Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Vu

Vrijdag 17 mei, Sauve

Eenmansguerrilla

Donderdag 16 mei, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

 

Eenmansguerrilla

Jan Cremer zei ooit dat het leven
een eenmansguerrilla is:
je wordt alleen geboren
en je sterft alleen.

In mijn geval is dat niet waar. Meteen toen ik
op de aarde kwam lag ik al op de warme buik
van mijn moeder, ook later heb ik altijd
op een warme vrouwenbuik mogen liggen.

Nu is het wachten op de dood. Ik heb stille hoop
dat ik, op het moment suprême , iemands hand kan
vasthouden. En wie weet, slaat iemand haar arm om mij
heen en zegt: ‘Het is goed geweest, Gerard. Ga nu maar.’

Vu

Donderdag 16 mei, Avignon

Schampen

Woensdag 15 mei, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik heb over van alles en nog wat geblogd, maar nooit concreet over mijn werk. Ik treed de discretie in de privésfeer soms met voeten maar over het wel en wee van mijn werk krijgt de lezer weinig mee. Mensen met wie en waarvoor ik werk moeten niet het idee krijgen dat ze onderwerp van een blog kunnen worden; voor familie, vrienden en vijanden ligt dat anders, vind ik.

Dit principe maakt het bloggen wel moeilijker sinds we in Frankrijk wonen en een chambres d’hôtes runnen. Werk en privé vloeien nu in elkaar over, zie het maar eens gescheiden te houden. Toch doe ik daar mijn uiterste best voor. Is ook noodzakelijk want een van de charmes van zo’n chambres d’hôtes is dat je de meest uiteenlopende mensen als gast hebt. Mensen die, als ze een paar dagen in je huis zijn, vol verhalen blijken te zitten. Verhalen die soms spectaculair zijn, soms verdrietig, soms grappig. Ik zou vele blogs kunnen vullen met de verhalen die ik hoor.

Vorige week zei ik nog tegen Wyb dat onze belangrijkste taak misschien wel het faciliteren van verhalen van andere mensen is. Onze gasten vertellen, wij luisteren. Dat vertellen moedigen we soms aan door zelf ook te vertellen. Maar het belangrijkste is dat de gast zijn verhaal kan vertellen. Mensen worden gewoon gelukkig van het feit dat ze kunnen vertellen. Dat ze dat doen tegen relatief vreemde mensen is alleen maar een stimulans, denk ik. Ze weten dat wij het verhaal  niet kennen, dat ze niet in herhaling vallen. De verhalen krijgen daardoor een nieuwe glans.

Het mooie is dat Wyb en ik oprecht geïnteresseerd zijn. Althans dat denken we van onszelf, al kan dat wat hoogmoedig klinken. Als ik mijn leven over mocht doen zou ik zeker journalist worden. Ik hou ervan om verhalen aan te horen en boven tafel te krijgen. Op vijftienjarige leeftijd heb ik ooit een cursus Journalistiek bij de LOI gedaan. Daarna ben ik ergens verdwaald en kwam ik in het theater terecht.

Laat ik eerlijk zijn, het mooie van zo’n chambres d’hôtes is ook dat je geen duurzame relatie met mensen aangaat. Na twee, drie dagen, in ieder geval een afzienbare tijd, vertrekken mensen weer. Onze levens schampen elkaar en Wyb en ik doen onze uiterste best om dat schampen zo aangenaam mogelijk voor onze gasten te maken.

Wat ik eigenlijk wilde zeggen: in Dossiermoddergat dus geen verhalen over onze gasten, al zijn ze een bron van inspiratie.

Vu

Woensdag 15 mei, Anduze

Rondje

Dinsdag 14 mei, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik weet zeker dat geen hond op de wereld ooit een mooiere jeugd heeft gehad dan Dies. Wij woonden in Drenthe, vanuit het standpunt van een hond bezien, ideaal. Het tuinhekje uit, zandpad oversteken, en Dies stond op een wei waar hij naar hartenlust kon poepen en piesen.
Of we wandelden de tuin uit, langs het graf van Gijs -Dies is nog debet aan zijn dood, Gijs haatte honden- en we stonden in de uitgestrekte bossen van het Dwingelderveld.

‘Ik ga even een blokje om,’ zei ik toen ik in Leeuwarden woonde en de hond ging uitlaten. In Dwingeloo was geen blokje. Elke keer stond ik voor de keuze welk rondje ik nu weer door het bos zou nemen. Het rondje kon ook zomaar een ronde worden, de keuze was enorm, er waren rondjes van een paar honderd meter en er waren rondes van kilometers. Dies draafde door de bossen alsof het zijn landgoed was.

Daar komt bij: altijd kwamen we wel honden tegen waarmee hij even kon spelen. Waren het niet de talrijke buurhonden waarmee hij opgroeide, dan waren het wel de honden die met hun baas door het bos liepen. Als Dies kon praten, zou hij zeker het woord paradijs in zijn mond nemen.

Hier in de Cevennen ligt het wat anders. De bossen zijn vele malen groter, op het Dwingelderveld had je ook heuveltjes, maar hier heb je heuvels, soms kun je zelfs spreken van bergen.
Gisteren gingen we wandelen in Sourdorgues. ‘We gaan even een stevig rondje wandelen,’ zei Wyb die evenveel van wandelen houdt als Dies. In ons gezin behoor ik tot een minderheid. We kozen voor een rondje van 8,3 kilometer. We volgden keurig de gele strepen die ons het rondje wezen. Wat me opviel is dat we steeds verder van Sourdorgues weg liepen. We passeerden berg na berg. Voor een rondje moesten we toch een keer rechtsaf slaan.

Op een gegeven moment hielden de gele strepen op. Internetverbinding was er niet, mensen evenmin. We stelden vast dat we verdwaald waren. Er was maar één pad dat we konden volgen, dus veel keus hadden we niet. Uiteindelijk kwamen we bij een grote weg uit en kregen we eindelijk weer internetverbinding. De iPhone van Wyb bleek precies te weten waar onze auto stond, geen idee hoe hij dat mogelijk is, maar in dit geval erg handig. De iPhone vertelde ons dat we nog vijf kilometer van de auto waren verwijderd.

Om een lang verhaal kort maken, dat is het voordeel van een blog, je moet al snel ophouden, ons rondje van 8,3 kilometer was een rondje van 15 kilometer geworden. In dit soort gevallen verlang ik zo naar de overzichtelijkheid van het Dwingelderveld.  

Vu

Dinsdag 14 mei, Saint-Hippolyte-du-Fort

Pasje

Maandag 13 mei, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik heb diverse keren mijn ongenoegen geuit over de Franse bureaucratie. Misschien wel ten onrechte. In ieder geval is nuancering op zijn plaats. Laat ik eerst een verhaal over een ervaring in Dwingeloo vertellen. Dwingeloo valt onder de Gemeente Westerveld, belangrijk om te weten.

Op het moment dat wij besloten te verhuizen, kwam er een stroom grofvuil los. Het vuil stapelde zich op onder een overkapping achter ons huis. Hoog tijd om naar het stort te gaan en ons definitief te ontdoen van het vuil. De lezer raadt het al: we waren het pasje van het grofvuil kwijt. Overal zoeken. Nergens te vinden. Is bij ons niet ongebruikelijk.

Niet getreurd. Via de website van de Gemeente Westerveld vraag ik een nieuw pasje aan. Fluitje van een cent, denk je. Na vijf dagen nog steeds geen pasje ontvangen. Ik bel op en krijg te horen dat door vakanties en vrije dagen enige vertraging plaatsvindt. Na tien werkdagen, nog steeds geen pasje. Gelukkig had ik een nieuw rijbewijs nodig en moest ik toch langs het gemeentehuis, kon ik meteen vragen waar dat pasje bleef. Ondanks dat we midden in januari zaten, kreeg ik opnieuw te horen dat door vakanties en vrije dagen er vertraging was. Bovendien was er iets met het apparaat dat de pasjes aanmaakte. Ik vroeg of ik niet een handgeschreven papier kon krijgen waarmee ik het grofvuil kon storten, de afvalberg onder het afdak werd elke dag groter. ‘Natuurlijk niet, meneer. Als we daar aan gaan beginnen.’ Na drie en halve week kreeg ik eindelijk mijn pasje.

In Saint-Hippolyte-du-Fort gaan we gewoon door met het produceren van grofvuil. Ook hier heb je een pasje nodig. Ik bereid mij voor op een hele lange wachttijd. De Franse bureaucratie, je weet wel. Wyb gaat naar de mairie. Er werken daar twee mensen. Wyb verzekert mij dat daar geen computer te bekennen is. Of ze een pasje kan krijgen. Natuurlijk, geen probleem, zegt de verantwoordelijk ambtenaar. Hij pakt een plastic kaartje, schrijft er met de hand onze gegevens op. Binnen tien minuten is Wyb terug en kunnen we naar de déchetterie, oftewel de stortplaats voor grofvuil.

Nog een verrassing. Ik raad iedereen aan eens naar de ‘milieustraat’ van de Gemeente Westerveld te gaan. Daar kun je namelijk de meest chagrijnige en onwelwillende ambtenaren van Nederland zien. Met grote tegenzin sjokken ze daar over het asfalt. Aan alles is duidelijk dat ze liever geen mensen zien die vuil storten. In groepjes leunen ze tegen de muur en roken ze hun sigaretten, vele pakjes per dag.
In de déchetterie ontmoeten we één meneer. Hij wandelt opgewekt naar elke auto die grofvuil komt storten en helpt zelfs mee uitladen. Als we weggaan geeft hij ons zakken om plastic in te verzamelen.
‘Dat is niet nodig, hoor,’ zegt Wyb in goed Frans. ‘We hebben al veel zakken.’
Dat neemt niet weg dat de man nog twee rollen door het open raampje van de auto op de schoot van Wyb laat vallen. ‘Heb je nog meer zakken. Hoef je de aankomende tien jaar niet meer terug te komen.’
Ik stel voor dat de ambtenaren van de ‘milieustraat’ van de Gemeente Westerveld op stage gaan naar de ambtenaar van de stortplaats van Saint-Hippolyte-du-Fort.

Vu

Maandag 13 mei, Sourdorgues

Oud

Zondag 12 mei, Saint-Hippolyte-du-Fort

Elke ochtend rond half acht loop ik naar de bakker die bij ons om de hoek zit. Ik loop onze straat uit, sla links af, loop langs twee terrassen. Op het eerste terras van café Le Bourg drinken oude mannen hun eerste koffie of biertje. Bij café Du Printemps staat altijd veel te harde house muziek op voor de tijd van de dag. Het terras is dan ook meestal leeg of nog niet opgezet. Dan steek ik de straat over en zeg bonjour tegen de dame van de bakker. Voor mij is alleen een oude man aan de beurt. De dame van de bakker helpt hem met het geld uit zijn portemonnee halen.

Ik bestel naargelang we gasten hebben. Vandaag vier croissants, een demi baquette en een cereal. Als ik de boulangerie uitloop, zie ik dat de oude man een oude hond bij zich heeft. De man draagt het brood in een linnen rugzakje, vermoedelijk gekregen bij het kopen van een paar schoenen. De man en de hond schuifelen voorzichtig voor mij mijn straat in. De hond is nog ouder dan de man. Langzaam loop ik erachter aan. Ik geniet van de band die overduidelijk tussen man en hond bestaat.

Misschien loop ik over vijftien jaar ook zo met Dies. Dies is dan vijftien, een oude hond. Ik ben dan 79, een oude man. Wie zal het eerste overlijden? Dies of ik?
Ik heb in mijn leven vijf honden gehad. Groot nadeel van een hond is dat hij niet zo oud wordt. Elke keer is er groot verdriet. Bij Dies is er een tamelijk grote kans dat hij mij overleeft. Het voordeel is dan dat ik niet om Dies hoef te rouwen. Eindelijk is het andersom: hond rouwt om baas. Rouwt een hond? Ik denk het niet. Hij zal me zeker even missen, doet hij nu ook als ik even weg ben voor boodschappen. Als ik terug kom, begroet hij me of ik vier weken op vakantie ben geweest.

Dies en ik groeien steeds meer naar elkaar toe. Het opvoeden was een pittige klus. Een border collie in het gareel krijgen is zeker niet eenvoudig. Het zijn levendige honden met een eigen wil, altijd enthousiast en het liefste wat ze doen is opdrachten uitvoeren.
Steeds meer zien Wyb en ik dat hij door heeft hoe wij willen dat hij zich gedraagt. Hij luistert inmiddels perfect. Hij loopt nu zonder riem tussen ons in door het dorp en reageert niet meer met groot enthousiasme op elk mens die we tegenkomen. Zelfs zijn grote liefde voor kinderen weet hij sinds enige tijd te beteugelen.

Als ik bij mijn huis ben aangekomen, blijf ik nog een staan kijken naar de oude man en zijn hond. Soms kijkt de hond naar zijn baas of hij alles wel naar wens doet. De oude man ziet het niet meer, hij weet dat hij honderd procent op zijn hond kan vertrouwen. Er is geen grotere vriendschap dan tussen een baas en zijn hond.  

Vu

Zondag 12 mei, Cevennen

We zijn bij een afgelegen begraafplaats. Dies springt op de muur en springt er overheen. Vervolgens kan hij er niet meer uit. Reddingsoperatie volgt. Ik kan laten weten dat we hem uiteindelijk hebben weten te bevrijden.

Klus

Zaterdag 11 mei, Saint-Hippolyte-du-Fort

Al een paar maanden wist ik dat ik op 15 maart naar Frankrijk zou verhuizen. Bij een verhuizing kan ik me veel voorstellen, het is de vierentwintigste keer dat ik dat doe. Wat verhuizen betreft ben ik een ervaringsdeskundige. Het meest benieuwd was ik naar 16 maart. De verhuizing achter de rug, ik loop door een Frans dorp, hoe voelt dat dan? Afgesneden van mijn moerstaal, afgesneden van mijn theater netwerk, mijn geliefde huis in Dwingeloo verlaten, nieuw beroep waar ik me in moet bekwamen. Eigenlijk alles nieuw.

