Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Nieuw

Journal

 

Vu

Zondag 5 juli, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

 

Ontmoet in Anduze

Journal

 

3x street art Montpellier

Zaterdag 4 juli, Saint-Hippolyte-du-Fort

Journal

 

De laatste lezer

Vrijdag 3 juli, Saint-Hippolyte-du-Fort

Gefotografeerd in Anduze

Journal

 

l’Humour & le Vin

Donderdag 2 juli, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

Gezien op de markt van Anduze

Journal

 

4x window art Montpellier

Woensdag 1 juli, Saint-Hippolyte-du-Fort

Journal

 

Vu

Dinsdag 30 juni, Saint-Hypollyte-du-Fort

Op bezoek bij Jardin Le Mazet, een medicinale tuin. 35 hectare vol geneeskrachtige planten. Het lijkt of we hier in de Provence zijn, al die lavendel. Maar het is een paar kilometer van ons huis. Een van onze vaste gasten heeft het onlangs gekocht. Al die geneeskracht is bedoeld voor de Amerikaanse markt.

Journal

Vu

Maandag 29 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

Het licht van Saint-Hippolyte-du-Fort

Journal

 

Vu

Zondag 28 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

Jezus roest. Tot overmaat van ramp heeft hij ook nog een wesp op zijn borst.

Journal

 

Vu

Zaterdag 27 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

Marktplein Saint-Hippolyte-du-Fort

Journal

 

Vu

Vrijdag 26 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

Markt Sommières

Journal

 

Wachtkamers

Woensdag 24 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

Er is weer een tijd van wachtkamers aangebroken. Komt omdat ik 10 juli wordt geopereerd en hier en daar laatste checks krijg.
De foto boven, de foto waarop Wyb een mondkapje draagt, geeft een enigszins verkeerd beeld van Frankrijk. De indruk kan ontstaan dat wij nog volop mondkapjes dragen. Dat is absoluut niet het geval. Een enkeling zie je er buiten nog mee lopen. In ziekenhuizen en dokterspraktijken zijn ze nog verplicht. Ook in restaurants, als je naar de wc gaat, moet je een mondkapje dragen. Verder bestaan er hier geen regels meer. Ze bestaan wel maar niemand houdt zich eraan. Het nieuwe normaal is inmiddels weer volop het oude normaal.

Journal

 

Dor hout

Zaterdag 20 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

Een verpleeghuis. Dat associeer je met veiligheid en beschutheid. Een mens redt het niet meer in het dagelijks leven en dan vangen we hem op in een verpleeghuis, daar wordt goed voor je gezorgd, daar is liefdevolle hulp.

Hoe anders is de realiteit. Als je in deze tijden in een verpleeghuis zit ben je in levensgevaar. In tijden van corona is het de onveiligste plek van Nederland. Ik wist dat eigenlijk al voor de corona crisis. Jarenlang bezocht ik mijn moeder in een verpleeghuis en toen wist ik al dat het een plek is die je moet mijden. Wyb en ik gaven mijn moeder een mooie patchwork deken die ze graag wilde hebben. Ze heeft er niet lang van kunnen genieten, al snel was hij onvindbaar. Hetzelfde geldt voor enkele juwelen die ze had, iemand kon haar klauwen er niet vanaf houden en loopt er nu mee te pronken. Een verpleeghuis is een plek waar je zonder veel moeite kunt worden beroofd.

De afgelopen maanden heb ik met verbijstering gekeken hoe de mensen in verpleeghuizen zijn behandeld. Alle aandacht ging uit naar de ziekenhuizen, naar de ic’s. Pas na een paar weken kwamen de verpleeghuizen in beeld, de dood sloeg daar toen al wreed om zich heen. De bewoners zaten als ratten in de val. De zorginstellingen en de overheid zijn op onthutsende wijze in gebreke gebleven. Het personeel moest onbeschermd hun werk verrichten waardoor het virus vrij spel had, duizenden vonden de dood.

In de volgende fase werden de bewoners geïsoleerd en gekoeioneerd. Er werd met ze gesleept van het ene naar het andere huis, familiebezoek werd verboden. Dat heet: allemaal voor hun eigen veiligheid. Er werden in sommige gevallen zelfs hekken om een verpleeghuis gezet en familieleden konden hun vader of moeder achter het glas zien zitten. Via de telefoon was er contact, verder was er wat onhandig zwaaien. Nog nooit heb ik zo ervaren wat ouderdom betekent. Het is een staat waarin weinigen zich nog echt om je bekommeren, je staat achter in de rij als je hulp nodig hebt. Verpleeghuizen zijn parkeerplekken voor wie nutteloos en hulpeloos is geworden. Het is duidelijk wie er bij een triage op de laatste plaats komt. Diverse keren heb ik in deze de term dor hout gehoord.

