Dossiermoddergat.nl

gerardtonenblogt

2024, juli/augustus

Watch

Zondag 7 juli, Cadouin

 

Decennia lang bepaalde mijn agenda mijn dag. Het zal nu zo’n acht jaar geleden zijn dat er een omslag kwam. Eigenlijk had ik geen agenda meer nodig. De weinige afspraken die overbleven onthield ik wel. Alhoewel je daarmee moet oppassen, voordat je het weet word je nonchalant en vergeet je afspraken.

In die ontwikkeling zwoer ik ook mijn horloge af. Een horloge en een stropdas heb ik toch altijd als de ketenen van de blue collar werker beschouwd. Van de stropdas had ik me al jaren daarvoor bevrijd. Op een gegeven moment liet ik mijn horloge op mijn nachtkastje liggen, iets later verdween hij in de la om er nooit meer uit te komen. Het gebaar lijkt groter dan het is omdat er altijd nog de iPhone was met de tijd erop.

Toch beschouwde ik het afzweren van mijn horloge als een stap op weg naar het kluizenaarschap. De tijd begon sowieso een steeds minder grote rol in mijn leven te spelen. Op een gegeven moment had ik nog slechts twee belangrijke afspraken per dag. ’s Middags en ’s avonds moest ik de hond uitlaten. Daarvoor heb je geen horloge nodig, want de hond houdt de tijd bij.

Met het uitlaten van de hond ’s middags ontstond een afspraak met mijzelf. Ik heb namelijk de neiging om vooral op stoelen te zitten, ik ben gek op zitten. Sporten vind ik vreselijk, vooral omdat met anderen te doen. Dat je elkaar dan ontmoet in een sporthal vind ik een gruwelbeeld. Aangezien de gezondheidsfreaks mij wijsmaakten dat zitten het nieuwe roken is, realiseerde ik me dat ik toch moest bewegen en besloot het nuttige met het aangename te combineren en voortaan, bij het uitlaten van de hond, tienduizend stappen te lopen.

Inmiddels houd ik dat al drieënhalf jaar vol en is het een soort obsessie geworden. Dit jaar zit ik gemiddeld op 10.123 gemiddeld per dag. Ik hield de stappen bij met mijn iPhone. Maar mijn obsessie was inmiddels zo groot dat ik me kapot ergerde als ik mijn iPhone vergat en de stappen niet werden geteld. En dat gebeurde steeds vaker, want ik word ook nauwelijks nog gebeld, wat moet een kluizenaar nou met een iPhone?

Om die ergernis op te heffen besloot ik een apple watch te kopen. Hoor ik nu iemand denken: het is een kluizenaar van niets? Ik realiseerde me dat ik me met zo’n apparaat inderdaad nog meer uitleverde aan de hightech biljonairs in Californië, maar goed, die houden wel al mijn stappen bij. En zo komt het dat ik sinds een paar maanden met zo’n watch rondloop.

De functie van horloge heb ik uitgezet. Dat is namelijk het irritante van het ding, dat het altijd wat licht geeft op je pols. Ik draag nu gewoon een zwarte band en als ik de tijd wil weten, druk ik op een knopje.
Het aantal gemiddelde stappen schoot bovendien omhoog, want zelfs als ik naar de wc loop of aan het stofzuigen ben, worden die stappen meegeteld. Het fijne is nu ook dat ik medailles verdien. Als ik zoveel stappen heb gelopen en calorieën heb verbrand dan trilt mijn watch en verschijnt er op het schermpje een medaille met felicitaties. Toch fijn die waardering vanuit Californië.

Verleden

Zaterdag 6 juli, Cadouin

 

Ik merk dat het verleden verandert. Lang was het verleden fluïde, het verleden is weliswaar afgesloten, iets wat is geweest, maar omdat het heden alle richtingen kan opstromen heeft dat nog als het ware invloed op het verleden. Door heden en toekomst is verleden van minder belang, denk je. Wat zou je je met het verleden bezighouden als het heden hectisch is en de toekomst straalt.

Dat verandert als je op een berg gaat wonen in verlaten streken. In het begin heb je het niet zo door. De berg en de verlaten streken horen bij het heden en de toekomst. Maar als de berg en de verlaten streek ook steeds meer verleden worden, dan wordt het verleden toch steeds belangrijker.