Ik heb altijd gezegd dat ik overal kan wonen in Nederland, dat het me niet uitmaakt. Ik zie Nederland als één stad en elke week bezocht ik wel een paar wijken in die stad, hoe ver ook van Drenthe vandaan. Maar in Frankrijk wonen is toch anders. 1300 kilometer van de plekken verwijderd waar ik met veel plezier heb gewoond en gewerkt, ik spreek de taal nauwelijks, zit ik in een dorp aan de voet van de Cevennen, ik ben nog nooit bij een Fransman thuis geweest. Ik ben vele malen in Frankrijk op vakantie geweest en vind Frankrijk een prachtig land maar heb nooit contact met Fransen kunnen krijgen. Komt natuurlijk ook door mijn taalhandicap.

Als ik 16 maart door Saint-Hippolyte-du-Fort loop probeer ik een specifiek gevoel te ontdekken, een gevoel dat hoort bij een grote verandering. Maar ik heb dat gevoel niet. Het lijkt alsof ik een klus in Rotterdam of Amsterdam heb. Ik heb ook geen tijd om veel bij de vrijwillige deportatie stil te staan. Er is werk aan de winkel. Wij moeten ons een weg vechten door de Franse bureaucratie. Het huis moeten we naar onze hand zetten en klaar maken voor de eerste gasten. Over een paar dagen komt de familie over.

Het is nu zaterdag 11 mei. Afgelopen week zijn we in vier dagen tijd op en neer naar Nederland gereden. Twee weken daarvoor hadden we in de eerste week van mei geen boekingen. We hebben vier dagen de agenda geblokkeerd opdat we naar Nederland konden om het restant van onze spullen te halen. Bij de verhuizing kregen we niet alles mee en er stonden nog een paar essentiële zaken bij onze buren in Dwingeloo.

Op maandag reden we Nederland binnen na tien uur rijden en sliepen in Maastricht. Nog nooit was ik zo lang niet in Nederland geweest. Op de heenreis vroeg ik me af hoe het zou zijn om weer in Nederland te zijn. Verdomd. Komt het omdat ik oud word en mijn emoties afzwakken? Wyb en ik reden Nederland binnen zonder te juichen, heimwee of overmand te worden door tranen. We reden Nederland binnen zoals we Nederland altijd binnen rijden. Of toch niet helemaal. Door dit bezoekje ervoer ik dat ons huis in Hippolyte toch ook echt ons thuis is geworden. Komt vermoedelijk omdat we twee maanden al hard hebben gewerkt en al onze spullen er staan. Het bezoek aan Nederland was leuk, maar voelde ook als een verplichting. Als die spullen niet achter waren gebleven, waren we zeker niet teruggegaan.

Ik weet nog niet zeker of ik kan zeggen dat het me überhaupt niet uitmaakt waar ik woon. Of het nou Nederland, Engeland of Frankrijk is. Maar vooralsnog ziet het daar wel naar uit. Een paar dagen geleden schreef ik er een gedicht over dat ik op zaterdag 20 april aan Dossiermoddergat toevoegde. Het eindigde met de regels:  

waar je ook woont en reist,
het landschap wordt altijd jij.

Vu

Zaterdag 11 mei, Anduse

Verval

Vrijdag 10 mei, Saint-Hippolyte-du-Fort

Nu ik een tijdje in Frankrijk woon, ben ik er achter waarom Frankrijk aantrekkelijker is dan Nederland. Het heeft natuurlijk met de zon te maken. Het weer is hier net wat zonniger, soms zelfs heel wat zonniger. Toch maakt dat niet het verschil ben ik achter.

De kern van het verschil is dat Frankrijk het verval viert en Nederland de keurigheid. Neem een oude schuur. In Nederland wordt hij meteen geruimd. Geen gezicht zo’n vervallen geval. Bovendien: onveilig. Onveilig is in een Nederland een wachtwoord om niets bij het oude te laten. In Frankrijk blijft een oude schuur gewoon staan. Gebouwen worden hier niet gebouwd voor vijfentwintig of dertig jaar en bij enige krasjes of scheurtjes afgebroken en vervangen door een exemplaar dat dan weer in de architectonische mode is. Gebouwen in Frankrijk staan er eeuwen, van woonhuizen tot gebouwen van waaruit het land wordt bestuurd.

Verf die bladdert. Bij het minste of geringste bladdertje pakken we in Nederland de verfkwast of bellen we de schilder. Hier krijgen de luiken van de huizen, maar ook andere zaken een keer in de twintig of dertig jaar een nieuwe laag verf. Kale, door weer en wind aangetaste luiken, in Frankrijk bepalen ze het straatbeeld.
Hetzelfde geldt voor oude huizen. Toevallig staat ons huis in een straatje waar sommige huizen verlaten zijn en bij sommige zelfs stevig het verval is ingezet. In Nederland zouden stadsplanologen en buurtregisseurs meteen een beleidsplan maken om de straat te revitaliseren. Hier in Frankrijk laat men het probleem over aan de tijd. Verval treedt in. En wat maakt het uit? Een oud vervallen huis is ook niet lelijk, lijken ze hier te denken. En ik deel dat denken.

Afgelopen dagen waren Wyb en ik in Nederland en het viel ons op dat in Nederland de bouwkoorts een epidemische vorm heeft aangenomen. Wie in Nederland woont, zal het niet opvallen, maar overal staan bouwkranen, cementwagens en bouwschuttingen. Nederland wordt nog netter, nog nieuwer gemaakt. Alles prefab en met uiterste efficiëntie in elkaar gezet. Levenscyclus: een halve, of ten hoogste één hele generatie. Voor ons niet meer dan logisch. Wat oud is heeft geen recht meer van bestaan. Oud is niet netjes, wat oud is is uit de mode en de mode bepaalt wat wij mooi vinden.

In Frankrijk geniet men van wat lang geleden in grote degelijkheid is gebouwd. Het staat er voor vele generaties. Dat hier en daar een dakpan scheef ligt of een dakgoot al een tijdje aan vervanging toe is, wat maakt het uit. Je bent er zo aan gewend dat niet alles even glad, nieuw, blinkend, dutch design en strak in de verf zit. Sterker: ik prefereer de aantasting van de tijd. Ik vier liever het verval dan de steriele keurigheid van Nederland.

Vu

Vrijdag 10 mei, Uzès

Vu

Donderdag 9 mei, Cevennen

Vu

Woensdag 8 mei, Cevennen

Koeren

Dinsdag 7 mei, Kollum

 

 

De duiven in de platanen van het dorp
koeren: het is genoeg, het is genoeg.

Maar de bakker stookt zijn oven.
De slager slacht het varken.

Op het terras staan de stoelen alweer klaar
en het gemeentehuis opent zijn deuren.

Het is genoeg, het is genoeg.
Ze kunnen koeren wat ze willen.

Vu

Dinsdag 7 mei, Uzès

Vu

Maandag 6 mei, Uzès

Vu

Zondag 5 mei, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ja. Che. Daar hebben we hem weer. Dit keer met twee gele hesjes.

Ja hoor. Alweer Che. Dit keer met Bob Marley.

Vu

Zaterdag 4 mei, Aigues-Mortes

Vu

Vrijdag 3 mei, Aigues-Mortes

Vu

Donderdag 2 mei, Anduze

Vu

Woensdag 1 mei, Avignon

Vu

Dinsdag 30 april, Avignon

 

Vu

Maandag 29 april, Avignon

Vu

Zondag 28 april, Avignon

Jong

Zaterdag 27 april, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

 

Och, als je jong bent weet je niets.
Dan weet je niet eens dat woorden gewicht
hebben en steeds zwaarder op je drukken.

Je weet niet eens dat je ouder wordt
en dat de dood bestaat. Dood is een verzinsel
van oude mensen en dingen die voorbij gaan.

Je weet niet eens dat elke liefde, hoe groot ook,
eens zal eindigen. Wat je niet wilt weten zijn leugens
van mensen die te oud zijn om nog te leven.

De zwaartekracht, je weet het niet. Dat je moet
ademhalen, het is je onbekend. Dat je later
wordt ingedeeld in schalen en salarisstroken
krijgt. Onzin dingen bestaan niet en hoeven

niet te bestaan. Dat weet je. En al dat lullen van
de mensen, je verstaat ze niet eens. Ballast van
mensen die eigenlijk niet bestaan, die de dingen niet
eens zien. Je kunt kijken, wat moet je dan nog weten.

Och, als je jong bent weet je niets.
Je weet niet eens dat je ouder wordt en dat
als je ouder bent dat je dan je nog steeds niets weet.
Als je jong bent, weet je gelukkig helemaal niets.

Vu

Zaterdag 27 april, Uzès

Vu

Vrijdag 26 april, Nïme

Vu

Woensdag 24 april, Nïme

Nieuwsgierig

Dinsdag 23 april, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

Dossiermoddergat is geen dagboek. Het is een verzameling snippers, gevonden voorwerpen, wat fotootjes. Het is een soort jutmuseum van mijn leven. Ik reis, wandel, kom dingen tegen en die sla ik op in Het Dossier. Ik heb de stille hoop dat het na verloop van tijd een beeld geeft van de tijd waarin ik leef. Zo niet, geen man over boord. Ik heb er nou eenmaal plezier in om hier en daar wat op te rapen en vast te leggen opdat het niet verloren gaat.

Dat neemt niet weg dat ik me kan voorstellen dat de lezer van Het Dossier nieuwsgierig is naar ons reilen en zeilen hier in Frankrijk, ons leven in een chambres d’hôtes. Ik heb er tot nu toe opmerkelijk weinig over geschreven en daar waren ook wel redenen voor. De belangrijkste: we hadden het gewoon erg druk.

Op de eerste plaats hadden we het druk met het naar onze hand zetten van het huis. Het was een paar maanden niet gebruikt en dan moet alles toch weer gaan leven. Bovendien was het niet ons huis en het was toch wel de bedoeling dat het ons huis werd, dat het onze geur krijgt en dat bedoel ik, voor degene die kwaad wil, metaforisch en niet letterlijk. Nu onze kunst hangt, onze meubels een plaats hebben gevonden en een aantal dingen zijn gerepareerd, zoals een televisie die op een kamer er slordig bij hing, wordt het steeds meer ons huis en genieten we van de weelde van de ruimte. Ik heb altijd gepleit voor kleine huizen, maar zoals het met al mijn principes gaat, ook deze treed ik weer met voeten en geniet ik van de paleisachtige allure van Les Trois Comtes.

Op de tweede plaats zijn we druk geweest met het regelen van allerlei administratieve zaken. Zoals het importeren van de auto, het regelen van zorgverzekeringen, het opzetten van een onderneming. Daar zijn we nog helemaal niet mee klaar want als ons één ding duidelijk is, dan is het wel dat Frankrijk nog in de jaren vijftig, zestig leeft. De digitalisering heeft hier nauwelijks zijn intrede gedaan. Men is hier gek op het maken van analoge afspraken en het dan invullen van veel formulieren. Onder die formulieren moeten dan stukken liggen die moeten bewijzen dat wij bestaan. Vervolgens gaan diverse mensen die stukken heel nauwkeurig bestuderen en voorzien van parafen. Tenminste, dat denk ik, want alles wat met officiële zaken te maken heeft, duurt lang, heel erg lang en niets kan online.

Op de derde plaats heb ik weinig geschreven omdat ik me ook nog een kat in een vreemd pakhuis voel. Frankrijk, het huis, het voelt nog niet als een jas die past. Het wennen, het positie bepalen kost tijd en energie waardoor je niet even lekker ontspannen achter je laptop gaat zitten reflecteren. Het is momenteel geen tijd om te reflecteren, er dient geleefd te worden.

En de vierde reden heeft met het werk in onze chambres d’hôtes te maken. We hebben tot nu toe zo’n 35 gasten ontvangen, een gevarieerd gezelschap. Zo waren acht Schotten een paar dagen bij ons op bezoek. Overdag maakten ze lange wandelingen, ’s avonds schoven ze aan onze tafel aan om te eten en te drinken. Dat levert veel werk op. En totaal ander werk dan we gewend zijn. We schrijven geen beleidsnota’s meer, houden ons niet meer bezig met personeelswerk, hoeven geen voorstellingen meer te zien die je stiekem toch oninteressant vindt en je een verloren avond opleveren, het eindeloos vergaderen hebben we achter ons gelaten, hebben geen gedoe meer met stroperige bureaucratie en onwelwillende ambtenaren, we hoeven niet meer avond en aan avond in een theater representatief aan de voordeur te staan, geen subsidies meer aan te vragen en te lobbyen. Het werk wat we doen heeft eenvoudige en eerlijke proporties aangenomen. We dienen goed te zijn voor onze gasten, de bedden moeten er picobello proper uitzien, de wc gepoetst, het eten lekker, het huis opgeruimd. Onze tamelijk abstracte werk heeft zich omgezet naar concreet, fysiek werk. Vinden we dat leuk? Tot nu toe vinden we het heerlijk. We voelen een enorme vrijheid. In alles wat we doen bepalen wij hoe en wanneer het gebeurt. Zo geven we vanmiddag er de brui aan en maken we een uitstapje naar Nïmes. Nou moet ik het niet te mooi voorstellen want het komen en gaan van gasten bepaalt ons werkritme, al hebben we daar veel vrijheid in. Neemt niet weg dat de lakens moeten worden gestreken en de sinaasappels gekocht opdat we morgen de jus d’orange kunnen persen. Het leven is opmerkelijk overzichtelijk en concreet geworden, voor een niet-religieuze taoïst als ik is dat een heerlijk gegeven.

Is alles rozengeur en maneschijn? Nee. Het meest verontrust mij, heel triviaal en nooit gedacht, mijn knieën. Mijn moeder had zeer zwakke knieën, is daar diverse keren aan geopereerd. Ik dacht altijd dat ik veel op haar leek, maar gelukkig niet op haar knieën. En verdomd, door dit grote huis met zijn vele, vele trappen, spelen mijn knieën op. Ik moet erg opletten hoe vaak ik naar boven en beneden loop. Oh, was ik nog maar een jonge god.

Eigenlijk vinden we alle aspecten van ons werk erg leuk, behalve het strijken. Jezus, wat heb je door al die gasten veel wasgoed. Elke dag hebben we daarom verplicht een uurtje strijken ingesteld. Vervelend werk. Maar we hebben één troost. Als we aan het strijken zijn en Radio 1 staat aan dan realiseren we ons elke keer weer dat we hier ontspannen fysieke arbeid doen en gelukkig geen subsidieverzoek hoeven te schrijven waarvan het maar de vraag is of het wordt gehonoreerd.

