India

Zondag 4 februari, Cadouin

Journal

 

Vertraging

Zaterdag 3 februari, Cadouin

 

Zondag slaagde het door Elon Musk opgerichte bedrijf Neuralink erin een hersenimplantaat bij een mens te plaatsen. Met die operatie wil het bedrijf verlamde mensen weer laten lopen, blinden zien en psychiatrische aandoeningen, zoals depressies, genezen. Nobel doel, dacht ik in een eerste instantie. Daar kunnen we niet tegen zijn.

Maar een dag later lees ik dat Musk verder wil gaan. Hij vindt dat de mens eigenlijk te gebrekkig communiceert. Praten gaat te langzaam, al dat formuleren is te moeizaam. Dat moet sneller kunnen. Uiteindelijk streeft hij ernaar dat we gesprekken, kennis, teksten in één flits naar elkaar kunnen overbrengen. Zo. Toe maar, dacht ik toen. Het inzetten van dat implantaat blijkt slechts een eerste stap te zijn.

Even een citaatje van Musk & kompanen: ‘Ons uiteindelijke doel is het menselijke brein laten versmelten met artificiële intelligentie.’ Hij wil onze hersenen een andere, nieuwe intelligentielaag geven die hij vervolgens aan computers wil koppelen. De mens, zo hoopt hij, kan hierdoor de steeds versnellende kunstmatige intelligentie bijhouden. De strategie: if you can’t beat them, join them.

Het zal hem worst wezen, maar Musk en ik staan hier lijnrecht tegenover elkaar. Wat versnellen? Ik ben juist een aanhanger van de vertraging. Niet de versnelling, maar de vertraging helpt de mens. De mensen lopen nu al hun benen onder hun lijf vandaan en zie wat er gebeurt door die verhaasting. Druk, druk, druk, en het gevolg is meer chagrijn, meer onhebbelijkheid, depressie. Ook meer domheid. Er is geen tijd om na te nadenken, geen tijd voor reflectie, om te ontspannen, een boek te lezen of je eens lekker te vervelen, alles moet snel en efficiënt. Wat leidt tot oppervlakkigheid, vervreemding en ongelukkige mensen. Het uiteindelijk doel van Musk is om kleine geldmachines van ons te maken. We mogen aan niets anders denken dan geld genereren.

Zoals ik al eerder schreef, ben ik met Henk een schaduwkabinet aan het formeren. Wij willen de huidige ministeries afschaffen en daar andere voor in de plaatsstellen. Als ik over de ambities van Musk lees, zou ik dat proces graag willen versnellen. Henk en ik hebben al een paar ministeries in het leven geroepen. Zoals het Ministerie van Nutteloze Zaken, waarvan Henk zelf de leiding gaat nemen. Ikzelf wil graag het Ministerie ter Bevordering van de Onveiligheid gaan leiden. Voor het Ministerie ter Bevordering van de Imperfectie voeren wij momenteel gesprekken met kandidaten.

Nu Musk helemaal losgaat stel ik voor daar nog een Ministerie ter Bevordering van Inefficiency aan toe te voegen en ook een Ministerie ter Bevordering van Verveling & Mijmering lijkt me geen overbodige overbodige luxe. En laten we het bestaande ministerie van Algemene Zaken vervangen door het Ministerie ter Bevordering van de Vertraging in het Algemeen. Op naar een nieuwe wereld.

India

Journal

 

Nicht

Vrijdag 2 februari, Cadouin

 

Laat ik eerlijk zijn. Ik ben eigenlijk best zelfingenomen met de site van Dossiermoddergat. De site in deze vorm bestaat nu bijna negen jaar en ik vind hem nog steeds mooi. Ik denk eigenlijk nooit dat hij qua vormgeving is ingehaald door de tijd. Dat had ik bij mijn vorige site, die zeven jaar heeft bestaan, in toenemende mate. Ik vind de huidige vormgeving nog steeds top. De lezer zal begrijpen dat ik inmiddels gehecht ben aan het fenomeen Dossiermoddergat, wat onlosmakelijk is verbonden met hoe de site eruit ziet. Het is toch een soort persoonlijk museum geworden.

Als iemand ooit op de gedachte is gekomen dat die Blogger toch verrekte handig is met computers, dat hij dat toch maar mooi flikt, dan heeft diegene het volstrekt mis. Ik schrijf elke dag mijn blogje, daarnaast fotografeer ik veel, maar de opzet, de vormgeving van Dossiermoddergat komt volledig uit de geest van mijn Franse Nicht. Zij was degene die bepaalde hoe de tekst eruit zou zien, hoe de foto’s geplaatst kunnen worden, kortom, zij bepaalde de opzet en uiterlijk van Dossiermoddergat.

