Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

Pinokkio

Dinsdag 18 december, Lhee

Ergens vlak na mijn dertigste is het gebeurd. Van een leptosome jongen, altijd mager, sommigen vonden zelfs te mager, werd ik een man met een buik. Het was ongeveer in de tijd dat ik, fervent tegenstander van het ding, stropdassen ging dragen. Ik acht het niet uitgesloten dat je van stropdassen een buik krijgt.
Mijn gewicht, dat altijd ergens in de zeventig kilo zweefde, schoot door naar 84 kilo en bleef daar standvastig hangen. Wat ik in de jaren daarna ook deed, veel eten, veel drinken, of juist niet, 84 bleef 84 inclusief buik dus. Voor wie denkt dat ik ooit met die buik heb gezeten, nooit dus. Ik accepteerde het aangroeisel zonder problemen, alsof het een been of een arm was.
De enigen die regelmatig een opmerking over mijn buik maakten waren mijn kinderen. Zo nu en dan, als het hen uitkwam, werd de buik onderwerp van spot. Ondertussen ontwikkelde ik de theorie dat mijn buik niet het resultaat van vet of bier was maar een vergroeiing van mijn darmen die de neiging hadden vooruit te willen. De theorie dat mijn buikmassa vooral spiermassa was, bleek eerder niet houdbaar.

Een van de meest geliefde onderwerpen bij bloggers, vooral vrouwelijke bloggers, is het schrijven over diëten en afslanken. Daar ga ik me nu bij aansluiten. We hadden vrienden op bezoek. Ik schrok nogal van mijn vriend want hij was enorm afgevallen, ik vroeg me zelfs af of hij een enge ziekte onder de leden had. Ik vroeg wat er aan de hand was en hij begon een lofzang op het Pioppi dieet. Essentie van het dieet dat zijn oorsprong vindt in het Italiaanse plaatsje Pioppi: je mag volop eten, wat voor mij nogal essentieel is, alleen geen granen, het dieet is een oorlogsverklaring aan het koolhydraat. Dus geen pasta, aardappelen en zo wat meer. Vet daarentegen is prima, je mag net zoveel vlees en vis eten als je wilt. Voor brood is een koolhydraat arme variant waardoor je ook gewoon brood kunt eten. Sporten is niet nodig.

Het klonk als een erg sympathiek dieet. Laat ik het ook eens proberen, kijken wat er gebeurt, dacht ik. Sindsdien houden Wyb en ik ons enigszins aan het Pioppi dieet, door ons omgedoopt tot Pinokkio dieet. En kijk, voor het eerst sinds vijfendertig jaar wees de weegschaal geen 84 meer aan. De wijzer staat nu op 80. Geen prestatie want het kost me geen enkele moeite het dieet te volgen.
Niet dat het enig effect heeft trouwens. Niemand heeft tot nu toe tegen me gezegd: goh, Gerard, wat ben je afgevallen, of heb je een enge ziekte onder de leden. En mijn buik wijst nog steeds fier vooruit. Al zegt Wyb dat ze het best wel ziet. Sympathiek van haar, maar volgens mij zegt ze het vooral om me te stimuleren met dat Pinokkio dieet door te gaan. Nu ga ik nooit meer schrijven over diëten of afslanken , beloofd is beloofd.

Gevonden

Dinsdag 18 december, Lhee

Vaasje

Maandag 17 december, Lhee

 

– Ja, met Klaas.
– Ah Klaas.
– Ik heb een briljant idee.
– Vertel.
– Wat dacht je ervan als we Nederland eens vergelijken met een vaasje.
– Een vaasje?
– Gewoon een vaasje.
– Hoezo een vaasje?
– Een vaasje is een breekbaar ding, een vaasje waar we met z’n allen voorzichtig  mee moeten zijn.
– O ja. En wat voor een vaasje?
– Hoezo wat voor een vaasje?
– Een klein vaasje, een groot vaasje? Een bloemenvaasje?
– Wat doet het er toe. Gewoon een mooi vaasje, het vaasje waar we allemaal van houden.
– Oké. En wat doen we dan met dat vaasje?
– Daar schrijven we een advertentie over, een oproep dat we met z’n allen zuinig moeten zijn met dat vaasje. Bij wijze van spreken dan.
– Maar waarom een vaasje?
– Wat anders dan een vaasje?
– Een kop koffie, of een kristallen object. Maar een vaasje. Ja, een vaasje is ook maar een vaasje.
– Een kopje koffie is te ordinair, een kristallen object te elitair. Een vaasje hebben we allemaal.
– En wat is de kleur van dat vaasje?
– Mark, wat doet het ertoe? Het vaasje is een metafoor, een metafoor voor wat we met z’n allen koesteren.
– Oh, bedoel je zo’n vaasje. Ik begreep het al niet. En dat vaasje wil je in een advertentie zetten?
– Precies. Een soort boodschap, goed voor de campagne denk ik, dat we voorzichtig met het land moeten omgaan.
– Mark! Mark! Mark!
– Ja mama?
– Wie heb je aan de telefoon?
– Klaas, hij heeft een goed idee met een vaasje.
– Het is toch niet weer een proefballonnetje, hè?
– Nee, dit is een echt idee. Een idee voor een advertentie met een vaasje.
– Doe hem maar de groeten van me.
– Zal ik doen Mama.
– Ha Klaas, hier ben ik weer. M’n moeder vroeg even wie ik aan de lijn had, toen heb ik verteld van het vaasje. Ze vond het een prima idee.
– Ga jij dan zo’n advertentie schrijven?
– Ik… nou.. weet je… Ik zelf heb niet zoveel met vaasjes. Het is jouw idee, snap je? Als jij het nou schrijft, dan zet ik wel mijn naam eronder. Jij ben Politicus van het Jaar geworden, dus dan kan jij wel iets over een vaasje schrijven.
– Oké, dan ga ik wel iets met dat vaasje doen.
– Ja, ik ben heel benieuwd wat voor vaasje het wordt. Maar in principe vind ik het een heel mooi idee. Zo’n vaasje… Hoe zeg je dat? Mooie metafoor en zo. Daar leent zo’n vaasje zich wel voor. Hoe meer ik erover denk, hoe mooier het vaasje wordt. Ik zie het helemaal voor me zo’n vaasje. Goed gevonden, Klaas. O ja, nog één dingetje, moet het geen vaas zijn in plaats van vaasje.
– Absoluut niet Mark. Een vaas klinkt te robuust. Het moet echt een vaasje zijn. Een vaasje is klein, breekbaar. Een vaasje klinkt liefdevoller.
– O ja. Nou, enfin, succes met schrijven.
– Ik stuur je het concept wel toe. Doe de groeten aan je moeder, hè?
– Zal ik zeker doen.  

Gevonden

Maandag 17 december, New York/Lhee

The entire city is an office.

Koken

Zondag 16 december, Lhee

Mijn dochter afficheert zich steeds meer als principieel niet zelfkoker. Ze vergaart daar zelfs landelijke bekendheid mee. Zo zat ze vorige week in een paneldiscussie met Thijs van den Brink op Radio 1. Albert Heijn besluit zijn winkels om te bouwen, onderdeel daarvan is dat je er veel meer uitstekende kant-en-klaar maaltijden kunt kopen. Wat het panel daarvan vond.
Het standpunt van Anne was duidelijk: wat een fantastische ontwikkeling en ze liet weten dat ze er zeker vaak gebruik van gaat maken. De andere leden van het panel, fanatieke thuiskoks, vonden het belachelijk. Zelf koken bracht zoveel rust en gezelligheid. Maar Anne hield dapper stand. Koken was veel werk, ze kon het niet en waarom zou je gaan koken als er zoveel leukere dingen zijn waar je je tijd aan kunt besteden.
Een paar maanden geleden figureerde Anne als principieel niet zelfkoker al in een artikel van NRC Handelsblad. Hierin deed ze de gouden uitspraak: ‘Het leven is te kort om slechte wijnen te drinken.’ En zo is het. ‘Maar houd je dan niet van lekker eten?’ vroeg een mevrouw van het panel die het zelf verrukkelijk vond om te koken. Daar kon Anne meer dan bevestigend op antwoorden. Want Anne heeft makkelijk praten. Als Amsterdamse foodblogger eet ze zeker vier, vijf dagen in de week in de beste restaurants van Amsterdam. Ja, zo word je vanzelf wel principieel niet koker. Wat niet helemaal waar is want Anne heeft altijd de pest aan koken gehad. En bovenal: ze kan het echt niet. Vijf, zes keer per jaar kookt ze zelf. Onlangs nog voor vrienden. Maar tijdens het diner lieten haar vrienden al weten dat ze de volgende keer toch maar weer pizza’s moest bestellen.

Ik begrijp Anne goed. Tot voor kort huldigde ik hetzelfde standpunt. Koken is een crime, koken doe je omdat het moet, koken is moeilijk. Ik had dit standpunt omdat ik gewoon een slechte opvoeding heb gehad. In mijn jeugd heb ik nooit een pan aangeraakt, groente kreeg ik kant en klaar op mijn bord, een fornuis heb ik nooit hoeven aansteken. Koken was voor vrouwen. Bloody shame, ik geef het toe in deze politiek correcte tijden. Later was het niet anders. Ik bouwde en vulde theaters, Lies kookte. In mijn studententijd waren de rollen even omgedraaid, Lies werkte, ik studeerde en moest koken, maar van de zeven dagen in de week aten we er drie kant-en-klare Duyvis braadpandiners.

Mijn opvoeding is eigenlijk pas begonnen toen ik Wyb leerde kennen. Wyb vindt het heerlijk om te koken en kijkt menig kookprogramma. Daar komt bij dat Wyb nu theaters vult en ik veel thuis ben. En verdomd. Van principieel niet zelfkoker, ben ik het steeds leuker gaan vinden. Ik dacht altijd dat koken ongelooflijke moeilijk was, alleen daarom al bewonderde ik mijn moeder en Lies volop. Als je kon koken behoorde je tot een hogere orde. Wat blijkt: koken is helemaal niet zo moeilijk. Je volgt een recept, ff goed lezen, en verdomd, er ligt zomaar een heerlijke maaltijd op je bord. Een mens is nooit te oud om te leren. Het zou me niet verbazen als het met Anne en dat koken ook nog eens goed komt. Als je mij kunt bekeren, dan is dat bij Anne vast ook het geval.

