Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Nieuw

Journal

 

Bankje

Woensdag 24 februari, Groningen

Journal

 

Zweven

Dinsdag 23 februari, Groningen

Ik snap niets van de zwevende kiezer. Met die uitspraak zeg ik dat ik de meerderheid van de Nederlandse bevolking niet begrijp. We zitten minder dan een maand voor de verkiezingen en van de 13 miljoen kiezers weet 10 miljoen nog niet wat hij gaat stemmen. Dat kan toch niet waar zijn? Ik zal het sterker vertellen. In 2017 wist 40% van de kiezer op de dag van de verkiezingen nog niet wat ze gingen stemmen.

Bij mij rijst dan meteen de vraag of je überhaupt wel competent bent om te kiezen. Een. Je hebt vier jaar de tijd gehad om de politiek te volgen. In die vier jaar moet er toch een notie zijn ontstaan met wie je het wel of niet eens bent. Als dat niet is gebeurd heb je in een hol onder de grond geleefd, ben je doof en blind, of ben je gewoon heel dom. Hoe kunnen we de democratie aan dit soort mensen overlaten? Dat moet tot brokken leiden.
Twee. Gesteld dat je in het buitenland hebt gezeten of een tijd in coma lag of in een isolatiecel in een of andere inrichting zat en je moet er uit komen om te stemmen, mee te doen met de verkiezingen, dan weet je toch waar je voor staat, wat je in het leven belangrijk vindt en welke partij daar voor staat? Nee, dus.

Misschien is dat zweven wel een goed criterium om lieden die een week voor de verkiezingen nog steeds zweven het recht van stemmen te ontnemen. Want als je gaat stemmen vind ik dat ik als medeburger mag eisen dat je wel weet wat je doet en waarom. Het gaat verdomme ook om mijn democratie. Voordat je het weet wordt die democratie een beetje verrapzakt door een stel lapzwansen die te lui zijn om zich een beetje in zo’n belangrijk goed als de democratie te verdiepen. Er zijn genoeg voorbeelden hoe domheid en onwetendheid tot ellende kan leiden.

Je mag toch verwachten dat een beetje mens weet wat hij wil en waarom hij dat wil. Ik kan me er helemaal niets bij voorstellen dat je tot de verkiezingen of op de dag van de verkiezingen nog niet weet op welke partij of persoon je gaat stemmen. Dan moet je je toch wel erg lullig voelen, lijkt me. Krijg je de vraag: ‘En? Wat ga je stemmen?’ Moet je zeggen: ‘Weet ik nog niet, ik zweef.’ Wat een zakkerig antwoord. Dat antwoord is even zakkerig als mensen die antwoorden: ‘Sorry, dat zeg ik niet want dat is privé.’ Ja? En? Schaam je je voor je keuze? Gewoon je stem uitbrengen is toch heel wat anders dan praten over je diepste seksuele verlangens.

Ik wist vier jaar geleden al waarop ik gingen stemmen. Gewoon omdat ik iets vind. Omdat er dingen zijn die ik al mijn hele leven belangrijk vind. Ik kom daar in Dossiermoddergat zeker nog op terug. Voor de zekerheid heb ik de stemwijzer.nl even ingevuld. En ik dacht het al, het kan bijna niet anders, natuurlijk kwam daar Groen Links uit.

 

Journal

 

Groningen studentenstad 3

Maandag 22 februari, Groningen

Journal

 

Mazzelpikken

Zondag 21 februari, Groningen

Hans was zo aardig om kritisch Een paradijs met zorgen te lezen. Het boek dat Wyb en ik schreven over ons avontuur in Frankrijk. ‘Maar waar ik zo benieuwd naar ben nu ik het uit heb, wat deed dit het allemaal voor jullie relatie? Daar lees ik niets over.’ En daar heeft hij gelijk in. Het stomme is: we hebben er nooit bij stil gestaan om daar iets over te schrijven. Waarom? Omdat al het gedoe, ziekte, lockdowns, financiële ellende, nauwelijks invloed heeft gehad op onze relatie. Dat klinkt braaf, toch is het zo.

Al tijdens de eerste lockdown bleek dat Wyb en ik volledig lockdown bestendig zijn. Al die totalitaire vrijheidsbeperkingen in Frankrijk leverden geen noemenswaardige spanningen tussen ons op.
Ook toen we erover dubden om te stoppen met Les Trois Comtes en uiteindelijk de beslissing moesten nemen, deden we dat in redelijk overleg. Alweer geen noemenswaardige spanning. Dus Een paradijs met zorgen moet het niet hebben van onze huwelijksperikelen. Ook ellendige zaken en ellendige beslissingen kunnen wel eens in harmonie worden genomen.

Hoe dat kan? Ik denk dat het komt omdat wij een tamelijk taoïstische opvatting hebben over dingen die gebeuren. De dingen gebeuren zoals ze gebeuren en je past je aan naargelang de omstandigheden. De foto die ik onlangs op Dossiermoddergat zette waarop ik met mijn blote piemel in een bijna leeg zwembad mistroostig zat te kijken in water waar nog wat verlepte bladeren dreven, mag hiervoor metafoor zijn. De titel: Sometimes you win, sometimes you lose. Wyb en ik zijn er tamelijk bedreven in om dat te accepteren. Wie niet waagt, wie niet wint. En aangezien wij nogal eens wat wagen, winnen we wel eens, maar verliezen we ook. All in the game.
We zijn nu ook weer niet zo taoïstisch dat we alles lijdzaam over ons heen laten komen. Natuurlijk proberen we ellende en ander onheil te keren. Maar soms sta je daar nou eenmaal machteloos in. Shit happens.

Gelukkig zijn we ook ontzettende geluksvogels. Of om dat in mijn jeugdjargon te zeggen: ontzettende mazzelpikken. Wij kwamen tamelijk berooid aan in Nederland. Wat we in Frankrijk hadden verdiend was net genoeg om nog twee maanden karig van te leven.
En wat denk je? De Belastingdienst is geprezen (alleen in dit geval), kregen we opeens een substantieel bedrag terug uit voorafgaande jaren. Konden we toch op gewone manier de winter doorkomen.
Dat was niet het enige. We waren nog niet terug of Wyb vond een baan als interim programmeur en marketeer in het theater van Winschoten. Ook al regende het hier pijpenstelen en was november deprimerend donker, de wereld werd voor ons toch zonniger.

Als klap op de vuurpijl kregen we gisteren te horen dat een uitgever ons boek Een paradijs met zorgen wil gaan uitgeven. Sometimes you win, sometimes you lose. Maar sinds we terug zijn in Nederland zijn we aan de winnende hand. We zijn gewoon je reinste mazzelpikken.

Horeca in tijden van Covid.

Journal

 

Ode aan de verre voorouders

Zaterdag 20 februari, Groningen

Journal

 

Lichtflitsen

Vrijdag 19 februari, Groningen

Vier dagen geleden kreeg ik opeens weer vallende sterren in mijn oog. Ik zie ze voor het eerst als ik de donkere gang in loop. Onregelmatig zoeven de sterren naar beneden. Als ik naar buiten ga om Dies uit te laten en door de donkere stad loop zijn ze er ook. Dunne lichtstraaltjes die zomaar oplichten.

Vorig jaar in Saint-Hippolyte waren ze er voor het eerst. Als ik een donkere kamer in liep, vreemde lichtflitsen. Vorig jaar was het erger dan nu. Nu zie ik ze in de uiterste rechterzijde van mijn rechteroog. In Hippolyte waren het veel meer vlekken, veel meer naar het binnenste van mijn oog.

Vorig jaar maakte ik mij er erg ongerust over. Op thuisarts.nl, een site waar we in Frankrijk veel aan hebben gehad, stond dat je meteen contact met de huisarts moest opnemen. Ik dacht meteen aan iets neurologisch, een hersentumor of zo, de eerste symptomen van een tia. Ik waande mij al blind, de blinde fotograaf, zul je altijd zien. Ik wachtte nog een tijdje om naar de dokter te gaan. Ik had geen zin in nog een kwaal erbij. Ik zag mij alweer in een Frans ziekenhuis liggen.