Zij gaf mij instructies hoe ik die tekst en die foto’s dan op de site kan zetten. Ik ben niets anders dan een trouwe opvolger van haar instructies. Ik ben gewoon een domme kracht die productiewerk doet, want het is best nog wat werk om die site een beetje bij te houden. Zet maar eens al die teksten die ik op de pagina Nieuw zet over naar het archief. Dat gaat niet automatisch, daarvoor moet ik heel wat plakken en knippen. Soms doe ik iets fout en dan weet ik mij geen raad, dan neem ik meteen, bevangen door enige paniek, contact op met mijn Nicht. Mijn Nicht is het brein achter de site. Zij weet er dingen over die ik volstrekt niet weet. Zij weet hoe WordPress werkt, hoe je dingen daarin kunt aanpassen, updaten, moderniseren. Ik vaar blindelings op haar.

Vorige week waren we bij mijn Nicht en haar vrouw op bezoek toen Dossiermoddergat ter sprake kwam. Dat gebeurt niet vaak, hoor, meestal hebben we het over belangrijkere dingen. Of spelen we het spel Toc. In ieder geval had mijn Nicht al snel door dat ik op een prehistorische wijze aan de site werkte. Ze vertelde dat je tegenwoordig een veel snellere manier hebt om in zo’n site te werken, dat er een soort Visual Builder bestaat. Of ik daar dan nooit van had gehoord. ‘Nee, lieve schat, op dit gebied ben ik volstrekt dom. Ik volg nog steeds trouw de instructies die jij me negen jaar geleden gaf.’

En zo gebeurde het dat ik gisteren bij mijn Nicht op cursus was. Ze leerde me hoe ik veel prettiger met de site kan werken, het lijkt wel toveren, en ik besefte hoe vervelend het eigenlijk is als je, wat computers betreft, zo dom bent als ik. In een uur zorgde mijn Nicht ervoor dat ik per maand uren van gepriegel kan besparen. Wat een genot! Hulde aan mijn Nicht.

India

Journal

 

Zon

Woensdag 31 januari, Cadouin

 

Ik dacht dat er nooit een einde aan zou komen. Voor ons begon het nadat we terugkwamen uit India en nog drie weken in Nederland verbleven. We kwamen in de zondvloed terecht. Drie weken lang: regen. Het bos in Norg was daarvoor al veranderd in één grote blubberzooi. De wolken hingen laag over de bossen, grijs, zwart, donker. Zelfs als we overdag wandelden, liepen we door een soort mistige schemer heen. Het kon niet anders of Nederland werd ergens voor gestraft.

We waren opgelucht dat we eind december Nederland konden verlaten. Ik was vergeten dat het zo’n somber oord kon zijn. Maar terug in Frankrijk was het beter, maar niet veel beter. Iedereen klaagde over de natte winter. In onze vallei verschenen keer op keer beken die een paar dagen bleven en dan weer oplosten. Onze berg was door en door nat, dat zagen we wel. Verschil met Nederland: hier hield het regenen nog wel eens op en verscheen er, om de mensen te troosten, soms zowaar even iets als een blauwe lucht. En, ook een belangrijk verschil, de wind is hier aanzienlijk vriendelijker. Maar om er nou echt blij van te worden? Nee.

Maar deze week is alles anders. Er zijn zelfs dagen bij dat er geen wolkje in de lucht is, alles is strak blauw. De thermometer kroop gisteren zelfs naar 18 graden. Wyb en ik hebben al twee keer in de tuin geluncht. Na de lunch keren we onze gezichten naar de zon en genieten van haar eerste zonnestralen.
Het weer heeft me nooit een donder kunnen schelen, door al dat gewerkt vergat ik, blijkt nu, vrijwel alles. Pas nu begrijp ik waarom al die pensionades als het kan naar de zon vluchten. De zon is gul, hartverwarmend, een moeder voor de mens. Zij hoeft alleen maar weldadig te schijnen, als zij ons gaat geselen, en dat doet zij als zij de veertig graden nadert, dan hoeft het voor mij ook niet meer. Alles onder die 40 graden vind ik een geschenk. Een mens is veeleisend.