Ook nog in deze fase, nu het virus nauwelijks nog in Nederland aanwezig is, worden veel bewoners van hun meest fundamentele rechten beroofd. Velen mogen niet zomaar de deur uit, het aantal bezoekers is gelimiteerd. De afgelopen maanden zijn veel mensen in alle eenzaamheid gestorven. Ik heb niet het idee dat het Outbreak Management Team er veel aandacht aan heeft besteed. De massale sterfte is met opmerkelijk weinig woorden en zorg gepaard gegaan. Zelfs toen in Frankrijk al iedereen een mondkapje droeg, was er in de verpleeghuizen een gebrek aan.

Ik ben benieuwd of in een evaluatie van de crisisbestrijding de oorzaak wordt achterhaald. Onderschatting van het probleem? Desinteresse? Vergeten? Slecht management? Nonchalance? Liefdeloosheid? Niet de moeite waard om veel energie in te steken? Wie investeert nou in dor hout.

Journal

 

Normaal

Vrijdag 19 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

Het nieuwe normaal? Och, ik zie weinig verschil meer met het oude normaal. Ik heb vandaag zelfs sinds lang mijn eerste hand gegeven, al was dat een vergissing. Hier in Frankrijk is het business as usual. Het is druk in de straten met auto’s en met mensen. Die laatste houden een meter afstand van elkaar maar dat deden ze in het oude normaal ook wel. Ik heb de eerste mensen elkaar hier weer zien kussen en eergisteren reed de eerste Nederlandse auto bij ons de straat in. Het waren gasten van ons.

Laat ik eerlijk zijn, ook de situatie bij ons in huis is niet veel anders dan vroeger. Komt omdat iedereen bij ons in huis sowieso voldoende ruimte heeft. Het enige verschil is dat we bij het ontbijt geen buffet hebben maar alle ingrediënten apart bij iedereen op tafel zetten. Al opperde Wyb vandaag het toch weer in buffetvorm te doen. Een pompje erbij en iedereen kan voor zijn eigen veiligheid zorgen.

Het moet wel zo zijn dat het virus niet heel makkelijk overdraagbaar is. Alles draait als vroeger en er is geen nieuwe grote uitbraak. Ik begin die Maurice de Hond steeds meer te geloven: geen superspread events, veel in de buitenlucht doen, goed ventileren, niet te veel zingen en schreeuwen, een mondkapje is ook niet slecht en dan dringen we het virus terug.

Het zou mooi zijn als we dat virus eronder krijgen want ik moet er niet aan denken dat er een tweede lockdown komt, en dan denk ik alleen al aan ons eigen belang. Onze chambres d’hôtes vult zich weer met gasten en reserveringen. Een volgende lockdown zou aan de hoop dat er nog iets van het seizoen te maken is meteen de grond in boren.

Wyb en ik rennen als vanouds trap op en af. We ontvangen mensen en zwaaien ze weer uit. Toch wonderlijk hoe snel dat allemaal is gegaan. De samenleving is nu twee, drie weken van het slot en het oude normaal lijkt nooit te zijn weggeweest.

Zoals al eerder geschreven: het nieuwe/oude normaal heeft zeker grote invloed op Dossiermoddergat. Vanaf vandaag zullen de blogs weer onregelmatig verschijnen, dit ter bescherming van mijzelf. We waren mede naar Frankrijk gegaan om een beetje relax en gefocust te leven, moet ik mezelf niet over de kop gaan werken.

Misschien toch één verschilletje met vroeger. De vorige keren dat ik werd geopereerd moest ik voor voorbereidend gesprek met de anesthesist speciaal naar Nîmes rijden. Vandaag was dat niet nodig, via een directe live verbinding met de anesthesist werd met het tochtje bespaard. Vroeger zou met het gesprek vier uur hebben gekost, nu dertig minuten. Dat noem ik nog eens vooruitgang.

