Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Nieuw

100

Journal

 

Vergane glorie

Vrijdag 24 september, Berg en Dal

Gisteren was de dag van de vergane glorie. Omdat ik gebruik van internet wilde maken, zaten we twee nachten in Hotel Erica in Berg en Dal. Normaal gesproken staan we in Berg en Dal met onze camperbus, maar op de camping ontbreekt internet, voor deze dagen een onoverkomelijke handicap. Ik ken Hotel Erica vanaf mijn kinderjaren. Het is een groot wit gebouw, majestueus gelegen in de bossen van Berg en Dal.

Als je aankomt lopen, lijkt het op het eerste gezicht nog wel iets. Wie dichterbij komt, ziet meteen dat het vergane glorie is. Het gebouw is hoognodig aan renovatie en verf toe. Wie naar binnen gaat, ruikt de afgelopen decennia. De meubels in de kamers stammen uit de jaren zestig, de vloerbedekking moet ergens in de jaren zeventig zijn gelegd.

Erica heeft nog het meest weg van Paleis Soestdijk. Iedereen dacht dat het paleis koninklijk allure had, toen Bernhard en Juliana het paleis hadden verlaten, werd duidelijk dat het tamelijk aftands was. De Oranjetjes hadden niet echt goed op hun vastgoed gepast, de rot zat er stevig in.

’s Ochtends had ik een afspraak in de bibliotheek van Nijmegen. Vorige week kreeg ik een mailtje van Lonneke die vertelde dat na zoveel jaren mijn boeken uit het assortiment werden gehaald. De collega die erover ging zou ze in de container gooien, of ik interesse had.
Dat had ik wel, in de loop der jaren heb ik toch heel wat boeken weggegeven. Gevolg dat ik van sommige boeken geen enkel exemplaar meer heb. We maakten een afspraak.

Zo sta ik in de Nijmeegse centrale bibliotheek waar ik nog nooit in ben geweest. Beetje raar want in de loop der jaren heb ik alle filialen (de meeste inmiddels opgedoekt) wel van binnen gezien. Door Lonneke werd ik keer op keer uitgenodigd om op scholen en in bibliotheken te vertellen over mijn boeken en het schrijven. Lonneke weet te vertellen dat we elkaar in 2010 voor de laatste keer zagen. Dat willen zeggen dat mijn carrière als kinderboekenschrijver al lang achter me ligt.

Op haar bureau ligt een hoge stapel van mijn boeken. Van elk boek haalt ze er één exemplaar uit voor haar eigen verzameling. Met weemoed bedenk ik dat ze nu verbannen worden uit de bibliotheek. Wel begrijpelijk want ze zien er oud en tamelijk veel gelezen uit. De verbanning betekent dat ik weer iets minder besta.

We stoppen de boeken in twee dozen die we samen naar mijn auto brengen. We bevrijden Dies die daar ligt te wachten en op het winderige terras van Lux praten we elkaar bij. Er is veel gebeurd in de afgelopen elf jaar, blijkt. We nemen afscheid van elkaar. Door Lonneke heb ik mij vaak een rasechte Nijmeegse schrijver mogen voelen. Wie vanaf nu zoekt naar mijn boeken in Nijmegen doet dat tevergeefs.

99

Journal

 

Terras

Donderdag 23 september, Berg en Dal

Ik hou ervan om op een terras te zitten. Een Aperol Spritz op het tafeltje, een goede rosé mag ook. Zonnetje in het gezicht. Of, als het heel warm is, weldadige schaduw. Verder uitzicht op kabbelend water, of juist een straat waar het een drukte van jewelste is. Op een terras zitten voelt als vrijheid. Je stopt met werken, lopen, dingen doen en je gaat gewoon op een stoel zitten. Even helemaal niks. Even schijt aan de tijd.

Aldus de theorie die ik aanhang en volstrekt niet in de praktijk breng. Ik zit vrijwel nooit op een terras. Wat mij in de weg zit is mijn arbeidsethos, en dat terwijl ik helemaal geen arbeid meer heb. Althans, officiële arbeid. In mijn hoofd razen de ideeën natuurlijk gewoon door. Dus als ik een terras zie en daar ongelooflijk graag zou gaan zitten, denk ik aan het fotoboek dat ik nog wil realiseren, de foto’s die ik moet bewerken, het verhaal dat ik aan het schrijven ben. Opnieuw ga ik niet op dat terras zitten.

De enige keer dat ik weleens op een terrasje ga zitten, is als ik in de avond met Wyb Dies uitlaat. De avondzon verdwijnt dan bijna achter de huizen en het werk, dat ik helemaal niet had hoeven te doen, de tijd is aan mijzelf, is gedaan. Een mens plaagt zichzelf wat af.

De zon, die de hele dag zo heerlijk scheen, verdwijnt inderdaad achter de huizen en in september worden de avonden dan al snel koud. In de avonden kondigt zich de herfst aan. Wyb en ik blijven nog even zitten tegen beter weten in. Al snel verkleumen we verder. Op naar huis. Ik met het vaste voornemen om morgen, bijvoorbeeld als ik boodschappen ga doen, mij niets aan te trekken van die arbeidsethos en gewoon een half uur op een terras te gaan zitten. Lui durven te zijn moet je blijkbaar leren.

98

Journal

 

Prinzipienreiter

Dinsdag 21 september, Groningen

 

Ik zag op YouTube een filmpje van een verontwaardigde Hans Teeuwen. Zo lang het theater meewerkt aan de tweedeling van gevaccineerden en ongevaccineerde kondigde hij aan niet meer op te treden. Eenzelfde soort boodschap van Dino Asporaat. Ook hij kondigt aan niet meer in het theater te staan zo lang daar mensen worden geselecteerd met een QR-code of een testbewijs.
Opeens viel me een woord te binnen wat ik nog nooit heb gebruikt: Prinzipienreiter. Mooi woord. Op internet vind ik de volgende duiding: beginselberijder, iemand, die op een geliefkoosd idee telkens terugkomt, het berijdt als een kind zijn hobbel- of stokpaard. Als een kind.

Afgelopen zaterdag belandde ik in Amsterdam na een bezoek aan de fototentoonstelling Unseen in een grote demonstratie tegen de coronamaatrdegelen. Volgens de leuzen die men meevoerde was ook deze menigte verontwaardigd en boos. Al maakten de deelnemers volstrekt niet die indruk. Integendeel. Ik meende te kunnen zien dat iedereen veel plezier had in demonstreren. Mensen kwamen elkaar tegen en begroetten elkaar enthousiast. Demonstreren kan voor veel mensen best een leuke hobby zijn, dacht ik terwijl ik mij door al die ongevaccineerde mensen moest wurmen. Ik was zo blij met mijn vaccinaties.