Gevonden

Zondag 16 december, New York/Lhee

Mop

Zaterdag 15 december, Lhee

Als iemand een mop vertelt, voel ik me altijd ietwat ongemakkelijk. Ik zie dat degene zijn best doet om de mop zo goed mogelijk te vertellen. Maar het is de vraag of ik de mop leuk vind, ik hou eigenlijk helemaal niet van moppen. Hoe red ik me eruit als ik de mop inderdaad niet leuk vind? Dan moet ik veinzen dat ik hem leukvind, of gewoon zeggen dat ik er niets aan vind. Beide gevallen zijn pijnlijk. Heb je ook nog de kans dat ik de mop niet begrijp, is me ook een paar keer gebeurd. Het valt me trouwens op dat ik steeds minder moppen hoor, het lijkt een aflopend verschijnsel. Zul je zien dat binnenkort een of andere actiegroep deze vorm van volkscultuur op de lijst van het Unesco werelderfgoed wilt hebben. Sinds vanavond weet ik dat ik mijn mening over de mop moet bijstellen, dat er zelfs op dit gebied een Olympische klasse is.

Het theater is een vrouwelijke aangelegenheid. Vrouwen kiezen meestal naar welke voorstelling man en vrouw gaan, bovendien gaan er meer vrouwen dan mannen naar het theater. Daarom gebeurt er vanavond iets uitzonderlijks: het theater vult zich met mannen, mannen die zelden in het theater komen. Als iedereen zit lijkt de grote zaal van Ogterop meer op een voetbaltribune dan een theater. Sommige mannen houden hun jassen aan. Voor mij zit een man met bont om zijn capuchon, wanneer zie je dat nou in het theater.
Al deze mannen, en een enkele vrouw, komen voor Ton Kas. Ik heb hem nooit eerder in het theater gezien, ooit zag ik hem in DWDD waar hij de ene na de andere mop vertelde en waardoor ik zowaar moest lachen.

Eigenlijk doet hij vanavond niets anders. Hij staat alleen op het toneel, een flesje bier in de hand, en vertelt met een onvervalst Amsterdams accent de ene naar de andere grap. Nog nooit heb ik zoveel grapdichtheid in het theater gezien. Keer op keer is er een bulderende lach, ik ben even bang dat er scheuren door in de muren komen. Hij rijgt de grappen in een doorlopend verhaal aan elkaar en ik, moppenhater, bulder mee.
Zijn grappen zijn zeker niet voor tere zielen en voor de politiek correcte medemens. Het is bij hem grof, grover, grofst. Mijn proletarische achtergrond haalt zijn hart op. Ik ken deze humor van lang geleden uit mijn jeugd. Het is de humor van de voetbaltribune, van mensen die tegen een stootje kunnen.

‘Een verademing in dit #metoo tijdperk,’ zeg ik tegen Wyb als het afgelopen is en ik moe ben van het lachen. Even later zegt ze dit tegen Ton Kas die terecht terugkaatst dat de grappen meer over mannen dan over vrouwen zeggen. Zeker. Want iedereen in de zaal weet dat de grofheid van zijn grappen ook een tragische kant heeft, het zijn de grappen van de onmacht, de frustratie, de mislukking, de tongue in cheek. Deze voorstelling is zeker niet geschikt voor de doorsnee theaterliefhebber, dit is doelgroep ruwe bolster. En ik verbaas me dat deze doelgroep zo goed Ton Kas heeft gevonden in een gebouw dat meestal is gevuld met artistieke kwaliteit en de intellectuele humor van het cabaret.

 

 

Gevonden

Zaterdag 15 december, New York/Lhee

Radiotochtje

Vrijdag 14 december, Lhee

Vandaag maak ik met Anne een strandwandeling in Bloemendaal. Ik haal haar eerst in Amsterdam op en dan rijden we samen naar Bloemendaal. De weg van Amsterdam naar Bloemendaal is een soort hindernisbaan, een weg bezaaid met stoplichten die volstrekt niet op elkaar zijn afgestemd. Stoplicht, optrekken, tweehonderdmeter rijden, weer een stoplicht en dat gaat zomaar door. Is er wel eens uitgerekend wat het effect van slecht op elkaar afgestemde stoplichten is op de opwarming van de aarde en de verspilling van fossiele brandstof?
Mijn navigatie geeft aan dat het van Amsterdam naar Bloemendaal een kleine twintig kilometer is. We doen er bijna een uur over. Het kabinet heeft zich voorgenomen het aantal verkeersdoden te reduceren tot 0. Op deze manier zal dat vast lukken, al ben ik bang dat de stijging van het aantal hartinfarcten in verband met ergernis en te lang in een auto zitten het aantal verkeersdoden zal doen verbleken.

Ik vind het altijd een genot om van Dwingeloo naar Amsterdam te rijden. Voor mij is een dagje autorijden vooral een dagje radio. Voor mij kan er op zo’n dag niet genoeg gepraat worden op de radio. Naar die dj’s op die zogenaamde popzenders kan ik niet luisteren. Die gasten verdienen exorbitant veel door zo slap mogelijk te lullen, het zijn specialisten in het uitbraken van meligheid, nietszeggendheid en debiele verhaaltjes. Wat zullen die jongens en meisjes zich beroerd voelen na zo’n dag onzin uitkramen.

Mijn zender is Radio 1. Of liever was. Een of andere netcoördinator heeft een paar jaar geleden besloten dat ook op deze nieuwszender muziek moet worden gedraaid. En welke muziek is nou geschikt voor mensen die eigenlijk afstemmen op nieuws en informatie? Daar zijn ze nog niet over uit. Zinnige gesprekken en discussies worden verstoord door muziek waar helemaal niemand van houdt, behalve mensen met een hele slechte smaak. Als ik de netcoördinator nog eens tegenkom die mijn radiotochtjes zo heeft verpest, weet ik niet wat ik hem aan doe. Wie in Hilversum selecteert eigenlijk al die mensen met slechte smaak? Het zullen vast een paar mensenhaters zijn die besloten hebben de luisteraars eens goed te grazen te nemen. Wat zou ik blij zijn met een muziekvrije zender. Gelukkig dat er podcasts zijn.

Eenmaal in Bloemendaal aangekomen is het vooral koud. Dies trekt zich er niets van aan en loopt stoer het zeewater in. Het lukt me nauwelijks om foto’s te maken, mijn vingers vriezen vast aan het toestel. Anne en ik zoeken snel de warmte van een strandtent op om van een uitsmijter te genieten.

Op de terugweg zet ik Radio 1 uit. Ik hoor nu voor de elfde keer dat de Stint, dat vervoersmiddel waarmee kinderen van school naar de BSO worden gesleept, altijd al onveilig is geweest. Tot diep 2019 zal hij zijn verboden omdat eerst de veiligheid moet worden gegarandeerd.
Het is me duidelijk dat er in Hilversum flink wordt bezuinigd op nieuws. Met een paar nieuwsberichten vullen ze een hele dag. Radio 1 is de zender van de herhaling. Ik snap nu ook waarom ze zoveel muziek draaien, lekker makkelijk zendtijd vullen en het kost geen drol.

Beeldblog

Vrijdag 14 december, Bloemendaal

Zalig

Donderdag 13 december, Lhee

Ik geef het meteen toe: ik ben verre van attent. Ik ben zelfs verwijtbaar onattent. Zo neem ik nooit eens een bos bloemen voor Wyb mee, nooit verras ik haar eens met een bijzondere fles wijn. Niet omdat ik niet zou willen, ik denk er niet eens aan. Elke keer weer neem ik mij voor een bos of fles mee te nemen. Elke keer komt er weer niets van. Wyb noemt dat onromantisch en ze weet best dat ze me daarmee raakt. Terecht natuurlijk.
En het is erger. Verjaardagen van anderen? Denk ik nooit aan. Misschien omdat ik helemaal niet van verjaardagen hou, op de eerste plaats die van mijzelf. Maar dat wil niet zeggen dat anderen er ook niet van houden. Sowieso ben ik slecht in het koesteren van vriendschappen. Niet omdat mijn vrienden mij niet lief zijn, als ik ze zie vind ik dat fantastisch. Maar om bij ze op bezoek te gaan of eens te bellen? Ondanks goede voornemens komt het er niet van.

Nou moet ik zeggen dat ik nooit had gedacht dat het onderhouden van contact met de allernaasten, kinderen, kleinkinderen, familie, zoveel tijd in beslag nam. Alle tijd die ik overheb, gaat op aan het bezoeken van Ameland, Amsterdam en Kollum. Ik denk dat ik wat dat betreft niet verwijtbaar bezig ben. Zo maakten Anne en ik gisteren nog een wandeling over het strand van Bloemendaal. De wandeling was niet lang omdat de noordelijke wind guur het strand en ons striemde.

Ik kom op dat attent zijn omdat ik gisteren zomaar een kerstkaart in de bus vond van Jochem en Suzan, mijn neef en zijn vrouw. Een langharige teckel -is het hun eigen langharige teckel Guus?- met vleugels vliegt door een blauwe lucht met gele sterren. Met de kaart wensen Jochem en Suzan ons zalige dagen.
Hebben wij vorige jaar überhaupt één kerstkaart gehad? Ik geloof het niet. Terecht, want wij versturen nooit kerstkaarten en wie niet zo attent is om iets terug te sturen wordt van het lijstje geschrapt. Begrijp ik best.

Nu ik deze kerstkaart krijg, ben ik oprecht blij. Gewoon omdat het heel aardig is en ook omdat ik opeens besef hoe zeldzaam kerstkaarten worden. Hoe leuk is het dan om er een te ontvangen: ‘Lieve Wyb & Gerard, heb fijne feestdagen en een fantastisch 2019!’ Wat goed. Ik vind het bovendien wel grappig dat uitgerekend mijn neef tot de afzenders behoort. Mijn neef is namelijk de enige popartiest in onze familie. Menige avond staat hij als een hardcore rock ‘nd roller met intimiderende kleding en blik het publiek plat te spelen. Zijn fans hebben geen idee dat hij met kerst kaarten verstuurt waarop hij zijn naasten zalige dagen wenst.