Uiteindelijk zijn we toch gegaan. De dokter, waar ik weinig vertrouwen in had, zei dat het geen kwaad kon. Als het naar een week nog niet over was, moest ik maar terugkomen. Later kregen we gelukkig madame Bonvoisin als huisarts, de beste die ik ooit heb gehad. Inderdaad stopte de lichtflitsen en heb er eerlijk gezegd nooit meer aan gedacht. Tot vier dagen geleden.

Vandaag toch maar naar de huisarts gegaan. Hij vertelde me dat het vermoedelijk niets neurologisch was, het zouden de eerste symptomen kunnen zijn van een netvlies dat loslaat. Verdomme, dacht ik, zie nou wel dat ik langzaam uit elkaar val. De ouderdomskwalen doen hun intreden. Hij regelde voor vanmiddag al een bezoek aan de oogarts.

Mijn ogen zijn nog nooit zo goed onderzocht. Volgens mij kroop ze met haar apparatuur in mijn oog. Inderdaad heeft het met de aanhechting van het netvlies te maken. In de aanhechting komen kleine kiertjes. Het zou kunnen dat het erger wordt, dat er een gat in komt en dat het netvlies dan loslaat. Het lijkt dan net alsof er een gordijn voor mijn ogen komt, wist de oogarts te vertellen. Maar daar was nu nog zeker geen sprake van, stelde ze me gerust.

Ik mag niets zwaar tillen, niet sporten, vooral rust houden. Als het goed is gaat het dan vanzelf weer over, net zo als vorig jaar. Tijdens het onderzoek merkte ze wel dat de druk op mijn ogen groter is dan gebruikelijk en dat ik een opmerkelijk dicht hoornvlies heb. Volgende week is er een vervolgonderzoek. Voor de lichtflitsen hoef ik vooralsnog niet bang te zijn. Voorlopig ben ik geen blinde fotograaf.

Journal

 

Maas en Waalkanaal

Donderdag 18 februari, Groningen

Toch nog even over het Maas en Waalkanaal. Van mijn achtste tot mijn zevenentwintigste speelde mijn leven zich rond het kanaal af. Letterlijk, want ik ben zo vaak over de Hatertse brug gereden. Toen ik de brug leerde kennen was het een smalle, witte brug, een soort crisis brug. De brug was van geen belang want wie van Hatert de brug overging kwam in een eindeloos landschap van weilanden dat onderdeel was van de Hatertse Vennen.

Zo af en toe waagde ik mij over de brug. Ik zeg wagen omdat het onbekend terrein was. Je wist nooit wat je daar tegenkwam, kon best dat er bendes of landlopers liepen, misschien wel potloodventers. Mijn moeder waarschuwden voortdurend daarvoor. Overigens heb ik alle drie potentiële gevaren daar nooit gezien.
Het gevaarlijkste was nog zonnedauw, een vleesetend plantje. Als er een vlieg op ging zitten, klapte het blad ineen. Weg vlieg. Ooit probeerde ik er dichtbij te komen en kwam vast te zitten in een moeras. Met moeite trokken mijn vrienden mij eruit. Verderop schreeuwden hatelijk de meeuwen die met honderden in het meeuwenven broedden. Allemaal verdwenen. De mens is de natuur niet waard.

Rond mijn elfde werd de brug gesloopt en werd het de stevige brug die er nu nog is. En met de brug werd op de weilanden een nieuwe stad uit de grond gestampt. Er wonen verspreid over diverse wijken nu zo’n 22.000 mensen. Ze hebben geen idee dat ze op voormalig weiland wonen. Midden in die nieuwe wijk stond mijn middelbare school. Elke dag fietste ik er over de nieuwe brug heen.

Dat betekende elke dag twee keer flink klimmen met onze zware schooltassen op de bagagedragers. De rugzak was toen nog niet uitgevonden. Op een dag beklommen wij weer hijgend de helling van de brug. Ik fietste aan de buitenkant van de vriendenclub. Bijna boven hoorde ik een brommer achter mij bellen. Ik keek om en op hetzelfde moment kreeg ik een vuist tegen mijn kaak. Dat was mijn kennismaking met zinloos geweld.

Veel later werd het Maas en Waalkanaal zelfs mijn directe buur. Samen met Lies ging ik in een boerderij wonen die langs het kanaal stond. Op een ochtend werden we wakker door zwaailichten en veel geschreeuw. Bleek er een groot binnenschip naast ons huis te zijn gezonken. Toen we de radio aanzetten bleek dat we naast groot landelijk nieuws woonden. Natuurlijk werd het schip snel geborgen, het kanaal is van te groot economisch belang voor een blokkade.

Journal

 

Buscamper 3

Woensdag 17 februari, Groningen

Voor een belangrijk deel groeide ik in mijn jeugd op in Hatert, een wijk in Nijmegen. De wijk ligt naast het Maas-Waalkanaal. Aan de overkant ligt Weezenhof, waar ik ook een tijdje heb gewoond. Het Maas-Waalkanaal is een breed en belangrijk kanaal. Het verbindt de machtige Waal met de duffe Maas, een schip kan zo van het noorden naar het zuiden huppen en terug.

Door dit blog te schrijven en even te googelen kom ik erachter dat het kanaal officieel Maas-Waalkanaal heet. Wij zeiden vroeger altijd Maas en Waal kanaal en ik ben niet van plan, ondanks mijn nieuw opgedane kennis, dat te veranderen. Het Maas en Waal kanaal speelt een belangrijke rol in mijn jeugd. Regelmatig trokken mijn vriendjes en ik erheen om steentjes over het water te keilen. Wie kon zwemmen sprong er wel eens in.

Het was ook een bron van inspiratie. Met een aantal vriendjes had ik een club die De Zwarte Hand heette. Geen bijster originele naam want in de boeken van Pietje Bell heeft Pietje een club met dezelfde naam. Pietje was voor ons best een benijdenswaardig rolmodel dus onze club heette ook De Zwarte Hand.
Op een gegeven moment besloten wij dat wij de wijde wereld in wilden. Om wat voor reden dan ook besloten we dat met kano’s te doen. Wij zagen ons de kano’s al in het Maas en Waal kanaal leggen en zo richting Maas naar Frankrijk kanoën en vandaar verder naar het zuiden afdwalen. Het was dezelfde tijd dat we missionaris wilden worden.

Alle clubleden besloten afzonderlijk voor een kano te gaan sparen. Tot wij erachter kwamen dat kano’s best duur zijn. Niemand van ons kreeg ooit het benodigde bedrag bijeen. Wij besloten onze ambitie een beetje bij te stellen en voor luchtbedden te gaan sparen. Ook met die dingen kon je wel richting Maas drijven.

Als wij over kano’s en luchtbedden spraken dan kwam er in onze lichamen een opgewonden spanning. Als wij die dingen hadden, konden we zomaar de wijde wereld in, weg uit Hatert, weg uit Nederland. Van al dat fantaseren werden we zo gelukkig. Reizen, trekken, avonturen, onbekende streken. We wisten zeker dat het leven dan prachtig zou zijn. Ook voor een luchtbed kregen we het geld nooit bij elkaar.

Een kano, een luchtbed, een buscamper, het komt toch allemaal voort uit hetzelfde gevoel. Het gevoel te willen zwerven, naar onbekende streken te trekken. Het maakt niet uit of je nou zes of zesenzestig ben, de opgewonden verwachting van nieuwe avonturen, onbekende streken, nieuwe landschappen, het blijft in een lijf zitten.

Journal

 

Buscamper 2

Dinsdag 16 februari, Groningen

Ik weet niet meer hoe het te spraken kwam, maar in bad kregen Wyb en ik het opeens over ADHD. Bij ons rees de vraag of wij daar mogelijk aan lijden. Ik zocht op internet de kenmerken op van iemand die ADHD heeft. Laat ik voor mijzelf spreken. Zie hier onder een lijst van kenmerken en ik zal meteen proberen in te schatten of ze ook op mij van toepassing zijn.