Ik ben best goed in boos en verontwaardigd zijn, maar de gedrevenheid van de principieel ongevaccineerde roept bij mij geen enkel gevoel op om daar in mee te gaan. Ik snap hun opgewondenheid totaal niet. Ze willen hun vrijheid terug. Nou begrijp ik al niet dat ze überhaupt onvrij zouden zijn want ze kunnen zo naar de teststraat lopen. En als je daar ook geen zin in hebt kun je gewoon thuis blijven en af en toe eens lekker protesteren.

Dat begrip, of enig invoelingsvermogen, wil ook niet komen omdat ik voortdurend denk: jouw totale vrijheid heb je terug met twee prikjes. En dan heb je niet alleen jouw vrijheid terug, maar heeft ook de maatschappij zijn vrijheid terug, inclusief mijn vrijheid. Er wordt wat gewapperd met de stelling dat men niet vrij is, maar de vrijheid die ze voorstaan, zorgt ervoor dat anderen, inclusief mijzelf, beperkende maatregelen worden opgelegd.

Eigenlijk vind ik Prinzipienreiten eigenlijk gewoon een asociale bezigheid. Zelfs zo’n relatief klein aantal mensen gijzelt de samenleving. De boel kan daardoor nog steeds niet helemaal van het slot. Je gewoon laten prikken, niet zo kinderachtig doen, denk ik maar steeds.
En dan durven die gasten hun situatie ook nog te vergelijken met de positie van de Joden in de Tweede Wereldoorlog. Terwijl ik door die protesterende massa liep, had ik hier en daar best een schop onder de kont willen uitdelen.

97

Journal

 

Haar

Maandag 20 september, Groningen

Elk product en elke kunstenaar kent een productlevenscyclus.
Eerst kent vrijwel niemand een kunstenaar. Gelukkig wordt hij ontdekt door een paar mensen. Door die mensen, zijn toenemende roem en zijn mooie werk ontdekken meer mensen hem. Vervolgens wordt hij een populair, door iedereen gekend en gewaardeerd kunstenaar. Zijn werk gaat als een speer.

Totdat, tragiek, we hem door en door kennen, hij al zijn talenten op diverse manieren aan het publiek heeft vertoond. De kunstenaar begint ons te vervelen, hij is niet cool meer, spreekt steeds minder tot de verbeelding. Steeds minder mensen vinden zijn werk interessant.
Voorbeeldje in cabaretland: Freek de Jonge. Hij is niet per se slechter geworden, maar wij doorzien zijn kunstenaarschap zo goed dat we hem vervelend zijn gaan vinden. Meest tragische voorbeeld in cabaretland: Seth Gaaikema. Uiteindelijk moest hij zich bij theaters zelf naar binnen leuren.

Waarom stoppen kunstenaars niet, zoals producten die aan het eind van de levenscyclus gewoon niet meer worden gemaakt? Maar wat als je veertig jaar kunstenaar bent geweest? Wat moet je dan? De meeste kunstenaars hebben maar één stem, ze kunnen niet zomaar op een andere stem overgaan. Kunstenaar zijn is geen vetpot, ze moeten wel doorgaan, waar moeten ze anders van leven?

Overigens, die productlevenscyclus bestaat niet alleen voor kunstenaars. Zelfs de boekhouder heeft er mee te maken. Aan het begin van zijn carrière was hij een fanatieke en veelbelovende medewerker. Hij werd steeds beter, de baas was buitengewoon tevreden over hem. Hij kreeg de leiding over de afdeling. Eenmaal vijftig kreeg hij er steeds minder zin in, hij volgde de laatste ontwikkelingen op het gebied van boekhouding niet meer, computers werden steeds ingewikkelder voor hem. Uiteindelijk verliet hij het bedrijf met een zilveren handdruk. De gouden zijn voor de baas.

De fase die je in een productlevenscyclus doorloopt: introductie, groeifase, volwassenheid, verzadiging, teruggang. Het heeft veel weg van een mensenleven.

Met politici is het eigenlijk niet anders. Zo is Mark Rutte volledig over zijn houdbaarheidsdatum heen. Iedereen kent zijn stijl, vroeger was die verfrissend, nu is die belegen. Die altijd overdreven vrolijkheid, dat irritante weglachen. Iedereen weet dat hij een buitengewoon slecht geheugen heeft en vaak gewoon liegt. Hij belooft van alles en komt zelden iets na. Omdat hij geen visie heeft, is hij geen leider, weet inmiddels vrijwel heel Nederland.

Maar al die mensen die op hem stemmen dan? Tsja, die houden hem inderdaad in het zadel. Het is het bezadigde, bange deel van onze bevolking. Ze weten wat ze hebben, je weet nooit wat je krijgt. Het zijn de mensen die het ‘voor elkaar hebben’, een eigen huis, nooit in aanraking komen met de scherpe randjes van de samenleving. Het zijn de mensen die nooit iets merken van het falen van de overheid omdat ze (nog) geen uitkering nodig hebben, niet in aanraking komen met justitie, niet in financiële problemen komen, hun belastingformulier op standaardwijze kunnen invullen, niet meer hoeven te studeren, nog een dak boven hun hoofd hebben en niet zijn gaan scheiden, enz.

Alleen voor hen is Rutte nog interessant, zij houden hem in het zadel. Het zegt niets over zijn functioneren. ‘Maar het gaat toch goed met Nederland?’ Het gaat goed met de economie, de mensen werken hard en er is volop werk. Dat loopt als een trein.
Maar noem mij één beleidsterrein van de overheid waar het geen puinhoop is? De instanties zijn uitgehold, de medewerkers worden slecht betaald, het management is meestal volstrekt onbekwaam, de computersystemen invalide, een moreel kompas ontbreekt.

Alles waar Rutte voor verantwoordelijk is, heeft hij in de uitverkoop gedaan of kapot bezuinigd. Om zijn beleid heen heeft hij achthonderd voorlichters en communicatie-adviseurs benoemd die het falen moeten wegmasseren. Als de beeldvorming maar goed is, dan lijkt het tenminste nog iets. Als je haar maar goed zit, zeiden we vroeger, dan komt de rest vanzelf wel. Totdat je aan het einde van de productlevenscyclus zit, dan is er geen redden meer aan.
Het haar van Mark Rutte zit altijd onberispelijk, daar ligt het niet aan.

96

Journal

 

Herinneringen

Zondag 19 september, Groningen

‘En toen zijn we nog naar Parijs gegaan om herinneringen te maken,’ zei een goede vriend van me.
Herinneringen maken. Het was voor de tweede keer dat ik het hoorde.
Even later in de auto zei ik tegen Wyb: ‘Hoorde je ook dat hij zei dat ze naar Parijs gingen om herinneringen te maken?’
‘Zeker. Ja, dat is tegenwoordig cool om te zeggen. Mensen maken tegenwoordig herinneringen.’

Ik vind het een vreemde uitdrukking. Ze stoot me zelfs tegen de borst. Je maakt foto’s, maar je hebt herinneringen. Ik denk dat je herinneringen niet kunt maken, herinneringen ontstaan door dingen die je hebt beleefd en de selectieve perceptie die alsmaar zijn werk doet in de hersenen.