Met die kaart leren Jochem en Suzan mij onbedoeld een lesje. De kaart zegt ook tegen mij: ‘Wat ben je toch een lul dat jij nooit eens attent bent. Moet je kijken hoe fijn het is om zo’n kaart te ontvangen.’ Maar ook nu zal het Ik weer dominanter zijn dan de wijze les. Bij voorbaat geloof ik niet dat ik vanaf nu wel attent zal zijn. Het zit gewoon niet in me. Excuses aan iedereen die dat ondervindt.

Gevonden

Donderdag 13 december, New York/Lhee

Meester

Woensdag 12 december, Lhee

Ik wil niet zeuren, maar ik vind dat Raden van Toezicht van theaters verplicht zouden moeten worden om De Ambachtsman van Richard Sennett te lezen. Sinds de meeste theaters van stichtingen zijn overgestapt op het Raad van Toezicht model is er iets veranderd. De bestuursleden in de oude stichtingsbesturen werden bevolkt door mensen die een grote binding hadden met de stad, de cultuur, met het maatschappelijk en politieke speelveld. Tegenwoordig zie je dat de oud-politici, de diehard-cultuurliefhebbers, mensen die anderszins maatschappelijk actief waren, zijn vervangen door makelaars, bankmanagers en andere lieden uit het bedrijfsleven. Het is de stille tocht van de VVD door de instituties. Achterliggende gedachte: als we maar mensen uit het bedrijfsleven in de besturen van de theaters zetten, dan worden die instellingen efficiënter bestuurd.

Het vervelende daarbij is dat het type VVD’er de afgelopen decennia is veranderd. Het Oude Geld met culturele bagage is vervangen door de HEAO’er met zero culturele bagage. De makelaars, de bank-employees en andere excell-sheet ridders doen hun werk. Bij de keuze van een nieuwe theaterdirecteur wordt er vaak iemand van buiten genomen, het liefst uit het bedrijfsleven. Soort zoekt soort. Zo worden HRM-managers opeens theaterdirecteur, evenals organisatiedeskundigen, hoteliers, communicatie-adviseurs en dierentuindirecteuren.
Is daar iets mis mee? Ja zeker. Deze mensen hebben mogelijk verstand van managen, maar weten niets van theater. Dat kunnen ze wel krijgen, maar te vaak zorgen ze ervoor dat theaters routinematige, bloedeloze instellingen worden. Goed managen is bij het leiding geven aan een theater van groot belang, maar is maar een deel van het verhaal. Uiteindelijk gaat het erom een theater een ziel te geven, te laten vliegen.

Terug naar Richard Sennett. Het boek van Sennett zorgt voor een herwaardering van het begrip ambacht. Ik ben er van overtuigd dat theaterdirecteur een vak is, een ambacht. Een vak dat je moet leren. En als zoveel ambachten, leer je het vak voornamelijk door de praktijk. Een theater heeft zijn eigen gewoontes en wetten. Die begrijp je pas door er daadwerkelijk mee te werken. Niet voor niets dat vroeger de meeste theaterdirecteuren uit het theater zelf voortkwamen. Gebeurt tegenwoordig niet meer omdat de meeste Raden van Toezicht denken dat wat uit het bedrijfsleven komt lekkerder is. Een grote vergissing. Voor het vak heb je namelijk vakkennis nodig is. Wie programmeert zal kennis moeten hebben van het aanbod, de bedrijfsvoering die, anders dan bij een makelaardij, nooit winstgevend is te krijgen. Nee, wethouder, makelaar, CEO en CFO, geloof me nou maar, zet het uit jullie hoofden: een theater is nooit winstgevend te krijgen. Joop van den Ende dan? Joop maakt op wat hij bij de tv heeft verdiend, Joop is zijn eigen subsidiënt. En alles wat Halbe Zijlstra daar anders over zei, was net zo’n leugen als zijn verhaal over die datsja. 

Ik hou dus een pleidooi voor theaterdirecteuren die het vak van binnenuit hebben geleerd. Voor het oude model, zeg maar: leerling, gezel, meester. Ik bedoel dus de Nel Oskammen, de Leo Potten, de Frans Lommersen, de Roel Oostra’s, om nog maar eens een oude meester te noemen.

Dit blog verschijnt ook als column in het decembernummer van het theaterblad Scènes

Gevonden

Donderdag 13 december, New York/Lhee

Draaien

Dinsdag 11 december, Lhee

Op een rotonde in Tilburg staat een doorzonwoning. Elke 53 minuten draait het huis een rondje om de rotonde. Er woont niemand in het huis, het huis staat daar leeg te zijn.
Jarenlang heb ik niet ver van het draaiend huis gewerkt, vaak reed ik er langs en genoot ik van het omstreden kunstwerk. Zo lang het er staat, is het onderwerp van discussie. Velen vinden het een belachelijk kunstwerk, het dient geen enkel nut. Het was vooral voor de populisten in de gemeenteraad en daar buiten een lekker onderwerp waar ze hun pijlen op konden richten.

Zoveel mensen tegen en ik genoot er juist van. Hoe kan dat? Waarom vond ik het kunstwerk van John Körmeling juist mooi? Ik stelde me deze vragen omdat het draaiend huis opnieuw onderwerp van politiek gekrakeel is geworden. Het huis stond een tijd stil en was nodig toe aan reparatie en een onderhoudsbeurt. Kosten €45.000. De populisten haalden hun hart op. Als inwoner van Dwingeloo tekende ik een petitie dat het huis weer moest gaan draaien. Een oude liefde laat je niet in de steek.

Waarom vind ik dat draaiende huis nou zo mooi? Op de allereerste plaats door het vervreemdend effect. Alles in deze maatschappij lijkt volkomen gaaf en afgerond, alles is geregeld, alles heeft nut en is uitgekiend, niets wijkt af van het efficiënte. En dan staat daar opeens een doorzonwoning, symbool van Hollands kneuterigheid en welvaart, op een rotonde zinloze rondjes te draaien. Dat tegenwicht maakt mij vrolijk. Er zijn nog mensen, de kunstenaar, de bestuurders die zich voor het kunstwerk hard maakten, die buiten de lijnen durven te denken.

Het huis appelleert ook aan mijn diepgevoelde existentiële overtuiging dat in feite niets enig nut heeft. Dit huis is er een mooi symbool van. In dit pamperend land (waar ik helemaal niet tegen ben) is men vaak overtuigd dat alles is geregeld, dat alles beheersbaar is. Maar helaas: ashes to ashes, dust to dust. De mens stelt niets voor, voor ons leegte, na ons leegte. Voor mij was het lege, zinloos draaiende huis daar het symbool van.

Voor mij was er ook een esthetisch element waarom ik het mooi vond. Al die auto’s die de rotonde namen met hoge snelheid. Gehaast, doelgericht. Druk, druk, druk. En dan het huis dat op zijn eigen uiterst trage tempo zijn rondjes op de rotonde draait. Het kan me ontroeren, ik zie er schoonheid in.

En laten we het niet te zwaar maken, het is natuurlijk ook humor. Een huis dat om een rotonde draait is ook gewoon lachen, een vrolijke absurditeit.

Gelukkig heeft het gemeentebestuur ervoor gekozen het huis weer op te knappen en te laten draaien. Hulde! Er zijn nog mensen die lef hebben, die tegen de stroom, de wil van het grote publiek inroeien -de voorwaarde voor dynamiek en vooruitgang. Er is nog hoop.

Gevonden

Dinsdag 11 december, Amsterdam/Lhee

Life changing

Maandag 10 december, Lhee

‘Om vreugdevolle redenen verschijnt er tot dinsdag 11 december geen blog,’ stond een paar dagen boven Dossiermoddergat. Jan blogde al enigszins ongerust en nieuwsgierig waar Neef nou in godsnaam was. Laat ik eerlijk zijn: ik spijbelde.
Wyb en ik zaten een paar dagen in een huisje in de Ardennen. En de Ardennen was zoals ik het nooit anders heb meegemaakt, laag hangende donkere lucht, regen en als het regenen stopt het druppelen van het regenwater van de takken en de bomen. Als ik ’s nachts Dies uitliet: donkere stilte.
Ik had die zin met ‘om vreugdevolle redenen’ boven Dossiermoddergat gezet omdat ik ervan overtuigd was dat het met dat internet in de Ardennen wel niets zou worden. Voor de zekerheid dus. Maar eerlijk is eerlijk, we hadden prima internet, zelfs nog sneller dan thuis.  Omdat de zin al op Dossiermoddergat stond, bedacht ik dat ik ook wel een paar dagen kon spijbelen.

Laat ik nog eerlijker zijn. Dit lange weekend was al een paar weken gepland. Wat niet gepland was dat Wyb en ik met een groot project bezig zijn. Op weg naar de Ardennen gingen we langs mensen die met dat grote project annex zijn en bespraken we de mogelijkheden en omstandigheden. De lezer heeft natuurlijk al lang door dat het grote project vooralsnog geheim moet blijven. Ik kan de lezer echter verzekeren dat het voor ons life changing is, de lezer houdt dus nog iets te goed.
In plaats van een weekend helemaal niets doen, werd het een soort studieweekend. We bestudeerden artikelen en cijfers en surften over het internet op zoek naar meer informatie. We hielden de pro’s en contra’s tegen het licht en bedachten hoe we het moesten aanpakken en wat dat voor de rest van onze leven betekende. Het zijn spannende tijden. Alle reden om dit blog te blijven volgen, zo kent ook Dossiermoddergat zijn eigen cliffhangers.

Gisteren wandelden we via een spoorbrug over de Ourthe naar een dorp aan de overkant. Het dorp heette Sy. Mooie naam, vind ik, bijna een mythische naam, doet me aan de Styx denken maar dan nog mooier. Daar troffen we in een dorpscafé een paar Nederlander die elkaar niet kenden. Wat bleek, ze kwamen allemaal uit de buurt van Nijmegen. Toeval dus. Zo kon ik met een vrouw over Bemmel praten en met een ander over Lent. Iedereen in dat café had besloten om Nederland te verlaten en ergens anders een leven op te bouwen. Ze waren daar wisselend enthousiast over.

