Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt
Journal

 

Afscheid

Vrijdag 17 januari, Metz

Afscheid van Moddergat. Geen eindeloos uitzicht meer zonder enig obstakel. We gaan terug naar de bergen. De aankomende twee dagen zijn we onderweg. We hoppen langzaam naar beneden. Eerst afscheid van Anneke, dan naar de garage in Rogat waar onze auto na een grote beurt op ons staat te wachten, daarna nog langs Jan en Connie en dan rijden we Nederland uit. We zullen vermoedelijk stoppen in Metz. Dan hebben we de eerste zeshonderd kilometer achter de rug. De tweede dag is voor de volgende achthonderd kilometer. Voor Dossiermoddergat maakte ik een laatste foto, kijk naar de horizon, tussen de Noordpool en de dijk voor ons huis staat of ligt helemaal niets. Trek een rechte lijn en je scheert over water zo het ijs en de sneeuw van de Noordpool op. De aankomende dagen is de redactie van Dossiermoddergat dus on the road, op weg naar het zuiden, van de Waddenzee naar de Middellandse Zee. Eindbestemming Saint-Hippolyte-du-Fort. Wordt vervolgd.

Journal

Wil

Donderdag 16 januari, Moddergat

Ik ben vandaag lid geworden van de Coöperatie Laatste Wil. Ik ben al lid van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillig Levenseinde (NVVE), de Laatste Wil heeft ervoor gekozen zich uitsluitend te richten op wat zij noemen de autonome route, namelijk dat iemand zelf het moment van zijn dood kan kiezen. Zij streven ernaar dat mensen kunnen beschikken over een humaan laatste middel dat legaal kan worden verkregen.

Gisteren hadden we met vrienden een gesprek over euthanasie. Ik vertelde dat mijn moeder lid was van de NVVE maar uiteindelijk niets had geregeld. In haar paperassen lagen liefst drie formulieren waarmee ze euthanasie had kunnen regelen. Alle drie de formulieren waren niet ingevuld, laat staan dat er een handtekening onder stond.

Mijn moeder zei altijd: ‘Och, jij weet wat ik uiteindelijk wil, jij regelt dat wel.’ Ik wist dat ze euthanasie wilde dus elke keer weer zei ik: ‘Maar als jij het niet regelt kan ik niks.’ ‘Ja, dat ga ik wel een keer doen.’
Toen mijn moeder in haar laatste levensfase zinloos lag te lijden in een katholiek verzorgingshuis heb ik diverse keren gedacht dat mijn moeder misschien bedoelde dat ik met een kussen een einde aan haar leven moest maken. Dat heb ik uiteindelijk niet gedaan. Zeker wel overwogen. Die katholieke ethiek veroorzaakt heel wat mensenleed.

Maar gisteravond bedacht ik opeens: ik heb zelf ook niets geregeld. En afgelopen maanden heb ik gemerkt hoe snel het met je gezondheid gedaan kan zijn. Daar komt bij dat ik, als het moment daar is, niet afhankelijk wil zijn van artsen die beslissen of ik wel of niet geëuthaniseerd kan worden. Ik begrijp niet waarom de politiek artsen zo’n grote rol in het euthanasieproces heeft gegeven. Artsen zijn er om levens beter te maken, te verlengen, niet om mensen dood te maken.

Er is maar één iemand die over mijn leven beslist. Dat is zeker geen god en dus ook geen arts: dat ben ik zelf. Dat kan wel niet in het straatje passen van christelijke partijen, maar met dat soort denken wil ik in deze kwestie niets te maken hebben. Wie tot het einde wil lijden mag dat zelf weten, ik kies zeker niet voor deze inhumane variant.

Dat je niet blindelings op artsen kunt vertrouwen, heb ik van dichtbij meegemaakt. Een vriend van mij had alles geregeld, alles was met de huisarts en een scanarts besproken, alles stond zwart op wit op papier. Toen het moment daar was zei de arts: ‘Ik heb geen behoefte aan een nieuw Tuitjehoorn’ en mijn vriend moest tot de laatste adem lijden.

Ik ben vanaf nu opzoek naar een middel dat mij helpt humaan te overlijden als ik dat nodig vind. Waarbij aangetekend moet worden dat ik geen enkele suïcidale neiging heb. Integendeel, het leven is mij meer dan lief. Toch wil ik, mocht het nodig zijn, een middel in huis hebben zodat ik zelf mijn moment kan kiezen. Het lijkt me buitengewoon geruststellend als ik zo’n middel heb. Mocht iemand die dit leest mij kunnen helpen bij het vinden van het middel, laat het mij dan alsjeblieft weten. Met mijn lidmaatschap van de coöperatie Laatste Wil steun ik vooral het streven autonoom te kunnen sterven, al hoop ik ook dat ik door dat lidmaatschap erachter kan komen wat daarvoor effectieve middelen zijn.

Journal

Stokpaardjes

Woensdag 15 januari, Moddergat

Als ik in Nederland was gebleven, schreef ik nu vermoedelijk aan een of ander subsidieverzoek voor een gezelschap of theatermaker. Eens in de vier jaar moeten theatermakers een subsidieverzoek indienen en wordt beoordeeld of ze de aankomende vier jaar subsidie krijgen. Ik heb heel wat van die schrijfsels voortgebracht. Een van de redenen om naar Frankrijk te vertrekken is de vurige wens om nooit meer een subsidieverzoek te hoeven schrijven. Er zijn mensen die met groot plezier aan die invuloefeningen werken, ik vond het een crime.

De afgelopen weken heb ik met diverse mensen gesproken die wel aan subsidieverzoeken schrijven. Ik hoor van hen dat de invuloefening, vooral bij het Amsterdam Fonds voor de Kunst, nog rigider is dan in vorige jaren. Om subsidie te krijgen zijn drie dingen belangrijk: diversiteit en inclusie, diversiteit en inclusie, diversiteit en inclusie. Tot in detail moet beschreven hoe een gezelschap of theatermaker aan die diversiteit en inclusie denkt te gaan werken.

Ik vermoed dat ik in mijn leven zo’n vier of vijf subsidierondes heb meegemaakt. Elke keer zat er een staatssecretaris met een nieuw politiek stokpaardje en alle theatermakers hopten vrolijk met de staatssecretaris mee om maar geen subsidie te missen. Zo heb ik als absolute politieke prioriteit voor de podiumkunsten topkunst voorbij zien komen, amateurs, allochtonen, vergroten eigen inkomsten, nu dus diversiteit en inclusie. Voor de theatermakers maakte het niet uit, ze waaiden ogenschijnlijk vol overtuiging met elke politieke wind mee.

Ik vind het goed beschouwd een vernederende bezigheid. Ik heb het al vaker als argument naar voren gebracht: stel dat je schrijvers aan dit soort criteria blootstelde. Dat Gerard Reve en Willem Frederik Hermans in hun boeken en gedichten meer met allochtonen (woord dat nu taboe is, maar in heel wat beleidsnota’s is gebruikt) hadden moeten doen. De wereld zou te klein zijn geweest. Staatskunst, was er geroepen. Opdrachten die niet in Nederland maar meer in de Sowjet-Unie thuishoren. Het gekke is dat theatermakers dergelijke politieke criteria zonder meer accepteren. Ze beschouwen het als een ritueel bij de dans rond het gouden kalf. Zowel het geschreven als het mondelinge woord is lenig, je kunt er alle kanten mee op. Theatermakers zijn intussen halve politici geworden, ze moeten wel willen ze wat geld bij elkaar schrapen.

Er is één staatssecretaris geweest die geen politieke criteria stelde, hij stelde de kwaliteit van kunst centraal. Hij was zelf dichter, maar was vooral bekend als literatuurcriticus, zijn naam was Aad Nuis (D’66). Hij kreeg een enorme berg kritiek over zich heen. Hij zou geen visie hebben, hij wist niet waar het met de kunsten heen moest. Theatermakers werden er helemaal zenuwachtig van, een bestuurder zonder specifieke politieke opdracht, wat moest je nou in godsnaam in je subsidieverzoek schrijven.
Ik heb zijn foto nog altijd boven mijn bureau hangen. Aad Nuis, de enige bestuurder die wist waar het werkelijk om ging: het maken van kunst. Wie maakt kunst? De kunstenaar, die moet op zijn weg door de kunsten vanuit een persoonlijke en maatschappelijke betrokkenheid kunst maken, een oeuvre scheppen. Politici moeten daar met hun tengels van afblijven. Stokpaardjes zijn levenloze beesten.

Journal

Amsterdam

Dinsdag 14 januari, Moddergat

De koningin van de Utrechtsestraat

De koningin op haar woonboot

De koningin in haar werkkamer

Nog een paar dagen en we vertrekken weer naar Saint-Hippolyte-du-Fort. We lijken wel de Europese Unie, dan vergadert ze in de ene stad, dan weer in de andere. Zo zullen wij over drie dagen alle spullen van het hoofdkantoor in Moddergat inpakken en overbrengen naar ons Franse hoofdkantoor. Om nog even de Nederlandse sfeer vast te houden boven wat foto’s uit Amsterdam.

De aankomende dagen zijn we nog druk met afspraken. Vandaag heb ik zelfs, na meer dan tien maanden, mijn eerste vergadering over theater. Het project waar het over gaat moet ik helaas nog even geheim houden. Transparantie is voor Dossiermoddergat een groot goed, maar er zijn grenzen. Mogelijk later, als het project in de fase van realisatie komt, zal Dossiermoddergat er uitgebreid melding van maken. Nog even geduld svp.
Door die vergadering, die vanmiddag laat in Amsterdam plaatsvindt, schrijf ik nu maar vast dit blog, anders komt het er niet van, weet ik.

Hebben wij weer zin om naar Frankrijk af te reizen? Best wel. Onder één voorwaarde wat mij betreft, mijn gezondheid moet wel, zoals nu, bergopwaarts gaan. Als ik onverhoeds weer met malheur te maken krijg dan weet ik het niet. Bij ziekte ben ik toch het liefst in Nederland. Mocht alles goed gaan dan heb ik weer zin om alles spic en span te maken en volledig beschikbaar te zijn voor onze gasten.

Voor wie nieuwsgierig is naar mijn gezondheid. Volgende week dinsdag heb ik een afspraak met de uroloog. Als alles goed blijft gaan, zal hij vermoedelijk besluiten tot het verwijderen van de katheter, die ik nu eigenlijk al niet meer gebruik. Er hangt wel een rubberen slangetje uit mijn buik maar dat heeft geen functie meer. Inmiddels ben ik weer een volkomen zelfstandig zeikende man. Op de een na laatste dag van januari heb ik een afspraak met de chirurg in Nîmes over mijn fistel. Volgens mij is het ding aardig getemd. Ik heb stille hoop dat dan wordt besloten met een hersteloperatie het gat te dichten en dat we ook dat hoofdstuk kunnen afsluiten. Kunnen we eindelijk weer overgaan tot de orde van dag.

Journal

Verdroogd

Maandag 13 januari, Moddergat

Herinneringen zijn verdroogde realiteit. Deze gedachte kwam bij me op bij het lezen van het boek ‘Pastorale’ van Stephan Enter, een aanrader. In een passage laat hij een van de hoofdpersonen mijmeren over de gebrekkigheid van herinneringen. Je kunt de dingen soms tot in detail herinneren, maar toch hebben ze nooit de spanning zoals je het vroeger beleefde. Enter doet de mooie observatie dat herinneringen geen spanning kennen. Als je werkelijk iets beleeft, is het de vraag hoe het afloopt. Je kunt blij zijn, angstig, of wat dan ook. Je kunt in de realiteit je fantasie laten werken, je kunt fantaseren dat het nog alle kanten op kan, je kunt dromen, hopen, verlangen.
Bij herinneringen is dat allemaal niet het geval. Iets is afgerond en opgeslagen in je hoofd. In een herinnering is de spanning van het moment verdwenen, blij zijn, angstig zijn, je fantasie laten werken, het heeft allemaal geen zin. Met een herinnering heb je een soort filmpje in je hoofd gemaakt en het filmpje is af. Een herinnering is zoveel saaier dan de realiteit.

Ik hoop dat ik de observatie van Stephan Enter zo goed opschrijf want ik kon de betreffende bladzijde(n) hierover niet meer vinden in het boek. Ik had er natuurlijk een potloodstreep bij moeten zetten of een kanttekening (mooi woord) bij moeten maken, maar dat heb ik niet gedaan. Ik vind het namelijk vervelend om met een potlood in mijn hand fictie te lezen. Bij non-fictie wil ik dat nog wel eens doen, maar bij fictie wil ik meegesleurd worden in de vaart van het boek. Een potlood in de hand bij het lezen doet me altijd aan mijn studietijd denken. Eén ding is zeker: toen ik de passages bij Enter las, kwam ik op de zin ‘Herinneringen zijn verdroogde realiteit.’ Ik was zelf wel tevreden met die formulering.

Overigens geen kwaad woord over herinneringen. Ze vormen toch de basis van een bestaan. Met herinneringen, die vaak best vervormd zijn, creëert iemand zijn eigen verhaal. Zonder een eigen verhaal is iemand stuurloos. Zie maar eens de tragiek die gepaard gaat met Alzheimer. De herinneringen worden langzaam uitgewist en met dat uitwissen verdwijnt er een iemand. Mensen zonder herinneringen zijn weggegooide snippers op een oceaan.

Dus ik zie wel het nut van herinneringen, ik heb er alleen geen hoge pet van op. We kneden ze al naar gelang onze wensen, persoonlijkheid, hoe een herinnering ons het beste uitkomt. Als mensen ergens goed in zijn dan is het manipuleren en niet op de laatste plaats als het hun herinneringen betreft, de mens sjoemelt wat af.
Wat ten aanzien van herinneringen ook weer niet zo erg is, als iemand maar happy is met zijn eigen herinnering, dat is eigenlijk het belangrijkste. Wat dat betreft kunnen herinneringen eigenlijk geen kwaad. Het zijn van die verhuisdozen die je al menige verhuizing met je meesleept, elke keer zet je ze weer op zolder en vraag je je af of je ze gewoon niet eens weg moet gooien. Natuurlijk niet. Die dozen horen bij jou, zonder die dozen verdwijnt een deel van jezelf.

Journal

Gnoe

Zondag 12 januari, Moddergat

De laatste lezer

Ik heb een gevoel terug uit mijn jeugd. Het is een soort verliefdheid en heeft alles met opwinding en lust te maken. Voor wie vorige zinnen met ongerustheid las, onnodig. De lust heeft alles met lezen te maken. Ik ben weer verliefd op boeken zoals ik vroeger totaal gek op boeken was.

In mijn jeugd was ik, evenals mijn moeder, een boekenverslinder. Mijn moeder las hele bibliotheken leeg en moest dan weer, om de toevoer van verse boeken te waarborgen, lid worden van een andere bibliotheek. Mijn moeder en ik kwamen met stapels boeken thuis.
Andere kinderen aten altijd keurig aan tafel. Mijn moeder en ik deden daar niet aan, wij lazen al etende. Mijn moeder zat aan tafel, naast haar bord een boek. Ik lag op de grond, naast mijn boek een bord. Mijn vader was altijd aan het werk, dus daar hadden we geen last van bij ons lezen.

Ik herinner me de ietwat muffe geur van de bibliotheekboeken, de bladzijden slap en vies geworden door het vele omslaan van andere lezers. Ik vond het heerlijk die muffe geur die ik nog wel eens ruik in boekantiquariaten. Het is de geur die mij naar andere werelden bracht, die mij meenam op grote avonturen. Weg van onze doorzonwoning in de Nijenrodenstraat in Hatert.

Die liefde voor boeken is mijn hele leven gebleven. Ik kan geen boekhandel voorbij lopen zonder naar binnen te gaan. Maar in grote delen van mijn leven was ik veel te druk om manisch te lezen. Ik heb er soms ontzettend naar verlangd. Lezen was voor mij eigenlijk altijd belangrijker dan werken. Natuurlijk moest ik werken, maar het verlangen ging eigenlijk altijd uit naar lezen. Ik kan mij geen week in mijn leven herinneren dat ik geen boek las. Alleen ging dat soms erg langzaam, gewoon geen tijd, dat verdomde werk.

Door ons verblijf in Frankrijk krijg ik opeens weer tijd om manisch te lezen. Niet in de zomer. In de zomer werken wij ons uit de naad. Het is bij ons eigenlijk een half jaar op en een half jaar af. Onze voorgangers vonden die rustige maanden een crime. Was voor hen zelfs een reden om te stoppen. Ik geniet er mateloos van: eindelijk alle tijd om te lezen. Ik kan weer uren met een boek op de bank liggen, veertig, vijftig bladzijden achter elkaar lezen.

Onlangs las ik dat jongeren nauwelijks nog lezen. Het vermogen om begrijpend te lezen is rampzalig achteruit gegaan. Nou vind ik dat vanuit educatief oogpunt al rampzalig, maar ik vind het nog triester voor jongeren zelf. Ze weten niet wat ze missen. Natuurijk hebben ze hun films en hun games, en dat zal dezelfde soort bevrediging geven. Maar door het introverte karakter van het boek, jij alleen in stilte met een boek, gecombineerd met de eindeloze nuance en gedetailleerdheid die een boek, vergeleken met bijvoorbeeld film, kan bieden, stijgt de ervaring van het lezen veruit boven een filmpje pakken of ff gamen.

Het nuttige van een boek is moeilijker dan vele andere kunstvormen, denk ik. Je moet je concentreren, stilte accepteren, alleen zijn, je kunt er niet mee showen, werpt je terug op jezelf, je moet een beroep op je verbeeldingsvermogen doen, maar godverdomme, als je dat eenmaal eigen hebt gemaakt, wat een rijkdom.
Op mijn verjaardag heb ik een ongelooflijke hoeveelheid boeken gekregen. Ik verslind ze zoals een jaguar een malse gnoe buitmaakt.

Journal

Banjeren

Zaterdag 11 januari, Moddergat

Als ik in Amsterdam een vergadering had, liep ik er meestal met een grote omweg naar toe. Niet omdat ik tegen die vergadering opzag, ik deed het omdat ik het heerlijk vond om door die stad te banjeren. Ik hoopte dat die vergaderingen snel waren afgelopen, want dan liep ik met een nog grotere omweg terug naar het Centraal Station. Gelukkig had ik tamelijk veel vergaderingen in Amsterdam.

Het ging me niet zozeer om het lopen, al vond ik dat ook heerlijk, het ging me vooral om de camera in mijn hand. Door de stad lopen, kijken, fotograferen. Meer en meer werd ik straatfotograaf. In de straatfotografie vond ik de poëzie, een beeld dat verrassend de essentie van het leven laat zien, of in ieder geval een fractie daarvan.

De afgelopen dagen woonden Wyb en ik een paar dagen op een woonboot in de Prinsengracht, schuin tegenover Carré, mooiere plek is nauwelijks denkbaar. Ik had me verheugd om weer door Amsterdam te lopen, camera in de hand. Het bleek echter dat de stad nog te groot voor me is. Het is nog niet voor me weggelegd om te zwerven, afstanden te lopen. Na een half uur lopen of door het Stedelijk slenteren ben ik moe.

Met mijn gezondheid is ook de conditie verdwenen. Door die moeheid ontbrak de lust om te fotograferen. Fotograferen betekent dat je geconcentreerd moet kijken, alert zijn. Het lukte me niet dat te zijn, ik was veel te druk om mij voort te bewegen van a naar b. Na een dag liet ik mijn camera zelfs thuis, wat al jaren niet meer was gebeurd.

Ik moet niet klagen want uiteindelijk heb ik alle musea bezocht die ik wilde zien. Na maanden is de mobiliteit terug, al zit hij nog niet op het oude niveau. Het plassen gaat prima, als ik nu in Frankrijk was zou de katheter kunnen worden verwijderd. Mijn kont houdt zich steeds meer koest. Ik kan nu zelfs langere tijd achter elkaar zitten. Wat een heerlijke luxe.

Zo nu en dan moesten we weer terug naar de woonboot zodat de patiënt kon rusten. Geen straf want zittend voor het raam van de woonboot kijk ik naar de meerkoeten, de futen in winterkleed, de ene na de andere rondvaartboot die langskomt. In de ene rondvaartboot turen toeristen naar de schoonheid van de stad, in een andere zitten mensen uitgebreid te dineren.