Je weet misschien dat je toen en toen naar Parijs bent geweest, dat kun je je herinneren. Maar dat is nog geen herinnering. Herinnering heeft met je ziel te maken, datgene wat je bent. In feite ben je een optelsom van je herinneringen. Als je zegt dat je herinneringen maakt, lijkt het alsof je ze bewust kunt stapelen, dat het objectieve producten zijn. Helaas is dat niet het geval, het hebben van herinneringen is een irrationeel proces. Wat blijft hangen van alle indrukken en belevenissen die je meemaakt? Degene die al die zaken rationeel kan ordenen en stapelen moet nog worden geboren.

Herinneringen kunnen ook totaal van karakter veranderen. Een echtpaar heeft vele dierbare herinneringen. Maar nadat de man de vrouw heeft verlaten, krijgen vaak veel van die herinneringen een bitter karakter. Die dierbare herinneringen kunnen zomaar het bewijs vormen dat hij sowieso al die tijd niet heeft gedeugd. Het is voor een biograaf zeer gevaarlijk om een ex te interviewen voor een biografie. Het gevaar is groot dat zijn of haar herinneringen verpakt zijn in prikkeldraad.

De uitspraak herinneringen maken, past natuurlijk wel perfect in de door ons zo bejubelde beleveniseconomie. Ik ga naar Parijs voor de musea, de sfeer in de stad, het lekkere eten, de schoonheid van de stad. Ik geniet, ik onderga het. Wat er uiteindelijk blijft hangen van dat genieten en mijn ervaringen: geen idee. Ik maak me er ook niet druk over. Ik zie het wel, ik ben er niet bewust mee bezig. Mijn geheugen vormt een zeef en ik vertrouw erop dat het waardevolle in die zeef overblijft.

Wie herinneringen gaat maken is bewust uit op belevingen, die is, zo vermoed ik, uit op grote, indrukwekkende dingen: de Eiffeltoren, de Sacré Coeur. Je maakt een foto. En je hebt de illusie van een herinnering. Ze verwarren het feit dat je ergens bent geweest met de diepte van een werkelijke herinnering. Ik denk dat vooral mensen die door een stad dwalen echte herinneringen krijgen. Ze hebben niet een plaatje, maar hebben hun ervaringen doorleefd.

Je krijgt herinneringen, het zijn verhalen/sferen/beelden die je ontvangt, waardoor je ze hebt. Het maken van herinneringen is een egocentrische en oppervlakkige poging je geheugen te beïnvloeden. Ik ben benieuwd hoeveel dan werkelijk beklijft.

95

Journal

 

Geest

Vrijdag 17 september, Groningen

Sinds enige tijd worden wij, of ik moet eigenlijk zeggen Wyb, geplaagd door de geest van Kafka. Het volgende is het geval, het kan wel ingewikkeld worden, hoor.
Vlak voordat wij naar Frankrijk vertrokken dit jaar werd Wyb voor de eerste keer gevaccineerd met Pfizer. De uitnodiging voor de tweede vaccinatie kon niet doorgaan want dan zaten wij namelijk nog in Frankrijk. Geen punt, want tussen de eerste en tweede prik mogen honderd dagen zitten. Als Wyb terug was, moest ze voor die tweede prik maar meteen een afspraak maken.

Eenmaal in Frankrijk kondigde president Macron de Coronapas aan. Vanaf begin augustus moest iedereen die horeca, musea of theaters bezoekt een QR-code laten zien, het bewijs dat hij, zij of hen (ik kan er niet aan wennen, dat hen. Ik schaf het bij deze af.) is gevaccineerd. Ik had mijn QR-code gelukkig wel, want ik was al twee keer in Nederland gevaccineerd. Wyb dus niet. Lastig, want wij houden best van een goed restaurant en een mooie expositie.

Half juli belde Wyb met de GGD Nederland met de vraag of het een probleem was als zij zich in Frankrijk liet vaccineren.
‘Nee, zeker niet, zo snel mogelijk vaccineren,’ was het antwoord.
Of zij dan wel, teug in Nederland, een QR-code kon krijgen.
‘Nou, eerlijk gezegd is dat nog niet geregeld, maar dat gaat zeker komen. Maar laat je nu maar zo snel mogelijk vaccineren.’

Aldus geschiedde. We konden in Uzès snel een afspraak maken en zonder problemen zetten ze daar een prik in de armen van Wyb. Ze kreeg een officieel schrijven mee, Europees gecertificeerd waarop een QR-code stond, en waneer zij met welk vaccin was gevaccineerd. Het stond op papier, zwart op wit. En gelukkig bracht die QR-code haar in Frankrijk overal naar binnen.

Totdat we in Nederland waren. De Nederlandse scan-apparaten weigerden de Franse QR-code te herkennen. Bij mij was hetzelfde het geval, het bleek dat ik mijn code op Internationaal had staan en ik moest hem op Nederlands zetten. Blijkbaar is er een verschil tussen de Nederlandse en Europese scan-apparaten.

Wyb belde naar de GGD of ze haar Franse vaccinatie kon laten invoeren in de Nederlandse administratie zodat ze ook een Nederlandse QR-code kreeg. Nee. De GGD liet weten daartoe niet bevoegd te zijn, ze moest maar contact opnemen met het RIVM en kreeg een telefoonnummer. Op dat telefoonnummer werd vervolgens nooit opgenomen. Vermoedelijk had de desbetreffende medewerker scholingsdagen of werkte ze slechts een van de vijf werkdagen. Maar welke? Daar kwam Wyb niet achter.

Via een omweg kreeg ze toch iemand van het RIVM te spreken.
‘Nee, sorry, die koppeling is nog niet mogelijk. Daar werken we wel aan. Misschien is het goed contact met de GGD op te nemen en dat ze uw Franse vaccinatie informeel in het systeem brengen.’
Wyb fietste naar de GGD. De dienstdoende arts kon daar volgens het protocol absoluut niet aan meewerken. Ze moest toch echt contact opnemen met het RIVM. ‘Je kunt ook nog gewoon een derde prik nemen,’ suggereerde hij.

Wyb belde het RIVM weer. Iemand anders van het RIVM wist haar te vertellen dat mensen van buiten de Europese Unie wel hun buitenlandse vaccinatie konden laten omzetten in het Nederlandse systeem. Voor mensen binnen de Europese Unie was dat nog niet mogelijk.’
Wyb legde uit dat ze in het theater werkte en dat ze die QR-code broodnodig had om voorstellingen te bezoeken.
‘Tsja, dan moet u nog een paar weken wachten. Het systeem is er nog niet op ingesteld.’
‘Maar met een administratieve handeling kunt u toch in uw systeem aangeven dat ik ben gevaccineerd, net zoals u dat ook had gedaan als ik in Nederland was gevaccineerd.’
‘Ja, mevrouw, als alles zo eenvoudig zou zijn. Helaas. We werken eraan, dat is het enige dat ik u kan zeggen.’