Het allerfijnste is wel dat we ontzettende leuke gasten krijgen. Toen we hier aan begonnen vreesden we ook wel een beetje dat we wat verveelde mensen zouden trekken. Het tegendeel is het geval. De gasten die we tot nu toe mochten ontvangen konden zo onze vrienden worden. Het is een divers gezelschap dat uit de hele wereld komt. Het aankomend jaar mogen we mensen ontvangen uit alle werelddelen. In april ontvingen we Zwitsers, Belgen, Nederlanders, Fransen, Schotten en Canadezen. Les Trois Comtes is een internationaal trefpunt blijkt.
Belangrijke vraag was natuurlijk hoe ons dat gastheer- en gastvrouwschap zou bevallen. Onze gasten beviel het tot nu toe prima want de eerste vier reviews leverden meteen vier tienen op. Goed voor het zelfvertrouwen, zullen we maar zeggen.

Nog een ander ding is ons een grote vreugde: de omgeving van Saint-Hippolyte-du-Fort. De Cevennen zijn meer dan prachtig. De natuur is er wild en onontdekt. Op 50 kilometer van ons huis vandaan, midden in de Cevennen, kwamen we tot onze verrassing zelfs een wintersportgebiedje tegen. Het gebied met zijn valleien, zijn gorges en droge hoogvlaktes blijft ons keer op keer verrassen.

Voor wie denkt dat wij achter het oude provinciale behang zijn weggestopt heeft het mis. Vlak bij ons liggen het hippe Montpellier, stad aan de Middellandse zee, het keurige, rijke Nïmes en de werkelijke culturele hoofdstad van Europa, Avignon. Ik moet nu ophouden want zoals gezegd gaan we vanmiddag naar Nïmes. Maak je niet ongerust over ons, als je dat al deed, het gaat ons goed. De jas past ons steeds beter, al had ik zelf nooit gedacht ooit in Saint-Hippolyte-du-Fort te gaan wonen. Het blijft een vreemd avontuur.

Vu

Maandag 22 april, La Salle

Vu

Zondag 21 april, Nïmes

Biografie

Zaterdag 20 april, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

 

Biografie

Of je nou als jongetje door de Hartertse Vennen dwaalt,
of als jonge man door het Hoge Land in Groningen rijdt,

En later, middelbaar, over het wad bij Moddergat zwerft,
en nog later, als man op leeftijd in de Cevennen woont,

waar je ook woont en reist,
het landschap wordt altijd jij.

Vu

Zaterdag 20 april, Nïmes

Bloesem

Vrijdag 19 april, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

 

Kersenbloesem

Bijen vliegen aan
en af. De boom gonst:
het nieuwe leven.

Vu

Vrijdag 19 april, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vu

Donderdag 18 april, Saint-Hippolyte-du-Fort

Mededeling

Zaterdag 13 april, Saint-Hippolyte-du-Fort

Al een paar dagen geen Dossiermoddergat. Zal nog even zo duren, zeker tot en met 18 april. Het internet van alle Orange abonnees ligt in Saint-Hippolyte-du-Fort eruit.  We zijn dus een beetje afgesneden van de wereld. Leuk Frankrijk, maar als het om digitale zaken en service gaat lopen ze zeker niet voorop. Dus even geduld svp, maak je dus niet ongerust, met ons gaat het prima. Buiten dat internet natuurlijk. En de lezer weet hoe gek we daar op zijn.

Vu

Dinsdag 9 april, St. Jean du Gare

Vu

Maandag 8 april, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vu

Zondag 7 april, La Salle

Vu

Zaterdag 6 april, Sauve

Vu

Vrijdag 5 april, Sauve

Vu

Donderdag 4 april, Languedoc

Vu

Woensdag 3 april, La Salle

Vu

Dinsdag 2 april, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vu

Maandag 1 april, Cevennen

Le temps

Zondag 31 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

 

Avec le temps

Vroeger werden kleren
mij te klein.

Nu word ik te klein
voor mijn kleren.

Gevonden

Zondag 31 maart, Chengdou/Saint-Hippolyte-du-Fort

St. Hippoésie

Zaterdag 30 maar, Saint-Hippolyte-du-Fort

Twee keer per week is er markt in Saint-Hippolyte-du-Fort, op dinsdag en vrijdag. Alle auto’s moeten dan van het marktplein. Wyb en ik weten wat de consequentie is als je dat niet doet. Ooit waren we in de Elzas op weg naar Italië. We besloten, zoals vaker, een dag en een nacht in de Elzas door te brengen, het is een wijnstreek die we inmiddels goed kennen. Die dag kochten we wijn in en bleven in een hotelletje slapen. De volgende dag zouden we verder rijden.
Tegen negen uur checkten we uit en liepen naar onze auto. Het plein waar onze auto stond, was echter rigoureus van karakter veranderd. De dag daarvoor was het een rustig parkeerterrein naast een kerk. Nu borg het plein een dynamische markt vol kramen en drukte. Midden op dat plein stond onze auto. Alle kramen waren er vakkundig omheen opgebouwd. In één oogopslag zagen we dat we de auto er met geen mogelijkheid weg kregen. Het kostte ons een dag van onze vakantie, een dag lang slenterden we door het stadje en hingen we in cafés. Pas op het eind van de middag konden we onze weg naar Italië vervolgen.

De markt op dinsdag is vrij rustig, op vrijdag is het een stuk drukker. Vanuit de heuvels van de Cevennen komen de boeren hun waar verkopen. Veel van die boeren zijn, als ik het goed inschat, hippies die in de Cevennen de ratrace zijn ontvlucht en hun kostje op hun akkertjes bij elkaar scharrelen.
Afgelopen vrijdag een verrassing. Tussen de forelverkoper en de slager is plaats vrijgehouden voor een poëzie manifestatie voor kinderen. Een voor een lopen kinderen naar een microfoon om een gedicht voor te lezen. Het doet mijn oude kinderboekschrijvershart goed om te zien hoe frank en vrij ieder zijn gedicht voordraagt. Tussen bomen op het plein hangen zinnen als versiering, een vrouw fluistert via een koker gedichten in het oor van kinderen.

En verdomme, ik heb geen fototoestel bij me. Zo zie je maar weer dat je altijd je fototoestel moet meenemen. Ik kom altijd wel iets tegen wat de moeite waard is. Dan bedenk ik dat ik natuurlijk mijn iPhone bij me heb, een nieuwe die haarscherpe foto’s maakt. Het apparaat zorgt ervoor dat ik eigenlijk altijd een fototoestel bij me heb.

Zwart-wit

Donderdag 28 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

In de hal op de verschillende etages van ons huis hangen zwart-wit foto’s van filmsterren. Ik weet niet welke filmsterren het zijn, ik ben niet goed in filmsterren, maar het lijken me foto’s uit de jaren vijftig. Op zich passen de foto’s bij het huis, ze misstaan absoluut niet, maar het zou beter zijn, vinden zowel Wyb als ik, dat de foto’s wat persoonlijker zouden zijn. Nu is het toch decoratie.

Wyb wees er terecht op dat ik heel veel foto’s heb, dat daar iets moet bijzitten wat beter past. Welke foto ik ook laat zien, Wyb vindt hem niet geschikt en ik ben het helemaal met haar eens. Ik maak geen foto’s die in een huis een bijdrage leveren aan een goed gevoel. Met die intentie maak ik geen foto’s. Integendeel.

Wyb dringt er voortdurend op aan dat ik sfeerfoto’s van de streek moet maken. Feel good foto’s van de Cevennen of de  Languedoc. Ook dat ben ik helemaal met haar eens. Natuurlijk moet ik mooie sfeerfoto’s maken. Het punt is dat ik ze niet zie, mijn oog is er niet op ingericht. Sterker, mijn oog is gericht op het tegendeel.

Op zich ben ik een opgeruimd en vrolijk iemand. Ik vind het geweldig dat ik een paar decennia mag meemaken van deze wereld, dit wonder der natuur. Wat fantastisch dat ik het licht van deze wereld mag aanschouwen. Dat neemt niet weg dat ik in filosofisch en existentieel opzicht tot de uiterst sombere stroming behoor. Arthur Schopenhauer bijvoorbeeld is een goede vriend van me. Beiden hebben we geen hoge pet op van de mensheid, mijzelf incluis.

Eigenlijk is de mens in alles onvolmaakt. Eerlijk gezegd vind ik de mens een gewetenloze en oorlogszuchtige prutser die het voor zichzelf nog eens goed gaat verpesten. De mens, een kwetsbaar wezen, overschat zich in hoge mate. Wat weet een mens nou eigenlijk? Hij tast onwetend in het duister en leeft gemiddeld een luizige 75 jaar, als hij geluk heeft. De dood ligt altijd op de loer. Om zichzelf te troosten vindt hij steeds weer een god uit.

En daar gaan mijn foto’s over. Ik ben geen fotograaf die het mooie wil laten zien. Ik wil de onvolmaaktheid laten zien, het kwetsbare, het ordinaire, het alledaagse, de lelijkheid, de aangetastheid, het verscheurde. Daarom maak ik ook voornamelijk zwart-wit foto’s, de werkelijkheid teruggebracht tot haar essentie en fotografeer ik voornamelijk op straat. Niks opsmuk en vrolijkheid. Dat ik zelf het beste van het leven maak, er zelfs van geniet, wil niet zeggen dat ik met fotografie hetzelfde voorsta. Mijn foto’s wil ik over het existentiële laten gaan.

Tsja, dan maak je geen gezellige foto’s die het leuk in een huis doen waar mensen onbezorgd hun vakantie willen doorbrengen. Ik denk dat die filmsterren nog wel even blijven hangen.  

Gevonden

Donderdag 28 maart, Le Vigan

Blafhonden

Woensdag 27 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Als iemand het kind van de rekening is van onze verhuizing, dan is het Dies. Dies heeft een prachtige en onbekommerde jeugd gehad. We liepen naar buiten en hij stond in de natuur. De natuur waar een heleboel leuke honden gebruik van maakten.
Al onze buren hadden honden, twee daarvan hadden jonge honden, hartsvrienden van Dies. Hun favorieten bezigheid: keihard rondjes door het bos lopen, tot ze er, vaak letterlijk, bij neervielen.

Hier in Frankrijk is dat anders. Niet dat we niet dicht bij de natuur wonen. Integendeel, de natuur hier vlakbij is overweldigend, is veel meer natuur dan het Dwingelderveld. Het Dwingelderveld is oké, maar het is een keurig park vergeleken bij de natuur in onze nieuwe achtertuin.
Wat er bij onze nieuwe natuur ontbreekt, zijn leuke honden. De Fransen hebben blijkbaar nog nooit gehoord van socialisatie. Als een hond drie, vier maanden is, is hij hypergevoelig om van alles en nog wat te leren. Zo kunnen ze op die leeftijd perfect van elkaar leren hoe je met honden kunt spelen. Het lijkt er op dat Fransen niet van spelende honden houden, ze hebben hier honden om te waken en te blaffen, om lekker onaardig te zijn. Franse honden zijn perfecte blafhonden, spelen kunnen ze niet.

Arme Dies. Hij mist zijn buurtvrienden, hij mist het spelen met andere honden. Tot nu toe heeft hij geen enkele hond gevonden waarmee hij een beetje leuk kan spelen, hij wordt alleen maar afgeblaft.
Dat is heel erg want Dies heeft drie passies. Passie 1 is het spelen met honden. Dies is daar erg goed in want dat heeft hij in Dwingeloo perfect geleerd. Helaas heeft hij aan deze kennis en vaardigheden niets in Frankrijk.
Passie 2 zijn kinderen. Hij hoeft maar een kinderstem te horen of hij is in alle staten. Kinderen zijn spelen voor hem. Dat heeft hij geleerd van de buurtkinderen, vooral van Mirre, die regelmatig met hem verstoppertje kwam spelen. Gelukkig waren Joris en Malu dit weekend bij ons: feest voor Dies.
Passie 3 zijn balletjes. Niets zo leuk als een lekker stuiterend balletje. Gelukkig hebben we uit Nederland heel veel lekker stuitende balletjes meegenomen. Aangezien Dies passies 1 en 2 in de ijskast moet zetten, leeft hij zich nu uit op passie 3. En wie kan in passie 3 prima voorzien? De baas. De baas is inmiddels een prima ballengooier geworden. Keer op keer gooit hij de bal in de tuin of in de huiskamer, het maakt niet uit, als de bal maar rolt.

Dies heeft veel moeten inleveren. Bijvoorbeeld de rust van de natuur die alom en altijd aanwezig was. Vandaag moest hij mee naar Montpellier omdat de computer van de vrouw is gecrasht. Daar zag hij voor het eerst laag overvliegende vliegtuigen en trams die af en aan rijden. Het stadse leven is helemaal niks voor Dies die in Drenthe is gesocialiseerd. Over Frankrijk is hij eveneens weinig enthousiast: passies 1 en 2 zijn vervallen, geen spelende honden, geen buurtkinderen die je komen vermaken.

Gevonden

Woensdag 27 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Concentratie

Dinsdag 26 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

De afgelopen dagen de familie op bezoek. De lezer van Dossiermoddergat moet er onder lijden. Het bezoek was, zoals verwacht, zo intensief dat er geen tijd voor een blog was. Misschien was de tijd er wel, al weet ik dat niet zeker, de concentratie was er in ieder geval niet.
Concentratie is toch een belangrijk ding bij het bloggen, merk ik. Zoals bij alle schrijven. Concentratie heb je pas als je rust hebt, je leven overzichtelijk is en een dag een tamelijk vast ritme me heeft. Bij mij ontbreekt het aan deze drie voorwaarden en in het bijzonder de afgelopen dagen. Een schoonmoeder, een schoonzus, een zwager, een nichtje, een dochter, een schoonzoon en kleinkinderen en niet te vergeten Wyb en ik zelf, kwekken om het hardst door elkaar. En terecht want de kans is groot dat we elkaar maanden niet meer zien. Daarnaast willen we zoveel mogelijk van Saint-Hippolyte-du-Fort, de Languedoc en de Cevennen laten zien. Begrijpelijk dat dit hectische dagen met zich meebrengt. Zaterdag vieren we met een voortreffelijk etentje nog de vijftigste verjaardag van Wyb.