 

 

 

Gevonden

Maandag 10 december, Verlaine

Om vreugdevolle redenen verschijnt er tot dinsdag 11 december geen blog.

Gevonden

Donderdag 6 december, New York/Lhee

Bloeddruk

Woensdag 5 december, Lhee

Wie regelmatig dit blog leest, weet dat ik weinig over mijn gezondheid blog. Wel komt de dood regelmatig ter sprake, maar dat heeft meer met onze nietigheid in het algemeen te maken. Gezondheid is geen onderwerp omdat ik, groot geluk, er niet over heb te klagen. Ik sta mij er niet op voor, je hebt geluk of niet.
Een keer had ik kortstondige pech. Ik was alleen thuis en aan alles voelde ik dat eindelijk dan die lang verwachte hartinfarct toesloeg. In paniek, erg dom, reed ik met mijn auto naar de huisarts: ik had het benauwd, er was uitstraling naar mijn arm, enorme druk op de borst. Bij de huisarts werd meteen de ambulance gebeld en zo lag ik een paar minuten later aan de monitor in een ambulance.
De ambulancebroeder wist me meteen te vertellen dat het vermoedelijk geen hartinfarct was omdat de lijn die op de monitor daar niet op wees. Na onderzoek in het ziekenhuis bleek ik een ontsteking aan mijn hartzak te hebben, terwijl ik niet eens wist dat ik een hartzak had. Het was een virusontsteking die iedereen kan krijgen.
Grote opluchting. Voor de zekerheid moest ik drie dagen in het ziekenhuis blijven en werd ik binnenstebuiten gekeerd. Mijn bloeddruk bleek te hoog, ik had niet anders verwacht, en mijn cholesterolgehalte eveneens, ook dat vond ik geen verrassing. Om dat te bestrijden slik ik sindsdien dagelijks twee pillen.
Door die pillen besef ik hoe de tijd voortschrijdt. Elke keer krijg ik een portie van 90 pillen mee, maar die portie is opmerkelijk snel op. Ook vandaag was het weer tijd om zo’n portie te bestellen. Met een buitengewoon ingewikkelde app van de apotheek, ik kom makkelijker bij mijn bankgegevens dan bij mijn medische, bestel ik beide soorten pillen.

Twee uur later kijk ik, zoals ik diverse keren op een dag doe, op teletekst. Wat lees ik: ‘De Inspectie Gezondheidszorg roept uit voorzorg het medicijn Valsartan terug, dat gebruikt wordt als bloeddrukverlager. In een van de grondstoffen van de merken Mylan en Teva is een verhoogde waarde van een kankerverwekkende stof aangetroffen.’ Laat ik nu toevallig twee uur geleden Valsartan Teva hebben besteld.
Ik bel de apotheek die ik moet bijpraten. Als ze meer weet komt ze er op terug, laat ze me weten. Vervolgens ga je je vragen stellen: hoe lang zit die kankerverwekkende stof er al in? Hoe kan het dat een middel om je gezondheid te bevorderen kankerverwekkende stof bevat? Moet ik nu stoppen met die pillen of niet? Het antwoord op de laatste vraag krijg ik op een andere site: ‘De inspectie adviseert mensen om vooral niet zelf te stoppen met de medicijnen, maar met vragen naar de apotheek of huisarts te gaan.’ Die inspectie kan me wat. Ik heb nog een stuk of vier pillen liggen en die gaan de vuilnisbak in. Hoop dat ik morgen wel goed advies van de apotheek krijg als ze het nieuws tot zich hebben laten komen. Ondertussen vervloek ik de farmaceutische industrie.  

 

 

Gevonden

Woensdag 5 december, Amsterdam/Lhee

Kermisattractie

Dinsdag 4 december, Lhee

Mijn buurman heeft een Tesla X gekocht, de eerste auto waarbij je een deur niet opentrekt maar open drukt. Hij is er apentrots op en ik mag een eindje met hem meerijden. Het is voor de eerste keer dat ik in een elektrische auto zit, ben benieuwd of ik zelf nog eigenaar word van een elektrische auto. Voorlopig ben ik eigenaar van een Volvo diesel van voor 2015 en die bevalt prima al is hij in Duitsland in een paar binnensteden verboden.
Geluidloos rijden wij weg en rijd ik in de toekomst. Eigenlijk is de Tesla een rijdende computer. Het dashboard computerscherm is groter dan mijn eerste pc, alleen een paar duizend keer geavanceerder. De chauffeur voelt zich in deze auto een piloot. Via het scherm hebben we zicht op de omgeving om ons heen. Mijn buurman wil mij het optrekken van de auto laten ervaren. Volgens hem zal ik er duizelig van worden.

Ik denk dat we naar de snelweg rijden om mij het duizelig worden te laten ervaren. Maar dat is niet nodig, zegt hij, op de Bosrand lukt het ook wel. De Bosrand is het weggetje waar ik aan woon, twee auto’s kunnen elkaar pas passeren als ze beide een stukje in de berm gaan rijden. Ik zie ons hier niet van 0 naar 100 in een paar seconden accelereren. Heb ik toch mis. Mijn buurman geeft gas en ik word in mijn stoel gedrukt. In 1,5 seconde rijd ik 100 op onze Bosrand. Ik denk aan de ree die nu zou kunnen oversteken. Ik vind het zo eng dat ik hem vraag zachter te rijden. Ik ben geheel en al overtuigd van het vermogen van de elektrische auto. ‘Zelfs een Porche heeft het nakijken bij deze auto,’ zegt mijn buurman. Ik geloof hem onmiddellijk.

Na een klein rondje zijn we terug. Een ding moet ik nog zeker zien, laat hij me weten. Hij vraagt er zijn vrouw bij die een speciale app heeft gedownload. Ze drukt op haar mobiel en dan klinkt er een keiharde beat uit de auto. De ramen gaan half op, allemaal vanzelf. Vervolgens slaan de deuren zich als vleugels naar buiten en vindt op de lichten van de auto een lichtshow plaats. De deuren gaan automatisch op en neer, ze dansen op het ritme van de beat.
‘Dit is geen auto,’ zeg ik tegen mijn buren, ‘dit is een kermisattractie.’ Eerst het accelereren waardoor ik g-krachten voel, een auto als een achtbaan en nu deze dansende auto voor me. Zelfs de dansende aap op de kermis is nu geautomatiseerd. Al swingend sluiten zich de deuren weer vanzelf en stopt de beat. De Tesla X lijkt bijna weer op een gewone auto.

 

Gevonden

Maandag 4 december, Den Haag/Lhee

High five

Maandag 3 december, Lhee

Elk tijdperk heeft een beeld dat het tijdperk samenvat, typeert, een beeld dat voor die tijd een iconische betekenis krijgt. Voor de jaren zestig is dat de foto op de hoes van Woodstock, mensen die op een festivalterrein liggen te slapen en te luisteren. Daar middenin een jongen en een meisje die elkaar omhelzen, een warme deken om hen heen geslagen, op de achtergrond een vlieger in de vorm van een vlinder op een stok. Voor de Vietnamoorlog is dat het meisje dat slachtoffer is van een napalmoorlog en naakt wegvlucht. Voor de jaren zeventig zijn dat de foto’s van de rellen rond de kroning van Beatrix: geen woning, geen kroning.  Zo zou ik door kunnen gaan. Voor het begin van dit millennium zijn het de vliegtuigen die het World Trade Centre in New York binnen vliegen of het instorten van de torens.

Afgelopen weekend zag ik een beeld dat karakteristiek kan worden voor deze tijd. Al is het geen foto- maar filmbeeld. Of dat hindert weet ik niet. De Netflix-series vervangen in toenemende mate het boek, de foto wordt verdrongen door het bewegend beeld. Het beeld waar ik op doel zag ik afgelopen vrijdag. Het nieuws maakt melding van de start van de G20 in Argentinië. De wereldleiders ontmoeten elkaar en de camera is getuige van de begroeting van Poetin en de Saoedische kroonprins Bin Salman.
Ze zijn oprecht verheugd elkaar te zien en doen een high five. Ze kijken elkaar daarbij schalks aan. Hun blik zegt: ha brother, partner in crime, wij weten samen wel dat we de boel bedonderen en wij weten ook dat we met dat bedonderen wegkomen. Op de achtergrond staat Trump stuurs en ietwat eenzaam voor zich uit te staren.
Drie zogenaamd ‘sterke mannen’, een populair mensentype in het huidig tijdsgewricht. Blijkbaar laat de massa toe dat we worden geleid door ‘sterke mannen’. In Hongarije hebben we Orbán, in Turkije Erdogan en ook in Brazilië is zo’n mannetjesputter tot president gekozen. Hun stemvee verkiest onverzoenlijkheid boven redelijkheid, domme duidelijkheid boven de nuance, hardheid boven menselijkheid. Veel mensen zijn er van overtuigd dat het met de ‘sterke man’ wel goedkomt met een land.

De geschiedenis leert hoe het afloopt met ‘sterke mannen.’ Meestal eindigt het met onderdrukking, bloedbaden, vluchtelingenstromen en genocide. Waarna een periode van rouw, bezinning en herdenken volgt. Totdat de tijd de kennis van de geschiedenis weer uitwist. Leert de mens van de geschiedenis? De mens leert helemaal niets van de geschiedenis. Als het er op aankomt heeft de mens geen geheugen en geen geweten, ideale voedingsbodem voor de ‘sterke man’. In triomf kunnen ze elkaar voor het oog van de camera een high five geven.  