De geest van Kafka is werkelijk overal.

94

Journal

 

14

Donderdag 16 september, Groningen

Het lijkt wel de week van mijn rentree in het theater. Tweeënhalf jaar ben ik niet in een theater geweest, deze week zit ik opeens weer midden in mijn netwerk. Afgelopen vrijdag was er de afscheidsbijeenkomst van Marie-Anne Rudolphie in Amsterdam en ontmoette ik weer oude theaterhelden zoals de jongens van Suver Nuver en de dames van Carver. Citaat van de laatsten in hun afscheidsspeech (ongeveer): ‘Marie-Anne moest weer terug naar kantoor, zij moest werken, ons verkopen. Wij gingen naar de kroeg, wij gingen zuipen. Ja, wij zijn artiesten, wij moesten zuipen, de inspiratie moet je ergens vandaan halen.’

Gisteren ging ik met Marc naar een try-out van 14, de musical. Door regelmatige telefoontjes en ontmoetingen met Wolter word ik op de hoogte gehouden van de vorderingen, van het eerste idee tot deze try-out anderhalve week voor de première. We eten met z’n drieën wat vast het beste Indonesische restaurant van Leusden is. Aziatisch eten, dat heb ik zo gemist in Frankrijk.

Cruijff, mijn vader was idolaat van hem. Die mateloze bewondering irriteerde mij dan weer. In discussies met mijn vader probeerde ik het succes van het wonderkind kleiner te maken. Mijn mening over Cruijff is daarom ambivalent.
Marc en ik zijn geen echte musical fans. Op televisie zag ik beelden van de Uitmarkt waar de musicals van aankomend seizoen zich presenteerden, wat een cliché’s, al musicals lijken op elkaar, het leek een dode theatervorm, elke voorstelling lijkt een ietwat aangepaste kopie van de vorige.
Maar 14, de musical verrast ons beiden. Prachtig toneelbeeld, inventieve vondsten, kostuums zijn een vette knipoog naar de zestiger en zeventiger jaren, evenals de sound van de stevige muziek. Degene die Cruijff speelt schittert op toneel zoals Johan dat op het voetbalveld deed. Enige jammerlijk punt(je), het geluid was knudde. Daar moet nog hard aan worden gewerkt, daar was iedereen het over eens.

’s Avonds een déjà vu. We rijden door een donkere nacht terug van Leusden naar Groningen. De kilometers vliegen ongemerkt voorbij. We rijden twee tankstations binnen om ruiten sproeistof voor de auto te kopen en blikjes cola voor ons. Het Indonesisch eten maakt dorstig. Beide pompstations zijn dicht. Bij de tweede gooit Marc een emmer water tegen de voorruit. De ruit is zo smerig dat we vrijwel niets meer zien. Gelukkig is het derde pompstation open voor onze cola’s. We zijn Zwolle dan al voorbij. Leuke stad Groningen, maar wat ligt het allejezusver van de bewoonde wereld.

De nachtelijke tocht doet me denken aan al die andere nachtelijke tochten die ik in mijn leven maakte. Na een voorstelling in alle eenzaamheid naar huis, vaak Met het Oog op Morgen op de radio. Het waren jaren dat ik 70.000 tot 80.000 kilometer per jaar reed en mijn auto door collega’s een rijdende vuilnisbak werd genoemd. Waar ze zeker gelijk in hadden. Je moet wat in die eenzaamheid. Om een uur rijd ik de auto Groningen binnen. Toch wel lekker die nachtelijke tochten. Voor het eerst na tweeënhalf jaar mis ik mijn theaterleven.

Correctie. Eind 2020 zijn Wyb en ik ook nog naar een voorstelling in De Lawei in Drachten geweest. Naar een cabaretvoorstelling van Patrick Neederkorn en Jan Beuving. We zaten met dertig mensen in een zaal met achthonderd stoelen. Patrick en Jan deden hun stinkende best waardoor de voorstelling toch nog overeind bleef.

 

93

De laatste lezer.

92

Journal

 

Ventje

Dinsdag 14 september, Groningen

Door ons verblijf in Frankrijk ben ik redelijk in staat Frankrijk en Nederland te vergelijken hoe ze zich houden in tijden van crisis. Gisteren heb ik sinds lang weer eens naar wat talkshows gekeken. Eerst Op1, nadat Jeroen Pauw het alleen deed, een afgelebberd concept van de publieke omroep.
Gisteravond ook weer, duopresentatie Hugo Logtenberg en Nadia Moussaid. Het lukte Nadia maar niet om gasten te laten uitpraten. Hugo stelde vragen waarmee hij direct verraadde dat hij een lichtgewicht is. Beiden ontslaan zou ik zeggen, daarvoor in de plaats of Jeroen Pauw of Sven Kockelmann aan de tafel zetten. Jinek terughalen mag ook. Maar ook in die gevallen: sowieso de redactie vervangen en een verbod op het uitnodigen van die Geer en Goor.

Goed, vergelijking Frankrijk Nederland. Waar gingen de talkshows over? Waar ze al anderhalf jaar over gaan: Covid 19, het virus, de gevolgen, de maatregelen. Niet voor niets zijn de kijkcijfers gedaald van over de miljoen kijkers naar onder de half miljoen.
Gisteravond werd er gekwebbeld over de Coronapas. Aan tafel verontwaardigde horeca vertegenwoordigers die lieten weten dat ze het gedoe rond de Coranapas er niet bij kunnen hebben en ze dreigden met maatschappelijke ongehoorzaamheid. Duizenden horeca-ondernemers gaan die Coronapassen zeker niet controleren: te veel werk, te ongastvrij, te duur. Zeuren, zuchten, zeiken.

Toevallig heb ik een aantal weken al in Frankrijk geleefd met de Coronapas. Veel werk? Gast komt aanlopen, heeft de Corana Checker al in de hand. Restaurantmedewerker houdt er een apparaatje bij, even kijken, u kunt doorlopen. Klaar. Een werkje van helemaal niks. Ik heb in Frankrijk helemaal niemand horen pruttelen over ongastvrij. Ik zelf vond het juist gastvrij, die Corona Checker, het is comfortabel om te weten dat iedereen is gevaccineerd of getest. Te duur? Geen horecagelegenheid hoeft hiervoor extra personeel in te huren.

En zo gaat het nu al een epidemie lang. Bij elke maatregel: zeuren, zuchten zeiken. Met medelijden heb ik de discussie vorig jaar over het mondkapje gevolgd. Het mondkapje, daar is wat zendtijd en maatschappelijke energie in gaan zitten. In Frankrijk waren ze al lang en breed ingevoerd en niemand die zich daar druk overmaakte.