Sowieso heb je op een berg veel te denken. Je overziet de zaken beter, je hebt alle tijd om in de vallei te kijken. En dan gebeurt er iets opmerkelijks: het verleden wordt zwaarder. Het is een soort zwart gat, het astronomisch mysterie. Het zwarte gat trekt alles naar zich toe, slokt alles op. En wordt zwaarder en zwaarder. Uiteindelijk verdwijnt alles, wordt alles onzichtbaar, en is het zwarte gat een feit.

Maar zover is het gelukkig nog niet. Vooralsnog weegt het alleen nog maar zwaarder. Omdat de stroming om het verleden verdwijnt, wordt het steeds statischer. Er is geen ontsnappen meer aan: het verleden is het verleden, het wordt steeds meer afgesloten, verhalen en inzichten consolideren.

Op zo’n berg richt de focus zich meer en meer op dat verleden. Je herdenkt wat was, je draait het een en ander om, wikt en weegt, en uiteindelijk vindt het zijn plek, het is wat het is. Je zet het weg, het is afgerond. Het zal wel, hier moet je mee leven.

Het is een nieuwe situatie, die ik niet ken. Het verleden toornt nu hoog voor me op, terwijl het altijd veilig achter me lag. Wat heb je nou aan het verleden, oude troep, koeien in de sloot. Het verleden was voor later. En nu is het dan later en zit je ermee opgescheept. 1000 anekdotes, 1000 beelden, 1000 mensen, 1000 welles, nietes en andere zaken. Er valt niets meer aan te veranderen. Ja, even hier nog wat draaien, stof eraf, op zo’n kop houden en dan houdt het wel op.

Ik geloof niet dat je het verleden van je af kunt slaan, of kunt veronachtzamen. Je moet wel met het verleden leven en het ermee doen, want het verleden ben jezelf. Je staat echt helemaal alleen met je verleden. Niemand anders is jouw verleden. Zo is het dus gekomen. Na veel omzwervingen zit je op een Franse berg naar je verleden te staren. Een rijke schat? Een schamel bezit?

Tweede ronde

Vrijdag 5 juli, Cadouin

 

Vanaf gisteren is er elke donderdagavond een marché gourmand op ons dorpsplein. Dat betekent food trucks, kraampjes waar je wijn per fles en glas kunt krijgen en ijs. Over het plein verspreid banken en tafels op schragen waar mensen met en zonder eigen borden willekeurig aanschuiven, sommigen nemen zelfs hun eigen plastic tafelkleed mee. Het plein dat in de herfst en winter er maanden verlaten bij ligt is opeens vol leven. Op een hoek van een plein gisteravond een soort Jacques Brel, maar veel vaker treedt Rod Stewart op. Tenminste, volgens mij. Volgens Wyb is hij het zeker te weten niet. Hij lijkt er op, heeft zijn stem, maar is het niet. Ik blijf twijfelen. Volgens mij heeft hij hier zijn tweede huis, zoals zoveel Engelsen. Zo’n marché gourmand is Frankrijk in volle glorie, dorpse gezelligheid tijdens zwoele zomeravonden.

Naast ons komt een vrouw zitten die in eerste instantie niets zegt. Kan ik altijd niet zo goed tegen, ik vind wel dat mensen met elkaar moeten communiceren, daarvoor is zo’n marché toch. Daarom wens ik haar een bon appétit. Ik krijg een magere merci terug en dat is het dan. Ze doet me meteen denken aan een oud-collega, zeer bekwaam, maar een serpent van een mens, een tang om mee te werken. Ik zonder mij af om twee maaltijden te halen bij een stand van een schapenboerderij waar ze heerlijk lamsvlees verkopen, onze guilty pleasure. Het is goed om vegetarisch te zijn, maar er zijn van die momenten.

Als ik na een half uur wachten terugkom is Wyb druk aan het praten met de dame in kwestie. Ze blijkt toch minder op mijn oud-collega te lijken dan ik dacht. Het onderwerp: Franse politiek. De dame komt uit Normandië en is, na een bezoek aan haar dochter in Toulouse, een paar dagen in de Dordogne neergestreken. Ze is advocate en haar verbetenheid doet me dan toch weer aan mijn oud-collega denken. Ze is namelijk verschrikkelijk boos en verontrust over wat er in Frankrijk gebeurt. Het is dezelfde woede die ik eerder bij dorpsgenoten zag. Diep gewortelde woede. Met het besluit van Macron brengt hij Frankrijk in groot gevaar. Het leed is niet te overzien als het Rassemblement National aan de macht komt.