Journal

 

1,5 meter en meer

Woensdag 17 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

Het was Hemelvaart, Nederland ging massaal naar buiten en ontmoette elkaar op stranden en in parken. Het was zo lang geleden dat we elkaar hadden ontmoet. Maar onze bestuurders schrokken zich dood van de massaliteit, corona regels werden met voeten getreden. De heer Bruls, voorzitter van de veiligheidsregio’s, brulde dat dit zou leiden tot een opleving van het virus, dat hij in de toekomst zeker zou ingrijpen. Maar wat bleek: veertien dagen dagen daarna was er door deze uitspatting geen patiënt bijgekomen.

Op 1 juni kwamen op de Dam duizenden mensen bijeen om te demonstreren tegen racisme. Velen hielden zich totaal niet aan die 1,5 meter. Het was een middelvinger naar het verplegend personeel, het was spelen met vuur, dit moest fout gaan. Veertien dagen daarna leidde ook deze samenkomst niet tot een nieuwe uitbraak. Als er één patiënt door deze demonstratie was bijgekomen, hadden we dat zeker geweten. Ik weet zeker dat Baudet door Amsterdam loopt te speuren naar die ene patiënt. Maar opnieuw, geen uitbraak, geen nieuwe patiënten.

Ik weet wel zeker dat die 1,5 meter niets betekent in het in bedwang houden van het virus. Hier in Frankrijk bestaat die 1,5 meter niet. Hier wordt hard ingezet op één meter. En 1,5 meter of 1 meter, het resultaat is hetzelfde, het virus wordt in bedwang gehouden. Met die 1,5 meter maakt Nederland het zichzelf wel buitengewoon moeilijk, neem de horeca. Die 1,5 meter gedachte veroorzaakt veel schade.

Stel nou eens dat er heel andere factoren doorslaggevend zijn of het virus wel of niet wordt doorgegeven? Stel dat het RIVM en het kabinet er gewoon naast zitten? Nee, ik ga geen complottheorieën etaleren. Maar als je bijvoorbeeld luistert naar Maurice de Hond, hier boven op YouTube, waar hij wordt geïnterviewd in het programma Café Weltschmerz, hoor je een andere interpretatie van de dingen die we nu over Covid-19 weten. Groot voordeel van Café Weltschmerz: mensen kunnen uitpraten. Stel dat hij gelijk heeft, wat ik niet onaannemelijk vind, dan zou dat grote gevolgen kunnen hebben voor het eindoordeel van de aanpak van de pandemie door het kabinet. Er is nu volop waardering voor die aanpak, maar wat als blijkt dat de feiten toch iets anders liggen? Dan zou die waardering wel eens in zijn tegendeel kunnen omslaan, want hebben we op bepaalde punten niet te veel gedaan en daarmee de economie zwaar beschadigd, of hebben we juist op andere punten te weinig gedaan waardoor er massale sterfte in verzorgingshuizen heeft plaatsgevonden? Ik ben zo benieuwd naar de tijd dat op deze vragen antwoorden zijn gekomen.

Journal

 

3x lege foto’s

Dinsdag 16 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

Journal

 

Wiskunde

Maandag 15 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

65 jaar. Volgend jaar mei, deo volente, geniet ik pensioen. Tijd voor een kleine evaluatie van het onderwijs dat ik heb genoten, vooral van dat wiskundeonderwijs. Vier jaar lang heb ik wiskunde op school gehad, wat in mijn geval vier jaar zweten en lijden betekende. En wat heb ik eraan gehad? Geen donder. In mijn leven en voor mijn carrière is het een volledig overbodige inspanning geweest. Wat had ik mijn tijd beter kunnen besteden.

Ik zeg niet dat wiskunde een onbelangrijk vak is, integendeel. Ik zeg wel dat het voor veel leerlingen een totaal nutteloos vak is. Een van die leerlingen ben ik. Het is een onmisbaar vak voor wie een bèta-achtige carrière ambieert. Maar als alfa had ik al vroeg enige zelfkennis. Het feit dat mijn weinige wiskundekennis al snel ineenschrompelde tot nihil heeft een carrière voor mij nooit in de weg gestaan. Af en toe moest ik best eens een statistiekje lezen of iets ingewikkelds uitrekenen maar dat was me zonder die vier jaar wiskunde ook wel gelukt.