Het is niet helemaal waar dat ik geen camera bij me had. Gelukkig is er de iPhone, die ik, net als mijn ledematen, altijd bij me heb. Mijn telefoon wordt steeds meer een camera. Vroeger gebruikte ik hem nooit als camera. Pas de laatste tijd begin ik het gemak en de kwaliteit ervan te ontdekken. Meer en meer haal ik hem uit mijn binnenzak.

Mededeling

Personeelsuitje

Maandag 6 januari, Moddergat

In verband met een personeelsuitje van alle medewerkers van Dossiermoddergat is Het Dossier van maandag 6 janauri t/m zaterdag 11 januari gesloten. Ook het hoofdkantoor is gesloten.

Journal

Onzekerheid

Zaterdag 4 januari, Moddergat

Ik heb al diverse keren over mijn gezondheidsmankementen geschreven. Kan niet anders, men zegt niet voor niets dat ‘niets zo belangrijk is als je gezondheid’. Ongezondheid, ziek zijn, tast de fundamenten van je bestaan aan, merk ik.
Het brengt nog iets ander met zich mee: ziek zijn maakt onzeker. Ik was het tegendeel van onzeker, denk ik. Nonchalante superioriteit was mij niet vreemd. Het leven is een speeltoneel en ik zal het spel tot op het bot spelen. Ik zal er alles uithalen wat er inzit, en dat principe heb ik wel recht gedaan. Ik hoop dat ik in mijn leven twee keer, misschien wel drie keer heb geleefd, dat was in ieder geval het streven.

Die nonchalante superioriteit was mogelijk omdat ik mij gezond voelde. Als je gezond bent maakt niemand je iets, tenzij je bang bent. Een van mijn observaties op aarde is dat er heel veel bange mensen zijn. De mens wordt geregeerd door angst. Tast het boompje, het beestje of huisje aan en de mens slaat op tilt. Ik was een danser, danste regelmatig op de rand van de vulkaan. Een diep en vurig uitzicht.

Eind september, plaats het ziekenhuis van Nîmes, veranderde er iets. Van de ene op de andere dag was ik patiënt. Omdat het niet levensbedreigend was vond ik het geen ramp. Vervolgens kwamen er allerlei complicaties. In totaal zijn Wyb en ik zes keer naar de Eerste Hulp gesneld, ben ik vijf keer geopereerd. Elke keer als ik dacht, nu gaat het beter, gebeurde er weer iets. En dat is fnuikend. Met al die operaties nestelde zich een gevoel van onzekerheid in mijn hoofd, gepaard met doemdenken. Stel dat het nu nooit meer geneest, want aanvankelijk zat er geen enkele verbetering in. Ziek zijn is afhankelijk zijn, verdwenen tempo uit het leven, door ziekte kun je dingen die daarvoor heel normaal waren niet meer doen. Allemaal ellende. Twijfel, zorgen, dat soort gedoe.

Mijn nonchalante superioriteit is (voorlopig?) van de baan. Het idee dat alle dingen toch wel lukken en dat je alles kunt redden als zaken dreigen fout te lopen. Verdwenen. Het waanidee dat je volledig vat hebt op je leven, als je maar wilt. Weg. Daarvoor in de plaats (voorlopig?) nederigheid en gelatenheid. De doelen die ik voor ogen had beginnen te zwabberen. Stel dat het noodlot weer toeslaat? Onzekerheid.

Journal

India

Vrijdag 3 januari, Moddergat

Tussen Anjum en Moddergat portretfotografie op een boerenschuur.

Vandaag hadden we moeten aankomen in Mumbai, een stad waar ik nog nooit ben geweest en me erg op verheugde. Ik ben twee keer in India geweest. Een keer in het zuiden, in Kerala en Tamil Nadu. De andere keer in Rajasthan. Als je in deze delen in India bent geweest, vraag je je af hoe het land bij elkaar wordt gehouden, het zijn werelden van verschil. Rajasthan arm en religieus, warm, eigenlijk één grote woestijn. Kerala, communistisch, veel water, ontwikkeld.

Maar goed, geen Mumbai dus. Begin september kochten we de kaartjes. ‘Koop nou maar,’ zei ik tegen Wyb die van ons twee de reisleider is. ‘Als we die tickets hebben weten we zeker dat we gaan. Anders komt er misschien nog iets tussen.’
De tickets waren belachelijk goedkoop. Vierhonderdvijftig euro voor een retour Schiphol, Mumbai. Voor het eerst ervaren we iets als vliegschaamte. We zijn lang niet meer in India geweest, hadden in september, eigenlijk nog volop in het seizoen, enorm veel zin om te gaan reizen.

Toen ik eind september aan een abces werd geopereerd had ik geen idee dat we niet naar India zouden kunnen gaan. Er zaten drie maanden tussen, meer dan genoeg tijd om te herstellen. De mens is een kwetsbaar wezen, heb ik vaak geschreven. Nu merk ik het aan den lijve.

Door die operatie krijg ik allerlei complicaties. Al meteen blijkt dat ik last van een gemene fistel heb, daar komt nog problemen aan de blaas bij. Complicatie op complicatie en zes operaties verder is het eind november en gaan we er langzaam aan denken dat India misschien niet moet doorgaan. 
Een fistel vereist bovenal hygiene en die is in het warme en vaak vieze India ver te zoeken. Ik moet er niet aan denken in een Indiaas ziekenhuis te moeten liggen. Het is een prachtig land, maar dat kun je van de ziekenhuizen niet zeggen. Wyb kan erover mee praten want die heeft er een paar keer moeten liggen.

De kwalen die ik heb genezen langzaam, hebben hun tijd nodig. En al snel besluiten we niet naar India te gaan. Begin januari zal ik nog niet optima forma zijn, is de inschatting. Wat nu, begin januari, blijkt te kloppen. Gisteren zat ik weer eens in een wachtkamer. Dit keer in Dokkum omdat ik een blaasontsteking heb en antibiotica nodig heb. Met een buikkatheter heb je al snel zo’n blaasontsteking.
Wat is het heerlijk om met een dokter Nederlands te kunnen praten. Eindelijk nuance in een gesprek en goed kunnen doorvragen. Ik ga met de zoveelste kuur naar huis.

Zo komt het dat we onze vakantie in de eerste drie weken van januari in Nederland vieren. Vermoedelijk de slechtste weken om vakantie te vieren. Het druilt, het mist, er staat een gemene koude wind. Onbegrijpelijk dat de mens geen winterslaap houdt.
Maar geen geklaag, het is fijn om iedereen weer te zien. Het lijkt alsof we een tournee door Nederland houden. Vandaag eten bij Benne en Ina, morgen op bezoek bij Kees en Annemiek en zo gaat het nog een paar weken door.

TV

Groeton

Donderdag 2 januari, Moddergat

Journal

Hond

Woensdag 1 januari, Moddergat

Ik had nog nooit van het woord antropomorfisme gehoord. Ik lees het in het boek ‘De Vriend’ van de Amerikaanse schrijfster Sigrid Nunez. Gelukkig is er Wikipedia, daar lees ik: Antropomorfisme is het toekennen van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens: het tonen of behandelen van andere dieren, goden en voorwerpen alsof ze menselijk zijn qua uiterlijk, karakter of gedrag.

Ik maak bij deze definitie meteen bezwaar tegen het woordje toekennen. Onlangs las ik in een krant dat wetenschappers hadden ontdekt dat honden inderdaad kunnen denken en emoties kennen. Wat ik dan weer verspilling van wetenschapsgeld vind want iedereen die een paar jaar samenleeft met een hond komt daar vanzelf achter.

Mijn bezwaar tegen het woordje toekennen bestaat eruit dat het woordje veronderstelt dat er een verschil is tussen menselijke eigenschappen en honden eigenschappen. Ik ben ervan overtuigd dat er nauwelijks verschil is tussen die twee, al kan de eerste soort dit schragen door een hogere intelligentie. Dat neemt niet weg dat veel eigenschappen hetzelfde zijn.

Inmiddels kan ik uitgebreid praten met Dies en zie ik wat hij denkt en vindt. Dies kent, vergeleken met de labradors die ik heb gehad, een heel scala aan emoties en heeft een uitgebreid vocabulaire. Als ik bijvoorbeeld zeg: ‘Ga je mee in de auto,’ dan weet hij precies wat ik bedoel. Hij raakt helemaal opgewonden, is blij, want hij weet dat een auto avontuur betekent. Als we naar buiten gaan, loopt hij in rechte lijn naar de auto.

Zojuist is Wyb boodschappen gaan doen. Als ze zegt dat ze boodschappen gaat doen, laat hij zijn kop hangen en loopt hij teleurgesteld naar zijn plaats. Hij weet dat hij zijn vrouwtje een tijd moet missen.

Nieuwsgierigheid en interesse hebben zijn van die eigenschappen die je in principe niet aan een hond toekent. Alle honden die ik had, waren nieuwsgierig. Dies is uitzonderlijk nieuwsgieri, zo heeft hij een fanatieke belangstelling voor apparaten.
Voor Oud en Nieuw kochten we zo’n box waarmee je met Google kunt praten en je muziek afspeelt. Als we met de doos aan komen lopen, weet Dies al dat er iets interessants gaat gebeuren. Bij het uitpakken is hij niet weg te slaan, het apparaat en de snoeren worden uitvoerig bestudeerd. Vol belangstelling kijkt hij hoe we het apparaat installeren. Het geluid dat eruit komt, vindt hij net als wij een wonder.

We moeten een hond niet idealiseren. Een hond heeft, net als de mens, ook roteigenschappen. Zo word ik regelmatig door Dies bedonderd, hij heeft iets heel stiekems, zelfs schijnheiligheid is hem niet vreemd. Als ik ’s nachts moet piesen, hoor ik hem van de bank of een stoel afspringen. Als ik beneden ben ligt hij lief op zijn plaats of het vloerkleed. Hij kijkt me dan lief aan en zegt ‘niets aan de hand baas’.

Ik wist het niet, maar als het om honden gaat, en veel andere dieren, ben ik een antropomorfist. Dies en ik kunnen met elkaar praten. Hij verstaat mij en ik versta hem en dat praten wordt steeds verfijnder.

Journal

Moddergat

Dinsdaga 31 december, Moddergat

Shit. Zelfs Moddergat verandert. Als we vandaag aankomen rijden staan op het kleine parkeerplaatsje een Duitse auto, een Zwitserse en een Belgische. En daar zetten we onze Franse auto nog bij. Er waren echt jaren dat Wybrich en ik met Kerst en Oud en Nieuw helemaal alleen in Moddergat waren. Rond ons huis wordt het ene na het andere huis opgeknapt, allemaal voor de verhuur, er lopen steeds meer mensen op de dijk en het gebied buitendijks.

’s Avonds krijgen we de definitieve bevestiging dat Moddergat verandert. We lopen het huis uit om nog even naar Anneke te gaan en komen onze buurman van een paar huizen verder tegen met zijn kinderen. Hij vertelt ons dat ook het laatste familielid van de familie Swart is overleden.

Dit vereist uitleg. Op het einde van ons streekje staat een boerderij. Daar woonde de familie Swart, drie broers en een zus. De afgelopen zestien jaar hebben wij ze een voor een heen zien gaan.
De eerste broer verdronk in een sloot, vermoedelijk een hartstilstand. De zus overleed na een langdurig ziekbed. Daarna volgde Durk, de meest kleurrijke van de familie, hij was alom aanwezig op ons streekje. Je ging naar buiten en je had een gesprek met Durk. Hij zorgde er ook voor dat de boerderij een echte boerderij was. Hij hield de koeien en de schapen. Niet voor de exploitatie, gewoon voor de lol. Wyb en ik hebben erg van de beesten genoten.
En nu is dus de laatste broer overleden. Ik heb een paar keer met hem gesproken. Hij sprak een prachtig geconserveerd Nederlands uit de jaren vijftig. Uren heb ik hem zien zitten lezen in een huisje dat hij voor zichzelf had. Hij was de intellectueel van de familie, was zijn familie ver overstegen, nam niet weg dat ook hij zijn familie nooit heeft verlaten. Hij laat de boerderij en zijn kapitaal na aan het museum ’t Fiskerhúske in Moddergat. Een prima bestemming.
Onze buurman van een paar huizen verder zegt: ‘Het is niet leuk hoor dat er steeds minder mensen hier echt wonen.’ Dat begrijp ik maar al te goed. Hij heeft steeds meer buren voor een of twee weken. Moddergat wordt steeds meer een toeristische attractie.

Wyb en ik rijden naar Anneke door een dichte mist, het zicht is vaak niet meer dan vijf, tien meter. Op een rotonde bij Niawier kunnen we niet eens de goede afslag vinden. Zelfs stapvoets rijden is soms al gevaarlijk.

Halverwege de avond gaan we opnieuw terug door de mist. Bij Akkrum is een grote kettingbotsing geweest, een dode, zestien gewonden vertelt de radio. Gelukkig rijden wij door een autoloos land.

Na twaalven gaan we naar buiten en is Moddergat weer even zoals we het kennen. We staan alleen op de dijk. Verderop in het dorp horen we vuurwerk maar zien niets. De mist is dik, we zijn alleen op de wereld. Normaal zien we het vuurwerk op het wad, de noodpijlen die het wad in een rood licht zetten. Nu, ver weg wat stemmen, dof geklap. Geen Ameland, geen Schiermonnikoog, laat staan de Noordpool, de wereld is uit ons zicht.
We heffen het glas. Het is koud. Er is een dichte mist en toch staat er een gemeen koud windje. We wensen ons een gelukkig en vooral gezond 2020 met de mousserende rosé wijn die we uit Frankrijk hebben meegenomen. Vooral dat gezonde 2020 spreekt me erg aan.

Journal

Afscheid

Maandag 30 december, Moddergat

Fade in, fade out. Dat was in alle eenvoud de levenscyclus van mijn moeder. Onschuldig op de wereld komen, opgroeien, leren, volwassen worden. En op het einde werd alles, langzaam, uitgewist wat ze in zeventig jaar had geleerd, de herinneringen die ze had verzameld, de eenvoudigste dingen werden gewist, hoe ze moest telefoneren, de namen van wie ze lief had, de weg in haar eigen huis. Dat uitwissen heeft alles bij elkaar zo’n vier tot vijf jaar geduurd.

Het begon bijna onopgemerkt. Soms wezenloos kijken, de draad van een gesprek kwijt zijn, vergeten herinneringen. Alzheimer. Ik vind het een van de meest wrede dingen die een mens kan overkomen. Niet alleen wreed voor degene die het overkomt, ook voor de naasten. Iemand van wie je zielsveel houdt zie je veranderen in een ander mens, daarna, oneerbiedig gezegd, mensonterend verschrompelen. Een van de vele wrede aspecten is dat je weet dat er geen verbetering optreedt, het wordt alleen maar slechter.

Laat ik eerlijk zijn, wat was ik opgelucht toen mijn moeder overleed. Ik ervoer het als een bevrijding voor haar en voor ons. Ik vond het vernederende jaren. Als het om een hond zou gaan had je hem al lang laten inslapen. Dan had men gezegd: ‘Dat moet je hem niet aandoen, laat hem inslapen.’ Maar de wetgever in dit land is meedogenloos. Want de wetgever van dit land werd lange tijd gevormd door christelijke partijen en christenen zijn gek op lijden en door wet en regelgeving wordt dat ook niet-christenen opgelegd.

Gelukkig is er ten aanzien van euthanasie afgelopen jaar een belangrijk ding veranderd. Wezenlijk bij euthanasie was tot nu toe dat de degene die wilde sterven moest bevestigen dat hij echt euthanasie wilde. Wat voor alzheimer patiënten, die alle kaders en bewustzijn kwijt zijn, natuurlijk onmogelijk is. De Hoge Raad heeft nu uitgesproken dat het ook op een andere manier geregeld kan worden. De patiënt laat bij zijn huisarts schriftelijk vastleggen dat hij euthanasie wil als hij het leven onwaardig vindt en dat, als hij dat zelf niet meer kan, zijn naasten de euthanasie mogen bevestigen. Voor veel mensen is dat een enorme opluchting.

Vandaag hebben Wyb en ik afscheid van een hele goede vriend genomen. Ik denk dat het een afscheid was want hij gaat snel achteruit. Vlak voordat we naar Frankrijk vertrokken spraken we hem voor het laatst en maakte hij zich veel zorgen over de uitspraak van de Hoge Raad die toen nog in behandeling was.
We konden toen nog een tamelijk helder gesprek voeren. Gelukkig hebben we nog goed contact maar het proces van uitwissen heeft in die negen maanden duidelijk zijn wrede werk gedaan. Onze lieve vriend is erg blij met de uitspraak van de Hoge Raad, het geeft hem veel rust. Hij heeft zijn laatste wens goed met zijn huisarts besproken, bij de notaris gedeponeerd, opgenomen op film zodat er geen enkel misverstand over kan bestaan onder welke omstandigheden hij euthanasie wil.

Ik ken mijn goede vriend al zo’n dertig jaar. Als het lot anders was gelopen was het niet ondenkbeeldig geweest dat we samen een huis in Frankrijk hadden gehad. Veel vakanties hebben we samen doorgebracht en soms leken onze twee gezinnen één gezin.
Bij het afscheid omarmen we elkaar. Ik ben bang dat het onze laatste omarming was.

Journal

65

Zondag 29 december, Moddergat

65. Welke foto zet je op een blog om je verjaardag te vieren? Ik kies voor bovenstaande foto, een foto die ik nam na het zien van de naaktfoto van Baudet. Wat hij kan, kan ik ook, dacht ik. Voor de keuze van die foto heb ik diverse redenen.

Reden een heeft met de viering van mijn lichaam te maken. Het lijf dat daar ligt, gaat al zo’n 65 jaar mee. Lang heb ik dat niet meer dan logisch gevonden. Sinds ik eind september in de lappenmand terecht kwam, weet ik beter. Nu het lijf weer langzaam opknapt, geef ik het met deze foto een ode.

Ik kies deze foto ook omdat ik besloten had deze foto gewoon op mijn iPhone te laten staan. In de openbaarheid met die foto? Nooit. Totdat ik me realiseerde dat ik daardoor meedeed met de vertrutting van onze samenleving. Er gaat een golf van kuisheid over het land. Alles wat met naakt, sex, lust heeft te maken is verdacht.

Ik lees in ‘De vriend’ van Sigrid Nunez, de ik-persoon schrijft: ‘Ik heb de verplichte online personeelstraining over grensoverschrijdend gedrag gedaan, die me de ogen heeft geopend voor het feit dat elke mondelinge of schriftelijke verwijzing naar seksueel gedrag, inclusief suggestieve grapjes, spotprenten, maar ook informele gesprekken over je eigen seksleven, of dat van willekeurige andere personen, onder grensoverschrijdend gedrag valt. Er leek geen uitzondering te gelden voor eens schrijfworkshop.’
Kom op zeg. Een schrijfworkshop mag geen enkel onderwerp schuwen. Waarom geen verwijzing naar seksueel gedrag, waarom geen grapjes of spotprenten daarover? Waarom geen informele gesprekken over je eigen seksleven? Het lijkt of we in het Tweede Victoriaanse Tijdperk zijn beland.

Ik ben blij dat ik een een eigen website heb en wat Het Dossier betreft niet afhankelijk ben van Facebook. Deze post zou door het Amerikaanse bedrijf, waar elke tepel en lul voor aanstootgevend wordt aangezien, zijn verwijderd. Gelukkig kan de totaal doorgeslagen christelijke moraal niet aan mijn blog komen.

Andere reden om de foto te kiezen is omdat ik best tevreden ben om mijn lijf zo te zien liggen. Ik nam de foto toen ik 64,5 was. De foto was bedoeld als grap, maar toen ik mij uiteindelijk zo zag liggen, dacht ik, och ik mag er best wezen.