Overzichtelijk is ons leven al evenmin. Zo zijn we met z’n tweeën in het huis, zo zijn we met z’n tienen in het huis. De afgelopen dagen was het familie, de aankomende maanden zijn het mensen die ik nog niet ken. Wat heeft dat voor een gevolg voor mijn leven? In ieder geval zal er veel afwisseling zijn. Zojuist is de familie vertrokken en is het huis weer in rust. Over anderhalve week pas zullen de volgende gasten komen. Of er tijd is om te bloggen als het huis vol is? Geen idee.
Van een vast dagritme zal in ieder geval geen sprake zijn. Voor een belangrijk deel worden we geleefd door de gasten die we hebben en ik hoop dat we heel erg geleefd worden want dat betekent dat we het druk hebben, noodzakelijk om hier economisch te overleven.

Dit alles staat in schrille tegenstelling tot de tijd toen ik nog kinderboeken schreef en een enorme productie had. Overdag werkte ik, vaak ook ’s avonds, maar als ik niet werkte ging ik na het journaal naar mijn werkkamer. Ik werkte dan tot half elf, elf uur en kwam dan naar beneden voor, ik weet het niet precies meer, waarschijnlijk Barend & van Dorp.
In een ijzeren discipline, toegestaan door de tijd, de rust en het overzichtelijke leven, gedreven door een gevoel van urgentie, schreef ik boek na boek.

Schrijven, boeken, het is de afgelopen jaren steeds minder belangrijk voor me geworden. Ik verloor de feeling met het kinderboek, ik had steeds meer behoefte aan snelheid en afwisseling. De fotografie verdreef het schrijven. Nu verdrijft ook nog mijn nieuwe leven het schrijven.

Gevonden

Dinsdag 26 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ezel

Donderdag 21 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Toch opmerkelijk hoe fysieke afstand tot geestelijke afstand leidt. Verkiezingen in Nederland en ik kijk er met de ogen van een buitenstaander naar. Komt ook omdat Wyb onze stembiljetten naar de prullenmand heeft verwezen in de veronderstellingstelling dat we toch in het buitenland zitten en niet kunnen stemmen. Het betekent dat ik voor het eerst in mijn leven geen stem uitbreng. Laat duidelijk zijn: de overwinning van Groen Links zou nog groter zijn geweest.
Met enig ongeloof zie ik dat Baudet een overwinning boekt. Mijn tijdlijn staat vandaag bol van verontwaardiging. Een oude kennis van me zet een post op Facebook: je moet maar eens kijken wat Baudet in het Frans betekent. Ezel. Een beetje een flauwe post, maar ik begrijp de frustratie.
In mijn bubbel lijkt het alsof Nederland totaal gaat veranderen en de retoriek van Baudet draagt daar toe bij. Ik raad iedereen aan goed de overwinningsspeech van Baudet te lezen. Dan lees je toch de woorden van iemand die zichzelf over het paard heeft getild en vervolgens op hol slaat. Citaatje: ‘We zijn naar het front geroepen.’ En meer van dit soort onzin. Nog een citaat: ‘Maar in al dat ongeloof, in dat immense vacuüm, dat culturele en spirituele vacuüm, is tegelijkertijd haast ongemerkt een grandioze ketterij binnengedrongen. Een nieuwe immanente religie, een politieke theologie. De leden van het kartel, ze geloven in niets. Maar vereren tegelijk een afgod, genaamd transitie.’ Kun jij hier chocola van maken? Het is de totale onzin van een nepintellectueel, een poseur, verdwaald in zijn eigen interessantheid. Baudetje, je hebt maar 14,4% van de stemmen gekregen. En die heb je gekregen omdat het politieke landschap totaal versplinterd is. 14,4%, het stelt niks voor. 85,6% heeft niet op Baudet gestemd. Mijn bubbel doet alsof een revolutie heeft plaatsgevonden.
Ik weet nog dat ik Baudet voor de eerste keer op televisie zag. Ik had dezelfde ervaring als toen ik voor de eerste keer de Hoop Scheffer op televisie zag. Ik dacht dat ik naar een typetje van Kooten & de Bie keek, een parodie, een schertsfiguur, een windvaan. Maar verdomme, een deel van de Nederlandse kiezers ging nog in ze geloven ook.
Deze verkiezingen maken één ding duidelijk: een deel van Nederland is knettergek. Het zijn provinciale verkiezingen en in slechts één provincie heeft Baudet een verkiezingsprogramma. In alle ander provincies weten de kiezers totaal niet waar Baudet voor staat. Niet Baudet is de ezel, de kiezer is de ezel. De kiezer gaat af op hypes en denkt via de onderbuik. Als deze verkiezingen iets duidelijk maakt, is dat de domheid overheerst. Ze maken tevens duidelijk dat democratie gevaarlijk is, onverantwoorde kiezers leiden tot onverantwoorde politiek. De kiezer heeft niets door, is zelfs tevreden, de onderbuik is bevredigd.

Gevonden

Donderdag 21 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Mediawereld

Woensdag 20 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Een mens leert soms dingen die hij al lang weet. Cryptische zin. Ik zal het uitleggen. Al een paar jaar luisteren we in de auto naar onze Apple albumverzameling. Het is zo eenvoudig, je maakt een bluetooth verbinding met de autoradio en al je lievelingsnummers dreunen door de auto. Ik vind het een enorme uitvinding.
Een vriend van mij is een verzamelaar pur sang. Twintig jaar geleden al had hij zo’n grote platenverzameling dat hij tot zijn dood al die platen niet meer kon afluisteren. Voor hem geen enkele reden om te stoppen met verzamelen. En zo hoort het ook. Het feit dat er in zijn huis meer plaat en boek dan muur was te zien, was evenmin een reden om te stoppen. Was een platenverzameling vroeger misschien een ruimtelijke belasting, tegenwoordig stop ik die hele platenverzameling van hem in mijn broekzak. Sterker, ik stop zo’n beetje de hele muziekgeschiedenis in mijn broekzak. Door Spotify is er nauwelijks een nummer te vinden dat niet direct tot mijn beschikking staat. Een genot voor iemand die veel reist.

Pas toen wij op weg naar Frankrijk waren, zegt Wyb: ‘Zouden we ook NPO1 kunnen ontvangen?’ Door die vraag gaat bij mij pas het lichtje branden. Natuurlijk kan dat, als je Spotify op je autoradio kunt toveren, kan dat bij NPO1 zeker. Ik pruts was met apps en ja hoor, midden in Frankrijk, onbereikbaar voor de Nederlandse zendmasten, klinkt de vertrouwde stem van het NPO Nieuws.
Een beetje dom dat we daar nu pas aan denken. Ik ben er wel verrekte blij mee want Wyb heeft een voorkeur voor Franse radiozenders met van die slechte niksmuziek. Noem een Franse plaat en Wyb weet wie het uitvoert. Goed beschouwd is Wyb mijn Shazam. Een paar noten en Wyb weet waar ik naar luister.

Wyb kan meer. Gisteren schreef ik al dat we in het hele huis de beschikking over wifi hadden. Orange legde daarvoor de basis maar toen de monteur weg was, bleek dat we door de dikke granietmuren van het huis slechts in een deel wifi hadden. Er volgde een bliksemactie, we reden naar Alès en kochten daar een routerversterker (geen idee of dat ook zo heet). Omdat er op dit gebied meestal van alles fout gaat, had ik geen enkel vertrouwen in de werking. Gelukkig heeft Wyb het geduld om met dit soort systemen te puzzelen en verdomd, vanavond kan ik ook naar De Wereld Draait Door en het Journaal in onze huiskamer kijken.

Het alles heeft wel tot gevolg dat we hier midden in Frankrijk volop de Hilversumse mediawereld kunnen volgen, per radio en per televisie. Wat een genot. Op deze manier hebben we het beste van twee werelden. Het goede leven van Frankrijk, het nieuws van Nederland. Dit zal vast een negatieve invloed hebben op mijn integratie hier.

Pavlov

Dinsdag 19 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik heb last van het effect van Pavlov. Pavlov was een Russische fysioloog die constateerde dat honden begonnen te kwijlen zodra ze door hadden dat ze op korte termijn te eten kregen. Hij ontdekte de klassieke conditionering, belangrijk voor zowel beest als mens. Voorbeeldje. Kinderen huilen niet als ze voor de eerste keer een tandarts met een boor zien. Maar na een behandeling beginnen ze al te huilen als ze alleen al de tandarts zien. Met andere woorden: men ziet iets wat men kent en reageert daar bij voorbaat op zoals bij eerdere ervaringen.
Ik ben in mijn leven talloze keren in Frankrijk op vakantie geweest. In Frankrijk staan Nederlanders er om bekend dat ze Frankrijk beter kennen dan de Fransen zelf. In mijn geval klopt dat wel. Ik heb zo’n beetje alle departementen gezien. Hierdoor ben ik stevig geconditioneerd: Frankrijk is voor mij vakantie. Gevolg: nu ik in Frankrijk ben, heb ik voortdurend idee dat ik vakantie heb. Wat absoluut niet het geval is. Maar ja, neem de zon, een bezoekje zondag aan een brocante, mooie wijnen, lekker eten, een landschap dat ik alleen ken van vakanties, dat alles draagt er niet toe bij dat je er van overtuigd wordt dat je hard moet werken.

En dat moet wel. Emigreren gaat niet zomaar, er moet wat worden geregeld, merk ik. Een paar voorbeeldjes: de auto moet Frans worden gemaakt, de zorgverzekering omgezet, er dienen vergunningen aangevraagd, een heel huis moet op orde worden gemaakt, bankzaken dienen geregeld en zo zou ik nog even door kunnen gaan. In feite geen enkele reden om een vakantiegevoel te hebben. Integendeel. En toch wil het idee maar niet uit mijn hoofd dat ik vakantie heb. Pavlov dus.

Als we buiten in de zon zitten te ontbijten, is het moeilijk niet een derde kop koffie in te schenken. Die luxe kunnen we ons niet permitteren. Er moet worden gewerkt, afspraken gemaakt, dingen geregeld. Ons appartement, daar ben ik nu al achter, zal meer kantoor dan woonruimte zijn. Vandaag hebben we alle benodigde vergunningen geregeld en hebben we, wat een feest, goed werkende wifi. Het to do lijstje is nog lang, maar we kunnen steeds meer wegstrepen. Nog even en de gasten kunnen komen.

Naast die ambivalentie tussen vakantie en werk zijn Wyb en ik er steeds meer van bewust dat we de aankomende tijd intensief met elkaar zullen samenwerken. Zo ben ik wat verbaal communiceren betreft nog volledig afhankelijk van Wyb. Ik heb geen idee hoe al die mensen in het televisieprogramma Ik Vertrek het rooien zonder de taal te spreken. Zonder Wyb zou ik meteen de TGV naar Amsterdam nemen. Frankrijk is best een taai land wat instituties betreft. Daar kun je alleen verbaal doorheen baggeren. Ik ben hier een hulpeloos stamelend kind. Zonder Wyb zou ik door mijn gebrekkige Frans verdwalen in regels en dingen die fout lopen.

Gevonden

Dinsdag 19 maart, Sauve

Goden

Maandag 18 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik weet niet wat de goden bezielden. Het kan zijn dat ze boos waren omdat we het land gingen verlaten. Voor ons huis stond een trailer die we moesten pakken. Vanaf het moment dat we met de eerste verhuisdoos naar buiten liepen, begon het gemeen te miezeren. Zo’n regen die niks lijkt, maar waardoor je toch hartstikke nat wordt, waardoor er van die straaltjes water via je kraag op je rug lopen.
‘Laten we even wachten, het zal zo wel droog worden,’ zei Wyb nog.
Niks daarvan. Steeds als het even droog was en wij met een doos naar buiten liepen, sloegen de goden weer toe. Van woensdag tot ons vertrek op vrijdag was het raak. Nat, nat, nat.
Ik weet niet wat de goden ons precies wilden vertellen. Waren ze verdrietig dat we vertrokken? Of waren ze juist boos? In ieder geval was het voor ons een prima stimulans om te gaan. Waarom zouden we in godsnaam in een land met dat takkenweer blijven wonen?
De goden in Frankrijk waren eenduidig in hun stemming. In alles lieten ze ons weten dat we meer dan welkom waren. Strak blauwe lucht, een heerlijk zonnetje, 22 graden. Letterlijk een warme ontvangst.

Ik moet niet te stoer doen. Met weemoed verliet ik de Bosrand. Weg mijn uitzicht, weg mijn veilige bestaan in de Drentse natuur, weg fijne buren. Oude, sentimentele man, moest zelfs een traan laten. Ik kan overal wonen, heb ik altijd gezegd. En ik denk dat het waar is, maar dat wil niet zeggen dat ik me niet hecht. Aan elke plek waar ik woonde, en dat zijn er vele, hangen herinneringen. Een enkele keer  is de combinatie plek met mij niet optimaal, meestal echter wel en zou ik er altijd kunnen blijven wonen.
Den Bosch en ik, gouden duo. Arnhem en ik, prima combinatie. Lhee en ik, wij waren voor elkaar gemaakt. Waarom ga je dan elke keer weer weg, vraagt de nuchtere Nederlander zich af. Dat is altijd door een combinatie van factoren, de basis zal mijn onrustige ziel zijn. Ik vind het leven te kort om op een plek te blijven wonen. Door op diverse plekken te wonen, heb je de illusie dat je verschillende levens hebt.

En de combinatie Saint-Hippolyte-du-Fort en ik? Buiten die zonnige ontvangst zijn de eerste tekenen prima. Vermoedelijk omdat we er al een paar keer zijn geweest, voelt het huis en het stadje vertrouwt. We hebben vandaag afscheid genomen van Erik en Ed onze verhuizers. En vieren bescheiden de verjaardag van Wyb. Die bescheidenheid heeft alles met vermoeidheid te maken. De meeste van onze spullen moesten naar ons appartement dat drie hoog in de nok van Les Trois Comtes ligt. Mijn stappenteller geeft aan dat ik gisteren 110 verdiepingen heb gelopen en dat met zware bepakking. Voor de jarige die nu op de bank ligt te slapen geldt hetzelfde. En ja, laten we eerlijk zijn, als je 50 bent geworden, gaan de jaren tellen.
Sinds afgelopen dinsdag hebben we helemaal niet meer over theater gesproken. Ons nieuwe leven is een feit.