Of het nu nog zo is weet ik niet maar in de tijd dat Anne haar opleiding deed was wiskunde een verplicht vak op de middelbare school. Aangezien ze dyscalculie (leerstoornis op het gebied van rekenen) heeft kon ze daardoor geen havo doen. Jammer, want ze wist al van jongs af aan wat ze wilde worden: journalist. Uiteindelijk is dat ook geworden, maar wel via een jarenlange omweg.
Van de mavo ging ze naar het mbo en vanaf het mbo kon ze wel naar de School voor Journalistiek, dan heb je opeens geen wiskunde meer nodig. Waarom in godsnaam iedereen opzadelen met wiskunde als je een kant uit wilt waarbij je zeker weet dat er geen wiskunde nodig is? Het was natuurlijk ooit een politieke beslissing en de dames en heren politici dachten door wiskunde verplicht te stellen dat ze iets deden aan de kwaliteit van het onderwijs, vermoedelijk vonden ze het wel een stoere beslissing. Voor veel kinderen betekenden het verlies van vele jaren om die wiskunde te vermijden.

Ik weet dat al mijn klasgenoten die wel de bètarichting insloegen uiteindelijk de beste beslissing hebben genomen. De bèta’s hebben de afgelopen vijftig jaar de wereld werkelijk veranderd met hun talrijke uitvindingen als de computer, de iphone, de elektrische auto en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik heb voornamelijk woorden geproduceerd, in vergaderzalen, op papier. Of dat de wereld nou veel verder heeft geholpen.

Journal

 

Waal

Zondag 14 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort

Een van de meest geliefde dingen voor mij in Nijmegen is de Waal. Op zich al niet gek omdat ik er hemelsbreed een paar honderd meter vandaan ben geboren. Veel jeugdherinneringen spelen zich af rond en in de Waal, zelfs de eerste keer dat ik met een meisje vrijde was in de Ooijpolder, ik kon de rivier horen stromen, al had ik er toen geen oor voor.
De belangrijkste reden waarom ik zo van de Waal hou is omdat het de mooiste rivier is die ik ken. Toen de dichter H. Marsman de volgende zinnen schreef in het gedicht Herinnering aan Holland moet hij zeker de Waal in gedachte hebben gehad. ‘Denkend aan Holland/zie ik breede rivieren/traag door oneindig/laagland gaan,/rijen ondenkbaar/ijle populieren/als hooge pluimen/aan den einder staan;/

De Maas is een kanaal dat zich als rivier heeft vermomd. De Rijn is het invalide broertje van de Waal. De IJssel is een uit de kluiten gewassen sloot. De Waal is een rivier, breed, majestueus, stabiel. Goed, in de winter pikt hij wel eens de Waalkade mee, zomers laten de kribben zich wat meer zien, maar het is een rivier waarop je altijd kunt varen, waar altijd bedrijvigheid is. Het is een rivier om u tegen te zeggen, een rivier waar je op kunt bouwen.

In de loop van de jaren ben ik hem steeds meer gaan waarderen, zeker nu ik in Frankrijk woon. Je kunt de rivieren hier nauwelijks rivieren noemen, ze zijn meer een soort afwateringssysteem voor bergen. Deze dagen, na een paar dagen slecht weer met veel regen, zijn de rivieren gevaarlijk gevuld. Wildwaterkanoërs zullen er gek op zijn, ik kijk er met enig afgrijzen naar. Ik vind die rivieren hier dan veel te gevaarlijk, waarom stromen ze niet gewoon, zoals de Waal. Over een paar dagen leggen ze al het loodje, staan ze weer helemaal droog en wordt het een rivier van louter steen. De rivieren hier zijn allemaal sprinters, de Waal is een marathonloper, een diesel.

Ik kom erop omdat er in Ganges, een dorp verderop, een brede rivier is. Tenminste, als ik naar de breedte kijk zou het dat kunnen zijn. Maar ik heb in die rivier nog nooit water gezien, geen druppel. En dan ben je toch echt een waardeloze rivier, dan kun je toch echt nog veel leren van de Waal.
Tot vandaag moet ik zeggen. Wyb en ik rijden over een van de bruggen van de rivier en Wyb zegt: ‘Kijk, er staat zowaar water in.’ We zijn zo verrast dat het een gespreksonderwerp wordt. Op zulke momenten zou ik zo graag even in Nederland willen zijn en aan de borders van de Waal willen zitten, net zoals vroeger. Die wispelturigheid van die rivieren hier, ik hou er niet van.

Journal

 

4x Sommières

Zaterdag 13 juni, Saint-Hippolyte-du-Fort