Gevonden

Maandag 3 december, Almere/Lhee

Wolf

Zondag 2 december, Lhee

Een sombere herfstdag. Wybrich en ik besluiten een wandeling te maken door een natuurgebied waarvan ik de naam nu niet noem. Waarom wordt dadelijk duidelijk. Het druilt en als er een paar druppeltjes vallen, is er geen mens in de natuur te zien. Altijd een prima reden om wel de natuur in te gaan. We lopen door een woud van jeneverbessen wat ons een prehistorisch gevoel geeft. Grote kans dat hier tussen nu en duizenden jaren geleden niet zoveel is veranderd. Het natuurgebied ligt tussen heel veel leegte: kale akkkers, vergeten bosjes, uitgestrekte heidevelden.
‘Hé,’ zegt Wyb op een gegeven moment, ‘moet je hier zien wat een groot spoor.’
Scherp gezien. Dat zijn inderdaad enorme afdrukken.
‘Ze zijn nog vers,’ zeg ik.
‘Zou best van een wolf kunnen zijn.’
We volgen het spoor. Het is geen grote hond, of de hond moet alleen hebben gelopen, want nergens zijn voetstappen te zien. We besluiten foto’s van het spoor te maken. De eerste foto’s mislukken omdat Dies te enthousiast is en de pootafdrukken wist.

We lopen verder in een donker bos. Je zult maar wolf zijn en alleen door deze eenzaamheid moeten dwalen. Dies vind ik door zijn spitse snuit op een vos lijken, het grootste deel van zijn vacht komt overeen met de kleuren van de vos, prima schutkleuren dus. Maar het uiteinde van zijn staart en zijn poten zijn een ramp als het om schutkleuren gaat. Het uiteinde wordt steeds meer een witte pluim. Vrolijk en opzichtig zwiept het wit op en neer. Alsof hij een vlaggetje aan de staart heeft gemaakt en voortdurend zegt: hier ben ik. Zijn poten zijn eveneens spierwit.
Na de wandeling gaan we in het kader van de opvoeding van Dies naar een horecagelegenheid. Wij aan een tafeltje zitten en hij rustig eronder blijven liggen, dat kan een hond niet zomaar.

Eenmaal thuis googlen we op wolvenspoor en wolf. We vergelijken de foto’s die we maakten met de foto’s op google. Het is duidelijk dat we dicht bij een wolf zijn geweest. Het is altijd mooi als je zo dicht bij de wilde natuur komt. Zeker omdat die in Nederland eigenlijk nauwelijks bestaat. We leven in het antropoceen: de mens heeft alles naar zijn hand gezet. Mooi als je dan even proeft aan iets wilds dat moeite doet zich aan dat antropoceen te ontworstelen.

’s Avonds voor de televisie zegt Wyb die de iPad in haar handen heeft: ‘Ik zie hier een vacature voor wildbeheerders in een natuurreservaat in Zuid-Afrika. Ze vragen een echtpaar. Zou je dat zien zitten?’
Wyb heeft de smaak blijkbaar te pakken. Een wolf? Oké. The big five wil ik best wel zien in veertien dagen op een goed georganiseerde safari, maar volledig leven in de jungle? Ik moet er niet aan denken.

 

Shinen

Zaterdag 1 december, Lhee

– Hai, met Max!

– Alex?

– Alex?

– Waarom zeg je niks?
– Je belt me wakker.
– Oh, sorry. Ik vergeet de Nederlandse tijd hier. Hoe gaat het?
– Hmm.
– Wat hmm?
– Gaat wel.
– Je klinkt niet echt blij.
– Moet dat dan?
– Nee, maar ik had twee dagen niet gebeld. Het is hier zo druk. Dus ik dacht dat je het wel fijn vond als ik even belde.
– Ja, je zult het wel druk hebben.
– Och, joh, ik ontmoet zoveel mensen hier.
– Ik zag die foto in de  krant. Je stond in het midden te stralen.
– Wat goed, hè? Naast Mark. Schuin achter Trump.
– En je had geen tijd om mij te bellen?
– Sorry, maar Poetin wilde nog iets met me drinken. Hij is toch erg geïnteresseerd in het micro-krediet.
– En jij gelooft dat?
– Hoezo?
– Hij is in jouw geïnteresseerd. Dat micro-krediet kan hem geen bal schelen, dat weet ik zeker.
– Ik vind niet dat je leuk klinkt.
– Vind je het gek. Ik ben hier maar domme openingen aan het verrichten en zogenaamd interessante werkbezoeken aan het afleggen en jij staat daar tussen die wereldleider te shinen. Hoe denk je dat dat voor me is?
– Ja, sorry, Alex, maar ik ben nu eenmaal uitgenodigd…
– En ik niet, nee. Dat klopt. Fijn, hoor.
– Ben je jaloers?
– Nee, helemaal niet jaloers. Waarom zou ik. Hier in de krant stond dat jij en Mark wel een stelletje leken.
– Och, Alex, hou nou op. Mark… Weet je wat Mark ’s avonds doet?
– Hoe moet ik dat weten? Dat weet jij natuurlijk wel.
– Hij belt de hele avond met zijn moeder. Mammie voor, Mammie na.
– Gelukkig voor jou zijn er nog genoeg andere interessante mannen.
– Ik vind het helemaal niet leuk dat je zo doet. Je weet ook wel dat ik hier voor de goede zaak ben.
– Ja, jij wel. Ik heb blijkbaar geen goede zaak. Domme Henkie, kan in Nederland blijven. Vrouwtje gaat staan stralen.
– Oh, wat ben jij jaloers. Vind ik een beetje erg dom, Alex. Vind ik helemaal niet leuk.
– Ik ook niet.
– En nu wil ik dat je er over ophoudt. Begrepen. Hoe is met de A’tjes.
– Met Amalia is geen land te bezeilen. Ze wil nog steeds geen koningin worden. Ze zegt nu dat ze naar de kunstacademie wil. Ze wil textielkunstenares worden.
– Weet je wat het probleem is, Alex?
– Dat ze geen koningin wil worden.
– Nee, ze gaat te vaak naar je moeder. Al die artistieke dingen, die heeft ze allemaal van jouw moeder. Ze moet maar een minder naar je moeder. Als ik terug ben zal ik eens goed met haar praten.
– Ze zegt dat Alexia het maar moet doen. Die heeft ook de looks, zegt ze.
– Wat een onzin. Looks doen er helemaal niet toe, dat weet zij, dat weet jij. Je moet wat strenger zijn, jij. Jij laat haar maar praten.
– Oké. Leuk dat je belde. Maar het is nu vier uur in de nacht. Ik wil weer gaan slapen.
– Textielkunstenares… Ongelooflijk. Nou, krijg ik nog een kusje van je. Ga maar lekker slapen.
– Wat ga jij doen?
– Poetin heeft me voor een diner uitgenodigd, samen met kroonprins Mohammed bin Salman.
– Gezellig.
– Ze hebben me laten weten dat ze substantieel iets willen bijdragen aan het micro-krediet.
– Die twee kunnen het goed vinden samen zag ik op het nieuws. High Fiveje met elkaar.
– Doe nou niet zo kinderachtig, schatje. Ga nou maar lekker slapen. Kusje. Ik moet me nog omkleden dus ik heb wat haast. Hou je nog van me?
– Heel veel.
– Nou, hier heb je een dikke kus. En vergeet niet de groetjes te doen aan de kinderen. Welterusten, lieve Alex.
– Ja, welterusten. Doe de groeten aan Vladimir.

 

 

Gevonden

Zaterdag 1 december, New York/Lhee

Virus

Vrijdag 30 november, Lhee

Er is iets raars aan de hand in onze familie. Momenteel ben ik druk bezig met de opvoeding van een hond, wat geen kattenpis is. Het is nog veel meer werk dan ik had verwacht, komt vermoedelijk ook omdat Dies een kruising is tussen diverse heftige rassen, zoals de border collie en de australische herdershond. Voor wie, zoals ik, labradors gewend is, is Dies een stevige kluif. Hij heeft energie voor een stuk of drie labradors.
Enig resultaat van de opvoeding is gelukkig best al zichtbaar. Vandaag was hij bijna een perfecte hond. Ik tel mijn zegeningen, morgen kan het anders zijn. Vind ik dat erg al dat werk? Helemaal niet. ‘Toch vind ik het nog steeds leuk dat we geen labrador hebben genomen. Dit is zo anders,’ zei Wyb vandaag nog. Ik ben het helemaal met haar eens.

Het rare is dat niet alleen ik druk bezig ben met een hond, ook mijn beide dochters zijn er op het ogenblik druk mee. Esmee krijgt, naast Hugo de labrador die ze al heeft, morgen een labrador van tien jaar erbij. Het is een blinde geleide hond die met pensioen gaat. Vorige week was hij op proefbezoek, morgen gaat Mica, zoals hij heet, definitief bij hen wonen. De huidige eigenaar van Mica krijgt dan een nieuwe blinde geleide hond. Ik neem aan dat Esmee een stuk minder werk heeft aan Mica dan ik aan Dies. Een hulphond van tien jaar lijkt me een makkie.
Anne gaf zich drie weken geleden via een app op om honden in Amsterdam uit te laten. Sindsdien is ze in contact met de eigenaar van een franse buldog die in Brazilië woont. Zijn hond, Charlie, is nog in Nederland en woont bij zijn ex-vrouw die niks met honden heeft. Pas over drie maanden verhuist Charlie naar Brazilië. Anne heeft de hond een paar keer uitgelaten, leerde zowel de man als de vrouw iets beter kennen en heeft Charlie nu een week in huis genomen. Ze heeft inmiddels haar hart verpand aan het permanent snurkende beestje.

Dit alles betekent dat mijn familie, en ik heb het voor de afwisseling nu over de familie van mijn vaderskant, al drie generaties druk in de weer is met honden. Mijn opa werkte bij de politie en had een politiehond onder zich. Een hond die gewoon bij mijn opa en oma thuis woonde, ik heb er een vage herinnering aan. Ik weet nog dat het een bouvier was, zo’n hond waar je bij voorbaat diep respect voor hebt. Of mijn opa hem vaak voor politiewerk moest inzetten, geen idee.

Toch mooi dat er in onze familie een soort hondenvirus rondwaart. Ik ben met honden opgevoed, weliswaar van die zeikerige poedeltjes, maar toch. Anne en Esmee zijn met honden opgevoed en dat heeft voor het virus zeker vruchten afgeworpen. Of mijn opa met honden is opgevoed weet ik niet. Zo ja, dan zijn de Tonen’s misschien al vier generaties met honden in de weer.