Gevonden

Maandag 18 maart, Saint-Hippolyte-du-Fort

Radar

Donderdag 14 maart, Lhee

Ik verdwijn even van de radar. Verhuizen is een vijand van bloggen. Het schema ziet er als volgt uit. Vandaag verder inpakken. Morgen de verhuiswagens laden en proberen Beaune te halen waar we een hotel hebben gereserveerd, we zijn dan over de helft heen. Zaterdag verder rijden naar Saint-Hippolyte-du-Fort waar we dezelfde dag aankomen. Vervolgens kan het Grote Uitpakken beginnen.

Wifi hier in Lhee koppelen we morgenvroeg af. Daarna het afscheid van het huis waar we met zoveel plezier hebben gewoond. Afscheid van de buren en het uitzicht. In de loop van de volgende week hoop ik weer eens een blogje te kunnen schrijven, maar voor nu gaan de zaken voor het meisje.

Gevonden

Donderdag 14 maart, Utrecht/Lhee

Verhuishuis

Dinsdag 12 maart, Lhee

Een thuis zijn is het hoogste wat een huis kan bereiken. Vijf jaar lang was ons huis aan de Bosrand zo’n huis. Achter ons huis de uitgestrekte bossen, voor ons de landerijen, ver weg achter die landerijen het dorp Dwingeloo. Voor ons het landweggetje dat naar de bewoonde wereld leidt.

Het huis is nu al geen thuis meer. Het huis is nu een verhuishuis, een huis in aftakeling. Dozen stapelen zich tegen muren die steeds kaler worden. De rust is uit het huis. Voor de openslaande deuren, waar ik altijd voor stond te dromen en naar de tuin staarde die in die vijf jaar niet is veranderd, staan binnen dozen. Buiten staat de paardentrailer waar we morgen de dozen in gaan opbergen. De trailer zal ons met een Peugeot bus naar Frankrijk brengen.

Ik ben benieuwd hoe lang het duurt voordat we in Frankrijk kunnen zeggen: ‘Mooi, we zijn gesetteld. Het huis is nu een thuis.’ Voordat we al die dozen weer hebben uitgepakt, zijn we weken verder vrees ik. De meeste dozen moeten we drie verdiepingen hoger brengen via een koninklijke wenteltrap. Een trap die gelukkig makkelijk loopt.
Eenmaal boven is het uitzicht wezenlijk anders dan het uitzicht aan de Bosrand. We hebben zo’n beetje het hoogste huis van Saint-Hippolyte-du-Fort en kijken vanuit ons appartement over het dorp uit. Meteen tegen het dorp aan liggen de heuvels van de Cevennen. Ik verheug me erop mijn vogelkijker te installeren en de heuvels dichterbij te halen.

Ondanks dat we het huis wreed aftakelen, valt deze verhuizing me makkelijker dan andere verhuizingen. Bij de verhuizing van Den Bosch naar Meppel hebben we ons zo’n beetje van de helft van onze bezittingen ontdaan. Daar plukken we nu de vruchten van. Komt bij dat we in de afgelopen weken opnieuw een stevige selectie hebben gemaakt en alweer veel bij het grofvuil ligt.

Een grote hulp bij onze verhuizing is het Nederlandse weer. De paden in het bos achter ons huis zijn veranderd in modderpoelen. Het uitzicht over de velden ademt alleen somberheid. Donkere luchten leveren druiligere buien af. Wenkend perspectief: als we zaterdag in Hippolyte aankomen is het 22 graden, zegt de weersverwachting. De lezer van Dossiermoddergat is natuurlijk altijd welkom in Saint-Hippolyte-du-Fort. Voor wie daar meer over wil weten: www.lestroiscomtes.nl.

Gevonden

Dinsdag 12 maart, Lhee

Mildheid

Maandag 11 maart, Lhee

Mildheid. Ik weet niet hoe het komt maar ik heb het woord de afgelopen tijd zo vaak gebruikt. Voordat ik het me realiseer ligt het woord in mijn mond. Ik denk dat het een symptoom van ouder worden is. Vroeger was ik verdomme nooit mild en nu druipt de mildheid uit mijn denken. Jammer. Het is veel leuker om niet mild te zijn. Maar ja, op een gegeven moment verandert dat en zie je dat mildheid toch het verstandigst is. Is het leuk om verstandig te zijn? Meestal niet. Neemt niet weg dat verstandig zijn het meest verstandigst is.

Jarenlang, vrijwel een leven lang, noemde ik Jacques mijn beste en oudste vriend. Helaas maken jaren alles vaal, zelfs vriendschappen. Toen ik ooit ging scheiden, ook alweer jaren geleden, maakte Jacques als eerste reactie een scherpe analyse. Ik zou de helft van mijn vrienden verliezen, ik zou de helft van mijn bezittingen verliezen en meer van dat soort zaken. Ik zou reduceren tot een half mens. Dat hij zelf tot de helft ging behoren van de vrienden die ik verloor had ik nooit gedacht. Maar zelfs het meest onvoorstelbare gebeurt, weet elke schrijver van fictie.

Jacques, die ik ooit leerde kende als Sjaak, was verreweg mijn oudste vriend. We leerden elkaar kennen op de eerste dag van de middelbare school en ontdekten samen het leven. Hoogtepunten en dieptepunten het maakte niet uit, wij ontdekten het samen. Inmiddels kennen we elkaar vijftig jaar. Een belachelijk lange periode, vinden we zelfs. Al kende onze vriendschap dus een kleine pauze.

Vandaag is op instigatie van Jacques het contact hersteld en kan ik Jacques weer mijn oudste vriend noemen. In Deventer bracht mildheid ons tot elkaar. We lopen niet te hard van stapel. We besloten in ieder geval elkaar weer op onze verjaardagen te bellen, een goed begin, vind ik.
Mooi ook dat een paar dagen voor mijn vertrek naar Frankrijk onze vriendschap enigszins wordt rechtgezet. Je verleden moet je koesteren, iedereen heeft maar één verleden en daar moet je niet slordig mee omspringen. Tenminste, dat vind ik een goed uitgangspunt. Alleen merk ik dat zelfs een verleden vaal kan worden. Vroeger was ik gek op mijn verleden en dat is een stuk minder geworden. Het verleden werd steeds minder belangrijk, ook al baalde ik daarvan. Met mildheid probeer ik het nu weer wat op te frissen, hopelijk werk het.

Gevonden

Maandag 11 maart, Deventer/Lhee

Sun

Zaterdag 9 maart, Lhee

Zaterdagavond dan echt onze laatste voorstelling, Kin. Een Engelse acrobatiek gezelschap uit de nouveau cirque school. Ik moest vroeger niets van acrobatiek hebben, ik vond het saai en voorspelbaar. Maar het is ongelooflijk hoe old school circus zichzelf uit zijn haren uit het moeras heeft getrokken. Circusacts hebben zichzelf opnieuw uitgevonden door theater te worden, hun acrobatiek te vermengen met dans, performances en muziek. Ook deze voorstelling is weer verrassend en mooi. Ze kunnen zo in de grote voorbeelden Cirque Plume en Cirque Soleil gaan werken.

Wyb en ik realiseren ons dat dit echt de laatste voorstelling is. Geen idee wanneer we weer in het theater zitten. Ik sluit vier decennia intensief theaterbezoek af. Einde verhaal. Ik heb geen idee of ik het ga missen. In die vier decennia ging ik er vaak met tegenzin heen. Maar ik heb ook genoten, neem vanavond. Of ik zelf naar deze voorstelling zou gaan als hij niet in Ogterop stond? Ik denk het niet. We zullen het gaan zien.

Ik ben vanavond vooral gevoelig voor de muziek. Het een na laatste nummer is een openbaring voor me. Voordeel van muziek in het theater is dat het vaak keihard wordt afgespeeld. Ik ken het nummer niet, heb geen idee wie er zingt. Ik ben niet de enige die door het nummer wordt geraakt.
Na de voorstelling gaat Wyb naar de geluidstechnicus om te vragen van wie het nummer is. Het blijkt van Kathleen Emery te zijn. Nooit van gehoord. Als ik haar google blijkt dat ze maar één nummer onder die naam heeft uitgebracht op het label Jazzman. Haar opname dateert uit 1970. Ik hoor de woorden door de zaal knallen:

Sometimes I feel like a motherless child
Sometimes I feel like a motherless child
Sometimes I feel like a motherless child
A long way from home
A long way from home

Het laatste nummer van de voorstelling mag er ook zijn, het is nota bene Let the sun shine uit Hair. Mooi symbolisch einde. Wij naar de sun. Maar meer nog is de cirkel rond. Onder andere met deze muziek, de muziek van mijn jeugd, begon mijn interesse in het theater. Ik neem er nu ook afscheid mee. Let the sun shine.

Sometimes I feel like I’m almost gone
Yes, sometimes I feel like I’m almost gone
Sometimes I feel like I’m almost gone
Way up in the heavenly land
Way up in the heavenly land
(True believer)
Way up in the heavenly land
A long way from home
(Sometimes I feel like a motherless child)

Gevonden

Zaterdag 9 maart, Lhee

Bloemen

Vrijdag 8 maart, Lhee

De dagen rijgen zich aaneen en die dagen zijn weer een aaneen rijging van afscheid. Ik ben nog nooit zo intens bezig geweest met afscheid nemen. Of dingen voor de laatste keer doen. Zo gingen we vanavond naar een voorstelling van Orkater, ‘237 redenen om door te gaan’. Voordat de voorstelling begon aten we met Pien en Ed. We hebben hen in Meppel als trouwe bezoekers van Ogterop leren kennen en zijn inmiddels vrienden geworden. Opnieuw was dit een laatste avondmaal. Althans, in Nederland. Want we hebben goede hoop dat we Pien en Ed al in april in Frankrijk mogen ontvangen.

Het is een bijzondere avond omdat Wyb voor de laatste keer bloemen opbrengt na een voorstelling. Dat is bijzonder omdat Wyb en ik, alles bij elkaar genomen, de afgelopen dertig jaar elke week wel twee tot drie keer bloemen na een voorstelling hebben opgebracht om de theatermakers mede namens het publiek te bedanken en onze waardering uit te spreken.
Bloemen opbrengen is niet altijd even leuk, vooral omdat je vaak het einde van een voorstelling mist. Zo mist Wyb vanavond een grap van Leopold Witte. In een verhaal dat hij vertelt reisde hij van Spanje naar Nederland. Voor deze gelegenheid zegt hij: ‘Onderweg ga ik nog even langs de Cevennen om op bezoek te gaan bij een bevriend stel dat daar onlangs een chambres d’hôtes is begonnen.’ Het publiek, dat afgelopen weken in de plaatselijke pers is doodgegooid met ons verhaal, pakt de grap meteen op.

Vandaag dus voorlopig de laatste bossen bloemen die Wyb opbrengt, misschien wel voorgoed. Niemand die weet, wij ook niet, of dat ooit nog eens gaat gebeuren. Geert Lagerveen is op de hoogte van het bijzondere moment. Hij omhelst Wyb en nodigt de zaal uit om voor haar te applaudisseren. Zo zijn er elke dag momenten van afscheid.

De dag begon met een voor mij emotioneel afscheid. We rijden naar Leeuwarden om Henriette en Bertus nog een keer te zien. Bij Bertus, nog niet zo lang geleden gestopt met zijn huisartsenpraktijk, is onlangs dementie geconstateerd. Samen hebben we een half leven van herinnering opgebouwd. Ooit overwogen we samen een huis in Frankrijk te kopen. We hadden zelfs een mooie watermolen op het oog met een meertje. Het zal er niet van komen.

Moet constateren dat Dossiermoddergat door die enorme afscheidstournee steeds meer van kroniek een dagboek wordt.

Gevonden

Vrijdag 8 maart, Amsterdam/Lhee

Gade

Donderdag 7 maart, Lhee

Zoals bekend zit het bloggen bij ons in de familie. Mijn oom is een fanatiek blogger, zie www.roelofs.eu en mijn dochter is een semi-professioneel blogger, zie www.yourdailylife.nl. Mijn oom kaartte eergisteren een interessante kwestie aan. Hij schreef het volgende op zijn blog onder de kop ‘De Wybrich’, hierbij is het goed om te weten dat Gade staat voor Connie de echtgenote van mijn oom, mijn tante dus:

‘Door haar naam te gebruiken maakt Neef nauwelijks een scheiding tussen zijn echtgenote in het daagse leven en de Wyb uit zijn blogs. Dat is verschil tussen mijn en zijn blogs. Gade lijkt voor veel mensen een bekend figuur maar ik kan u verklappen dat zij niet de echtgenote van mij is. Zij is de echtgenote van de ik  uit mijn blogs. Die ik en ik zelf schuren dicht tegen elkaar aan, maar door het subtiele onderscheid tussen die twee heb ik toch de vrijheid om de blog-ik woorden in de mond te leggen die niet de mijne zijn en zo is Gade niet precies de zelfde als de vrouw met wie ik mijn leven deel. Zij lijkt er wel op, maar zij is het niet en zo mag ik Gade laten zeggen wat ik wil en dat is niet altijd het zelfde als wat de vrouw van de blogschrijver zegt of denkt. Toegegeven, het is een ragfijn onderscheid, maar juist dat flinterdunne verschil tussen blogpersonage en levend persoon geeft mij andere mogelijkheden dan puur het bijhouden van een dagboek, dat letterlijk beschrijft wat gebeurt. Nu is het, in ieder geval voor mij toch meer een kroniek met commentaar.’

Bij het lezen dacht ik: dat moet ik toch even rechtzetten. Mijn oom gaat er vanuit dat de Wyb in mijn blogs Wybrich is. Dat is toch echt een vergissing. Mijn Wyb is net zoveel Wybrich als zijn Gade Connie is. Zowel Gade als Wyb lijken erg veel op Connie en Wybrich maar zijn het niet. Een blog is een suggestie van de werkelijkheid, of anders geformuleerd: een manipulatie uit dingen die zich wel of niet in mijn realiteit hebben voorgedaan. Met mijn Wyb permitteer ik mij net zoveel vrijheid als mijn oom met zijn Gade. What’s in a name?

Vraag is waarom ik dan wel voor de naam Wyb kies en niet voor de naam ‘Mopsje’ of ‘Schat’ ofzo . Eigenlijk is het onderdeel van mijn manipulatie, ik maak het voor de lezer spannender (denk ik) door hem te suggereren dat hij dicht op mijn realiteit zit. In feite neem ik hem daarmee ook in de maling. De lezer van Dossiermoddergat heeft het idee dat hij mijn leven en denken volgt en dat is slechts zeer ten dele waar. Elke ochtend weer pik ik wat elementen uit mijn leven en rangschik ik die naar eigen goeddunken. Mocht iemand, evenals mijn oom, het idee hebben dat ik een dagboek schrijf, dan is dat een volstrekt fout idee. Dan zou Dossiermoddergat een buitengewoon slappe afspiegeling van mijn dagen zijn.