Het zijn inderdaad spannende dagen in Frankrijk. Zonder dat de kiezer er invloed op heeft, trekken deze dagen kandidaten zich terug uit de verkiezingen, want aankomende zondag is de cruciale dag, pas dan wordt duidelijk wie echt heeft gewonnen. Het werkt als volgt. Een kandidaat die in de eerste kiesronde 50% van de stemmen haalt, is direct gekozen. Dat is vorige week zondag in 76 van de 577 kiesdistricten gebeurt. 39 daarvan zijn definitief van RN. Er zijn dus nog 501 onbesliste districten.

Als niemand een meerderheid heeft gehaald mogen de kandidaten meedoen die meer dan 12,5% van de stemmen hebben binnengehaald. In deze dagen worden er coalities gesloten. Veel kandidaten trekken zich nu terug om ervoor te zorgen dat de anti-RN kiezers niet worden verdeeld. De linkse partijen en de Macronisten zullen, zo is de verwachting, elkaar opzoeken en samen voor één kandidaat gaan. Dit alles in de hoop dat die meer stemmen dan de RN-kandidaat krijgt.

Als dat niet lukt krijgt Frankrijk Nederlandse toestanden, de angst van iedereen. De eerste kandidaat voor RN met SS-pet is al gesignaleerd en meteen geroyeerd, maar het zegt toch iets over wat er huist in de ziel van de RN. Gisteren keek ik fragmentarisch naar de parlementaire doop van Schoof, tja, een tweede Wilders wens je geen enkel ander land toe.

We nemen afscheid van de advocate. Ze zegt dat ze zo graag met werken zou willen stoppen. Maar ja, de verdienste, ze kan het zich niet permitteren. We wensen haar bon courage.

Levensweg

Donderdag 4 juli, Cadouin

 

Ik heb vandaag een afspraak met mijn Franse Nicht over de vormgeving van Het huis van het weekdier. Natuurlijk hebben we daarvoor de gedichtenbundel van Jan uit de kast gehaald, De dood en de dingen. Als het enigszins kan willen we de bundels op elkaar laten lijken. Ook De dood en de dingen werd uitgegeven door Uitgeverij Prinsen en vormgegeven door mijn nicht.

Ik ben verrast door De dood en de dingen. Het is een tijdje geleden dat ik de bundel zo bewust ter hand neem. De vormgeving vind ik nog steeds erg mooi door zijn eenvoud en de prachtige typografie. De kwaliteit van de gedichten van Jan verrast me weer. Er zijn twee gedichten die, sinds verschijnen, voor mij veel meer betekenis hebben dan bij verschijnen. Zo lees ik Doodsbericht.

 

Doodsbericht

Als ik sterf moet het voorjaar zijn
Geen rottend blad of kale kleuren
Als ik sterf is er louter zonneschijn
En zweven door de lucht de eerste lentegeuren.

 

Het is wel en niet uitgekomen. Jan is gestorven in de herfst, maar daar heeft hij zich niets van aangetrokken. Op zijn sterven was de regel: Als ik sterf is er louter zonneschijn, veel meer van toepassing. Jan is rustig en blijmoedig overleden. Hij nam van iedereen uitgebreid afscheid, waar hij waarlijk van genoot, vaak zat hij nog in de tuin en in die laatste maanden is er veel gezongen, dat vond hij heerlijk. Om hem heen was het zeker voorjaar. De dood en de dingen, Jan heeft het beleefd en zijn nalatenschap is onder andere de bundel.

Andere gedichten die me persoonlijk meer raken dan toen we de bundel samenstelden op een terras in Lent aan de Waal, zijn Levensweg en Dementie. Levensweg is opgedragen aan mijn moeder. Dementie is vast op haar geïnspireerd, ze gaan zo.

 

Levensweg
Voor Miep

En straks geen stap meer zetten
Niet meer hoeven op te letten
Of er kuilen en ook plassen zijn
Waar de steilte is, waar het ravijn.

Het einde lijkt als het begin.
Het is er, maar wat is de zin?
De cirkel is, zoals altijd, rond
Geboorte- wordt nu stervensgrond.