Even een disclaimer. Ik breek hier een lans voor seksuele vrijheid, tegen benepenheid. Dit wil zeker niet zeggen dat ik zelf een wolf ben. Integendeel. Ik ben keurig serieel monogaam, zoals iemand mij ooit eens bestempelde.
Ooit zei iemand tegen mij ‘ik heb gehoord dat je altijd na voorstellingen in De Harmonie in de kroegen van Leeuwarden bent te vinden op zoek naar vrouwen.’ Ik barstte in lachen uit en raadde haar aan voortaan goede bronnen te raadplegen.

Een paar van mijn vrienden waren wel echte wolven. Ik maakte van nabij hun gejaag mee. En vaak dacht ik, ik moet veel meer jagen. Brave borst als ik ben, heb ik dat nooit gedaan. Jammer, denk ik ook achteraf. Ik ben te braaf geweest.

Journal

Vijfenzestig

Zaterdag 28 december, Moddergat

Morgen word ik 65. Er is geen ontkomen aan. Vind ik het erg: nee, het gebeurt. Vorige week kreeg ik een mail van Benne waarin hij de volgende relativering schreef: ‘Jij wordt ook oud Benne,’ zegt wel eens iemand tegen mij en dan zeg ik ‘ja er zijn maar twee mogelijkheden; of je wordt ouder of je bent dood.’ En zo is het. Ik kan best nuchter doen over dat 65-jarig bestaan.

Dat is één visie. Diep in mij is er geen nuchterheid. Vorige week kreeg ik ook een mailtje van Lucy, een van mijn oudste vriendinnen, we kennen elkaar van de lagere school (tegenwoordig basisschool geheten). Zij schreef mij terug: ‘Maar Toon, jij bent toch pas 17?’ Precies, zo is het. Ik ben pas 17, alleen mijn lichaam pleegt verraad, het omhulsel wil zich niet aanpassen aan mijn werkelijke leeftijd.

Even terzijde. Tijdens mijn middelbare schooltijd noemde iedereen mij Toon. Lucy, die ik altijd Luus noem, is de enige die mij zo nog noemt. Zo sleep je een sleepnet van kleine geschiedenisjes achter je aan. Dat vind ik een van meest charmante dingen van ouder worden. Herinneringen zijn overal, in Nijmegen, Groningen, Leeuwarden, Arnhem, Den Bosch, Heerlen, Meppel, Dwingeloo, Saint-Hippolyte-du-Fort, overal. En dat met tientallen mensen.

Een week voor zijn dood zei Jules Deelder dat hij ervan overtuigd was dat het beste nog moest komen. Dat heb ik zelf ook. Ik heb best veel gedaan, heb mij veel bewogen, maar het beste moet nog komen. Ik ben nog steeds vol verwachting. Wat dat beste dan is? Geen idee. Dus dat beste is gewoon een stom idee. Maar ik heb dat idee wel. Het is te hopen dat ik ook niet over een week dood ben. Toch valt wat dat betreft niets uit te sluiten.

Wat op de achtergrond altijd mee speelt is het gegeven dat mijn vader overleed op zijn 54ste. Dat wil zeggen dat ik morgen 11 jaar ouder ben dan mijn vader is geworden. Het is een soort terugwerkend verdriet. Wat heeft hij veel van het leven moeten missen. Hetzelfde gevoel heb ik ten aanzien Matthijs Rümke. Jarenlang trokken wij samen met elkaar op. Mattijs was drie maanden ouder dan ik. Vier jaar geleden overleed Matthijs na een slopend ziekbed. Voor Matthijs hield het leven op, ik leefde door en ben nu ouder dan hij. Wat heeft hij in die jaren ook veel moeten missen.

En dan het godverdomme gegeven dat ik niet ouder wil worden. We kunnen over ouder worden wel nuchter doen, maar het is natuurlijk een bloody shame. Waarom moet ik het met de werkelijkheid eens zijn? Ik ben tegen de werkelijkheid en de harde gegevens die ze met haar meebrengt. Ik ben tegen het voortschrijden van de tijd. Ja, ik weet heus dat ik me erbij neer moet leggen. Met grote tegenzin, als dat maar is genoteerd.

Toch verander ik nog steeds. Ik ga morgen zelfs mijn verjaardag vieren, voor het eerst in 25 jaar, op een plek die Wyb en mij lief is: de Bospub, onze voormalige buren. Gisteren waren wij even in Dwingeloo en zagen ons oude huis. Sinds ons vertrek is er niemand meer in geweest schijnt. Het huisje staat er verlaten en verwaarloosd bij. De tuin is in verval. Ik ben er zo voor dat er niets meer verandert. Iedereen blijft leven. Scholen en mensen veranderen nooit van naam. Verouderen wordt opgeheven.

Journal

Schrijver

Vrijdag 27 december, Moddergat

All in the family

Ik ben een waardeloze schrijver. Dat heeft met het volgende te maken. Ik lees nu een boek van de Amerikaanse schrijfster Sigrid Nunez, de titel: De vriend. Het gaat over een schrijfster die een hond in huis neemt van een vriend die is overleden. Zo gauw in een boek een hond voorkomt, wil ik het graag lezen. Er bestaat geen betere relatie dan de relatie tussen een hond en zijn baas.

Het boek gaat niet alleen over de hond, een Deense Dog nota bene. Elke hond is een persoonlijkheid, maar door zijn omvang neemt de Deense Dog een heel huis in beslag. Het boek gaat ook over schrijven. Een citaat dat ik tegenkwam in het boek, luidt ongeveer als volgt: ‘Als in een familie een schrijver wordt geboren, gaat de familie kapot.’ Ik schrijf ‘ongeveer’ omdat ik het citaat probeer terug te vinden. Helaas kan ik het niet terugvinden in de 120 pagina’s die ik inmiddels heb gelezen.

Ik denk dat de uitspraak in tweeërlei opzichten waar is. Met schrijven is het alles of niets. Zo heb ik een boek van ongeveer 300 pagina’s liggen. De titel luidt: ‘De plagen’. Ik heb een eerste versie geschreven, een tweede versie, een derde. Maar ik weet dat het nog niet goed is. Ik zie wat er niet goed aan is, terwijl ik weet dat het een goed boek kan worden. Jammer genoeg heb ik de puf niet om er nog eens een jaar aan te werken. Stel dat het dan nog niet wordt uitgegeven. Twee, drie verloren jaren.
De echte schrijver trekt zich van die gedachte niets aan. Dit gaat verbeten zitten en schrijft nog eens een jaar aan een boek dat voor hem zeker een prachtboek wordt. ‘De Plagen’ staat nu op mijn bureaumap in de gelijknamige map. Ik heb de slag verloren, gebrek aan doorzettingsvermogen. Daarom schrijf ik nu blogjes, kun je tussendoor schrijven, lekker snel af.

Maar ik weet wat ik had moeten missen als ik was doorgegaan. Bijvoorbeeld de afgelopen Kerstdagen. Ik had mij moeten opsluiten. Ik had mij moeten transformeren tot monnik. Mijn familie had niets aan mij gehad. De familie zou vermoedelijk nog meer exploderen dan mijn familie al heeft gedaan. In plaats voor ‘De plagen’ kies ik nu voor mijn familie. De afgelopen Kerstdagen waren erg gezellig. Neemt niet weg dat in mijn achterhoofd ‘De plagen’ blijft zitten, ik heb verzaakt. De familie is gelukkig gered.

Er is nog een tweede reden waarom families kapot gaan als er een schrijver in een familie is geboren. Grote kans dat de schrijver de familie als onderwerp neemt, of in ieder geval gebruikt. Ook in ‘De plagen’ is dat het geval. En wedden dat daar gedonder van komt. De schrijver mixt zijn familie met een fikse hoeveelheid fictie. Toch zal de familie vooral de familie zien. Een schrijver kan families kapot schrijven.

Ik heb niet altijd zo’n laffe houding gehad. In de jaren negentig koos ik onverschrokken voor mijn schrijven. Het waren de jaren dat de kinderen jong waren, mijn werk alle aandacht opeiste. Toch schreef ik mij te pletter. Ik geloof inderdaad niet dat de familie van toen er erg gelukkig van is geworden.

Journal

Nietsen

Dinsdag 24 december, Moddergat

Anne belt op met de vraag of we er al klaar voor zitten. Waarvoor? All you need is love, natuurlijk, zegt ze. Ja, natuurlijk zitten we daar klaar voor. Het is onze quilty pleasure met kerst. Met de kinderen keken we er elk jaar naar. Anne vraagt of Wyb haar zonnebril al klaar heeft liggen. Voor de lol maak ik een foto van Wyb met zonnebril voor Anne. Een zonnebril is niet meer nodig, vroeger zette Wyb de zonnebril op om haar tranen te verbergen. Want laten we eerlijk zijn, zoveel liefde en geluk laat zowel Wyb als mij niet onberoerd.

Op de onderste foto staan Wyb en Dies weer helemaal aan. Dies vindt de dijk een prachtige uitvinding. Balletjes rollen hard en ver naar beneden. In combinatie met zo’n werp arm is dat puur geluk voor hem. Hij houdt ervan om zichzelf helemaal kapot te maken.

In de golf van burn-outs die het land overspoelt, hoor je steeds vaker dat helemaal niets doen zuiverend werkt. Dat is oud nieuws voor mij want ik ben gek op niets doen. Het klinkt misschien raar uit mijn mond waarvan de lezer wel eens denkt dat ik een doorgesnoven druktebol ben. Waarbij ik met mijn hand op mijn hart zweer dat ik nog nooit verdovende dingen heb gebruikt, laat staan spul om te snuiven.

Ik ben best goed in niets doen en doe het graag. Wat een beetje moeilijk is want ik leef namelijk samen met twee wezens die niets hebben met niets doen. Dies staat overdag altijd aan. Hij is altijd in de weer met balletjes, is altijd in om te spelen, soms op het opdringerige af. Gelukkig weet hij wat het commando ‘klaar’ is. Dan weet hij dat het afgelopen is, dat er niets meer voor hem is te halen. ‘Klaar’ is het belangrijkste woord wat we hem hebben geleerd.

Wyb is eigenlijk ook een soort border collie. Het gaat de laatste tijd iets beter met dat niets doen, maar Wyb is toch het gelukkigst als ze iets kan doen. Als ze een keer niets te doen heeft, gaat ze meteen weer iets zoeken. Het woordje ‘klaar’ kent Wyb niet.
Het grappige is dat zowel Dies als Wyb zich ’s avonds uitzetten. Beide kunnen al vroeg in een diepe slaap vallen. Slapen is hun niets doen.

Misschien is mijn niets doen toch niet helemaal niets doen. Om mijn niets doen te rechtvaardigen heb ik mijzelf wijsgemaakt dat het een bron van inspiratie is. Uit dat niets, kan zomaar iets te voorschijn komen, is mijn ervaring. Ideeën ontstaan in ieder geval niet als je voortdurend druk bent. Rust is een noodzakelijkheid.

Alhoewel ik het betwijfel nu ik het opschrijf. Matthijs Rümke was een van de meest creatieve mensen die ik heb gekend. Hij had geen rust nodig om creatief te zijn. Hij was in staat om in zijn voortdurende druk zijn toch idee na idee te ontwikkelen en uit te voeren. Dus misschien is mijn niets doen gewoon een smoesje om lui te zijn.

Wat zo heerlijk is aan de huidige situatie in Hippolyte dat we in de gelegenheid zijn om niets te doen. Slechts zeer sporadisch hebben we gasten, verder is er een zee van tijd om te nietsen. Onze voorgangers vonden dat een verschrikkelijke tijd, ik geniet er van. Zelfs Wyb zegt soms dat ze het heerlijk vindt, maar gaat dan toch weer een taart maken of zoiets. Dat zou ik bijvoorbeeld nooit doen. Nietsen is nietsen.

Journal

Landschappen

Maandag 23 december, Moddergat

Wij leven in extremen, wat landschappen betreft. Kaler dan de omgeving in Moddergat bestaat niet, de woestijn uitgezonderd. Het landschap wordt bepaald door de horizontale lijn, de horizon is overal. Op het wad, op het land. Van oudsher is het een landschap zonder bomen en als er eens een boom groeit dan slaat snel een motorzaag toe.
Op het wad heb je de horizon, een strakke lijn. Daarboven de lucht, die altijd verandert, van strak blauw, tot wit, grijs en zwart en alle mengvarianten daartussen.
Onder de horizon het water, waarvoor hetzelfde geldt. Of de modder, want om de zes uur trekt het water zich terug, een gigantische operatie waar nauwelijks iemand bij stilstaat. Met de modder is het eigenlijk hetzelfde, zwart, grijs, wat tinten bruin en alle mengvarianten daartussen.

In het Frankrijk waar wij wonen bestaat de horizon niet. Altijd staat er wel een berg voor. Om ons heen een ruig heuvellandschap met onvoorstelbaar veel bomen, vooral veel kastanjes, ondoordringbare bossen. Daar tussendoor wilde rivieren, tenminste, als er genoeg water is. Als ze leeg zijn en het regent, wat in de zomer standaard is, dan vullen ze zich snel en komt er een verraderlijk wil stromen. Ik ben altijd bang dat Dies erin valt en wordt meegesleurd.
Het spel boven de bergen wordt meestal niet door de wolken bepaald. Die zijn er wel, vooral in dit jaargetijde, maar het is de zon die met de bergen speelt. Als een grote theaterspot, bewegend licht, verlicht het de heuvels op de meest wonderlijkbaarlijke wijzen. Het kan gedimd, geheimzinnig licht zijn, vaak is het onverzoenlijk licht dat de bergen hard uitlicht.

Mijn wieg stond niet in een extreem landschap. De omgeving van Nijmegen heeft van alles wat, maar nooit compleet. De Hatertse Vennen die ik in mijn jeugd als roverhoofdman doorkruiste, is verworden tot een miezerig park. Ze hebben er een snelweg doorheen gelegd en bebouwing vrat hele stukken bos weg. Het was, en is nu helemaal, een bosje van niks.
Aan de voet van Nijmegen ligt de Ooijpolder, een suggestie van een weids landschap, van wilde natuur door de rivier die wel eens delen inneemt. Het is best een rijk vogelgebied, vergeleken met de vogelstand van Moddergat en de Camargue is het niets. Het landschap rond Nijmegen is meer een museum, een verzameling van verschillende soorten landschapen maar elke specie van die verzameling groeit nergens uit tot wasdom. De soorten verhouden zich tot de originelen als een miniatuurtrein tot een trein.
Ik denk dat ik daarom, met zo’n verzameling mini landschappen als basis, zo hou van de extreme landschappen. Of liever, echte landschappen, landschappen zoals ze horen te zijn: majestueus, in volle rijkdom, compromisloos, totaal.

TV

Huilon

Zondag 22 december, Moddergat

Journal

Waard

Zaterdag 21 december, Moddergat

Officiële statiefoto voor het stadhuis van Dokkum. Onder de laatste foto’s die we in de Waard van Ternaard hebben gemaakt, met pijn in het hart.

21 december is een mythische datum. Tot die datum wordt het steeds donkerder op aarde. 21 december is het keerpunt, daarna wordt het op aarde steeds lichter. Al van oudsher moet dit gevierd zijn. Er zal vast een heidense reden zijn dat kerstmis zo dicht bij deze datum ligt.

In de persoonlijke geschiedenis van Wyb en mij is die datum zeker mythisch. In het jaar 2000 liepen we op de lange pier van Harlingen door de mist richting Wad. We hadden een smoesje gevonden om naar Harlingen te gaan. We waren knetterverliefd op elkaar, maar morele wetten en duizenden praktische bezwaren, en niet te vergeten verlegenheid en schaamte, weerhielden ons ervan de liefde te bekennen.
Gelukkig is die pier erg lang, er komt geen eind aan. En de terugweg heeft dezelfde lengte. En zo’n tien meter van die pier vandaan hadden we ons verlangen niet meer in de hand en kusten we elkaar voor de eerste keer. Ik wist dat vanaf toen alles anders zou worden. Ik zal er nog eens een boek over schrijven.

Even daarna explodeerde onze liefde. Er was geen houden meer aan, het raakte alle zaken die in ons leven belangrijk zijn. Ik heb het wel gehoord in die tijd: onze liefde was een ordinaire zaak, directeur valt op directe medewerkster, hoe banaal kan het zijn. Ik vermoed dat mensen geld hebben ingezet op hoe lang die scharrel zou duren. Een paar maanden, dan was het voorbij. Wij vormen het bewijs dat zelfs uit een metoo-affaire ook best nog iets moois kan groeien. Als de liefde maar in het spel is.

Beste lezer, vandaag vierden we in Dokkum het negentien jaar bestaan van die liefde. We doen dat niet voor niets in Dokkum want zeven jaar na die wandeling over de pier zijn we hier getrouwd. Wat weer wil zeggen dat we vandaag twaalf jaar zijn getrouwd. Nog een reden om deze dag te gedenken.

Er is maar één plek waar we dat kunnen vieren: de Waard van Ternaard, ons favoriete restaurant in Ternaard, dat dicht bij Moddergat ligt en waar wij elk jaar een paar keer eten omdat we vinden dat de chef, Michael Roest, zo verrekte goed kan koken.
Ons feestje dreigt even in het water te vallen. Als ik reserveer blijkt het restaurant al vol te zitten. Onze tactiek: Wyb belt zo rond vijf uur nog een keer en vaak heeft iemand dan zijn reservering geannuleerd. Zo kan ons jubileumetentje toch nog doorgaan.

Het is wel een beladen etentje. Het is de laatste keer dat we in de Waard van Ternaard kunnen eten. Per 1 januari gaat het restaurant dicht en opent Michael Roest een nieuw restaurant in Dokkum. We kunnen blijven genieten van zijn eten, maar in de Waard liggen veel herinneringen. Op onze trouwdag aten we hier met groot gezelschap. Diezelfde dag beleefden we in het hotelgedeelte onze huwelijksnacht. We brachten er met zoveel mensen een goede tijd door. We hebben er ook zo vaak troostgegeten. Na een periode hard werken, vechten tegen de weerbarstige werkelijkheid, troostten we ons hier met lekker eten en goede wijn. Het blijkt maar weer eens, alles gaat voorbij.

Journal

Stormvlag

Vrijdag 20 december, Moddergat

Moeder en dochter herenigd.

1400 kilometer is een eind. Gelukkig is er radio waardoor de afstand sneller lijkt te gaan. Vroeger moest je in Frankrijk naar die opgewonden Franse radiostemmen luisteren. Dankzij bluetooth en andere vernuftigheden kunnen we 1400 kilometer naar de Nederlandse radio luisteren. Al moet gezegd dat je na drie uur Radio 1 toch behoefte hebt aan stilte.

In maart vertrokken we uit Nederland. Negen maanden later reizen we terug. Ik heb het idee dat Nederland in die tijd veranderd is. Mijn beeld kan vertekend zijn door de afstand. Ik sta nooit meer met landgenoten aan de koffieautomaat te lullen. Het is nog nooit zo goed gegaan met Nederland, maar het land lijkt nog nooit zo ongelukkig.
Boeren dolen met hun trekkers door Nederland. Jongeren lijden massaal aan burn-outs en snuiven en slikken zich een weg naar geluk. De een na de ander sleept de ander na de een voor de rechter. Leerkrachten op het malieveld, verplegend personeel op het malieveld. Ontevredenheid alom.

In Luxemburg en de Ardennen luisteren we naar een interview van Sven Kokkelman met Henk Krol. Een uitspraak van Henk Krol, ik citeer uit de losse pols: ‘Mensen denken dat politici de macht hebben, maar andere machthebbers zijn rechters. Je ziet wel hoe ze ons dwingen om ons aan allerlei milieuregels te houden.’ Hij zegt in een parlementaire commissie te zitten die onderzoek doet naar de macht van rechters. Tussen zijn zinnen door is het overduidelijk dat hij vraagtekens zet bij de onafhankelijkheid van de rechtspraak. ‘In januari komt de commissie al bij elkaar.’

Zowel Krol zelf als Kokkelmans laten in het gesprek nooit het begrip trias politica vallen -domheid? opzet? De scheiding van de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Een principe waardoor we in Nederland een samenleving hebben die niet geteisterd wordt door willekeur en politieke machinaties.
Ergens in de Ardennen weet ik het wel: Krol gaat met anderen morrelen aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Beiden laten na om te zeggen dat rechters slechts toezien op wetten en regels die politici met elkaar hebben besloten. Rechter beoordelen daarbij of politici zich ook wel of niet aan hun eigen regels houden. Tsja, dat kan lastig zijn.