Andere vraag is dan waarom ik elke dag zo’n stukje schrijf. Om dat te beschrijven gebruikt mijn oom een bruikbaar woord, namelijk het woord kroniek. Van begin af aan heb ik de hoop dat Dossiermoddergat, vandaar ook de naam, een dossier vormt, een kroniek van zijn tijd, en dat gezien vanuit het perspectief van mijzelf. Ik hoop dat degene die over vijftig jaar Dossiermoddergat leest een indruk krijgt van de eerste decennia van dit millennium. Voor minder doe ik het niet. En ik zet mijn Wyb, en mijzelf, daar graag voor in.

Gevonden

Donderdag 7 maart, Lhee

Lunch

Woensdag 6 maart, Lhee

Een ding is zeker: verhuizen is slecht voor de creativiteit. Ik heb nog een toneelstuk liggen dat bijna af is. Sinds begin januari niets meer aan gedaan. De fotografie, af en toe schiet ik eens een plaatje. De onrust is te groot, er moet te veel worden geregeld en ook het afscheid neemt veel tijd.

Als je nagaat dat ik nu voor de vierentwintigste keer ga verhuizen en dat elke verhuizing toch gemiddeld ongeveer anderhalve maand gedoe oplevert en je normale leven tamelijk stil legt, dan betekent dit dat ik 36 maanden, dus liefst drie jaar, van mijn leven heb verprutst met bewegen van a naar b. Misschien klopt die anderhalve maand niet, dat hoop ik maar. In ieder geval vijzelt Frankrijk het gemiddelde aardig op.

Vandaag naar Amsterdam afgereisd om te fotograferen en te lunchen met Anne. Van fotograferen kwam niets omdat het met Anne te gezellig was. Voor dat lunchen hebben we al heel wat op en neer geappt waar we nou het beste konden lunchen.
Ik vermoedde dat Anne als Amsterdamse foodblogger zo wel een adres uit haar mouw kon schudden. Zelfs toen de trein bijna Amsterdam inreed, hadden we nog geen adres. Een paar suggesties van mij vindt Anne niks. Ik noem lunchgelegenheden die faam hadden in het vorige millennium. Anne weet uiteindelijk een prima adresje.

Het adresje blijkt uiteindelijk erg tegen te vallen. De meneer die ons ontvangt, gunt ons ternauwernood een blik. De porties die we krijgen staan in geen verhouding tot de prijs. We besluiten nog maar een kaasplankje te nemen om enigszins bevredigd het pand te verlaten.
Tijdens het bestellen van het kaasplankje laat de serveerster, de enige in het etablissement die niet arrogant kijkt, onverholen weten dat we het plankje toch echt niet moeten nemen. Er ligt maar een klein stukje kaas op en de rest zijn vijgen en brood. Ook de wijn die Anne erbij wilt bestellen vindt ze naar verhouding veel te duur. Kijk, dat noem ik nog eens service, personeel dat je waarschuwt voor het eigen product. Zo zou de hele wereld in elkaar moeten zitten.

Inmiddels is mij een prima lunchgelegenheid in het hoofd geschoten in een van de zijstraten van de Spiegelgracht. Mopperend op ons vorige adres rijden we door een druilerig Amsterdam. Ons nieuwe adres is Anne onbekend, ze vraagt hoe ik in godsnaam aan zo’n leuk adres in Amsterdam kom. Tsja, veel zwerven. Hier gebruiken we een tweede lunch, die uitstekend bevredigt.
Ons gesprek duurt lang, zo lang dat er van fotograferen eigenlijk niets komt. Op weg naar het station neem ik nog een paar foto’s, foto’s met belangrijke boodschappen.

Gevonden

Woensdag 6 maart, Amsterdam/Lhee

Prijs

Dinsdag 5 maart, Lhee

Wyb en ik hebben zo’n beetje dezelfde carrière gehad in de podiumkunsten. Ik geloof dat wij zo’n beetje de enigen in de sector zijn waarvan man en vrouw zowel theaters als gezelschappen hebben geleid.
Wyb was zakelijk leider bij Kwatta. Ik was zakelijk leider bij Het Zuidelijk Toneel en interim bij Dogtroep, De Warme Winkel en Theater Rotterdam. Wyb was theaterdirecteur in Zevenaar en Meppel. Ik was theaterdirecteur in Leeuwarden en Apeldoorn. Om met Opel te spreken: wir leben darstellende Künste.

Het afscheid van Wyb gisteren doet me natuurlijk sterk herinneren aan mijn eigen afscheiden. Het is mooi, en handig, dat we elkaars leven hebben geleid, dat we zo’n beetje dezelfde ervaringen hebben. Op de eerste plaats kun je elkaar een beetje begrijpen, op de tweede plaats kun je elkaar een beetje helpen. Is wel prettig.
Aan de andere kant, wir haben so viele darstellende Künste gelebt, dat het ook wel mooi is geweest. Een keer wat anders dan naar de zoveelste voorstelling gaan vind ik een wenkend vooruitzicht.

Sinds gisteren zit me echter één ding dwars. We hebben dus alles zo’n beetje hetzelfde meegemaakt, maar Wyb steekt mij met één ding nu de loef af. Naar mij is verdomme nog nooit een prijs vernoemd.
Wyb heeft sinds gisteren haar eigen prijs: de Wybrich. De Gemeente Meppel heeft een prijs in het leven geroepen voor jong talent en die hebben ze de Wybrich genoemd. Dat genoegen heb ik nog nooit mogen smaken en ik ben er stinkend jaloers op.
Wie de prijs krijgt, ontvangt onder andere een beeldje van een jonge steltloper. Niet voor niets natuurlijk, mede geïnspireerd omdat Wyb zo gek op het wad is en een vogelaar. Op zijn kruin draagt het vogeltje een kroon in de vorm van de W van Wybrich.
Even was er de opwinding dat het vogeltje het afscheidscadeau voor Wybrich was. Helaas bleek na een paar zinnen dat de Wybrich in Meppel blijft en een wisseltrofee is. Neemt niet weg dat Wyb en ik toch even met de kunstenaar gaan bellen of wij nog zo’n mooie vogel voor ons heeft. En het feit dat er een prijs naar je is genoemd, is natuurlijk ook een prachtig cadeau.

Een kleine kanttekening bij deze sympathieke prijs. Hoe kan het toch dat politieke bestuurders altijd enorm royaal zijn naar jong talent? Over oud talent hoor je ze opmerkelijk weinig, terwijl het gros best wat ondersteuning kan gebruiken. Komt bij: hoeveel jong talent wil je stimuleren? Op jong talent in de kunsten heeft nooit een numero fixus gezeten. Jammer, want dat leidt best tot wat leed. Niemand maakt zich ooit druk over al die in de knop gebroken dromen.

Ik overweeg nu van mijn nalatenschap een prijs in het leven te roepen voor de beste blogger van dat jaar. Het beeldje zal bestaan uit een in brons gegoten slechtvalk.  

Gevonden

Dinsdag 6 maart, Lhee

Afscheid

Maandag 4 maart, Lhee

Gisteren schreef ik over het begrip nuchter. Het blog leidde me naar nieuwe inzichten over mensen die zich nuchter noemen, maar was niet relevant voor wat ik deze dagen meemaak. De afgelopen weken, en zeker deze dagen, moet ik eigenlijk blogs schrijven die allemaal de titel ‘Afscheid’ hebben. We hebben tal van afspraken met mensen om elkaar nog één keer te zien. Mijn geestelijke, en waarschijnlijk ook mijn fysieke toestand, is doordrenkt van afscheid. Als ik niet oppas gaat het in mijn botten zitten.

Zondagavond hadden we een afscheidsetentje met de medewerkers van Ogterop in het plaatsje Muggenbeet. Mooie naam. De naam Dossiermuggenbeet zou kunnen. In een oud Hollands restaurant, 100% authentiek, beleefden we een soort laatste avondmaal. We bespraken het verleden met anekdotes, we bespiegelden de toekomst, zowel die van Ogterop als van Les Trois Comtes.
Het verdriet over het elkaar verliezen is de tol van de liefde, zei vandaag iemand tegen mij. Afscheid nemen voelt ook dit keer toch weer aan als een zoet iets. Vooral de grens zitten tussen ergens weg gaan en ergens nieuw naar toe gaan, heb ik altijd prettig gevonden. Die grens brengt weemoed en herinnering met zich mee en tegelijkertijd nieuwe levenslust en verlangen.

Daar komt bij, als je op een leuke manier weggaat, ik heb ook wel anders meegemaakt, dat afscheid nemen ook feestelijk is. Dat feestelijke was er volop vandaag. Wyb nam officieel afscheid. Voor mij als liefhebber van speeches was het een klein paradijsje. Er waren er liefst acht, sommige speeches waren meer performance dan speech, maar alle sprekers richtten het woord tot Wyb. De wierook hing volop in de lucht. Er waren tranen, maar vooral een feestelijk terugkijken op acht succesvolle jaren.

Zowel Mevrouw Ogterop, de founder van Ogterop, speechte als een van de opvolgers van Wyb, namelijk de directeur van 2043. 2043? Hoe kan dat nou, zal de lezer zich afvragen. Toevallig is ze al bekend, het is Bente en ze woont schuin tegenover ons op de Bosrand in Lhee en is nu nog 10 jaar. Daar tussendoor waren er mooie woorden van zowel de burgemeester als een buurman. De laatste plunderde volop Dossiermoddergat, vele ontboezemingen lagen opeens op straat. Eigen schuld natuurlijk, moet je maar niet bloggen.

Het pièce de résistance was de speech van Wyb. Met name haar laatste woorden wil ik de lezers van Dossiermoddergat niet onthouden. Ze maakt daarin gebruik van een gedicht dat ons levenmotto is en al diverse keren eerder genoemd in Het Dossier. Ze luidden als volgt:

‘En nu is het tijd om mijn laatste woorden uit te spreken in deze functie en dat wil ik graag doen met een gedicht van Toon Tellegen. Het gedicht luidt De andere ridders.

 

De andere ridders

De ene ridder is van geen belang,
het meisje is vermolmd
en muf,

maar dan de andere ridders!
Zij zijn nog onderweg, rijden nog kriskras door het land.
Zij volgen de zwanen nog naar het zuiden
en de wildste geruchten naar het noorden
van een dal dat doodloopt op een berg.
Zij klampen nog reizigers aan, ontdekken nog moerassen
en nieuwe zijrivieren.
Zij wankelen nog, vallen nog, raken nog uitgeput
en laten hun zenuwen nog slopen,
durven hun ziel nog te verkopen.
Zij weten wat verdwalen is en wat de ware aard
van aarzelen is.

O de andere ridders!
Zij gingen even fier op weg.
Zij zullen nooit ontwaken.

Dames en heren, ik wens u veel zoeken toe, veel ontdekkingen van moerassen en zijrivieren, ik wens u veel uitputting toe, veel wankelen, verdwalen en aarzelen. Ik hoop dat u fier op weg gaat en nooit zult ontwaken.
Ik wil hierbij graag een toast uitbrengen op de andere ridders! Op de verbeelding en de verhalen die ons pas werkelijk mens maken.
Ik vond het een eer om jullie directeur te mogen zijn.

Salut, Santé et bonne route!’

Gevonden

Maandag 4 maart, Lissabon/Lhee

Nuchter

Zondag 3 maart, Lhee

Ik hoorde vandaag iemand zeggen: ‘Ik als nuchtere Nederlander…’ Ik heb ontzettend de pest aan het woord nuchter. Ik vind het zo’n lelijk woord. Dat ‘uch’ in het midden, het is een harde, onverzoenlijke klank. Alsof iemand verkouden is als in de Donald Duck: uch, uch, uch.

Ik weet ook wel waardoor de aversie tegen het woord nuchter is ontstaan. Komt omdat mijn vader eens in de zoveel weken verklaarde dat hij de dingen zakelijk en nuchter bekeek. Het begrip nuchter schijnt te appelleren aan een soort Nederlandse kwaliteit. Iets zonder poespas doen, je de kop niet gek laten maken, van afstand naar iets kijken.

Het valt me op dat mensen die zichzelf nuchter vinden altijd moeten laten weten dat ze nuchter zijn. Wat dat betreft lijken ze op mensen die op het gymnasium hebben gezeten, die laten ook altijd binnen het uur weten dat ze het gymnasium hebben gedaan.

Ik zelf wantrouw mensen die zeggen dat ze nuchter zijn. Het is meestal een compensatie voor wat ze juist niet zijn. Ik vind nuchtere mensen gevoelsarm zonder enige drive. Het zijn vaak ook bange mensen omdat ze dingen niet durven te benaderen en vast te pakken.

Dat nuchtere past natuurlijk perfect bij onze volksaard, de wat hoekige gereformeerdheid. We zijn van nature een streng en passieloos volkje. Jezelf inhouden vinden we belangrijker dan jezelf uitspreken. Je zou eens uit de ban springen, je kop boven het maaiveld steken. Daar hebben we in dit vlakke land de pest aan.
Empathie, meeleven met de ander. Of je ergens in verliezen, het is ons vreemd. We zeggen liever dat we nuchter zijn, hoeven we ons niet druk te maken. Nuchterheid zou ook wel eens een vorm van luiheid kunnen zijn, van geestelijke armoe.

Het is gelukkig wel een woord dat ik steeds minder hoor. Vroeger, maar dat kwam misschien ook door mijn vader, ronkte het woord door onze samenleving. Ik weet niet of het woord nog up-to-date is. We kunnen tegenwoordig massaal rouwen, we laten ons gek maken door Bekende Nederlanders, we hebben inmiddels leren dwepen en boos worden. Onze nuchterheid is aan erosie onderhevig, denk ik. Nuchterheid is toch een woord dat meer bij de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw past dan in dit millennium waarin de wereld ons overspoelt en de gereformeerdheid op zijn retour is.