Wyb en ik zitten inmiddels weer volledig in de leesstand. Wyb heeft de luie stoel al onder de capalca gezet en raast door Schemerleven van Jaap Robben heen. Ik lees een roman van de Indiase schrijver Pankaj Mishra. De titel: Heen komen. 
Ik kan me zo goed voorstellen dat oude volkeren de zon als godin aanbaden. Als iets ons weldadigheid en, letterlijk, warmte geeft, dan is het de zon, die heerlijke zon. Dat zij deze winter nog veel mag schijnen.

India

Journal

 

Mem

Dinsdag 30 januari, Cadouin

 

Ik ben afgesneden van het vaderland. Als we nu, zoals we regelmatig doen, in één dag naar Nederland willen rijden, dan is dat onmogelijk. Als ik de kranten mag geloven, loopt er een muur van tractoren door Frankrijk, is er geen doorkomen aan. Parijs is belegerd, ondanks dat de Franse regering concessie na concessie doet, weten de boeren van geen wijken. En zij niet alleen, taxi- en vrachtwagenchauffeurs doen driftig mee.

Toen wij vijf jaar geleden richting Frankrijk vertrokken, kwamen we midden in het protest van de gele hesjes. We konden geen rotonde nemen of er stonden mensen met gele hesjes te barbecueën, omringd door revolutionaire leuzen. Eigenlijk is het sinds die tijd onrustig. De post staakt, er wordt geen brandstof aan de pompstations geleverd, barricades op de snelwegen, we hebben het allemaal meegemaakt. Nou ja, meegemaakt is een groot woord. Hier in de Dordogne heerst, zoals altijd, een bezadigde rust.

Op de een of andere manier is het boerenprotest in Frankrijk mij sympathieker dan in Nederland. De situatie van de Nederlandse boer heeft hij vooral aan zichzelf te danken, hij heeft zich laten naaien door de Rabobank en de agrarische industrie. Sterker, het protest in Nederland was geëntameerd en gefinancierd door die agrarische industrie. De Nederlandse boer is, gelokt door geld, geld en nog meer geld, met open ogen in de fuik van de grootschaligheid gezwommen. En dat ze nu klem zitten, dat hadden ze echt zelf kunnen voorzien. Komt bij dat ik geen medelijden met ze heb. Verkoop de boel en je bent miljonair. Er zijn weinig mensen die zo’n goede afvloeiingsregeling hebben.

De overgrote meerderheid van de Franse boeren heeft zich niet door de agrarische industrie laten verleiden. Ze zijn blijven kiezen voor kleinschaligheid. Hier grazen nog kuddes koeien op de hellingen, prachtig om te zien. Hun lot is de armoede. Elke dag plegen twee boeren suïcide.

Het probleem met zowel de boeren in Nederland als in Frankrijk is dat ze afhankelijk zijn van subsidies en door de politiek gegeven privileges. Ze schelden wel op die overheid, maar ze zijn er totaal van afhankelijk. Ze hangen aan de mem van die overheid, of die overheid nou Europa, rijksoverheid of provincie heet. De boer is feitelijke geen ondernemer meer. Hij is een man die hard werkt om nog zoveel mogelijk zelf geld binnen te harken, maar zijn hand moet ophouden om echt rond te komen.

Eigenlijk zou de boerenbranche totaal op de schop moeten, is sanering noodzaak. Het huidige verdienmodel is niet eens meer een verdienmodel. Veel van hun producten worden elders op de wereld veel schoner en goedkoper geproduceerd. Maar ja, kom er maar eens mee aan bij die boerenbranche. Voordat je het weet staan ze met trekkers en fakkels voor je deur. Je ziet het nu in Frankrijk. De politiek trekt de ene na de andere maatregel in om de boeren maar tegemoet gekomen.

Arm land. Want de overheidsschuld gaat alle proporties te buiten. Als dit land Argentinië of Zimbabwe zou heten was het al failliet verklaard, las ik onlangs. Door de macht van de boer en zijn lobby is Europa gegijzeld. Sartre schreef al dat Europa een lek schip was. Inmiddels heeft het zoveel water gemaakt dat zinken dreigt. Het lek kan alleen gedicht worden door het aanpakken van de landbouw, ze nemen qua landoppervlakte in Nederland veel te veel ruimte in en de subsidies aan de boeren zijn onbetaalbaar, zie Frankrijk. Benieuwd of er politici zijn die het lef hebben dit probleem nou eens echt aan te pakken.