Ik stel voor de stormvlag te hijsen. Niet ondenkbaar dat de politiek gaan morrelen aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, zoals dat in Europese landen als Polen en Hongarije en 70% van de landen in de wereld sowieso al gebeurt. Kijk naar de gevolgen van een politieke rechtspraak in Amerika, waar rechters benoemd worden naar hun politieke voorkeur.

Na de Ardennen is alles anders. We rijden over de grens en komen in een stroom van auto’s. Een stroom van noord naar zuid en anders om, van het oosten naar het westen en andersom. Het is negen maanden geleden dat ik zoveel auto’s heb gezien. In Frankrijk zie je allemaal oude autootjes rijden, hier is alles spic en span, state of art.
Toen ik in 1954 werd geboren waren er 10 miljoen mensen, op de radio hoor ik dat er in 2029 18 miljoen mensen zijn. Zo’n toename moet toch grote invloed hebben op de manier waarop we met elkaar omgaan.

Pas bij afslag Friesche Palen, vierhonderd kilometer later, verdwijnen we uit de niet aflatende stroom auto’s. Niet lang daarna openen we de deuren van de auto in Moddergat. Van de Middellandse Zee tot Waddenzee in twee dagen. We horen de stilte, ruiken de modder. Na negen maanden openen we weer voor het eerst de deur van het hoofdkantoor van Dossiermoddergat. Thuis.

Journal

Road

Donderdag 19 december, Metz

Niks bloggen. On the road. En op de radio horen dat Jules Deelder niet meer is.

Journal

Reisnervositeit

Woensdag 18 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Niks bloggen. Schoonmaken, inpakken, regelen, laatste telefoontjes. Reisnervositeit.

Journal

Mestboekhouding

Dinsdag 17 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Na het ziekenhuis nog even boodschappen doen in de grote Super U van Ganges. Daar schiet ik nog de volgende foto. Leve de iPhone.

Een nieuwe wachtkamer. Dit keer in Ganges. Wachtkamers betekenden de afgelopen maanden vaak slecht nieuws. Nieuwe kwalen werden na het wachten bevestigd, operaties aangekondigd. Dit keer is het anders. Deze wachtkamer voelde sowieso minder dreigend.

Afgelopen maand hield ik een boekhouding bij van mijn plassen. Ik moest het excel document een naam geven en besloot het Mestboekhouding te noemen. Een maand hield ik als een overijverige boekhouder bij hoeveel keer ik pieste en het aantal milligrammen wat daar het gevolg van was. Na meestal drie keer telde ik dat dan bij elkaar op en sloot mijzelf weer op de katheter aan. Altijd kwam er dan een hoeveelheid urine te voorschijn die ik niet kon uitpissen. Ook die hoeveelheid noteerde ik keurig.

Wie het excelsheet bestudeert ziet vooruitgang. Op de eerste dagen staat er nog heel vaak nihil. Na een week kan ik cijfers gaan invullen, 60 ml, 80 ml, 100 ml. In de laatste weken staat het vol cijfers, soms zelfs uitschieters naar 150 ml, 200 ml. De hoeveelheid urine die ik niet kon uitplassen is sinds twee weken constant rond de 100 ml.

Omdat we vandaag naar de uroloog gingen, draaide ik de sheet uit. Tot mijn grote vreugde realiseerde ik me nu pas de vooruitgang. Vooral omdat ik de eerste twee weken er van overtuigd raakte dat mijn blaas verlamd was. Dat kan zomaar gebeuren. De eerste keer dat er iets uitdruppelde was ik net zo blij als een kind dat voor de eerste keer een luier in plaats van een pamper omkrijgt.

Eergisteren zei Wyb: ‘Best kans dat je katheter uit gaat.’ Verdomd, ik had me zo voor altijd een katheter ingepraat dat het me verraste. Maar inderdaad, waren al die cijfers voldoende om hem vandaag eruit te halen?

De uroloog denkt na het bekijken van de sheet lang na. Uiteindelijk moet een mens zijn gehele blaas kunnen leegmaken. Een gemiddelde piesen van 100 ml is nog geen wereldprestatie. Maar er zit zoveel vooruitgang in.
Na veel heen en weer praten besluiten we dat de katheter eruit kan als ik in Frankrijk blijf, dan was er altijd hulp in de buurt. De uroloog zou het er dan zeker op willen wagen. Nu we naar Nederland reizen, op veel verschillende plaatsen zijn, is het voor de zekerheid toch beter dat ik hem nog vier weken inhoud. De prestaties kunnen zich verbeteren en mocht ik met plassen op reis of Nederland in de moeilijkheden komen dan kan ik terugvallen op de katheter.

Ik vind het een goede uitkomst. Vooral ook omdat het ding niet meer elke dag aan mijn been is verbonden. Met een stop erin lijkt het al net alsof ik al geen katheter meer heb. En het mooie is, het ziet er naar uit dat ik weer een volwaardige zeikerd word.

Journal

Ok boomer

Maandag 16 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik lees in de Volkskrant een verslag over een ledenvergadering van de politieke partij 50Plus en lees: ‘Maar de interne democratie waar velen aan hechten botst nogal eens met Dales’ ambitie de partij strakker te leiden. Als doorgewinterde vergadertijgers slaan ze elkaar voortdurend om de oren met subsecties van de statuten en het huishoudelijk reglement. Bestuursleden kijken gepijnigd toe. Als de hele partijdag lijkt te verzanden in een storm van amendementen en voorstellen tot wijziging, dreigt Dales dat straks ‘iedereen een hotel moet gaan zoeken’.

Het is een vergadering van mijn generatiegenoten, de babyboomers. Ik herken de sfeerbeschrijving. De leden zijn natuurlijk gestaalde vergaderbeesten die het manipuleren hebben geleerd in de oude politieke partijen, daar werd wat af geouwehoerd. De mars door de instituties, ooit geproclameerd door Rudi Dutschke toen hij nog een vermaard studentenleider was in jaren ’60, hebben ze achter de rug. Veel heren van 50Plus zullen een mooie carrière hebben gehad en weten hoe je grote organisaties naar je hand zet.

De jaren ’60 beloofde veel. Alles zou anders worden, en vooral beter. Mijn leeftijdsgenoten waren idealisten, mijzelf incluis. Al moet gezegd dat ik mij altijd meer een post-babyboomer voelde. Geboren in 1954 was de echte hausse voorbij. Ik maakte de jaren ’60 voornamelijk in de jaren ’70 mee. Hoe dan ook, wij zijn een generatie op het eind van haar levenscyclus, op sterven na dood. Ik lees eigenlijk opmerkelijk weinig over deze unieke positie.

De positie van de generatie wordt pijnlijk duidelijk met de opmerking: Ok boomer. De betekenis? ‘Ok boomer is an easy way to diss Old shit heads.’ Als er weer eens een grijsaard (tegenwoordig heet dat een witte man) moralistisch zit te zeuren over vroeger, of het beter denkt te weten, of superieur zit te zijn omdat hij denkt dat zijn leeftijd dat automatisch met zich meebrengt, is er een grote kans dat hij door een jong iemand wordt weggevaagd met de opmerking: ‘Ok boomer’. En daarmee is veel gezegd.
Want wat in die twee woorden ook besloten ligt: ‘En wat hebben jullie er dan eigenlijk van gemaakt? Eigenlijk heb je geen recht van spreken meer. Je hebt je kans gehad. En er opmerkelijk weinig van gemaakt.’

En zo is het. Wat heeft die mars door de instituties en al die idealistische intenties nou werkelijk opgeleverd? We hebben het consumentisme als een gek aangewakkerd. We wringen de planeet als nooit tevoren uit. We zijn zelf verwende en mopperende zeurkousen geworden. We hebben veel gemeenschappelijk goed aan de vrije markt gegeven. Wie kapitaal heeft ziet zichzelf steeds rijker worden, wie zijn geld moet verdienen uit loon gaat er met geluk een beetje op vooruit, heel vaak op achteruit. We hebben een dichtgetimmerde bureaucratie achtergelaten. Belastingambtenaren die bewust burgers naaien. De grootschaligheid kent geen grenzen, de individualisering is leuk voor de mensen die er mee kunnen omgaan, een ramp voor mensen die erin verdrinken.
Ok, boomers. De erfenis zo een beetje samengevat?

Journal

Wendbaarheid

Zondag 15 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Stand op de kerstmarkt van Sauve waar we geen kerstliedje hebben gehoord, was een totaal anarchistisch feestje. Onderste foto de Franse versie van Seasick Steve, weliswaar iets jonger maar hij deed niet voor hem onder.

Als je zo aan huis gebonden bent, heb je genoeg tijd om na te denken. Zo bedacht ik dat het meeste wat ik mis wendbaarheid is. Mijn hele leven heb ik me wendbaar gevoeld. Meer dan ooit realiseer ik me dat die wendbaarheid voor mij een groot goed is.

Wendbaarheid in diverse opzichten. Bij alles wat ik heb gedaan, wist ik dat ik ook iets anders kon doen. Ik was theaterdirecteur, maar er was altijd de mogelijkheid om fulltime kinderboekenschrijver te worden. Overal waar ik werkte wist ik dat ik ook weer afscheid zou nemen. Ik ken genoeg mensen die zich totaal vereenzelvigen met hun werk. Hun werk is hun identiteit. Is bij mij nooit het geval geweest.

Een van de belangrijkste beslissingen in mijn leven nam ik in 1979. Ik had een perfecte leraarsbaan op een school voor Middelbaar Sociaal en Pedagogisch Onderwijs. Een fulltime baan, met vaste aanstelling, waar trof je dat nog in die tijd. Ik gaf Nederlands en Geestelijke Stromingen en was binnen, zoals collega’s zeiden. 

Maar in de loop van mijn studietijd kreeg ik door dat ik helemaal geen leraar wilde worden. Ik ontdekte het culturele leven, het theater, de literatuur. Een leven lang voor de klas, ik zag er als een berg tegenop.
In dat jaar vroeg het Stedelijk Cultureel Overleg in Nijmegen of ik daar niet wilde komen werken, het ging echter wel om een parttime baan. Ik ging er qua salaris enorm op achteruit. Toch was dit mijn kans om uit het onderwijs te ontsnappen en ging op de aanbieding in. Mijn moeder vond het een belachelijke beslissing. Zo’n mooie baan, met zoveel zekerheid, zo’n mooi salaris opgeven voor een parttime baan.
Het was een belangrijke beslissing omdat ik diverse mensen ken die in het onderwijs zijn blijven hangen. Zij kozen voor de zekerheid en het mooie salaris en sloten zich op in een gouden kooi. In de loop van de jaren heb ik gezien dat ook een gouden kooi een kooi is. Voor de goede orde: gelukkig werd die parttime baan na een paar maanden al omgezet naar een fulltime baan.

Niet alleen in mijn carrière was ik wendbaar. Ik heb ook een wendbaar leven gehad. Ik woon nu in mijn 24ste huis. Het liefste wat ik doe is door steden slenteren en foto’s maken. Even het leven vastleggen, dan weer doorlopen. Ik kom uit een geëxplodeerde familie. Dood, scheiding, verhuizingen, laksheid, het ontbreken van middelpuntvliegende kracht heeft het familieverband waarin ik opgroeide alle kanten uit getorpedeerd. Veel mensen zetten vraagtekens bij de toenemende individualisering van onze samenleving. Ik heb het altijd heerlijk gevonden, de vrijheid om je te bewegen waar hart en hoofd je heen brengen.

Door mijn lichamelijke mankementen voel ik voor het eerst dat die wendbaarheid wordt aangetast. Misschien is dat sowieso het grootste nadeel van ouder worden: het afnemen van wendbaarheid.

Journal

Cliffhanger

Zaterdag 14 december, Saint-Hippolte-du-Fort

Dat is nog eens scoren, de dokter waar we nu heen gaan heeft twee wachtkamers. De eerste is buiten. Als we er aankomen is ze er nog niet, maar daar heeft ze rekening mee gehouden, er is een prima buitenvoorziening. Wanneer ze arriveert mogen we nog even wachten in binnenwachtkamer. Inmiddels hebben Wyb en ik besloten een vergelijkend wachtkameronderzoek te houden, de uitkomsten zullen medio volgend jaar naar buiten komen.

Al lang weten we dat we rond 20 december teruggaan naar Nederland. Op 2 januari wacht dan op Schiphol een vliegtuig dat ons naar Mumbai brengt. Mooie vooruitzichten. Zeker na maanden keihard werken. Toen ik eind september aan een abces werd geopereerd leek 20 december ver weg. Er was genoeg tijd voor het lijf om te herstellen.

Nu weet ik dat de tijd tussen eind september en 20 december zomaar voorbij schiet als het lijf hapert. Het lijf heeft een andere tijdsbeleving dan ik. Ik ben van het snelle: get things done, aftikken, check. Het lijf heeft blijkbaar lange dagen nodig die langzaam voorbij glijden. En, opmerkelijk, veel van die langzame dagen zorgen juist dat de tijd verdicht en razendsnel gaat.

Eind september was ik er vast van overtuigd dat ik 20 december helemaal beter zou zijn. Mis. Eigenlijk alle kwalen die zich eind september openbaarden, heb ik nog steeds. Vandaag blijkt ook nog eens dat ik een ontsteking aan de buikwond heb en dat mijn blaas is ontstoken. Bij mij rijst de vraag of we 20 december überhaupt wel kunnen afreizen. Van hier naar Moddergat is het zeker 1400 kilometer. We kunnen het in twee dagen doen, maar dan nog. Normaal verdelen Wyb en ik de kilometers. Nu ik nauwelijks kan zitten, komt alles op Wyb neer. Een bed op de achterbank zal het mij makkelijker maken

29 december word ik 65. Ik vind dat ik die leeftijd in Nederland moet vieren. Wat heeft Frankrijk nou met mijn 65 jaar te maken? Vraag die me de afgelopen tijd bezighield: moet ik mijn 65ste vieren? Sowieso houd ik niet van feestjes. Andere vraag die dan opdoemt: waar houd ik een feest? Voor een groot deel zullen we in Moddergat verblijven, maar als we daar tien man ontvangen puilt het uit. Gewoon geen feest dus.
‘Maar als we het nou eens in de Bospub vieren,’ oppert Wyb
Interessante gedachte, een soort sentimenteel journey. Ook leuk voor de gasten, bedenk ik. Een feestje thuis is maar een feestje thuis. We wikken en wegen.

Het is weekend. De afgelopen weekenden is het goede gewoonte geworden dat we een deel daarvan in een wachtkamer doorbrengen. Dit weekend is geen uitzondering. Na het doktersbezoek verlaten we de praktijk met een stapeltje recepten: antibiotica, bloedonderzoek, thuisverpleging, verband. De 20ste nadert. Eindelijk een cliffhanger voor een blog.

Journal

Reddingsboei

Vrijdag 13 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Wyb achterste rij, achteraan

Zitten we alweer in een wachtkamer. Voor de afwisseling eens niet voor medische zaken. Dit keer zitten we in de wachtkamer van een belastingkantoor. We zijn op twee fronten in taai gevecht met de bureaucratie in Frankrijk.

Hier in Le Vigan zitten we voor de volgende kwestie. We vallen inmiddels onder het Franse belastingregime. Ik wil daar graag een bewijs van omdat ik dat in Nederland voor een transactie moet aantonen. De Franse belastingdienst wil me die niet geven omdat ik nog geen aanslag heb gekregen. Vanuit belastingperspectief zit ik dus in een soort niemandsland. Typisch zo’n gevalletje dat bureaucratie veroorzaakt: vastzitten in gaten en kloven tussen strikte regelgeving. Natuurlijk wordt het na een uur wachten weer niet opgelost.

Ander front heeft met de zorgverzekering te maken. Via een site moeten we een papier aanvragen zodat we in Nederland kunnen aantonen dat we in Frankrijk zijn verzekerd. Na lang, heel lang bellen, kregen we codes en nummers zodat we op een site het papier kunnen aanvragen. Hoe we het ook proberen, met voor de derde keer nieuwe codes en nummers, we komen niet in de site. Daarom rijden we vandaag naar Nimes voor de volgende wachtkamer.

In al dit gedoe speelt Wyb absoluut de hoofdrol. Zonder haar zou ik als een doofstom iemand in den vreemde zijn. Ik versta flarden, ik doe snippers van informatie op. Zo hoor ik bijvoorbeeld dat de buurvrouw van de belastingambtenaar ook uit Nijmegen komt, ze heet Ans Willemsen. Klinkt aannemelijk, ik vind het een echt Nimweegse naam.

Wyb is mijn reddingsboei hier in Frankrijk. Sowieso als het om de taal gaat. Zonder haar kennis van het Frans waren we hier hopeloos verloren geweest. Geen idee hoe al die lieden uit de serie Ik, Vertrek dat doen, zonder talenkennis gewoon afreizen naar Frankrijk. Ik moet er niet aan denken.
Afgelopen maanden was ze in alle opzichten mijn reddingsboei. Een reddingsboei die mij naar Eerste Hulpen en operaties reed. En ervoor zorgde dat de boel hier in Les Trois Comtes toch gewoon door draaide. Liefdevol mijn wonden verzorgde en troostte. Wat moet een man zonder een vrouw? Of liever: wat moet ik zonder Wyb?

Nog even over die belastingdienst. Regelmatig vragen mensen ons of we nou veel merken van die stakingen en onrust in Frankrijk. Het ontnuchterende antwoord is dat we daar tot nu toe niets van hebben gemerkt. Echt helemaal niets. Zoals ik trouwens ook niets van de oorlog in Sri Lanka merkte toen wij Anne gingen halen en de oorlog tussen Singalezen en Tamils op zijn hoogtepunt was. Pas bij de Belastingdienst zien we voor het eerst iets van het ongenoegen dat toch breed in Frankrijk schijnt te leven. Bij de ingang kunnen we een petitie tekenen en wordt een staking aangekondigd.

Ook wel te begrijpen dat er onrust is. Stel dat je met je 52ste met pensioen kunt (ja, dat bestaat, het spoorwegpersoneel bijvoorbeeld), moet je opeens op je 64ste met pensioen. Wat een schande.

Journal

Verwachtingen

Donderdag 12 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik heb Grote Verwachtingen van Geert Mak bijna uit. Het boek is een soort samenvatting voor krantenlezers van de afgelopen decennia. Het is geen boek waar je vrolijk van wordt. Ooit had ik de stiekeme hoop dat het voortschrijden van de tijd ook vooruitgang betekende. Het was een lieve, naïeve gedachte. Ik vrees dat het tegendeel het geval is.

Voor mijzelf heb ik uit zijn lezenswaardige samenvatting een belangrijke constatering gedestilleerd: de leugen regeert. De waarheid is op het vuilnis gegooid en slechts weinigen die het wat uit lijkt te maken.
Neem de twee grootmachten. Zowel Amerika als Rusland worden geregeerd door beroepsleugenaars. De Washington Post houdt per dag bij hoeveel leugens de president produceert. Gemiddeld zijn dat 15 leugens per dag. Sinds zijn presidentschap zit Trump nu al op een totaal van 13.000 verifieerbare leugens. Het schijnt hem niet te deren. Zijn aanhangers vinden het zelfs prachtig en met deze leugens creëert hij een parallelle werkelijkheid waarin hij en zijn aanhang het prima leven vinden. Pikante aantekening. De kern van zijn aanhang bestaat uit fanatieke christenen. Het negende gebod van de 10 geboden luidt: Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Het gebod is op het vuilnis gegooid, geboden tellen alleen als mensen er profijt van hebben. De waarheid noemt Trump fake news. George Orwell is er in zijn graf jaloers op dat hij dit voorbeeld in zijn boek 1984 niet als double speak heeft gebruikt.