Als Frankrijk de volwassene is, is Nederland het drammerige, verwende kind. O, wat erg dat we een mondkapje moeten dragen, wij worden beperkt in onze vrijheid. Sommigen gaan door dat lapje stof zelfs de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog maken, de ergste mafkezen schromen niet een gele ster op te spelden.
Je zou willen dat het verwende kind Nederland een vader of moeder had die het kind eens een stevige schop onder de kont geeft en zegt: ‘En nu voor straf naar bed jij kinderachtig ventje. Ik wil je even helemaal niet meer zien. Het moet maar eens uitzijn met dat kinderachtige gejank.’

91

90

Journal

 

Unmute us

Zondag 12 september, Groningen

Oogpunt 89

Journal

 

Verdwaald

Donderdag 9 september, Berg en Dal

Zoals de volgers van Dossiermoddergat weten, ben ik gek op fotografie. Gelukkig is er in Groningen een buitengewoon karig gesubsidieerde instituut die mij voorziet van fotografische tentoonstellingen. Nou ja, voorziet. Soms hebben ze een mooie tentoonstelling, te vaak hebben ze exposities met wetenschappelijke of technische thema’s. De wetenschap verdringt dan de fotografie. Gevolg: steriele fotografie waarvan alleen de curator het belang ziet, zeg ik dan onaardig.

Wyb en ik wandelen graag op het verwaarloosde terrein van een voormalige suikerfabriek in Groningen. Grote plassen omringd door bramenstruiken en vijgenbomen zijn nuttige schuilplaatsen voor watervogels. Op deze plek aan de rand van de stad schuilen reeën in het struikgewas. Er omheen loopt een pad waar je zelden iemand tegenkomt. Aan het begin van het terrein experimenteert een school met alternatieve landbouwmethoden. Kunstenaars hebben er buitenprojecten. Als je dat bent gepasseerd is er de woestenij.

Tot mijn plezier is een van die buitenprojecten een fototentoonstelling van Noorderlicht, het is onderdeel van de tentoonstelling The Makeable Mind. Mooie titel, maar een illusie natuurlijk. Gelukkig is de geest niet maakbaar, al zouden de vele dictators die deze wereld kent anders wensen. Er staan grote panelen met foto’s waarvan ik het verband niet zie, daaronder teksten die pretenderen van een hoog intellectueel gehalte te zijn.

Onder een foto van Ioanna Sakellaraki lees ik bijvoorbeeld het volgende onderschrift. Houd u even vast: ‘
‘De toekomst is verdeeld tussen door de mens gemaakte tegenstellingen en parodieën op menselijke voorspellingen. Hier vindt fictie haar gerechtvaardigde plaats. Gemaakt tussen een moment van crisis en een tijdelijke wending, toont dit beeld onze relatie tot het einde en het onontkoombare nieuwe begin.’

Ik weet niet wie de tekst heeft geschreven. De fotograaf? De curator? Een kunsthistoricus met specialiteit fotografie? Wie het ook is, hier is iemand in zijn hoofd heel erg de weg kwijtgeraakt. Hij of zij of hen wilde van alles zeggen, maar in dat alles is hij hopeloos verdwaald. Ten slotte stapelde hij containerbegrip op containerbegrip, dat stapelen deed hij ook nog scheef, het resultaat: humbug.

In mijn kleine theaterbubbel wordt momenteel een discussie gevoerd waarom niet-theaterbezoekers worden afgeschrikt door toneel. Dat blijkt zeker door de inteelttaal te zijn die vaak wordt gebruikt als het over toneel gaat. Alleen de kenners weten dan waar het over gaat. Teksten over toneel zijn vaak gesloten teksten, veelal geschreven om aan elkaar te bevestigen dat men niet voor de poes is.

Ik weet niet of die discussie ook in de fotografiewereld wordt gevoerd, die wereld ligt buiten mijn bubbel. Ik kijk graag naar fotografie en fotografeer graag zelf, maar de discussies daarover laat ik links liggen. Het lijkt me wel nodig dat ook hier gesproken wordt over intteeltaal, of misschien beter, over slechte teksten. Zie de verschillende onderschriften van The Makeable Mind.

Oogpunt 88

Oogpunt 87

Oogpunt 86

Journal

 

Wandelstok

Zondag 5 september, Groningen

In 1987 reisden wij naar Sri Lanka om Anne op te halen. We kwamen daar toen de oorlog tussen Singalezen en Tamils op zijn hoogtepunt was. Toeristen meden het eiland waardoor wij een van de weinigen buitenlanders waren. Het thuisfront verkeerde in grote ongerustheid. De berichten uit Sri Lanka in de Nederlandse pers waren buitengewoon verontrustend. Op grote schaal werd er gevochten. Wij zelf hebben van die strijd niets, maar dan ook niets gemerkt. Af en toe vloog een van drie helikopters die Sri Lanka rijk was over ons hotel, dat was alles.

Het was voor ons zelfs mogelijk om nog enigszins te reizen. De oorlog vond plaats in het noorden en oosten van Sri Lanka waar de Tamils wonen. Aangezien 75% van de bevolking Singalees is en verreweg de machtigste bevolkingsgroep in het land, konden we zonder problemen door Singalees gebied reizen. Als rechtgeaarde toeristen trokken we door een land in oorlog. Eigenlijk gênant, maar we werden overal met open armen ontvangen. Het feit dat er nog buitenlanders door het land durfden te reizen werd vermoedelijk als een lichtpunt beschouwd.

In Kandy, een van de grootste steden van Sri Lanka, midden op het eiland gelegen, kocht ik als souvenir een wandelstok. Ik vond het een mooi ding, een ding zonder poespas. Een strakke stok van hard hout. Een knop boven op de stok, hier en daar versierd met witte punten. Ik kijk er altijd met plezier naar.

Maar wat doe je met een stok? Wat heb je aan een stok? De tijd van het dandyisme ligt ver achter ons. Bovendien is hij eigenlijk iets te klein voor mijn Europese lengte. Echt lekker erop steunen is onmogelijk. Inmiddels staat de stok vierendertig jaar in een hoek van een kamer, ongebruikt, nutteloos. Tenminste, als je mijn liefdevolle blikken op het kleinood buiten beschouwing laat.

Tot mijn grote vreugde heeft de wandelstok sinds we in Groningen wonen een functie. Dat komt door Dies. Dies is gek op balletjes. Belangrijke liefhebberij: de ballen die ik met mijn voet omhoog wip opvangen. Hij krijgt er geen genoeg van. Gevolg is wel dat menig bal onder de bank of een stoel rolt. Moet ik weer op mijn knieën om ze eronder uit te halen. Helaas kan ik er vaak niet bij omdat mijn arm te kort is.

Sinds enige weken staat mijn Sri Lankaanse wandelstok in de kamer, het ideale middel om de onvolmaaktheid van mijn armen te compenseren. Hierdoor raak ik de wandelstok tegenwoordig regelmatig aan. Dies kwispelt opgewonden als ik de toverstok te voorschijn haal. Even met het ding onder de bank zwaaien en de ballen rollen weer tevoorschijn.