India

Journal d’images

 

Kliekjes dag

Maandag 29 januari, Cadouin

 

Vandaag is het kliekjes dag. Maar niet zomaar, het zijn wat lukraak probeersels van een nieuw fototoestel dat ik heb gekocht, de Canon Eos R8, een systeemcamera. Dus ik hoef voortaan niet meer met een zware Canon te sjouwen. Deed ik trouwens steeds minder, want de foto’s van de afgelopen tijd zijn eigenlijk allemaal gefotografeerd met Fujifilm X100v met een vaste 35 mm erop. Het voordeel van mijn Canon, nu kan ik ook weer mijn zoomlenzen van Canon gebruiken. Overigens heb ik bij die R8 ook een 35 mm gekocht. Voor straatfotografie gebruik ik eigenlijk altijd een 35 mm lens. Ander voordeel van de R8, het is een fullframe camera, dus ik kan nu meer croppen. Voor wie niet weet wat dat is, zoek maar even op. Dit alles voor de liefhebber. Vreemd eigenlijk dat ik het zo weinig over fotografie heb, terwijl dit blog toch barst van de foto’s. Hieronder snapshots uit het dagelijks leven om mij  de camera een beetje eigen te maken. Het eerste gevoel bij deze kennismaking, het is een lekker ding die R8.

Eerste foto met de nieuwe camera. Dankbaar onderwerp.

Regelmatig doel van een wandeling, Poquelin in Molières. Maar heel vaak, nu ook, is het café nog niet open. Dan maken we gewoon gebruik van het terras om wat te rusten.

Over wandelen gesproken, hier zijn we bezig met zo’n wandeling. De communicatie met de buitenwereld gaat dan gewoon door.

De Censor at work.

Zoekplaatje. Zoek de hond.

Journal

 

Berg

Zondag 28 januari, Cadouin

 

‘Een stel gaat op een berg wonen, met het doel om niets uitzonderlijks te beleven.’ Het is deze zin die meteen raakt als ik de boekenbijlage van de NRC scan. Het is de eerste zin van een recensie van een boek van de Ierse schrijfster Sara Baume. De titel: Weken maanden jaren.

Nog even wat zinnen uit de recensie. ‘Iedere schrijfdocent zou een verhaal dat alleen over gelukkige mensen gaat ten zeerste afraden.’ ‘Sara Baume beschrijft zeven jaar van het leven van een stel, Bell en Sigh, die met twee honden in een oud afgelegen huis aan de Ierse kliffen gaat wonen. Ontsnapt aan de drukte van de stad wensen zij verder niemand te zien en niets uitzonderlijk te beleven. Het leven is simpel en wordt geleefd van dag tot dag, van het ene seizoen in het andere, ontdaan van plannen en dromen. Het bestaat uit rommelen in de tuin, schoonmaken, groenten verbouwen, onderhoud om en in het huis, zwemmen, wandelen, koken (.) en een zeldzaam uitstapje naar de supermarkt als het echt moet.’

Verdomme, een boek dat genoeg heeft waarmee ik me kan identificeren, lijkt me. Kopen, denk ik meteen. Maar dan volgt een zin waardoor ik meteen ga twijfelen. ‘Dit alles komt tot ons via een bijzondere verteller: de berg waar hun huis op uitkijkt.’ Tsja, een literaire truc, dat is jammer. Dat vind ik dan weer geforceerd, was er geen ander vertelperspectief mogelijk?

Maar die zin zet me wel aan het denken over onze berg. Wij kijken dan wel niet uit op onze berg, onze berg ligt hoog achter ons. Hoe kijkt onze berg naar ons? Onze berg kijkt niet naar ons. Hoe kijk ik naar onze berg als persoon? Ik zie hem als een grote moeder die ervoor zorgt dat ons huis veilig in de luwte ligt bij stormen uit het Noorden en veel regen voor ons opvangt. Ik zie de berg als bescherming, een machtig gegeven. Ik denk wel eens: stel dat al die stenen en bomen naar beneden komen rollen en schuiven en ons verpletteren. Maar dat zie ik onze berg gewoon niet doen.

Vaak als ik thuis kom kijk ik even naar boven, niet iedereen heeft een bos boven zijn hoofd. Als kroon op die berg is er een dassenburcht. Als ik in de kamer de luiken opendoe, kijk ik altijd met bewondering naar de berg. Een berg waar ooit de monniken op zijn terrassen wijn verbouwden. Nu verwilderd. En ik heb geen enkele behoefte om onze berg te ontdoen van zijn verwildering. De berg is zoals zij is. Ze kijkt niet naar ons. Onze berg doet wat alle bergen doen: zwijgen.

Dat boek Weken, maanden, jaren, ga ik toch kopen. Het gegeven raakt aan ons verblijf hier, vermoed ik.