Gevonden

Zondag 3 maart, Lauwersoog/Lhee

Slaap

Zaterdag 2 maart, Lhee

Slapen, lastig dingetje. Ik heb het altijd als verspilde tijd beschouwd. Na je dood heb je genoeg tijd om te rusten, eerst maar eens ten volle genieten van wakker zijn. Gelukkig hoefde ik nooit veel te slapen. Tussen een en twee naar bed, rond zeven uur, half acht weer op.
Gelukkig heb ik nooit last gehad van slaapproblemen. Ik ging liggen en sliep. Ook in moeilijke tijden als het om mij heen stormde of ik danste op de rand van de vulkaan sliep ik als een roos.

Sinds een jaar is dat anders. Geen idee hoe het komt. Mijn slaap is aangetast. Zo tegen vier uur word ik wakker en lig dan eindeloos te malen. Sinds ik weet dat we naar Frankrijk gaan is het verergerd. Ik kan zomaar tot half zeven wakker liggen om alsnog in een hazenslaapje te vallen. Gebeurt ook dat ik helemaal niet meer slaap.

‘Gewoon blijven liggen,’ zei mijn moeder altijd als ik eens een keer niet kon slapen, ‘dan rust je toch.’ Dat zal wel, maar ik kan mijn hoofd niet stil zetten. De ene gedachte jaagt achter de ander aan. En ondertussen bedenk ik steeds dat ik moet slapen. Ik probeer mijn gedachte af te richten, ze op de plaats rust te krijgen. Helaas lukt dat niet, ze zijn gewoon te weerspannig.

Natuurlijk ligt naast mijn bed een notitieblokje. Als mij ’s nachts iets dwars gaat liggen, schrijf ik het meteen op. Volgens alle goede adviezen krijg ik dan rust omdat ik het noteer, niet vergeet en de volgende dag kan oppakken. Tevergeefs. Elk probleem blijft een probleem, elke gedachte blijft zeuren.

Het schijnt dat als je ouder wordt, je minder hoeft te slapen. Vond ik altijd een prettig vooruitzicht. Maar ik hoop niet dat ze daar slapeloosheid mee bedoelen. Ik wil best weinig slapen, wil dan wel uitgerust zijn en de slaap  die ik nodig heb daadwerkelijk  slapend doorbrengen.

Uitslapen lukt me al helemaal niet meer. Als de wekker gaat en Wyb fris naast het bed springt, zou ik best nog even door willen slapen, de slaap inhalen die ik ’s nachts moest ontberen. Hoe ik het ook probeer, de slaap wil niets met mij te maken hebben. ’s Nachts niet en ’s ochtend ook niet.

Gevonden

Zaterdag 2 maart, New York/Lhee

Duwtje

Vrijdag 1 maart, Lhee

Ik ga nu voor de vierentwintigste keer in mijn leven verhuizen, dus ik weet heus wel wat verhuizen is. Deze keer is het mijn meesterproef: verhuizen naar Frankrijk, dat is toch wat anders dan de spullen inpakken en naar Den Bosch of Heerlen overbrengen. Voor Frankrijk moet er aardig wat worden geregeld.
Neem alleen al de bankzaken. Als je naar Frankrijk verhuist, betekent het ook dat je een beetje wordt teruggeworpen in de tijd. Ik zelf bankier bij de Triodos bank. Ik heb nog nooit iemand van de Triodos gezien, alles gaat digitaal en vlekkeloos. Ook het aanmelden bij die bank is zonder fysieke tussenkomst van een mens gebeurd. In Frankrijk ligt dat net ff anders. De digitale slag is in Frankrijk nauwelijks gemaakt. Wij hadden een afspraak met een bankmedewerker in Ganges. Voordat de medewerker echt tijd voor ons had verstreek er zo’n half uur. Het was geen verloren tijd want daardoor kon ik het bankwezen van Frankrijk wat beter bestuderen.
Ik constateerde dat een bank in Frankrijk tevens de functie van dorpspomp heeft. Wij wachten in de centrale ontvangsthal en terwijl wij daar zitten komt de ene na de andere mens geld uit de muur halen. Iedereen blijkt hier iedereen te kennen, na het pinnen blijft iedereen gezellig voor een praatje staan. Wat zou een Frans dorp zonder bank zijn.

Mijn Nicht uit Frankrijk heeft ons al gewaarschuwd dat het aanvragen van een bankrekening geen sinecure is. Dus we hebben een tas vol paperassen bij ons. Wij zijn gewapend met ons hele dossier. We vullen samen met de bankmedewerkster een stapel papieren in, een deel van ons dossier wordt gekopieerd. We zetten handtekeningen. Toch gaan wij zonder bankrekening weg. In onze stapel papieren ontbreekt namelijk één ding: het bewijs dat wij nu nog op de Bosrand 19 wonen. Dat kunnen we bewijzen door een energierekening te laten zien of onze belastingpapieren die naar dat adres zijn gestuurd.
Waarom hebben ze dat nodig zal de lezer zich afvragen. Dat komt, zo heb ik mij laten vertellen, dat Frankrijk geen bevolkingsregister kent. Alleen geboorte en overlijden worden geregistreerd, daar tussendoor ziet men maar. Hierdoor kan iemand alleen bewijzen dat hij ergens woont door die rekeningen.
Na anderhalf uur verlaten we de bank zonder resultaat. Voor de dinsdag daarop hebben we een bel afspraak gemaakt met een andere medewerker, naar hem moeten we dan nog de nodige bewijsstukken van ons huidige adres sturen. Beetje zinloos want als we in Frankrijk wonen is dat ons adres niet meer.

Een paar uur later regelen we in Montpellier ons internet, telefoon, Wyb heeft een nieuwe iPhone nodig. En wat blijkt, er is toch vooruitgang in Frankrijk. De provider, Orange, heeft ook een bank opgericht. Een beetje model Triodos bank, alles online te regelen, weg bureaucratische ballast. In een kwartier hebben we een bankaccount. En, niet onbelangrijk, kosten zero. Dat is mooi want de gemiddelde bankklant in Frankrijk is op jaarbasis honderden euro’s aan kosten kwijt. Elke bankhandeling schijnt in rekening te worden gebracht. Nederland, tel uw zegeningen. Orange is blijkbaar van plan dit archaïsch systeem te kraken. Wyb en ik werken er graag aan mee. Vooruitgang moet soms een duwtje in de rug krijgen.

Gevonden

Vrijdag 1 maart, Amsterdam/Lhee

Dystopie

Donderdag 28 februari, Lhee

Ik moet bekennen dat ik een jaar geleden nog nooit van het woord dystopie had gehoord. Een beetje dom van me want ik heb toch echt de volgende boeken gelezen: 1984 van Orwell, Brave New World van Huxley en Fahrenheit 451van Bradbury. Allemaal boeken die een dystopische samenleving beschrijven. Mijn Word corrector blijkt het woord trouwens ook niet te kennen.
Het zou me niet verbazen als dystopie het woord van dit decennium wordt. Let maar op, het woord duikt tegenwoordig overal op en ik begrijp dat goed. Het is onvermijdelijk, de tijd vraagt erom.

Voor wie niet weet het dystopie betekent. Van Dale schrijft: ‘anti-utopie, toekomststaat van verwerpelijk karakter.’
In fictie is dystopie vaak gebruikt. Wikipedia geeft aan wat een paar populaire dystopische onderwerpen zijn en dan weet je ook wel waarom je niet om het woord heen kunt:
– een maatschappij onder een totalitaire staat waarbij geen individuele vrijheid of persoonlijke levenssfeer wordt toegestaan
– een samenleving die gecontroleerd wordt door robots of computers
– verhalen over de ondergang van wereldse koninkrijken
– een maatschappij waarin alles en iedereen identiek is en waar kunstuitingen en emoties verboden zijn
– een maatschappij waar mensen slechts dienen als voedsel of als orgaandonoren
– een wereld waar de mensheid (bijna) is uitgestorven na een kernoorlog, ziekte of andere ramp

De meeste hier boven genoemde punten hangen in de lucht. We hebben een Amerikaanse president voor wie waarheid niets betekent. China is druk bezig met het invoeren van het sociaal krediet, mensen worden 24/7 met camera’s gevolgd en wie zich niet aan de wet houdt krijgt  strafpunten met alle gevolgen van dien. We zijn in staat de wereld x maal te vernietigen en zo zou ik nog door kunnen gaan met voorbeelden. Er hangt onheil in de lucht, zal ik maar zeggen.

Goed dat het woord dystopie uit het woordenboek is gekropen en weer tot leven gewekt. Het kan niet anders of we moeten over het begrip nadenken. Wat voor een samenleving willen we? Wat is belangrijk, wat niet? Zijn we gelukkig met de huidige maatschappelijke ontwikkelingen? Zelf heb ik het idee dat we in de afgelopen decennia stappen achteruit hebben gezet. Optimisme maakt  plaats voor pessimisme. Vijftig jaar geleden hadden we het voornamelijk over utopieën. Nu dus anti-utopieën. De toekomst kleurt donker. Als bloggertje heb je natuurlijk geen vat op de zaken. Het enige wat je kunt doen is wijzen op het woord. Dystopie.

Gevonden

Donderdag 28 februari, Afsluitdijk/Lhee

Kroeg

Woensdag 27 februari, Lhee

Ik hou niet van cafés waar mensen ’s avonds gezellig gaan drinken. Ik had een vriend die elke avond naar de kroeg ging, hij had er zelfs een eigen tafeltje waar zijn naam opstond. Een leuk gebaar van de kroegbaas. Aan de andere kant zou je kunnen zeggen dat mijn vriend er goed voor heeft betaald. Een groot deel van zijn salaris spendeerde hij daar. Als ik hem wilde bereiken, belde ik het café.
In cafés hangt gezelligheid die ik niet herken. Sterker, als ik een kroeg in stap, krijg ik altijd een unheimisch gevoel, heb meteen de neiging om rechtsomkeer te maken. Mensen die aan barren hangen snap ik gewoon niet. Hun plezier ontgaat me. Het gebaar waarmee ze de glazen nog eens laten vullen, hun vrolijkheid, het roept weerstand bij me op.

Maar misschien is het niet helemaal waar. Ook ik spendeer veel avonden in de horeca, bedacht ik gisteravond. De horeca waar ik me in begeef ligt altijd in theaters. Vooral in de theaters waar Wyb of ik werkten heb ik heel wat avonden in theatercafés doorgebracht. Na de voorstelling is het geheid napraten.
Dat napraten vindt plaats met de mensen die vaak bij de voorstellingen zijn, die je door het theater hebt leren kennen. Daarnaast zijn er de artiesten, de acteurs, de cabaretiers. Velen ken ik vanaf het begin van hun carrière. Met best veel mensen heb ik ook gewerkt. En als je elkaar elk jaar een paar keer ziet, krijg je toch een band. Die band moeten we niet overdrijven. Ik heb theaterdirecteuren gekend die er vast van overtuigd waren dat de artiesten werkelijke vrienden waren. Maar als die directeuren uiteindelijk werden begraven, waren er opmerkelijk weinig van die werkelijke vrienden aanwezig.

Gisteravond was er een voorstelling rond Spaanse poëzie, de titel: Duende. Eric Vloeimans op trompet, Eric Vaarzon Morel op gitaar, Gijs Scholten van Asschat las de gedichten.
Wyb kent Eric Vloeimans uit haar jazzverleden, in de jaren daarna programmeerde ze hem elk jaar zeker één keer.Ik ken Gijs omdat hij bij Het Zuidelijk Toneel heeft gespeeld en ik hem altijd wel heb gevolgd. Samen met Matthijs Rümke heeft hij de spraakmakende Richard III gemaakt op muziek van Tom Waits. Eric Vaarzon Morel hebben we niet zo’n band mee, Wyb kent hem van de talrijke keren dat ze hem als directeur ontving. Na zo’n voorstelling is er dan best veel te bepraten. Iedereen blijft even hangen, drinkt twee biertjes want de terugweg is nog lang, en rond half twaalf nemen we afscheid. Gijs speelt 1 juli met Toneelgroep Amsterdam, sorry, ik bedoel Internationaal Theater Amsterdam, De Kersentuin op een festival in Montpellier. We spreken daar af.
Genoeg name dropping. Ik vertel het omdat het een belangrijk onderdeel van mijn leven was. Was. Over twee weken is alles anders. Grote vraag: ga ik dit missen? Heel vaak dacht ik terwijl ik aan het social talken was: wanneer kan ik nou naar huis? Er waren ook heel wat keren dat het echt gezellig was. We zullen zien. Eerst maar eens 1 juli naar Montpellier.

Gevonden

Woensdag 27 februari, Amsterdam/Lhee

Hondje

Dinsdag 26 februari, Lhee

Ergens in 2004 of 2005 liepen Wyb en ik de Kunstuitleen in Arnhem binnen. We zagen een tegeltje waar een hondje op stond en we waren meteen verkocht. Het tegeltje was gemaakt door beeldend kunstenaar Leon Tebbe. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar wat maakt het uit. Het tegeltje kostte €60,42, rare prijs, het staat nog steeds achterop het tegeltje. Het hangt sindsdien in ons huis en we genieten er ontzettend van. Onder dit blog zie je een foto van het tegeltje.

Het wonderlijke is dat het hondje op de tegel Dies is. Dies kan precies op dezelfde manier zitten en kijken, de overeenkomst is frappant. Leon Tebbe wist natuurlijk niet dat wij ooit Dies zouden krijgen. Wisten we zelf ook niet. Toch kan het een omen zijn, een teken, dat Dies en wij voor elkaar zijn voorbestemd. Probleem is alleen dat ik niet metafysisch ben ingesteld, dus dat omen is onzin. Het is gewoon dom toeval dat Wyb en ik al in 2004 of 2005 een tegeltje kochten waar Dies op stond.
Het is mij nog niet gelukt om een foto van Dies te maken waarop hij zit zoals het hondje op de tegel. Ik weet zeker dat dat wel gaat gebeuren. Tot nu toe is Dies te jong om die foto te maken. Elke keer als ik mijn fototoestel pak om het vast te leggen, wordt hij nieuwsgierig wat een fototoestel precies voor een apparaat is. Dies is gek op apparaten. Ik denk dat Dies een nieuwe stap is in de evolutie van de specie hond. Hij is de eerste hond die zich interesseert voor techniek.