Gevonden

Vrijdag 30 november, Lissabon/Utrecht/Lhee

No Risk

Donderdag 29 november, Lhee

Als theaterdirecteur was ik altijd tegen het geven van kortingen op voorstellingen. Mijn standpunt was dat theater geen ramsjproduct is. Het is een volwaardig, kwalitatief product dat duur is om te maken en daardoor zijn prijs waard is. Waarom zou je er dan korting op geven?
Natuurlijk zijn er marketingargumenten om het toch te doen, maar er is een doorslaggevend argument waarom je dat niet moet doen: als je het publiek went aan kortingen, dan kom je er namelijk niet meer vanaf. Het publiek zal op den duur altijd wachten totdat het een korting krijgt aangeboden. Wat fnuikend is want een van de grote marketinginstrumenten van het theater is de abonnementverkoop. Mensen zijn gewend om ver voordat een voorstelling plaatsvindt al kaarten te kopen. Al is het feit dat dit instrument inmiddels stevig is aangetast en in sommige steden, vooral de  grote, nauwelijks nog bestaat.

Mijn gevecht tegen de kortingen heb ik verloren. Vooral door producenten van grote musicals als Joop van den Ende. In toenemende mate zat er niemand meer in zijn zalen die de normale ticketprijs betaalde. Leden van de ANWB, werkers in de zorg, vroegbestellers, overal doken kortingsmogelijkheden op. Op de korte termijn werkt een korting prima, op de langere termijn veroorzaakt het erosie. Het publiek stelt steeds langer de beslissing uit om een kaartje te kopen. Gevolg dat in die tussentijd zich nieuwe verleidingen aanbieden en mensen sowieso niet gaan.

In deze neerwaartse spiraal wordt door het Luxor Theater een nieuwe stap gezet. Daar bieden ze voor drie grote producties No Risk Tickets aan. Iemand koopt een kaartje voor de voorstelling en als die haar niet goed vindt, krijg hij in de pauze zijn geld terug als hij in honderd woorden beschrijft waarom je haar niet goed vindt. Niet alleen uit marketingoogpunt is dit killing, maar ook voor iedereen die risico bij deze voorstelling loopt. Elke producent maakt wel eens een mindere productie. Zowel de producent als het publiek loopt risico, wat misschien wel de charme van theater is. Maar wie nu productioneel een zeperd heeft, krijgt misschien wel een niet te betalen rekening gepresenteerd.

De marketingschade is sowieso groot, vind ik. Met deze No Risk actie laat je het publiek al naar het theater gaan met het idee dat de voorstelling misschien niet goed is. Terwijl je als theater een feestelijk gevoel dient te creëren, een lekker avondje uit, wordt de belangrijkste boodschap dat het helemaal pet kan zijn en dat je halverwege de avond weer naar huis moet. Je geeft een enorme negatieve connotatie aan een avondje theater. Ik vrees dat dit de dood in de pot is, het theater op zijn laatste benen.

Want de angel in deze kwestie zit in de zin die ik zojuist schreef: ‘Elke producent maakt wel eens een mindere productie.’ Was maar waar. Ik zie in toenemende mate snel in elkaar geflanste producties in het theater verschijnen. Voorstellingen die te snel en te goedkoop zijn gemaakt. Na de voorstelling geeft het publiek wel zijn plichtmatige ovatie maar je voelt dat de avond toch teleurstelde. Als iets de erosie van het publiek bevordert zijn het beroerde, rammelende voorstellingen.

Ik merk het zelf ook. Waarom zou ik naar het theater gaan als ik ’s avonds op de bank met Netflix eenzelfde soort ervaring kan krijgen? Het is goedkoper, ik kan plassen wanneer ik wil, ik heb geen buurvrouw die voortdurend snoepjes van krakende papiertjes ontdoet en ik hoef de deur niet uit.
De No Risk actie is een soort overgave, vrees ik. Het theater weet dat er veel beroerde producties worden gemaakt, het publiek weet dat, de enige oplossing is een wanhoopsdaad. Om het publiek toch te verleiden mag iedereen zijn geld terugkrijgen. Weg gezonde basis voor een theatercultuur waarin publiek, producenten en theaters elkaar onvoorwaardelijk kunnen vertrouwen.

Gevonden

Donderdag 29 november, Lhee

Nijmegen

Woensdag 28 november, Nijmegen

Twee weken geleden had ik een vergadering in de juridische faculteit van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarna had ik een afspraak met Jan. Vandaag had ik eenzelfde soort vergadering op dezelfde plaats. Ik rij via de Oranjesingel over de Heyendaalseweg naar de Montesorrilaan waar de faculteit is gevestigd. Op de Heyendaalseweg, net de rotonde voorbij die de kruising vormt met de Groenewoudse weg, realiseer ik me waar ik twee weken geleden geen moment aan heb gedacht: hier, in dat verzorgingshuis, is mijn moeder overleden.

Ik rij zachter, gelukkig rijden er geen auto’s achter me. Ik overdenk wat voor een ellende we in die flat hebben meegemaakt. Mijn moeder die soms keihard op de gang riep dat ik haar moest meenemen, dat ik haar moest bevrijden. In een van die kamers, ik weet niet eens meer in welke precies, het was op de tweede of derde verdieping, begeleidden we haar naar de bevrijdende dood. Zachtjes fluisterden we dat ze dood mocht gaan, dat ze er niet tegen hoefde te vechten, dat ze een enorme goede moeder was geweest, dat we ontzettend veel van haar hielden.

De juridische faculteit zit in het Grotiusgebouw op de campus van de universiteit, een prachtig gebouw, ontworpen door Benthem Crouwel Architects. Voor wie ooit in de buurt is: zeker even binnen gaan kijken, zo transparant en mijn architectenvriend zou zeggen ‘zo mooi in de maat’. Als ik naar binnen ga zie ik de officiële naam staan Faculteit der  Rechtsgeleerdheid. Ben ik hier om rechten te gaan studeren? Zeker niet. Gewoon theaterzaken, as usually.

Omdat ik vandaag geen afspraak met Jan heb, rij ik over de St. Annastraat terug naar huis, is mijn voornemen. Als ik er heen rij, kom ik langs het Radboud Ziekenhuis en ik herinner me hoe vaak ik daar door die draaideur ben gelopen om mijn vader op te zoeken die daar van de zoveelste operatie lag te herstellen. Ik voel nog de spanning als ik hem bezocht. Hoe zou het met hem gaan, zou hij eindelijk beter worden?
En dan realiseer ik me, om het nog dramatischer te maken, dat mijn vader een paar honderd meter verderop in het moratorium heeft gelegen. Goed beschouwd heeft de dood van mijn ouders zich op een paar honderd meter van elkaar afgespeeld, al zaten er decennia tussen.

Ik rij terug over de St. Annastraat en kom op de kruising met de Fransestraat. De rellen rond de Piersongarage schieten me te binnen. Op deze kruising vonden de laatste rellen plaats. Het NOS Journaal meldde dat er nog één brandhaard was, namelijk op de St. Annastraat. Er waren beelden te zien van de kruising. Het klopte wat het Journaal meldde. Wij waren zojuist een willekeurig huis ingevlucht en onder ons veegde de ME met groot materieel de St. Annastraat schoon.

Als ik door deze stad rij, schiet mijn leven voorbij.  

Gevonden

Woensdag 28 november, Amsterdam/New York/Lhee

Geluk

Dinsdag 27 november, Lhee

 

 

Klein geluk is geen geluk, schreef
Remco Campert, jong en onbezonnen.

Zowel de wijzen als de gekken
weten dat groot geluk niet bestaat.

Groot geluk is waan.
Rook in rook gehuld.

Klein geluk kun je vasthouden.
Handle with care, zegt de verpakking.

Kleinood. Twee hondenogen.
Een hand op een rug. This side up!

Plotseling samen hetzelfde zeggen.
Een eigen wereld in je hoofd.

Gijs

Dinsdag 27 november, Hindeloopen/Lhee

Zo benieuwd welke letter ze zijn vergeten. De r in het midden of de n aan het einde. Toch mooi dat ze in Hindeloopen op deze manier Gijs herdenken.

Gevonden

Dinsdag 27 november, Utrecht/Lhee

Schoonheid

Maandag 26 november, Lhee

De partij der proleten, de VVD, wil ons doen geloven dat kunst luxe is. Dat doen ze omdat bepaalde kunstuitingen geld kosten, tenminste, als we die in Nederland willen kunnen zien. En voor de boekhouders van de VVD is alle subsidie die niet naar het bedrijfsleven gaat, onderwerp van discussie.
Natuurlijk is kunst geen luxe. In welke menselijke samenleving dan ook, op welk continent, in welke cultuur, altijd heeft de homo sapiens kunst gemaakt, heeft hij de behoefte gehad zich uit te drukken. Zelfs onder de meest erbarmelijke omstandigheden, bijvoorbeeld in de concentratiekampen, werd er kunst gemaakt, van cabaret, toneel tot muziek. Waarom? Fascinerende vraag.

Op de allereerste plaats denk ik dat het vertellen van verhalen een levensbehoefte is van de mens. De wereld is chaos, willekeur en dreiging. Verhalen geven het leven samenhang, overzicht, er is een begin, een midden, een einde. Door verhalen lijkt ons leven logisch.
Toen ik vorige week bij Jan en Connie was, vertelde Connie over het boek ‘De code van de ziel’ geschreven door de psycholoog James Hillman. Ze liep naar boven om het te halen en attendeerde mij op een passage die over kunst gaat.
Hillman haalt daarin Thomas van Aquino aan die schreef: ‘Schoonheid zet beweging stil.’ Schoonheid geneest psychologische malaise. Hillman fulmineert tegen de psychologie die verstrikt is geraakt in methodes en therapieën maar de kern van ons zijn, de ziel van de individuele mens, verwaarloost. Zo vindt hij het een schrijnend gemis dat schoonheid in de psychologie eigenlijk geen rol speelt. Terwijl schoonheid van alle menselijke uitingen het dichtst bij onze ziel staat, er misschien wel een uiting van is. En hij wijst op de helende werking die van kunst uitgaat. Kunst biedt troost, afleiding, reflectie, vermaak, verwondering, bewondering. Het is integraal onderdeel van ons leven. In plaats van het luxe te zien, zouden we het moeten herwaarderen, gebruiken.