De afgelopen tijd las ik ook Tsjaikovskistraat 40 van Pieter Waterdrinker. In dit persoonlijke boek verhaalt hij en passant, evenals Mak, hoe in Rusland de leugen is geïnstitutionaliseerd. Is in Amerika de leugen nog persoonlijk aan de president gekoppeld. In Rusland is de staat de producent van leugens geworden, willens en wetens. De leugen is met trollenfabrieken zelfs geïndustrialiseerd en een belangrijk exportmiddel geworden, het begrip wapenindustrie heeft hiermee een nieuwe betekenis gekregen. Met het wapen leugen worden andere landen geïnfecteerd en gedestabiliseerd.

Een van de geslaagde resultaten vindt vandaag zijn hoogtepunt in de verkiezingen in Groot-Brittanië. Steeds duidelijker wordt dat het trollen vanuit Rusland de doorslag voor Brexit is geweest. Dit in nauwe samenwerking met een andere beroepsleugenaar, Boris Johnson, die als invloedrijk journalist, opnieuw willens en wetens en met satanisch plezier en openheid, de Europese Unie keer op keer zwart maakte. Ooit werd hij zelfs voor zo’n leugen als journalist bij zijn krant ontslagen. Vermoedelijk plukt hij vandaag de vruchten van zijn leugens.

Rutger Bregman schreef de bestseller De meeste mensen deugen waarin hij bepleit dat de meeste mensen van goede wil zijn. Lieve, naïeve man. Om nog even een voorbeeld te noemen waar zowel waarheid als leugen niet meer bestaan: China. Daar bestaat alleen de realiteit van de Communistische Partij, een realiteit volledig losgezongen van waarheid en leugen.

Journal

Boerenleven

Woensdag 11 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik ben nog nooit zo lang niet in Nederland geweest. Ik was er eind mei twee dagen. Dat wil zeggen dat ik nu meer dan zes maanden niet in het moederland was. Als alles goed gaat, en dat weet je nooit deze dagen, gaan we rond de 18e december terug. Hoe lang we dan blijven is nog onbekend. We hebben inmiddels meer tijd gekregen om in Nederland door te brengen omdat onze reis naar India definitief niet doorgaat. We durven het stoffige en in vele opzichten onhygiënische India niet aan. Jammer voor de tickets die we al vier maanden in huis hebben.

Als we rond de 18e Nederland binnenkomen, hebben we grote kans dat we met boerenacties krijgen te maken. Verschillende boeren hoorde ik zeggen: ‘We zijn nu al twee keer naar Den Haag geweest en er wordt nog steeds niet naar ons geluisterd.’ Alsof het logisch is dat politici in dit soort kwesties naar je luisteren. Ik raad boeren aan, voordat ze boer worden, eerst een paar jaar in de kunstensector te gaan werken. Dan komen ze er achter dat politici helemaal nooit naar je luisteren.

Ik snap trouwens niet waarom politici kritiekloos naar boeren zouden luisteren. Zo snap ik ook niet waarom boeren zo goed liggen in de publieke opinie. Een boer heeft het aureool om zich heen van een eerlijk en hard werkend mens. Een boer vertegenwoordigt voor veel mensen het zuivere leven. Dit stevig aangemoedigd door de lieftallige Yvonne Jaspers die het boerenleven nog een stevige stoot romantiek mee gaf. Ander idee: de boer en de natuur zijn één.

Ik denk dat het toch iets anders ligt. Volgens mij is de boer de vijand van de natuur. Wie door Friesland rijdt ziet dat het boerenleven is geïndustrialiseerd, dat de boeren van Friesland een raaigras woestijn hebben gemaakt waar het eens rijke vogel- en plantenleven zo goed als uit verbannen is. In Brabant hangt de penetrante stank van varkensflats, Gelderland stikt in de stank van concentratiekampen voor kippen.

De boer moet keihard werken voor zijn geld. Ook daar is een kanttekening bij te zetten. Wordt het begrip subsidieslurper geassocieerd met de kunstensector, als er een sector is die aan het subsidie infuus hangt dan is het de agrarische sector. Miljoenen en miljoenen worden door Europa en ons eigen land in de sector gepompt.
Daarom is het navrant dat de boeren de anti-Europeanen Wilders en Baudet op het schild hieven en enthousiast toejuichten. En dan te bedenken dat die Baudet meestal tegen voorstellen stemt die de agrarische sector ten gunste komen. Als er maar een zweem van protest en anti-establishment rond iemand hangt worden boeren al enthousiast. Ik vind dat die boeren hier toch wat meer intelligentie moeten tonen. 
De partijen die ze eigenlijk moeten toejuichen zijn natuurlijk de VVD en het CDA. Decennia lang ging de boerenlobby als een mes door de boter bij deze partijen om hun zin te krijgen. VVD en CDA waren oh zo bang de trouwe achterban te verliezen.

En kijk wat de landbouw heeft bereikt. Nederland is de tweede grote landbouwexporteur in de wereld, dit na Amerika. Nederland. Zo’n klein rotlandje. Dan weet je toch meteen dat het land hier wordt uitgewrongen dat met absurde hulpmiddelen het land tot op het bot wordt uitgewoond.
De boeren zullen vast nog een paar keer uitrijden met hun tractoren. Indrukwekkend, zo’n stoet landbouwvoertuigen. Maar het doet niets af aan het feit dat het boerenleven drastisch zal worden aangepakt. Is het nu niet, dan over een paar jaar.

Journal

Herfst

Dinsdag 10 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

De kers is kaal. Over het zwembad ligt een groen dekdoek. De kaki boom heeft al zijn bladeren verloren, alleen de vruchten hangen er nog als oranje kerstballen aan. In de tuin liggen her en der nog stukken hout. De tuinman heeft vier dode bomen een kopje kleiner gemaakt en zo op maat gemaakt dat ze zonder problemen in onze houtkachel passen.

Het is herfst. Het huis lijkt zich teruggetrokken te hebben in zichzelf. Het staat in schrille tegenstelling tot de zomer toen gasten in voortdurende stroom kwamen en gingen, het één levendige bedoening was. 
Wyb en ik wonen nu in een huis dat veel te groot voor ons is. We beperken ons wonen dan ook tot de woonkamer en de suite, plekken waar we, indien nodig, de verwarming aanhouden. De rest van het huis is te koud te verblijven.

Zo ook ons appartement dat op de vierde verdieping ligt. Het heeft het karakter van een loft. Eén grote ruimte met aan een kant ramen die uitkijken over het dorp en de eerste heuvels van de Cevennen. We hebben het appartement ook in de zomer niet echt gebruikt als woonkamer. Het was meer een veel te grote slaapkamer. Om het ’s nachts aangenaam te houden stonden de ramen altijd open. Gelukkig brengen de avond en de nacht, in tegenstelling tot de tropen, hier enigszins verkoeling.

De herfst hier is een andere herfst dan we in Nederland kennen. Terwijl ik op bed lig en bijkom van de ingreep gisteren aan mijn blaas, schijnt buiten de zon en is er een wolkenloze blauwe lucht. Nou moet ik niet een te rooskleurig beeld van de herfst hier schetsen want tegen de avond en in de nacht kan het gemeen koud worden. 
Ook overdag kan het gemeen spoken. Regenbuien duren hier hoogstens een dag, Het zijn dan wel buien die droogstaande rivieren in een keer omtoveren tot wilde stromen. Vaak gaan ze gepaard met harde wind die, als we niet opletten, onze luiken hard doen klapperen. Daar staat tegenover, het grote verschil met Nederland, dat de meeste dagen vrijwel zonder wind zijn.

Op de foto a writer at work. Zo liggen schrijven gaat me opmerkelijk goed af. Je moet iets meer afstand nemen, zeg ik tegen Wyb als ze een eerste foto heeft genomen. Zo dichtbij, met alleen een bed, lijkt ik wel heel erg een man in de herfst van zijn leven. Als je iets verder gaat staan, geeft de slaapkamer tenminste nog enige allure.

Journal

Beterend?

Zondag/maandag 8/9 december, Ganges/Saint-H

Wachtkamer Eerste Hulp Ganges, half zes in de ochtend.

Verkoop nooit de huid van de beer voordat hij is geschoten. Heb ik eigenlijk nooit gedaan. Mijn financiële prognoses bij de bedrijven waar ik heb gewerkt waren altijd aan de pessimistische kant. Daardoor des te meer feestvreugde als we veel beter scoorden dan verwacht. Alleen gisteren heb ik mij niet aan dit afgekloven spreekwoord gehouden. Met enig optimisme beschreef ik de huidige toestand van mijn ziekte.

Dom. Bleek een paar uur later. Er kwam een lek in mijn katheter waardoor we opnieuw naar de Eerste Hulp van het ziekenhuisje van Ganges moesten, een lekke katheter daar heb je niks aan. En er gebeurde waar ik zo voor had gevreesd: er moet een nieuwe katheter in mijn buik worden aangebracht, liet de dienstdoende arts mij na vijf uur wachten weten. Liever moet ik zeggen ‘ons weten’. De arts praat namelijk overwegend met Wyb die het medische Frans wel verstaat.

De man begint mij met grote naalden te prikken (anesthesie), daarna frommelt hij een buigzaam staafje in het gat van mijn buik. Ik zal het kort houden: het plaatsen van het katheter mislukt. Hij stuurt ons naar huis omdat mijn blaas leeg is en het plaatsen daarom niet zou lukken. We moeten terugkomen als ik weer aandrang krijg.
‘Ik heb op internet gelezen dat zo’n gat in je buik al na twee uur dichtgroeit,’ zeg ik tegen Wyb als we in de auto zitten. ‘Welnee, dat zal wel meevallen,’ zegt Wyb, ‘anders liet hij ons heus niet gaan.’

Om 5 uur midden in de nacht heb ik aandrang. Wij weer in de auto terug naar Ganges en na twee uur wachten verschijnt de arts en begint hij met hetzelfde pijnlijke gepruts. Ondanks mijn volle blaas lukt het hem nu ook niet de katheter te plaatsen. Hij kondigt aan de uroloog erbij te halen die meer ervaring heeft dan hij.
Na nog eens twee uur wachten verschijnt de uroloog. Hij laat me weten dat de dienstdoende arts volledig fout heeft gehandeld, hij had de oude katheter er nooit uit mogen halen. Met gevolg dat hij mij opnieuw moet opereren, het gat in mijn buik is namelijk weer dicht gegroeid. ‘Zei ik het niet,’ zeg ik tegen Wyb.
De dienstdoende arts moet voor straf meekijken hoe het wel moet.

Vervolgens begint de uroloog voor de derde keer in mijn buik te prikken en te snijden. ‘Als u moet aangeven op een schaal van 0 tot 10 hoeveel pijn u heeft, wat zegt u dan?’ Een dikke negen.’ Ik schreeuw het weer uit. Maar gelukkig zie ik aan alle bewegingen van de uroloog dat hij weet wat hij doet en binnen een kwartier is de klus geklaard. Wel onder dreiging. ‘If you don’t do what I say, you’ll have horrible pain.’ Wyb komt met tranen in haar ogen van de gang. Ze heeft me horen schreeuwen.

Misschien moet ik toch in een god gaan geloven, lijd ik nu onder de furie van zijn boosheid door mijn ongeloof: zoveel fysieke ellende. Maar ja, dan krijg je weer met keuzestress te maken. Welke god moet je kiezen? Alleen het Hindoeïsme heeft al tientallen zo niet honderden goden. Terugvallen op het geloof van mijn jeugd? De Enige Ware Kerk? Geen denken aan. Ik ploeter verder.

P.S. Ik had veel liever een blog geschreven over het verschijnsel Ok boomer of over het volkomen terechte afscheid van Jeroen Pauw. Jezus, wat was zijn talkshow de laatste maanden slecht. De trouwe lezer van Dossiermoddergat weet dat er jaren voorbij gingen dat ik nooit over mijn gezondheid schreef. Nu moet ik wel. Het beheerst verdomme mijn leven. Nogmaals: ik ploeter verder.

Journal

Beterend

Zaterdag 7 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik heb toch het idee dat ik me moet verantwoorden voor de foto die bij het blog van gisteren stond. Zit ik opeens vrolijk in een restaurant met Wyb, Ymke en Helees het glas te heffen. Ik kan me voorstellen dat de argeloze lezer denkt: hè, wat nu, is hij opeens beter? Tweeënhalve maand hebben we de meest ernstige berichten over zijn gezondheid gehoord en dan zit hij daar zomaar te slempen.

Het is waar, het gaat beter, tamelijk veel beter, maar ik ben niet beter. De huidige situatie is als volgt. Mijn blaas beseft inmiddels weer waarom hij in mijn lijf zit. Elke keer als ik moet plassen komt er een respectabele hoeveelheid urine. Jammer genoeg blijf ook nog een deel van de urine in mijn blaas zitten. Ik heb de goede hoop dat mijn blaas steeds harder gaat werken en uiteindelijk ook het laatste restant eruit weet te persen. Kwestie van tijd zegt de uroloog.
Daar komt bij dat ik een katheter door mijn buik heb waardoor mijn mobiliteit enorm is toegenomen. Eindelijk kan ik me weer vrij bewegen, zeker omdat het grootste gedeelte van de dag die katheter is afgekoppeld. Kortom: progressie.

Dat geldt ook voor het achterste deel van mijn onderlijf waar een venijnige fistel mijn leven probeert te vergallen. Na de tweede operatie had ik veel pijn. Zitten was onmogelijk, maar sinds een paar dagen, mede met behulp van pijnstillers, is die pijn een kopje kleiner gemaakt. Daar komt bij dat ik een prima hulpmiddel heb, een zitring. Voor wie niet weet wat dat is: zie een paar blogs hiervoor.

Zo komt het dat ik weer met gasten door Saint-Hippolyte en Sauve kan wandelen en ’s avonds vrolijk één glas kan heffen in een restaurant. Alle antibiotica kuren heb ik ook achter me gelaten. Geen kwaal is nog geheel opgelost, maar dit is, hoop ik, aan de beterende hand.

Journal

Queeste

Vrijdag 6 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik kan mijn leven indelen in verschillende periodes. Bijvoorbeeld: jeugd in Hatert, jeugd in Dukenburg, samenwonen met Lies op Westkanaaldijk, hoofd marketing in Groningen, theaterdirecteur in Leeuwarden en zo kan ik doorgaan.

Een van de nadelen van scheiden is dat een deel van je geschiedenis verloren gaat. Ik kan nooit meer onbevangen met Lies over mijn verleden praten waar zij zo nauw bij was betrokken. Alles ligt in de schaduw onder de donkere wolk van de scheiding. Bovendien zien we elkaar nauwelijks. Als je een relatie hebt worden de verhalen die de relatie maken keer op keer herverteld. Na een scheiding stopt dat hervertellen.

Hetzelfde geld eigenlijk voor mijn directeurschap in Leeuwarden. Je verhuist en laat je collega’s achter, je neemt afscheid van een netwerk. In een ander deel van het land begin je een nieuw leven, creëer je nieuwe verhalen. Zo’n periode in Leeuwarden wordt naar de achtergrond gedrukt. En dat is best jammer.

Mijn directeurschap in Leeuwarden was een van de intensiefste periodes in mijn leven. Zeven jaar werkte ik dag en nacht aan de bouw van een nieuw theater. Ik heb nog nooit zo hard gewerkt en ook later zou ik nooit meer zo hard werken. Het was een project waar ik me voor 150% aan verbond. Met alle avonturen en verhalen die daar uit voortkwamen.
Ik denk nog wel eens aan die periode, maar nooit met de intensiteit die de periode verdient. Het was, naast het schrijven van mijn kinderboeken, de grootste klus die ik ooit realiseerde. Toch lijkt het zo ver weg, in mijn hoofd is het gereduceerd tot een periode, een periode waar ik algemene herinneringen aan heb.

Mijn trouwste kompaan in die periode was Ymke. Door dik en dun trotseerden we de meest lastige obstakels. Het was een queeste, een zoektocht naar het realiseren van een theater. Uiteindelijk stond daar een van de mooiste en grootste theaters van Nederland.
Zoals ik gisteren al schreef kwamen Ymke en Heleen gisteren op bezoek. Hun visite is een genot, met hun komst krijg ik opeens een deel van mijn geschiedenis terug. Samen halen we herinneringen aan mijn Leeuwarder periode op. De algemene herinnering wordt ingekleurd met verhalen en anekdotes. Een stuk verleden komt weer tot leven.

Ik merk dat dit een mens gelukkig maakt. Ik heb de neiging om van de ene naar de andere periode te razen. Wat geweest is, is geweest. Veel te veel laat ik het heden prevaleren. Gisteren en vandaag proef ik het genot van het herbeleven, het hervertellen, het stilstaan bij wat eens was.

Journal

Surprise

Donderdag 5 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Sinterklaas bestaat niet in Frankrijk. Als ik het nieuws in Nederland niet zou volgen, wist ik niet dat vandaag Sinterklaas wordt gevierd. Het is denk ik voor de eerste keer dat ik een volledig Sinterklaasloos jaar meemaak.

Vroeger was ik gek op Sinterklaas. De Sinterklaas avonden bij mijn oma op de Weurtseweg behoren tot mijn mooiste jeugdherinneringen. Eerst de enorme stapel cadeaus, daarna het zingen en het uitpakken, de vele grappen van mijn ooms en tantes en als de stapel cadeaus zijn getransformeerd tot een grote bult papier en karton het inpakken van de vuilnis en het naar de dijk bij de Waalhaven lopen om daar de troep te laten opgaan in een groot vuur. Dat was genieten. Reden om er weer een jaar na uit te kijken.

Na mijn jeugd werd ik zelf Sinterklaas. In mijn studententijd verhuurde ik mijzelf als Sinterklaas. Belangrijkste taak: het vermaken van kinderen van onverschillige ouders. Papa en mama zaten tv te kijken en ik mocht met de kinderen de cadeaus uitpakken.

5 december was sowieso een belangrijke dag. Ik speelde op de middelbare school Sinterklaas. Lies schminkte mij, het begin van onze liefde. Diezelfde dag eindigde vrijend in een parkje bij de Wedren.
Vervolgens werd ik vader en loodste ik Zwarte Piet bij ons naar binnen om de cadeaus achter te laten. Genieten van het genieten van de kinderen. Die speciale Sinterklaassfeer die zich in alle Nederlanders nestelde.

Sinds de kinderen de deur uit zijn, veranderde Sinterklaas. Hij kwam meer en meer op afstand te staan. Ik vond dat ik genoeg surprises en Sinterklaasgedichten had gemaakt. Eindelijk geen druk meer om op Sinterklaasavond nog op het laatste moment gedichten te schrijven. Wat een heerlijke rust.

Niet lang daarna kwam er een vlek op Zwarte Piet. Hij bleek voor veel mensen het symbool te zijn van slavernij en kolonialisme. Laat ik eerlijk zijn, in het begin vond ik het onzin. Met twee bruine kinderen had ik Zwarte Piet nog nooit geassocieerd met discriminatie en kolonialisme, mijn kinderen ook niet. Wat een onzin om tegen Zwarte Piet te zijn.
Toch veranderde die oorspronkelijke mening. Zeker toen patjepeeërs en rechtse klootzakken een soort guerrilla strijders voor Zwarte Piet werden. Ik kijk nu zelfs met weerzin naar Zwarte Piet en kies onvoorwaardelijk voor de roetveeg Piet.

Dit jaar dus geen Sinterklaas. Toch een Sinterklaas surprise. Rond twaalf uur krijgen we een sms’je van Ymke en Heleen. Of we thuis zijn. Met hun campervan zijn ze op weg naar Hippolyte. Tegen de avond komen ze aan en hebben we een gezellige Sinterklaasavond zonder Sinterklaas maar wel met Ymke en Heleen.

Journal

Verlaten

Woensdag 4 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Onze staat van zijn is hier in Zuid-Frankrijk een geheel nieuwe fase ingegaan. Van begin mei tot half september hebben we geen dag vrij gehad. Elke dag waren we van zeven uur tot laat in de avond bezig. Af en toe gingen we een middag weg, of gingen we ’s avonds uit eten, verder stonden we 100% ter beschikking van onze gasten.