 

Dementie

De tijd die heeft haar ingehaald
of haalde zij de tijd in?
Er is geen straks,
geen even nog,
geen einde
en zeker niet
een nieuw begin.

 

Jan en mijn moeder, broer en zus. Jan was bij ons kind aan huis, er was een hechte band. Maar toen mijn moeder ging dementeren haakte hij meer en meer af. Het zal een normaal proces zijn, het is wreed om iemand van wie je houdt, of iemand waar je op bent gesteld, iemand anders te zien worden. Of zelfs helemaal niemand.
Ooit ging Jan mijn moeder bezoeken. Ze lag op bed en keek op toen Jan binnenkwam en zei: ‘Jan, ben jij ook al in de hemel?’ Hij is er enorm van geschrokken.
Zo goed als Jan met zijn eigen dood omging, zo’n moeite had hij met het sterven van anderen. Hij is weinig bij mijn moeder geweest. ‘Ik kon er gewoon niet tegen,’ liet hij mij lang na het overlijden van mijn moeder weten. Gelukkig heeft hij de laatste levensfase van mijn moeder getekend in twee gedichten, ik ben er blij mee.

Blafje

Dinsdag 2 juli, Cadouin

 

De zomer nestelt zich in het land, nog niet met volle overtuiging, maar toch. Het gevolg is dat wij ’s nachts het slaapkamerraam helemaal openzetten en dat betekent dat we bijna één zijn met de natuur, wat niet altijd een pretje is.

Ergens in de vallei zit rond middernacht een eenzame uil naar gezelschap te roepen. In zijn roepen hoor je zijn verdriet. ‘Vrouw, vrouw, waar ben je nou? Kom nou gauw!’ Antwoord krijgt hij niet. Hij gaat uren door met zijn hartekreet, maar niemand die er op reageert. Alleen wij denken: hou er nou eens mee op. Zo rond één uur valt hij in slaap of gaat uit noodzaak op jacht naar wat muizen. Hij maakt in ieder geval duidelijk dat uilen het niet makkelijk hebben.

Wie wel antwoord krijgt is de vos, die vlak onder ons raam zit. Nu al twee nachten vindt er een uitgebreide dialoog plaats tussen onze vos en een vos honderden meters verderop. Een vos heeft een beetje een hoog en schor blafje, soms lijkt het meer een gilletje van iemand die te veel rookt. Na de uil houdt de vos mij uit de slaap.

Zo stonden Wyb en ik vannacht om vijf uur in onze blote kont voor het open raam te kijken of we de vos zagen. Wij zagen hem niet en hij zag ons niet, want hij hield niet op met zijn gekef. Waarom de vossen niet gewoon naar elkaar toeliepen, geen idee. ‘Zijn het geen blaffende reeën?’ opperde ik nog even. Ook reeën hebben, als ze in gevaar zijn, zo’n overspannen blaf. Deze ochtend zocht ik naar de blaf van de vos. Het is onmiskenbaar, het is de vos die onze nachtrust verpestte.

Dat de Fransen geen natuur waard zijn, blijkt deze dagen. Cadouin zit vermoedelijk in de planning van telefoon- en elektriciteitsbedrijven. Zoals bekend loopt het elektriciteitsnetwerk en de fiberglas in Frankrijk, in tegenstelling tot Nederland, over de grond. Dat moet wel, leg maar eens leidingen in rotsen en graaf maar eens door heuvels en bergen heen. Palen zorgen ervoor dat elk huis uiteindelijk het licht kan aandoen.

Maar het vervelende is dat al die palen in de natuur staan. Bomen en struiken trekken zich niets aan van die palen en draden. Bomen groeien zo hoog dat de draden onderdeel van de boom worden. Dat kan natuurlijk niet, want op een gegeven moment breekt een draad door een vallende tak of groeit de boom zo hoog dat de kabel kapot wordt getrokken. Vandaar dat eens in de zoveel tijd een ploeg mannen met groot materieel de boel vrij komt maken. Subtiliteit bestaat bij dit werk niet. Bomen gaan rücksichtlos om. Grote takken worden geamputeerd. Opruimen? Kost te veel tijd. Zo is het bos op sommige plekken een grote puinhoop.