Iemand met ADHD is snel afgeleid en kan niet goed luisteren. Het eerste is op mij van toepassing, het tweede niet.
Hij heeft moeite met details en maakt veel slordigheidsfouten. Klopt wel, heb ik ook.
Iemand met ADHD doet veel dingen tegelijk, maakt dingen niet af. Dat eerste klopt, dat tweede niet helemaal. Ik maak zeker dingen af, maar sommige niet. Maar dat komt omdat ik veel dingen tegelijk doe, denk ik altijd

De lijst vervolgt: vergeetachtig zijn (heb ik geen last van), spullen kwijtraken (heb ik ook geen last van), snel verveeld zijn (ja, daar lijd ik absoluut aan). Niet stil kunnen zitten (ik kan heel lang achter elkaar stil zitten en geconcentreerd bezig zijn). Constant een rusteloos gevoel hebben (dat dan wel weer). Veel praten, (vroeger zeker, heb ik naar mate ik ouder word beter in de hand). Moeite hebben met ontspannen (nee, daar heb ik geen last van.)

Het is een lange lijst. Verder staat erop.
Niet denken, maar doen. Mijn impulsiviteit is groot, maar pakt zelden verkeerd uit. Afkloppen.
Dingen doen waar je later spijt van hebt. Geldt voor mij nauwelijks.
Anderen in de rede vallen. Ik geloof niet dat ik dat doe.
Impulsief omgaan met bijvoorbeeld geld, vrienden, relaties en werk. Eerlijk gezegd denk ik wel dat dit klopt, ik ben nu eenmaal impulsief, zo erg zelfs dat ik inmiddels vertrouwen heb in mijn impulsiviteit.

Ik maak het nu snel even af, hoor. Het is zo’n lange lijst.
Geen gevoel hebben voor tijd. Onzin.
Moeite met plannen. Totaal niet.
Moeilijk in slaap vallen. Nooit last van gehad.
Prikkelbaarheid. Totaal niet.
Angstige gevoelens hebben. Zeker. Maar om met Isabel Allende te spreken: iedereen is bang.
Snel boos worden. Nee, niet echt, maar ik kan wel boos worden, het kan als een storm komen opzetten.
Sociaal onhandig. Dacht het niet. Ik denk dat mijn carrière dat bewijst.
Moeite hebben om hoofd- en bijzaken te scheiden. Nee, totaal niet.
Vaak vallen en knoeien, onhandig zijn. Absoluut.

Als ik even turf dan denk ik dat ik een halve ADHD’er ben. Onrust en impulsiviteit, zeker.
Waarom ik over ADHD begon heeft te maken met het feit dat Wyb en ik een ding hebben gekocht dat een prima vervoermiddel is om aan die onrust en impulsiviteit vorm te geven. Gisteren kondigde ik het al aan. Vandaag hebben Wybrich en ik een buscamper gekocht. Ik denk dat we onze onrust, ons reis- en avonturendwang daar prima mee kunnen bevredigen.

Ik kan.me voorstellen dat de lezer ook nieuwsgierig is naar het ADHD-gehalte van Wyb. Wij hebben deze kenmerken ook ten aanzien van Wyb bekeken. Haar score was beduidend hoger. De Censor heeft mij echter laten weten dat details in deze uit den boze zijn.

Je zou ook kunnen zeggen dat Dossiermoddergat langzaam steeds professioneler wordt. We hebben nu een mobiel redactiekantoor dat de wijde wereld ingaat. Hopelijk gaat de lezer van Dossiermoddergat er evenveel van genieten als wij. Wordt zeker vervolgd.

Journal

 

Buscamper

Maandag 15 februari, Groningen

Ons hoofd zit weer vol met plannen. Wij hebben daar wel vaker last van. Er rijpen dingen in ons hoofd en als ze rijp zijn willen we ze, als het enigszins kan, uitvoeren. En toegegeven, impulsiviteit is Wyb en mij niet vreemd. Er zijn mensen die alles zo lang en goed overdenken dat ze nergens toekomen. Ze redeneren en overdenken alles dood. Wij hebben daar beiden gelukkig geen last van.

Meer en meer besef ik dat ik 66 ben. Over 14 jaar ben ik 80. Op z’n best loop ik dan als oude man door Groningen. Op z’n slechts ben ik overleden. Van dat laatste zou ik niet eens opkijken want ik kom niet bepaald uit een sterk geslacht.
Dit besef zorgt ervoor dat ik weet dat ik niets moet uitstellen. Nooit denken dat doe ik later nog wel eens. De kans dat er geen later is, neemt met de dag toe. Er moet dus geleefd worden, zeker nu ik nog gezond ben. Afkloppen. En met gezondheid is het eigenlijk hetzelfde. De kans dat de ongezondheid toeslaat neemt eveneens met de dag toe. Er moet dus geleefd worden, nu, en niet met mate.

Vandaar dat Wyb en ik op het punt staan een buscamper te kopen. Morgen hebben we weer een afspraak. Voor het juiste beeld: een buscamper is niet zo’n groot wit ding dat lomp over de weg schommelt. Een buscamper is ongeveer 6 meter lang wat betekent dat je er gewoon steden mee in mag en met goed fatsoen door de bergen kunt rijden. Meegaan op ferry’s is geen probleem, je kunt gewoon mee met de personenauto’s. Toch zit er alles in zo’n ding. Een vast bed, een wc, een douche, een zithoek, een keuken en alle andere dingen die het leven aangenaam maken.

Enkele plannen die we ermee hebben: volgende winter drie maanden door Portugal en Spanje trekken. Een oude droom verwezenlijken of in ieder geval daar delen van: een reis langs de hele kust van Europa. Van het noordelijkste puntje tot het oostelijkste puntje. Maar ook eenvoudige plannen zoals weekends doorbrengen op een natuurcamping in het ons zo geliefde Dwingeloo.

Ik doe het niet voor mezelf. Laat dat duidelijk zijn. Ik heb maar één ding voor ogen: de lezer van Dossiermoddergat. Nu ik gepensioneerd ben en over tweeënhalve maand mijn AOW ontvang moet ik de lezers van Dossiermoddergat toch ergens mee vermaken. Ik moet toch iets hebben om over te schrijven. Dat hoop ik te doen door onze trektochten door Europa en onze avonturen toe te voegen aan Het Dossier. Voor de liefhebber: wij hopen dat het een Pössl 2 win plus wordt. Voor wie nieuwsgierig is moet zo’n bus maar eens googelen. Wordt vast vervolgd.

Journal

 

Veinzen

Zondag 14 februari, Groningen

De afgelopen week kwam ik twee keer het woord veinzen tegen. Een woord dat ik volgens mij nog nooit zelf heb gebruikt. De context waar ik het beide keren tegenkwam vond ik interessant.

De eerste keer kwam ik het woord veinzen tegen in een essay van Oek de Jong over de schrijver Frans Kellendonk. Kellendonk voelde zich altijd nauw verwant met het katholieke geloof, alhoewel hij ook wel wist dat god allang dood is. Maar katholiek opgevoed hechtte hij veel waarde en had hij veel sympathie voor de katholieke riten. Uiteindelijk koos hij voor een soort, wat hij noemde, oprecht veinzen, aldus Oek de Jong.
Oprecht veinzen. Het is bijna een nieuwe manier van geloven. Je doet alsof je gelooft, alhoewel je weet dat god niet bestaat. Misschien, zo bedacht ik, is dit wel de meest eerlijke manier van geloven. Je weet dat je jezelf voor de gek houdt, maar je doet toch gewoon mee met geloven -en dat met volle oprechtheid. Het is een geraffineerde paradox, een soort intelligent geloven. Je hebt voor jezelf door dat het in wezen onzin is, maar je gaat toch lekker door met de warmte en geneugten die geloven met zich meebrengt.