Hoe anders is ons leven nu. Er zijn geen gasten meer. Alle toeristen in de wijde omgeving zijn sowieso verdwenen. Saint-Hippolyte-du-Fort is terug geworpen op zichzelf. Wyb en ik bewonen ons grote huis nu helemaal alleen.
Onze voorgangers stopten er onder andere mee omdat ze het leven in de winter toch te saai vonden. Voor wie ontzettend ambitieus is, kunnen het inderdaad lange dagen zijn. Wij hebben november uitgeroepen tot marketingmaand. Contact leggen met nieuwe sites, verkoopkanalen, foldertjes maken, artikelen proberen te genereren. Maar goed, daar kun je ook niet een hele maand bezig mee zijn. Dat is een paar uurtjes per dag.

Zelfs het strijken, in de afgelopen maanden een doorlopende klus, is gestopt. Verder is er een groot niets, dagen waarop Wyb en ik gewoon vrij zijn. We kunnen doen en laten wat we willen, de ongekende luxe, een bonus voor maanden van keihard werken. Het enige dat onze bewegingsvrijheid beperkt zijn mijn lichamelijke ongemakken. Reizen naar Nederland is nog onmogelijk, ook Barcelona moet wachten, India hebben we inmiddels uit ons hoofd gezet. Verder: de volledige vrijheid.

Zo nu en dan maken we een tocht door de Cevennen waar de Indian Summer op zijn hoogtepunt is. Op zo’n tocht komen we vaak geen enkele auto tegen. We leven in een verlaten land. Thuis wacht de stapel boeken waar we zo naar verlangden en de balletjes van Dies die zelden rust vinden in ons huis dat kouder en kouder wordt. De woonkamer beneden is ons verwarmde hol waar we voor het eerst van ons leven dagen rust vinden, zonder ook maar één verplichting te hebben. Of toch wel, een afspraak staat vandaag, over een uur komt de verpleegster mijn wond verbinden. Tot die tijd de krant lezen en tussendoor balletjes voor Dies gooien.

Journal

Vive la France

Dinsdag 3 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Heel rustig werk ik aan de serie Vive la France, foto’s van Franse winkels die al lange tijd zijn gesloten. Alleen de gevels getuigen nog van het verleden. Verval en vervaging. De tijd is druk bezig het verleden uit te wissen. Nieuw leven wordt er niet ingepompt.

De serie is een metafoor voor de situatie in Frankrijk. Ik maak mij best zorgen over het land. Overmorgen is er bijvoorbeeld weer een landelijke staking, alles zal dicht zijn. Er is een run op de benzinepompen. De raffinaderijen zijn al een paar dagen door actievoerders geblokkeerd waardoor pompen droog staan.

Frankrijk is een oerconservatief land, de Fransen hebben een broertje dood aan verandering. De vakbonden zijn sterk en elke aanval op arbeidsvoorwaarden stuit op een muur van verzet. Hierdoor gaan er in Frankrijk nog mensen met 55 jaar met pensioen, of 60 of 62 jaar. Er is niet één leeftijd, maar de regelingen zijn, in vergelijking met de rest van Europa, riant.

Daar komt bij dat Frankrijk een massieve bureaucratie heeft, nauwelijks gedigitaliseerd is en als dat wel het geval is werkt het niet. Het paradoxale is dat een meerderheid van de kiezers Macron als president heeft gekozen. Macron heeft een duidelijk hervormingsprogramma, wil Frankrijk verder opstoten in de vaart van het neoliberalisme.
Die meerderheid van kiezers bestond echter uit een kleine minderheid van de bevolking, het opkomstpercentage was laag. Hierdoor ligt de bal nu bij Macron die Frankrijk wil moderniseren waarbij hij stuit op een meerderheid van de bevolking die of uiterst rechts is of uiterst links en in ieder geval geen verandering wil.

Vive la France is mijn stille commentaar op de situatie in Frankrijk. Mooi verval. Want Frankrijk is wat natuur en klimaat betreft een prachtig land. Daar binnen sappelen kleine boertjes, veel werklozen en kleine ondernemers met hun bestaan. Zoals ik het nu zie zijn de Fransen niet behept met veel ondernemingszin dus zeker hier in de streek veel verlaten winkels, het einde van wat eens een mooie droom moet zijn geweest.

Journal

Gevecht

Maandag 2 december, Saint-Hippolyte-du-Fort

Het Forum voor Democratie is voor een Nexit, lees ik in de krant. Dit standpunt past in het beeld dat ik van de partij heb. Modieus rechts, roekeloos, lichtgewicht, flirtend met ultra-rechts, als het zich maar kan afzetten tegen de bestaande partijen, poseurs.
Boeren schijnen tegenwoordig ook voor FvD te zijn, alleen al vanwege het anti-Europa standpunt. Waarbij we domheid kunnen toevoegen aan de vorige associaties. Boeren zijn namelijk de grootste subsidieslupers van de EU. Zonder EU blijft een fractie van de boeren over. Maar ja, je zou eens een boek lezen of de krant volgen om te kijken hoe de wereld in elkaar zit. Het is lekkerder om op een trekker te raggen.

Ik zelf ben pro EU. Al is dat niet even makkelijk. Ik lees nu Grote Verwachtingen van Geert Mak, zijn nieuwe boek over Europa. Het gepruts in Brussel en in de hoofdsteden van de lidstaten is soms onthutsend. Groeien is voor de EU belangrijker dan ontwikkelen, een goede basis onder de plannen leggen. Zelfs op dit niveau is het vaak: eerst doen, dan nadenken. En dat nadenken resulteert vervolgens in onenigheid.

Dit op mega niveau. Mijn eigen ervaringen als emigrant in Europa zijn ook niet om over naar huis te schrijven. Vrij verkeer van personen en goederen? Zal vast voor grote bedrijven gelden. Voor kleine lieden zoals Wyb en ik is het een gevecht tegen de bureaucratie. Het duurt vijf maanden om een auto van Nederland naar Frankrijk over te schrijven. Het duurt zeven maanden om in Frankrijk als emigrant een zorgverzekering te krijgen.

Op het ogenblik is een van onze gastenkamers ons kantoor. Beneden in de woonkamer hebben wij geen telefonische ontvangst, de woonkamer is namelijk een soort granieten bunker, komt geen straling doorheen. Ons appartement, dat geen verwarming heeft, is te koud om te wonen of lange tijd te bellen. Vandaar dat we uit nood, erg luxueus trouwens, onze intrek in de suite hebben genomen. Het bed is dan ons bureau. Vanaf het bed gaan we de ambtenarij te lijf.

Wyb probeert het Noordelijk Belastingkantoor te bereiken. Ze hangt voor de zoveelste keer 25 minuten aan de lijn om iemand te spreken te krijgen. Als er 25 minuten voorbij zijn wordt de verbinding automatisch verbroken. Ondertussen probeer ik vat te krijgen op de belastingperikelen rond een lijfpolis die binnenkort kan worden uitgekeerd. Ik vlieg van het kastje naar de muur. Wyb probeert daarna onze zorgkosten gedeclareerd te krijgen. Hiervoor moet ze een 13-cijferige code invullen, maar ons code bestaat uit 15 cijfers. Kleine voorbeeldjes van ambtelijk ongemak. Maar al die kleine voorbeeldjes rijgen zich aan elkaar tot één grote irritatie. De bureaucratie is de vijand van de mens.

Journal

Herfst

Zondag 1 december, Sauve

Journal

Lezers

Zaterdag 30 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

De laatste lezer

Ik lees een interview met Tim Krabbé over zijn boek dat hij over zijn vriendschap met Ferdi E. de moordenaar van Gerrit Jan Heijn heeft geschreven. De volgende zin treft me: ‘Beide hoofdpersonen waren ook mensen uit mijn wereld: een beetje academisch gevormd, bezig met zaken van de geest, ze waren lezers.’

Krabbé legt hier een scheiding aan tussen lezers en niet-lezers. Er wordt tegenwoordig volop geschreven en gedacht over een tweedeling in de maatschappij die steeds groter wordt: de tweedeling tussen mensen die met internet kunnen omgaan en mensen die daarvan, om wat voor een reden dan ook, zijn afgesneden.

Door die zin van Krabbé realiseer ik me dat die tweedeling er misschien altijd al is geweest: je hebt mensen die lezen en mensen die niet-lezen. Ik ben er van overtuigd dat er een groot verschil is tussen die groepen. Mensen die lezen, en dan bedoel ik mensen voor wie lezen een tweede natuur is geworden, die altijd een boek op het nachtkastje of op tafel hebben liggen, hebben veel meer van het leven gezien dan mensen die niet lezen. Ze hebben zich in veel meer zaken verdiept, hebben zich kunnen inleven in situaties die de niet-lezer nooit tegenkomt. Ze hebben een beroep gedaan op hun verbeelding, hebben zich moet inleven in een waaier van karakters. Vandaar mijn stelling dat lezers gelukkiger zijn dan niet-lezers: ze overzien het leven meer, zijn empathischer, flexibeler, toleranter, het leven is rijker voor ze is, lezers zijn gelukkiger dan niet-lezers.

Als je niet leest, kon je best mee in het maatschappelijk leven. Dat is met de tweedeling digitaal en digibeet anders. Daarom is de tweedeling lezers en niet-lezers nooit zo scherp naar voren gekomen. 
Ik realiseer mij dat ik een boude uitspraak doe. Goed mogelijk dat er onderzoek naar is gedaan. Ben benieuwd of die uitspraak van me daardoor wordt ondersteund. Mijn uitspraak is gebaseerd op het feit dat ik ervaringsdeskundige ben. Mijn leven zou zoveel armoediger en kleiner zijn als ik geen lezer was. Een leven zonder boeken kan ik mij niet voorstellen. Toch zijn er meer niet-lezers dan lezers.

Journal

Zitring

Vrijdag 29 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Misschien heb ik te weinig opgelet, was ik te onachtzaam. Terwijl ik toch weet dat je altijd alert moet zijn, je weet nooit. Ik had het natuurlijk kunnen weten. Alle voortekenen waren er. Alle seinen stonden op rood. Maar in de zomer voelde ik mij onaantastbaar. De gasten die we in de zomer hadden, hebben het kunnen zien: ik was in een uitstekende conditie, ik nam de trappen naar de veranda mijn sterrenbeeld indachtig.

Het grote voorteken was natuurlijk 29 december. Op die datum gaat het gebeuren. 65 jaar. Een verfoeide leeftijd, van die leeftijd kan helemaal niets goed komen. Nou doen mijn leeftijdgenoten hun uiterste best om hun leeftijd te verdoezelen, ‘oh, kijk in wat voor een uitstekende conditie ik ben’, ‘nee, ik voel me absoluut nog geen 67’. Donder op. Kijk in de rouwadvertenties. Er zijn steeds meer mensen die jonger sterven dan jij. Alsof er verdomme geen verval bestaat, je lichaam niet wordt aangetast.

Zo ben ik nu in het bezit van een zitring. Tot voor kort wist ik niet eens wat dat was. Laat staan dat ik ooit een zitring heb geambieerd. En het erge is: ik ben nog blij met die zitring ook. Goed beschouwd is het zo vernederend dat je daar blij mee bent. Als ik vroeger een nieuwe Matchbox kreeg, nam ik het overal mee naar toe. Nu neem ik die zitring overal mee naar toe. Zo’n ding blijkt toch heel praktisch te zijn, het verlicht het leven, of om preciezer te zijn, het zitten.

Sinds eind september heb ik twee gaten in mijn achterste. De anus zat er altijd al, daar is nu het gat van de fistel bijgekomen. Het gat is het einde van een schachtje dat ergens naar mijn kringspier of endeldarm loopt, precies weet ik het niet. Door dat gaatje kan allerlei troep verdwijnen, zoals pus en bloed. Mooier kan ik het vandaag niet maken.
Dat gaatje doet verrekte zeer, evenals mijn anus die ook goed onderhanden is genomen bij het verwijderen van een abces. Zo, nou ben je tot detail op de hoogte. Dit alles betekent dat ik nauwelijks kan zitten. Door die zitring steun ik bij het zitten niet op mijn anus en het fistelgaatje. De zitring is lekker zacht en de anus en het fistelgaatje worden ontlast. Ik vertel het maar gewoon zoals het is. Voordat je het weet ben je namelijk ook blij met een zitring en nu weet je dat je dan niet de enige bent.

Journal

Keizer

Donderdag 28 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vorig jaar, het was 1 augustus, besloten we in een impuls een hond te nemen. Die impuls werd veroorzaakt door het zien van een hondje dat net één dag oud was. Het duurde nog twee maanden voordat we hem konden ophalen.
Dat ophalen was niet niks want we hadden het hondje gezien in Die, in de Drôme in Frankrijk. Twee maanden later moesten we in totaal 2600 kilometer rijden om hem op te halen. In de tussentijd was ik er eigenlijk vast van overtuigd dat we spijt van die impuls zouden krijgen. Wyb en ik waren zo gewend aan de vrijheid, met niets of niemand rekening te houden.

Nu we Dies een jaar en twee maanden hebben kan ik laten weten dat we nog nooit één seconde spijt van die impuls hebben gehad. In plaat van met z’n tweeën zijn we nu met z’n drieën, Dies is namelijk wel een persoonlijkheid om rekening mee te houden. Sinds we hem vorig jaar kregen is hij altijd bij me in de buurt. Ik zeg bij ‘mij’ omdat Wyb de eerste maanden nog in Meppel werkte. Pas in maart kon ze zich bij mij en Dies onlosmakelijk aansluiten, om het zo eens te zeggen.

Dit blog ontspoort want ik wilde het niet over Dies hebben, ik wilde het over katten hebben. In de tijd dat we Dies kregen hadden we nog een kat, Gijs geheten. Als je wilt weten hoe hij eruit zag, klik even op het kopje Gijs in Dossiermoddergat. De kat op de foto kwam ik een paar dagen geleden tegen.
Met terugwerkende kracht kreeg ik gisteren een schuldgevoel dat wij ooit ons huis voor Gijs beschikbaar stelden. Gisteren las ik het nieuws dat de Nederlandse katten gezamenlijk zo’n 140 miljoen andere dieren doden en dat katten eigenlijk binnen moeten blijven volgens de Europese regels. . Ik weet er alles van. Van die 140 miljoen heeft Gijs er duizenden vermoord.

Gijs was de Keizer van Lhee, hij heerste over de bossen en velden van het dorp. Zijn kattenmacht kende geen grenzen. Hij joeg door zijn domein en pakte wat hij te pakken kon krijgen. Zelfs een paar dagen voor zijn dood, ziek, moe en der dagen zat, bracht hij nog drie jonge haasjes mee naar zijn paleis. Tot het bot vrat hij ze op.

Op Dies valt weinig aan te merken. Bijna een perfecte hond. Jammer dat hij nog wel eens tegen iemand op wil springen. Verder is het een prima hond voor een chambres d’hôtes. Het afgelopen jaar heeft niemand over hem geklaagd. Integendeel. Een aantal mensen gaf aan ook zo’n hond te willen.
Er rust één smetje op hem. Toen we hem kregen was hij geobsedeerd door Gijs. Zo’n fascinerende hond had hij nog nooit gezien. Gijs wist wel wat honden en katten waren en hij haatte tot het diepst van zijn wezen honden.
Hij nam het ons zeer kwalijk dat wij zo’n rotbeest in huis hadden genomen. Van ellende besloot hij dood te gaan. Moe en der dagen zat en dan ook nog een hond. Dat is gewoon te veel voor een kat die zich superieur waande en het mooiste leven leidde wat een kat kan hebben. De vogels, de muizen, de haasjes, de kikkers vierden op de dag van zijn dood een heel groot feest.

Dies was zich van geen kwaad bewust. Tot op de dag van vandaag vindt hij katten zeer fascinerende honden.

Journal

Filter

Woensdag 27 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Een goede kennis stuurt heel lief een email met beterschap en sterkte. Daarbij vertelt ze uitgebreid wat er in het roerige Nederland van dit moment speelt. Ook dat is lief. Ze denkt natuurlijk dat wij ver weg zitten en nauwelijks nog zicht hebben op het reilen en zeilen van het vaderland. 
Het grappige is dat het tegendeel het geval is. Ik ben altijd een nieuwsfreak geweest. Toch heb ik nog nooit zo goed het Nederlandse nieuws gevolgd als nu. Komt zeker ook door mijn ziekte. Ik heb alle tijd om kranten te lezen en de Nederlandse televisie te volgen. Mijn nicht adviseerde ons gebruik te maken van de app NLziet.nl. Ideale app, hiermee kunnen we live Nederlandse televisiekijken en ook een paar dagen terugkijken.

Ik lees elke dag twee kranten, de Volkskrant en de NRC, zie elke avond DWWD en Pauw, dat laatste programma met steeds minder plezier. Volgens mij moet de stofkam door de redactie. Er zitten net iets te veel mensen in die alleen van Nederlandse populaire muziek houden. Of Pauw heeft gewoon een slechte muzieksmaak, dat kan ook. Wat ik wilde zeggen: nog nooit was ik zo goed op de hoogte van de gebeurtenissen in het vaderland, of is het moederland? Ik denk toch dat ik moederland prefereer.

En toch heeft mijn goede kennis enigszins gelijk. Sinds we hier wonen kijk ik toch anders naar alle kennis die ik opdoe door al dat lezen en televisiekijken. Het lijkt alsof er een filter voor die kennis is gezet. Een filter van afstandelijkheid. Ik doe mijn kennis op via de officiële media, maar ik mis de gesprekken bij het koffieapparaat, de vluchtige gesprekken in de trein, het gehakketak met vrienden. Ik heb eigenlijk geen idee hoe Nederland op het ogenblik werkelijk aanvoelt.

Wyb en ik zitten hier in onze eigen bubbel. Denk niet dat ik enig idee heb wat er in Frankrijk speelt. Al het nieuws over Frankrijk krijg ik via de Nederlandse media. Af en toe kopen we een Franse krant die Wyb vele malen beter kan lezen dan ik. Maar de echte connectie met het Franse nieuws ontbreekt. De fysieke afstand die we met het moederland hebben lijkt zich te vertalen in psychologische afstand. Het is toch alsof we geen echte deelnemer meer zijn van het Nederlands gedoe. De echte hitte van het nieuws en het debat is verdwenen, ik voel me meer dan ooit een observator.

Terwijl ik als een spons nieuws tot mij neem, wat is het nut?, wat doe ik ermee?, is Wyb gewoon hard aan het werk. De tuin is veel meer werk dan gedacht. We zijn met een soort reddingsoperatie bezig. Als we niet ingrijpen zal de bamboe de heggen overwoekeren. Onze achterbuurman heeft al met een advocaat gedreigd als we de klimop niet een kopje kleiner maken. De klimop is met zijn wortels diep in de oude muren doorgedrongen. Niet te vergelijken dus met onze wortels die zowel in Nederland als Frankrijk niet echt gehecht zijn. Footloose heet dat geloof ik in goed Engels.

Journal

Huizen

Dinsdag 26 november, Monoblet

Laten we het eens over schoonheid hebben, de schoonheid die ik in Frankrijk ervaar. Een van de eerste dingen waar ik dan aan moet denken zijn de huizen, speciaal de huizen in de Cevennen. Ik vind de huizen hier ongekende mooi. Niet dat ze met het oog op schoonheid zijn gebouwd. Misschien wel integendeel. Ik denk dat de makers niet zo hebben stil gestaan bij schoonheid. Ze zijn in eerste instantie vooral functioneel. Daardoor zijn ze gelukkig heel eerlijk geworden.
De huizen in de Cevennen zijn groot en robuust. Aan alles merk je dat de muren dik zijn. Wat functioneel is want hierdoor is het in de zomer koel in de huizen en blijft in de winter de warmte goed hangen. Met dat zelfde doel hebben de oude huizen eigenlijk nooit grote ramen. Het zijn huizen uit één stuk.

Belangrijke reden waarom de huizen zo mooi zijn, heeft denk ik te maken met het feit dat ze voor de eeuwigheid worden gebouwd. In Nederland wordt er voornamelijk gebouwd om te patsen, dan denk ik aan die verschrikkelijke boerderettes die worden neergezet of van die mansions waar de Geer en Goor van deze wereld in leven. Over dertig jaar zal niemand meer begrijpen waarom ooit iemand die lelijkheid liet bouwen. Nederland heeft een talent voor modieuze lelijkheid. Andere intentie waarmee wij huizen bouwen: ze moeten zo goedkoop mogelijk zijn. Het resultaat is hetzelfde: lelijkheid, miezerigheid, liefdeloosheid.