Oogpunt 85

Journal

Drone vlucht

Zaterdag 4 september, Groningen

Neef en Nicht spelen met drone, als kinderen zo opgewonden. Tijd en plaats van handeling: augustus 2021, ergens in de buurt van Issigeac.

Journal

 

Standbeeld

Vrijdag 3 september, Groningen

 

Standbeeld

De tijd herschrijft geschiedenis.
Goed wordt zomaar kwaad
en kwaad wordt zelden herdacht.

Standbeelden wisselen van plaats,
gasten op een te druk feest. Voordat
je het weet zijn de helden daders

en daders juist de helden. Wat onder
ligt komt boven. Enz. De mens woelt
wat af, een verhaal zonder einde.

Altijd weer een ander standbeeld.
Altijd weer andere daders.
Altijd weer een ander feest.

Oogpunt 84

Oogpunt 83

Oogpunt 82

Woensdag 1 september, Groningen

Oogpunt 81

Dinsdag 31 augustus, Groningen

Oogpunt 81

Zondag 29 augustus, Groningen

Oogpunt 80

Zondag 29 augustus, Groningen

Oogpunt 79

Donderdag 26 augustus, Nijmegen

Oogpunt 78

Dinsdag 24 augustus, Groningen

Journal

 

Oogpunt 77

Maandag 23 augustus, Groningen

Journal

 

Wacht

Zondag 22 augustus, Groningen

 

 

Wacht

De bomen zijn gestopt met ritselen.
Het glas beslaat: krasjes, barstjes.
De velden zijn kaal, verdord,
en de geuren zijn allang verwaaid.
In de huid vormen zich scheuren,
breuklijnen, kraters, valleien, droogte,
steeds meer droogte, de bronnen
verdampen, meer en meer.

Ik zit op de veranda.
En wacht. Wacht af.

Oogpunt 76

Journal

 

Fitness

Zaterdag 21 augustus, Groningen

Als je na een lange tijd thuiskomt lijkt het alsof je nieuwe ogen hebt. Wat vertrouwd was, wat je normaal gesproken nauwelijks meer opmerkt, heeft een nieuwe glans. Het leven lijkt een nieuwe belofte in te houden. Dagelijkse zorgen zullen er niet meer zijn, het leven gaat vanaf nu helemaal crescendo.

De meeste mensen maken goede voornemens bij aanvang van een nieuw jaar. Ik doe dat als ik terugkom van vakantie. Zo zal mijn lijf eraan moeten geloven. Volgende week word ik weer lid van een fitnessclub en ga ik twee keer in de week zorgen dat mijn lichaam een beetje in vorm blijft. Al trekkend door Frankrijk maakte ik elke dag wel meer dan tienduizend stappen per dag. Dat was een geruststellende gedachte, maar ik merk toch dat mijn lijf ouder wordt. De vroegere souplesse en kracht neemt af, moet ik toegeven. Het antwoord: fitness.

Ik hoor mijn kinderen al lachen. ‘Geer, schei uit, fitness. Na vier keer stop je weer.’ En ik vrees dat ze gelijk hebben. Niets deprimerender dan een fitnessruimte. Al die wanhopig aan apparaten trekkende mensen. Voor mij zeer demotiverend zijn al die mensen die er nog plezier in hebben ook. Die met het grootste gemak en vol overtuiging hun lijf nog sterker maken. Waarom? Genoeg is genoeg, lijkt me Hoe kan het dat je lol hebt aan die apparaten en dat zweet?

Daartussendoor lopen de stumpers als ik. Ze houden hun buiken zoveel mogelijk in. Hun borst iets meer naar voren zodat het uitgezakte lijf iets minder uitgezakt lijkt. Ze beklimmen de hometrainers omdat het moet. Voor hen is het de enige remedie om het verval enigszins te vertragen. Maar laat ik mijzelf niet te veel in de put praten en mij laten afleiden door het lachen van de kinderen, er dient getraind en nu heb ik er zin in.

Voor het geestelijk welzijn is thuiskomen iets minder goed. Ik kijk weer televisie en zie de beelden in Kabul en hoor het politieke gewauwel van de dames Bijleveld, Broekers-Knol en Kaag (ga je schamen, mens).
Waarschuwing aan de wereldbevolking (voor minder doe ik het niet): trek in oorlogen nooit samen op met Nederlanders. Het zijn egoïstische lafbekken die je in de steek laten. Ik denk aan de Molukkers, de mensen in Sebrenica. Nu weer de Afghanen. Barmhartigheid? Kijk eens hoe de Joden na de Tweede Wereldoorlog in Nederland zijn ontvangen. Hoe kan het dat Nederlanders zo’n hoge dunk van zichzelf hebben?

Oogpunt 75

Journal

 

Doucement, doucement

Vrijdag 20 augustus, Groningen

Ik moet mij toch even verantwoorden. Ik krijg een mailtje van Paul van Velp die zich zorgen over Dossiermoddergat maakt. Hoe kan het dat er geen blogs meer verschijnen? Wat is er aan de hand? Ik kan er kort over zijn: het is de schuld van de Fransen.

Natuurlijk doen de Fransen ook wel eens iets goed. Zo zijn ze erg goed in evacueren. Zoals iedereen die een beetje vooruit denkt, wisten ze dat het fout ging in Afghanistan. Al maanden waren de Fransen bezig om voor hun landgenoten en iedereen die hen hielp een goede aftocht voor te bereiden. Dat is wat anders dat het slappe goedpraten van slampamperij van de dames Bijlerveld, Kaag en Broekers-Knol (ja, die mevrouw die zo graag op televisie zingt. Zo gezellig). Ik kan me soms zo schamen Nederlander te zijn.

Maar wat het ontbreken van het blog is de schuld van de Fransen. Mooi land, qua landschap en qua weer, verder moeten we medelijden hebben president Emmanuel Macron. Je zult maar president zijn van zo’n conservatief volk. Zich een beetje inspannen voor goed internet, ho maar. Waar je ook komt: ellendig internet, ellendige telefonisch ontvangst. Het overgrote deel van de Franse natie draait nog op 3G, ze komen niet verder dan 4G met twee streepjes. Het is allemaal te weinig om eens een mooi blog of foto te uploaden. En het is ook weer niet zo dat ik die blogjes voor mezelf schrijf. Bij mij ligt het criterium op een of twee lezers buiten Wyb en mijzelf, dan vind ik het prima. Maar dan moet ik wel iets op internet kunnen zetten.

Ik was de afgelopen periode toeschouwer van diverse bruiloften en daar zag ik het: in tegenstelling tot Nederland grijpen bitter weinig Fransen naar hun mobiele telefoon. Als er bij ons iets bijzonder gebeurt staat iedereen met zo’n apparaat in zijn hand foto’s te maken. In Frankrijk beleven ze het moment gewoon live. Het gevolg is dat niemand klaagt over die ellendige Franse digitale wereld, ze maken er toch nauwelijks gebruik van.