Kunst, kunst, schei toch een uit over kunst, elitaire aap, hoor ik mensen denken. Op de een of andere manier irriteert kunst altijd, mensen voelen zich dan al snel buiten gesloten, ‘daar heb ik geen verstand van’. Dat neemt niet weg dat in Nederland 2,35 miljoen mensen een abonnement op Netflix hebben en avond en avond zitten te bingewatchen, dat zo’n 30  miljoen mensen per jaar een museum bezoeken, dat zo’n 13 miljoen mensen per jaar een theater bezoeken en nog eens 36 miljoen mensen naar de film gaan. En dan heb ik het alleen nog maar over bezoekers en niet over het aantal mensen dat het zelf kunst beoefent, professioneel of als amateur.
Hoezo kunst luxe? Alleen de cijfers laten al zien dat kunst een onlosmakelijk deel van ons leven is. Al die mensen gaan natuurlijk niet voor niets. Ze vinden daar vermoedelijk iets waar Hillman op wijst: een vorm van heling, genezing, troost, tegenwicht tegen de verschrikkelijke werkelijkheid.

Gevonden

Maandag 26 november, Groningen/Lhee

Vloedlijn

Zondag 25 november, Ameland

Als Nijmeegs jongetje had ik nooit kunnen denken dat ik ooit twee kleinkinderen op Ameland zou krijgen. Ameland was een ander land, ver weg, en over kleinkinderen heb ik in mijn hele jeugd überhaupt nooit nagedacht. Zoiets komt later en vermoedelijk nooit. Kleinkinderen is voor oude mensen en dingen die voorbij gaan.
Maar ’t kan verkeren. Ameland is een eiland in Nederland, aan de overkant van het wad bij Moddergat. Drie kwartier varen als het vloed is, een uur, of langer, bij eb. Ameland doe je even. Naar dat verre land uit mijn jeugd gaan we nu wel een stuk of zes, zeven keer per jaar, zoals vandaag. En kleinkinderen horen inmiddels bij mijn leven als ademen.

Het heeft nadelen, kind en kleinkinderen op Ameland. Het is niet makkelijk om ze even te zien. Er zit altijd een plas water tussen en een boot die je erheen moet varen. Toch vind ik de nadelen niet tegen de voordelen opwegen.
Neem dat water. Elke overtocht is het prachtig om het wad te zien. Zon of grauw weer, het maakt niet uit. Altijd is er die overweldigende schoonheid. Vaak gaan we zelfs maar één middag erheen maar bij terugkomst heb je toch het idee dat je een beetje vakantie hebt gehad. Vooral omdat een bezoekje aan de familie ook altijd betekent dat we een strandwandeling maken en gaan lunchen in een strandtent.  
Ik vind Ameland zeker niet het mooiste eiland. Als ik het voor het kiezen had gehad, hadden ze nu op Vlieland of Terschelling gewoond. Maar ja, je kunt niet alles hebben.

Vandaag hebben we een bijzondere tocht omdat Dies voor het eerst meegaat. Goed voor zijn socialisatie. Even zie je alles door de ogen van Dies. Heel veel mensen die een boot oplopen. Onder de loopplank het modderige water, een grote zaal waar mensen aan tafeltjes zitten en heen en weer lopen. De stampende motoren van de boot. Je moet er als jonge hond allemaal aan wennen.
De beloning is groot. Aan de overkant is de kennismaking met Hugo, de hond van Esmee en Arjan. Eindelijk een hond die ook eindeloos door kan gaan. En er is kennismaking met een nieuw fenomeen, een fenomeen waar een hond uit de Drôme totaal geen weet van had: de zee, het strand. Platte leegte met zand en nog meer water, geen berg of boom te bekennen. En, het mooiste van alles, honden die langs de vloedlijn spelen.  

Dies

Zondag 25 november, Ameland

Kiek

Zondag 25 november, Lhee

Sommige foto’s wil je niet maken, maar moet je maken.

Tafel

Zaterdag 24 november, Hindeloopen

Een paar maanden geleden gingen Wyb en ik naar een paar fonteinen kijken die in de elf Friese steden zijn neergezet in het kader van Leeuwarden Europese Culturele Hoofdstad 2018. Zo kwamen we in Hindeloopen terecht. Een plaatsje waar ik graag kom, Anton Pieck zal hier vast veel inspiratie hebben opgedaan, Nederland op zijn pittoreskst. Maar ook vergane glorie, een plaatsje dat ooit lag aan die onstuimige Zuiderzee.
De Zuiderzee heet nu IJsselmeer, en niet voor niets. Het is een getemd beest. Als je langs de vloedlijn loopt -mag het die naam nog wel hebben?- zie je de impotente golfjes van wat eens een grillige binnenzee was. We zagen een fontein met allure maar die zijn allure verloor omdat het opgesloten zat in een woonwijkje. Het was hierdoor gehannes op de vierkante centimeter. Jammer, maar misschien een goede metafoor voor Hindeloopen zelf.

Maar daar wil ik het allemaal niet over hebben. We liepen door het stadje dat nu leeft van het toerisme. In een van de smalle straatjes zat de antiek winkel waar we de tafel zagen staan. Wyb is al een paar jaar op zoek naar een mooie ronde tafel voor op haar kantoor en daar stond hij. De winkel was gesloten, gelukkig kwamen net de eigenaren thuis die ons wel even binnen wilden laten.
Een kwartier later was de tafel van ons. Wat niet wil zeggen dat we klaar waren in de winkel want een van de eigenaren houdt van praten en vindt zelf dat hij erg grappig is. Elk verhaal eindigde met een kwinkslag. We spraken af dat de tafel gewoon in de winkel zou blijven staan en dat we hem met een busje een keer kwamen ophalen.

Vandaag was die keer aangebroken. In een grote Mercedes bus reden we weer richting Hindeloopen. Naast ons op de bank zit Dies die, we zijn naast een tafel ook een hond rijker, altijd in is voor avontuur.
Voordat we de tafel ophalen, lopen we weer op de dijk. Dies is gek op avontuur en schapenpoep. Ik vrees dat we na Dickens opnieuw een hond hebben die van poep houdt. De golfjes van het IJsselmeer zijn weer even machteloos als de vorige keer. Dies, geboren in de bergen van de Drôme, vindt ze desalniettemin nog steeds te hoog.

We manoeuvreren de bus door het smalle straatje. De eigenaar is blij ons te zien en blijkt opnieuw een vat vol verhalen en humor. Voorzichtig laden we de tafel in. Ze is nog steeds even mooi. Misschien moeten we hem toch maar in onze huiskamer zetten.
Uiteindelijk rijden we hem toch naar Ogterop en vindt ze een plaatsje in het theater, gelukkig blijft ze wel ons eigendom. We stappen over van de Mercedes in de Volvo, voor Dies inmiddels een vertrouwd onderkomen. Volgens mij ziet hij de Volvo als een grote rijdende bench, speciaal voor hem aangeschaft, inclusief het personeel dat voor in de bench zit.

 

Gevonden

Zaterdag 24 november, Hindeloopen

Vinkenoog

Vrijdag 23 november, Nijmegen/Lhee

Als je bij Jan en Connie binnenkomt, sta je in de gang. Aan de linkerwand van die gang hangen allemaal ingelijste speciaal gedrukte gedichten. Leonard Nolens hangt er, Slauerhoff, Bloem natuurlijk.
Een verzameling maakt zichzelf groter. Connie laat een gedicht zien dat ze van iemand heeft gekregen, gekocht op een veiling. Uit een koker komt, op vergeeld papier, een gedicht van Simon Vinkenoog tevoorschijn. Wie kent Simon Vinkenoog nog? Lees dit gedicht en je leert Simon Vinkenoog kennen. Zijn twee bakstenen dikke Verzameld Werk bestaat vooral uit dit soort erupties van woorden.
Ik vind het erg karakteristiek voor die tijd, 1978. Als ik het gedicht lees, hoor ik de dreinende stem van Simon Vinkenoog. Mooi dat die tijd zomaar uit die koker komt, het is het laatste jaar dat ik mij student mocht noemen. Als ik het gedicht lees, valt me op hoe weinig er in Nederland is veranderd. Alleen die dienstplicht is gelukkig geregeld, de rest kan in deze tijd geschreven zijn.
Het gedicht is op een groot langwerpig papier gedrukt in rood, wit en zwarte inkt. Ik neem het integraal over, inclusief spellingfouten. Spring teug in de tijd. 1978.

 

NEDERLAND NEDERLAND NEDERLAND NEDERLAND NL

Nederland!
Het huilen staat me soms nader dan het lachen!
Nederland, waarom laat je je regeren door angstige kleuters?
Nederland, waar zijn je helden van vroeger gebleven?
Nederland, heb je werkelijk je ziel aan de duivel verpacht?
Draait dan werkelijk alles om geld?
Waarom staat er nooit nieuws in je kranten,
waarom alleen maar de moorden, en ongelukken,
de oorlogen, en loonsverhogingen, het weer en
wie er gewonnen of verloren heeft?
Nederland, wie ben je? Ben ik niet Nederland?
Nederland, waar is je ondernemingsgeest?
Waarom kwamen de ketters hierheen vluchten?
Nederland, tot wie wend ik me?
Kun je nog luisteren? Nederland!
Nederland, is dan alles alleen maar verpakkings-
industrie van kunststoffen voor kunsteten, met
kunstbloemen voor kunstmensen?

Nederland, de wereld is zo groot en er is nog zoveel
te doen,                   waarom doen we het niet?
Hebben we dan niets geleerd, jij en ik, van honderden
jaren oorlog, voor nog tienduizenden jaren vrede?

Nederland, wanneer gaan we de angst uitroeien,
en de twijfel, de wanhoop en de ontreddering –
hebben we niet genoeg te doen,
en staan we niet alleen van zessen klaar?

Nederland, waarom gaan je misverstanden
nergens over,
waarom houd je je bezig met bijzaken,
waarom zorg je niet voor onbehuisden?