Vanmorgen las ik een lang interview met Adriaan van Dis in de NRC. Hij praat dan over de hoofdpersoon in zijn nieuwe boek KliFi (wat ik een rare, vervelende titel vind), Jácob Hemmelbahn. Hij zegt dan: ‘Als Jácob Hemmelbahn schrijft, worstelt hij doorlopend met Poema, de censor in hemzelf. Die leest nauwgezet met hem mee, sust, slijmt, corrigeert en suggereert voortdurend alternatieven waarmee Hemmelbahn de grote leider niet voor zijn hoofd stoot, en zichzelf niet in de problemen zal brengen.’
De interviewer zegt dan: ‘Pas je aan. Je moet bouwen, niet breken… Vlei en overwin.
Het interview vervolgt dan: ‘Veinzen is de smeerolie van de beschaving, zegt van Dis. Maar wanneer wordt veinzen gevaarlijk? “Veinzen wordt aanpassen. En aanpassen wordt meelopen. Waar zit de meeloper in jezelf?” In feite draait het in KliFi om de vraag: hoe moedig ben je als het er werkelijk op aankomt?’

Belangrijk vraag, ook voor mij. Ik heb in mijn professionele leven heel wat geveinsd. Inderdaad. Smeerolie van de samenleving. Het zou een paar keer flink fout zijn gegaan als ik niet had geveinsd. Fout voor mij zelf, fout voor mijn werk. Maar er zijn natuurlijk grenzen. Waarom zou je bijvoorbeeld oprecht geloof veinzen als je weet dat het in diepste geen zin heeft? Bijvoorbeeld omdat dit het meest prettig voor. jezelf voelt.

Och, niemand ontkomt aan het veinzen. Veinzen is vaak een kwestie van overleven. Maar door te veinzen kun je ook in een richting gerommeld worden waarin je in feite helemaal niet wilt gaan. En ik vermoed dat het eigenlijk geldt in alle kwesties van het leven. Veinzen prima, maar het heeft zijn grenzen.

Journal

 

Wad

Zaterdag 13 februari, Moddergat

Journal

 

IJstijd

Vrijdag 12 februari, Moddergat

De familie voor landgoed Kaastra.

Journal

 

Windowdressing 2.0

Donderdag 11 februari, Groningen

Journal

 

Bekvechten

Woensdag 10 februari, Groningen

Ik lees nu het boek Het glanzend zwart van mosselen van Oek de Jong. Het heeft lang geduurd voordat ik echt kennismaakte met hem. Opwaaiende zomerjurken stond jarenlang ongelezen in mijn boekenkast. Ik ben drie keer aan het boek begonnen, elke keer strandde ik na een tiental bladzijden. Dat lag niet aan de schrijver, vooral aan mij, de lezer. Het waren weer van die periodes dat ik te druk was en het moest doen met hapsnap lezen, elke keer een, twee bladzijden, een manier van lezen die elk boek kapot maakt.

Lang geleden las ik Hokwerda’s kind en ik kan me herinneren dat ik het erg mooi vond. Maar het bracht me niet definitief tot Oek de Jong. Dat gebeurde wel na het lezen van Zwarte schuur. Ik vond het prachtig en ik herkende de stijl die ik in Hokwerda’s kind al had gewaardeerd.
Op mijn verjaardag kreeg ik van Kees en Annemiek Het glanzend zwart van mosselen, een boek met essays, artikelen en herinneringen. Inmiddels lees in Cirkel in het gras en heb ik nog twee andere boeken van hem bij de bibliotheek besteld. Ik wil absoluut alles van hem lezen. Door die essays zie ik zijn ware grootheid als schrijver.

Dit alles ter inleiding omdat ik de volgende passage van hem las in een artikel over Frans Kellendonk, we praten over de jaren ’50, begin ’60.
‘Het was nog gewoon om kinderen te straffen en geweld werd daarbij niet geschuwd. Je kreeg een draai om de oren, soms zo hard dat het getroffen oor nog uren nagloeide van de klap. Je werd over de knie gelegd en kreeg een zogeheten pak voor de broek. Met je blote billen onder de ijskoude kraan gehouden worden -ook dat kon onderdeel van de opvoeding zijn.’

Oek de Jong en ik schelen twee jaar, hij is 1952 geboren, ik in 1954. Ik verwonder me dat hij voorgaand fragment schreef. Ik ben door mijn ouders namelijk nooit fysiek gestraft. Ik groef verwoed in mijn geheugen, maar kan daarover geen herinnering vinden. Met mijn vader had ik geen goede relatie, we hebben wat gebekvecht samen. Toch heeft hij nooit fysiek geweld gebruikt. Wel psychisch. Mijn vader was een meester in het zwijgen na een boze bui. Soms hield hij mijn moeder en mij wekenlang gevangen in zwijgen.

Ook mijn eigen kinderen heb ik nooit geslagen. Omdat ik veel van mijn vader heb geleerd hield ik ze ook niet in zwijgen gevangen. Ik kan me herinneren dat ik Anne één keer een flinke schop onder haar kont heb gegeven. Ik geloof niet dat ze erg onder de indruk was. In haar herinnering ben ik een vader die niet boos kon worden. Dus die schop is ze volgens mij, in tegenstelling tot de dader, al lang vergeten. Gelukkig maar. Waarom ik haar een schop gaf? Geen idee. Het was dezelfde schop die ik onze hond Dickens ooit gaf nadat hij voor de zoveelste keer weg was gelopen. Het was een schop van boosheid en onmacht.

Ik heb in mijn jeugd ook nooit gevochten. Dus fysiek geweld, ik ken het niet. Dat wil niet zeggen dat ik niet gewelddadig zou kunnen zijn. Er zijn van die zeldzame momenten in mijn leven dat het naar boven dreigde te borrelen. Vaak genoeg om te weten dat dat gevaar ook in mij schuilt.

Suikerfabriek, Groningen.

Journal

 

Wow

Dinsdag 9 februari, Groningen

Journal

 

Uitnodiging

Maandag 8 februari, Groningen

Journal

 

Capitulatie

Zondag 7 februari, Groningen

Het weer? Het zal wel. Of het nou mooi weer is of slecht weer, het beïnvloedt mij niet. Van mooi weer word ik niet vrolijk, van slecht weer niet depressief. Ik ken inmiddels veel mensen die hun stemming laten afhangen van het weer. Gelukkig heb ik daar geen last van.

Vandaag heb ik echter mijn hoofd moeten buigen voor het weer. Letterlijk, maar ook figuurlijk. Eindelijk kreeg het weer een keer vat op me. Gisteravond begon het. We waren in Moddergat. Zo tegen de avond stak een verschrikkelijke storm op. De wind gierde Nederland in en het punt is dat het als eerste Moddergat tegenkomt, een klein kustplaatsje dat altijd in de frontlinie ligt. Eerst ziet de wind de dijk, het eerste obstakel dat het na Siberië tegenkomt.

Aan het geluid waarmee de wind de dijk te lijf gaat hoor je de stemming van de wind. Hij gilt, hij giert, hij buldert. Het is pure woede: wie durft mij iets in de weg te leggen. De dijk in Moddergat? Bullshit. We geven die dijk ongelooflijk op zijn falie. Gelukkig is de dijk onvermurwbaar, de dijk blijft staan waar hij altijd staat.
Vervolgens vliegt de wind over de dijk en komt het Moddergat tegen. Van die kleine, nietige huisjes. Wat de wind daarmee wil doen? Slopen. Moddergat, dat kleine heldhaftige dorpje dat het steeds weer opneemt tegen de wind, wekt de woede en sloopdrift op van de wind. Evenals de dijk, blijft het dorp Moddergat altijd staan.