Een ander aspect van de schoonheid hier is de ruimte waar de huizen in staan. In Nederland staan huizen op grond zo groot als een postzegel, of we rijgen ze aan elkaar in fantasieloze straten, of we gaan ze stapelen in slaapverwekkend wijken. De huizen in de Cevennen staan op een aantal hectares en dat levert letterlijk ruimte op om te ademen. Een huis kan hier volledig tot zijn recht komen. Zeker omdat de huizen enorme volumes hebben. Een huis mag hier echt een huis zijn.

En dat niet alleen op het platteland. Wij wonen midden in het dorp/stadje, ik weet eigenlijk niet wat het precies is, in een smal straatje. Veel mensen geloven helemaal niet dat ze op het goede adres aankomen nadat ze eerste de foto’s van Les Trois Comtes hebben gezien. Pas als ze binnen zijn, het huis zien en de tuin, weten ze dat ze goed zitten. En dat geldt voor alle huizen in ons feitelijk onooglijke straatje. Achter die bescheiden gevels bevinden zich kasten van huizen waar de bouwers zich naar hartenlust hebben kunnen uitleven.

Journal

Zitten

Maandag 25 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Een tafel en een stoel waren altijd essentieel in mijn leven. Een tafel om te vergaderen, om aan te schrijven of aan te lezen. Iets anders heb ik eigenlijk niet gedaan in mijn leven. Een stoel om op te zitten. Ik heb er verder nooit over nagedacht. Overal waren tafels en stoelen. Zitten kon ik overal.
Tot eind september 2019. Opeens werd zitten een ding. Een abces werd weggehaald, een fistel ontstond en zitten was zomaar een onderwerp. Ik kan nauwelijks nog zitten. Stel je een zitloos leven voor. Ik kon het me niet voorstellen, nu moet ik er mee leven. Geen idee hoe lang ik ermee moet leven.

Met dat zitloos leven is mijn leven veranderd. Het vergaderen had ik eigenlijk al achter me gelaten, nu ik niet meer kan zitten wordt vooral schrijven een probleem. Lezen kun je nog liggend, het boek omhoog houdend of naast je leggend. Schrijven kan ik alleen rechtop. Laptop op tafel of op schoot. Dat lukt nu niet meer.
Om te schrijven maak ik nu de schoorsteenmantel leeg en zet de laptop op de schoorsteen. Ik geloof dat Charles Dickens ook vaak staande schreef. Dat moet dus mogelijk zijn. Een blogje Dossiermoddergat is niet zomaar gedaan. Want met het schrijven is ook het bewerken van foto’s een probleem geworden. Mijn leven speelde zich zittend af.

Ook voor Les Trois Comtes ben ik uitgeschakeld. Om mij heen wordt volop gewerkt, er is een tuinman die dode bomen naar beneden haalt en klimop van de gevels haalt. Wyb loopt af en aan met struiken en takken. Ik kan alleen jaloers toekijken. Ik mag geen zware dingen tillen, als ik buk lijkt mijn kont te scheuren. Je kunt geruststellen dat ik voor een paar maanden (?) gehandicapt ben.
Laat staan dat ik, zoals onze tuinman, in bomen klim en takken en stam naar beneden haal. Zelfs toen ik nog in moordende conditie was, en dat was ik tot eind september, had ik dat nooit gedurfd. Ik zie het nu met grote bewondering aan hoe iemand zorgvuldig met kettingzaag in een boom klimt en vervolgens de boom een kopje kleiner maakt. Dat wil ik verdomme ook kunnen.

Journal

Tieten

Zondag 24 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Wie in de veronderstelling leefde dat het in Zuid-Frankrijk altijd mooi weer is, heeft al in de Nederlandse kranten kunnen lezen dat dit niet het geval is. De afgelopen dagen waren er tropische regens, gevolg overstromingen en modderstromen. Er vielen zelfs doden. De herfst is hier in volle gang. Hier in Saint-Hippolyte-du-Fort, waar wij wonen, schijnt van de 365 dagen in het jaar 300 de zon, zegt men. Ik weet het niet, kan door het seizoen komen, maar ik zou er een paar dagen afdoen.

Ik ga niet klagen want evenals in Nederland is de herfst hier prachtig. De Cevennen is bekend om zijn kastanjebomen, hierdoor verschiet het hele landschap van kleur. Van groen schiet het landschap naar geel en bruin. 
De wijnvelden staan er prachtig bruin en afgeleefd bij. Ze hebben een zwaar jaar achter de rug. De zon heeft de zweep erover heen gegooid, veel druiven zijn veel kleiner uitgevallen dan normaal. Er waren weken bij dat het kwik niet onder de 35 graden zakte. De wijnboeren halen steeds meer druivensoorten uit Spanje om hun gaarden aan te passen aan de klimaatverandering, lijkt me erg noodzakelijk.

Als je Nijmegen nadert is er altijd de St.Stevenstoren die als een baken van herkenning in de stad staat. Als je vroeger Groningen binnen reed waren het de pijpen van de centrale. Zo heeft elke stad zijn herkenningspunten. Punten die je, als je ze ziet, doen beseffen dat je thuiskomt. 
Ook Saint-Hippolyte heeft zijn herkenningspunt. Het zijn de twee bergen die achter de wijngaard liggen. Altijd als we Saint-Hippolyte naderen zeggen Wyb en ik tegen elkaar dat De Kameel er ook weer ligt, aldus de benaming die wij de bergen hebben gegeven: De Kameel.

Bij ons stadje liggen een aantal hele mooie wijnhuizen, een daarvan is Le Sollier, het ligt aan de voet van deze twee bergen. Toen we daar voor de eerste keer kwamen, kregen we te horen dat die bergen helemaal geen Kameel heten. De oude wijnboer vertelde ons dat ze officieel Les Jumelles heten, De Tweeling. Le Sollier heeft een heerlijke kruidige rosé die naar de berg is genoemd. Op het etiket prijkt de contour van de berg.

De oude wijnboer voegde er aan toe dat vrijwel niemand de berg Les Jumelles noemde. In de volksmond heet hij namelijk Les Nénés, bargoens voor De Tieten. Onze aankomst in Saint-Hippolyte is hierdoor veranderd, natuurlijk is Les Nénés een veel betere naam dan De Kameel. Als we nu Saint-Hippolyte naderen zeggen we tegen elkaar: ‘Kijk, de tieten liggen er weer mooi bij.’

Journal

Reizen

Zaterdag 23 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

In Het Dossier vallen de afgelopen twee maanden best vaak de woorden ziekte en ziekenhuizen. Terecht, want beide woorden spelen een grote rol in mijn leven. Er kan hierdoor wel een verkeerd beeld ontstaan. Ondanks het ongemak hebben we toch een prima leven hier in Frankrijk. De planning van ziek zijn is niet slecht. Geluk bij een ongeluk. Net nadat het hoogseizoen voorbij was, werd ik geveld. Er is nu nog maar één iemand de boel kan bestieren: Wyb. En gelukkig kan dat prima omdat we nog maar sporadisch gasten hebben.

Daarnaast is het heel rustig. Een rust waar we ons na een drukke tijd erg op verheugden. We wilden wandelingen door de Cevennen maken, een keer naar Barcelona rijden, Zuid-Frankrijk verder verkennen. Helaas sloeg bij mij dus de immobiliteit toe. Even lekker in een auto zitten, een beetje door de heuvels trekken, het is even (?) niet voor me weggelegd.

Als je niet lijfelijk kunt reizen dan moet je het maar geestelijk doen, dus we lezen veel. Wyb en ik verslinden het ene na het andere boek. Een heerlijkheid om dat te kunnen doen na een leven van reizen en vele avonden in theaters zitten. Een tijdje heb ik veel minder gelezen, mijn concentratievermogen leek door internet verpest. Gelukkig heb ik die dip overwonnen en ging als een mes door de boter door Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer en Zwarte Schuur van Oek de Jong heen. Nu geniet ik van De grote verwachtingen van Geert Mak.
Daarnaast is er de rijkdom van YouTube, documentaires te over. Ik mis het fotograferen maar compenseer dat door op YouTube naar lezingen van en documentaires over fotografen te kijken. Zelfs alleen op een bed kan ik me prima vermaken.
Grote aanrader: het verzameld werk van Menno Wigman.

In de schaduw

De zomer vloert de stad,
   likt liefdes uit, legt grijsaards af.
Ik lees hun zwart omrande namen
   en prijs de eenvoud van de dood,
het slapen van mijn bloed.

De boulevard! De zeewind!
   Blauwe oevers! Befloerste bossen!
Ik zag het op tv. Nu ontwaakt het oproer
   in hun broeken, stromen de jurken
vol warme stranden, één lange, klamme
   en verdwaalde revolutie, dans,
drank en kelen die kraaien om méér.

Ik leef in de schaduw. Ik lees kranten
   en bid om goddelijke rampen.
Mij kan niemand nog genezen.

Journal

Drijfhout

Vrijdag 22 november, Nïmes

De inspirerende foto boven is het uitzicht dat ik vandaag zeven uur had. Om half tien moest ik mij melden voor een operatie in het ziekenhuis van Nîmes. Na mij omgekleed te hebben in een patiëntenkostuum ging ik in de wachtkamer zitten. Drie uur heb ik daar een beetje met mijn iPhone gespeeld. Ik was verdomme vergeten een boek mee te nemen. Wijze les voor de volgende keer: altijd een boek meenemen, je weet nooit

Na drie uur werd een brancard binnen gereden en mocht ik gaan liggen. Een verpleger, die mij herkende -‘U bent toch van die chambres d’ hôtes, ik heb laatst nog met uw vrouw gepraat.’- rijdt mij naar de anesthesist om mij in een heerlijke narcose te brengen. Als je later (?) dood bent en je komt in zo’n zalig niets, dan is het toch prima. Wil ik best voor tekenen. Dat prefereer ik toch echt boven gedoe met een hemel, een hel en vagevuur of een leger maagden.

Ik lig een half uurtje te wachten tot ze me daadwerkelijk gaan opereren. Dan komt een verpleegster zeggen dat er een noodoperatie moet plaatsvinden en dat mijn operatie wordt uitgesteld. Ik word teruggereden naar de wachtkamer van de polikliniek. Zo zit ik weer tegenover het rijtje stoelen op de foto. Uiteindelijk word ik tegen half vijf gehaald. Negen uur later worden Wyb, die me komt halen en de hele dag door Nïmes heeft gezworven en nuttige dingen heeft gedaan, schoenen gekocht, naar de garage geweest, weer herenigd. Eindelijk kan ik voor het eerst die dag wat eten en drinken.

Gelukkig ben ik erg goed in wachten. In sommige gevallen vind ik wachten zelfs heerlijk. Zo vind ik het een genot om een paar uur op een vliegveld te moeten wachten. Tijdens het wachten zet ik mijn hoofd in de mijmerstand, het mijmeren wissel ik af met geklooi op iPhone en kijken naar mensen. 
Het is soort zentoestand. Ik kan me helemaal neerleggen bij zo’n situatie. Het is niet anders. Het mijmeren drijft me van de ene op de andere gedachten die als drijfhout worden meegenomen op een gestaag stromende rivier. Zo sluit ik dit stukje met een mooie literaire metafoor af, hoop ik. De lezer moet in Dossiermoddergat toch wat meer worden voorgeschoteld dan een kale notitie over een wachtkamerdag.

Journal

Actieradius

Donderdag 21 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Mijn actieradius is al zeven weken zeer beperkt. De eerste vijf weken pendelde ik alleen van huis naar ziekenhuis en terug. Ik kon niet zitten, lopen deed me pijn. Sinds anderhalve week, nadat ik een katheter door de buik kreeg, en ik goede pijnstillers heb, maak ik met Wyb weer kleine autotochtjes door de omgeving en kan ik weer een klein rondje met Dies lopen. Door die beperkte actieradius heb ik wekenlang geen foto’s kunnen maken. Dossiermoddergat kwam die tijd door omdat ik een tamelijk groot fotoarchief heb. De foto die ik vandaag plaats komt ook uit dat archief. Ik heb hem in september in Arles genomen, een stad die barst van de fotografie, onder meer omdat er jaarlijks een van de grootste foto-exposities van de wereld is.

Mijn buurman hier in Saint-Hippolyte-du-Fort, een Engelsman, is ook fotograaf. Hij reist de wereld over en fotografeert de mooiste interieurs, tuinen en omgevingen voor de meest chique bladen, glossyer dan glossy. Momenteel is hij op reis naar India. Hij zal zeker met prachtige foto’s terugkomen. Hij en ik zijn daarmee wel totaal tegengestelde polen. Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in geliktheid en afgeronde schoonheid. Mijn interesse ligt juist bij het marginale, het toeval, het lelijke, de scheuren, de armoe, het sjofele, de straat. Daarom hou ik zo van de foto hier boven. Totaal verschillende mensen hebben totaal verschillende dingen op een muur geplakt. Waarom? Niemand die het weet en toch vormen deze afzonderlijke dingen, door toeval ontstaan, een nieuwe realiteit. Daar komt bij dat er foto’s tussen zitten en die foto’s krijgen, in die nieuwe realiteit, een geheel nieuwe lading.

Aankomende januari zouden Wyb en ik ook naar India afreizen. Ondanks dat we de tickets in huis hebben zal de reis niet doorgaan. Tenzij er een medisch wonder gebeurt. Maar één ding is zeker: ik was met totaal andere foto’s thuisgekomen dan mijn buurman.

Journal

Geest

Woensdag 20 november, Anduze

Elke dag verbindt een verpleger mijn buikkatheter. Het draagt er zeker toe bij dat ik mij een volwaardig patiënt voel. De verpleger die vandaag langskomt spreekt Nederlands. Als ik het me goed herinner komt zijn vader uit Nederland.
Bij het weggaan zegt hij dat veel Fransen Nederland fascistisch vinden. Ai. Dat heeft, als ik hem goed heb begrepen, twee redenen.
Als eerste vertelt hij me het verhaal over zijn oom die euthanasie wilde plegen. Omdat hij dat wilde voorkomen, en laten weten dat er genoeg redenen zijn om te blijven leven, reisde hij naar Nederland. Maar hij was te laat. Op het moment dat hij bij zijn oom was kwam de arts binnen. En waar iedereen bij was kreeg zijn oom zomaar een spuitje. ‘Zo is Nederland. Dat is in Frankrijk ondenkbaar.’
Daarna fulmineert hij tegen de gele hesjes, volgens hem allemaal van het Front National. Maar op zich is hun protest begrijpelijk, het draait steeds meer om geld, mensen raken in de verdrukking. Nederland schijnt voor de Fransen het voorbeeld te zijn hoe het niet moet, alles is in Nederland geëconomiseerd. Al bij al staan we er niet goed op bij die Fransen, schijnt. Ik heb er zelf nog niets van gemerkt. Hij is de eerste die er over begint.
De geëngageerdheid in Frankrijk is in ieder geval groot. Elke week staan op de markt nog gele hesjes handtekeningen op te halen. Voortdurend horen we dat er ergens wordt gestaakt. We hebben er zelf twee keer mee te maken gehad, de post heeft gestaakt en de medewerkers van ons medisch centrum.
Als we ’s middags naar Anduze gaan zie ik een vrouw scharrelen aan de rand van het parkeerterrein. Ik ben altijd geïnteresseerd in mensen die scharrelen. We lopen naar haar toe en zien dat ze voor haar huis een soort protest-installatie bouwt.
De geest van protest waait door de wereld, van Hongkong tot Chili, van Bolivia tot Den Haag. Zelfs in dit verlaten stukje van de Languedoc waait de geest.

Journal

Kat

Dinsdag 19 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

‘Heeft u allergieën?’ vraagt de dokter. ‘Nee, ik heb geen allergieën,’ zeg ik.
Even later blijkt dat niet te kloppen. Ik blijk allergisch voor katheters te zijn. Katheters door mijn penis om precies te zijn. Gelukkig is die allergie vorige week verholpen met het aanbrengen van een katheter door mijn buikwand.
Ben u er nog? Ja, het leven is vaak hard en onaangenaam dus we moeten alles onder ogen zien dus ook alles beschrijven.
Die nieuwe katheter zorgt ervoor dat ik weer enigszins mobiel ben. Eindelijk kan ik weer kleine wandelingetjes maken en met Wyb aan het stuur tochtjes door de omgeving maken. Niet te lang want dan speelt mijn fistel op. Vrijdag word ik voor de vierde keer geopereerd, hopelijk maakt de operatie het zitten makkelijker.
Maar daar wilde ik het allemaal niet over hebben. Ik wil het hebben over de Cevennen kat. Op ons tochtje naar Anduze via de binnenwegen van de Cevennen komen we opeens de kat weer tegen, dit keer op een elektriciteitspaal (bovenste foto). Wyb ziet hem, met dank. Het is de zoveelste kat die we in de Cevennen tegenkomen. In dit enorme gebied rijdt iemand rond die hier en daar uitstapt en een kat op de meest onwaarschijnlijke plekken spuit. De man of vrouw is een waar kunstenaar, elke keer laat hij me aangenaam verrassen. Banksy Light zouden we hem kunnen noemen.
En hij heeft navolgers. In Anduze komen we een kat tegen die op de katten van de Banksy Light lijkt (middelste foto). Ik stap uit om toch een foto te maken. Alles dient gedocumenteerd. Dan zie ik tegenover die ene kat een andere kat (onderste foto). Dit alles op de oprijlaan van een echte kattenliefhebber. De andere kat valt twee vogeltjes aan. Het leven is vaak hard en onaangenaam. Maar alles dient beschreven -en geschilderd.

Journal

Kaki

Maandag 18 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Achter in onze tuin staat een kaki boom, een vrucht waar ik nog nooit van gehoord. Aan de boom zijn de vruchten keihard en het duurt lang voordat ze rijp zijn. Als ze eenmaal rijp zijn, is het vruchtvlees heerlijk zoet. We hebben een rijke oogst, weten bij god niet wat we met zoveel lekkere vruchten moeten. Dus wie langs wil komen om een emmer mee te nemen is welkom.

Journal

Enclave

Zondag 17 november, La Gardiola

Twee kilometer buiten Saint-Hippolyte-du-Fort in de heuvels ligt een Rooms–Katholieke enclave La Gardiola, een kerk, een paar kapelletjes gewijd aan Maria, een oud internaat, een paar huizen die vermoedelijk als klooster dienden. De sfeer doet mij Russisch aan alsof ik Tsjechov of Paustovsky lees. Zo nu en dan klingelt een kerkklokje. We komen een priester tegen die familie rondleidt. Een van de mannen vertelt dat hij vanuit Amsterdam een cruise door de fjorden van Noorwegen heeft gemaakt.

Vu

Zaterdag 16 november, Arles

Vu

Vrijdag 15 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vu

Donderdag 14 november, Montpellier

Vu

Woensdag 13 november, Montpellier

Ode

Dinsdag 12 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

 

Ode aan mijn hart

Eindelijk opent zich mijn binnenste en
zie ik de drummer zijn strakke ritme slaan.

Goed zo, jongen, up tempo. Zo lang jij
doorslaat zit er leven in de brouwerij.

Naast mij een scherm voor de opname en
een man met camera en microfoon ineen.

De drummer drumt onverstoorbaar door,
Zijn ritme is de soul van mijn bestaan

Op en neer danst zijn muziek. Takketak,
takketak. Hij stuwt het bloed en pompt

de swing in mijn lijf. Met liefde zie ik
hem werken in zijn geïsoleerde studio.

Doorgaan mijn jongen, lekker altijd
door blijven slaan. Hierbij mijn fanmail.

Bidprentje

Zondag 10 november, Ganges

En om dan toch nog even in morbide sferen te blijven, de familie waaruit ik voortkom schrikt daar nooit voor terug, Wyb maakte deze foto voordat we voor de zoveelste keer naar het ziekenhuis in Ganges gingen. Eindelijk eens een foto waar ik goed op sta.
‘Mooie foto,’ zeg ik tegen Wyb. ‘Hebben we meteen een foto voor het bidprentje.’