India

Journal

 

Johanna

Zaterdag 27 januari, Cadouin

 

Net als ik afscheid neem van mijn Franse leraar gaat mijn mobiel. Ik zie dat Johanna belt. Ik neem niet op omdat ik eerst het afscheid wil afronden. Ik popel om op te nemen, want Johanna is mijn oud secretaresse. Aan het eind van de vorige eeuw hebben we een paar jaar intensief samengewerkt. We konden goed met elkaar opschieten, werkten perfect samen. Na onze samenwerking spreken we elkaar sporadisch, maar het is altijd leuk om elkaar aan de lijn te hebben.

Ik stap in de auto, rij het dorp uit en parkeer mijn auto op een landweg. Als ik terug bel, neemt Johanna meteen op. Door ons gesprek ben ik meteen terug in de tijd dat ik in Leeuwarden werkte. Het was zonder twijfel de drukste tijd van mijn leven. Mijn leven bestond voornamelijk uit werken, thuis wachtten Lies en de kinderen. Gelukkig woonde ik dicht bij het theater. Een minuutje fietsen en ik was op mijn werk. Die luxe heb ik daarna nooit meer mogen ervaren.

Ik weet waarom Johanna belt. Toen Wimie Wimhelm overleed heb ik haar gebeld met de vraag of zij wist of er nog ergens een integrale opname was van Rolbrug, een van de meest bijzondere toneelproducties waar ik aan mee werkte. Het duurt even voordat we bij dat onderwerp komen. Herinneringen hebben voorrang, evenals de huidige situatie van De Harmonie (crisis, heb ik in de krant gelezen!) die ik met zoveel liefde heb gebouwd. Nou ja, ik. Met heel veel anderen. Johanna herinnert zich hoe ik altijd op bureaus sprong. Dat was een grote prestatie want uit staande toestand sprong ik in één beweging op een bureau. Ik was daar zeer geoefend in.

Pas op het einde vertelt ze wat ik vermoedde omdat ik zelf Omrop Fryslân en de NPO al had gebeld: er bestaat geen integrale registratie van. Verdomme, wat stom dat we die niet hebben gemaakt, maar ja, in die tijd was dat nog niet gewoon. Het laat weer eens zien dat theater een vluchtig medium is. Er wordt ongelooflijk veel gemaakt, en er wordt ongelooflijk veel vergeten.

Met een weemoedig gevoel hang ik op. Ik heb me in mijn leven met veel plezier uit de naad gewerkt. Het is toch wonderlijk dat ik nu een leven leidt met maar één afspraak in de week, namelijk met mijn Franse leraar. En ik vind het heerlijk. Hoe heeft dat zo kunnen gebeuren? Wanneer heeft de omslag plaatsgevonden? Was er een kantelpunt? Ik denk het niet, het zal langzaam zijn gegroeid.

Het gebeurde denk ik halverwege de vijftig. Elke dag in het theater, een leven lang dezelfde gesprekken, het begon me tegen te staan. Het kernwoord dat me daarvoor altijd te binnen schiet, komt uit het Engels: fed up. Het definitieve afscheid van het theater was toen Wyb en ik een chambres d’hôtes in Frankrijk begonnen. Langzaam, of niet eens langzaam, dreef mijn netwerk van mij af. De tijd van De Harmonie en het leven in Cadouin, er is geen grotere tegenstelling.

India

Journal d’images

 

Wasdroger

Vrijdag 26 januari, Cadouin

Zo fijn dat onze wasdroger het weer doet.

Journal d’images

 

Lucky me

Vrijdag 26 janauri, Cadouin

Het huis van het weekdier

 

 

 

__

Een aantekening, op snipper, snel geschreven,
Met inkt, door andere boodschappen heen verweven.
Vergeefs. Het werd door niemand ooit gelezen,
Het waaide weg. Schat, ik ben slechts even…

Journal

 

Teken

Donderdag 25 januari, Cadouin

 

Ik vermoed dat het spannend gaat worden. Ik ben benieuwd of Nederland over een paar jaar nog het land is dat we nu kennen. Het eerste teken van verandering geeft de Gemeente Westland. Ik weet niet of je daar wel eens bent geweest, maar Westland is verreweg de lelijkste gemeente van Nederland. Benauwde weggetjes, kassen die de mens hebben overwoekerd, ’s nachts altijd een oranje lucht, donkerte bestaat er niet.