Vandaag maakten wij in Moddergat, waar we sinds lang weer eens verbleven, de ergste storm mee die wij daar tot nu toe hebben meegemaakt. En we hebben daar wat stormen meegemaakt. Wie wind zaait zal stormen oogsten, wij hebben daar wat wind gezaaid, het is zo’n verdomd vruchtbaar gebied voor stormen.
Daar komt bij dat Moddergat van het vaste land van Nederland het meest noordelijke dorpje is. Als je bij ons op de dijk staat, zie je, als je heel goed kijkt, de Noordpool liggen. Tussen Moddergat en Noordpool ligt alleen maar oceaan, eindeloze oceaan. Het gevolg, wij zijn de buur van de koude. Naast ons de kou, ons uitzicht: sneeuw en ijs. En elk jaar weten we het weer, maar dit jaar nog meer. Het noordelijk landschap stuurt onverbiddelijk sneeuwstormen en gure wind op ons af.

Wie zich vandaag als mens op de dijk waagt, wordt gesneeuwstraald. Het is pure marteling wat het poolgebied ons flikt. Staan blijven mag niet, de wind recht in het gezicht kijken is onmogelijk. Ieder mens buigt eerbiedig zijn hoofd, de wind, waarvan niemand weet wat hij precies wil, eist onderdanigheid.

En verdomd. Na onze poging om de dijk te beklimmen zoeken wij zo snel mogelijk dekking in ons huisje. Voor de wind is het nog niet genoeg. Vandaag heeft hij maar één wens: wij dienen te capituleren. Dat hele geweld is zo koud, rammelt zo aan ons huisje, dat wij besluiten de beschutting van de stad weer op te zoeken. Zo tegen drieën pakken wij snel onze spullen bij elkaar, nu kan het nog, nu is het nog licht en blokkeren sneeuwduinen ons niet de weg. Laf sluiten wij het huisje, rennen we naar de auto, kiezen het hazenpad, vluchten naar de bewoonde wereld. De Noordpool heeft ons definitief verslagen, wij capituleren. Wij erkennen onze meerdere.

Journal

 

Moddergat

 

Zaterdag 6 februari, Moddergat

Journal

 

Geluksmomentje

Vrijdag 5 februari, Groningen

Ik kende vandaag een geluksmoment dat ik lang niet mee heb meegemaakt. Vandaag legde ik de laatste hand aan ons boek over ons Franse avontuur. De titel: Een paradijs met zorgen. Naar mijn gevoel kan ik het project nu afsluiten. 
Twee weken geleden had ik al de eerste versie voltooid. Daarna lazen Wyb en ik het boek nog een keer en redigeerden en corrigeerden we het nodige. Daarna las ik het nog een keer hardop voor mijzelf, wat ik altijd erg nuttig vind. Opmerkelijk hoeveel hobbels je er dan nog uithaalt.

De afgelopen dagen heb ik al onze wijzigingen verwerkt. Vanochtend was ik daarmee klaar. Wij vinden het nu goed genoeg om naar een aantal mensen te sturen in de hoop dat zij het nog eens kritisch willen lezen. Dit neemt niet weg dat ik het gevoel heb dat het werk is voltooid, in ieder geval het meeste werk.

En eigenlijk levert me dat altijd dat geluksmomentje op. Drie maanden consequent eraan werken zorgden ervoor dat er nu van niets een boek van vermoedelijk 160 pagina’s ligt. Ik vind dat toch altijd het wonder van het schrijven. Eerst is er niets. Vervolgens is er een nieuw van letters gemaakt universumpje. Toch een klein wonder.

Het is lang geleden dat ik een boek heb voltooid. Er waren jaren dat ik twee kinderboeken per jaar schreef, wat mij een klein oeuvretje opleverde. De afgelopen jaren schreef ik een blog en dat was het wel. Trouwens niet helemaal waar, nu ik dit zo opschrijf realiseer ik me dat er in mijn bureaula nog een roman ligt waar ik tot nu toe geen uitgever voor vond. De titel: De Plagen. Dat lekkere schrijfgevoel is gelukkig met Een paradijs met zorgen weer helemaal teruggekomen.

Ik heb Een paradijs met zorgen zeker niet alleen geschreven. Eigenlijk hebben Wyb en ik dit samen gedaan. Zonder haar inbreng had ik maar de helft kunnen schrijven, haar herinneringen en invalshoeken waren onontbeerlijk voor het boek en zeker ook als het om de afwerking gaat. Vandaar dat onze beide namen op de cover komen.

Journal

 

Zelfportret in tijden van Covid

Donderdag 4 februari, Groningen

Kapper geen essentieel beroep?

Journal

 

Netsen

Woensdag 3 februari, Groningen

Vorige week kwam opeens het woord netsen uit mijn mond in een gesprek met Wyb. Netsen? Wyb had geen idee waarover ik het had. Netsen is voor mij net zo’n gewoon woord als pannenkoek of koffie. Ik hoor het mijn moeder nog uitspreken als ik weer eens in een heilloze discussie met mijn vader zat: ‘Zit nou toch niet zo te netsen.’ Netsen is onaangenaam met elkaar discussiëren, een beetje plagerig en geïrriteerd.

Ik zoek het woord op in de Dikke van Dale. In de uitgave die ik heb, drie kloeke delen, is het niet te vinden. Is dit dan weer zo’n woord dat ik ongemerkt heb meegenomen uit mijn Nijmeegs verleden, of Nimweegs verleden zoals ik vroeger zei? Soms komen er van die woorden uit mijn mond die niemand kent buiten mensen die geboren zijn in de Nijmeegse volkswijken.

Om daar duidelijkheid over te krijgen heb ik gelukkig een goede bron: mijn oom Jan, de specialist in alles wat met Nijmegen heeft te maken. Hij heeft zelfs meegewerkt aan een Nijmeegs woordenboek en organiseerde decennia lang het Nimweegs dictee. Maar bovenal heeft hij Nijmegen verrijkt met een prachtig gedicht over Nijmegen. Onder dit blog is het te lezen. Ik nam het al eerder op in Dossiermoddergat, uit nostalgische overwegingen zet ik het er eens in de zoveel jaar nog eens op.

Ik vraag hem of hij het woord netsen kent. Natuurlijk kent hij het woord netsen en hij spreekt het nog eens lekker in het Nimweegs uit. Het woord netsen is namelijk veel mooier als je het met een Nimweegs accent uitspreekt. Dan wordt het een woord dat je bij iemand hard in het gezicht kunt smijten.

Ik vraag hem of het een Nimweegs woord is. Precies weet hij het niet. Jan zoekt het op in het woordenboek dat hij ooit maakte, daar staat het niet in. Waarop wij ons afvragen of het toch niet een gewoon Nederlands woord is. Ook in zijn Dikke van Dale staat het niet. Hij laat in ieder geval weten dat hij er spijt van heeft dat hij het woord niet in zijn woordenboek heeft opgenomen.

Later op de dag lees ik in zijn blog dat hij het uiteindelijk op internet heeft gevonden dat het een bargoens en Gelders woord is. Wie niet weet wat bargoens is, want ook dat zijn velen al vergeten. ‘Bargoes is een sociale taalvariatie die in Nederland tot de eerste helft van de twintigste eeuw werd gehanteerd door voornamelijk daklozen, zogenoemde landlopers, rondtrekkende handelaren, (markt)kooplieden, kermisklanten en onderwereldfiguren,’ zegt Wikipedia.

Ik bedoel maar, Jan en ik komen niet voor niets uit een Nimweegse volkswijk. Natuurlijk kennen wij het woord netsen.


Soonet feur de stad

Nimwege sprikt ‘n taol

Fan essen en fan sette

En sonder feul omhaol

Doen we op ef of fee nie lette.

Mäör ik, ik hou fan jou,

Da wil ik jou toch segge.

Ik blief je feurlopig trouw

Tot se me op Jonkerbosch neerlegge.

Nou wít ik bij mien eige

Ik blief bij jou mien lefe

Gao nooit meer aon de haol

Ik sal däör nooit mee dreige

Sellufs nie heel efe.