De afgelopen jaren hebben Wyb en ik ons niet gewaagd in kunstuitlenen of galeries. Dat komt door het gebrek aan muren. Ons huis in Lhee kan de kunst die we hebben niet bergen, laat staan dat we nieuwe kunnen kopen. Als Wyb en ik een galerie inlopen, kan het zomaar zijn dat we verliefd worden op een kunstwerk.
Ooit, lang geleden, liepen we als pas verliefd stel door Arnhem, we kenden elkaar een paar weken. Op hetzelfde moment zagen we een schilderij in een galerie hangen en, ondanks ons ongewisse staat van samenzijn, kochten we het. Daarna gebeurde hetzelfde diverse keren.

Er is weinig stoffelijk bezit dat me echt enthousiast maakt. Tot dat weinige hoort een mooi kunstwerk. En die kunst hoeft helemaal niet van gerenommeerde kunstenaars afkomstig te zijn. Ik heb een vriend die kickt op grote namen en dure werken. Ik totaal niet.
Zo ben ik een groot fan van Willem Kooijman. De lezer van dit blog heeft vermoedelijk nog nooit van hem gehoord. Wyb en ik hebben twee werken van hem. Het ene schilderij stelt een slapende kat voor. Het andere twee mannen die aan het jeu de boulen zijn. Een hondje loopt er vrolijk met een stok in zijn bek omheen. Het schilderij hang nu al een paar jaar in ons huis. En we zijn er zo verrekte blij mee.

Europeaan

Zondag 24 februari, Lhee

Ik zou zo graag in Europa willen geloven, maar het wordt me zo verrekte moeilijk gemaakt. Europa is zo’n ontzettend politiek construct, vooral gericht op handel, op het vrije verkeer van mensen en goederen voor economische doeleinden. En het subsidiëren van boeren en rotondes. Europa doet niets voor het hart. We hebben een Europa zonder menselijke factor. Zo jammer. En daar komt bij dat het construct zo impotent is, zo ongelooflijk besluiteloos door zijn verdeeldheid. Geen idee hoe ze ooit de Europeanen mee willen krijgen.

Als ik kijk naar het gehannes met het vluchtelingendrama in Griekenland, de mensonterende toestanden daar. Mijn Europa zou dat als een gemeenschappelijk probleem ervaren, meteen denken aan het oplossen en verdelen van de menselijke ellende. Maar alle leden van de ‘gemeenschap’ zwijgen, kijken de andere kant op. Mijn Europa zou doortastend en niet laf zijn.

Vorige week deed Trump een beroep op Europa om IS gevangenen in het land op te nemen waarvan ze staatsburger zijn en daar te berechten. Europa reageerde met verontwaardiging, wat dacht die Trump wel. En Europa verklaarde dat ze dat zeker niet gingen doen. Weer keek Europa weg.
Het was voor de eerste keer dat ik het met Trump eens was. Natuurlijk moeten ze opgenomen en berecht worden in het land waar ze vandaan komen. De Koerden kunnen ze daar niet gevangen houden, het zou onzin zijn om alleen Amerika hiervoor te laten opdraaien. Bovendien is Amerika een hysterisch land dat met dit soort problemen niet kan omgaan. Voordat je het weet heb je een nieuw Guantanamo Bay.
Laissez faire, zei Europa. Laat maar lopen, we zien wel. Met het gevaar dat die religieuze gekken vrij worden gelaten, gaan dwalen en ondergronds gaan. Ellende gegarandeerd.

En dan hebben we nog van die Europese leden waarvan je denkt: donder alsjeblieft op. Ik denk aan Hongarije en Polen, waar manipulators en xenofoben de macht hebben. Wie wil nou zulke vrienden hebben? Het beroerde is dat we aan elkaar geklonken zijn met verdragen, dat we elkaar niet de waarheid kunnen zeggen, laat staan sancties opleggen. Vrijblijvendheid troef dus. Een grote slappe bende.

Ik ben Europeaan. Maar het politiek construct geeft me nauwelijks basis om het me politiek en cultureel ook echt te voelen. Het is toch raar dat me het echte geloof in Europa wordt onthouden, dat technocraten en neo-liberalen me verhinderen om daar enthousiast over te zijn. Ik voel me in principe zelfs meer Europeaan dan Nederlander, alleen zo jammer dat de politiek mij in het verkeerde Europa laat wonen.

Gevonden

Montpellier

Lief

Zaterdag 23 februari, Lhee

Wyb is thuis aan het werk. Ze is in deze tijd op haar werk aan het werk en thuis aan het werk. Veel dient afgerond, afscheid nemen brengt veel gedoe met zich mee. Ook leuk gedoe, ze wordt overstelpt met kaartjes van mensen die ze niet eens kent.
Er belt een impresariaat voor definitieve prijsafspraken voor het volgend seizoen. Ook als Wyb dadelijk weg is, blijft ze nog een theaterseizoen aanwezig in Meppel met haar programmering voor het seizoen 2019/2020. ‘Ik ben hier met mijn Lief aan het werk,’ hoor ik haar achteloos zeggen.

Ik vind het altijd leuk als Wyb mij Lief noemt. Ik hou ervan om Lief te zijn. Ik word er altijd een beetje blij van, elke keer realiseer ik me weer hoe fijn het is als iemand je Lief noemt. Ik zelf gebruik het ook veel. Als ik een mailtje naar Wyb stuur, staat er meestal Lief boven. Lief is een goede benaming voor mensen die van elkaar houden.

We zeggen ook wel Schat of Schatje tegen elkaar. Maar die woorden kunnen allerlei betekenissen hebben, waaronder een dwingende, zelfs een veroordelende. ‘Schat, hoe vaak heb ik je nou wel niet gevraagd om die troep van de wastafel te halen.’ Met Schat bedoel je dan eigenlijk het tegendeel van schat. Door elkaar Schat te noemen, kun je makkelijk harde dingen tegen elkaar zeggen. ‘Schatje, luister nou eens.’ ‘Schat, daar heb ik nou helemaal geen zin in.’ En dat soort dingen.

Zo noem ik Wyb in dit blog altijd Wyb. Ik heb daar eigenlijk veel kwaad mee aangericht. Ik vind Wybrich namelijk een prachtige naam, het is een naam uit een sage, de verre Middelleeuwen. Wybrich, de naam zingt en vibreert.
Het hangt aan me, het verpesten van namen. Zo heette Lies vroeger Annelies. Iedereen noemde haar Annelies. Totdat ik haar Lies begon te noemen en nu noemt iedereen haar Lies, ze noemt zelfs zichzelf Lies. Lies klinkt krachtig, net zo als Wyb. Maar als ik het terug kon draaien, koos ik toch voor Annelies en Wybrich.
Tegenover anderen noem ik Wybrich trouwens altijd Wybrich. Maar dat helpt niet, want ze lezen of dit blog of ze horen mij voortdurend Wyb noemen en denken dat Wyb de echte naam van Wybrich is.

Dat alles neemt niet weg dat Wyb mijn Lief is. Bij de naam Lief moet ik ook altijd denken aan dat gedicht van Herman Gorter.

Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht —
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees’lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen —
Maar ik kan het toch niet zeggen.

Gevonden

Zaterdag 23 februari, Kollum/Lhee

Heenkomen

Vrijdag 22 februari, Lhee

 

Heenkomen

Hij liep achteloos langs,
leek in gedachten verzonken.
Zijn ogen waren niet waar ze
waren, zijn oren zonder geluid.

Wij hadden het niet door.
Wij leunden lui tegen elkaar.
Wij aten zoals er altijd
gegeten had moeten worden.

Wij sliepen zoals er altijd
geslapen had moeten worden.
De wereld kwetterde onder ons
voorbij. Het leek één lome dag.

En zonder dat we het zagen,
haalde hij uit. Hij schudde het nest,
verscheurde ons huis, wij zeilden
op de grond. Gebroken. Vol vragen.

Wij vonden ons tussen keien.
Wij waren elkaar uit het zicht
verloren. De een zei links,
de ander verder naar beneden.

Iemand zei: ontheemd. We hebben
ons verloren. We worden gejaagd.
Het is gedaan met rust, de roestplekken,
einde van het schurken, jouw huid.

En hij liep gewoon maar achteloos
door en door. Destructie was
zijn spelen. Jij zei: wij zijn speelballen.
Laten we ons heenkomen zoeken.

Gevonden

Vrijdag 22 februari, Hindeloopen/Lhee

Reizigers

Donderdag 21 februari, Lhee

Belangrijke vraag: wat is de reden dat we in Frankrijk gaan wonen? Hoe kan het dat je dat zomaar doet?
Volgens Pim tarten we hiermee de wet van Schopenhauer. De wet van Schopenhauer ziet er als volgt uit: de mens denkt dat hij vrij is, maar de mens is helemaal niet vrij. Elke dag gaat hij om half negen trouw naar zijn werk en om vijf uur gaat hij braaf terug naar zijn huis. Vreemd, want hij kan op weg naar zijn werk ook besluiten naar Berlijn of Londen af te reizen. Maar niemand die dat doet. De mens is een gevangene van zichzelf, van zijn gewoonte, zijn angsten, zijn zelf aangegane verplichtingen.
En dat is maar goed ook, zou ik willen zeggen, want anders zou het een flinke chaos worden.

Waarom gaan wij wel in tegen onze gewoontes, angsten (want die zijn er zeker) en zelf aangegane verplichtingen. Ik denk dat het voor een belangrijk deel karakterologisch is. Zowel Wyb als ik zijn nogal onrustig, ongedurig van nature. Als we een tijdje met iets bezig zijn, willen we graag weer eens wat anders gaan doen. Tot nu toe heb ik het na zeven, acht jaar bij een baan wel gezien, dan heb ik behoefte aan verandering en ik zie dat dit bij Wyb niet anders is. Ik vrees dat we elkaar daarin versterken.
Daar komt bij dat Wyb een reizigster is. Ik wilde eerst schrijven: daar komt bij dat wij reizigers zijn, maar dat vond ik toch te veel eer voor mijzelf. Het ligt in principe niet in mijn aard om te reizen. Pas door Wyb ben ik de smaak van het reizen gaan proeven en die smaak leidt tot genot. Ik zie ons vertrek naar Saint-Hippolyte-du-Fort eigenlijk als een reis. In plaats van een drieweekse trip in de zomervakantie gaan wij voor een paar jaar een reis naar Frankrijk maken, onderdeel van die reis is dat we een chambres d’hotes gaan runnen.

Er zijn ook beste wel andere, externe redenen om te vertrekken. Ik zit nu veertig jaar in het theatervak, Wyb vijfentwintig jaar, ik moet zeggen dat ik na al die jaren, al die voorstellingen, al die avonden in het theater zitten, al die subsidieaanvragen, het tevreden houden van subsidiegevers, representatief doen en personele problemen oplossen graag eens iets anders wil doen.
Wyb formuleerde onze move onder andere als: minder hoofd, meer handen. Vond ik wel een goede. Even een paar jaar een andere oriëntatie in werk en omgeving, totaal andere lucht inademen, het lijkt mij heilzaam, zie er naar uit.

Gevonden

Donderdag 21 februari, Cevennen/Lhee

Voetstappen

Woensdag 20 februari, Lhee

Ik loop door Nijmegen. Ik zet voetstappen in straten waar al honderden voetstappen van me liggen. Als ik mijn ogen dicht doe, kan ik blindelings door Nijmegen lopen. Keizer Karelplein, Bisschop Hamerstraat, Van Welderenstraat, Van Broeckhuysenstraat. En toch is alles anders. Vroeger kwam ik hier bekenden tegen, tegenwoordig ben ik een vreemde in Nijmegen. Niemand die mij kent, ik ken niemand. Het lijkt alsof de neutronenbom is gevallen. Alle bekende wezens overleden, het decor staat nog overeind.

Alles in Nijmegen is herinnering. In de Van Welderenstraat werkte Lies in een koffiecafeetje, ik heb daar wat zitten smachten. Even verderop zit een nachtclub. Lies en ik zijn er één keer met een groep vrienden geweest en we zagen hoe een goede bekende omgeven was met hoeren. Hij was zo ver heen dat hij ons niet herkende. Op de hoek zat een zaak die de mooiste pennen verkocht. Ik heb altijd een mooie vulpen willen hebben, jammer genoeg was mijn handschrift zo’n pen niet waard.

Ik wandel even tussen twee vergaderingen door een rondje door Nijmegen, even een luchtje scheppen. Het is ook een soort afscheid. Hoe lang zal het duren voordat ik weer in Nijmegen kom? Dan loop ik terug naar De Vereeniging voor mijn tweede vergadering, de laatste Raad van Toezicht vergadering bij de stadsschouwburg en De Vereeniging.
We hebben een bijeenkomst met de ondernemingsraad. We doen een voorstelrondje en het blijkt dat ik de enige ben die de opening van de schouwburg heeft meegemaakt. Ik was zeven jaar toen de opening plaatsvond. De koningin opende de schouwburg en verscheen voor die gelegenheid op het dak. Het Keizer Karelplein stond vol met mensen om een glimp van haar op te vangen. Ik zal toen nog geen republikein zijn geweest.

We vergaderen in De Vereeniging. In het jaar dat ik lid was van de RvT is er veel gebeurd. Niet dat het op mijn conto kan worden geschreven. Er is een uitstekende directeur die rode cijfers in zwarte heeft omgetoverd. Daarbij enigszins geholpen door de RvT die samen met Eva, de directeur, meer subsidie heeft kunnen regelen. Was ook erg nodig, zelfs de continuïteit was in gevaar. De eerste vergadering die ik meemaakte was er grote ongerustheid, nu is er een soort van opluchting, trots.

Afgelopen jaar is ook een grote verbouwing begonnen. Er wordt een heel achterhuis bijgebouwd, laadperron, kleedkamers, artiestenfoyer. We krijgen van Eva een rondleiding en voor het eerst sinds jaren zie ik het toneel weer van De Vereeniging. In de zaal van De Vereeniging deed ik mijn eerste podiumkunst ervaring op. Ik zal vijf, zes jaar zijn geweest. Mijn vader speelde bij de Postharmonie. Het orkest gaf een uitvoering in De Vereeniging en mijn vader had een belangrijke piccolo solo. Een paar jaar later betrad ik als ballenjongen van NEC als het podium met de clubvlag om de eerste promotie van NEC naar de eredivisie te vieren. Later zag ik er Joe Jackson, Ian Dury en nog wat popartiesten. Wolf Biermann. Zou die nog leven?

Na de vergadering ga ik bij Jan en Connie eten. Jan is gelukkig weer aardig opgeknapt. Er is tenminste nog één iemand die mij van mijn geboorte af kent.