Het is een gemeente die geen asielzoekers opvangt. De mensen die zorgen dat de kassen winst opleveren, de Polen, de Bulgaren, worden elke avond uit de gemeente geweerd, die moeten hun heil in Den Haag en Rotterdam zoeken in veel te dure, vieze kamertjes. De ondernemers in Westland nemen, wat wonen betreft, en een heleboel andere dingen, geen enkele verantwoordelijkheid voor hun medewerkers. Westland zou wel eens het bewijs kunnen zijn dat een lelijke omgeving, lelijke mensen baart. Wat is je referentiekader als je in Westland woont? Kale kassen, kunstlicht, het enige wat ze goed kunnen is plukken.

Maar het gaat me om het volgende. De Spreidingswet was nog niet aangenomen, of de Gemeente Westland liet weten dat ze die wet verwerpen en er niet aan zullen meedoen. De essentie van de wet is juist dat elke gemeente goed overlegt met naburige gemeentes. In dat overleg bepalen de gemeentes wie wat kan betekenen. En het is de bedoeling dat iedere gemeente een bijdrage levert aan de opvang. Een gemeente die alsnog weigert iets te doen, kan dan worden gedwongen asielzoekers op te nemen. Wilders, de mogelijke nieuwe premier van Nederland (je moet er niet aan denken), was er als de kippen bij om de Gemeente Westland te steunen.

En die dynamiek zou wel eens een nieuw Nederland kunnen opleveren. Daarom valt het woord rechtstatelijkheid tegenwoordig zo vaak. De gemeenteraadsleden van Westland durfden zelfs het woord dictatuur in de mond te nemen. Hoezo dictatuur? Het besluit om de Spreidingswet in te voeren werd met een grote meerderheid door de Eerste Kamer genomen. Precies zoals democratie werkt. Maar wat gebeurt als een gemeente, een provincie of de Rijksoverheid een wet niet uitvoert? Wat als we het principe gaan volgen dat je mensen volgens de weg niet mag oplichten, maar dat we ons daar geen ruk van aantrekken. Leerplicht? Verkeersregels? Belasting betalen? Bekijk het.

Voortdurend merk je dat Wilders & Co het lastig vinden dat er wetten zijn, bindende afspraken in Europa, verdragen in VN-verband. Dat is de reden waarom Wilders het heeft over Nexit, die afspraken en verdragen, hij wil er gewoon van af. Hij suggereert zelfs de Spreidingswet onder een nieuwe regering niet uit te voeren.

Ik durf wel te stellen dat de rechtstaat in gevaar is. We hebben gezien hoe de Wildersen in de Verenigde Staten, Polen en Hongarije hebben gewerkt, keer op keer zie je ze de rechtstaat verder ontmantelen, proberen ze van rechters hun politieke verlengstuk te maken. En hier in Nederland zal het niet anders gaan. Ik geef toe, het is een waarschuwing van een totaal nietig bloggertje. Maar realiseer je: wie het laatst huilt, huilt het hardst.

 

India

Journal

 

Ascetisch leven

Woensdag 24 januari, Cadouin

 

Ik heb al diverse keren ons huis in Frankrijk vergeleken met een klooster, met mijzelf daarin als monnik. Belangrijkste reden, het huis ligt in afzondering, eenzaamheid is er troef, de stilte alom. Waar tref je dat nog? Precies: in een klooster.

Ons huis is de afgelopen tijd nog meer veranderd in een klooster. Nadat het werk van Wyb ophield, ben ik niet meer de enige monnik. Wyb is bij mij ingetreden. We zouden nu kunnen spreken van een kloosterorde.
Wij zouden de dagen slempend en als ontaarde slapers kunnen doorbrengen. Doen we niet. De wekker gaat hier zeker om acht uur. Geef toe dat we meestal om half negen het bed uitkomen. Het wordt ook wel eens negen uur. Dus strenge kloosterregels zijn er niet.

Er zijn kloosters waar zwijgen de regel is. Daar doen we ook niet aan. Elk woord dat we willen spreken, mag er uitkomen. ‘We houden het toch opmerkelijk goed uit zo met z’n tweeën in deze eenzaamheid,’ zei ik gisteren tegen de Wyb op de bank terwijl we Married at first sight keken, het zoveelste dating programma.

Het was eigenlijk de eerste keer dat ik stilstond bij ons leven dat nu al maanden aan de gang is. Wij leven in een vredig klooster. De kloosterregels zijn nergens beschreven, maar hebben zich als het ware als vanzelf om ons leven heen geweven en ze passen ons als een jas. In de eerste alinea gebruikte ik het woord eenzaamheid, maar ik geloof niet dat dit het goede woord is, want eenzaam zijn wij volstrekt niet. Wij zien weinig mensen, om ons heen is er weinig ander vermaak dan de natuur. In die tamelijke afzondering vermaken wij ons prima. En och, de ene reis is nog niet voorbij of de volgende is gepland, wat zullen wij nou zeuren.