Ik blief hier aon de Waol.

Jan Th.A.E. Roelofs

Journal

 

Onomastiek

Dinsdag 2 februari, Groningen

Ik woon in de H.W. Mesdagstraat. Parallel met onze straat loopt de Jozef Israëlstraat. Het is dus duidelijk dat ik in de Schilderswijk woon. Om misverstanden te voorkomen, niet die in Den Haag maar in Groningen.

Hoe komen die straten aan hun namen? Ik denk dat het als volgt is gegaan. De buurt was in op het eind van de negentiende, begin twintigste eeuw bijna klaar en een van de ambtenaren ging naar de burgemeester.
‘Burgemeester, die nieuwe buurt naast het centrum is bijna klaar. De straten moeten nog wel even namen hebben.’
‘Heb jij een idee hoe we ze moeten noemen?’ vraagt de burgemeester.
De ambtenaar, die een enorm liefhebber is van schilderkunst hoeft er niet lang over na te denken. ‘Ik ben afgelopen weekend naar een tentoonstelling geweest van de Haagse School. Daar heb ik zulke mooie schilders gezien, waaronder ene Mesdag. Wat dacht u van de H.W. Mesdagstraat?’
‘Klinkt prima. Dan heb je vast ook wel andere namen van schilders.’
‘Wat vindt u van de Jozef Israëlsstraat?’
‘Prima. Dat is dan geregeld.’

Het was de tijd dat mensen die samenwerkten nog korte lijntjes hadden en elkaar vertrouwden. Het was de tijd dat Nederland nog niet in een moeras van overleg, commissies, raden en toezichthouders was gezakt. Door de Civid-Crisis is inmiddels duidelijk dat Nederland een impotent land is geworden. Het lukt ons niet eens om beetje door te prikken. Niet mensen maar protocollen en procedures, gemaakt door een stuk of tien commissies, bepalen het priktempo.

Maar het einde van deze verkleving en bestuurlijke hart- en vaatziekte is nog niet in zicht. Zo kreeg ik van Erik, die ik meteen tot vaste medewerker van Dossiermoddergat heb benoemd, een oproep van de Gemeente Westerkwartier. Ik citeer even:

‘Straatnamen ontstaan niet zomaar. Deze moeten worden bedacht. Daarbij worden aan deze namen allerlei eisen gesteld. Zo moeten de namen bijvoorbeeld bruikbaar zijn in de spreektaal en uniek zijn. Daarom heeft de gemeente een commissie straatnaamgeving ingesteld. De commissie adviseert het college en heeft de volgende taken
– Toekennen van straatnamen op basis van een goede historische, geografische en biologische onderbouwing.
– Hierbij worden uitgangspunten als vindbaarheid, systematiek, het vaststellen van de juiste schrijfwijze, antecedentenonderzoek bij gebruik van persoonsnamen, aardrijkskundige- en geschiedkundige onderzoek gehanteerd.
- Verdelen van de gemeente in wijken en buurten.
– Het behandelen van ingediende verzoeken door derden (inwoners, organisaties, belanghebbenden)’

Nou wist ik niet eens dat in de Gemeente Westerkwartier huizen stonden. Ik rijd er wel eens door maar dan zie ik alleen maar lange sloten en eindeloze velden met voederbieten. Belangrijke vraag: waarom moet een gemeente waar misschien zes of zeven huizen staan in godsnaam een commissie straatnaamgeving hebben? Die, niet te geloven, ook nog eens wordt benoemd voor vier jaar. Wordt daar een wereldstad uit de grond gestampt?

En wat is er nou moeilijk aan straten een naam geven? Waarom moet daar eindeloos over gedelibereerd worden? Het is zo simpel als wat. Als je de straten nou bijvoorbeeld eens noemt naar boeren die er hebben gewoond. Dan heb je zomaar de Bakemastraat en de Marengastraat. Niks mis mee. Of noem het naar de gewassen die op de akkers groeiden. Dan heb je de Voederbietenstraat, de Roggestraat en de Vlasstraat. Ook niks mis mee. Ik hoef daar geen vergoeding voor te hebben gebaseerd op artikel 3.4.1 lid 1 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Mocht een lezer van Dossiermoddergat toch interesse hebben in deze commissie. De kwaliteiten die de Gemeente Westerkwartier aan de leden stelt:
– Je hebt een aardrijkskundige, naamkundige (Onomastiek), geschiedkundige en/of biologische achtergrond of hebt grote interesse op één of meerdere van deze gebieden;
– Je beschikt over de nodige contactuele en schriftelijke vaardigheden;
– Je toont initiatief en bent daadkrachtig.
Voor vragen kun je contact opnemen met teamleider/coach Frits Moorlag.

Als bêta denk ik toch dat ik opteer voor de Commissie Huisnummering. Waarbij ik er vanuit ga dat ook die commissie een vergoeding krijgt gebaseerd op artikel 3.4.1 lid 1 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

 

Journal

 

Straatfotograaf

Maandag 1 februari, Groningen

Ooit begon ik met het invullen van het woord leraar op officiële papieren als mijn beroep werd gevraagd. Dat duurde niet lang. Zo’n drie maanden. Daarna werd het acht jaar marketeer. Vervolgens werd het een paar decennia directeur. Als bijbaantje gaf ik vaak het beroep van schrijver op.
Sinds een paar jaar zou ik straatfotograaf moeten invullen maar dat heb ik nog nooit gedaan. Blijkbaar hoef ik steeds minder officiële papieren in te vullen. Iedereen klaagt in deze Covid-Tijd dat hij het moeilijk heeft. Begrijpelijk. Al denk ik dat straatfotografen het momenteel wel heel zwaar hebben. Wat hebben straatfotografen nog te fotograferen als er bijna niemand meer op straat loopt, het toerisme tot stilstand is gekomen, de winkels gesloten.

Het belangrijkste voor een straatfotograaf is dat hij een beetje kan zwerven. Een straatfotograaf moet door een stad kunnen dwalen, naar andere landen afreizen, camera bij de hand. Reizen is nauwelijks meer mogelijk, binnenzitten is de regel. Wat moet een straatfotograaf met binnenzitten?

Mijn foto’s raken daardoor een beetje op. Er valt zo weinig te fotograferen. Trouwens niet alleen door die lockdown maar ook door het weer. Door Frankrijk was ik vergeten dat onze winterdagen geteisterd worden door slecht licht, wekenlang. In Frankrijk was het weer ook wel eens beroerd maar dat duurde nooit langer dan twee, drie dagen. Daarna, wist je, krijg je weer blauwe lucht, zon aan de hemel. Een Nederlandse straatfotograaf is best gehandicapt. Al dat modderige licht hier, er is geen eer mee te behalen.

Twee oorzaken waardoor mijn fotografie op een lager pitje staat. Van ellende verword ik van straatfotograaf tot landschapsfotograaf, al heb ik veel minder met landschapsfotografie. Het is toch altijd een beetje hetzelfde, spectaculaire zonsondergang, mooie berg, ruw landschap of juist leeg landschap. Landschapsfotografie mist de psychologie, het sociale element waar ik in de straatfotografie zo gek op ben.

Wat moet je fotograferen als je niet kunt zwerven? Je vrouw, je hond, ik fotografeer ze graag, al ligt eenzijdigheid al snel op de loer. Gelukkig wandelen Wyb en ik nog tamelijk veel waardoor ik zo nu en dan nog een landschap zie.
Ik besef nu pas hoe rijk het leven in Frankrijk is voor straatfotografen. Veel licht, veel niet gepolijste mensen, steden en dorpen waar de muren nog scheuren hebben, de huizen haveloos en schuren in verval mogen zijn. Wat straatfotografie betreft mis ik Frankrijk nog het meest. Er is weinig lol aan om in Nederland straatfotograaf te zijn. Er is gewoon een te veel aan keurige straten en mensen, die nou eenmaal niet zo interessant zijn om te fotograferen.