Zelfs op onze dassenburcht bovenop onze berg is een lading takken gedeponeerd. Geen idee of de dassen hierdoor zijn verjaagd, maar het vertrouwen in de mensheid en hun hol zal hierdoor niet zijn toegenomen.
De Fransen kunnen enorme horken zijn. Ik denk wel eens dat hun land gewoon te groot is, wat maakt het allemaal uit. Hopeloos die Fransen, ze stemmen verkeerd, ze gaan als liefdeloze lomperiken met de natuur om. Goed beschouwd zijn ze hun eigen land niet waard.

Zwijgen 2

Maandag 1 juli, Cadouin

 

Ik wil toch nog even terugkomen op het blog van gisteren over mijn vader. Ik lees het vandaag nog eens en zie dat de lezer mogelijk toch een verkeerd beeld van mijn vader krijgt. Het blog ging over het zwijgwapen van mijn vader en omdat het accent daarop lag, is de kans groot dat de lezer mijn vader als een bruut ziet. En dat is toch niet het geval.

Wat mijn vader nu precies wel is, weet ik eigenlijk niet. Bovenal ken ik hem slecht, al heb ik 27 jaar intensief met hem geleefd. Ik voel naar mijn vader geen enkele rancune. Zelfs tijdens die periodes van zwijgen, en ik nog een kind was, overheerste het medelijden. Zelfs als kind wist ik dat, wat mijn vader deed, niet normaal was. Ik voelde meer medelijden met hem dan dat ik boos was, en dat is altijd zo gebleven.

Mijn vader had namelijk nog veel meer eigenaardige gewoontes. Wij woonden in een rijtjeshuis in Hatert en woonden op de hoek. Het was een doorzonwoning, dus iedereen kon er dwars doorheen kijken, normaal gesproken. Maar mijn vader wilde, als hij thuis was, dat niemand hem kon zien. Voor al onze ramen hing dan ook deprimerende vitrage en voor die vitrage hing nog luxaflex, zo afgesteld dat echt niemand naar binnen kon kijken.

Van familie moest mijn vader niets hebben. Met zijn eigen familie had hij al helemaal niets, hij had geen enkele behoefte hen te ontmoeten. Uiteindelijk was er helemaal geen contact meer. Met de familie van mijn moeder kon hij het contact niet verbreken omdat het een hechte familie was en mijn moeder en ik onderdeel uitmaakten van dat hechte verband. Ook met die familie meed mijn vader vaak het contact, al had hij een sterke band met een van de broers van mijn moeder, die ik zelfs wel zijn enige vriend durf te noemen.

Mijn vader had één passie: werken, geld verdienen. Overdag was hij verzekeringsagent, ’s avonds werkte hij als kelner in cafés in de Betuwe. Ik ben daar wel eens geweest en mijn vader was daar het tegendeel van zoals ik hem thuis kende. Thuis was een zwijgende, ietwat geïrriteerde man, daar was hij de vrolijkheid zelve, een gangmaker en iedereen liep met hem weg. Pas als hij werkte, was hij gelukkig.

Ik ben er van overtuigd dat mijn vader een geheim had. Met de oester die hij was, moet ooit iets zijn gebeurd, anders kun je niet zo worden, dacht ik al heel jong. Over dat geheim heb ik met mijn moeder en de zus van mijn vader uitgebreid gesproken, maar van hemzelf hadden ze daar nooit iets over gehoord. Ik kan er alleen maar over speculeren.

Als oudste kind van een zeer katholieke familie ging mijn vader naar het seminarie waar hij intern zat. Hij is uiteindelijk gestopt met het seminarie en hield er een diepe afkeer over van alles wat met het katholieke geloof had te maken. Die afkeer durf ik best haat te noemen. Voor mij was het duidelijk dat daar iets is gebeurd wat die haat heeft aangewakkerd en zeker nadat het misbruik in de katholieke kerk in volle omvang naar buiten kwam, werd ik daar in gesterkt.

Jammer genoeg zal het geheim altijd een geheim blijven. Iedereen die er iets over zou kunnen ophelderen is overleden. Op mijn kast staat een doos met foto’s van mijn vader. Het leven van mijn vader kan ik niet reconstrueren, want ik ken hem niet. Ik heb losse beelden, losse observaties, een enkele anekdote. Als ik die eens op een rij zet, kan ik hem misschien beter doorgronden.

alle rechten voorbehouden © gerard tonen 2024