Toch heeft ons klooster de afgelopen weken nog meer het karakter van een klooster aangenomen. Ascetisch leven heeft bij ons zijn intrede gedaan. Tot nu toe leefden wij een Bourgondisch leven, altijd lekker eten, altijd lekkere wijnen. Eigenlijk waren we een soort culinair klooster. Maar die tijd is (voor even?) voorbij.

Wyb heeft besloten om 66 dagen niet meer te drinken. Die 66 dagen zijn gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen. Wij waren, Wyb meer dan ik, best overmatige drinkers. Elke dag gingen er wel een paar glazen in. Gelukkig merkten we dat we nog net geen alcoholisten waren, daarvoor voldeden wij aan geen enkel criterium. Dat was meegenomen, maar dat nam niet weg dat we volgens de classificerig wel overmatige drinkers waren.

We stelden paal en perk. Wyb is zelfs geheelonthouder geworden. Hè, Wyb? Ja, Wyb. Om haar te ondersteunen leven we elke avond op druivensap (zonder alcohol). Matigheid is de maatstaf. Als Wyb naar bed is, schenk ik incidenteel wel eens een whisky in. God, wat heerlijk. Half maart zijn die 66 dagen voorbij en zijn we, Wyb meer dan ik, helemaal clean. Ben benieuwd wat er dan gebeurt. Voor die gebeurtenis zal ik vast een paar mooie flessen wijn in huis halen. Een klooster kent ook zijn vieringen.

P.S. De Censor vindt het voor de waarheidsvinding wel noodzakelijk dat ik hierbij de opmerking maak dat we nog steeds lekker eten. Haar geheelonthouding ziet ze als een vakantie voor haar lever. Waarvan akte.

India

Journal

 

Aanklooien

Maandag 22 januari

 

Vandaag treurig nieuws in de Volkskrant. De kop: ‘Leeftijd eerste seks blijft stijgen: jongeren voelen meer druk, minder ruimte voor ‘aanklooien’. Het nieuws raakt me mede omdat ik zelf een groot liefhebber was van aanklooien. Arme jongeren, de helft van hen heeft pas met 18,7 jaar geslachtsgemeenschap. In 2017 was dat nog 18 jaar en in 2012 17 jaar.

Een van de reden is, zo denken de onderzoekers, de druk die jongeren ervaren om het de eerste keer perfect te laten zijn. Tsja, alles moet tegenwoordig perfect zijn. Nergens mag meer een krasje opzitten, alles dient glad als plastic te zijn. Het lijf idem dito. De sixpack dient aanwezig, de borsten in perfecte vorm, evenals de lippen en de kont. Het is de Instagram- en TikTok-terreur denk ik. Ik ken een jonge vrouw, een leuke vrouw, een mooie vrouw, maar als ze een foto op Instagram zet dan bewerkt ze die foto zo dat ze niet meer herkenbaar is, maar wel voldoet aan de normen die iemand instagramable maken.

En er wordt niet alleen met photoshop verbouwd. Men zwoegt in sportscholen naar de perfecte vorm en dan zijn er natuurlijk de ‘dokters’ die fysiek kunnen verbouwen. Resultaat foeilelijke lippen, onnatuurlijke borsten. Arme kinderen. Ik gun ze zo het schijt hebben aan.

Vorige maand liep ik met Henk door een somber, regenachtig bos in Norg. En we bespraken dat het eigenlijk hoogtijd wordt voor een schaduwkabinet. Een kabinet met nieuwe ministeries, zoals het Ministerie van Nutteloze Zaken, het Ministerie ter Bevordering van de Onveiligheid. Het lijkt me goed daar het Ministerie ter Bevordering van de Imperfectie aan toe te voegen. Een Ministerie ter bevordering van het Aanklooien lijkt me ook geen overbodige luxe.

Zelf was ik een enorm voorstander van het aanklooien. Als het stil was dan hoorde je bij mij de testosteron door het lijf gieren. Gaf me de Wehkamp gids, afdeling lingerie en de testosteron deed zijn werk. Zo zie je maar weer dat verwennerij niet gelukkig maakt. De jeugd van tegenwoordig heeft de hele porno-industrie ter beschikking. Ik dacht dat dat vooruitgang was, wat had ik daarvan genoten. Ik zou niet van het beeldscherm zijn weg te slaan. Ik moest me behelpen met die gids, een incidenteel beeld van een actrice die eens uit haar kleren ging op tv en natuurlijk mijn fantasie. Leve de fantasie. Laten we er ook een Ministerie ter Bevordering van Fantasie tegenaan gooien. Fantasie maakt een mens pas echt gelukkig. Maar die arme kinderen van tegenwoordig hoeven die bron niet aan te boren, alles krijgen ze op een presenteerblaadje.