Overigens ben ik van mening dat het Fransen per decreet moet worden verboden honden te houden. Honden opvoeden, ze kunnen er geen hout van. Ze snappen gewoon de hondentaal niet. Vrijwel geen enkele hond is daar gesocialiseerd. Men koopt zo’n beest, zet hem in de tuin en vervolgens wordt elke andere hond vermeden. Gevolg: valse krengen.

Arme beesten, als ze al een keer mee mogen wandelen, worden ze strak aan de lijn gehouden en als een andere hond in beeld komt, begint het baasje keihard ‘doucement, doucement,’ te schreeuwen. Ik zou zeggen: eerst de bazen op hondencursus om hen de taal van de honden te leren, vervolgens baas en hond samen op hondencursus.
Ik hoop dat ze er tijd voor hebben, want de kans is groot dat ze druk zijn met staken of vechten met de politie omdat hen weer eens een vermeend recht wordt afgepakt. Stel je voor dat je 52 bent en niet met pensioen mag. Ik vertelde ooit aan een Fransman dat je in Nederland met 66 jaar en 4 maanden met pensioen gaat. Waarop hij liet weten dat hij Nederland een fascistisch land vond.

Oogpunt 74

Journal

 

Lezen

Zondag 8 augusutus, Issigeac

Ik was erg enthousiast over de uitvinding van de e-reader. Honderden, misschien wel duizenden boeken in een plat apparaatje dat je altijd bij je kunt hebben. Wat een feest. In het begin gebruikte ik het nieuwe apparaat volop. Zoals de kettingroker altijd een pakje sigaretten bij zich heeft, zo kan de kettinglezer altijd boeken bij zich hebben. Tijdens mijn vele treinreizen heb ik hierdoor zoveel kunnen lezen. Ideaal.

Maar als ik thuis zat, in de gezelligheid van huis- of studeerkamer, dan was het apparaat toch kil en onpersoonlijk. Om mij heen stonden dan gelezen boeken vol karakter in de boekenkast. Boeken met een eigen omslag. Oude boeken met vergeeld papier. Nieuwe boeken vol belofte. Boeken waaraan ik goede herinneringen had. In een e-reader zijn alle boeken hetzelfde. Langzaamaan pakte ik steeds vaker een fysiek boek. De e-reader nam ik nog wel eens mee in de trein, maar steeds minder. Uiteindelijk belandde het ding in een la, ongebruikt, afgedankt.
Ik herontdekte de schoonheid en de voordelen van het papieren boek weer. Het is zo lekker om een boek in de handen te hebben. Het genot een boek open te slaan, het papier te voelen.

Aan het begin van onze trektocht door Frankrijk was ik van plan veel te lezen. Ik had daar ook alle tijd voor. Wybrich op die trouwlocatie aan het werk, ik op het terras aan het lezen. Omdat ik niet zoveel boeken kon meenemen, keek ik of de e-reader het nog deed. Ik moest lang zoeken naar het snoertje om hem op te laden. Gelukkig bleek hij het nog te doen en het ding heeft ervoor gezorgd dat ik inderdaad veel heb kunnen lezen. Ik vond het opnieuw fijn te kunnen constateren dat de manier waarop je een boek leest niet de kracht van het verhaal aantast. Op papier of scherm, het verhaal neemt je altijd mee.

Er is iets dat mij het meest ergert aan zo’n e-reader. Neem nu het boek dat ik momenteel lees, Timboektoe van Paul Auster. Als ik het op de e-reader sluit, krijg ik de mededeling dat ik 44%. heb gelezen en dat ik nog twee uur heb te gaan. Waarom krijg ik die mededeling? Ik lees om de tijd op te heffen. Waarom lezen omringen met data. Door te lezen wil ik mij juist van data bevrijden. Ik wil niet weten hoe lang ik nog moet lezen. Het voordeel van een fysiek boek. Je kijkt naar de dikte van het aantal pagina’s dat resteert en je weet dat je het gelukkig nog lang niet uithebt.

Tot overmaat van ramp geeft de e-reader, als ik het boek uitheb, aan hoe lang ik erover heb gedaan. Hoe snel ik gemiddeld een pagina las en nog wat van die onzin. Als ik Timboektoe uit heb, wil ik aan de biografie van Philip Roth beginnen. Mijn e-reader geeft aan: 1702 pagina’s, nog 23 uur te gaan. Dan heb je toch eigenlijk helemaal geen zin meer.

Oogpunt 72

Journal

 

Propriétaire

Zondag 1 augustus, Saint-Felix-de-Palliéres

Twee keer heb ik samen met een andere directeur een bedrijf geleid. Ondanks dat ik vond dat je dat eindelijk niet moest doen. Het is bekend dat twee kapiteins op een schip rampzalige gevolgen kan hebben.
De laatste keer was een groot succes. Met Matthijs Rümke leidde ik acht jaar lang Het Zuidelijk Toneel. Een samenwerking waar ik met warmte op terugkijk. Wij bewezen dat twee kapiteins op een schip wel goed kan uitpakken. Ik durf te beweren dat we als twee-eenheid opereerden, waarbij we meningsverschillen niet uit de weg gingen.
De eerste keer was het een ramp. Ik werkte met een dame samen waar geen lijn in te onderkennen viel. Ze had alleen oog voor details, afspraken waren met haar niet te maken. Het was willekeur & wispelturigheid. We gingen samen met afspraken een vergadering in en staande de vergadering zag ik haar het tegendeel bepleiten.

We zaten een keer met een belangrijke zakenrelatie te vergaderen in het theaterrestaurant. Op een gegeven moment klimt ze op een tafeltje. Rond de lamp boven het tafeltje zag ze spinnenwebben hangen. De zakenrelatie leek er van gecharmeerd en zei: ‘Ze ziet ook alles, hè?’ Ondertussen dacht ik aan de miljoenen tekorten die dreigden als we niet zouden reorganiseren en die ze maar niet wilde zien.

‘Mijn grote ambitie is om directeur van Schiphol te worden,’ hoorde ik haar diverse keren zeggen. Het niet te hopen voor Schiphol en de Nederlandse Staat dat ze die ambitie verwezenlijkt, dacht ik er dan meteen bij.

Een paar jaar later verliet ze het net geopende theater met een tekort van bijna twee miljoen. Ze ging bij een nog groter theater werken en dat moest ze na twee jaar verlaten met een tekort van drie miljoen. Ik weet niet of ze ooit nog ergens werk heeft gevonden. Schiphol is in ieder geval aan een grote ramp ontsnapt. Onze samenwerking duurde zo kort mogelijk.

Deze dagen word ik terug geworpen in het verleden. Mijn oud-collega blijkt een tweelingzus te hebben. De eigenaresse op het domaine waar we nu werken vertoont hetzelfde gedrag: willekeur & wispelturigheid. Veel details zien, geen grote lijnen, je weet nooit of een afspraak een afspraak is. Het fijne voor mijn oud-collega en de propriétaire is dat zij nooit schuld hebben, altijd heeft de ander het gedaan.