Het morsige licht hier, die lockdown, voor schrijvers is het daarentegen ideaal. Ik denk dat ik op officiële papieren toch beter schrijver kan gaan invullen. Ik mis alleen die straatfotografie zo.

Journal

 

Schoenen

Zondag 31 januari, Groningen

Het komt allemaal door die schoenen. Met andere schoenen was het vast anders gelopen. Ik weet nog dat ik iemand rechts van Willem-Alexander op die bordesfoto zag staan bij de presentatie van Rutte III. En dat ik dacht, hé, die man heeft zijn pantoffels nog aan. Die pantoffels bleken hippe schoenen te zijn. Kleurig, onverwachte motieven, als het maar opvallend is. Ze behoorden aan ene Hugo de Jonge. Nou moet ik bij voorbaat zeggen dat ik niet van hippe schoenen hou. Toen ik hem daar op die foto zag staan wist ik dat het fout zou gaan.

Zelf was hij zeer ingenomen met zijn schoenen die na die foto veel aandacht trokken. Hij vond het een mooie manier om zich te onderscheiden, merkte je uit de manier waar hij erover praatte. De man was met zichzelf ingenomen. Die schoenen vond hij een vondst. Ze lieten zo mooi zien dat hij net iets anders was dan anderen, dat hij best onconventioneel was, best hip ook. Toen bleek dat hij ook nog van het CDA was vond ik het helemaal mallotig. Een CDA’er draagt gewoon zwarte of bruine schoenen, dat moest hij toch weten. Een CDA’er houdt per definitie niet van mensen die anders zijn dan anderen of onconventioneel of hip. Doe normaal, man, dan doe je gek genoeg, zeggen ze dan in een CDA gezin tegen elkaar.

Ik vond het nog bizarder toen hij zich kandidaat stelde als leider van het CDA. Voor mij was toen duidelijk dat hij een kamikazepiloot is. Welke CDA’er gelooft nou zijn of haar leider als hij zulke schoenen draagt? Dat is vragen om moeilijkheden. Want elke CDA’er weet je dat niet echt op iemand kunt bouwen als hij zulke schoenen draagt. Zo’n man is ijdel en een aansteller. Een CDA’er die zulke schoenen draagt is als een tractor met racebanden. Dan weet een CDA’er meteen dat zo iemand nooit met z’n poten in de klei staat. En als een CDA’er iets eist van zijn leider dan is het poten in de klei.

Even later sijpelde ook nog het bericht naar buiten dat hij regelmatig onder de zonnebank lag. Een man die op een zonnebank ligt is geen man. Dat weet elke CDA’er. Die heeft het te hoog in de bol en vindt dingen belangrijk die er niet toe doen. En het allerergste: een man met van die aanstellerige schoenen heeft geen nuchtere inborst en nuchterheid is voor elke CDA’er een must.

Waarom gaat alles fout bij wat Hugo de Jonge aanpakt? Dat komt echt door die schoenen. Bijvoorbeeld, als hij achter die katheder een persconferentie geeft hoor ik nooit wat hij zegt. Ik denk alleen maar: welke schoenen heeft hij nou weer aan? Als je met Hugo de Jonge gaat onderhandelen en je ziet die schoenen, dan denk je meteen: die man hoef ik niet serieus te nemen.

Ik weet het zeker: als Hugo de Jonge andere schoenen aantrekt komt alles goed. Het zal eindelijk beter gaan met testen, sneller met prikken en de ellende met die software wordt opgelost. Het is allemaal een kwestie van schoenen uittrekken.

Journal

 

Seatseeing

Zaterdag 30 januari, Groningen

Zeegse.

Journal

 

Toetsenbord

Vrijdag 29 januari, Groningen

Beste lezer, het goede nieuws is dat het boek dat ik over ons avontuur in Frankrijk aan het schrijven ben af is. Dat wil zeggen, de eerste versie is geschreven. Er liggen nu zo’n 120 A4’tjes te wachten op wat schaven, beitelen en wat correctie. Wyb leest het geheel nu nog eens door op onjuistheden en andere ongerechtigheden, verder stuur ik het naar deze en gene voor een kritische lezing. Als dat klaar is stuur ik het op naar een paar uitgeverijen. Ik ben benieuwd of ze het wat vinden want het is natuurlijk zeer particulier. Voor wie geïnteresseerd is in Frankrijk en in ons is het misschien toch een aardig boek. Dat hopen Wyb, mijn co-auteur, en ik tenminste.
Mocht er geen enkele uitgeverij het willen uitgeven, geen man overboord. Dan doen we het toch gewoon zelf. Degenen die Dossiermoddergat langer volgen weten dat Wyb en ik ooit een eigen uitgeverij hadden, Uitgeverij Prinsen. Onder die naam hebben we een viertal boeken laten verschijnen waaronder de pracht bundel De dood & de dingen van mijn oom Jan. Wie het antiquarisch nog kan bemachtigen: niet laten liggen.

Het slechte nieuws is dat mijn computer nog niet is gemaakt. Sterker: hij zal nooit meer gemaakt worden. Ik bracht hem naar de Apple winkel en die liet mij weten dat mijn laptop gewoon te oud is om te maken.
‘Hoe oud is uw computer?’ vroeg de meneer met zijn mondkapje op.
‘Ik denk een jaar of vier, vijf,’ zei ik, ook een mondkapje op.
Toen hij het in de computer nakeek, tegenwoordig is niets meer geheim, bleek hij acht jaar oud te zijn. ‘Te oud om nog te maken. Uw computer kan toch geen nieuwe updates van Apple meer uploaden,’ liet de meneer weten. ‘U moet gewoon maar een nieuwe kopen.’ Duidelijk dat die meneer niet in mijn portemonnee kan kijken. Maar aangezien ik niet zonder computer kan, mijn hele leven zit in dat ding zit en ik werk er uren per dag op, besluit ik toch maar om een nieuwe te kopen.

Niet dat ik nu een nieuwe heb. Mijn onvolprezen schoonzoon Wouter gaat hem volgende week voor mij bestellen. Hij is een vermaard Amsterdams kunstenaar maar om in leven te blijven werkt hij toch ook nog een paar dagen in de week iin de Apple Store. Dat moet wel want wie in Nederland wil nou voor kunst betalen. Ik heb me er inmiddels bij neergelegd dat wij een onbeschaafd land zijn. In ieder geval voor mij fijn dat hij bij Apple werkt want daardoor kan ik een mooie korting krijgen, altijd meegenomen.

Ik kan dit blog schrijven omdat Kees, mijn vriend en onderbuurman, grote kans dat u de naam vaker in deze blogs tegenkomt, zei dat ik zijn toetsenbord wel kon lenen. Opeens bedacht ik dat ik nog een kek extern toetsenbordje had liggen. Daar typ ik nu op want het toetsenbord van mijn laptop wil geen letters meer af geven. De techniek en ik, het is geen vruchtbare combinatie.

Hoe kom je de lockdown door? Voornamelijk door lekker thuis te zitten. Ik ben nog nooit zo productief geweest. Daarnaast wandelen Wyb en ik wat af. We doorkruisen de bossen in Drenthe maar ook de stad. Goh, wat is er veel veranderd.
Op een van onze tochten besloten we eens langs het Bernouilleplein te lopen. Het zegt de lezer waarschijnlijk niets maar voor mij is het een plek vol sentiment. Hier kochten Lies en ik namelijk ons eerste huis. Op de bovenste foto is het te zien.
Die toren was niet van ons, die was van de familie van Dorp. Ons huis lag er links naast op de onderste verdieping. Het kleine raampje naast die gang was van ons en ook het raam links daarvan. Het huis oogt van voor veel kleiner dan het was. Dit dertiger jaren huis is namelijk gebouwd in een waaier. Geen kamer was daardoor gelijk.
Als ik me goed herinner kochten we het voor 90.000 gulden. De onderste foto laat een deel van het plein zien. Het hele plein schijnt nu een monument te zijn. En terecht, want het is pachtig. Stom dat ik geen foto van het geheel heb genomen. Komt misschien nog wel eens. Wij wandelen wat af.