Nederland, waarom maak je geen eind aan de
woningnood?
Nederland, waarom laat je je regeren door een
schandaal?
Nederland, wanneer wordt je jeugd wakker
om te zeggen: dit nemen we niet langer,
dit hoeven we niet te nemen,
hier willen we een einde aan maken!
Nederland, wanneer steek je de brand in je papieren
en de handen uit je mouwen?
Nederland, de woningnood is een groter probleem
dan ik alleen aankan, maar ik alleen zou er in één
jaar een einde aan kunnen maken.
Nederland, waarom doen we het niet?
Waarom geven we geen woningen aan de ratten
van Kattenburg, aan de velen die zo graag willen
trouwen en kinderen krijgen, en die nog
kanker kanker kanker bij de vorigen moeten
inwonen?

Nederland, wanneer worden we volwassen?
Nederland, waarom speelt toch iedereen zo graag
vereniginkje , en jij wordt voorzitter, en ik secretaris,
en jij penningmeester en we praten maar en we
praten maar en we praten en we praten –

Nederland! Duizenden mensen staat in de kou,
duizenden mensen leggen hun moede hoofd niet
onder hun eigen dak te rusten.
Nederland! Er zijn tienduizenden jongens en meisjes
die niet alleen willen slapen,
duizenden ongeborenen die om liefde smeken!

Nederland, leer leven! Laat leven! Leef!
Laat je niet leven, Nederland,
laat je niet leiden, maar leid en leef:
maak je los van het verleden,
scheur je los van banden en bondgenootschappen –
in een volgende oorlog (als die komt, en die komt
toch lekker niet)
Nederland, waarom stuur je generaals niet met
pensioen, die de vorige oorlog nog moeten ‘winnen’?
Nederland, waarom schaf je de dienstplicht niet af,
Nederland, waarom wil je zo graag nog
soldaatje spelen?
Nederland, doe toch niet zo gek –
dacht je werkelijk dat je vijanden had,
die je pijn willen doen? Nederland
woef woef woef woef huilen de politiehonden
op de Westermarkt waar Descartes van de rede
sprak, en van het zoeken naar waarheid.

Zeg Nederland, weet je eigenlijk wel waarover ik het
heb,
zeg Nederland, heb je je geweten nog behouden –
en doe je er iets aan,
of heb je je ziel verpand aan ’t gemak, je natje en je
droogje en de koninklijke nutteloze goudgele
papierbedrukte miljoenen?
Nederland, je kunt alle noden lenigen,
Nederland, er bestaan geen problemen –
ze kunnen alle uit de wereld geholpen worden,
Nederland, maak je nuttig, Nederland –

de wereld wacht op bevrijding.
Nederland, ga vóór,
Nederland, tegen wie praat ik eigenlijk?
Nederland, weet je wel wie ik ben?
Nederland, wie ben je, en waar?
Nederland, ik houd zo van je.

(Voor Allen Ginsberg, omdat ik ook zo van de
Verenigde Staten van Amerika houd)

 

Simon Vinkenoog
druk Frans de Jong Amsterdam aug. ‘78

 

Gevonden

Vrijdag 23 november, Nijmegen/Lhee

Tuinhuis

Donderdag 22 november, Nijmegen

Veertig jaar lang liep ik elke paaszaterdag met het mannelijk deel van mijn familie naar Lent, een dorpje dat over de Waal lag en nu is ingelijfd door Nijmegen. Deze familietraditie was misschien ooit het laatste mannelijke bolwerk van Nederland. Vrouwelijke familieleden mochten beslist niet meelopen. Uit protest hielden de dames ooit een alternatieve Paastocht maar dat werd nooit een familietraditie, het bleef bij één keer. Waardoor duidelijk was waarom alleen mannelijke familieleden mochten meelopen. Voor een Paastocht heb je doorzettingsvermogen nodig. Om het een en ander te relativeren. Het mannelijk deel van de familie bestond uit vier personen en de tocht was niet langer dan 6 kilometer.

Na veertig jaar bestaat de familietraditie niet meer. Een deel van de familie werd zo krakkemikkig dat die 6 kilometer niet meer werd gehaald. De laatste keer, 8 jaar geleden?, deden we het met de auto, een surrogaat dat niet echt beviel. Einde familietraditie. Dit betekende dat ik nog minder in Nijmegen kwam, laat staan in Lent.
Vandaag kwam daar na lange tijd verandering in. Ik maak met Jan, mijn oom, een biografisch boek waarin tekst en foto zijn gecombineerd. Lent mag daarin zeker niet ontbreken. En Lent wil zeggen het boerderijtje waar Toon nu alleen woont. Al die veertig jaar was het ons uiteindelijke reisdoel. Vroeger woonde hij er met zijn ouders en zus. De meeste jaren dat we er heen liepen alleen met zijn zus. In de loop van de jaren werd het steeds rustiger in huis. Een ding bleef altijd constant: de onberispelijkheid van zijn tuin. Aan de ene kant van het tuinpad de moestuin, aan de andere kant het gazon met het tuinhuis.

Jan en ik rijden over de Waalbrug naar Lent. Ik schrik me te pletter. Lent? Lent bestaat niet meer. Waar ooit een paar honderd mensen woonde, leven nu duizenden, er is een nieuwe stad uit de grond gestampt. Het landschap waar we altijd zingend doorheen liepen is totaal op de schop gegaan en is voor een deel een arm van de Waal geworden. Daar ligt mijn verleden aan diggelen. Alle vertrouwde beelden in mijn hoofd moet ik bijstellen.
De grootste schok komt als we de Vossenpels inrijden. Het boerderijtje dat ooit vrij uitkeek op Betuwse boomgaarden is omgeven door bouwactiviteit. Ik feliciteer Toon omdat zijn huis vermoedelijk twee tot drie ton meer waard is. Maar Toon geeft aan dat hij daar niets aan heeft. Hij wil het uitzicht en de boomgaarden terug.

Toon is ook niet meer de oude. Een paar geleden kreeg hij een hersenbloeding. Hij genas er wonderwel van maar het praten gaat niet meer zo goed, soms kan ik hem niet verstaan. De moestuin ligt er kaal en koud bij. Het tuinhuis is vervallen, de deur gaat met moeite open. De inkt van het sigarenkistje, waarin wij ooit onze namen en het jaartal schreven, was het 1979?, is door de tijd uitgewist. Ik neem foto’s van het huisje waarin wij ooit onze glaasjes jonge jenever dronken, onderdeel van onze familietraditie. We nemen afscheid van Toon. Grote kans dat het ons laatste afscheid is. Ik kijk nog een keer naar het tuinhuisje waarvan ik ooit droomde dat het mijn schrijfhuisje werd. Ondertussen rijden betonwagens af en aan.

Gevonden

Donderdag 22 november, Nijmegen

Patiencen

Woensdag 21 november, Lhee

Ik lees in de Volkskrant een artikel over het beleid rond gehandicapten. Sinds het kabinet van VVD en PvdA de sociale werkplaatsen sloten (ja, je leest het goed, de PvdA), is het een puinhoop van jewelste. Gehandicapten moesten onder het minimumloon gaan werken (ja, je leest het goed, maatregel genomen onder verantwoordelijkheid van de PvdA) en het beleid werd van de Rijksoverheid naar gemeentes overgeheveld. Als dat gebeurt, dan weet je het eigenlijk al: dat wordt een puinhoop. Aldus de geschiede want veel gehandicapten zitten nu werkloos thuis.
Van alle organisaties waar ik mee te maken heb gehad, zijn gemeentes verreweg het meest beroerd. Buiten dat veel gemeentes te klein zijn om goed beleid rond jeugdzorg, mantelzorg en gehandicapten te organiseren, zijn de meeste gemeentes gewoon vermolmde organisaties. Mensen zitten er te lang, zijn ingesnoerd door procedures en protocollen en zijn over het algemeen doodsbang om fouten te maken.
Daar komt bij dat rotte appelen in de organisaties er niet uitgewipt kunnen worden. Een buitengewoon goede rechtspositie zorgt ervoor dat een ambtenaar nauwelijks kan worden afgerekend op slecht presteren. Het is ook geen gewoonte dat slecht functionerende ambtenaren stevig worden aangesproken. Meestal krijgt de slecht functionerende ambtenaar een functie met minder verantwoordelijkheid of vindt er een bypass operatie plaats, worden andere ambtenaren om hem heen gezet.
Het woord bypass is in deze goed gekozen want een van reden dat gemeentelijke organisaties zo beroerd functioneren heeft met vervetting te maken. Ik heb een heilig geloof in magere organisaties waar iedereen hard moet werken. Mijn ervaring is dat mensen dan het gelukkigst zijn. Laat mensen een beetje lanterfanten op het werk en de sfeer verkankert.

In Breda ligt het stadskantoor naast het Chassé Theater. Ik moest daar op een vrijdagmiddag zijn en zag het volgende beeld. Als je van het parkeerterrein naar het Chassé loopt, kom je langs de kantoren van het stadskantoor. En ik weet dat ik nu een cliché ga vertellen. Maar zoals het cliché wil: alle clichés ook waar. Ik liep langs de ramen en zag werkelijk op alle computerschermen ambtenaren aan het patiencen. Het leek wel alsof er een groot patience toernooi plaatsvond. Het was in de tijd dat ik nog geen mobiel op de zak had om het vast te leggen, anders was ik zeker nog eens langs de ramen gelopen.

Ik raad aan iedereen er op te letten. Als de Rijksoverheid weer eens taken overhevelt naar gemeentes -ik geloof dat dit in beleidstermen deregulering heet-, dan weet je vrijwel zeker dat het fout loopt. Ik gebruik het woordje vrijwel omdat er best wel eens een uitzondering zal zijn, alleen ken ik die niet.
De Rijksoverheid stoot trouwens niet voor niets zaken af, dat is een andere wet. Meestal doen ze dit als er iets moet worden bezuinigd. Dus de gemeentes krijgen dan een taak die ze niet aan kunnen en ze moeten het doen voor minder geld. Waarna, als na een paar jaren de puinhoop te groot is, de hele boel weer wordt gecentraliseerd. Zo houden wij onszelf bezig in Nederland, reorganiseren, reguleren en dereguleren, zit net zo in ons bloed als het Sinterklaasfeest. Jammer genoeg gaat daar niemand de straat voor op.

Gevonden

Woensdag 21 november, Rotterdam/Lissabon/Lhee