Ik zal zelf zestien, zeventien jaar zijn geweest toen ik voor de eerste keer De Daad verrichtte. Ik vond dat zelf al vervelend laat. Mijn hele lijf schreeuwde om De Daad. Gelukkig had ik allerlei vriendinnetjes in de buurt die ik liefdevol mocht bevoelen. Maar ja, De Daad was iets anders, dat was de Heilige Graal. God, al weet ik niet of hij de ideale persoon is om aan te roepen, laten we de jongeren toch vooral het aanklooien gunnen. Het maakt complete mensen. Vallen, opstaan, en weer heel vaak doorgaan. Nu begrijp ik waarom jongeren vaak zo depressief zijn. Degene die niet aanklooit, heeft een imperfect leven.

 

494

Journal

 

Twee werelden

Zondag 21 januari, Cadouin

 

Ik leef in twee werelden. Dat bedoel ik niet psychologisch, ik bedoel het fysiek. Mijn huis op de berg, midden in de bossen, met uitzicht op de vallei, kent in feite uit twee werelden. Overdag zie ik wat ik zojuist beschreef, dat is mijn wereld. ’s Nachts, als de zon het voor gezien houdt, het donker intreedt, wordt het een andere wereld.

Ik realiseerde het me omdat het wel eens gebeurt dat Dies, midden in de nacht, keihard waaks begint te blaffen. Hij blaft nooit, en dat maakt zijn blaffen extra opmerkelijk. De eerste gedachte is dat onbekende mensen het erf opkomen, maar dat is nooit het geval. Er zijn hier helemaal geen mensen. Pas de ochtend na zijn blaffen zie ik de reden van zijn opwinding. Vlak voor ons huis is de grond van de vallei omgewoeld. Een troep zwijnen heeft daar vannacht naar voedsel gezocht.

Het stikt in de bossen om ons heen van de zwijnen. Je ziet het aan de overal omgewoelde grond. Maar het gekke is, ik heb hier nog nooit een zwijn gezien. Gisteravond laat liet ik Dies uit en hoorde toen duidelijk een troep zwijnen knorren. Ik haalde Wyb op, we pakten onze verrekijker en zo slopen we opeens door een ijskoude nacht. Het mooie heldere licht van de maan hielp ons. Onze verrekijker kan dat soort donker wel aan.

Maar verdomd, we zagen voor de zoveelste keer helemaal niets. Die andere wereld is zo gemaakt dat wij worden buitengesloten. De bewoners daarvan willen niets met ons te maken hebben. Het gebeurt ook vaak dat ik ’s nachts Dies uitlaat en in het licht van de zaklamp de ogen van een ree worden gereflecteerd. Even maar. Want een ree weet dan genoeg. Mensen? Wegwezen.

Het is een wrede wereld, die nachtwereld, wat dat betreft verschilt ze weinig van mijn wereld. Vorige week schreef ik dat ik overdag een vos zag lopen. Ik vermoed dat er momenteel veel vossen in de buurt zijn. Soms hoor ik ze ’s nachts keffen. De afgelopen maanden verdween Chacha zomaar. Het was de kat van onze buurvrouw, een lief beest dat met onze buurvrouw meeliep naar haar werk hier in het dorp. Na een nacht is Chacha nooit meer gezien. Het werk van een vos, vermoedt ze.

Vorige week kwamen Wyb en ik terug van een wandeling. Op de wei bij het klooster, waar de kinderen altijd spelen die in de jeugdherberg slapen, zagen we een dode hond liggen, of lag hij te slapen? Wyb hield Dies vast en ik ging kijken wat er aan de hand was. Het bleek een das te zijn. Zijn hele buik was weggevreten, de rest van zijn lijf was nog gaaf. De vos zal die nacht zijn werk weer hebben gedaan.

Zo gebeurt er wat om ons huis waar wij geen weet van hebben en ook geen zicht. Op het einde van de zomer burlen de herten rond onze vallei. Een imposant geluid, waar ik graag ooggetuige van zou willen zijn. Maar elke poging daartoe is tot nu toe mislukt. De twee werelden, de lichte en de donkere, ze zijn strikt gescheiden.

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2023