Journal

 

Crash

Dinsdag 26 januari, Groning n

H laas. Dossi rmodd rgat mo t n paar dag n uit d lucht. Mijn comput r function rt ni t m r naar b hor n. Ve mo d lijk mo t h t to ts nbord word n v rvang n. Pas vrijdag kan ik n afspraak mak n. Grot kans dat ik een ni uwe comput r mo t kop n want mijn huidig blijkt inmidde s m r dan vijf jaar oud. Tot nad r ord dus v n g n Dossi rmodd rgat. M t xcuus.

Journal

 

Diesje

Maandag 25 januari, Groningen

Een foto uit het archief, wat niet mijn gewoonte is. Eigenlijk alle foto’s die op Dossiermoddergat zijn te zien heb ik op de dag van publiceren gemaakt of een paar dagen daarvoor. Deze foto kwam ik bij toeval tegen toen ik een oude foto zocht: de tijd toen Dies nog een Diesje was.
Ik heb de foto begin oktober op weg naar huis gemaakt nadat we Dies bij zijn moeder in het Franse Die hadden opgehaald. Hij is hier acht weken en een paar dagen oud. Wij stopten regelmatig om hem even uit te laten. Met moeite vonden we een rustige weg waar hij even kon rennen en zijn behoefte doen.
Even hiervoor was hij niets vermoedend met Wyb meegelopen, stiekem bleef ik wat achter. Toen hij mij miste rende hij naar mij toe. Knip, foto gemaakt. Daarna rende hij weer naar Wyb. Van begin af aan weet hij dat hij is toegetreden tot een nieuwe roedel. Met, zoals alle border collies, vol overgave naar zijn baasje en zijn vrouwtje.

Journal

 

Landschap 2

Zondag 24 januari, Groningen

Landschap in de buurt van Delfzijl.

Journal

 

Landschap

Zaterdag 23 januari, Groningen

Landschap in de buurt van Delfzijl.

Journal

 

Kut

Vrijdag 22 januari, Groningen

Gevonden in Winschoten.

Journal

 

Keuvelend met verliefde kronen

Donderdag 21 januari, Groningen

Gevonden in Winschoten.

We wandelen door de bossen van Noord-Laren. Langs een pad kom ik deze boom tegen. Aan zijn voet de resten van een andere boom. Ze hebben heel innig dicht bij elkaar gestaan. Ik moet meteen aan een gedicht van Simon Vestdijk denken. Misschien is deze foto wel het tragisch vervolg op dit gedicht.


Keuvelend met verliefde kronen

Keuvelend met verliefde kronen,
Ruischend de een, rits’lend de ander,
Zijn beuk en berk gaan samenwonen
Als lotgenoten van elkander,

In zulk een inn’ge eendracht, dat
Men aan de witte schors moet vragen
Wie of het berkenloof zal dragen
En wie in ’t najaar ’t bruinste blad.

Hier even breed, daar even smal,
Stroomen hun stammen naar beneden,
Uitwijkend, hunk’rend en tevreden,
Geven en nemen, een en al,

Tot waar de saamgevoegde wortel
De strengheid voedt van ’t mijn en dijn,
Alsof met een onzichtb’re mortel
De grensvlakken bestreken zijn. –

Maar lager, diep onder de aarde,
Daar heerscht de nijd van ’t voorgeslacht,
Dat waterdruppelen vergaarde
Met harig zuigende overmacht,

Elkaar verdringend, moord beramend,
In zulk een schennis van ’t verbond,
Dat elk der wezens zich zou schamen,
Wanneer ’t kon schouwen in zijn grond.

Simon Vestdijk

Journal

 

Wolkenfabriek

Woensdag 20 januari, Groningen

Journal

 

Stervende sneeuwman

Dinsdag 19 januari, Groningen

Journal

 

Mirre met kip

Maandag 18 januari, Groningen

Mirre is ons voormalig buurmeisje in Dwingeloo en, zoals ze zelf zegt, de moeder van Dies, zij is het die Dies heeft opgevoed. Nou, dat heeft ze dan goed gedaan.

Journal

 

Skyline

Zondag 17 januari, Groningen

Journal

 

Welkom

Zaterdag 16 januari, Groningen

Journal

 

||||||||||||

Vrijdag 15 januari, Groningen

Journal

 

Lockdown

Donderdag 14 januari, Groningen

Journal

 

Thermoskan

Woensdag 13 januari, Groningen

Wij wonen in Nederland en zijn Bourgondiërs. Wij proeven het leven met graagte. Meer dan mijn vrienden heb ik in restaurants gezeten en genoten van de meest heerlijke maaltijden. Geen wandeling zonder een koffie verkeerd en liefst een lekkere lunch.
In deze tijd is het allemaal niet meer mogelijk, het Bourgondiërsschap is ons afgenomen door een virus. Dat is verrekte jammer, maar we laten ons er niet door uit het veld slaan. Nog altijd kunnen we door bossen en steden dwalen, als mensen maar op afstand blijven.
Al dat horecagenoegen is gereduceerd tot een kleine thermosfles die we op onze wandelingen meenemen. Al staande drinken we onze thee of chai. Zo gaan we moedig zijwaarts. Hopelijk ontwijken we het virus.

Journal

 

Vlees

Dinsdag 12 januari, Groningen

Journal

 

Antropoceen

Maandag 11 januari, Groningen

Beeld uit het antropoceen.

Journal

 

Groningen studentenstad 2

Zondag 10 januari, Groningen

Journal

 

Zon

Zaterdag 9 januari, Groningen

 

Journal

 

Exoten

Vrijdag 8 januari, Groningen

Exoten in Peasens-Moddergat.

Journal

 

Vredig

Donderdag 7 januari, Groningen

De dag na de bestorming van het Amerikaanse Capitool  tijd voor een vredig tafereel.

Journal

 

Dupe

Woensdag 6 januari, Groningen

Voor vandaag vind ik dit een toepasselijke foto. Ik kwam hem in mijn archief tegen waar ik gisteren doorheen bladerde. Jaren geleden maakte ik hem Amsterdam op het Museumplein. Ik vind hem toepasselijk omdat ik zelf ook druk aan het schrijven ben. Vandaag schreef ik het 31ste hoofdstuk van ‘Een paradijs met zorgen’. Ik merk dat het voor mijn schrijven bijzonder goed is als ik niet blog. De lezer van Dossiermoddergat is de dupe van al dat geschrijf maar mogelijk kun je al die gemiste blogs van de afgelopen twee maanden inhalen met ‘Een paradijs met zorgen’.

Journal

 

Uw laatste kans

Dinsdag 5 januari, Groningen

Goed nieuws. In december bood ik bovenstaande foto te koop aan in een oplage van 75 exemplaren. Inmiddels -nooit verwacht!- heb ik er 71 verkocht. Resteren er dus nog 4 exemplaren. Dit is uw laatste kans. Voor wie interesse heeft.

Bij het afscheid van onze chambres d’hôtes Les Trois Comtes hebben we een afscheidsfoto gemaakt. De titel: Sometimes you win, sometimes you lose.
De foto is te bestellen door een mail te sturen naar gerardtonen@gmail.com. Formaat 30×45 cm, gedrukt op matte photo rag bright van Hahnemuhle. Een print kost €90 exclusief versturen.
Voor de lezers van Dossiermoddergat is de fotograaf bereid de foto exclusief te signeren. Genummerd en gelimiteerde oplage van 75 exemplaren. Er resteren dus nog 4 exemplaren.

 

Journal

 

Stok

Maandag 4 januari, Groningen

Een stok. Wie haalt de stok uit het water? Guus kijkt bewonderend toe.

Journal

 

The show must go on

Zondag 3 januari, Groningen

Journal

 

Geploeter

Zaterdag 2 januari, Groningen

Het geploeter der mensheid.