Toen wij hier zes weken geleden kwamen lag de vraag nog voor of wij volgend jaar voor een veel langere termijn op het domaine wilden werken. Die vraag is inmiddels beantwoord: zes weken was de max. Ik heb één keer met mijn oud-collega moeten samenwerken, dat wordt nooit een tweede keer. Het leven is te kort om te laten verpesten door slechte managers.

Nog één nachtje hier slapen. De boel opruimen en schoonmaken. En dan gaan Wyb en ik weer moedig zijwaarts de wijde wereld in.

Oogpunt 71

Journal

 

Huis

Zaterdag 31 juli, Saint-Felix-de-Palliéres

Als ik die bestseller heb geschreven, weet ik precies waar ik ga wonen. Ik koop dan een huis aan de Rhône. Niet ergens aan de Rhône, nee, in Arles, recht tegenover het centrum van de stad. De Rhône is net zo’n majestueuze rivier als de Waal. Machtig stromend zoekt de rivier zijn weg naar de Middellandse Zee. De Rhône is misschien nog wel majestueuzer dan de Waal. Op de Waal wordt gewerkt, daar het is het een komen en gaan van schepen. De Rhône leidt het rustige en gestage leven van een majesteit. Af en toe vaart er een boot langs, maar druk bevaren is de rivier niet.

Het huis dat ik dan ga kopen staat in een aftands wijkje. Het zal niet lang meer duren of door centrification zullen de huizen daar nog sneller stijgen dan in Amsterdam. Het internationaal geboefte zal er op af komen als strontvliegen op stront. Let op mijn woorden. Ik hoop dat ik die bestseller schrijf voordat die centrification een feit is. Wordt nog hard schrijven voor mij.

Ik wil daar niet alleen voor de Rhône wonen. Het is vooral Arles dat mij trekt. Er zijn een aantal steden waar ik me altijd thuis voel. New York is er daar zeker een van, hetzelfde geldt voor Londen. Het lijkt me heerlijk om in een van die steden een tweede appartement te hebben. Maar mijn eerste huis staat in het veel kleinere Arles. Anders dan veel andere Zuid-Franse steden is het geen stad van en voor patsers. Veel wijkjes in Arles hebben nog hetzelfde karakter als in de tijd dat Vincent van Gogh er rondliep, vermoed ik. Het heeft een gemoedelijkheid en schoonheid die me erg aanspreekt. Afgelopen twee dagen mocht ik er weer rondlopen.

Er is in Arles een bloeiende cultuur voor fotografie, mooi meegenomen. Het jaarlijks hoogtepunt is Les Recontres Internationale de la Photographie d’Arles dat van juli tot en met september is te bezoeken. De stad heeft er sinds dit jaar een nieuw museum bij, Luma, ontworpen door de Amerikaanse architect Frank O. Gehry. Het ziet eruit als een soort gammele metalen blokkendoos. Niet iedereen is er enthousiast over.
Wyb vond het zo lelijk dat ze niet eens naar binnen wilde: ‘Te lelijk om naar binnen te gaan.’ Dat heb ik haar nog nooit over een gebouw horen zeggen. Het zal ook ingegeven zijn door de verzengende hitte van die dag en het feit dat we al heel wat fototentoonstellingen hadden bezocht. Daarom drong ik niet aan.
Het park dat bij Luma hoort, Parc des Ateliers, is spectaculair mooi. In het immense park weer tal van grote expositieruimtes. Als je daar rondloopt, verschrompelt het miezerige Nederlandse cultuurbeleid nog erger.

Als ik dat huis aan de Rhône heb, weet ik ook precies waar ik wil worden begraven. Op het eind van ‘onze’ straat ligt een begraafplaats, het ligt in een elleboog van de Rhône. Het stromen van het water, daarboven de Zuid-Franse zon, dan heb je het als dode wel voor elkaar.
Ik ga nu snel die bestseller schrijven.

Oogpunt 70

Journal

 

Theaterbezoek

Vrijdag 30 juli, Saint-Felix-de-Pallières

Dadelijk, als de theaters weer opengaan, zal alles anders voor me zijn. Ik was een super grootverbruiker van theater. Over de financiële kant daarvan hoefde ik me geen zorgen te maken. Mijn hele leven kwam ik overal gratis naar binnen. Sowieso in mijn eigen theaters, maar ook in die van mijn collega’s, dat was de afspraak. Als theaterdirecteuren moesten wij op de hoogte blijven van het aanbod en daarom hadden we bij elkaar gratis toegang.

Die gratis toegang is nu voorbij. Vroeger was het zo dat oud-theaterdirecteuren ook overal gratis toegang hadden maar door de verzakelijking is dat, geloof ik, afgeschaft. Mocht dat niet het geval zijn, dan heb ik er nog niets aan want door mijn carrière word ik niet meer gezien als oud-theaterdirecteur. Een groot deel van mijn leven, het laatste nog wel, bracht ik door aan de productiekant. De huidige lichting theaterdirecteuren is gewoon vergeten dat ik er ook ooit eens was, mijn netwerk heeft zich opgelost.

Dat betekent dat ik, als ik naar het theater ga, zelf moet betalen. Dat is een probleem, want gezien de frequentie waarmee ik ging, zou zo’n beetje mijn hele pensioen opgaan aan theater, en dat vind ik het niet waard. Theater is best duur als je het zelf moet betalen, kom ik achter.
Nou zou ik nooit meer in dezelfde frequentie naar het theater gaan. Ik ben zelfs blij dat ik verlost ben van een deel van het aanbod. Voorbeeldje: die bekende cabaretier die ik al veertien keer heb gezien hoef ik echt niet nog eens te zien. Ander voorbeeldje: al die commerciële shit waarmee het publiek wordt bedot.

Vraag rijst dan waar ik heen zal gaan als de theaters weer opengaan. Die vraag is niet zo moeilijk te beantwoorden. Waar geniet ik nou het meest van? Het lijkt me heerlijk om weer naar een jazzconcert te gaan. Mooie kamermuziek, wat heb ik het lang niet meer live gehoord. Dans, verheug ik me op. Er wordt zulke goede dans in Nederland gemaakt. Niet alles is goed, maar wel heel veel. Toneel? Weet ik niet. Ik ben zo vaak teleurgesteld in toneel. Ik heb zo vaak geroepen dat er weer een avond in mijn leven verpest was na het bezoek van een toneelvoorstelling. Ik kan erg genieten van toneel. Maar het punt is dat er zoveel bagger wordt gemaakt. Als men mij garandeert dat een voorstelling echt goed is, zal ik best nog eens naar toneel gaan.

En dat alles in een frequentie die mijn portemonnee toelaat, beperkt dus. Wat ik niet zo heel erg vind. Ik verheug mij op de film en de boeken die ik nog kan verslinden.

Oogpunt 69

De laatste lezer.

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2021