Beterschap

Zaterdag 9 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Dank aan iedereen die mij beterschap en sterkte wenste, per Facebook, mail of telefoon. Speciaal aan Werner die mij beterschap wenste maar ook zichtbaar maakte hoe we uiteindelijk, ondanks beterschap en sterkte, zullen eindigen. Is het niet morgen dan wel over honderd jaar.

Wachtkamer

Donderdag 7 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Ik heb nog nooit zo lang niet geschreven. En dan bedoel ik niet nog nooit zo lang niet geschreven in Dossiermoddergat, nee, dan bedoel ik überhaupt nog nooit zo lang niet geschreven. Er gingen jaren voorbij dat ik` per dag zeker vijfhonderd tot tweeduizend woorden schreef. Zo heb ik in een tijdspanne van ongeveer twintig jaar dertig kinderboeken geschreven. Toen ik daar genoeg van had, heb ik acht jaar lang elk dag een blog geschreven. Ergens op mijn harde schijf staan duizenden blogs, teksten die leuk zijn voor één dag, daarna zijn ze vervlogen, maar wat maakt het uit. Ik en een paar lezers hebben er plezier aan beleefd.

Belangrijke vraag: hoe komt het nou dat ik zo lang niet heb geschreven? Dit komt door verschillende oorzaken. Eerste oorzaak is misschien wel dat ik te veel heb geschreven. Ik heb het idee dat ik mezelf heb overvoerd met mijn eigen woorden. De woorden verloren hun glans, ik zag me mijzelf herhalen. De woorden begonnen steeds zwaarder op me te drukken. Als je op die manier je eigen woorden ervaart, vergaat je de lust.
Andere oorzaak: de fotografie. Hoe meer ik de fotografie herontdekte, des te minder schreef ik. Het beeld fascineerde mij al snel meer dan het woord. Ik keek met verbazing naar mijzelf. Nooit gedacht dat dat ooit zou gebeuren.

Belangrijke oorzaak is ook zeker een boek dat ik schreef. Tweeënhalf jaar schreef ik aan een roman. Titel: De Plagen. Na die tweeënalf jaar stuurde ik hem op naar diverse uitgevers, die hem ook weer terugstuurden. Ik zou er nog aan moeten werken, sommige kwamen met echt goede tips. Maar het punt was dat het een tamelijk dik boek was, tegen de vierhonderd pagina’s. Hem nog een keer door de computer halen zou me zeker weer een jaar of anderhalf kosten. De moed zonk me in de schoenen. Het boek was geschreven. Ik zag de feilen eraan, maar kon de energie niet opbrengen om er opnieuw stevig mee aan de slag te gaan. Nadat ik een paar hoofdstukken had bewerkt, grote stukken herschreef, besloot ik dat het mooi was geweest. Ik wilde niet meer elke dag met het boek bezig. Ik wilde helemaal niet meer met het boek bezig. De Plagen ligt nu in zijn graf in de vorm van een map in mijn computer.

De afgelopen weken heb ik zelfs nauwelijks een computer aangeraakt. Niet om aan foto’s te werken, laat staan om te schrijven. Na een prachtige zomer waarin Wyb en ik keihard en met grote voldoening hebben gewerkt, werd ik ziek. Op 1 oktober ben ik geopereerd aan een abces in mijn darm. Daarna volgde de ene na de ander complicatie. Ontstekingen, niet meer kunnen plassen. Niet meer kunnen zitten, nauwelijks kunnen lopen. Aankomende dinsdag volgt een nieuwe operatie.
Kans op het maken nieuwe foto’s heb ik niet, ik ben momenteel veroordeeld tot immobiliteit. Mijn gezondheid kost veel tijd: Wyb en ik hebben inmiddels heel wat wachtkamers van binnen gezien. Geen idee hoe het met Dossiermoddergat verder moet. Het Dossier groeit dankzij dingen zien en meemaken.
Nou ja, dat wilde ik toch even laten weten. De trouwe lezer/kijker is gewend dat er elke dag iets op Het Dossier verschijnt. Dat zou de aankomende tijd wel eens niet meer kunnen gebeuren. Nadeel van zo’n ziekbed: je kunt zelf nauwelijks nog iets maken. Het voordeel: je kunt meer genieten van de maaksels van anderen. Eindelijk tijd om veel te lezen. En te Netflixen natuurlijk.

Vu

Woensdag 6 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vive la France

Vu

Dinsdag 5 november, Montpellier

Vu

Maandag 4 november, Saint-Hippolyte-du-Fort/Carcasonne

Vu

Zondag 3 november, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vu

Zaterdag 2 november, Montpellier

Vu

Vrijdag 1 november, Sauve

Vu

Donderdag 31 oktober, Cevennen

Vu

Woensdag 30 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vu

Dinsdag 29 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vu

Maandag 28 oktober, Cevennen

Vu

Zondag 27 oktober, Sommières

Vu

Zaterdag 26 oktober, Montpellier

Vu

Vrijdag 25 oktober, Sauve

Vu

Donderdag 24 oktober, Arles

Vu

Woensdag 23 oktober, Sommières

Vu

Dinsdag 22 oktober, Montpellier

Stippen op de horizon

Vu

Maandag 21 oktober, Arles

Vu

Zondag 20 oktober, Arles

Vu

Zaterdag 19 oktober, Montpellier

Vu

Vrijdag 18 oktober, Montpellier

Invalide straatmannetjes hebben het in Frankrijk niet makkelijk. Ze leiden een leven vol gevaren. Zo is het bovenste mannetje overleden bij een aardverschuiving en is het onderste mannetje jammerlijk verdronken. God hebben hun ziel -als er tenminste een god voor invalide straatmannetjes bestaat. Maar dat zal wel, een god is zo verzonnen.

Vu

Donderdag 17 oktober, Arles

Vu

Woensdag 16 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

Als rechtgeaarde bordercollie begint Dies meteen te drijven als hij een schaap ziet.

Vu

Dinsdag 15 oktober, Montpellier

Vu

Maandag 14 oktober, Saint-Hippolyte-du-Fort

Zie hier alvast de foto voor de hoes van het vijfde album van Wybrich: Rock-‘n-Roll Woman. Te bestellen vanaf 1 november via het label Dossiermoddergat Rock. Te downloaden op de bekende streamingsdiensten vanaf dezelfde datum.

Vu

Zondag 13 oktober, Carcasonne

Vive la France

Vu

Zaterdag 12 oktober, Carcasonne

Vu

Vrijdag 11 oktober, Arles

Attack on the body

Vu

Zaterdag 28 september, Lac de Segalou

Vu

Vrijdag 27 september, Saint-Hippolyte-du-Fort

Family life

Vu

Donderdag 26 september, Uzès

Vu

Woensdag 25 september, Saint-Hippolyte-du-Fort

Vu

Dinsdag 24 september, Lac de Segalou

Vu

Maandag 23 september, Uzès

Vu

Zondag 22 september, Arles

Vu

Zaterdag 21 september, Uzès

De laatste lezer

Vu

Vrijdag 20 september, Uzès

Vu

Donderdag 19 september, Uzès

Vu

Woensdag 18 september, Arles

Vu

Dinsdag 17 september, Uzès

Viool

Maandag 16 september, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

 

Het meisje met de viool

Daar loopt het meisje,
de viool op haar rug.
Ze loopt zoals meisjes lopen
met een viool op hun rug.

Het meisje met de viool
kan toveren. Ze strijkt
heel zacht over snaren
tranen uit de ogen.

Vu

Maandag 16 september, Uzès

Vu

Zondag 15 september, Uzès

Vu

Zaterdag 14 september, Arles

Vu

Vrijdag 13 september, Arles

Het hebben van een hond is een genot. Het betekent wel dat je gescheiden door musea en exposities moet lopen. Honden mogen verdomme nergens naar binnen. Zo zit altijd of Wyb of ik buiten op een terrasje te wachten. Gelukkig komt Dies niets te kort, heeft hij zijn eigen fototentoonstelling.

Vu

Donderdag 12 september, Arles

Vu

Woensdag 11 september, Saint-Roman-de-Codières

Vu

Dinsdag 10 september, Sauve

Vu

Maandag 9 september, Le Mazelet

Op excursie met gasten naar wijndomein Le Mazelet, onze huiswijn.

Vu

Zondag 8 september, Le Mazelet

Vu

Zaterdag 7 september, Sauve

On est

Vrijdag 6 september, Saint-Hippolyte-du-Fort

 

On est

On est.
Men is.
Goed dat iemand dat op een boom schrijft.
Het is zo makkelijk te vergeten
dat we er zijn, het lijkt zo vanzelfsprekend.

Even licht tussen twee donkerten.
Je zou verwachten dat we ons wat meer verwonderden.

Het licht.
Men is.
On est.

Waar komen opeens die auto’s vandaan
en al die anderen? Tafels en stoelen.
Er zijn zelfs trouwjurken. Mensen
die van elkaar houden en mensen die zingen.
Wonderen tussen de donkerten in.

Er zijn mensen die kunnen lopen
en mensen die kunnen buikspreken.
Er zijn mensen die zich opblazen omdat ze geloven
dat ze de beste zijn en dan America First roepen.
Verwondering, verwondering.

On est.
Men is.
Dank voor degene die dit
op een dikke boom in Saint-Hippolyte-du-Fort schreef.
Ik was het bijna vergeten.

Vu

vrijdag 6 september, Sauve

Vu

Donderdag 5 september, Arles

Vu

Woensdag 4 september, Montpellier

Vu

Dinsdag 3 september, Arles

Vu

Maandag 2 september, Arles

Nieuwsgierig? 2

Zondag 1 september, Saint-Hippolyte-du-Fort

Nieuwsgierig hoe het met ons gaat? Kan ik me best voorstellen. Twee mensen, prima banen in de theaterwereld, wonen prachtig in Dwingeloo en stoppen dan met alles om naar Frankrijk te vertrekken en daar in Saint-Hippolyte-du-Fort, prachtige naam trouwens, een chambres d’hôtes te beginnen.
Inmiddels zijn we vijf maanden verder, hebben we meer dan 500 gasten ontvangen en hebben we in die vijf maanden geen dag vrij gehad. Hoe dat bevalt?

Vanmorgen sprak ik de volgende zinnen uit.
‘Hebben de Nieuw-Zeelanders al koffie gehad?’
‘Wanneer checken de Londenaren eigenlijk uit?’
‘Wanneer komen nou die Amerikanen voor die bruiloft?’
‘Heb je al gehoord dat die Bulgaren terugkomen? Die gaan weer op wijnreis.’
Deze zinnen zeggen alles over het werk wat we nu doen. Veel meer dan we verwachtten, runnen we een chambres d’hôtes die een internationaal trefpunt is. In die maanden hebben we alle continenten in huis gehad. 
Vorige week was het helemaal bont. We hadden twee vrouwen die bij ons hadden afgesproken. Het was een dame uit Los Angeles en een dame uit Perth, Australië. Vanuit twee kanten op de wereld waren ze aan komen vliegen omdat ze naar de bruiloft van een gemeenschappelijke vriend gingen, een man uit Canada die in St. Felix, een dorp hier in de buurt, met een Française ging trouwen.  

Toen we hier aan begonnen, dachten we dat er vooral Nederlanders zouden komen. Helemaal mis. Onze landgenoten zijn absoluut in de minderheid. Verreweg onze meeste gasten komen uit Frankrijk, vooral uit de grote steden: Parijs, Marseille, Montpellier. Ze komen hier om twee redenen: eerste reden omdat ze naar de Cevennen willen, van de rust en de schoonheid van de streek willen genieten. Tweede reden: omdat er hier in de omgeving een familiebijeenkomst plaatsvindt. Er wordt in deze romantische omgeving opmerkelijk veel getrouwd en dat trouwen trekt mensen uit het hele land, en zelfs de wereld.
Vermoedelijk hebben we ook al de helft van de Europese nationaliteiten in huis gehad. Dat gaat van Zwitsers tot Zweden, van Esten tot Engelsen. Vooral die laatste nationaliteit ontvangen we momenteel graag. Ze vertegenwoordigen een substantieel deel van onze gasten. Je laat het woord Brexit vallen en er ontstaat een emotioneel gesprek. Er komen hier eigenlijk alleen remainers. Wij weten nu maar al te goed waarom Boris Johnson absoluut niet deugt.

En dan de individuele gasten die we hebben mogen ontvangen. Wat waren er leuke mensen bij. We mochten een Duitse topacteur ontvangen, een Nederlandse cabaretier op huwelijksreis, een CEO van een grote verzekeringsmaatschappij, een voorzitter van een eredivisieclub, een chef-kok uit Londen met drie sterrenzaken, een Zweedse journalist die net terug is uit Soedan, een meisje van begin twintig dat per project, volstrekt individueel, geld inzamelt voor mensen in Azië of Afrika. Ze kiest een doel en gaat dan net zo lang door totdat ze het geld bij elkaar heeft. Er komen opmerkelijk veel documentairemakers en artdirectors, zo nu en dan een muzikant die in een van die mooie kerkjes in de Cevennen een album gaat opnemen. Elke gast brengt zijn verhalen mee en een chambres d’hôtes blijkt een ideale plek om die verhalen te delen.

Het runnen van zo’n chambres d’hôtes is absoluut geen sinecure. We moeten keihard werken. Al vier maanden lang staan we elke dag om zeven uur op om ontbijt klaar te maken en het zwembad te behoeden voor algen (klere organismen, ze zijn gek op zwembaden). Belangrijke vraag: vinden we dat leuk? Eerlijk gezegd wel. Ik voel het leven hier als een bevrijding. Vandaag zegt Oek de Jong in de Volkskrant dat als je in een depressie zit  je het best fysiek werk kunt gaan doen. We zaten niet in een depressie, maar ik had zeker na veertig jaar meer dan genoeg van theater. Elke dag prijs ik ons besluit om dit gaan doen: geen subsidieaanvragen meer schrijven, niet meer de meest onmogelijke wensen van theatermakers hoeven te realiseren, geen gesprekken meer met acteurs die het absoluut onrechtvaardig vinden dat ze het salaris krijgen waar ze gezien de CAO recht op hebben. Het leven heeft veel meer focus gekregen. Eindelijk niet meer op honderd borden tegelijk schaken. Elke ochtend, zet de klok er maar op gelijk, loop ik naar de bakker bij ons om de hoek en realiseer ik me dat ik nu ook in de trein naar Amsterdam of Rotterdam had kunnen zitten. Op het plein bij de bakker drink ik zo nu en dan mijn eerste kopje koffie tussen de plaatselijke alcoholisten die aan hun eerste bier of pastis zitten. Dan met het brood naar huis waar de gasten ontwaken. Na het ontbijt maken we de kamers klaar voor nieuwe incheckers en refreshen we kamers van degenen die blijven.

We leiden een totalitair bestaan: we hebben altijd gasten in ons huis, ons reilen en zeilen wordt bepaald door het ritme van een chambres d’hôtes. Maar dat wil niet zeggen dat we nooit vrij zijn. Tegen twee uur zit het werk er meestal op. Het is dan wachten op nieuwe gasten. Als dat niet nodig is, of de gasten zijn vroeg, dan kunnen we gaan en staan waar we willen.
We hebben het ongelooflijke geluk dat er om Saint-Hippolyte-du-Fort fantastische steden liggen: Montpellier, Nîmes, Avignon, Arles, iets verder Marseille. We genieten er volop van. Daarnaast zijn er ongelooflijk mooie dorpen in de omgeving: Sommières, Lasalle, maar het summum is Sauve, een plaatsje waar we ons hart aan hebben verpand. We overwegen er een huis te huren of te kopen. Wonen in zowel Moddergat als Sauve, wat wil een mens nog meer. In Sauve is al honderden jaren niets veranderd. En tot mijn verbazing woont Robert Crumb er, een Amerikaanse tekenaar/muzikant die gezichtsbepalend voor de Zestiger Jaren, the Summer of Love was.

Van schrijven is deze vijf maanden niets gekomen. Ik heb het te druk, er is te weinig concentratie. Van fotograferen komt gelukkig veel. Laat ik eerlijk zijn. Een belangrijke overweging om hierheen te verhuizen had te maken met de gedachte dat ik hier mooie foto’s zou kunnen maken, dat een nieuwe omgeving mij nieuwe beelden zou brengen. Bovendien langer mooi weer waardoor ik meer kon fotograferen. Mij nooit gerealiseerd hebbend dat vlakbij de jaarlijkse fototentoonstelling in Arles wordt gehouden. Vijfentwintig jaar geleden ben ik er ooit eens geweest, inmiddels is de tentoonstelling uitgegroeid tot een van de grootste en belangrijkste ter wereld. Ze is er van eind mei tot 22 september, dus wie zin heeft moet opschieten. Wie mijn foto’s wil volgen: www.dossiermoddergat.nl of https://www.instagram.com/gerardtonen/.

Zit er nooit wat tegen? Breek me de bek niet los. Algen hebben het zwembad overgenomen, de afvoerput is verstopt geweest, de stofzuiger is kapot gegaan, evenals de juspers en de maaimachine, de waterleiding is gesprongen in de bijkeuken, we komen om in de verstopte doucheputjes, het gras is onder onze ogen door de hitte weggeschroeid. Wybrich is visueel gehandicapt geweest omdat Dies een stok in haar oog duwde.

Dies is een verhaal apart. Toen we hier heen gingen hield ik eerlijk gezegd mijn hart vast. Dies was een en al enthousiasme voor mensen, jong en onstuimig. Maar in een paar maanden tijd is hij uitgegroeid tot een ware chambres d’hôtes hond. Hij kent zijn plaats, blaft nooit en kent inmiddels zoveel kunstjes dat hij bij elke nieuwe gast de show steelt. Zijn grootste liefhebberij: balletjes van trappen laten rollen. Wij zijn dan zijn slaven die de bal weer omhoog moeten gooien. De mazzel voor hem: er zijn heel wat trappen in ons huis. Trouwens ook mazzel voor ons want de sportschool hebben we in ons werk geïntegreerd.

Gaan we door hier in Frankrijk? We gaan zeker door. Op 19 september hebben we onze eerste vrije dag. We hebben de agenda geblokkeerd zodat niemand ons die meer kan afpakken. In oktober wordt het sowieso rustiger. In december willen we een paar weken naar Nederland komen. In januari, is het plan, gaan we drie weken naar India. Met vliegschaamte, maar zoals Wybrich altijd zegt: we hebben geen kinderen op de wereld gezet dus wij kunnen ons wat permitteren. Het leven moet genoten worden, en daar zijn we druk mee bezig.

Vu

Zondag 1 september, Arles

Vu

Zaterdag 31 augustus, Arles

Vu

Vrijdag 30 augustus, Arles

Drama in Arles. Een fietser achtervolgt wandelaar.

Om te ontsnappen draait de wandelaar zich snel om. Helaas heeft hij de ijzeren plaat niet gezien.
In Arles liggen de stripverhalen op straat.

Vu

Donderdag 29 augustus, Montpellier

Vu

Woensdag 28 augustus, Montpellier

Vu

Dinsdag 27 augustus, Saint-Hippolyte-du-Fort

Hoi Werner,

Zie hier twee foto’s van jou die ik erg mooi vind. Ze zijn wat anders geworden dan ik oorspronkelijk voor ogen had, maar opeens zag ik deze mogelijkheid. Ik geef toe dat het geen goede foto’s van jou zijn. Het onderwerp is dan ook eigenlijk geen Werner, dat komt wel weer eens, maar meer mijn sombere kijk op de mensheid. Mijn vraag is of ik ze toch mag gebruiken op Instagram en Dossiermoddergat. Ik denk dat veel mensen de foto’s mooi vinden, of in ieder geval confronterend. De mensen zullen jou niet herkennen, maar dat lijkt me alleen maar een voordeel. Ik stuur je ook nog een foto mee waarmee jij kunt bewijzen dat je kunt vliegen. Ben ik best jaloers op. Laat je mij weten of het oké is als ik deze foto’s ga gebruiken.

Hartelijke groet en hug,
Gerard.